Agendapunt 09. 210720 Gebiedsvisie Veerse Meer 100 1
Tekst van het document
De toekomstige bijdragen van de convenantpartners en het bedrijfsleven zal nader worden bepaald aan de hand van het gewenste kwaliteitsniveau van de voorzieningen. Het is voor de verdere uitvoering en het maken van (kwaliteits)keuzen van belang dat het Bestuurijk Platform en de Gebruikersraad goed zijn aangehaakt bij de Gebiedsvisie Veerse Meer en het uitvoeringsprogramma. Deze bevatten immers belangrijke bouwstenen voor het convenant beheer en onderhoud Veerse Meer en vice versa.
54
6.
Governance en financiering
Deze Gebiedsvisie is door een gezamenlijke inzet van maatschappelijke organisaties en overheden tot stand gekomen. De betrokken partijen en overheden verbinden zich via een intentieovereenkomst aan de ambities, de uitgangspunten en spelregels ervan. De inzet is om de landschappelijke kwaliteit en toekomstige ontwikkeling van het Veerse Meer in samenhang en met een plus te organiseren. Daarvoor wordt een begeleidingsstructuur ingericht en gezocht naar financiering om de uitvoering te stimuleren.
6.1
Governance
De opvolging van de Gebiedsvisie en bijhorend actieprogramma gebeurt door het Breed Bestuurlijk Overleg, ondersteund door een ambtelijke werkgroep. Daarnaast wordt verkend hoe een waar een kwaliteitsteam van meerwaarde zou kunnen zijn. 6.1.1
Het Breed Bestuurlijk Overleg (BBO)
Het BBO bestaat uit bestuurders van de betrokken overheden en hun maatschappelijke partners. Ieder behoudt binnen de samenwerking de eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden en neemt aan het overlegorgaan deel als gelijkwaardige partners vanuit de gezamenlijke verantwoordelijk voor realisatie van de overkoepelende visie. De voorzitter bewaakt de gezamenlijke voortgang namens alle partijen. Vanuit de het achterliggende doel van de Gebiedsvisie heeft het BBO twee hoofd(rollen):
Vanuit de overkoepelende visie toezien op en steunen van de uitvoering van de acties door de verschillende partijen. Het BBO bespreekt op hoofdlijnen de voortgang van de acties, kan partijen aanspreken op de voortgang, en bespreken hoe vanuit expertise of netwerk kan bijgedragen worden aan de uitvoering, zonder verantwoordelijkheid over te nemen.
Het ‘aan de voorkant’ bespreken van nieuwe initiatieven of ontwikkelingen die van invloed zijn op het realiseren van de gebiedsbrede (ruimtelijke) ambities van de Gebiedsvisie. Partijen houden hierin hun eigen verantwoordelijkheid. Het overlegorgaan kan waar nodig een ‘zwaarwegend’ advies doen. Het BBO komt tweemaal per jaar bij elkaar. 6.1.2
De ambtelijke werkgroep
Het BBO wordt ondersteund door een ambtelijke werkgroep, die bestaat uit inhoudelijk medewerkers van de betrokken overheden en hun maatschappelijke partners. Deze werkgroep heeft als opdracht om:
Informatie uit te wisselen tussen de betrokken partners over aan de Gebiedsvisie gerelateerde ontwikkelingen.
De uitvoering van de bijbehorende acties op te pakken, te stimuleren, te begeleiden en te monitoren.
Knelpunten in de uitvoering richting het overlegorgaan te signaleren en zo nodig voorstellen doen voor het oplossen hiervan.
Ontwikkelen/initiatieven te signaleren die van invloed zijn op het bereiken van de gebiedsbrede ruimtelijke kwaliteiten, en zo nodig, (altijd) in overleg met de verantwoordelijke partijen, te agenderen.
Signaleren van kansen vanuit regelingen, stimuleringsfondsen, subsidies om onderzoek of initiatieven (gezamenlijk) te realiseren en tussentijds te bespreken indien relevant.
6.1.3
Inzet van een Q-team
Een Q-team is een kwaliteitsteam dat kijkt naar ruimtelijke plannen met een integraal kwaliteitsvraagstuk en gebiedsbrede impact. Een Q-team kan initiatiefnemers en verantwoordelijke overheden helpen om de ruimtelijke kwaliteit van het project te borgen en waar mogelijk te versterken. Niet als toetsing, maar als uitnodiging om het ontwerp te versterken vanuit de uitgangspunten van de Gebiedsvisie. Betrokken partijen binnen de Gebiedsvisie
55
‘nodigen’ initiatiefnemers daartoe uit om te kijken hoe het ontwerp kan worden versterkt. Het Q-team heeft toegevoegde waarde doordat zij met een frisse blik kan adviseren over op handen zijnde ontwikkelingen. Voor de samenstelling van het Q-team kan gekozen worden uit een onafhankelijke, representatieve of gemengde samenstelling. Het Q-team adviseert, via de ambtelijke werkgroep aan het BBO. De mogelijke opzet en samenstelling van een Q-team is een actie die is opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Het BBO zal op basis van een advies van de ambtelijke werkgroep een besluit nemen over de instelling van dergelijk kwaliteitsteam.
Figuur 8: Schematische weergave governance
6.2
Financiële kaders
Werken aan kwaliteit van landschap, natuur, voorzieningen en bebouwing vraagt om extra investeringen. Deze lopen uiteen van beperkte middelen voor het doen van onderzoek tot grote bedragen die gemoeid zijn met infrastructurele ingrepen. De Gebiedsvisie kent, buiten wat procesgeld voor de ondersteuning van de
56
uitvoeringsorganisatie en het bestuurlijke overleg, vooralsnog geen aparte posten op de begrotingen van de betrokken overheden. Indien additionele financiering nodig is, zal dus vooral worden teruggevallen op bestaande regelingen en fondsen. Het is daarom raadzaam om binnen de uitvoeringsorganisatie kennis te organiseren over mogelijke financieringsbronnen. Op die manier kunnen ondernemers, projectontwikkelaars en mogelijk ook overheden worden geholpen in het vinden van ondersteuning. In het gebiedstraject is een aantal malen al gerefereerd aan de behoefte aan financiering. Dat geldt bijvoorbeeld voor een gewenste kwaliteitsslag voor publieke oever- en water gerelateerde voorzieningen, maar ook voor (pilot)initiatieven ten voordele van zoetwatervoorraden, het versterken van natuurwaarden of het stimuleren van innovatieve kansen voor (recreatie)ondernemers. Deze visie gaat ervan uit dat we alle partijen aan boord hebben die bereid zijn te helpen in het duiden en bijeenbrengen van benodigde financiering en kennis. Onderstaand een overzicht van een aantal bestaande financieringsbronnen die specifiek voor de uitvoering van deze Gebiedsvisie relevant kunnen zijn. Middelen voor ontwikkeling De provincie en rijksoverheid kennen verschillende subsidieregelingen en -stromen die ondernemers en initiatiefnemers kunnen helpen bij het ondersteunen van innovatieve ontwikkelingen.
Dat geldt bijvoorbeeld voor de landbouwsector met POP gelden (https://www.zeeland.nl/subsidie-aanvragen/pop3) of de recreatiesector middels stimuleringsvouchers van Impuls Zeeland (https://www.impulszeeland.nl/nl/innovatie-in-zeeland). Voor versterking van natuur en landschap zijn diverse subsidieregelingen beschikbaar. Via het Programma Natuur worden in de komende jaren fors extra additionele middelen ingezet voor herstel en versterking van natuurwaarden. Deze gelden, 3 miljard in de komende 10 jaar, zijn vooral bedoeld om de natuur te versterken. Daarbij wordt ingezet op een gebiedsgerichte benadering waarin verschillende opgaven (klimaat, stikstof, landbouw, mobiliteit) samenkomen. Voor de structurele aanpak van de inrichting en het beheer van het watersysteem van het Veerse Meer beschikt Rijkswaterstaat o.m. over middelen die passen in de Programmatische Aanpak Grote Wateren. Dit programma loopt echter in de komende jaren af. Voor ingrepen die op termijn nodig zijn om de waterkwaliteitsopgave structureel aan te pakken zou een dergelijk programma zeer geschikt zijn. Het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Ruimte (beter bekend als MIRT) kan worden ingezet voor grote infrastructurele ingrepen waar het ministerie van I&W een belangrijke rol speelt. De opgaven waar het Veerse Meer voor staat sluiten verder nauw aan bij de ambities en doelen van het Deltaprogramma.
