CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 10 3. Visiedocument rekenkamer in De Bevelanden - def

Oordeelsvormende raad 8 mei 2024, gemeente GoesBij agendapunt: Benoemen leden Rekenkamer Goes6.344 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kaderdocument SAMENWERKING VAN GEMEENTELIJKE REKENKAMERS VAN BORSELE – GOES - NOORD-BEVELAND- REIMERSWAAL - THOLEN Versie 1.0| juni 2023

Inhoudsopgave Voorwoord........................................................................................................................... 2 1. Juridisch kader en keuzemogelijkheden ......................................................................... 3 2. Doel, taken en samenstelling rekenkamer ..................................................................... 4 3. Werkwijze rekenkamer ................................................................................................... 6 4. Kosten rekenkamer ......................................................................................................... 8 Bijlage 1 – Tekst hoofdstuk IVa en Hoofdstuk XIa Gemeentewet ............................10 Bijlage 2 - Model Verordening gemeentelijke rekenkamer (nieuw model, maart 2023) ............................................................................................................................ 15

GEMEENTELIJKE REKENKAMER 2023

1

Voorwoord Een rekenkamer is een onafhankelijke commissie die de financiële en beleidsmatige beslissingen van de gemeente controleert en beoordeelt op doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid. De rekenkamer heeft als doel om het gemeentebestuur te ondersteunen bij het verbeteren van de kwaliteit van de besluitvorming en het verantwoordingsproces. Met andere woorden beantwoordt de rekenkamer in haar onderzoek de vraag of het geld van de gemeente zinnig, zuinig en zorgvuldig wordt besteed. Met de Wet versterking decentrale rekenkamers zijn de gemeenten verplicht om voor 1 januari 2024 een onafhankelijke rekenkamer te hebben ingericht. In dat kader hebben de griffiers van de gemeenten Borsele, Goes, Noord-Beveland, Reimerswaal en Tholen1 het initiatief genomen om na te gaan of samenwerking bij de inrichting van een rekenkamer mogelijk en gewenst is. De eerste conclusie over samenwerking bij het inrichten van een gemeentelijke rekenkamer is positief. Met dit kaderdocument worden de kaders voor de samenwerking en de inrichting van de gemeentelijke rekenkamer gegeven.

1

De gemeente Kapelle is aangesloten bij de rekenkamer van Kapelle, Middelburg en Vlissingen. GEMEENTELIJKE REKENKAMER 2023

2

1. Juridisch kader en keuzemogelijkheden Met ingang van 1 januari 2023 is de Wet versterking decentrale rekenkamers in werking getreden. De hoofdstukken IVa (De rekenkamer) en XIa (De bevoegdheden van de rekenkamer) van de Gemeentewet zijn hierdoor aangepast2. De gemeente mag niet van deze bepalingen afwijken. Alle gemeenten zijn dus verplicht een rekenkamer in te richten en de wijze waarop dit moet plaatsvinden is dwingend geregeld in de Gemeentewet. Toch zijn er nog wel keuzemogelijkheden. De raad heeft volgens de Gemeentewet 2 mogelijkheden bij de inrichting van een lokale rekenkamer: 1e De raad kan een eigen onafhankelijke rekenkamer instellen; of 2e Met één of meerdere gemeenten samen een gemeenschappelijke rekenkamer instellen. Dit moet dan wel op basis van een gemeenschappelijke regeling. Maar er is nog een 3e variant, waarbij gemeenten ieder afzonderlijk een rekenkamer instellen, maar samenwerken met andere gemeenten ten aanzien van de werving van rekenkamerleden en de ondersteuning van de ingestelde rekenkamer. Doordat de personele invulling van deze rekenkamer gelijk is, wordt dit een personele unie genoemd. In de samenwerking tussen de gemeenten Borsele, Goes, Noord-Beveland, Reimerswaal en Tholen heeft deze laatste variant de voorkeur.

Keuzemogelijkheid 1: inrichting gemeentelijke rekenkamer Voorgesteld wordt om te gaan voor de 3e variant, namelijk samenwerking in de vorm van een personele unie samen met de gemeenten Borsele, Goes, Noord-Beveland, Reimerswaal en Tholen Voordelen voor een regionale rekenkamer in de vorm van een personele unie zijn: 1. het behalen van schaalvoordelen, niet alleen qua inrichting en financiën, maar ook inhoudelijk; 2. directe mogelijkheden tot benchmarking tussen de gemeenten; 3. de brede ervaring die de regionale rekenkamer opdoet kan zij vervolgens inzetten in andere onderzoeken. Wel blijft het belangrijk bij de inrichting en werkwijze van de rekenkamer dat de lokale context niet uit het oog wordt verloren en is (tussentijdse) afstemming met de raden van groot belang. Verder vergt de samenwerking met andere gemeenten wel regelmatig afstemming en overleg van de griffies. Voor de implementatie van een onafhankelijke rekenkamer, stelt de raad van de gemeente een verordening vast, waarin onder meer de omvang van de rekenkamer is geregeld, de wijze waarop de rekenkamer rapporteert en de vergoeding die rekenkamerleden ontvangen voor hun werkzaamheden. Voor een efficiënte samenwerking tussen de gemeenten in een personele unie heeft het de voorkeur dat deze verordening voor alle gemeenten zo veel als mogelijk uniform is. Vanuit de VNG is er een Modelverordening3 opgesteld.

