Agendapunt 09. Leerlingenprognose IKC Kloetinge (nagekomen)
Tekst van het document
2020/2021 2040/2041
Albero (41582) IKC Kloetinge (13OS) Zomerweg 2 4481 CB KLOETINGE juni 2021
Auke Vlonk E. avlonk@verus.nl T. 0348-744444
Contact Postbus 381, 3440 AJ Woerden Korenmolenlaan 2, 3447 GG Woerden E info@verus.nl | www.verus.nl
Disclaimer © 2021 Verus – Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd, overgenomen, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar worden gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van Verus en bronvermelding. Dit rapport is met grote zorgvuldigheid samengesteld. Desondanks kan niet worden ingestaan voor mogelijke feitelijke onjuistheid en/of onvolledigheid van de opgenomen gegevens. Verus aanvaardt geen aansprakelijkheid, evenmin kunnen aan de inhoud van dit rapport rechten worden ontleend.
300 263
271
265
265
265
264
262
127
124
125
126
123
122
246 250
223 203
200
185 169
160
172
150
133
121 95
100
80
134
131
92 70
50
0
Ond erbou w
Tota al
NB: Voor een totaaloverzicht van het (verwachte) aantal leerlingen per schooljaar, zie bijlage 1, bladzijde 14.
schooljaar
prognose
2020/2021
2025/2026
2030/2031
2035/2036
2040/2041
Personele bekostiging regulier
€ 672.589
€ 913.103
€ 1.016.013
€ 996.673
€ 982.405
Personeels- en arbeidsmarktbeleid
€ 162.364
€ 206.115
€ 234.708
€ 229.943
€ 227.560
Materiële instandhouding
€ 140.187
€ 184.978
€ 204.677
€ 202.246
€ 201.204
Prestatiebox
€ 35.033
€ 47.865
€ 55.197
€ 53.975
€ 53.364
Totaal bovenstaand
€ 1.010.172
€ 1.352.060
€ 1.510.596
€ 1.482.836
€ 1.464.532
NB: De prognose van de bekostiging is indicatief en gaat uit van de landelijke gewogen gemiddelde leeftijd (GGL). De bekostigingsprognose is exclusief specifieke regelingen/subsidies. Voor een totaaloverzicht van de bekostigingsprognose per schooljaar, zie bijlage 2, bladzijde 14.
kalenderjaar
bruto vloeroppervlak m2 aantal groepen
prognose
2021
2026
2031
2036
2041
1065
1382
1563
1533
1518
7
10
11
11
11
NB: Voor een totaaloverzicht van de huisvestingsprognose per jaar, zie bijlage 3, bladzijde 14.
Adequate prognoses zijn belangrijk voor uw bedrijfsvoering. Zeker in een tijd waarin middelen steeds krapper worden en scholen te maken kunnen krijgen met lokale of regionale krimp, is het belangrijk om alert te zijn op de ontwikkeling van de leerlingaantallen. Maar ook (plotse) groei door een snelle bevolkingstoename of een veranderend belangstellingspercentage vragen om flexibiliteit en een groot reactievermogen. Bedrijfsvoering binnen onderwijsorganisaties is dan ook een uitdaging: het onderwijs moet van hoge kwaliteit zijn en blijven en ondertussen moet een school ook verantwoorden hoe overheidsgeld gebruikt wordt. Vooruitkijken helpt u onder meer bij de ontwikkeling van meerjarenbeleid op het terrein van financiën, personeel en huisvesting. Heeft u na het lezen van het rapport behoefte aan verdere toelichting, wilt u meer informatie of heeft u ondersteuning nodig van Verus? Neem dan vrijblijvend contact op: wij beschikken over gespecialiseerde kennis op het gebied van huisvesting, planning, bekostiging, financieel- en personeelsbeleid. Meer informatie over het thema bedrijfsvoering vindt u op onze website: https://www.verus.nl/themas/bedrijfsvoering
Deze prognose is opgesteld door: Auke Vlonk avlonk@verus.nl 0348-744444
Het voedingsgebied van de basisschool omvat: Kloetinge, Riethoek (Oostmolenpark), Mannee, Noordhoek (Noordoost), Oost en Zuid.
Bron: DUO en Verus Viewer
De woningvoorraad in het genoemde voedingsgebied ontwikkelt zich volgens de gemeente als volgt:
9000
137
12
2
2
2
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
8001
8138
8150
8152
8154
8156
8156
8156
8156
8156
8156
8156
8156
8156
8156
8000 7000
6000 5000 4000 3000 2000 1000
0 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 nieuwbouw tijdens jaar
voorraad op 1 januari
Een prognose van de omvang van de toekomstige basisgeneratie in het voedingsgebied is de eerste en essentiële stap bij het opstellen van een langetermijnprognose. De schatting van de basisgeneratie wordt gebaseerd op ontwikkelingen in de demografie (aantal kinderen, vrouwen en vruchtbaarheidscijfer) in combinatie met de verwachte woningbouw in het voedingsgebied. Op basis van de historische cijfers worden aannames gedaan voor de toekomst. De onderliggende cijfers en de aannames zijn terug te vinden in bijlagen 4 t/m 6 op bladzijden 15 t/m 17. De onderstaande figuur toont de historische ontwikkeling van de basisgeneratie (vier- tot en met elfjarigen plus 30% van de twaalfjarigen) en de onderbouwleeftijden (vier tot en met zeven jaar) in het voedingsgebied per 1 januari van het betreffende kalenderjaar. Daarnaast geeft het een prognose voor de komende twintig kalenderjaren (rekening houdend met eventuele woningbouw). Voor een totaaloverzicht (tabel) van het geschatte aantal kinderen per kalenderjaar, zie bijlage 6 op bladzijde 17. Ontwikkeling basisgeneratie en onderbouwleeftijden 160 0 140 0 120 0 1105
1130
1175
1235
1284
1303
1327
601
622
626
1332
1306
1275
1262
1262
1258
1253
615
598
592
599
594
583
100 0 800 600
485
535
570
565
628
400 200 0
4 t/m 7 jar igen
basisgene rati e
NB: De meest actuele demografische gegevens die beschikbaar zijn, hebben betrekking op uitgangsjaar 2020 (1 januari), de cijfers voor 2021 en verder betreffen een prognose. De historische aantallen zijn conform CBS-richtlijnen afgerond op veelvouden van vijf. In de daadwerkelijke analyses ten bate van de leerlingenprognose zijn wel de onafgeronde aantallen benut.
