Agendapunt 10. afsprakenlijst bestuurscommissie inkoop jeugd 20190509
Tekst van het document
Onderwerp
Afsprakenlijst bestuurscommissie inkoop jeugdhulp Zeeland
Plaats
Goes
Datum
9 mei 2019
Aanwezig: Bestuurders: Zeeuwse inkooporganisatie: Programmamanager jeugd: Ondersteuning:
Mw. Van de Plasse, dhr. Alssema, dhr. Harmsen, dhr. Werkman, mw. Evertz, mw. Slenter, mw. Doorn, mw. Suij, dhr. Van den Bos dhr. Magnee mw. Idema dhr. Meulenberg
Nr
Onderwerp
Besluit
1.
Opening, vaststelling agenda en mededelingen
Dhr. Alssema opent de vergadering. De heren Vader, Verburg, Van Halderen en Ruissen zijn af wezig. De agenda wordt vastgesteld.
2.
Afsprakenlijsten bestuurscommissie inkoop
De af sprakenlijsten van de vergaderingen van 27 maart 2019 en 11 april 2019 worden vastgesteld. N.a.v.: Dhr. Magnee meldt dat de stukken inzake de inkoop 2020 op 16 mei worden gepubliceerd (i.p.v. 9 mei). NB. Na overleg met de betrokken juristen is besloten de publicatie te verschuiven naar 23 mei. Dit heeft geen consequenties voor het aanbestedingsproces. Op vraag van mw. Suij zal het uitgebreide verslag van de extra bestuurscommissie van 11 april 2019 nogmaals worden gedeeld met de vraag om hiermee in te stemmen.
3.
Reactie op brief POS betreffende inkoopstrategie 2020
Dhr. Magnee legt uit dat eind januari een gesprek heeft plaatsgevonden met de provinciale maatschappelijk werk organisatie (POS). Het POS heeft vervolgens hun reactie f ormeel op papier gezet. Deze brief is bijgevoegd. De inkooporganisatie heeft een concept-reactie opgesteld die ter instemming voorligt. Hiermee wordt zonder wijzigingen akkoord gegaan. Dhr. Van den Bos vraagt of het in de nieuwe inkoopstrategie mogelijk blijft om identiteit geboden aanbieders te contracteren. Dhr. Magnee bevestigt dit. Gemeenten kunnen deze aanbieders binnen een aantal percelen zelf inkopen of dit aan de inkooporganisatie over laten. In een aantal percelen zal af gestapt worden van het open house model. In de percelen met keuzevrijheid zal dit niet het geval zijn, zodat de mogelijkheid er is om lopende het traject aanbieders toe te laten.
4.
Stand van zaken GI / Intervence
Voor dit en de volgende agendapunten is dhr. Stuart (procesbegeleider Intervence) aanwezig.
1
Het volgende wordt aangegeven: Dhr. Magnee legt uit dat in het bestuursakkoord tussen de gemeenten en Intervence een aantal voorwaarden staan benoemd. In overleg met de werkgroep GI is af gesproken dat dhr. Stuart zich richt op de twee acties die zijn af gesproken in het bestuursakkoord, namelijk de duur en intensiteit van de begeleidingstrajecten en het aanpakken van de wachtlijsten. De overige zaken zijn een verantwoordelijkheid voor de werkgroep GI en de programmamanager. Bureau Van Montfoort is op dit moment bezig met het vervolgonderzoek naar de mogelijke scenario’s. Ondanks dat de bestuurscommissie heeft uitgesproken een GR niet als optie te zien, wordt deze mogelijkheid toch meegenomen in het onderzoek. Het ministerie heeft laten weten dat gemeenten niet verantwoordelijk moeten zijn / worden voor de uitvoering van de jeugdbescherming (en daarmee een GR niet als wenselijke optie te zien). Geconstateerd wordt dat er op verschillende tafels over het onderzoek wordt gesproken en dat de meningen verschillen. Binnen het AB van de GGD wordt gesproken over het inbedden in de GR. Dit is niet in lijn met eerdere uitspraken van de bestuurscommissie. Afgesproken wordt hier aandacht voor te hebben en afstemming hierover te hebben met de collega’s die zitting hebben in het AB GGD maar ook in het bestuur van het Veiligheidshuis. Dhr.
Vader heeft een memo opgesteld met zijn visie over de toekomstige samenwerking. Afgesproken wordt hier kennis van te nemen en dit te betrekken in de discussie. Dit geldt ook voor de mail van de directeur van de GGD aan het AB GGD. Dhr. Van den Bos benadrukt dat ook een relatie moet worden gelegd met het traject van de Zeeuwse samenwerking in het Sociaal Domein. Mw. Suij vraagt aandacht voor het goed meenemen van de gemeenteraden in dit proces. Dit wordt onderschreven. Mw. Evertz spreekt de behoefte uit om voorafgaand aan de bestuurscommissie van 6 juni informeel collegiaal overleg hierover te hebben. Dit wordt gedeeld. Afgesproken wordt hier een moment voor in te plannen (mogelijk gekoppeld aan de Task Force Jeugd / College van Inkoop). De planning ziet er als volgt uit Oplevering rapport door Van Montfoort: 17 mei Bespreking transformatieoverleg jeugd: 23 mei Bespreking Task Force Jeugd / College van inkoop: 29 mei Bespreking bestuurscommissie: 6 juni Besluitvorming gemeenten, besturen: Q3 2019 Dhr. Stuart geeft een toelichting op de huidige stand van zaken en de stappen die worden gezet. Dhr. Stuart en mw. Van den Heuvel hebben kennis gemaakt met dhr. Cazemier. Er vindt structureel overleg plaats tussen de dhr. Stuart, mw. Van den Heuvel, mw. Idema en mw. Van der Weele (voorzitter werkgroep GI). Hierbij gaat het o.a. over de rollen en de taakafbakening.