Deze modelverordening zal het uitgangspunt vormen bij de Verordening gemeentelijke rekenkamer.

2 3

Zie bijlage 1 Zie bijlage 2

GEMEENTELIJKE REKENKAMER 2023

3

2. Doel, taken en samenstelling rekenkamer 2.1 Doel van de rekenkamer De rekenkamer is een belangrijk onderdeel om de belangen en invloeden van de verschillende organen in het gemeentebestuur in balans te houden (het stelsel van checks and balances) en het is een belangrijke instrument van de raad voor het uitvoeren van zijn controlerende taak. De rekenkamer onderzoekt of het publiek geld van de gemeente zinnig, zuinig en zorgvuldig wordt besteed. Gedegen, onafhankelijk rekenkamer onderzoek stelt de raad in staat om in de gedualiseerde verhoudingen van het gemeentebestuur de controle op besteding van middelen te verbeteren. Voor de kwaliteit van het onderzoek wordt het daarbij van groot belang geacht dat een onafhankelijk orgaan zelfstandig onderzoek doet. De Wet versterking decentrale rekenkamers is per 1 januari 2023 in werking getreden. Daarmee wordt het instellen van een onafhankelijke rekenkamer verplicht gesteld voor alle gemeenten. 2.2. Taken en bevoegdheden Van de rekenkamer wordt bij haar taakuitoefening een onafhankelijke, kritische en constructieve bijdrage aan de kwaliteit van het gemeentelijk beleid, en de verantwoording daarover, verwacht: - Onafhankelijkheid: De rekenkamer opereert onafhankelijk van de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders.

- Kritisch: De rekenkamer is kritisch en stelt zich op als een waakhond van het gemeentelijk beleid en de besteding van gemeentelijke middelen. - Constructief: De rekenkamer is constructief en streeft naar verbetering van het beleid en de uitvoering daarvan. In hoofdstuk XIa van de gemeentewet worden de taken en bevoegdheden van de rekenkamer omschreven. In artikel 182, eerste lid Gemeentwet is de algemene taak van de rekenkamer omschreven als: de rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid. De rekenkamer heeft op grond van de Gemeentewet vergaande bevoegdheden om haar onderzoek uit te voeren. Zo is de rekenkamer bevoegd alle documenten die berusten bij het gemeentebestuur te onderzoeken en het gemeentebestuur verstrekt desgevraagd alle inlichtingen die de rekenkamer ter vervulling van haar taak nodig acht. Met de nieuwe Wet versterking decentrale rekenkamers zijn de bevoegdheden voor de rekenkamer nog verder uitgebreid. Zo kan de rekenkamer niet alleen onderzoek naar de deelname van de gemeente in publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden, maar ook kan zij een onderzoek instellen naar contracten met privaatrechtelijk verbonden partijen. Ook is de mogelijkheid voor onderzoek naar subsidies, garanties en leningen verruimd.

2.3 Samenstelling van de rekenkamer Het aantal leden van de rekenkamer wordt door de raad vastgesteld. De leden van de rekenkamer worden benoemd door de raad voor de duur van zes jaar. Uit deze leden GEMEENTELIJKE REKENKAMER 2023

4

benoemt de raad ook een voorzitter. In de wet wordt niet voorgeschreven wat de omvang van een rekenkamer zou moeten zijn. De omvang van een rekenkamer is van vele factoren afhankelijk, onder meer het ambitieniveau van de rekenkamer, de mate van ondersteuning bij haar werkzaamheden, maar ook of de rekenkamer zelf onderzoek doet of de onderzoeken laat verrichten door een extern bureau in opdracht van de rekenkamer. Onderzoek naar reeds bestaande gemeentelijke rekenkamers die samenwerken in een personele unie, wijst uit dat vergelijkbare rekenkamers tussen de 3 en de 8 leden hebben. Omdat de deelnemende gemeenten nog niet veel ervaring hebben met het rekenkamerwerk, wordt voorgesteld om te starten met een rekenkamer van tussen de 3 en 5 leden. Onder de leden wordt er een voorzitter benoemd. De taken van de voorzitter zijn wat uitgebreider. Hij/zij vormt het boegbeeld naar buiten van de rekenkamer. Keuzemogelijkheid 2: omvang van de rekenkamer Voorgesteld wordt om een rekenkamer met minimaal 3 en maximaal 5 leden, waaronder een voorzitter te benoemen. Als we uitgaan van de voorkeursvariant samenwerking in een personele unie, betekent dat dat iedere raad in de samenwerking dezelfde leden voor de gemeentelijke rekenkamer benoemt.