Door het historische aantal leerlingen per leeftijd(sgroep) op de school te verhouden tot het historische aantal kinderen in het voedingsgebied, kan per leeftijd(sgroep) in beeld gebracht worden hoeveel procent van de kinderen in het voedingsgebied naar de school in kwestie ging. Onderstaande tabel geeft het aantal leerlingen op school per leeftijd(scategorie) weer, per 1 oktober van het schooljaar. Historische ontwikkeling leerlingaantal per leeftijd(scategorie) op school, per 1 oktober van schooljaar leeftijd
2014/2015
2015/2016
2016/2017
2017/2018
2018/2019
2019/2020
2020/2021
4
14
13
21
14
16
17
28
5
33
14
15
21
14
20
19
6
18
31
12
15
23
17
24
7
30
17
32
13
17
24
21
8
16
30
18
33
13
18
25
9
27
16
28
18
34
10
19
10
23
28
15
26
18
30
10
11
23
23
25
15
24
16
26
12
1
0
3
3
1
4
0
4+5 jaar
47
27
36
35
30
37
47
4-7 jaar
95
75
80
63
70
78
92
totaal
185
172
169
158
160
156
172
De volgende tabel geeft het aantal kinderen in het voedingsgebied per leeftijd(scategorie) weer, per 1 januari van het betreffende kalenderjaar. De leerlingaantallen uit 2019/2020 (vorige tabel) dienen gerelateerd te worden aan het aantal kinderen per 1 januari 2020, de leerlingaantallen uit 2018/2019 aan 1 januari 2019 enzovoorts. Historische ontwikkeling aantal kinderen per leeftijdscategorie in voedingsgebied, per 1 januari feitelijk
prognose
leeftijd
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
4
120
140
135
140
145
130
142
5
125
125
150
140
145
150
136
6
135
130
125
160
145
145
153
7
115
140
140
130
165
140
151
8
115
120
140
145
135
165
146
9
150
125
125
150
145
140
176
10
140
155
125
130
155
155
145
11
150
145
155
135
135
165
163
12
150
155
155
155
135
145
169
4+5 jaar
250
260
280
280
290
280
278
4-7 jaar
500
535
550
570
595
565
582
basisgeneratie
1105
1130
1145
1175
1205
1235
1263
NB: De meest actuele demografische gegevens die beschikbaar zijn, hebben betrekking op uitgangsjaar 2020 (1 januari), de cijfers voor 2021 betreffen een prognose. De historische aantallen zijn conform CBS-richtlijnen afgerond op veelvouden van vijf. In de daadwerkelijke analyses ten bate van de leerlingenprognose zijn wel de onafgeronde aantallen benut.
Onderstaande tabel geeft de procentuele verhoudingen weer tussen het aantal leerlingen op school per leeftijdscategorie en het aantal kinderen in het voedingsgebied per leeftijdscategorie. De leerlingaantallen in de tabel hebben altijd betrekking op 1 oktober van het genoemde schooljaar, de demografische cijfers op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar. Ontwikkeling historische verhouding leerlingaantallen en aantal kinderen in voedingsgebied 2014/2015
2015/2016
2016/2017
2017/2018
2018/2019
2019/2020
2020/2021
4-jarigen o p scho o l
14
13
21
14
16
17
28
4-jarigen in vo edingsgebied
120
140
135
140
145
130
14 2
11,5 %
9 ,4 %
15 ,8 %
10 ,1%
11,0 %
13 ,0 %
19 ,7 %
P e rc e nt a ge 4 - ja rige n o p s c ho o l 4-5 jarigen o p scho o l
47
27
36
35
30
37
47
4-5 jarigen in vo edingsgebied
250
260
280
280
290
280
278 16 ,9 %
P e rc e nt a ge 4 - 5 ja rige n o p s c ho o l
18 ,9 %
10 ,3 %
12 ,8 %
12 ,5 %
10 ,3 %
13 ,3 %
4-7 jarigen o p scho o l (o nderbo uw)
95
75
80
63
70
78
92
4-7 jarigen in vo edingsgebied
500
535
550
570
595
565
582
19 ,0 %
14 ,1%
14 ,5 %
11,1%
11,7 %
13 ,8 %
15 ,8 %
185
172
169
158
160
156
172
P e rc e nt a ge 4 - 7 ja rige n o p s c ho o l to taalaantal leerlingen o p scho o l basisgeneratie (B G) in vo edingsgebied
1105
1130
1145
1175
1205
1235
12 6 3
P e rc e nt a ge le e rlinge n t .o .v . B G
16 ,8 %
15 ,2 %
14 ,8 %
13 ,5 %
13 ,3 %
12 ,6 %
13 ,6 %
NB: De meest actuele demografische gegevens die beschikbaar zijn, hebben betrekking op uitgangsjaar 2020 (1 januari), het aantal kinderen dat gerelateerd wordt aan het aantal leerlingen per 2020/2021 betreft derhalve een prognose. De historische aantallen zijn conform CBS-richtlijnen afgerond op veelvouden van vijf. In de daadwerkelijke analyses ten bate van de leerlingenprognose zijn wel de onafgeronde aantallen benut.