Waterveiligheid, beschikbaarheid van zoet water en ruimtelijke adaptatie vormen daarin de speerpunten om in te spelen op de opgaven voor de toekomst. Water geldt daarbij als het ordenend principe voor de ruimtelijke inrichting. Het Deltafonds loopt van 2021 tot en met 2034 en heeft een jaarlijks budget van 1.3 miljard euro. Het programma Zuidwestelijke Delta heeft in haar programma voor de toekomstige strategie van het Veerse Meer een onderzoek naar de knik en keuzemomenten in het waterbeheer opgenomen. Het IBP Vitaal Platteland kent een apart programma voor de Zuidwestelijke Delta, gericht op zoet water en volhoudbare landbouw. Dat onderzoek is net gestart en geeft wellicht nadien aanleiding voor nieuwe regelingen.
57
7.
Actieprogramma
Om de Gebiedsvisie Veerse Meer tot uitvoering te brengen, is samenwerking in de praktijk nodig. In onderstaand overzicht worden acties die voortkomen uit de visie opgesomd. Het BBO Veerse Meer, waarin de overheden en maatschappelijke partijen zitting hebben, onderschrijven een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de opvolging, uitvoering dan wel toevoeging van acties. Bij het opvolgen van de acties wordt onderscheid gemaakt tussen een aantal rollen: A – Uitvoeren; de actie is helder en kan op instemming rekenen van het BBO, er is een trekker en de financiën zijn geregeld. B – Ontwikkelen en aanjagen; men ziet de meerwaarde van een dergelijke actie, maar deze behoeft nog een praktische uitwerking of support; C – Initiëren en agenderen; gaat over ideeën en voorstellen die nog niet concreet zijn, maar mogelijk wel kansrijk. D – Opvolgen en verbinden; een belangrijke actie voor het gebied maar het trekkerschap/de eerste verantwoordelijkheid ligt elders of is onderdeel van ander beleidstraject. Het BBO levert vanuit de samenwerking kennis, signalen, kansen, netwerk, ... E – Parkeren; een actie is mogelijk wel van belang maar heeft of (a) nog onvoldoende draagvlak, is (b) afhankelijk van andere ontwikkelingen of (c) heeft nog geen prioriteit T – Trekker Actie21 X – Medeverantwoordelijk Actie
21 De Trekker van een actie is niet bij voorbaat ook de financier van deze actie. Bestuurlijk (BBO) is afgesproken dat – waar een overheid een kerntaak heeft – deze als (mede)Trekker van een actie wordt beschouwd.
58
X
X
X
X
X
20212023
X
X
X
X
X
20222030
X
X
X
X
X
20212022
Tijdspad
T
Agrarische partijen
T
Blauwe partijen
Hele gebied
Rode partijen
Inspiratie- en werksessies ontwikkelperspectief Veerse Meer- gebied 2050
X
Gebruikersraad
B
Waterschap
T
Rijkswaterstaat
Alle, waar van toepassing
Provincie
Beeldkwaliteitsplan, streefbeeld per aandachtsgebied én beschermingsgebied uitwerken op basis van de geconstateerde kwaliteiten/knelpunten/opgaven en de aangegeven begrenzing.
Gemeenten
A
gebiedstypologie
Actie
Relevante
Status
Groene partijen
ALGEMEEN
o.m. kansen vanuit het werken aan meervoudige gebiedsopgaves met lange termijnperspectief, ontwikkelingen en trends in recreatie en watersport, toepassingsmogelijkheden van Bewuste Bestemming Zeeland 2030 in het gebied, innovatie in de verblijfsrecreatie e.d. A
Het óf en hoe van een Q-team in gezamenlijkheid bepalen en opzetten
Hele gebied
X
T
X
X
A
Verkenning van financiële mogelijkheden vanuit fondsen en regelingen t.b.v. dit uitvoeringsprogramma en beschreven kansen
Hele gebied
X
T
X
X
20212022
59
X
X
X
C
C
Gezamenlijke structurele programma-aanpak Japanse oester problematiek. (via Bestuurlijk Platform Veerse Meer)
Veerse Meer water Dagrecreatieve oevers
X
X
T
X
X
X
Onderzoek mogelijkheid toepassing schelpen bij aanleg kunstriffen of innovatieve fietspaden.
Hele gebied
X
X
M.b.t. zoet water – agenderen binnen context Zeeuws Deltaplan Zoet water en/of uitvoeringsprogramma Landelijk gebied - Onderzoeken mogelijkheden om bufferzones met zoet water in te richten voor natuur, landbouw en (sport)visserij - Onderzoeken mogelijkheden ter versterking van zoetwatervoorraden in de ondergrond in relatie tot de diverse functies in en rond het Veerse Meer - (onderzoek naar mogelijkheden) Pilotproject (bij een van de spuipunten) om een groot zoetwateropvang (>10 ha) bekken aan te leggen. Positief voor landbouw (zoet water) en recreatie/natuur (betere waterkwaliteit VM).
Oevers, natuur en open agrarisch gebied
X
T
C D
D
X
X
Tijdspad
T
Agrarische partijen
X
Blauwe partijen
Groene partijen
X
Rode partijen
Gebruikersraad
Veerse Meer water
Relevante
Waterschap
Onderzoek naar alle oorzaken/gevolgen verminderde waterkwaliteit + opvolgen door opstellen oplossingsgericht actieprogramma op basis van resultaten onderzoek.
Rijkswaterstaat
A
Provincie
Actie
Gemeenten
Status
gebiedstypologie
WATERKWALITEIT, - BEHEER, -GEBRUIK EN -VEILIGHEID
20212022
Als onderzoek van RWS daarnaar verwijst, zal binnen dat actieprogramma, een combinatie van urgente kortetermijnmaatregelen gericht op een verbeterde waterkwaliteit en nader onderzoek naar robuuste langere termijn ingrepen worden meegenomen, (zoals betere doorspoeling Veerse Meer, spuibeheer, peilbeheer, getijdenwerking e.d.). Indien mogelijk wordt aansluiting gezocht bij de “Programmatische Aanpak Grote Wateren”
X X
X
X
T
X
X
2021 e.v.
T
X
nntb
X
T
20222024
60
NATUUR, LANDBOUW EN LANDSCHAP
Strategische keuzes opgaand groen
Struweel beheer onder de loep
Onderzoek aangepast peilbeheer t.b.v. natuurwaarden (o.m. meest natuurlijk haalbare/fluctuatie) in afstemming met andere relevante sectoren (van belang voor rood, blauw en groen).
Natuuroevers Veerse Meer water
X
D
Stimuleren uitvoeringsmogelijkheden Zeeuwse Bossenstrategie rondom het Meer.
Hele gebied, waar van toepassing
B
M.b.t. Natura 2000-instandhoudingsdoelen (dalende trend van aantal vogelsoorten) - evaluatie Natura 2000-beheerplan VM – oorzaken, consequenties en oplossingen dalende trend - Onderzoek naar oplossingsrichtingen voor Natura 2000-instandhoudingsdoelen waaronder inventarisatie consequenties voor alle betrokken sectoren en functies wanneer (delen van) Natura 2000-gebied Veerse Meer Habitatrichtlijn zou zijn en naar aanleiding daarvan balans opmaken voor toekomst (Beide met inachtneming van belangen van diverse sectoren middels actieve betrokkenheid in onderzoeken)
VM water, oevers, agrarisch gebied
X
T
X
X
X
T
X
Tijdspad
X
Agrarische partijen
T
X
D
Blauwe partijen
X
Gebruikersraad
T
T
Waterschap
Rode partijen
Onderscheid maken tussen acties biodiversiteit en acties Natura 2000
Groene partijen
X
Dammen, dagrecreatieve oevers, open agrarisch gebied, Natuuroevers
Rijkswaterstaat
Stimuleer integraal groen- en natuurbeheer rondom het Veerse Meer, middels een gezamenlijke visie over natuurbeheer met betrokkenheid van terreineigenaren, gemeenten en wellicht ook agrarische ondernemers, bijvoorbeeld via de collectieven. Dit plan is aanvullend op het reeds bestaande Natura 2000-beheerplan voor het Veerse Meer. Losse punten die in deze context nog werden genoemd:
Provincie
B
Gemeenten
Actie
Relevante
Status
gebiedstypologie
NATUUR en LANDSCHAP
X
20232024
X
X
20212023
T
X
X
X
20212030
X
X
X
X
2023
61
Agrarisch gebied
Tijdspad
Agrarische partijen
Blauwe partijen
Rode partijen
Groene partijen
Gebruikersraad
X
Waterschap
X
Rijkswaterstaat
Behoud van ontwikkelmogelijkheden agrarische bedrijfsvoering en versterking van het toekomstperspectief van de landbouwsector middels innovatie en streven naar volhoudbare en duurzame toekomstgerichte productiesystemen, middels uitvoeringsprogramma Landelijk gebied
Provincie
B
Gemeenten
Actie
Relevante
Status
gebiedstypologie
LANDBOUW
X
X
T
20212030
X
X
X
T
20222023
X
T
X
X
2022
M.b.t. spuibeheer: B
C
Onderzoek naar mogelijkheden aangepast spuien in functie van peilbeheer sloten voor gronden rondom VM in afstemming met andere relevante sectoren
Agenderen binnen context Zeeuws Deltaplan Zoet water en/of uitvoeringsprogramma Landelijk gebied: (Onderzoek mogelijkheden voor) pilotproject voor helofytenfilter om nutriënten uit de landbouw natuurlijk en innovatief af te vangen voor spuien op VM.
