Agendapunt 08. Raadsvoorstel Meicirculaire
Tekst van het document
Raadsvoorstel Agendapunt
08.
Vergadering d.d.
14 juli 2021
Datum collegebesluit 15 juni 2021 Onderwerp
Raadsvoorstel meicirculaire 2021
Registratienummer
Z21.084552 / D21.768309
Portefeuillehouder
drs C. Pille
Programma
Bestuur en financiën
Behandeld door
Mark de Schipper
1. Samenvatting Het ministerie Binnenlandse Zaken heeft op 1 juni de meicirculaire 2021 gepubliceerd. Met dit raadsvoorstel worden de effecten van de meicirculaire 2021 ten opzichte van de decembercirculaire 2020 inzichtelijk gemaakt. In onderstaande tabel staat het financiële effect in totaal weergegeven. We maken onderscheid in een bruto, ofwel totale mutatie en een netto mutatie. Met de netto mutatie geven we het effect van de meicirculaire op het begrotingssaldo weer. Dat betekent dat de geoormerkte middelen verrekend zijn met de betreffende begrotingsposten. Jaar 2021 2022 2023 2024 2025
Bruto mutatie € 2.515.000 € 39.000 -/- € 329.000 -/- € 730.000 -/- € 949.000
Netto mutatie € 282.000 € 47.000 -/- € 365.000 -/- € 764.000 € 883.000
2. Inleiding Het ministerie Binnenlandse Zaken heeft op 1 juni de meicirculaire 2021 gepubliceerd. Deze meicirculaire volgt de decembercirculaire 2020 op. Met dit raadsvoorstel worden de effecten van de meicirculaire 2021 ten opzichte van de decembercirculaire 2020 inzichtelijk gemaakt. Omdat de meicirculaire te kort voor het bestuurlijk traject van de kadernota 2022 gepubliceerd wordt, maakt hij hier geen onderdeel vanuit. Bij het onderdeel Financiën in dit raadsvoorstel wordt inzichtelijk gemaakt wat het financiële effect van de meicirculaire is op de begrotingssaldi 2022 tot en met 2025. 3. Inhoud De belangrijkste wijzigingen van de meicirculaire 2021 staan hieronder weergegeven. Accresontwikkeling en uitkeringsfactor Tijdens de corona crisis heeft het rijk de accressen voor de jaren 2020 en 2021 vastgeklikt op het niveau van de meicirculaire 2020. Daar zien we nu geen wijzigingen in. In de meicirculaire laat het accres, de trap-op-trap-af systematiek, een dalende trend zien. De belangrijkste oorzaak voor deze dalende trend zijn de lagere loon- en prijsontwikkelingen die het Rijk nu opneemt ten opzichte van eerdere ramingen. Tegenover dit negatieve accres zien we een positieve ontwikkeling van de uitkeringsbasis. Voor het grootste deel wordt de algemene uitkering van het gemeentefonds verdeeld op basis van maatstaven.
Alles wat niet met een maatstaf verdeeld wordt, wordt verdeeld via een algemene, voor alle gemeenten gelijke, uitkeringsfactor. We zien landelijk dalende aantallen van de bijstandsontvangers omdat de instroom hiervan door de coronacrisis nu meevalt. Samen met andere landelijk dalende maatstaven betekent dit dat er in de algemene uitkering meer geld overblijft om te verdelen via de algemene uitkeringsfactor. Dit heeft een positief effect op het gemeentefonds van gemeente Goes.
Z03E9D47C90
Agendapunt Pagina 2
Aanpak problematiek jeugdzorg Het Rijk heeft landelijk € 613 miljoen beschikbaar gesteld voor de acute problematiek in de jeugdzorg voor het jaar 2021. Van dit bedrag wordt € 438 miljoen beschikbaar gesteld via de algemene uitkering van het gemeentefonds. Een deel, € 120 miljoen, wordt beschikbaar gesteld via de VWS-begroting. Dit maakt geen onderdeel uit van de meicirculaire van het ministerie BZK. De resterende € 55 miljoen wordt via specifieke uitkeringen aan de VNG beschikbaar gesteld. Dit heeft ook geen effect op het resultaat van de meicirculaire. In begroting 2021 hebben we extra middelen geraamd voor jeugdzorg en deze toegevoegd aan het programma sociaal domein. Tegelijk is besloten om door middel van een ingroeipad en een "bezuiniging" stelpost Transformatie (pagina 3 begroting 2021) scherper aan de wind te gaan zeilen. Nu het Rijk extra middelen beschikbaar stelt, zien we dit als bevestiging dat deze keuze in de begroting 2021 van een ingroeipad terecht is geweest. We stellen we voor om de middelen toe te voegen aan het sociaal domein in 2021. Voor Goes is het voor 2021 een bedrag van ongeveer € 932.000. Deze middelen bestaan uit verdringing en lichte jeugdzorgproblematiek (€ 485.000), Praktijk Ondersteuners Huisartsenzorg (POH) jeugd GGZ (€21.000) en het voorkomen van wachttijden specialistische jeugdzorg (€ 425.000).