Voor de werving en selectie van de leden voor de nieuw op te richten rekenkamer wordt dan ook voorgesteld een begeleidingsgroep samen te stellen met vertegenwoordiging uit alle deelnemende gemeenteraden. Aan de hand van een functieprofiel voor de leden en een apart functieprofiel voor de voorzitter zullen kandidaten worden geworven en geselecteerd. Verder wordt in overweging gegeven om deze begeleidingsgroep bij de werving van rekenkamerleden te laten begeleiden door een externe deskundige, die dit soort processen vaker heeft begeleid. Keuzemogelijkheid 3: werving van rekenkamerleden Voorgesteld wordt een begeleidingsgroep samen te stellen uit één raadslid van de deelnemende gemeenten, en deze bij de werving van rekenkamerleden te laten begeleiden door een één of meer griffiers en externe deskundige. Medewerkers die de rekenkamer ambtelijk ondersteunen mogen niet werken voor de gemeente, met uitzondering van medewerkers op de griffie. Medewerkers van de griffie mogen wel naast hun werkzaamheden op de griffie ambtelijke ondersteuning bieden aan de rekenkamer. Veel rekenkamers kiezen ervoor hun ambtelijke rekenkamer zelf te organiseren. Wel zal er binnen de griffie een contactpersoon zijn voor de rekenkamer, indien de leden van de rekenkamer informatie uit de organisatie wensen.

Keuzemogelijkheid 4: invulling ambtelijke ondersteuning Voorgesteld wordt om de ambtelijke ondersteuning te beleggen bij de nieuw te benoemen rekenkamer.

GEMEENTELIJKE REKENKAMER 2023

5

3. Werkwijze rekenkamer De rekenkamer stelt zelf een regelement van orde voor haar werkzaamheden en voor haar vergaderingen vast. Vanwege de onafhankelijke positie van de rekenkamer kan de raad noch het college dit voor de rekenkamer bepalen. Uiteraard zijn ook de rekenkamerleden gebonden aan de algemene richtlijnen binnen gemeenten, zoals het zorgvuldig omgaan met (vertrouwelijke) informatie en het voorkomen van (de schijn van) belangenverstrengeling. Daarnaast wil de raad kaders meegeven aan de rekenkamer, waar de rekenkamer rekening mee kan houden. 3.1 Keuze onderzoeksonderwerp De rekenkamer kiest zelf het onderwerp van onderzoek. Wel kan de rekenkamer op verzoek van de raad een onderzoek instellen. Bij de keuze voor een onderwerp door de rekenkamer zijn een aantal algemene selectiecriteria te benoemen: a. het onderzoek heeft een toegevoegde waarde b. het onderwerp geeft gerede twijfel over de doeltreffendheid, doelmatigheid en/of rechtmatigheid, danwel zijn er uitvoeringsrisico’s c. het onderwerp is actueel en/of heeft een groot maatschappelijk of financieel belang. d. Er is een zekere spreiding van de onderwerpen binnen het gemeentelijke beleid e. het onderzoek is bruikbaar doordat het leidt tot concrete verbetervoorstellen of bevordert het lerend vermogen van het gemeentebestuur. 3.2 Communicatie De verbinding tussen de raad en de rekenkamer is belangrijk.

Zowel raadsleden als leden van de rekenkamer zijn verantwoordelijk voor een goede communicatie tussen raad en rekenkamer. Van de rekenkamer wordt verwacht dat zij aandacht heeft voor interne communicatie niet alleen naar de gemeenteraad, maar ook naar de gehele gemeentelijke organisatie. Daarbij beoordeelt de rekenkamer of het wenselijk is om de gemeenteraad tussentijds te informeren over een lopend onderzoek. Daarnaast verwacht de raad dat de rekenkamer jaarlijks een overzicht maakt van haar onderzoeksprogramma voor het komende jaar. Een professionele relatie tussen de rekenkamer en de raad vormt de basis voor een goed functionerende rekenkamer en kwalitatief goed rekenkameronderzoek. Dat betekent dat het onderzoeksprogramma en de jaarverslagen van de rekenkamer worden geagendeerd op de agenda van de raad. Daarnaast is in de praktijk gebleken dat een klankbordgroep van raadsleden ook bijdraagt aan een goede verbinding met de rekenkamer. Deze klankbordgroep kan worden ingesteld, maar ook een bestaand gremium als het Presidium of de auditcommissie kan deze taak op zich nemen. Keuzemogelijkheid 5: instellen klankbordgroep Voorgesteld wordt om een klankbordgroep met een afvaardiging van de raad per gemeente in te stellen, die direct contact onderhoudt met de rekenkamer.

GEMEENTELIJKE REKENKAMER 2023

6

De rekenkamer en met name de voorzitter van de rekenkamer is ook verantwoordelijk voor externe communicatie naar de maatschappelijke organisaties, inwoners en bedrijven in de gemeenten. Dit betekent dat zij actief bekendheid geeft aan haar bestaan en haar werkwijze. Bij haar onderzoeksrapporten wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de publieke verantwoording van haar bevindingen en aanbevelingen. 3.3. Onderzoek in eigen beheer en/of door externen De rekenkamer bepaalt zelf of zij het onderzoek geheel zelf uitvoert dan geheel of deels door externe deskundigen. De rekenkamer is ten allen tijde opdrachtgever en dus verantwoordelijk voor de voortgang en kwaliteit van het onderzoek.