De getoonde verhoudingen (en de historische ontwikkeling in deze verhoudingen) vormen een belangrijke onderbouwing voor de aannames over de te hanteren deelnamepercentages voor de onderbouw en het schooltotaal richting de toekomst (zie volgende bladzijde). De combinatie van de geprognosticeerde deelnamepercentages met de geprognosticeerde aantallen kinderen in het voedingsgebied levert de uiteindelijke leerlingenprognose op.
Aan de hand van (de ontwikkeling in) de hiervoor genoemde verhoudingsgetallen, kunnen aannames worden gedaan over de toekomstige deelnamepercentages voor de onderbouw en het totaalaantal leerlingen van de school. Het geprognosticeerde deelnamepercentage voor de onderbouw geeft het geschatte aandeel weer van de toekomstige 4 tot en met 7-jarigen in het voedingsgebied dat onderwijs zal volgen op de school in kwestie. Het geprognosticeerde deelnamepercentage voor het schooltotaal geeft het geschatte aandeel weer van de toekomstige basisgeneratie in het voedingsgebied dat onderwijs zal volgen op de betreffende school. Aannames toekomstige deelnamepercentages (onderbouw en schooltotaal) t/m 2040/2041 2021/2022
2022/2023
2023/2024
2024/2025
2025/2026
2026/2027
2027/2028
de e lna m e pe rc e nt a ge o nde rbo uw
19 ,3 %
2 0 ,1%
2 1,0 %
2 1,0 %
2 1,0 %
2 1,0 %
2 1,0 %
de e lna m e pe rc e nt a ge s c ho o lt o t a a l
14 ,9 %
15 ,6 %
16 ,3 %
17 ,0 %
17 ,7 %
18 ,4 %
19 ,1%
2028/2029
2029/2030
2030/2031
2031/2032
2032/2033
2033/2034
2034/2035
de e lna m e pe rc e nt a ge o nde rbo uw
2 1,0 %
2 1,0 %
2 1,0 %
2 1,0 %
2 1,0 %
2 1,0 %
2 1,0 %
de e lna m e pe rc e nt a ge s c ho o lt o t a a l
19 ,8 %
2 0 ,4 %
2 1,0 %
2 1,0 %
2 1,0 %
2 1,0 %
2 1,0 %
2035/2036
2036/2037
2037/2038
2038/2039
2039/2040
2040/2041
de e lna m e pe rc e nt a ge o nde rbo uw
2 1,0 %
2 1,0 %
2 1,0 %
2 1,0 %
2 1,0 %
2 1,0 %
de e lna m e pe rc e nt a ge s c ho o lt o t a a l
2 1,0 %
2 1,0 %
2 1,0 %
2 1,0 %
2 1,0 %
2 1,0 %
Wanneer de geprognosticeerde deelnamepercentages (onderbouw en schooltotaal) worden gecombineerd met de geprognosticeerde aantallen kinderen in het voedingsgebied (onderbouwleeftijden en basisgeneratie), levert dit onderstaande figuur op. Deze figuur toont de historische en geprognosticeerde leerlingaantallen tot en met 2040/2041 (onderbouw en schooltotaal). Voor een totaaloverzicht (tabel) van de (verwachte) leerlingaantallen per schooljaar, zie bijlage 1 op bladzijde 14. In het volgende hoofdstuk worden op basis van deze aantallen de verwachte bekostiging en ruimtebehoefte doorgerekend. Historische leerlingaantallen (onderbouw en totaal) en prognose tot en met 2040/2041 300 263
271
265
265
265
264
262
127
124
125
126
123
122
246 250
223 203
200
185 169
160
172
150
121 95
100
80
133
134
131
92 70
50
0
Ond erbou w
Tota al
Op basis van de verwachte leerlingaantallen voor komende jaren, de huidige achterstandsscore van de school en de actuele bekostigingsparameters, volgt de onderstaande prognose van de rijksbekostiging voor de school in kwestie. Aangezien het onderwijs vele specifieke en aanvullende regelingen kent, betreft het een globale, richtinggevende prognose. Voor een totaaloverzicht van de bekostigingsprognose per schooljaar, zie zie bijlage 2, bladzijde 14. schooljaar
prognose
2020/2021
2025/2026
2030/2031
2035/2036
2040/2041
Personele bekostiging regulier
€ 672.589
€ 913.103
€ 1.016.013
€ 996.673
€ 982.405
Personeels- en arbeidsmarktbeleid
€ 162.364
€ 206.115
€ 234.708
€ 229.943
€ 227.560
Materiële instandhouding
€ 140.187
€ 184.978
€ 204.677
€ 202.246
€ 201.204
Prestatiebox
€ 35.033
€ 47.865
€ 55.197
€ 53.975
€ 53.364
Totaal bovenstaand € 1.010.172 € 1.352.060 € 1.510.596 € 1.482.836 € 1.464.532 NB: De prognose van de bekostiging is indicatief en gaat uit van de landelijke gewogen gemiddelde leeftijd (GGL). De bekostiginsprognose is exclusief specifieke regelingen/subsidies. Voor een totaaloverzicht van de bekostigingsprognose per schooljaar, zie bijlage 2, bladzijde 14.
