Agendapunt 09. Toelichting met bijlagen ontwerp
Tekst van het document
Vuistregel 1. Deze is niet van toepassing. Uit de Regeling Basisnet blijkt uit bijlage II Tabel Basisnet Spoor kolom 10 dat er geen vervoer plaats vindt in de categorie B3( zeer toxisch gas, zoals chloor) Vuistregel 2. Vanuit de transporten met de categorieën A( brandbaar gas), B2 (toxisch gas) en D4( zeer toxische vloeistof) zou toetsing aan de orde zijn bij een bebouwingsdichtheid van meer dan 200 personen per ha. Deze bebouwingsdichtheid is in het buitengebied van Goes niet aan de orde. Vuistregel 2 is dus ook niet van toepassing Vuistregel 3. Bij 2-zijdige bebouwing ( tabel 1-20) is er een overschrijding van de oriëntatiewaarde bij een dichtheid van 10 personen/ha en een afstand van 20 m tot de as van het baanvak bij een transport van meer dan 31200( 10 x 3120) ketelwagons per jaar. Dat aantal wordt niet gerealiseerd. Uit de Regeling basisnet bijlage II Tabel Basisnet Spoor kolom 8 blijkt dat het 10. 300 ketelwagons categorie A( brandbaar gas ) betreft. Uit de laatste registratiegegevens van Prorail blijkt dat er in 2018 12.800 wagons zijn waargenomen.
3
Bron: HART 11 januari 2017 versie 1.2
De bebouwingsdichtheid rondom de spoorlijn is lager dan 10 personen/ha. Dit blijkt uit een analyse van de EV Signaleringskaart en Ruimtelijke plannen.nl
Situatie Lewedorp. De dichtstbijzijnde woningen ( 4 stuks) staan op ruim 20 m
4
Situatie Wissekerke . Aan de zuidkant van het spoor twee woningen op een afstand van 9, maar met een zeer lage dichtheid. Minder dan 10 personen/ha
Situatie Oostmolenweg Kloetinge. Vier woningen in lintbebouwing ten zuiden van spoor op 18 m afstand. Lage dichtheid. Minder dan 10 personen per ha.
Bovenstaande situaties zijn de gevallen met de relatief hoogste bebouwingsdichtheid in nabijheid van de spoorlijn in het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Goes.
5.0 Snelweg A 58 Vlissingen- Bergen op Zoom De situatie van het plangebied gelegen ten noorden van de A58 tussen de grens met de gemeente Middelburg en de afslag N62 beschouwen we conservatief door uit te gaan van tweezijdige bebouwing. Dit geldt voor een zone van 200 m aan weerszijden van de transportas. Vaststellen oriëntatiewaarde (GR) Vuistregel 1: Wanneer de vervoersstroom gevaarlijke stoffen in tankwagens (bulkvervoer) stoffen bevat uit de categorieën LT3( toxische vloeistof), GT4 ( toxisch gas) of GT5( toxisch gas, ongeacht de aantallen) pas dan RBM II toe. Vuistregel 2: Wanneer GF3( brandbaar gas) minder is dan 10 maal de drempelwaarde in tabel 1-4 ( eenzijdige bebouwing) of 10 maal de drempelwaarde in tabel 1-5( tweezijdige bebouwing) wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden.
5
Vuistregel 1 is niet van toepassing. Uit de Regeling Basisnet blijkt uit bijlage I tabel basisnet Weg voor wegvak Ze 49 A58 dat er met een aantal van 500 tankauto’s GF3 gerekend moet worden. Voor het wegvak Ze9 A58 moet er met een aantal van 4000 tankauto’s gerekend worden Vuistregel 2 is van toepassing. Uitgaande van 500 , resp. 4000 tankauto’s is er geen sprake van overschrijding van de oriëntatiewaarde. Vanaf een dichtheid van 80 personen/ha is hier pas sprake van bij 500 tankauto’s en voor een dichtheid van 30 personen/ha bij 4220 tankauto’s. Zie tabel 1-5
Bron: HART 11 januari 2017 versie 1.2
De bebouwingsdichtheid rondom de snelweg A 58 is lager dan 10 personen/ha. Dit blijkt uit een analyse van de EV Signaleringskaart en Ruimtelijke plannen.nl
Situatie de Groe, aan de ’s Gravenpolderseweg in Goes. 8 woningen binnen de 200 m zone, maar ook hier een lage dichtheid van minder dan 20 personen/ha.