De middelen worden via de maatstaven in de algemene uitkering verwerkt. Omdat dit voor 2022 nog niet gedaan is, zien we vanaf 2022 dat de uitgaven maatstaven een stuk lager uitkomen dan in 2021. Recent is bekend gemaakt dat ook in het jaar 2022 er middelen beschikbaar worden gesteld voor de aanpak van de problematiek in de jeugdzorg. Deze middelen zijn nog geen onderdeel van de meicirculaire en daarom nog niet in dit collegevoorstel opgenomen. Zodra deze middelen vertaald worden in een circulaire wordt de financiële verwerking van deze middelen aan u voorgelegd. Andere zaken sociaal domein De decentralisatie uitkeringen van het sociaal domein zijn voor het grootste deel overgeheveld naar de algemene uitkering. Enkel voor de onderdelen Voogdij/18+ en participatie bestaan nog aparte decentralisatie uitkeringen. In de meicirculaire wordt voor deze twee onderdelen nog een loon- en prijsontwikkeling doorgevoerd. Omdat we in de begroting werken met een indexering voor het totale programma sociaal domein, wordt deze indexering niet nog een keer aan het sociaal domein toegevoegd. Anders zou dit leiden tot een dubbele indexering. Voor het onderdeel Voogdij/18+ wordt per 1 januari 2022 het nieuwe woonplaatsbeginsel doorgevoerd. We zijn als gemeente verantwoordelijk voor de zorgkosten van de kinderen uit de eigen gemeente.
Dit betekent een mutatie in de kosten die voor onze rekening komen en in de compensatie die via het gemeentefonds wordt ontvangen. We stellen voor om deze mutatie, een nadeel in de meicirculaire voor Goes, te verrekenen met het sociaal domein. Dit omdat door het toepassen van het woonplaatsbeginsel ook de lagere kosten tot uiting gaan komen. Hiermee is de raming budgetneutraal, waarmee we aansluiten bij de adviseren zoals die landelijk gedaan wordt. Binnen de decentralisatie uitkering Participatie zijn bedragen opgenomen voor de Sociale werkvoorziening, de WSW-bedrijven. We stellen voor dit deel van de mutatie decentralisatie Participatie, zoals gebruikelijk te oormerken op de begrotingspost van de WSW-bedrijven Coronamaatregelen In de meicirculaire is de vierde tranche van de coronacompensatie van het Rijk verwerkt. Dit vierde compensatiepakket is via een brief van het ministerie in maart 2021 bekend gemaakt. Voor Goes gaat het om een compensatie van € 551.000. Samen met de eerdere coronacompensatie zorgt dit in 2021 voor een totaal van € 1.983.000. Met deze circulaire wordt de financiële verwerking geregeld. Het vierde pakket is al onderdeel gemaakt van de periodieke coronamonitor waarmee we uw raad informeren. Uitgangspunt is om de coronacompensatie centraal te begroten en de kosten ook centraal te bewaken.
De grootste posten van de vierde coronacompensatie zijn: - extra begeleiding kwetsbare groepen - bestrijden eenzaamheid ouderen - afvalverwerking - perspectief Jeugd en Jongeren - tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONKregeling)
Agendapunt Pagina 3
Van de eerdere coronacompensatie hebben we aan een aantal posten een oormerk gegeven (WSW gelden, middelen voor de arbeidsmarktregio). Voor de coronacompensatie die nu in de meicirculaire wordt verwerkt, wordt er een oormerking voor de middelen TONK voorgesteld. Hiervan ligt de uitvoering bij GR De Bevelanden. Het betreft een bedrage van ongeveer € 161.000 voor 2021. Voor de overige corona compensatie in deze meicirculaire wordt geen specifieke inzet/oormerking voorgesteld. We stellen voor deze middelen toe te voegen aan de centrale coronapost. Bij de meicirculaire 2021 zit een indicatie voor de vijfde tranche van het compensatiepakket corona van € 140.000 voor Goes. Dit is geen onderdeel van de meicirculaire maar zal financieel in de septembercirculaire 2021 verwerkt worden. Wet Open Overheid Op 26 januari 2021 heeft de Tweede Kamer de (Wijzigingswet) Wet open overheid (Woo) aangenomen. Het betreft een initiatiefwet uit de Tweede Kamer die beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. Met dit wetsvoorstel geven de initiatiefnemers zowel de actieve als de passieve openbaarmaking van overheidsinformatie een nieuwe basis, verankeren zij het recht op toegang tot informatie wettelijk en beogen zij de informatievoorziening en informatiehuishouding van het Rijk en decentrale overheden te verbeteren.