De ruimtebehoefte wordt bepaald volgens de normberekening zoals vastgelegd in de modelverordening onderwijshuisvesting van de VNG. Het aantal leerlingen bepaalt het (jaarlijkse) bruto vloeroppervlak. Als de school een vergoeding ontvangt op grond van de achterstandsscore, wordt een toeslag voor de ruimtebehoefte toegekend. Onderstaande tabel is het resultaat van het leerlingaantal en de eventuele achterstandsscore. Voor een totaaloverzicht van de huisvestingsprognose per jaar, zie bijlage 3, bladzijde 14. kalenderjaar
bruto vloeroppervlak m2
prognose
2021
2026
2031
2036
2041
1065
1382
1563
1533
1518
Sommige gemeenten kennen in hun verordening onderwijshuisvesting een afwijkende ruimtebepaling dan genoemd in de modelverordening van de VNG. In dat geval wordt de ruimtebehoefte uitgedrukt in het aantal groepen. Onderstaande tabel geeft de ruimtebehoefte weer in groepen (voor blijvend gebruik van een bestemde voorziening). Voor een totaaloverzicht van de huisvestingsprognose per jaar, zie bijlage 3, bladzijde 14. kalenderjaar
aantal groepen
prognose
2021
2026
2031
2036
2041
7
10
11
11
11
Het opstellen van een leerlingenprognose gebeurt in een aantal stappen. Allereerst moet worden bepaald waar de leerlingen van de school vandaan komen. Het gebied waar ten minste 70% van de leerlingen uit afkomstig zijn, wordt het voedingsgebied genoemd. Vervolgens wordt op basis van de bevolkingsgegevens van het voedingsgebied een prognose gemaakt van de basisgeneratie (het totaalaantal kinderen van 4 t/m 11 jaar en 30% van de 12-jarigen in het voedingsgebied). De geprognosticeerde basisgeneratie vormt het demografische potentieel voor scholen in het voedingsgebied. Vervolgens wordt het toekomstig aantal leerlingen van een school geschat aan de hand een historisch verantwoord (deelname)percentage van de basisgeneratie en van het aantal kinderen in de onderbouwleeftijden.
Het voedingsgebied van een school is het gebied waar de leerlingen van die school grotendeels vandaan komen (minstens 70%). Het voedingsgebied vormt de basis van de rest van de prognose, een goede bepaling van het voedingsgebied is daarom erg belangrijk. Een voedingsgebied kan bestaan uit een reeds bestaand gebied, een toekomstig nieuwbouwgebied of een combinatie van deze twee. Hoewel het voedingsgebied van een school niet altijd synchroon loopt met de wijk- en buurtindeling van de gemeente, zal bij de bepaling van het voedingsgebied toch zoveel mogelijk aangesloten moeten worden gezocht bij de gemeentelijke wijk- en buurtindeling, omdat alleen voor deze gebieden de benodigde gegevens kunnen worden verstrekt.
Het prognosemodel heeft als hoofdtaak om de basisgeneratie (het totaalaantal kinderen van 4 t/m 11 jaar en 30% van de 12-jarigen in het voedingsgebied: ruwweg de leeftijdsopbouw van basisschoolleerlingen) in het voedingsgebied van de school te prognosticeren. Bij een langetermijnprognose wordt de zogenaamde ‘cohortmethode’ gebruikt voor bestaande gebieden (eventueel met uitbreiding door woningbouw) en de ‘woningvoorraadmethode’ voor nog niet bestaande, volledige nieuwe (voedings)gebieden door grootschalige nieuwbouw. Cohortmethode De cohortmethode komt in de basis neer op het ‘doorschuiven’ van leeftijdscohorten over de tijd. Eerst wordt een historische analyse gemaakt van de ontwikkeling van de bevolking en de woningvoorraad in de afgelopen jaren in het voedingsgebied (de analyseperiode). Voor de historische analyse zijn de volgende gegevens nodig: het aantal geboorten naar leeftijd van de moeder in 5-jaarscohorten, het aantal vrouwen van 0 t/m 49 jaar in 1-jaarscohorten, het aantal kinderen van 0 t/m 12 jaar in 1jaarscohorten en het aantal woningen. In de analyse wordt de omvang van de cohorten vrouwen en kinderen in jaar t vergeleken met de omvang van de cohorten in jaar t + 1. De analyses worden uitgedrukt in zogenaamde ‘mutatiefactoren’.
Als voorbeeld: Een cohort van 100 0-jarige kinderen in 2017 en 103 1-jarige kinderen in 2018 levert voor dat leeftijdscohort kinderen een mutatiefactor op van 103/100 = 1,03. Een cohort van 250 20-jarige vrouwen in 2017 en 255 21-jarige vrouwen in 2018 levert voor dat leeftijdscohort vrouwen een mutatiefactor op van 255/200 = 1,02.
Op deze manier ontstaan voor het aantal kinderen en het aantal vrouwen per leeftijdscohort en per kalenderjaar reeksen van mutatiefactoren die de ontwikkeling van de bevolking in de analyseperiode laten zien. Vervolgens worden deze mutatiefactoren vergeleken met de ontwikkeling van de woningvoorraad in dezelfde periode. In het voornoemde voorbeeld zou de woningvoorraad in het jaar 2018 toegenomen kunnen zijn van 400 naar 420, hetgeen een mutatiefactor woningvoorraad van 420/400 = 1,05 oplevert. De ‘gecorrigeerde mutatiefactor kinderen’ bedraagt dan 1,03/1,05 = 0,98. Hieruit kan de conclusie worden getrokken dat de woningvoorraad sterker is gegroeid dan het cohort van de 0-jarigen en dat bij een geringere groei van de woningvoorraad vermoedelijk een negatief migratiesaldo had ontstaan voor dit cohort. Op een vergelijkbare manier kan voor elk leeftijdscohort kinderen c.q. vrouwen en elk kalenderjaar een feitelijke en een gecorrigeerde mutatiefactor worden berekend, waardoor duidelijk wordt wat er werkelijk is gebeurd in de analyseperiode (mutatie in aantal kinderen c.q. vrouwen in het cohort) en wat er (rekenkundig) naar verwachting zou zijn gebeurd wanneer er geen wijziging in de woningvoorraad had plaatsgevonden.