GEMEENTELIJKE REKENKAMER 2023

7

4. Kosten rekenkamer De laatste vraag die beantwoord moet worden: wat is het budget dat de gemeente beschikbaar stelt voor de gemeentelijke rekenkamer? Dit is ter vaststelling van de raad, maar het ministerie van BZK geeft wel een richtlijn. Uit onderzoek van Berenschot in opdracht van het ministerie is gebleken dat €1,30 per inwoner een mogelijke richtlijn zou zijn. Deze richtlijn wordt ook gegeven door de Nederlandse Vereniging voor Rekenkamers en Rekenkamercommissies. Als we hiervan uitgaan, komt dat op het volgende neer: Gemeente

Borsele Goes Noord-Beveland Reimerswaal Tholen Totaal

Inwoneraantal Minimumbudget gemeenten per 1-1- (€ 1,30 per 2022 inwoner) (richtlijn NVRR) 22.847 29.701,10 38.950 50.635,00 7.668 9.968,40 22.920 29.796,00 26.401 34.321,30 118.786 154.421,80

Keuzemogelijkheid 6: beschikbaar budget rekenkamer Voorgesteld wordt om conform de richtlijn van de NVRR, een bedrag van € 1,30 per inwoner beschikbaar te stellen als het totale jaarlijkse budget voor de gemeentelijke rekenkamer. Vergoeding rekenkamer leden De vergoeding voor rekenkamerleden kan verschillen per gemeente en is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de grootte van de gemeente en de hoeveelheid werk die de rekenkamere verricht. Er zijn rekenkamerleden die een vaste maandelijkse vergoeding ontvangen, maar er zijn ook rekenkamerleden die een vergoeding voor de werkzaamheden/bijeenkomsten ontvangen. Voordeel van een vaste vergoeding is dat er geen extra administratie en controle nodig is. Voordeel van een variabele vergoeding is dat ook de daadwerkelijke vergaderingen en werkzaamheden van de rekenkamerleden worden vergoed. Door de gezamenlijk griffiers wordt voorgesteld om een vaste vergoeding per maand te betalen, ter vergoeding van de onkosten voor vergadering, reis- en verblijfkosten van de leden. Daarnaast voor de uren dat de leden zelf onderzoek verrichten een vergoeding van €75 per uur (bruto). Vanwege de extra taken is de maandelijkse vergoeding van de voorzitter hoger, en voorgesteld wordt deze op € 70 per maand te stellen.

Omdat alle 5 deelnemende gemeenten deze vergoeding betalen is de totale vaste vergoeding voor de leden, € 250 per maand en voor de voorzitter € 350 per maand Keuzemogelijkheid 7: Vergoeding rekenkamer leden Per gemeente wordt er maandelijks een vaste vergoeding betaald van 50 euro voor de leden van de rekenkamer en 70 euro voor de voorzitter. Voor de uren van onderzoek door de leden van de rekenkamer zelf, wordt een bedrag van 75 euro vergoed.

GEMEENTELIJKE REKENKAMER 2023

8

Verantwoording budget De rekenkamer legt jaarlijks vóór 1 april middels een rapport verantwoording af over haar werkzaamheden van het voorgaande jaar. Dit is bepaald in artikel 185, vierde lid Gemeentewet. De gemeente verwacht daarbij ook een financiële verantwoording van de besteding van het toegekende onderzoeksbudget.

GEMEENTELIJKE REKENKAMER 2023

9

Bijlage 1 – Tekst hoofdstuk IVa en Hoofdstuk XIa Gemeentewet Hoofdstuk IVa. De rekenkamer Paragraaf 1. De gemeentelijke rekenkamer Artikel 81a De raad stelt een rekenkamer in. Artikel 81b De raad stelt het aantal leden van de rekenkamer vast. Artikel 81c 1. De raad benoemt de leden van de rekenkamer voor de duur van zes jaar. 2. Indien de rekenkamer uit twee of meer leden bestaat, benoemt de raad uit de leden de voorzitter. 3. De raad kan plaatsvervangende leden benoemen. Indien de rekenkamer uit één lid bestaat, benoemt de raad in ieder geval een plaatsvervangend lid. Deze paragraaf is op plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing. 4. De raad kan een lid herbenoemen. 5. Voorafgaand aan de benoemingen, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, pleegt de raad overleg met de rekenkamer. 6. Een lid van de rekenkamer wordt door de raad ontslagen: a. op eigen verzoek; b. bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap; c. indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; d. indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld; e.

indien hij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen. 7. Een lid van de rekenkamer kan door de raad worden ontslagen: a. indien hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen; b. indien hij handelt in strijd met artikel 81h. Artikel 81d 1. De raad stelt een lid van de rekenkamer op non-activiteit indien: a. hij zich in voorlopige hechtenis bevindt; b. hij bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; c. hij onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld ingevolge een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak. 2. De raad kan een lid van de rekenkamer op non-activiteit stellen, indien tegen hem een gerechtelijk onderzoek ter zake van een misdrijf wordt ingesteld of indien er een ander ernstig vermoeden is van het bestaan van feiten en omstandigheden die tot ontslag, anders dan op gronden vermeld in artikel 81c, zesde lid, onder a, en zevende lid, onder a, zouden kunnen leiden. 3.

De raad beëindigt de non-activiteit zodra de grond voor de maatregel is vervallen, met dien verstande dat in een geval als bedoeld in het tweede lid de non-activiteit in ieder geval eindigt na zes maanden. In dat geval kan de raad de maatregel telkens voor ten hoogste drie maanden verlengen.