Acties m.b.t. zoet water, zie bij Waterkwaliteit, -beheer en -gebruik
X
X
T
62
Groene partijen
Rode partijen
Blauwe partijen
X
X
X
T
X
X
X
X
2022
X
T
X
T
X
X
T
T
2022
X
T
X
X
X
Tijdspad
Gebruikersraad
Agrarische partijen
Waterschap
Alle
Rijkswaterstaat
Voorstel ontwikkelen voor verschillende scenario’s (incl. kosten) verbeterde kwaliteit van voorzieningen;
Provincie
A
Gemeenten
Actie
Relevante
Status
gebiedstypologie
RECREATIEVE KWALITEITEN, BEBOUWDE OMGEVING EN INFRASTRUCTUUR
Rekening houdend met
A B
inventarisatie per strandje van infrastructuur, omgevingskwaliteiten, kansen en knelpunten
behoeftenonderzoek onder brede gebruikersgroep (waaronder waar welke voorzieningen wel/niet)
inventarisatie NOB m.b.t. duikvoorzieningen
eenzelfde herkenbare communicatiestijl voor het gebied vanuit de verschillende beheerders
In relatie tot evt. zonering, met waardering en respect vanuit verschillende functies
Aandacht voor innovatie en duurzaamheid van oplossingen
Verkenning alternatieve (publiek-privaat) financieringsmodellen voor Veerse Meer i.r.t. brede gebruikersgroep In vervolg daarop: eventuele verkenning wenselijkheid gebiedsbranding Veerse Meer als Deltawater, passend in beeldtaal Zeeland, met unieke waternatuur en grote diversiteit en inclusiviteit aan recreëren. Het ontwikkelen van kwaliteitscriteria voor dagrecreatieve oevers kan onderdeel zijn van zo’n traject.
Alle
X
X
nntb
Alle, Dagrecreatieve oevers
X
X
Tijdspad
Agrarische partijen
Blauwe partijen
Rode partijen
Groene partijen
Gebruikersraad
T
Waterschap
X
Rijkswaterstaat
Resultaten studie provincie naar behoefte van jongeren waar van toepassing verwerken in het actieprogramma.
Provincie
A
Gemeenten
Actie
Relevante
Status
gebiedstypologie
63
20212022
Hieraan gekoppeld onderzoeken of prijsvraag kan worden uitgezet naar onderwijsinstellingen voor een hoogwaardige niet permanente dagrecreatieve voorziening te ontwikkelen. Andere onderzoeksvraag kan gaan over een architectonisch bij het gebied passend en duurzaam en zelfvoorzienend sanitair gebouw B
Nautische informatie (zoals ankerplekken) actief beschikbaar maken (mede ter bescherming van kwetsbare gebieden en ter voorkoming van droog varen) en zorgen voor voldoende diepgang bij voorzieningen.
Veerse Meer water
T
B
Praktische verkenning starten naar hoe het hout van Waterschap en Staatsbosbeheer uit de bossen rondom VM kan worden gebruikt voor circulaire gebouwen uit de regio bij de dag- en verblijfsrecreatie.
B
Quick wins stimuleren voor duurzame oplossingen in pijplijnprojecten incl. landschappelijke meerwaardeontwikkeling
Bebouwde oever
T
C
Verkenning omtrent meerwaarde ontwikkeling onderscheidende identiteit van jachthavens (bv. Middels havens à la carte, verduurzaming verhuurvloot, …)
Veerse Meer water en eilanden
X
C
Zoneringsstudie en inrichtingsplan watersport/-recreatie en natuur (i.s.m. jachthavens)
Veerse Meer water en eilanden
D
Uitvoering geven aan korte en lange termijnmaatregelen die voortkomen uit de Gebiedsontsluitingsvisie Veerse Meer Zuid t.b.v. Wolphaartsdijk e.o., Arnemuiden e.o. en het middengebied aldaar, na gezamenlijke besluitvorming van de betrokken wegbeheerders
Alle, waar van toepassing
C
Actie m.b.t. Japanse oesters en recreatie - zie Water
X
X
X
X
X
T
20222023
X
X
20212022
X
T
T
X
X
X
X
X
X
X
2022
X
T
20222024
X
X
20222023 20222030
64
Bijlage I – Overgangsbeleid & statuslijst (vastgesteld in Fase 1) Actuele ruimtelijke initiatieven en projecten en overgangsbeleid Naar analogie van de Zeeuwse kustvisie wordt voor het Veerse Meer en directe omgeving een aantal uitgangspunten geformuleerd voor ruimtelijke ontwikkelingen, zoals voor dag- en verblijfsrecreatie en wonen en werken. Voor een aantal van deze uitgangspunten zal gelden dat deze afwijken van de regelgeving zoals die door de provincie en betrokken gemeenten in de afgelopen jaren is gehanteerd. Dit maakt dat duidelijkheid moet worden geboden over de status van projecten en initiatieven die op basis van vigerend beleid (niet zijnde de nieuwe Gebiedsvisie) in ontwikkeling of voorbereiding zijn. Per 1 augustus 2020 is het volgende hierover vastgesteld: 1. Projecten met een vastgesteld bestemmingsplan of omgevingsvergunning - (Status: licht- en donkergroen). 2. Plannen en projecten die onder het overgangsbeleid vallen - (Status: licht- en donkergeel). 3. Overige initiatieven - (Status: roze, rood en donkerrood).
Projecten met een vastgesteld bestemmingsplan of omgevingsvergunning Het gaat hier om plannen en projecten die passen in een vastgesteld bestemmingsplan en om plannen en projecten die reeds vergund zijn. De betreffende projecten zijn in Tabel 2 licht- en donkergroen gekleurd. Als zo’n project op de peildatum van 1 augustus 2020 nog niet in uitvoering is, worden tussen de initiatiefnemer en de verantwoordelijke overheid afspraken gemaakt over de momenten van starten en afronden.
Plannen of projecten die onder het overgangsbeleid vallen (pijplijnprojecten) Voor deze plannen of projecten geldt dat de betrokken overheid zich vóór 1 augustus 2020 op basis van vigerende beleidskaders aan het plan/project heeft gecommitteerd. Dit commitment ligt vast in de vorm van:
Een ontwerp bestemmingsplan,
een aanvraag omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan22,
Een (openbare) overeenkomst met de betreffende overheid, of
een raadsbesluit23.
Betrokken partijen streven ernaar om, voor zover mogelijk, de projecten nader uit te werken overeenkomstig de uitgangspunten van de nieuwe Gebiedsvisie Veerse Meer. Waar dit niet mogelijk blijkt, geldt het principe ‘agree to disagree’. Ook geldt dat een dergelijk plan of project alleen dan onder het vigerende beleid tot uitvoering kan worden gebracht, als de gemeenteraad hiervoor uiterlijk op 1 augustus 2022 op basis van de vigerende beleidskaders een bestemmings- of omgevingsplan heeft vastgesteld of een omgevingsvergunning heeft verleend. In het geval dit vaststellingsbesluit door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State vervolgens wordt vernietigd, waardoor de gemeenteraad pas na 1 augustus 2022 een vervangend of gewijzigd vaststellingsbesluit vaststelt, valt ook dat nieuwe vaststellingsbesluit onder het overgangsbeleid, maar alleen (in het geval van een bestemmingsplan of de aanvraag van een omgevingsvergunning) als het gebaseerd is op het oorspronkelijke (vóór 1 augustus 2020 vastgestelde) ontwerpbesluit. Als een plan of project in deze categorie niet aan alle hierboven genoemde voorwaarden voldoet, zal het worden beoordeeld op basis van het op 1 augustus 2022 geldende beleid. In tabel 2 zijn de projecten die aan de voorgestelde de criteria van een pijplijnproject voldoen, licht- en donkergeel gekleurd.
22
Een aanvraag omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan (aanvraag voor het buitenplans afwijken van een bestemmingsplan) is een aanvraag gebaseerd op artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3 van de Wabo. Bij een dergelijke aanvraag moet gemotiveerd worden dat de omgevingsvergunningsaanvraag voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. De aanvraag moet voorzien zijn van een ruimtelijke onderbouwing.