Met de analysegegevens uit het verleden en de toename van de woningvoorraad in de prognoseperiode kan vervolgens een prognose worden gemaakt van het aantal kinderen van 0 t/m 12 jaar door middel van een cohortsgewijze doorschuiving op basis van de mutatiefactoren (bijvoorbeeld op basis van het gemiddelde over de afgelopen vijf jaar). Deze methodiek maakt het mogelijk om gevolgen van de toe- of afname van de woningvoorraad in de prognoseperiode tot uitdrukking te brengen. Naast de doorschuiving van de cohorten, speelt het leeftijdsspecifiek vruchtbaarheidscijfer (LVC) een belangrijke rol in de prognose van de basisgeneratie. Immers kunnen zonder een geboorteprognose de huidige leeftijdscohorten doorgeschoven worden, maar is het ook noodzakelijk om het toekomstig aantal geboortes te bepalen, om deze geboortecohorten vervolgens weer ‘door te kunnen schuiven’. Per historisch kalenderjaar wordt voor het voedingsgebied in kaart gebracht hoeveel geboortes er zijn geweest en in welke leeftijdscategorie de moeder toen zat. Vervolgens kan dit aantal afgezet worden tegenover het totaalaantal vrouwen in het gebied per leeftijdscategorie. Door meerdere historische kalenderjaren te analyseren kan de ontwikkeling in het vruchtbaarheidscijfer waargenomen worden en kan deze informatie benut worden voor de prognose van het toekomstig aantal geboorten.
Woningvoorraadmethode De woningvoorraadmethode wordt gebruikt wanneer er onvoldoende (historische) gegevens beschikbaar zijn om de cohortmethode toe te passen. Dit zal met name het geval zijn in een nog te bouwen nieuwbouwwijk of een nieuwbouwwijk die nog grotendeels in ontwikkeling is. In zo’n situatie is alleen bekend wat (bij benadering) de omvang van de wijk zal zijn, welk bouwtempo zal worden gehanteerd en wat de samenstelling van de woningvoorraad zal zijn. Op basis van kengetallen die zijn afgeleid van de ontwikkeling in bestaande nieuwbouwwijken wordt een prognose gemaakt van de ontwikkeling van de basisgeneratie. Die kengetallen vormen de zogenaamde ‘referentielijn’. Deze lijn kan worden gecorrigeerd op basis van een aantal kenmerken. Die kenmerken zijn: een afwijkend percentage eengezinswoningen (minder dan 55% is een correctie naar beneden en meer dan 70% is een correctie naar boven) en de hoogte van het algemeen vruchtbaarheidscijfer (AVC) van de gemeente waarin de nieuwbouwwijk wordt gerealiseerd. Een gemeente met een hoog gestandaardiseerd AVC zal naar verwachting ook een hogere basisgeneratie in de nieuwbouwwijk hebben.
Nadat in de vorige stap de geprognosticeerde omvang van de basisgeneratie en de specifieke leeftijdscohorten in kaart is gebracht, kan de ontwikkeling van het leerlingaantal voor de individuele basisschool worden geprognosticeerd. Binnen een langetermijnprognose wordt het leerlingaantal gerelateerd aan de ontwikkeling van de basisgeneratie en de onderbouwleeftijden in het voedingsgebied. Per schooljaar wordt het historische aantal leerlingen dat een school bezoekt afgezet tegen het totaalaantal kinderen in de basisgeneratie van het voedingsgebied. Als voorbeeld: wanneer er 200 kinderen een bepaalde school bezoeken en er op dat moment 2000 kinderen in het voedingsgebied wonen, betreft het deelnamepercentage van de schoolbevolking 10%. De prognosemaker doet vervolgens een aanname over het geschatte deelnamepercentage voor de gehele schoolbevolking in de toekomstige schooljaren op basis van de (ontwikkeling) historische deelnamepercentages. Op eenzelfde wijze wordt het aantal onderbouwleerlingen afgezet tegenover het aantal kinderen in de onderbouwleeftijden in het voedingsgebied. Ook voor de onderbouw wordt een deelnamepercentage bepaald door de prognosemaker.
begrip Algemeen vruchtbaarheidscijfer (AVC)
definitie
Analyseperiode
De periode waarvan de gegevens van het voedingsgebied beschikbaar / ingevuld zijn. Het totaalaantal kinderen van 4 t/m 11 jaar en 30% van de 12-jarigen in een voedingsgebied. Deze leeftijdsgroepen vormen samen bij benadering de leeftijdsopbouw van leerlingen in het basisonderwijs.
Basisgeneratie Bovenbouw/Onderbouw Cohort Deelnamepercentage
Doorstroomfactor Gemiddelde woningbezetting basisgeneratie (gwb-basgen) Gemiddelde woningbezetting vrouwen (gwb-vr) Leeftijdsspecifiek vruchtbaarheidscijfer (LVC)
Mutatiefactor Prognoseperiode
Uitgangsjaar Voedingsgebied
Het aantal geboorten in een jaar per 1000 vrouwen van 15 t/m 49 jaar in dat jaar.