GEMEENTELIJKE REKENKAMER 2023

10

Artikel 81e Artikel 12 is van overeenkomstige toepassing op de leden van de rekenkamer. Artikel 81f 1. Een lid van de rekenkamer is niet tevens: a. minister; b. staatssecretaris; c. lid van de Raad van State; d. lid van de Algemene Rekenkamer; e. Nationale ombudsman; f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman; g. commissaris van de Koning van de provincie; h. gedeputeerde van de provincie; i. secretaris van de provincie; j. griffier van de provincie; k. lid van de raad; l. burgemeester van de gemeente; m. wethouder van de gemeente; n. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid; o. lid van een commissie van de gemeente; p. ambtenaar of ambtenaar van politie, in dienst van die gemeente of uit anderen hoofde daaraan ondergeschikt; q. ambtenaar, in dienst van de Staat of de provincie, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente; r. functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient. 2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder p, kan een lid van de rekenkamer tevens zijn: a. ambtenaar van de burgerlijke stand; b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht. Artikel 81g 1.

Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de rekenkamer in de vergadering van de raad, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: «Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de rekenkamer benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de rekenkamer naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!» («Dat verklaar en beloof ik!») 2. Wanneer de eed (verklaring en belofte), bedoeld in het eerste lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt: «Ik swar (ferklearje) dat ik, om ta lid fan 'e rekkenkeamer beneamd te wurden, streekrjocht noch midlik, ûnder wat namme of wat ferlechje ek, hokker jefte of geunst dan ek jûn of ûnthjitten haw. Ik swar (ferklearje en ûnthjit) dat ik, om eat yn dit amt te dwaan of te litten, streekrjocht noch midlik hokker geskink of hokker ûnthjit dan ek oannommen haw of oannimme sil.

Ik swar (ûnthjit) dat ik trou wêze sil oan 'e Grûnwet, dat ik de wetten neikomme sil en dat ik myn plichten as lid fan 'e rekkenkeamer yn alle oprjochtens ferfolje sil. Sa wier helpe my God Almachtich!» («Dat ferklearje en ûnthjit ik!»).

GEMEENTELIJKE REKENKAMER 2023

11

Artikel 81h Artikel 15, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de leden van de rekenkamer. Artikel 81i 1. De rekenkamer stelt een reglement van orde voor haar werkzaamheden vast en, indien zij uit twee of meer personen bestaat, tevens voor haar vergaderingen. 2. De rekenkamer zendt het reglement ter kennisneming aan de raad. Artikel 81j 1. De raad stelt, na overleg met de rekenkamer, de rekenkamer de nodige middelen ter beschikking voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden. 2. Op voordracht van de voorzitter of het enige lid van de rekenkamer besluit het college tot het aangaan van arbeidsovereenkomsten met zoveel ambtenaren van de rekenkamer als nodig zijn voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden. 3. De ambtenaren die werkzaamheden verrichten voor de rekenkamer, verrichten niet tevens werkzaamheden voor een ander orgaan van de gemeente, met uitzondering van de op de griffie werkzame ambtenaren. 4. De ambtenaren die werkzaamheden verrichten voor de rekenkamer, zijn ter zake van die werkzaamheden uitsluitend verantwoording schuldig aan de rekenkamer. Artikel 81k De leden van de rekenkamer ontvangen een bij verordening van de raad vastgestelde vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten.

Hoofdstuk XIa. De bevoegdheid van de rekenkamer Artikel 182 1. De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid. Een door de rekenkamer ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid bevat geen controle van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, tweede lid. 2. Op verzoek van de raad kan de rekenkamer een onderzoek instellen. 3. Bij het uitvoeren van haar taken kan de rekenkamer gebruik maken van de resultaten van door anderen verrichte controles, onverminderd haar bevoegdheid tot het verrichten van onderzoek. Artikel 183 1. De rekenkamer is bevoegd alle documenten die berusten bij het gemeentebestuur te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van haar taak nodig acht. 2. Het gemeentebestuur verstrekt desgevraagd alle inlichtingen die de rekenkamer ter vervulling van haar taak nodig acht. 3. Indien de zorg voor een administratie aan een derde is uitbesteed, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op de administratie van de betrokken derde dan wel van degene die de administratie in opdracht van die derde voert. Artikel 184 1. De rekenkamer heeft de in de volgende leden vermelde bevoegdheden ten aanzien van de volgende instellingen en over de volgende periode: a.

openbare lichamen, bedrijfsvoeringsorganisaties en gemeenschappelijke organen ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan de gemeente deelneemt, over de jaren dat de gemeente deelneemt in de regeling; b. naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt en naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, waarin de eerstgenoemde naamloze en besloten vennootschappen middellijk of onmiddellijk meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houden, over de jaren dat de gemeente het geplaatste

GEMEENTELIJKE REKENKAMER 2023

12

2. 3.

4.

5.

