Agendapunt 10. AD1. Brief Zeeland aan de Tweede Kamer tbv debat intervence, 9 december 2020 ontvangen
Tekst van het document
Tweede Kamer der Staten-Generaal t.a.v. mw. W.J.H. Lodders Voorzitter van de Vaste Commissie voor VWS Postbus 20018 2500 EA Den Haag Kenmerk: Brief Zeeuwse gemeenten situatie Intervence. Goes 9 december 2020
Geachte mevrouw Lodders,
Maandag 14 december voeren de leden van uw Commissie een notaoverleg met Minister Dekker en staatssecretaris Blokhuis over de Jeugdzorg, meer in het bijzonder over de jeugdbescherming bij ons in Zeeland. Het besluit van ons heeft voor nogal wat opschudding in de Kamer geleid en wij proeven dat Kamerleden zich overvallen voelen. De beëindiging van het contract met Intervence is echter het voorlopig sluitstuk van een langer traject waar wij al jaren mee bezig zijn en dat ons de nodige hoofdbrekens heeft gekost. Ik spreek over hoofdbrekens omdat bij ons handelen het belang voorop staat van de kinderen, onze kinderen, die in jeugdbescherming zitten. Momenteel zijn vier organisaties in Zeeland actief op het gebied van Jeugdbescherming. Met één van deze organisatie is per 1-1-2021 het contract niet verlengd. Wij stellen dat we met dit besluit de Jeugdbescherming in Zeeland meer robuust en toekomstbestendig maken. De contracten met de andere drie blijven gecontinueerd. Deze drie GI’s nemen in de loop van 2021 (6-9 maanden) alle dossiers van Intervence over, naast de eigen dossiers die ze al hebben. Daarnaast zullen zij vanaf 1-1-2021 alle nieuwe dossiers oppakken. Voor de lopende dossiers van Intervence geldt dat wij contractueel hebben afgesproken dat de huidige jeugdbeschermers van Intervence deze dossiers houden totdat deze zijn overgedragen aan de drie andere organisaties.
Bovendien hebben de 3 andere GI's toegezegd dat zij als vangnet zullen fungeren, mocht Intervence de komende tijd toch tegen capaciteitsproblemen oplopen. Daarmee is de continuïteit van de zorg zeker gesteld. De 3 GI's blijven dus gewoon doen wat ze al deden in Zeeland en krijgen vanaf 1-1-2021 en in de maanden daarna alleen meer dossiers in behandeling, onder meer door de overdracht van Intervence aan deze drie andere GI's van al lopende dossiers. Anders gezegd: het werk wordt straks over drie in plaats van over vier GI's verdeeld. Wij verwachten dus dat de ondersteuning in het kader van de Jeugdbescherming op geen enkele manier in gevaar komt of zelfs maar haperingen zal kennen. Aanloop In de brief van staatssecretaris Blokhuis van 3 december over de Stand van zaken jeugdbescherming Zeeland (1794986-215519-J) worden beknopt de achtergronden geschetst: een financieel precaire situatie en personele problemen. Wij zijn al enige jaren, ook met betrokkenheid van het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (OZJ), met Intervence in gesprek over het vermogen van de instelling om zijn taken uit te kunnen voeren, waarvan de laatste zes maanden zeer intensief.
Personeelsverloop Het personeelsverloop was zeer hoog, tot 35% per jaar. Gevolg daarvan was dat kinderen veel begeleiders achter elkaar kregen en dat heeft suboptimale effecten op hun behandeling. Door het verloop werden ook steeds jongere en onervaren jeugdbeschermers in dienst genomen, die onvoldoende begeleiding kregen. Ook dat heeft een suboptimaal effect op de behandeling van kinderen. Recent zijn er verbeteringen doorgevoerd bij Intervence waardoor men het personeelsverloop heeft weten te reduceren, maar het was too little too late. Het eindigen van het contract met Intervence is naar onze overtuiging noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de Jeugdbescherming in Zeeland een meer stabiele, solide en duurzame basis krijgt. Samen met de 3 andere GI's die al in Zeeland actief zijn, bouwen we zo aan een toekomstbestendige Jeugdbescherming. Dat is ook in het belang van de kinderen, hun gezinnen en alle mensen die in de Jeugdbescherming werken. Financiën De Zeeuwse gemeenten betalen hun jeugdzorginstellingen tussen de 100 en 110% van het gemiddelde tarief. Ondanks dat kwam Intervence in de financiële problemen. Dat uitte zich er bijvoorbeeld in dat de instelling ‘drang’-cliënten nodig had om financieel rond te komen. Intervence heeft in het onderzoek wat de afgelopen maanden uitgevoerd is, gesteld dat zij een minimaal aantal drangcasussen nodig heeft om te kunnen blijven bestaan.