23
Een raadsbesluit betekent dat de gemeenteraad in een formele zitting besloten heeft dat een voorgenomen initiatief gewenst is en dat de initiatiefnemer wordt uitgenodigd het betreffende initiatief verder uit te werken tot een aanvraag omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan of in een bestemmingsplan.
65
Overige Initiatieven Voor de overige plannen en projecten geldt dat deze overeenkomstig de uitgangpunten en kaders van de nieuwe Gebiedsvisie Veerse Meer worden gerealiseerd. Dit geldt eveneens voor nieuwe plannen en projecten die nog niet in onderstaande tabel zijn opgenomen. Deze overige initiatieven zijn in deze tabel roze, rood en donkerrood gekleurd. Tabel 2: Overzicht van de op 1 augustus 2020 bekende ruimtelijke projecten en initiatieven, in en rond het Veerse Meer.
Status van projecten en initiatieven in en rond het Veerse Meer - dd. 1 augustus 2020 (def.)
Project of initiatief
Deelgebied
Status
Eenheden verblijfsrecreatie huidig gewenst aantal aantal saldo
(1)
Wolphaartsdijk Camping 't Veerse Meer Wolphaartsdijk De Veerse Kreek Middelburg Harbour Village Middelburg Oranjeplaat (hotel en appartementen) Waterpark Veerse Meer (5) Middelburg Zeeuws Goedt Schotsman Felixkade fase 1 Kamperland Botterlaan Kortgene Delta Marina Kortgene Havenkwartier Kamperland Loswal Uithaven Kamperland Opwaardering jachthaven Oostwatering Veere Beurtschipperstraat Kortgene Camperpark Zeeland Schotsman Camping De Paardekreek Kortgene RCN De Schotsman Schotsman Snackpoint Wimpie Schotsman Watersportcentrum De Schotsman Schotsman Camping Kruitmolen (*) Middelburg Doorontwikkeling Waterpark Veerse Meer (6) Middelburg Herontwikkeling Oranjeplein (**) Veere Bungalows Spuiweg Kortgene De Zuidschor Wolphaartsdijk De Zuidvliet Wolphaartsdijk Felixkade fase 2 Kamperland Herbestemming Mijnenmagazijn Veere Hoogspanningskabel Windpark IJmuiden-Ver Veerse Meer Inpassing scoutcentrum Veere Rotatie vliegbaan Middelburg Landhuizen spuiweg Kortgene MTB-route Veere Natuurbegraafplaats Veere N 3453, 3454 Veere Natuurontwikkeling Bastion-Veerse Dam + wandelroute Veere Natuurontwikkeling Goudplaat Veerse Meer NCC De Zandkreek (***) Kortgene Plan Zwemer Kamperland Spuibos Kamperland Surfschool Veerse Dam Schotsman Uitbreiding strandje Veerse Dam Veere Veerdam Kamperland (1)
Legenda
Totaal: Bestemmingsplan in uitvoering of gerealiseerd Bestemmingsplan vastgesteld, maar nog niet in uitvoering (Ontwerp) bestemmingsplan in procedure Anterieure overeenkomst (Raadsbesluit) Voorontwerp bestemmingsplan Plan bestuurlijk gedragen (College schriftelijk of mondeling akkoord) Verkenning gestart
(5)
Waterpark Veerse Meer: uitvoering is gestopt omdat de initiatiefnemer het huidige bestemmingsplan wenst te vervangen door een nieuw bestemmingsplan, getiteld: Door-ontwikkeling Waterpark Veerse Meer (6).
(2)
(3)
(4)
700 280 80 108 1.337 7 24 0 0 14 30 557 20 152 510 1.070 0 3 25 0 0 0 0 0 0 0 0 45 0 0 0 0 0 0 130 0 0 1 0 0
700 280 80 108 0 7 24 20 0 14 30 570 20 177 510 1.070 0 3 175 895 52 4 66 28 72 15 0 45 0 8 0 0 0 0 130 80 0 1 0 5
0 0 0 0 -1.337 0 0 20 0 0 0 13 0 25 0 0 0 0 150 895 52 4 66 28 72 15 0 0 0 8 0 0 0 0 0 80 0 0 0 5
5.093
5.189
96
(2)
huidig: aantal eenheden dat conform het huidige bestemmingsplan in uitvoering, c.q. gerealiseerd is.
(3)
nieuw: aantal eenheden dat het desbetreffende initiatief of project in totaal wenst te realiseren.
(4) saldo: het verschil tussen wat de initiatiefnemer wenst en wat nu al in uitvoering, c.q. gerealiseerd is.
66
Bijlage II – Landschap Veerse Meer Zie document via: https://www.zeeland.nl/ruimte/gebiedsvisie-veerse-meer.
67
Bijlage III – Algemene principes (zoals vastgesteld in Fase 1) Met de visie moeten de bestaande kwaliteiten van het Veerse Meer gebied worden beschermd, versterkt en waar nodig hersteld. Sommige gebieden nodigen uit tot een integrale kwaliteitsimpuls, waardoor nieuwe kwaliteiten kunnen ontstaan en/of bewust worden ontwikkeld. Beleid dat uit de visie voortkomt moet zorgen voor zorgvuldig gebruik van de omgeving, met respect voor de natuurlijke waarden en leefomgeving en de juiste impulsen bieden voor een gevarieerde recreatieve markt. In navolging van Nico de Jonge (zie hoofdstuk 1) blijft de hoofdfunctie van het Veerse Meer recreatie, natuur(beleving), rust en ontspanning. De geïdentificeerde zorgen en kansen omtrent de onderscheidende omgevingskwaliteiten van het Veerse Meer gebied, geven aanleiding tot het formuleren van een aantal algemene, richtinggevende principes met betrekking tot toekomstige ontwikkelingen in het gebied. Kernwoord is ‘balans’. Deze principes zijn in fase 2 middels de gebiedstypologieën (hoofdstuk 3) aangescherpt tot kaderstellende regels voor het Veerse Meer gebied als geheel én daarmee ook van toepassing voor de afzonderlijke aandachts- en beschermingsgebieden (hoofdstuk 4).
Gekoppeld aan natuur- en landschapskwaliteiten Behoud, bescherm en versterk natuurkwaliteiten en landschapswaarden De natuurkwaliteiten en landschapswaarden van het Veerse Meer gebied worden minimaal behouden en beschermd en waar mogelijk versterkt en verder of nieuw ontwikkeld. Dit geldt zowel voor kwaliteiten en waarden op het land als in het water. Behoud oorspronkelijke ontwerpprincipes voor optimale beleving De ontwerpprincipes van Nico de Jonge (zie hoofdstuk 1) worden behouden, zodat het Veerse Meer gebied optimaal kan worden beleefd:
Robuuste groenstructuren ondersteunen de natuurbeleving, en geven ruimtelijke kadering en ‘rugdekking’ aan bestaande bebouwing langs de oevers en op de dijken, of daar direct achter.
Het Veerse Meer karakteriseert zich door een zonering met zachte overgangen tussen water en land en tussen intensief en extensief gebruik.
(Cultuur)historische landschapselementen (bijv. de loop van de oorspronkelijke kreken en dijken) zorgen voor een leesbaar landschap, waarin de ontstaanswijze van het Veerse Meer herkenbaar blijft.
Er is vrij zicht op karakteristieke oriëntatiepunten, zoals het silhouet van de stad Veere en de kerken van Wolphaartsdijk en Kortgene.
De oevers van het Veerse Meer zijn grotendeels openbaar toegankelijk.
Ontwikkelingen dragen bij aan de Natura 2000-doelen en versterken waar mogelijk het Natuur Netwerk Zeeland Ontwikkelingen mogen niet strijdig zijn met Natura 2000 en dragen bij aan de daarbij horende natuur- en landschapsambities en het Natuur Netwerk Zeeland. Initiatiefnemers worden uitgenodigd en geholpen om te verkennen of er kansen benut kunnen worden om een extra impuls te geven aan de ontwikkeling van natuur, onder andere door aan te sluiten bij reeds bestaande initiatieven.
Gekoppeld aan waterkwaliteit, -gebruik en –veiligheid Bewaak de huidige waterkwaliteit Bij mogelijke invloed van ontwikkelingen op waterkwaliteit vormt het behoud en/of verbetering van het huidige kwaliteitsniveau het uitgangspunt.