6.

aandelenkapitaal houdt; c. naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente samen met een of meer andere gemeenten, een of meer provincies, een of meer waterschappen of de Staat meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt en naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, waarin de eerstgenoemde naamloze en besloten vennootschappen middellijk of onmiddellijk meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houden, over de jaren dat de gemeente het geplaatste aandelenkapitaal houdt; d. rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen waaraan de gemeente of een of meer derden voor rekening en risico van de gemeente rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt ten laste van de gemeentebegroting, over de jaren waarop deze subsidie, lening of garantie betrekking heeft; e.

rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen die goederen en diensten leveren die betrekking hebben op de uitvoering van een publieke taak waarvan de betaling ten laste van de gemeentebegroting komt en waarbij de gemeente zich het recht heeft voorbehouden bij de betreffende rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon controles uit te voeren ten aanzien van de geleverde goederen of diensten, over de jaren waarin de betaling ten laste komt van de gemeentebegroting. De rekenkamer maakt bij het onderzoek ten aanzien van de in het eerste lid genoemde instellingen zoveel mogelijk gebruik van door anderen verrichte controles. De rekenkamer is bevoegd bij de betrokken instelling nadere inlichtingen in te winnen over de jaarrekeningen, daarop betrekking hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige documenten met betrekking tot die instelling die bij het gemeentebestuur berusten. Indien een of meer documenten ontbreken, kan de rekenkamer van de betrokken instelling de overlegging daarvan vorderen.

De rekenkamer kan, indien de documenten, bedoeld in het derde lid, daartoe aanleiding geven, bij de betrokken instelling dan wel bij de derde die de administratie in opdracht van de instelling voert, een onderzoek instellen, waaronder een onderzoek naar het gevoerde beleid van de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. De rekenkamer stelt de raad, het college en indien een onderzoek wordt ingesteld naar het gevoerde beleid van een instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de rekenkamers van de deelnemende gemeenten en provincies aan deze instelling van haar voornemen een dergelijk onderzoek in te stellen in kennis. Indien de rekenkamer voornemens is onderzoek in te stellen bij een in het eerste lid, onderdeel c genoemde instelling, stelt zij, onverminderd het vierde lid, de colleges van de andere deelnemende gemeenten, de gedeputeerde staten van de deelnemende provincies, het dagelijks bestuur van de deelnemende waterschappen of Onze Minister die het aangaat in het geval van deelneming van de Staat van haar voornemen een dergelijk onderzoek in te stellen in kennis. Dit artikel is niet van toepassing op financiële ondernemingen en elektronischgeldinstellingen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.

Artikel 184a De rekenkamer is belast met het toezicht op de naleving van artikel 213, achtste lid. Artikel 185 1. De rekenkamer legt haar bevindingen en haar oordeel vast in rapporten, met dien verstande dat hierin niet worden opgenomen gegevens en bevindingen die naar hun aard vertrouwelijk zijn. 2. Voordat de rekenkamer een rapport, bedoeld in het eerste lid, vaststelt, stelt zij in elk geval het onderzochte orgaan in de gelegenheid binnen redelijke termijn te reageren op haar bevindingen en voorlopige conclusies. 3. Na de vaststelling van het rapport, deelt de rekenkamer aan de raad, aan het college en, indien van toepassing, aan de betrokken instelling, de opmerkingen en bedenkingen mee

GEMEENTELIJKE REKENKAMER 2023

13

die zij naar aanleiding van haar bevindingen van belang acht. Aan de raad of het college kan zij ter zake voorstellen doen. Mededelingen aan de raad, die gegevens of bevindingen bevatten die naar hun aard vertrouwelijk zijn, kan de rekenkamer ter vertrouwelijke kennisneming verstrekken. 4. De rekenkamer stelt elk jaar voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden over het voorgaande jaar. 5. De rekenkamer zendt een afschrift van haar rapporten en haar verslag aan de raad en het college. Indien zij met toepassing van artikel 184 een onderzoek heeft ingesteld, zendt de rekenkamer tevens een afschrift van het rapport aan de betrokken instelling. Indien de rekenkamer een onderzoek heeft ingesteld bij een vennootschap als bedoeld in artikel 184, eerste lid, onderdeel c, zendt zij tevens een afschrift ter kennisneming van het rapport aan de colleges van de andere deelnemende gemeenten, de gedeputeerde staten van de deelnemende provincies of Onze Minister die het aangaat in het geval van deelneming van de Staat. 6. De rapporten en de verslagen van de rekenkamer zijn openbaar. Artikel 185a Het college zendt de raad jaarlijks een overzicht van de aan het college gedane voorstellenan de rekenkamer, vergezeld van zijn standpunt daaromtrent en van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven.

GEMEENTELIJKE REKENKAMER 2023

14

Bijlage 2 - Model Verordening gemeentelijke rekenkamer (nieuw model, maart 2023)

Besluit van de raad van de gemeente [naam gemeente] tot vaststelling van de Verordening gemeentelijke rekenkamer [naam gemeente en eventueel jaartal] (Verordening gemeentelijke rekenkamer [naam gemeente en eventueel jaartal]) De raad van de gemeente [naam gemeente]; gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op de artikelen 81k en 149 van de Gemeentewet; gezien het advies van de [naam raadscommissie]; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening gemeentelijke rekenkamer [naam gemeente en eventueel jaartal]

Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - college: college van burgemeester en wethouders; - rekenkamer: gemeentelijke rekenkamer als bedoeld in artikel 81a van de Gemeentewet[; - voorzitter: voorzitter van de rekenkamer]. Artikel 2. Rekenkamer 1. Er is een rekenkamer. [2. De rekenkamer bestaat uit één lid. De raad benoemt ook een plaatsvervangend lid.