Leerlingen van respectievelijk 8 jaar en ouder, of 4 t/m 7 jaar Een groep personen die één of meerdere gemeenschappelijke kenmerken heeft, binnen deze leerlingenprognose gaat het om dezelfde leeftijdsgroep. Het aantal leerlingen op school ten opzichte van de basisgeneratie in dat voedingsgebied. Het relatieve verschil in omvang van een cohort binnen dezelfde school op twee verschillende tijdstippen. Deze factor laat de toe- of afname zien van het cohort als gevolg van tussentijdse instroom en uitstroom (om welke reden dan ook) op school. Het aantal kinderen in de basisgeneratie per woning in een bepaald voedingsgebied. Het aantal vrouwen van 15 t/m 49 jaar per woning in een bepaald voedingsgebied. Het aantal geboorten in een jaar per 1000 vrouwen van 15 t/m 49 jaar in dat jaar, uitgesplitst naar leeftijdscategorieën. Het relatieve verschil in omvang van een cohort op twee verschillende tijdstippen. Deze factor laat de toe- of afname zien van het cohort als gevolg van vestiging, vertrek en sterfte in die periode. De periode waarover de prognose wordt opgesteld. In de meeste gemeenten is deze periode 15 jaren voor permanente huisvesting. Het laatste jaar waarvan bevolkingsgegevens bekend zijn. Het uitgangsjaar mag ten behoeve van een aanvraag voor huisvesting niet ouder zijn dan t-1 ten opzichte van het jaar van het jaar van indiening van de aanvraag.
Het gebied waaruit een school de leerlingen betrekt. In een bestaand gebied moet minimaal 70% van de leerlingen uit dat gebied komen.
Tabel 1A: Historische aantallen leerlingen (schooltotaal en onderbouw) per schooljaar leerlingen
'14/'15
'15/'16
'16/'17
'17/'18
'18/'19
'19/'20
'20/'21
Onderbouw
95
75
80
63
70
78
92
Totaal
185
172
169
158
160
156
172
Tabel 1B: Geprognosticeerde aantallen leerlingen (schooltotaal en onderbouw) per schooljaar leerlingen
'21/'22
'22/'23
'23/'24
'24/'25
'25/'26
'26/'27
'27/'28
'28/'29
'29/'30
'30/'31
'31/'32
'32/'33
'33/'34
'34/'35
'35/'36
'36/'37
'37/'38
'38/'39
'39/'40
'40/'41
Onderbouw
116
121
131
133
131
134
132
131
129
127
126
124
124
125
126
126
125
123
122
122
Totaal
191
203
212
223
235
246
254
263
266
271
268
265
265
265
265
265
264
264
263
262
Tabel 2 Geprognosticeerde rijksbekostiging per schooljaar schooljaar
prognose
20/'21
21/'22
22/'23
23/'24
24/'25
25/'26
26/'27
27/'28
28/'29
32/'33
33/'34
34/'35
35/'36
36/'37
37/'38
38/'39
39/'40
40/'41
€ 672.589
€ 761.199
€ 803.822
€ 843.998
€ 879.675
€ 913.103
€ 950.094
€ 971.503
€ 997.231
€ 1.003.618 € 1.016.013 € 1.005.686
€ 994.046
€ 994.046
€ 995.359
€ 996.673
€ 996.673
€ 992.354
€ 989.727
€ 985.409
€ 982.405
Personeels- en arbeidsmarktbeleid€ 162.364
€ 177.455
€ 180.698
€ 187.846
€ 196.583
€ 206.115
€ 214.851
€ 221.206
€ 228.354
€ 230.737
€ 234.708
€ 232.325
€ 229.943
€ 229.943
€ 229.943
€ 229.943
€ 229.943
€ 229.148
€ 229.148
€ 228.354
€ 227.560
Materiële instandhouding
€ 140.187
€ 155.305
€ 166.668
€ 169.794
€ 180.462
€ 184.978
€ 195.646
€ 198.425
€ 201.551
€ 202.593
€ 204.677
€ 203.635
€ 202.246
€ 202.246
€ 202.246
€ 202.246
€ 202.246
€ 201.898
€ 201.898
€ 201.551
€ 201.204
Prestatiebox
€ 35.033
€ 38.903
€ 41.347
€ 43.180
€ 45.421
€ 47.865
€ 50.105
€ 51.735
€ 53.568
€ 54.179
€ 55.197
€ 54.586
€ 53.975
€ 53.975
€ 53.975
€ 53.975
€ 53.975
€ 53.772
€ 53.772
€ 53.568
€ 53.364
Totaal bovenstaand
€ 1.010.172
€ 1.132.861 € 1.192.534 € 1.244.818 € 1.302.141 € 1.352.060 € 1.410.697 € 1.442.869 € 1.480.704 € 1.491.126 € 1.510.596 € 1.496.233 € 1.480.209 € 1.480.209 € 1.481.522 € 1.482.836 € 1.482.836 € 1.477.173 € 1.474.546 € 1.468.882 € 1.464.532
Personele bekostiging regulier
29/'30
30/'31
31/'32
Tabel 3A: Geprognosticeerde ruimtebehoefte (bruto vloeroppervlak) per schooljaar kalenderjaar
bruto vloeroppervlak m2
prognose
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
2041
1065
1161
1221
1266
1322
1382
1437
1478
1523
1538
1563
1548
1533
1533
1533
1533
1533
1528
1528
1523
1518
Tabel 3B: Geprognosticeerd aantal te vormen groepen per schooljaar kalenderjaar
aantal groepen
prognose
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
2041
7
8
9
9
10
10
11
11
11
11
11
11
11
11
11
11
11
11
11
11
11
Onderstaande tabellen tonen per leeftijdscategorie de historische ontwikkeling van het aantal vrouwen (en meisjes) in het voedingsgebied en de prognose voor de komende twintig jaar. De prognose is gebaseerd op het actuele aantal vrouwen (per individuele leeftijd, niet getoond in tabel), de woningbouwverwachtingen in het voedingsgebied en aannames over de mutatiefactoren voor vrouwen in het voedingsgebied (mutatiefactoren op basis van individuele leeftijden). De geprognosticeerde aantallen vrouwen zijn berekend aan de hand van: de gemiddelden van de voor woningbouw gecorrigeerde mutatiefactoren van de laatste vijf analysejaren. Tabel 4A: Historische aantallen vrouwen in voedingsgebied leeftijdsgroep
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
15-19 jarigen
380
405
385
415
425
435
420
20-24 jarigen
310
320
320
335
330
360
385
25-29 jarigen
375
365
380
385
410
425
420
30-34 jarigen
385
395
405
420
415
405
435
35-39 jarigen
365
360
370
400
425
440
450