6
6.0 Provinciale weg A 256 Goes- Zierikzee Dit tracé is onderdeel van het routeringsstelsel van vervoer gevaarlijke stoffen. Artikel 7 van het Bevt is hierop van toepassing. In 2016 hebben er tellingen van het transport gevaarlijke stoffen plaats gevonden. Dit leverde het volgende resultaat op: Deltaweg N 256 2016 stofcategorie LF1
1227
LF2
704
GF2
0
GF3
393
LT1
0
LT2
172
LT3
0
GT3
0
Bron: Telgevens Connectionsystem i.o.v. RUD Zeeland
6.1 Toetsing Plaatsgebonden risico Pr 10-6 De situatie van het plangebied in de omgeving van de N 256 is afwijkend ten opzichte van de plangebieden rondom de basisnetroutes. Voor de basisnetroutes zijn de PR 10-6 contouren bekend. Deze zijn als risicoplafonds opgenomen in de regeling basisnet. Aangezien de N 256 geen basisnetroute is, moet het PR 10-6 bepaald worden. Ook dit kan op basis van de vuistregels in het eerder genoemde HART. In het HART wordt voor wegen onderscheid gemaakt in autosnelwegen, wegen buiten de bebouwde kom en wegen binnen de bebouwde kom. De N 256 is een weg buiten de bebouwde kom, waarvoor een maximum snelheid van 80 km/u geldt. Uit het HART zijn de volgende vuistregels ontleend.
Vuistregel 1 heeft verder geen consequenties 7
Vuistregel 2 geeft aan dat er geen PR 10-6 aanwezig is, immers het aantal GF3 transporten bedraagt 393 tankauto’s per jaar. Vuistregel 3 is niet van toepassing
Uit bovenstaande blijkt dat er voor het tracé N 256 geen Pr 10-6 is.
6.2 Toetsing Oriëntatiewaarde (GR) Uit het HART zijn de volgende vuistregels ontleend.
Vuistregel 1, voor zowel de toetsing aan de oriëntatiewaarde als 10% van de oriëntatiewaarde is deze vuistregel niet van toepassing. De stofcategorieën LT3, GT4 en GT5 worden niet vervoerd over dit tracé. RBM II hoeft niet toegepast te worden. Vuistregel 2 , voor zowel de toetsing aan de oriëntatiewaarde als 10% van de oriëntatiewaarde is deze vuistregel van toepassing. Stofcategorie GF3 is minder dan de drempelwaarde in zowel tabel 16 als tabel 1-7
8
In het plangebied in de omgeving van de N 256 zijn geen dichtheden groter dan 10 personen/ha en daarnaast zijn de aantallen dusdanig laag( 393 tankauto’s) dat er geen nadere beschouwing van het groepsrisico vereist is.
7.0 Conclusie Uit dit onderzoek blijkt dat bij de actualisatie van het bestemmingsplan Buitengebied Goes er geen nadere berekening van het groepsrisico en het plaatsgebonden risico voor de gebieden in de omgeving van de spoorlijn Vlissingen Oost – Bergen op Zoom, de autosnelweg A 58 en de provinciale weg N 256 uitgevoerd hoeft te worden.
.
9
Bijlage 2 Kwantitatieve risicoanalyse bestemmingsplan Buitengebied Goes
Kwantitatieve Risicoanalyse GR Berekening Gasunieleidingen Z 56705, Z567-12 en Z 567-23 Gemeente Goes Door: A.J. Lindenbergh RUD Zeeland 26 mei 2021
Samenvatting Ten behoeve van het bestemmingsplan Buitengebied Goes is een berekening gemaakt van het groepsrisico van een aardgastransportleiding van Gasunie gelegen ten zuiden van Goes Uit de berekening is gebleken dat er geen (kwetsbare) objecten zijn gelegen binnen het plaatsgebonden risico , PR 10-6 . Verder is er vanwege de geringe populatie geen groepsrisico.