Het PMO is geïnformeerd over de ontwikkelingen. Binnenkort vindt overleg plaats met het PMO-jeugd. De
2
-
heren Magnee en Stuart en mw. Idema zijn hierbij aanwezig. Dhr. Cazemier is bezig met een kennismakingsronde langs de gemeenten. Het overleg op Schouwen-Duiveland heeft inmiddels plaatsgevonden en was constructief. Geconstateerd wordt dat de contacten met Intervence op dit moment goed lopen. Dit wordt als positief ervaren.
5.
Toekomstige positionering uitvoering drangcasussen
Dhr. Magnee legt uit dat één van de aanbevelingen van Van Montfoort betrekking had op de toekomstige positionering van de drangcasussen. In de bespreking in de bestuurscommissie is hier niet meer nader op ingegaan, terwijl dit wel van belang is. Wanneer de drangcasussen van de GI naar de gemeenten gaan, betekent dit nogal wat. Hier wordt kort bij stilgestaan. De behoefte wordt uitgesproken om hier uitgebreider over geadviseerd te worden, waarbij de (tussentijdse) uitkomsten van de pilots in Schouwen-Duiveland en Borsele worden betrokken. Af gesproken wordt dat mw. Idema en dhr. Magnee een bestuursopdracht hiervoor opstellen.
6.
Advies betreffende kostenverdeling inzet procesbegeleider Intervence
In de bestuurscommissie van 27 maart jl. is afgesproken om namens de gemeenten een procesbegeleider / counterpart voor Intervence aan te stellen. Met betrekking tot de kostenverdeling is een advies opgesteld die ter instemming voorligt. Dhr. Werkman is van mening dat de doorbelasting van ambtenaren lager kan. Daarnaast constateert hij dat dit vraagstuk geen verantwoordelijkheid is van de bestuurscommissie, het maken van afspraken over het uitlenen van personeel is belegd bij de Kring van gemeentesecretarissen. Mw. Idema benadrukt dat de secretariële ondersteuning zal worden ingezet voor het faciliteren van de werkgroep GI en niet voor het ondersteunen van de procesbegeleider. Mw. Idema geeft aan dat de aanpak van wachtlijsten op verschillende plaatsen wordt opgepakt. Dit pleit voor een nauwe samenwerking en verbinding; doublures moeten voorkomen worden. Aangegeven wordt dat uitgegaan wordt van een vaste bijdrage per gemeente en niet op basis van de werkelijke ureninzet. Hiermee wordt onderschrijding op overschrijdingen van uren afgedekt. Met inachtneming van bovengenoemde opmerkingen wordt ingestemd met het advies.
7.
Overige zaken
Juzt Dhr. Magnee meldt dat Juzt (aanbieder jeugdhulp in Brabant) in f inanciële problemen verkeerd. Juzt heeft op dit moment 1800 kinderen in zorg, waarvan 34 in Zeeland. Voor de opvang van deze kinderen wordt een apart plan gemaakt. Alleen de Zeeuwse gesloten plaatsingen (in de Vliethoeve) worden meegenomen in het Brabantse plan. De Brabantse gemeenten zijn in de lead. Noord-Beveland is geïnformeerd over de consequenties voor de Vliethoeve. Dhr. Alssema heeft in het bestuurlijk overleg aangegeven dat er geen extra financiële middelen vanuit Zeeland naar Juzt gaan. De communicatiemedewerkers van de jeugdhulpregio’s
3
-
trekken samen hierin op. De communicatieadviseur van Goes is contactpersoon. Dhr. Alssema is bestuurlijk contactpersoon. Mw. Slenter vraagt om haar nauwgezet in de ontwikkelingen mee te nemen. Dit wordt toegezegd. De gemeentelijke toegangen worden medio volgende week geïnf ormeerd.
Inkoopproces 2020 e.v. Dhr. Magnee geeft aan dat de tarieven de afgelopen weken opnieuw zijn berekend en besproken met de aanbieders. Deze zijn positief over het proces. De tarieven liggen hoger, maar door verschillende gradaties in de producten is er meer f lexibiliteit en kunnen de toegangsorganisaties meer gaan sturen op de kosten. Juvent Dhr. Magnee meldt dat Juvent een stabiele financiële situatie heef t. Gelet hierop heeft Juvent laten weten projectgelden terug te willen storten omdat ze dit uit eigen middelen kunnen betalen. De verwachting is dat dit neerkomt op een bedrag van ongeveer € 450.000. Dit zal aan de gemeenten worden teruggestort. 8.
Sluiting
-
4