OF 2. De rekenkamer bestaat uit [aantal] leden, waaronder een voorzitter.] [Artikel 3. Klankbordgroep 1. Er is een klankbordgroep voor de rekenkamer. 2. De klankbordgroep bestaat uit [aantal] leden. De raad kan daarnaast een [aantal] plaatsvervangers benoemen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen.] Artikel 4. Herbenoeming [Het lid van de rekenkamer kan OF De leden van de rekenkamer, waaronder de voorzitter, kunnen] maximaal [aantal] keer voor een periode van zes jaar worden herbenoemd. GEMEENTELIJKE REKENKAMER 2023

15

Artikel 5. Ambtelijke ondersteuning 1. De rekenkamer heeft een ambtelijk secretaris. 2. Burgemeester en wethouders wijzen de ambtelijk secretaris aan, alsmede ook een of meer plaatsvervangers, op voordracht van [het lid OF de voorzitter] van de rekenkamer.

Artikel 6. Budget [Het lid OF De voorzitter] van de rekenkamer is bevoegd binnen zijn budget uitgaven te doen voor de uitvoering van de werkzaamheden van de rekenkamer.

Artikel 7. Vergoeding

[1. [Het lid OF De leden] van de rekenkamer [ontvangt OF ontvangen] voor [zijn OF hun] werkzaamheden een vaste maandelijkse vergoeding. 2. De vergoeding bedraagt voor [het lid OF de voorzitter] [percentage] % [en voor gewone leden [percentage] %] van de vergoeding voor raadsleden. OF 1. [Het lid OF De leden] van de rekenkamer [ontvangt OF ontvangen] voor [zijn OF hun] werkzaamheden een vaste maandelijkse vergoeding. 2. De vergoeding bedraagt voor [het lid OF de voorzitter] € [bedrag] per maand [en voor gewone leden € [bedrag] per maand]. De vergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd met dezelfde indexering die geldt voor de vergoeding voor raadsleden. OF 1. [Het lid OF De leden] van de rekenkamer [ontvangt OF ontvangen] voor [zijn OF hun] werkzaamheden een vergoeding per vergadering. 2. De vergoeding bedraagt voor [het lid OF de voorzitter] € [bedrag] per vergadering [en voor gewone leden € [bedrag] per vergadering]. De vergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd met dezelfde indexering die geldt voor de vergoeding voor raadsleden.] [3. [Het lid OF de leden] van de rekenkamer [ontvangt OF ontvangen] daarnaast een vergoeding voor [zijn OF hun] reiskosten. Dit is maximaal de belastingvrije kilometervergoeding. Kosten van openbaar vervoer worden geheel vergoed. OF 3. De vergoedingen, genoemd in het tweede lid, zijn inclusief reis-, verblijf- en overige kosten.]

GEMEENTELIJKE REKENKAMER 2023

16

[Artikel 8. Monitoring aanbevelingen De griffie verstrekt de raad jaarlijks voor [datum] een overzicht van de aan de raad gedane voorstellen van de rekenkamer welke door de raad zijn overgenomen en door de raad zelf moeten worden uitgevoerd, vergezeld van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven.] Artikel 9. Slotbepalingen [1. Besluiten, genomen krachtens [citeertitel oude verordening], die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.] 2. De [citeertitel oude verordening] wordt ingetrokken. 3. Deze verordening treedt in werking op [datum]. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening gemeentelijke rekenkamer [naam gemeente en eventueel jaartal]. Aldus vastgesteld in de openbare raadvergadering van [datum]. De voorzitter, De griffier,

GEMEENTELIJKE REKENKAMER 2023

17

Toelichting Algemeen Deze modelverordening is een aanvulling op hetgeen in de Gemeentewet is opgenomen over de gemeentelijke rekenkamer. Zie de tekst van de Gemeentewet, zoals op 1 januari 2023 gewijzigd door de Wet versterking decentrale rekenkamers, hoofdstukken IVa (De rekenkamer) en XIa (De bevoegdheid van de rekenkamer). De raad moet een onafhankelijke rekenkamer instellen. Zie artikel 81a van de Gemeentewet. Deze verplichting geldt vanaf 1 januari 2023, met een overgangstermijn van een jaar, dus uiterlijk 1 januari 2024 moet de raad een rekenkamer hebben ingesteld. Daarnaast moet de raad op grond van artikel 81k van de Gemeentewet een verordening opstellen voor een vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de rekenkamer en een tegemoetkoming in hun kosten. Voorts mag de raad op grond van artikel 149 van de Gemeentewet aanvullende regels stellen in het belang van de gemeente en met inachtneming van de wet. De rekenkamer moet een reglement van orde voor haar werkzaamheden vaststellen (artikel 81i van de Gemeentewet). Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel 2. Rekenkamer In het eerste lid stelt de raad de rekenkamer in. Dit is een wettelijke verplichting (artikel 81a van de Gemeentewet). [Artikel 3.