Pagina 2 van 18
Inhoud Samenvatting ............................................................................................................. 2
1. 1 Inleiding ...................................................................................................... 4 2. 2 Invoergegevens ............................................................................................ 6 2.1 Interessegebied ................................................................................................ 6 2.2 Relevante leidingen ........................................................................................... 6 2.3 Populatie.......................................................................................................... 7
3. 3 Plaatsgebonden risico .................................................................................... 9 3.1 Figuur 3.4 Plaatsgebonden risico voor 7290_leiding-Z-567-05-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................. 9 3.2 Figuur 3.5 Plaatsgebonden risico voor 7290_leiding-Z-567-12-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 10 3.3 Figuur 3.6 Plaatsgebonden risico voor 7290_leiding-Z-567-23-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 10
4. 4 Groepsrisico screening ................................................................................. 12 4.1 Figuur 4.4 Groepsrisico screening voor 7290_leiding-Z-567-05-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 12 4.2 Figuur 4.5 Groepsrisico screening voor 7290_leiding-Z-567-12-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 13 4.3 Figuur 4.6 Groepsrisico screening voor 7290_leiding-Z-567-23-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 14
5. 5 FN curves ................................................................................................... 15 5.1 Figuur 5.4 FN curve voor 7290_leiding-Z-567-05-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1430.00 en stationing 2430.00 ................ 15 5.2 Figuur 5.5 FN curve voor 7290_leiding-Z-567-12-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 1000.00 ..................... 15 5.3 Figuur 5.6 FN curve voor 7290_leiding-Z-567-23-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1550.00 en stationing 2550.00 ................ 16
6. 6 Conclusies .................................................................................................. 17 7. 7 Referenties................................................................................................. 18
Pagina 3 van 18
1 Inleiding In deze rapportage worden de gebruikte invoergegevens en de door CAROLA gegenereerde resultaten weergegeven. Deze gegevens vormen de basis voor een QRA-rapportage. Naast deze basisinvoergegevens en –resultaten wordt in de Handleiding Risicoberekeningen BevB aangegeven welke elementen ook in de QRA beschreven moeten worden. In onderstaand overzicht worden welke elementen beschreven moeten worden en of deze door CAROLA worden aangeleverd. Indien de elementen niet door CAROLA worden gegenereerd, moeten ze door de opsteller van de QRA-rapportage worden ingevuld. Het meest recente overzicht van de te beschrijven elementen wordt gegeven in de van kracht zijnde versie van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb. In CAROLA berekeningen wordt gebruik gemaakt van de parameters conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Achtergrondinformatie over de berekeningen kan worden gevonden in [2, 3, 4, 5].
Pagina 4 van 18
Overzicht van de elementen die in een QRA gerapporteerd moeten worden. Onderwerp
1
2
3
Algemene rapportgegevens Administratieve gegevens: naam en adres van de leidingexploitant(en) (volgens Bevb) naam en adres van de opsteller van de QRA Reden opstellen QRA Gevolgde methodiek rekenpakket met versienummer parameterbestand met versienummer Peildatum QRA datum van de berekening datum van aanmaak van de buisleidinggegevens Algemene beschrijving van de buisleiding(en) Gegevens buisleiding naam buisleiding diameter druk eventuele mitigerende maatregelen Ligging van de leiding, aan de hand van kaart(en) op schaal. leiding noordpijl en schaalindicatie Beschrijving omgeving Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties
Vertrouwelijk/
Aangeleverd
Openbaar
door CAROLA
Openbaar
Deels
Openbaar Openbaar
Nee Nee Ja
Openbaar Ja Nee Openbaar Ja Ja Ja Ja Openbaar Ja Ja Openbaar Ja indien ingevoerd
bestemmingsplannen al dan niet gedeeltelijk binnen de PR 10-6-contour en het invloedsgebied Actuele topografische kaart
4
Een beschrijving van de bevolking rond de buisleiding, onder opgave van de wijze waarop deze beschrijving tot stand is gekomen (o.a. incidentele bebouwing, lintbebouwing) Mogelijke gevaren van buiten de buisleiding die op de buisleiding effect kunnen hebben (risicoverhogende objecten, buurbedrijven/ activiteiten, vliegroutes, windturbines) Gebruikt weerstation Beschrijving per leiding van mogelijke risico’s voor de omgeving Samenvattend overzicht van de resultaten van de QRA, waarin tenminste is opgenomen: Kaart met het berekende plaatsgebonden risico, met contouren voor 10-4, 10-5, 10-6, 10-7 en 10-8 (indien aanwezig) FN-curve, voor zowel huidige als toekomstige situatie, met het groepsrisico voor de kilometer buisleiding met de grootste overschrijding van de oriënterende waarde. Op de horizontale as van de grafiek met de FN-curve wordt het aantal dodelijke slachtoffers uitgezet, op de verticale as de cumulatieve kans tot 10-9 per jaar FN-datapunt waarbij de maximale overschrijding van de oriëntatiewaarde optreedt, inclusief de factor van de overschrijding Grafiek met de screening van het groepsrisico Beschrijving of er kwetsbare bestemmingen en/of beperkt kwetsbare bestemmingen binnen de PR contour van 10 -6 per jaar zijn Voorgestelde preventieve en repressieve maatregelen die in de QRA zijn meegenomen
Openbaar Openbaar
Ja indien ingevoerd Nee
Openbaar
Nee
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar Openbaar
Ja Nee
Openbaar
Ja
Pagina 5 van 18
2 Invoergegevens De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. De berekeningen zijn uitgevoerd op 25-05-2021. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Vlissingen. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter.