De Eerste Kamer dient nog een besluit te nemen over de Wet open overheid. Bij instemming van de Eerste Kamer zal de wet een halfjaar later in werking treden. Dit zal waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2022 zijn. De huidige Wet openbaarheid van bestuur (Wob) wordt ingetrokken bij de inwerkingtreding van de Woo. Vooruitlopend op de besluitvorming in de Eerste Kamer heeft het kabinet bij de kabinetsreactie op het rapport ´Ongekend onrecht´ van de Parlementaire ondervraging commissie Kinderopvangtoeslag (POK) financiële middelen vrijgemaakt. Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het Rijk gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de Wet open overheid. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen. De incidentele middelen (voor de periode 2022 tot en met 2026 € 24,98 miljoen per jaar) zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. De structurele middelen (€ 21,03 miljoen in 2022, oplopend naar structureel € 42,06 miljoen vanaf 2026) zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Wet open overheid, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen.
Voor Goes wordt via de meicirculaire 2021 een bedrag van structureel € 54.000 en incidenteel ongeveer 63.000 toegevoegd voor 2021, oplopend naar € 98.000 (structureel) en € 67.000 (incidenteel) in 2025. Bommenregeling In de raadsvergadering van 25 februari 2021 is ingestemd met de "Aanvraag suppletie-uitkering OCE". Met dit besluit zijn de kosten die gemaakt zijn voor de opsporing van niet gesprongen explosieven van € 569.419 voor 70% vertaald in een aanvraag OCE van € 398.593. De toekenning van onze aanvraag is onderdeel van de meicirculaire 2021. De tot en met 2020 gehanteerde toekenning van 70% is door het rijk teruggebracht naar 68%. Dit in verband met de oprichting van een landelijk kenniscentrum voor gemeenten over dit onderwerp. De toekenning van onze aanvraag is € 387.205 en valt daardoor € 11.388 lager uit. Met de bijgevoegde begrotingswijziging wordt de toekenning van de middelen bommenregeling aan de betreffende posten/projecten toegevoegd. Afrekening BCF-plafond In de meicirculaire wordt een afrekening verwerkt van het BCF-plafond van het jaar 2020. Wanneer gemeenten minder btw claimen uit het btw-compensatiefonds, worden het budget dat overblijft aan het gemeentefonds toegevoegd. Bij de begroting 2021 hebben we hier al een inschatting voor opgenomen van € 258.000. De afrekening over 2020 komt uit op € 220.000.
Voor 2021 betekent dit dat inschatting niet volledig gehaald wordt. Dit wordt nu verwerkt in de meicirculaire voor het jaar 2021. Voor de jaren 2022 en verder wordt de inschatting van de afrekening BCF-plafond aangepast op het bedrag van € 220.000. Opschalingskorting Vorig jaar is bij de meicirculaire 2020 de laatste tranche 2025 toegevoegd, zodat de structurele uitname van € 975 miljoen is bereikt. Deze korting wordt door gemeenten als zeer oneerlijk ervaren. De opschalingskorting heeft de gemeenten in de jaren 2015 t/m 2021
Agendapunt Pagina 4
cumulatief al € 1,5 miljard gekost en daarnaast nog eens € 150 miljoen als gemist accres over die opschalingskorting. Deze opschalingskorting is landelijk nog een discussiepunt. De beslissing hierover is aan het nieuwe kabinet. We hebben hier voorzichtigheidshalve nog geen voordeel voor ingeschat. 4. Financiën In onderstaande tabel wordt in totaal het effect van de meicirculaire 2021 weergegeven. Dit effect is gesplitst in een bruto mutatie, dit is gelijk aan de totale mutatie van de meicirculaire. De netto mutatie laat het effect op de begrotingssaldi 2021 toto en met 2025 zien. Dit is dus het saldo na de verrekening met de verschillende begrotingsposten. Jaar 2021 2022 2023 2024 2025
Bruto mutatie € 2.515.000 € 39.000 -/- € 329.000 -/- € 730.000 -/- € 949.000
Netto mutatie € 282.000 € 47.000 -/- € 365.000 -/- € 764.000 € 883.000
Voor de jaren 2021 en 2022 zorgt de meicirculaire voor een positieve bruto en netto mutatie. Voor de jaren 2023 en 2024 is deze zowel bruto als netto negatief. Voor het jaar 2025 moeten we ook kijken naar de inschatting die in de kadernota is opgenomen (zie toelichting hieronder) De positieve bruto mutatie van € 2.515.000 in 2021 komt door een positieve ontwikkeling in de maatstaven (door o.a. de verwerking van de middelen problematiek jeugdzorg) en uitkeringsfactor. Daarnaast zien we een toename in de decentralisatie uitkeringen sociaal domein, enkele specifieke uitkeringen zoals de bommenregeling en het compensatiepakket voor corona. Het verschil tussen de bruto en netto mutatie komt omdat een groot deel van de bruto mutatie aan specifieke onderdelen wordt toegekend, zoals toegelicht in het onderdeel Argumenten van dit collegevoorstel. Hierdoor zorgt dit voor een lagere netto mutatie. We zien in de jaren 2022 tot en met 2025 (i.c.m. inschatting kadernota) een negatieve mutatie. Dit is het gevolg van een lager accres en een nieuwe inschatting van Goese maatstaven. Belangrijke lagere inschattingen zien we leerlingaantallen, bijstandontvangers en klantenpotentieel. Het jaar 2025 is voor het eerst in deze circulaire opgenomen. Hierin wordt net zoals bij eerdere meicirculaires in eerste instantie de vergelijking gemaakt met het laatst vastgestelde jaar uit de decembercirculaire.