Klankbordgroep Rekenkamers hebben in de praktijk soms behoefte om informatie in te winnen bij een afvaardiging van de raad. Voor vragen als wat leeft er binnen de raad en hoe is de organisatie van de raad geregeld. Ook bestaat soms behoefte om organisatorische wijzigingen binnen de rekenkamer of veranderingen in het rekenkamerbudget te bespreken. De raad kan een klankbordgroep (of andere benaming) instellen die fungeert als het aanspreekpunt voor de rekenkamer. Ook is het mogelijk een al ingesteld gremium, zoals een auditcommissie, als aanspreekpunt aan te wijzen. De raad kan zelf het aantal leden en de taken van de klankbordgroep bepalen, maar is niet verplicht een klankbordgroep in te stellen. Hij kan het bijvoorbeeld ook aan de rekenkamer overlaten.] Artikel 4 Herbenoeming De leden van de rekenkamer worden door de raad benoemd en kunnen door de raad ook worden herbenoemd (artikel 81c, eerste en vierde lid, van de Gemeentewet). De benoemingstermijn is wettelijk op zes jaar vastgesteld. Een te korte benoemingsperiode kan de onafhankelijkheid in gevaar brengen, omdat de vraag ‘word ik wel herbenoemd’ dan al te snel weer wordt gevoeld. Voordeel van deze termijn is ook dat over benoeming en herbenoeming in het gewone geval steeds door twee verschillend samengestelde raden wordt beslist.

Voorts draagt het feit dat benoeming plaatsvindt na overleg met de rekenkamer ertoe bij dat de leden primair op grond van deskundigheid worden benoemd (artikel 81c, vijfde lid). In de praktijk zal na verloop van tijd door tussentijds aftreden vanzelf de situatie ontstaan dat niet steeds de gehele

GEMEENTELIJKE REKENKAMER 2023

18

rekenkamer opnieuw moet worden benoemd. Dit komt de continuïteit en de onafhankelijkheid van de rekenkamer ten goede. Zie Kamerstukken 27 751, nr. 3, p. 68. Artikel 5. Ambtelijke ondersteuning In de Gemeentewet is geregeld dat burgemeester en wethouders op voordracht van de voorzitter of het enige lid van de rekenkamer besluit tot het aangaan van arbeidsovereenkomsten met zoveel ambtenaren van de rekenkamer als nodig zijn voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden (artikel 81j, tweede lid). De ambtenaren die werkzaamheden verrichten voor de rekenkamer, verrichten niet tevens werkzaamheden voor een ander orgaan van de gemeente, met uitzondering van de op de griffie werkzame ambtenaren (artikel 81j, derde lid). Dit betekent dat griffiemedewerkers deels voor de griffie en deels voor de rekenkamer kunnen werken. Vanwege de onafhankelijke positie van de rekenkamer zijn de ambtenaren, inclusief dus de griffiemedewerkers, voor werkzaamheden voor de rekenkamer uitsluitend verantwoording schuldig aan de rekenkamer (artikel 81j, vierde lid). Dit artikel voorziet in het benoemen van een secretaris en plaatsvervangend secretaris(sen) voor de rekenkamer. Artikel 6. Budget De raad moet de rekenkamer de nodige middelen ter beschikking stellen voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden (artikel 81j van de Gemeentewet).

Dit omvat de totale kosten van de rekenkamer en alle overige kosten voor de uitvoering van de taken. Artikel 7. Vergoeding De leden van de rekenkamer ontvangen een bij verordening van de raad vastgestelde vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten (artikel 81k van de Gemeentewet). [Artikel 8. Monitoring aanbevelingen Volgens artikel 185a van de Gemeentewet moet het college jaarlijks aan de raad een overzicht sturen van de aan het college gedane voorstellen van de rekenkamer, vergezeld van zijn standpunt daaromtrent en van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven. Niet alle voorstellen, of meestal aanbevelingen genoemd, zijn voor wat betreft de uitvoering de verantwoordelijkheid van het college. Er zijn ook aanbevelingen die de raad zelf moet uitvoeren. Om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de status van alle aanbevelingen uit de rekenkamerrapporten, kan de raad ervoor kiezen om de griffie jaarlijks ook een overzicht op te laten stellen met de status van de aanbevelingen die aan de raad zijn gericht, door de raad zijn overgenomen en door de raad zelf moeten worden uitgevoerd. Dit kan de raad helpen om een overzicht te behouden van de overgenomen aanbevelingen en de status hiervan.] [Artikel 9.

Slotbepalingen Het eerste lid is facultatief, omdat dit alleen voor gemeenten geldt die voor de inwerkingtreding van de Wet versterking decentrale rekenkamers al een rekenkamer hadden. En dus niet voor rekenkamercommissies, daarvoor is geen overgangsrecht mogelijk omdat vanaf 1 januari 2023 de wettelijke plicht geldt om een onafhankelijke rekenkamer in te stellen. Het eerste lid zorgt ervoor dat besluiten genomen vóór de inwerkingtreding van de Wet versterking decentrale rekenkamers hun rechtskracht behouden als de constructie van GEMEENTELIJKE REKENKAMER 2023

19

rekenkamers wijzigt als gevolg van deze wet. Voorbeelden van dergelijke besluiten zijn het raadsbesluit tot instellen van de rekenkamer en besluiten tot benoeming en herbenoeming van [het lid OF de leden of voorzitter] van de rekenkamer. Deze bepaling voorkomt daarmee dat bestaande rekenkamers opnieuw moeten worden ingesteld en dat daarmee de zittingstermijnen van de zittende leden weer bij nul beginnen terwijl wellicht de gemeente een maximum aantal zittingstermijnen heeft.]

GEMEENTELIJKE REKENKAMER 2023

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14098274/1