40-44 jarigen
485
460
450
430
425
420
430
45-49 jarigen
545
535
545
555
520
510
490
15-49 jarigen
2845
2840
2855
2940
2950
2995
3035
NB: Aantallen conform CBS-richtlijnen afgerond op veelvouden van vijf. In de daadwerkelijke analyses ten bate van de leerlingenprognose zijn wel de onafgeronde aantallen benut. Tabel 4B: Geprognosticeerde aantallen vrouwen in voedingsgebied leeftijdsgroep
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
15-19 jarigen
441
407
374
387
406
399
419
448
437
428
419
405
414
410
403
20-24 jarigen
391
419
432
426
404
421
386
340
345
376
383
419
448
437
428
25-29 jarigen
432
437
432
463
505
503
537
536
511
460
448
386
340
345
376
30-34 jarigen
452
440
452
465
460
464
469
460
489
522
513
537
536
511
460
35-39 jarigen
465
493
492
476
483
494
480
481
487
475
471
469
460
489
522
40-44 jarigen
440
452
472
487
498
505
534
523
496
496
499
480
481
487
475
45-49 jarigen
492
483
483
465
459
461
473
496
511
516
516
534
523
496
496
15-49 jarigen
3112
3132
3136
3169
3215
3247
3298
3284
3275
3272
3248
3230
3202
3174
3159
NB: De meest actuele demografische gegevens die beschikbaar zijn, hebben betrekking op uitgangsjaar 2020 (1 januari), de cijfers voor 2021 (en verder) betreffen een prognose.
Onderstaande tabel toont de historische vruchtbaarheidscijfers van vrouwen (en meisjes) in het voedingsgebied. De vruchtbaarheidscijfers indiceren per kalenderjaar het aantal geboorten per 1000 vrouwen uit de betreffende leeftijdscategorie. Het toekomstig vruchtbaarheidscijfer voor vrouwen per leeftijdscategorie is bepaald op: het gemiddelde van de laatste vijf analysejaren. Tabel 5: Historische en geprognosticeerde vruchtbaarheidscijfers in voedingsgebied leeftijdsgroep
2014
2025
2016
2017
2018
2019
prognose 2020 en verder
15-19 jarigen
0,0
0,0
0,0
2,4
4,7
7,0
2,8
20-24 jarigen
28,7
47,1
12,2
33,2
11,6
26,9
26,2
25-29 jarigen
108,3
113,2
86,4
87,8
90,8
87,4
93,1
30-34 jarigen
135,2
89,7
111,5
158,1
97,3
142,7
119,9
35-39 jarigen
68,6
38,1
57,1
46,3
71,8
40,4
50,8
40-44 jarigen
4,2
11,0
11,4
4,7
14,2
16,5
11,5
45-49 jarigen
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Onderstaande tabellen tonen per leeftijdscategorie de historische ontwikkeling van de basisgeneratie in het voedingsgebied en de prognose voor de komende twintig jaar. De prognose is gebaseerd op: het actuele aantal kinderen en vrouwen, de woningbouwverwachtingen in het voedingsgebied, de aannames over de mutatiefactoren voor kinderen in het voedingsgebied en de geboorteverwachtingen. De mutatiefactoren voor kinderen in het voedingsgebied zijn bepaald op: de gemiddelden van de voor woningbouw gecorrigeerde mutatiefactoren van de laatste vijf analysejaren. Tabel 6A: Historische aantallen kinderen in voedingsgebied le e ftijd
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
0
115
130
110
115
135
120
130
1
110
110
135
110
130
145
130
2
135
115
120
145
115
135
150
3
125
135
125
130
140
125
135
4
125
120
140
135
140
145
130
5
135
125
125
150
140
145
150
6
110
135
130
125
160
145
145
7
120
115
140
140
130
165
140
8
140
115
120
140
145
135
165
9
135
150
125
125
150
145
140
10
150
140
155
125
130
155
155
11
145
150
145
155
135
135
165
12
170
150
155
155
155
135
145
4 t/m 7 jarige n
485
500
535
550
570
595
565
bas is ge ne ratie
1105
1105
1130
1145
1175
1205
1235
NB: Aantallen conform CBS-richtlijnen afgerond op veelvouden van vijf. In de daadwerkelijke analyses ten bate van de leerlingenprognose zijn wel de onafgeronde aantallen benut. Tabel 6B: Geprognosticeerde aantallen kinderen in voedingsgebied leeftijd
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
0
133
135
136
139
143
145
147
147
146
147
145
143
140
139
137
137
137
1
140
139
142
143
146
149
152
147
147
146
147
145
143
141
140
138
138
138
2
138
143
143
145
147
149
153
152
147
147
146
147
145
144
143
141
140
140
140
3
156
142
148
147
150
152
154
153
152
147
147
146
147
147
146
144
143
141
141
141
4
142
161
147
153
153
155
157
154
153
152
147
147
146
148
148
147
145
144
142
142
142
5
136
145
165
151
157
156
159
157
154
153
152
147
147
148
150
150
149
147
146
144
144
6
153
139
148
167
153
159
159
159
157
154
153
152
147
148
149
151
151
150
148
147
145
7
151
156
141
151
170
156
162
159
159
157
154
153
152
148
150
151
153
153
152
150
149
8
146
153
158
143
152
172
158
162
159
159
157
154
153
153
150
151
152
154
154
153
151
9
176
151
158
163
148
157
178
158
162
159
159
157
154
154
155
151
153
154
156
156
155
10
145
178
153
160
165
149
159
178
158
162
159
159
157
156
156
156
153
154
155
157
157
11
163
151
184
159
166
171
155
159
178
158
162
159
159
158
157
158
158
154
156
157
159
12
169
167
153
188
162
169
174
155
159
178
158
162
159
160
160
159
159
159
156
157
158
4 t/m 7 jarigen
582
601
601
622
633
626
636
628
622
615
605
598
591
592
597
599
598
594
588
583
580
basisgeneratie
1263
1284
1300
1303
1312
1327
1338
1332
1327
1306
1289
1275
1261
1262
1262
1262
1261
1258
1255
1253
1249
NB: De meest actuele demografische gegevens die beschikbaar zijn, hebben betrekking op uitgangsjaar 2020 (1 januari), de cijfers voor 2021 (en verder) betreffen een prognose.