Wij zijn als gemeenten van mening dat drangcasussen (vrijwillig kader) niet bij een GI passen. Dit past overigens ook in het landelijk standpunt hierover. Ouders en jongeren hebben ons aangegeven dat het voor hen heel onduidelijk is of ze nog in het vrijwillig kader of in het gedwongen kader zitten, wanneer zij de ondersteuning vanuit een GI krijgen. Dit horende hebben wij besloten dat uiterlijk per 2022 de drangcasussen naar de wijkteams of jeugdhulpaanbieders gaan en niet meer naar de GI’s. Wij zijn van mening dat Intervence zich bedrijfsmatig moet voorbereiden op deze transformatie en dat het niet passend is wanneer zij stellen dat ze de drangcasussen nodig hebben om te kunnen blijven bestaan. Wij, de Zeeuwse gemeenten, hebben om de financiële situatie te verlichten Intervence gedurende 2019 en 2020 een instandhoudingsbijdrage van 1,4 miljoen verstrekt. Dit om de interne bedrijfsvoering op orde te krijgen en daarmee voorbereid te zijn op de transformatie van de jeugdbescherming in Zeeland. Dat terwijl onze eigen financiële situatie niet bepaald florissant is: één van ons verkeert in art. 12 status en vier anderen staan onder verscherpt toezicht van de provincie. Scenario’s De afgelopen periode hebben wij gewerkt aan drie scenario’s om uit de impasse met Intervence te komen: 1.
Zoeken naar manieren om Intervence weer solide te maken, zodat de organisatie zonder drang-cliënten en instandhoudingsbijdrage maar wel op basis van faire tarieven kan functioneren. Dat bleek uit het onderzoek door een extern bureau niet mogelijk. Overigens is wel geconstateerd in het onderzoek dat de jeugdregio Zeeland faire tarieven betalen aan de GI’s. 2. Overname van Intervence door een andere instelling. Dat bleek evenmin een levensvatbare route. Er zijn zes GI’s gevraagd of ze daar mogelijkheden voor zagen. Eén GI heeft uiteindelijk een onderzoek gedaan en heeft daarna de conclusie getrokken dat overname een te groot risico zou zijn voor zowel de betreffende GI als voor de gemeenten 3. Beëindiging van het contract en overdracht naar andere GI’s. Nadat scenario 1 en 2 niet mogelijk waren moesten we hiervoor kiezen.
Vervolg Wij zijn in nauw overleg met Intervence en de drie GI’s over een warme overdracht van de betrokken kinderen. Hun belang staat daarbij voorop. De zorg wordt vanaf 1 januari 2021 voortgezet en in de loop van het jaar zullen kinderen worden overgedragen naar andere GI’s. Zoals gezegd nemen we daar minimaal zes tot negen maanden voor. We hoeven ook niet op zoek naar andere instellingen; de drie andere GI’s zijn al gecontracteerd en blijven dus gewoon hun werk doen. Dat geeft het vertrouwen dat we voor alle kinderen een passende oplossing kunnen vinden met een zo soepel mogelijke overgangstermijn. Tot slot Als Zeeuwse gemeenten zijn wij verantwoordelijk voor goede en veilige jeugdzorg ook in de GI’s. Om dit te waarborgen, maar ook om de transformatie van de jeugdzorg door te zetten hebben wij na een lang en zorgvuldig proces de hierboven beschreven besluiten genomen. Dit doen we in het belang van onze kinderen. Het is spijtig dat ondanks het doorlopen proces en enkele verbeteringen er toch geen levensvatbare toekomst voor Intervence mogelijk blijkt te zijn. Dat is ook voor ons teleurstellend want er werken gemotiveerde mensen met hart voor kinderen. Niettemin moet je soms concluderen dat een zorginstelling zijn taken niet kan waarmaken. Vervolgens is het zaak om in een zorgvuldig proces ervoor te zorgen dat er geen kinderen tussen wal en schip vallen.
Dit proces is ingezet en zal met Intervence, de andere GI’s en overige betrokkenen, zoals o.a. de ouders, Jeugdautoriteit, de Inspecties, het OM, de Rechtbank en de Raad voor de Kinderbescherming, de komende maanden worden uitgevoerd. Met vriendelijke groet, namens de 13 Zeeuwse gemeenten
J. Werkman Voorzitter Bestuurscommissie jeugdregio Zeeland