68
Behoud de huidige diversiteit aan gebruikers en gebruiksmogelijkheden van het water en waarborg de veiligheid De huidige diversiteit aan gebruiksmogelijkheden en gebruikersgroepen dient behouden te blijven, zowel qua beroepsvissers, beroepsvaart als recreatief gebruik van het water, met naleving van de wettelijk geldende natuuropgaven. De veiligheid op, in en rond het water moet daarbij te allen tijde gewaarborgd blijven. Sta geen uitbreiding van aantal ligplaatsen in jachthavens toe Specifiek voor de jachthavens geldt dat de huidige aantallen ligplaatsen voor vaste gasten en passanten naar verwachting ook in de toekomst aan de behoefte voldoen. De huidige recreatiedruk op het water is redelijk in balans met de beoogde natuur- en landschapskwaliteit. Het aantal boten hoeft niet te verminderen. Wel is er een tendens naar gemiddeld grotere recreatievaartuigen. Dit noopt de jachthavens tot het vergroten van ligplaatsen, hetgeen een uitbreiding van het steigeroppervlak vraagt. Dit wordt toegestaan, onder de voorwaarde van geen toename van het aantal eenheden. Belangrijk hierbij is te benoemen dat er een onderscheid is tussen een ligplaats en een afmeervoorziening. Een ligplaats is een vaste locatie in het water, bedoeld voor 1 vaste gebruiker, die daar zijn vaartuig stalt. Dit kan in een (jacht)haven zijn of aan een privésteiger.
Een afmeervoorziening is een openbaar toegankelijke locatie in het water waar “eenieder” tijdelijk kan afmeren, bv. bij sluizen, bruggen, oevers en eilandjes in het Veerse Meer. Voor de meeste afmeervoorzieningen geldt dat daar niet overnacht mag worden. Behoud en versterk openbaar toegankelijke voorzieningen t.b.v. (water)recreatie Aanwezigheid van openbaar toegankelijke voorzieningen zoals trailerhellingen karakteriseren het Veerse Meer gebied. Ontwikkelingen mogen de openbare toegankelijkheid (zoals in het geval van trailerhellingen de toegankelijkheid vanaf de waterkant) niet beperken. Inzet is gericht op behouden, versterken c.q. vergroten van de mogelijkheden. Dat geldt overigens in het algemeen voor dagrecreatieve publieke faciliteiten.
Gekoppeld aan recreatieve kwaliteit, bebouwde omgeving en infrastructuur De hoogte van de bebouwing mag het open Deltalandschap van het Veerse Meer gebied niet verstoren Niet expliciet in het oorspronkelijke landschapsplan van Nico de Jonge benoemd, maar in de afgelopen 50 jaar steeds urgenter: het open Deltalandschap en de maat van het Veerse Meer verhoudt zich slecht met hoge bebouwing, ook als die niet direct in de zichtlijnen van karakteristieke oriëntatiepunten staan of het historische silhouet daarvan verstoren. In Fase 2 van de Gebiedsvisie worden v.w.b. de hoogte van bebouwing de volgende hoofdlijnen uitgewerkt:
Het open Deltalandschap van het Veerse Meer moet behouden worden.
De zichtlijnen naar karakteristieke oriëntatiepunten of historisch silhouet mogen niet verstoord worden.
Aandachtsgebieden moeten zich ontwikkelen op een dusdanige manier dat ze het landschap en de landschappelijke beleving versterken. Conform de regel uit de kustvisie landschap creëren i.p.v. consumeren. In Fase 2 zullen hiervoor locatie specifieke randvoorwaarden en regels worden opgesteld.
Per aandachtsgebied wordt in Fase 2 gekeken of buitendijks bouwen is toegestaan. Per gebied wordt beoordeeld of buitendijkse bebouwing zowel landschappelijk als natuurlijk ingepast kan worden of dat het te veel impact heeft op de ruimtelijke kwaliteit. Qua hoogte zal de buitendijkse bebouwing gevoegd moeten worden in de omgeving (een nadere uitwerking van die hoogtes volgt in Fase 2; bijvoorbeeld door gebruik te maken van referentiehoogte dijken/bebouwing/bomen/masten etc.).
(Zeer) hoge bouwwerken (waaronder bijvoorbeeld windmolens) zijn niet wenselijk op de oevers en dammen van het Veerse Meer (buiten de huidige zoekgebieden). Dit geldt ook voor hoge bouwwerken van andere aard zoals masten en antennes.
Binnen agrarische bouwblokken volgt men de regels van het vigerende bestemmingsplan en kunnen hoge bouwwerken toegestaan zijn.
69
Binnen de huidige contouren van het Veerse Meer mag niet in het water gebouwd worden.
Bovenstaande leidende principes zullen hun nadere uitwerking (detaillering) vinden in de uitwerking van Fase 2 van de Gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030. Hierbij zullen ook de 1km rondom het Veerse Meer, het karakteristieke beeld, de schaal en de huidige skyline van het Veerse Meer-gebied in het algemeen en specifiek locaties in het bijzonder, een rol spelen. Daarnaast worden ook de huidige landschapsverordening en de Handreiking Landschap: Het landschap van Zeeland - Beschrijving van het landschaps-DNV en ontwikkelingsperspectief (2012) gebruikt als afwegingskader. Leg het accent op kwaliteitsverbetering, verduurzaming en maatschappelijke meerwaarde Bij toekomstige verblijfs- en dagrecreatieve ontwikkelingen (op land en water) met ruimtelijke impact ligt het accent op kwaliteitsverbetering. Ontwikkelingen moeten van maatschappelijke meerwaarde zijn, te denken valt aan ontwikkeling van nieuwe natuur en landschap (nntb percentages vaststellen in Fase 2, naar analogie met de Zeeuwse Kustvisie), een sociaaleconomische bijdrage aan bv. algemene voorzieningen en infrastructuur, werkgelegenheid, etc. Investeringen dienen zoveel mogelijk gebruik te maken van de Best Beschikbare Technieken (BBT) in het duurzaam gebruik van energie en materialen en de uitstraling van licht. Nieuwe initiatieven moeten bovendien onderscheidend zijn t.a.v.
het bestaande aanbod, in soort en qua bereik van verschillende doelgroepen. De diversiteit dient te worden getoetst voor het Veerse Meer-gebied als geheel. Bestaande vestigingen mogen uitbreiden, maar alleen als die uitbreiding binnen een nog te bepalen maximum blijft qua aantallen en soorten eenheden en qua oppervlak. Voor omwonenden moeten nieuwe ruimtelijke investeringen toegevoegde waarde creëren, zoals openbaarheid van voorzieningen of nieuw of aanvullend aanbod van diensten. Samen met de betrokken overheden dienen de initiatiefnemers ervoor te zorgen dat de lokale (nuts)voorzieningen en verkeersinfrastructuur niet worden overbelast. Ontwikkelingen corresponderen vanzelfsprekend met bestaande beleidskaders, zoals de centrale bedrijfsmatige exploitatie voor verblijfsrecreatieve bestemmingen en de ladder voor duurzame verstedelijking.
Sta geen permanente nieuwvestiging buiten aandachtsgebieden toe en sluit bij voorkeur aan op de bestaande bebouwingscontouren Om te borgen dat de omgevingskwaliteiten van het Veerse Meer gebied niet verder worden aangetast (met name de openheid en openbare toegankelijkheid van oevers en de zichtlijnen op markante oriëntatiepunten en cultuurhistorische fenomenen), vinden toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen alleen nog plaats binnen, of bij voorkeur flankerend aan, de bestaande bebouwingscontouren, en binnen de in Fase 2 nog nader te bepalen begrenzing van de aandachtsgebieden. De regels vindt u in tabel 1. Als het gaat om bestaande vestigingen, dan moeten deze kunnen herinvesteren om ruimte te creëren voor innovatie. Daarbij dienen zij te voldoen aan de hierboven genoemde criteria met betrekking tot het duurzaam gebruik van energie en materialen. Als de investering om uitbreiding van het aantal eenheden of het bedrijfsareaal van de onderneming vraagt, dan kan dit in beperkte mate (zulks nog nader te bepalen in Fase 2, in navolging van de Kustvisie). Als het ruimtelijk niet anders kan, mag een dergelijke uitbreiding voorbij, maar bij voorkeur wel grenzend aan de bestaande bebouwingscontouren reiken, binnen de in Fase 2 nog nader te bepalen begrenzing van de aandachtsgebieden.