2038
2039
2040
2041
Onderstaande tabellen toont voor een aantal belangrijke kengetallen in de analyse de historische en geprognosticeerde aantallen. Deze kengetallen hebben betrekking op het aantal kinderen (in leeftijdscategorieën), het aantal vrouwen (in leeftijdscategoriën), het vruchtbaarheidscijfer, het aantal geboorten, het aantal woningen en de verhouding tussen het aantal kinderen c.q. vrouwen en woningen (de gemiddelde woningbezetting). Tabel 7A: Historische kengetallen voedingsgebied 2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
basisgeneratie
1105
1105
1130
1145
1175
1205
1235
nul- t/m driejarigen
485
500
490
500
520
520
545
vier- en vijf jarigen
255
250
260
280
280
290
280
vier- t/m zevenjarigen
485
500
535
550
570
595
565
w oningen
7356
7442
7556
7756
7849
7897
8001
vrouw en 15 t/m 49 jaar
2845
2840
2855
2940
2950
2995
3035
vrouw en 25 t/m 34 jaar
760
760
785
805
825
830
855
geboorten
130
110
110
135
120
135
n.n.b.
algemeen vruchtbaarheidscijf er
45,4
39,3
38,0
45,5
40,7
44,8
n.n.b.
gw b: basisgeneratie
0,15
0,15
0,15
0,15
0,15
0,15
0,15
gw b: 4 t/m 7 jaar
0,07
0,07
0,07
0,07
0,07
0,08
0,07
gw b: vrouw en 15 t/m 49 jaar
0,39
0,38
0,38
0,38
0,38
0,38
0,38
gw b: vrouw en 25 t/m 34 jaar
0,10
0,10
0,10
0,10
0,11
0,11
0,11
NB: Aantallen conform CBS-richtlijnen afgerond op veelvouden van vijf. In de daadwerkelijke analyses ten bate van de leerlingenprognose zijn wel de onafgeronde aantallen benut. Tabel 7B: Geprognosticeerde kengetallen voedingsgebied 2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
2041
basisgeneratie
1263
1284
1300
1303
1312
1327
1338
1332
1327
1306
1289
1275
1261
1262
1262
1262
1261
1258
1255
1253
1249
nul- t/m driejarigen
142
161
147
153
153
155
157
154
153
152
147
147
146
148
148
147
145
144
142
142
142
vier- en vijfjarigen
278
306
312
304
309
311
315
311
307
304
298
294
293
296
298
297
294
291
288
286
286
vier- t/m zevenjarigen
582
601
601
622
633
626
636
628
622
615
605
598
591
592
597
599
598
594
588
583
580
w oningen
8138
8150
8152
8154
8156
8156
8156
8156
8156
8156
8156
8156
8156
8156
8156
8156
8156
8156
8156
8156
8156
vrouw en 15 t/m 49 jaar
3112
3132
3136
3169
3215
3247
3298
3284
3275
3272
3248
3230
3202
3174
3159
3063
2945
2840
2757
2663
2564
vrouw en 25 t/m 34 jaar
883
877
884
928
965
967
1006
996
1000
983
960
923
875
856
836
830
805
788
782
803
801
geboorten
133
135
136
139
143
145
147
147
146
147
145
143
140
137
135
135
135
135
135
135
algemeen vruchtbaarheidscijfer
42,6
43,1
43,1
43,5
44,3
44,3
44,7
44,8
44,6
45,1
44,8
44,5
43,9
43,3
43,4
44,9
46,7
48,2
49,8
51,7
gw b: basisgeneratie
0,16
0,16
0,16
0,16
0,16
0,16
0,16
0,16
0,16
0,16
0,16
0,16
0,15
0,15
0,15
0,15
0,15
0,15
0,15
0,15
0,15
gw b: 4 t/m 7 jaar
0,07
0,07
0,07
0,08
0,08
0,08
0,08
0,08
0,08
0,08
0,07
0,07
0,07
0,07
0,07
0,07
0,07
0,07
0,07
0,07
0,07
gw b: vrouw en 15 t/m 49 jaar
0,38
0,38
0,38
0,39
0,39
0,40
0,40
0,40
0,40
0,40
0,40
0,40
0,39
0,39
0,39
0,38
0,36
0,35
0,34
0,33
0,31
gw b: vrouw en 25 t/m 34 jaar
0,11
0,11
0,11
0,11
0,12
0,12
0,12
0,12
0,12
0,12
0,12
0,11
0,11
0,10
0,10
0,10
0,10
0,10
0,10
0,10
0,10
NB: De meest actuele demografische gegevens die beschikbaar zijn, hebben betrekking op uitgangsjaar 2020 (1 januari), de cijfers voor 2021 (en verder) betreffen een prognose.