Hiermee komt de netto mutatie voor 2025 uit op € 883.000 daar moeten we de in de kadernota opgenomen inschatting van € 1.807.000 in mindering opbrengen, zie toelichting hieronder. Taakstelling begroting 2021 Bij de argumenten van dit collegevoorstel hebben we bij het onderwerp Aanpak Problematiek Jeugdzorg aangegeven dat we met de begroting 2021 scherper aan de wind zijn gaan zielen. Ditzelfde geldt voor de inschatting van de maatstaven. Hier hebben we in de begroting 2021 een grotere toename van het inwoneraantal ingeschat. In de meicirculaire 2021 zien we dat die inschatting gehaald is en daarmee is dat onderdeel nu volledig, meerjarig verwerkt in het gemeentefonds. Op dit moment loopt het besluitvormingstraject van de kaderbrief 2022. Mogelijk dat vanuit dit traject nog nieuwe taakstellingen/inschattingen voor het gemeentefonds komen. Met het verwerken van de inschattingen uit begroting 2021, voorkomen we dat we een stapeling van inschattingen opnemen voor het gemeentefonds. Effect kadernota 2022 In de onderstaande tabel wordt het effect van de meicirculaire op de kadernota weergegeven. In de kadernota hebben we een inschatting opgenomen voor de accressen gemeentefonds in laatste jaarschijf 2025. Zo'n nieuwe jaarschijf voegen we jaarlijks toe via de meicirculaire.
Op basis van de informatie over de jaarschijf 2025 van voor de meicirculaire konden we de inschatting maken dat de laatste jaarschijf € 1.807.000 hoger uit zou vallen dan 2024. Door nieuwe berekeningen van het Rijk die nu gepresenteerd worden in de meicirculaire pakt dit anders uit. Tijdens de corona crisis heeft het rijk de accressen voor de jaren 2020 en 2021 vastgeklikt op het niveau van de meicirculaire 2020. Daar zien we nu voor die jaren geen wijzigingen in. In de meicirculaire laat het accres, de trap-op-trapaf systematiek, een dalende trend zien voor 2022 en verder. De belangrijkste oorzaak voor deze dalende trend zijn de lagere loon- en prijsontwikkelingen die het Rijk nu opneemt ten opzichte van
Agendapunt Pagina 5
eerdere ramingen. Die dalende trend is logischerwijs het grootst in het laatste jaar 2025. De ingeschatte plus voor 2025 in de kadernota was € 1.807.000 maar deze komt nu uitkomt nu uit op een plus van € 883.000, dus een nadeel van € 924.000 voor de kadernota. Na verrekening van dit nadeel komt de kadernota uit op -/- € 679.000 vanuit gaan. Jaar Saldo Inschatting Saldo Saldo na kadernota gemeentefonds meicirculaire verwerking meicirculaire 2022 € 640.000 € 47.000 € 687.000 2023 € 135.000 -/- € 365.000 -/- € 230.000 2024 € 77.000 -/- € 764.000 -/- € 687.000 2025 € 245.000 -/- € 1.807.000 € 883.000 -/- € 679.000 Bij dit raadsvoorstel mee te zenden stukken: 1. Begrotingswijziging 28 2021, meicirculaire 2021 2. Raadsbesluit meicirculaire 2021 Ter inzage te leggen stukken 1. Collegevoorstel meicirculaire 2021 Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Goes,
mr. H.E. Schild Secretaris
drs. M. Mulder MSc. Burgemeester