Als het gaat om nieuwvestiging, dan zullen deze een plek moeten vinden binnen de bestaande bebouwingscontouren en/of aandachtsgebieden. Bovendien gelden dan ook de eisen op het gebied van duurzaam gebruik van energie en materialen, het onderscheidend zijn t.a.v. het bestaande aanbod en het voor omwonenden creëren van toegevoegde waarde en voorkomen van overlast. In uitzonderlijke gevallen zijn tijdelijke voorzieningen toegestaan buiten de aandachtsgebieden, doch slechts wanneer op die locatie een duidelijke maatschappelijke of dagrecreatieve behoefte aan dergelijke voorziening is, deze niet versteend is, laag intensief qua concentratie van bezoekers, geluid en verkeersbewegingen én van tijdelijke, seizoensgebonden aard. Het betreft géén permanente verblijfsaccommodaties. Denk aan een tijdelijk, seizoensgebonden horecapaviljoen bij een recreatiestrandje. Ook is buiten de aandachtsgebieden ruimte voor natuur gebonden recreatie, zoals activiteiten in kader van het nazomerfestival, etc. De voorzieningen en activiteiten mogen niet in één van de groene beschermingsgebieden (zie paragraaf 3.3) liggen c.q. doorgaan.
70
Tabel 1: Regels voor toekomstige uitbreiding en nieuwvestiging, binnen en buiten bebouwingscontouren en aandachtsgebieden.
Houd rekening met de impact op infrastructuur Aanpassingen aan bestaande (verblijfs)recreatieve bedrijven dan wel nieuwvestiging hebben invloed op de omgeving en behoeven een goede (publieke) infrastructuur zodat huidige gebruikers niet worden benadeeld door overbelasting, nieuwe gebruikers voldoende worden gefaciliteerd en de veiligheid van gebruikers te allen tijde kan worden geborgd. Het gaat hierbij o.m. over draagkracht en kwaliteit van bestaande toegangswegen en (openbare) vervoersvoorzieningen. Dit speelt met name om en rond grootschalige clusters van verblijfsvoorzieningen. Maar impact van nieuwe ontwikkelingen gaat verder dan bereikbaarheid (van de oevers van het meer, voorzieningen en accommodaties) en toegankelijkheid (bv. voor hulpverlening, mindervaliden). Infrastructuur betreft ook goede beschikbaarheid van nutsvoorzieningen, watertoevoer, internet, e.d. ten behoeve van inwoners, landbouw en andere vaste gebruikers. Bij voorziene impact (criteria nader te bepalen), wordt voor de betreffende infrastructurele onderdelen een impactstudie gewenst. Te denken valt bv. aan een verkeerskundige studie. Waar de infrastructurele knelpunten gemeentegrenzen overschrijden, vergt dit afstemming en samenwerking tussen de gemeentes.
Behoud de vitaliteit van het landelijk gebied De karakteristieke openheid van het agrarische landschap rondom het Veerse Meer draagt bij aan het ervaren van rust, stilte, ruimte en donkerte, en daarmee aan de recreatieve aantrekkingskracht. Grote waarde wordt gehecht aan behoud van de vitaliteit van het landelijk gebied. Bestaande agrarische bedrijven behouden ontwikkelingsmogelijkheden. Daarnaast worden mogelijkheden geboden binnen de voorwaarden voor Nieuwe Economische Dragers (NED). Deelname aan kwaliteitsimpulsen m.b.t. groen- en landschapsontwikkelingen in aandachts- en beschermingsgebieden gebeurt op basis van vrijwilligheid. Waar het agrarische grond betreft, zou bv. kunnen gekeken worden naar mogelijkheden van natuur inclusieve landbouw.
71
Bied alleen ruimte aan ondernemers die in hun ontwikkelplannen de identiteit en de specifieke kwaliteiten van het gebied respecteren en versterken Het Veerse Meer kent veel verschillende typen van ondernemers. Denk aan recreatieondernemers, horecaondernemers en ondernemers in de landbouw, visserij, aquacultuur en binnenvaart. Kwaliteit(verbetering) moet voor elke onderneming uitgangspunt vormen, gezien vanuit ruimtelijk oogpunt, economische haalbaarheid, marktbehoefte, onderscheidend vermogen en het leveren van een maatschappelijke bijdrage. Belangrijk aandachtspunt is dat bedrijven passen bij en bijdragen aan de identiteit van het gebied, wat onder meer gekenmerkt wordt door kleinschaligheid, landelijkheid, openheid en een natuurlijke inbedding. Samenhang en een gemeenschappelijke aanpak in deze, kunnen helpen, voor huidige lokale ondernemers én nieuwvestigers. Gebiedsbranding kan daarin een krachtig communicatiemiddel zijn, vanuit een organisatie die deze taak op zich neemt en ondernemers rond dit doel verenigt, lokale producten in en rond het Veerse Meer beter onder de aandacht brengt en hiermee zorgt voor een betere herkenning en beleving voor inwoners en gasten.
Het toeristisch product van het Veerse meer wordt immers gevormd door de symbiose van de omgeving (het meer, de strandjes, de kering, natuurgebieden, historisch Veere, kernen en agrarisch achterland), de accommodaties (verblijfsrecreatieve parken, horeca etc.) en de onderliggende organisatie ervan (recreatieondernemers, detailhandel, VVV, evenementen etc.).
Klimaatadaptatie en energietransitie Anticipeer op klimaatadaptatie en energietransitie Het veranderend klimaat en een andere manier van omgaan met energiebronnen zijn twee belangrijke maatschappelijke fenomenen die los van elkaar ook in deze context aandacht vragen. Dat klimaatverandering ook invloed heeft op het gebied rondom het Veerse Meer is ontegenzeggelijk. Klimaatrobuust en toekomstbestendig ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen is noodzakelijk. Verkenning van mogelijkheden en onmogelijkheden is essentieel. Hierbij kan worden aangesloten bij de klimaatstresstesten die in de verschillende Zeeuwse gemeenten zijn uitgevoerd en de in ontwikkeling zijnde gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta 2050. Zo vraagt de te verwachten waterpeilstijging ook de komende 10 jaren al om proactief beleid. In het kader van energietransitie zal worden verkend wat bij toekomstige ontwikkelingen wenselijk dan wel noodzakelijk wordt geacht, rekening houdend met de bestaande omgevingskwaliteiten, aard en schaal van het gebied. Nieuwe plannen zullen toekomstbestendig moeten zijn op vlak van energie. Hoe dit zich vertaalt, moet verder worden uitgewerkt.
72
Bijlage IV – Beschermingsgebieden - een eerste beschrijving Ooster-Nieuwlandpolder e.o. Het gebied tussen de Veerse Gat Dam en jachthaven Oostwatering kenmerkt zich als een groen landschap met de Polredijk als natuurlijke (dijk)grens tussen de oever van het Veerse Meer en het agrarische achterland. Een aardigheid is dat in dit gebied de caissons voor het afsluiten van het Veerse Gat werden gebouwd. Dit is in het landschap nog terug te zien. In dit gebied is een duikplaats aanwezig.
Afbeelding: Ooster-Nieuwlandpolder e.o.
De Piet Begrenzing Er is voor gekozen om het gedeelte van 14 hectare nieuwe natuur, dat onderdeel uitmaakt van het plan van Waterpark Veerse Meer, de aparte status te geven van beschermingsgebied. De reden hiervoor is het belang om hier het open zicht van de Muidenweg op het Veerse Meer te bewaren. Deze landschappelijke waarde is door vele mensen genoemd in het participatieproces van het waterpark.
Opgave De initiatiefnemer van het waterpark heeft dit gebied opgenomen in zijn plan, om binnen het plan een optimale balans te creëren tussen verblijfsrecreatie, groen, water en natuur. Het inrichtingsplan van het natuurgebied zal in nauwe samenwerking met de provincie, natuurorganisaties en het waterschap worden uitgewerkt. Randvoorwaarden hiervoor zijn het behoud van het zicht vanaf de Muidenweg op het water en het beschermen van de zoetwaterlens onder de naastgelegen gronden. Beschermingsgebied Goudplaat Een ruim opgezet natuurgebied met weiden, bos, een ruiterpad, moeras, wandelroutes en een MTB-parcours, doorsneden door een oude kreekrest. Ook aan de westzijde vanaf het water benaderbaar door een paar openbare steigers. Beheer van de ruige weiden vindt gedegen plaats door oerrunderen. Flora en fauna hebben alle kans om tot wasdom te komen. Binnen deze oase van rust ligt een aantal landbouwpercelen, die mede de openheid van het landschap dragen. Omzetten daarvan naar natuur zou de natuurwaarde van het gebied ten goede komen.
73
Beschermingsgebied Sint Felixweg Vanaf de ingang van het Havenkanaal van Kamperland is een gebied geïsoleerd door een nieuw aangelegde kreek. Door aan deze zijde minder te maaien ontstaat een soort van rustgebied omsloten door zout water van het Veerse Meer. Boskavels afgewisseld door stroken ruw gras langs de oever van het Veerse Meer tegen weidse landbouwpercelen maken het Veerse meer voor eenieder benaderbaar en beleefbaar en geeft mooie vergezichten. Beperkte infrastructuur (afvalinzameling, rijbaan & sober sanitair) zorgt voor enige structuur. Stukken ruw gras langs de oever minder maaien maakt zones minder benaderbaar. Het sobere sanitair verdient een upgrading.