2.1 Interessegebied Het interessegebied is weergegeven in figuur 2.1 Figuur 2.1 Interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekeningen
2.2 Relevante leidingen Op basis van het gespecificeerde interessegebied zijn de volgende aardgastransportleidingen meegenomen. Eigenaar
Leidingnaam
Diameter [mm]
Druk [bar]
Datum aanleveren gegevens
N.V. Nederlandse
7290_leidingZ-567-05-
Gasunie
deel-1
N.V. Nederlandse
7290_leidingZ-567-12-
Gasunie
deel-1
N.V. Nederlandse
7290_leidingZ-567-23-
Gasunie
deel-1
168.30
40.00
23-04-2021
114.30
40.00
23-04-2021
219.10
40.00
23-04-2021
Pagina 6 van 18
De exploitant specifieke factoren voor casuïstiek (cluster 1b), actief rappel (cluster 1C) en mitigerende maatregelen corrosie staan beschreven in Tabel 11 van Module B van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. De leidingen zijn gevisualiseerd in figuur 2.2. Figuur 2.2 Buisleidingen aanwezig in de omgeving van het interessegebied
Leidingen meegenomen in de risicoberekeningen Leidingen waarvoor de houdbaarheidsdatum van de gegevens verstreken is Voor de in bovenstaande tabel opgenomen leidingen zijn geen risico mitigerende maatregelen verdisconteerd in de bijbehorende risicoberekeningen. 2.3 Populatie De ingevoerde populatie is weergegeven in figuur 2.3 Figuur 2.3 Bevolking meegenomen in de risicoberekeningen
Pagina 7 van 18
Populatietype
Polygoonpunten
Populatiepolygoon
Wonen Werken Evenement
Populatiebestanden Pad
Type
Aant al
..\..\..\..\Carola
Werken
968
Werken
8
Werken
94
Percentage Personen
berekeningen\Goes\Abbekinderen\bijeen_sport_cel_zkh-dag100nacht80.txt ..\..\..\..\Carola berekeningen\Goes\Abbekinderen\industriedag100-nacht30.txt ..\..\..\..\Carola berekeningen\Goes\Abbekinderen\kantoor_kliniek_onderwijs_wink el-dag100-nacht0.txt ..\..\..\..\Carola berekeningen\Goes\Abbekinderen\wonend_vakantiehuis-
Wonen
30
dag50-nacht100.txt
Pagina 8 van 18
3 Plaatsgebonden risico Voor de in voorgaande hoofdstuk genoemde leidingen is het plaatsgebonden risico bepaald. Voor elk van de leidingen wordt het plaatsgebonden risico weergegeven als iso-risicocontouren op een achtergrondkaart.
3.1 Figuur 3.4 Plaatsgebonden risico voor 7290_leiding-Z-567-05-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 9 van 18
3.2 Figuur 3.5 Plaatsgebonden risico voor 7290_leiding-Z-567-12-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
3.3 Figuur 3.6 Plaatsgebonden risico voor 7290_leiding-Z-567-23-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 10 van 18
1E-4 1E-5 1E-6 1E-7 1E-8
Pagina 11 van 18
4 Groepsrisico screening Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor elk van de leidingen wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FNcurve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden.
4.1 Figuur 4.4 Groepsrisico screening voor 7290_leiding-Z-567-05-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 0 slachtoffers en een frequentie van 0.00E+000. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.000E+000 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 1430.00 en stationing 2430.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.4 Figuur 4.4 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 7290_leiding-Z-567-05-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 12 van 18
4.2 Figuur 4.5 Groepsrisico screening voor 7290_leiding-Z-567-12-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 0 slachtoffers en een frequentie van 0.00E+000. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.000E+000 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 0.00 en stationing 1000.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.5 Figuur 4.5 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 7290_leiding-Z-567-12-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 13 van 18
4.3 Figuur 4.6 Groepsrisico screening voor 7290_leiding-Z-567-23-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 0 slachtoffers en een frequentie van 0.00E+000. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.000E+000 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 1550.00 en stationing 2550.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.6 Figuur 4.6 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 7290_leiding-Z-567-23-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 14 van 18