74
Bijlage V – Aandachtsgebieden - een eerste uitwerking van opgaven Veerse Gatdam Voor het aandachtsgebied Veerse Gatdam is momenteel enkel de begrenzing geduid. Een aantal knelpunten en opgaven zijn vanuit de Landschapsvisie Deltadammen (zie 5.7) al benoemd, doch moeten door verantwoordelijke overheden en relevante maatschappelijke partners nog verder worden uitgewerkt. Dit moet uiteindelijk leiden tot een gezamenlijk gedragen streefbeeld voor een integrale gebiedsgerichte kwaliteitsimpuls. Jachthaven Oostwatering Deze jachthaven was de werkhaven waar vanuit de Veerse Gat Dam werd aangelegd. Na afronding van dit deel van de Deltawerken, is de werkhaven in gebruik genomen als dagrecreatieve- en commerciële jachthaven. De jachthaven wordt gebruik door een watersportvereniging, een commercieel havenbedrijf met horeca en een zeilschool. De ruimtelijke uitstraling is, gelet op zijn ligging, ondermaats. Om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren geldt voor de jachthaven een Beeldkwaliteitsplan.
Afbeelding: Jachthaven Oostwatering.
Oever nabij Scoutscentrum Zeeland De oever tussen Veere en Middelburg kenmerkt zich als een groene oever. Langs deze oever ligt het Scoutscentrum Zeeland met diverse recreatieterreinen. In 2011 is het “Hopman Vernielhuis” gebouwd als centrale voorziening van het Scoutscentrum. In 2014 is dit gebouw uitgeroepen tot mooiste gebouw van Zeeland. Even verderop ligt wat geïsoleerd het terrein “’t Poldertje”. Het is de wens om dit deel van het terrein te verplaatsen naar de oeverzone van het Scoutscentrum. Dit vergt een ruimtelijke ingreep, ook aan de oever.
Afbeelding: Scoutcentrum Zeeland.
75
Oranjeplein Veere Bijzondere aandacht verdient de stad Veere. De stad Veere is in 1974 aangewezen als Beschermd Stadsgezicht. Het is het enige Beschermde Stadsgezicht aan het Veerse Meer. Het silhouet vanaf het water op de stad is van grote cultuurhistorische waarde: de Campveerse Toren, het Stadhuis en de Grote Kerk. Voor het Veerse Oranjeplein geldt een Beeldkwaliteitsplan.
Afbeelding: Stad Veere.
Mijnenmagazijn Aan het Kanaal door Walcheren nabij de monding met het Veerse Meer ligt het Rijksmonumentale complex ‘Mijnenmagazijn’. Dit complex bestaat uit een aanlegsteiger, het mijnenmagazijn zelf en een kantinegebouw. Het complex is in 1916 gebouwd door het toenmalige ministerie van Marine en diende voor de opslag van zeemijnen. Later werden er in de periode 1919 en 1926 (water)vliegtuigen (o.a. Fokker F-3) gemonteerd. Het complex kent momenteel geen functie. Er ligt een wens om het complex te herbestemmen met als doel het behoud van het Rijksmonumentale complex en militair cultuurhistorisch erfgoed. Reeds kansrijk geachte scenario’s hiervoor zijn vakantiewoningen, een hotel of bedrijfsruimte.
Afbeelding: Mijnenmagazijn.
Waterpark Begrenzing De begrenzing van het aandachtsgebied komt overeen met het gedeelte waarvoor in juli 2021 een nieuw bestemmingsplan is vastgesteld met de bestemmingen Verblijfsrecreatie, Groen en Water. Overigens is de begrenzing van het aandachtsgebied niet gekoppeld aan de realisatie van het bestemmingsplan Waterpark 2020.
76
Ook als de realisatie niet door zou gaan, blijft dit gebied aandachtsgebied. Een eventueel nieuw project – dat dan geen pijplijnproject meer is - moet aan de principes van de Gebiedsvisie voldoen. Oostelijk van het aandachtsgebied ligt een gebied met de nieuwe bestemming Natuur-overgangszone. Ook dit gebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer 2020, maar is in deze Gebiedsvisie apart begrensd als beschermingsgebied, vanwege de speciale landschappelijke waarde. Zie hiervoor de beschrijving bij beschermingsgebied De Piet.
Afbeelding: Huidige situatie Waterpark, juli 2021.
Opgave In het aandachtsgebied Waterpark is van groot belang dat er een goede balans gevonden wordt tussen groen, water en verblijfsrecreatie. Het gaat om een nieuw landschap dat niet alleen het huidige knelpunt van de verwaarloosde en nooit afgebouwde camping (de Witte Raaf) oplost, maar ook een nieuw landschap vormt, dat enerzijds aansluit op de Lemmer en de omgeving van de jachthaven en het Fletcherhotel en anderzijds aansluit op het beschermingsgebied en het huidige natuurgebied De Piet. Hiermee worden zowel de landschappelijke overgangen als doorgaande recreatieve routes bedoeld. Het ontwerp van initiatiefnemer Driestar voldoet daaraan. Echter, ook als deze geplande ontwikkeling om wat voor reden dan ook niet tot uitvoering komt, geldt ook voor een nieuwe initiatiefnemer de voorwaarden van dit aandachtsgebied, namelijk het creëren van een nieuw landschap waarin de verblijfsrecreatie is opgenomen (geen landschapsconsumptie maar landschapscreatie) in een verhouding van 70% landschap en 30% recreatie. Bijkomend aandachtspunt is de geplande rotatie van de vliegbaan (van oost-westrichting naar meer noordoostzuidwest). Deze draaiing is al jarenlang gewenst, vanwege veiligheid en geluidsoverlast voor de mensen die op Oranjeplaat en het Waterpark wonen of verblijven. Momenteel wordt gewerkt aan een provinciaal inpassingsplan hiervoor.
Inrichting en gebruik van de directe omgeving moet voldoen aan de regelgeving omtrent luchtvaartverkeer. Wijziging ten opzichte van fase 1 Hier dient ook opgemerkt te worden, dat bij het vaststellen van fase 1 van de Gebiedsvisie, de gemeente nog de intentie had om het aandachtsgebied groter te maken, namelijk de hele zone van camping de Kruitmolen tot aan De Piet, tot over de Muidenweg en inclusief het vliegveld. De reden hiervoor was, dat er een ruimtelijke en een functionele relatie was tussen de ontwikkelingen die in dit gebied plaatsvinden, te weten: de doorontwikkeling van het waterpark; het toenmalige initiatief om de jaarplaatshouders een plaats te geven op camping de Kruitmolen en de zoektocht naar een goede verkeersoplossing naar het waterpark. Om echter een einde te maken aan de onduidelijkheid of er dan nog ruimte zou zijn voor extra initiatieven langs deze oever, heeft de gemeente ervoor gekozen het aandachtsgebied in areaal te verkleinen. Landschapsplan Tegelijkertijd wordt er wél gewerkt aan een landschapsplan voor de hele oever op Middelburgs grondgebied, inclusief het vliegveld en de nieuwe (nog niet vastgestelde) ontsluiting op de A58. Dit landschapsplan zal de gemeente met de samenwerkende partners van de Gebiedsvisie en de betrokken inwoners en ondernemers uitwerken.
Belangrijke opgaven daarbij zijn: inpassing verkeersontsluiting en vliegveld; behoud en versterking zoetwaterlens onder o.a. de voormalige Calandpolder, verhoging natuur- en belevingswaarden, eventuele aanleg nieuwe (bos)beplantingen.
77
Recreatiezone Wolphaartsdijk De begrenzing van het Aandachtsgebied Recreatiezone Wolphaartsdijk wordt onder meer bepaald door de kenmerkende polderstructuur van het voormalige eiland van Wolphaartsdijk. De noordgrens van de recreatiezone volgt grotendeels de gemeentegrens, deze ligt in het Veerse Meer. De oostgrens volgt de dijkstructuur aan de oostkant van de Zuidvlietpolder. Binnendijks hoort verder het westelijke deel van de Oosterlandpolder tot de recreatiezone. Om de openheid van de polders volgens het Landschapsontwikkelingsplan te behouden, volgt de grens de Aardebolleweg en de Muidenweg in het zuiden en de hoofdwatergang in het oosten. De westgrens van de recreatiezone ligt in het westen van de Schelphoek. Aan de overzijde van de Muidenweg wordt de landschapscamping De Heerlijkheid van Wolphaartsdijk inclusief de aangrenzende polder ten zuiden van de camping tot het aandachtsgebied gerekend. De begrenzingen van het aandachtsgebied volgen hiermee zoveel mogelijk de landschappelijke structuren, waardoor de landschappelijke eenheden intact blijven.
Afbeelding: recreatiezone Wolphaartsdijk
Knelpunten en opgaven Recreatiezone Wolphaartsdijk kent twee gezichten. Enerzijds is er het buitendijks gelegen gebied met de jachthavens (deelgebied I) waar een groot aantal recreanten op een boot verblijft en water gerelateerde recreatie beoefenen (zeilen, vissen, duiken, varen). Anderzijds zijn er binnendijks vier grondgebonden recreatieparken (deelgebied II en IV) waar de recreanten in huisjes en kampeermiddelen verblijven en recreëren. De aanwezige voorzieningen zijn in zichzelf gekeerd en hebben weinig onderlinge samenhang en relatie: Rond de jachthavens en de recreatieparken heeft domeinvorming plaatsgevonden, en de openbare toegankelijkheid is laag. Mede vanwege de vele barrières en de verstening laat de uitstraling van het gebied te wensen over. ‘De Schelphoek’ (deelgebied III) biedt voorzieningen voor dagrecreatie, zoals een strandje, een trailerhelling en een surfgelegenheid. Ook hier is een opwaardering voorzien. Tussen het dagrecreatieve gebied en de aangrenzende camping ‘de Heerlijkheid van Wolphaartsdijk’ ligt de Muidenweg. De verkeersveiligheid is onvoldoende. Het gebied ten zuiden van de camping is nodig als mogelijk alternatieve ontsluitingsroute. Tenslotte krijgt de gemeente regelmatig initiatieven binnen voor recreatieve ondernemingen in de recreatiezone.
Tegelijkertijd is er ook een oproep om geen nieuwe recreatieve initiatieven toe te staan, met het oog op de drukte in het gebied en de natuurwaarden die onder druk staan. De opgave is om tussen deze pijlers een balans te vinden.
78
Kortgene Kortgene had in de middeleeuwen stadsrechten, als enige kern op het eiland. Heden ten dage is het een bruisend dorp met veel voorzieningen die steunen op de aanwezige toeristen die de campings, bungalowparken of jachthaven bezoeken. Het productiebos aan de westzijde is verouderd en onlangs nog voorzien van een nieuwe MTB-route. Campings innoveren en hebben daar ruimte voor nodig. Oude locaties van bedrijfsactiviteiten worden alsnog bebouwd met een permanent programma. Route structuren vragen om aanpassingen. Sommige recreatieparken zijn gedateerd en verdienen een transformatie naar huidige kwaliteitsmaatstaven. Gezien de ligging maakt Kortgene en omstreken deel uit van het fietsrondje “Veerse Meer”, scheiding van sportieve en recreatieve fietsers heeft de aandacht.
Afbeelding: Het waterfront van Kortgene.
De oude landbouw haven van Kortgene was reeds lang “uit bedrijf” genomen. Dominant aanwezige, vervallen loodsen en een silo maakten plaats voor woningen aan de haven met nog een hoogte accent voor een compact appartementengebouw. Aandachtspunt is het gevoel van de verbondenheid van het dorp met het Veerse Meer. Dat geldt voor zichtlijnen en openbaarheid en bereikbaarheid van de oevers. De locaties van Delta Marina en Camping de Paardekreek zijn gezichtsbepalend vanaf het Veerse Meer en daar wordt bij de verdere ontwikkeling van deze parken rekening mee gehouden. De smalle havenweg is de enige aan- en afvoerroute. Een extra ontsluiting via de polder is wenselijk, zeker bij calamiteiten. De recreatieparken aan de oostzijde van Kortgene dateren van de jaren `70 en hebben een upgrading nodig. Opties zijn beperkt. Sterke groei van het dorp maken toevoerwegen drukker en vormen een aandachtspunt om o.a. de fietsroute “rondje Veerse Meer” beter te borgen. Met uitbreiding van wandelroutes wordt het dorp beter bij het Veerse Meer betrokken. Door het bos naast de camping, langs de oevers van het Veerse Meer loopt o.a. een wandelroute, MTB-traject en een ruiterpad. De regionale keringen vormen, volgens de klimaat adaptatie strategie vluchtroutes in geval van extreem weer maar zijn als zodanig niet geborgd en herkenbaar.
Kamperland Kamperland heeft sinds de afsluiting van het Veersegat een nieuwe status gekregen. Door recreatie bebouwing aan de oever transformeerde het van een agrarisch georiënteerde gemeenschap naar een recreatiecentrum. Natuur met open vlaktes en beboste gebieden bieden en afwisselend beeld. Er is zowel recreatieve als permanente bewoning gevestigd met op de achtergrond de robuuste landbouw. Bedrijfsactiviteiten nabij de oever richten zich met name op de watersportsector en horeca. In de kern zelf is een gevarieerd aanbod van dienstverlening. Op verschillende locaties is verbetering van de ruimtelijke kwaliteit voorzien, met name verouderde (agrarische) bedrijfsruimte maakt plaats voor recreatieve huisvesting. Daarbij ligt mede de focus om de parken langs de oever meer te verbinden met de kern. Sommige recreatieparken zijn gedateerd en verdienen een transformatie naar huidige kwaliteitsmaatstaven. Gezien de ligging maakt Kamperland en omstreken deel uit van het fietsrondje “Veerse Meer”, scheiding van sportieve en recreatieve fietsers heeft de aandacht. Meer naar het oosten is het openbaar toegankelijk houden van de oever en het vrijhouden van de weidse zichtlijnen een
79
zorg. Een beperkte natuur impuls kan de aantrekkelijkheid van het gebied vergroten. Bebossing is gedateerd en vraagt om een passend beheerplan. Om ontwikkelrichting te bepalen is er met een brede groep stakeholders een “Masterplan Havens Kamperland” opgesteld, de uitwerking daarvan is nog niet geheel voltooid. Het van oorsprong “industriële” gebied zorgde dat bebouwing met de rug naar het water was gekeerd. Nieuwe ontwikkelingen hebben inmiddels plaatsgevonden, waaronder de bouw van appartementen. Om de impact ten opzichte van het Veerse Meer te verzachten is er een extra kreek gegraven waardoor een strook natuur geïsoleerd komt te liggen tussen het kanaal en de kreek. E.e.a. gerealiseerd in nauw overleg met SBB. Aan de westzijde van het havengebied ligt een bos van SBB aan de Ruiterplaatweg, ooit daar gepositioneerd door Nico de Jong. Door de komst van 2 landgoederen zijn er forse kavels natuur als biologische corridor gekoppeld aan het bos en de begroeiing van de oude zeedijk. De Havenweg vormt samen met de Ruiterplaatweg een verbinding tussen het dorp en de op het water georiënteerde parken. Met name de fietsers die “een rondje Veerse Meer” doen, gebruiken deze route. De capaciteit is beperkt, scheiding van snel en langzaam verkeer is gewenst. Langs een fors deel van de Ruiterplaatweg is inmiddels een vrij liggend fietspad aangelegd.
Rondom de gemeentelijke Jachthaven was de uitstraling wat gedateerd. Het parkeerterrein is volledig klimaatbestendig heringericht en veelal verhard met waterdoorlatende verharding. Langs de haven trekken we deze aanpak verder door. Voor de ligweide aan het Veerse Meer zijn plannen van upgrading opgesteld. De uitwerking volgt, waarbij tevens de aanwezigheid van een eeuwen oude veerdam in oude luister wordt hersteld. De Veersteiger is anno 2014 geheel gerenoveerd. De regionale keringen vormen, volgens de klimaat adaptatie strategie vluchtroutes in geval van extreem weer maar zijn als zodanig niet geborgd en bekend. Accommodatie van RCN Camping De Schotsman was gedateerd, zowel bedrijfsgebouwen als de verhuurobjecten. Met een omvangrijk plan van aanpak heeft een ware metamorfose plaatsgevonden. Daarbij is tevens de eigen waterzuivering geamoveerd en het complex op de riolering aangesloten, wat de zwemwaterkwaliteit van het Veerse meer ten goede komt. Schotsman De oude contouren, uitgezet door landschapsarchitect Nico de Jonge zijn nog steeds goed zichtbaar, grote bospercelen met open weidegebieden ertussen en langs de oever. Kwetsbare natuur maar wel met MTB-, fietsen wandelpaden beleefbaar. De bomen zijn op leeftijd en een forse verdunning heeft plaatsgevonden. Optimalisatie van beheer kan gerealiseerd worden door zonering en verder verdunnen van de bossen.