Agendapunt 08. Bijlagen bij regels
Tekst van het document
Bij elke ontheffing en wijzigingsbevoegdheid in de bestemming “Agrarisch“ is aangegeven aan welke criteria moet worden getoetst. In deze bijlage wordt aangegeven hoe deze criteria moeten worden gehanteerd. Noodzaak Door de Agrarische Adviescommissie Zeeland of een andere door de raad aan te wijzen agrarisch deskundige wordt getoetst of het bouwplan ofwel de activiteit noodzakelijk is vanuit het oogpunt van een doelmatige bedrijfsvoering en/of de continuïteit van het bedrijf dan wel de uitvoering van milieumaatregelen. Volwaardigheid De volwaardigheid dient door de aanvrager te worden aangetoond aan de hand van één of meer van de volgende aandachtspunten: ° de aard en omvang van het bedrijf; ° de arbeidsbehoefte die het agrarische hoofdberoe p vergt; ° het bedrijf voorziet in het hoofdinkomen; ° de continuïteit van het bedrijf dient ook op de langere termijn te zijn verzekerd; ° de outillage van het bedrijf; ° eventuele voorziene investeringen; ° de opleiding/ervaring van het bedrijfshoofd; ° de leeftijd van het bedrijfshoofd en de eventuel e opvolging. Nota Bene: - indien de aanvraag betrekking heeft op uitbreiding van een bestaand agrarisch bedrijf, dient de huidige volwaardigheid van het bedrijf te worden aangetoond; - indien de aanvraag betrekking heeft op de nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf, dient de toekomstige volwaardigheid van dat bedrijf te worden aangetoond.
Geen voormalig agrarisch bedrijf beschikbaar Dit criterium geldt alleen voor nieuwvestiging of verplaatsing. Er dient te worden aangetoond dat er geen geschikt of geschikt te maken leegstaand agrarisch bedrijf of niet-agrarisch gebouwencomplex voorhanden is in de directe omgeving (binnen een straal van circa 1.000m) van de beschikbare landbouwgronden. De initiatiefnemer ofwel de aanvrager zal diverse bronnen raadplegen om na te gaan of er een geschikt leegstaand agrarisch bedrijf voorhanden is en stelt de gemeente in kennis van de bevindingen. Geen ernstige beperking agrarische functie Dit criterium houdt in dat er geen belemmering mag ontstaan voor de huidige en potentiële agrarische activiteiten in het betreffende gebied. Onder de potentiële agrarische activiteiten worden alle activiteiten verstaan waarvoor in het bestemmingsplan ontwikkelingsruimte wordt gegeven, hetzij direct, hetzij indirect via afwijking of via planwijziging. Omgevingskwaliteiten Kwaliteiten die van belang zijn voor een goede leefomgeving, bij de beschrijving waarvan tenminste de navolgende aspecten in beschouwing worden genomen: luchtkwaliteit, stank, geluid, lichtvervuiling, veiligheid, bodem- en waterkwaliteit –waterbodems daaronder begrepen- waterkwantiteit, ecologische en natuurlijke kwaliteit, landschappelijke en beeldkwaliteit, cultuurhistorische kwaliteit, bereikbaarheid en sociale kwaliteit.
Geen onevenredige toename automobiliteit Eer is sprake van een onevenredige toename indien het aantal verkeersbewegingen meer toeneemt dan gemiddeld bij de huidige activiteit gebruikelijk is. Ontsluitingsmogelijkheden Er dient advies te worden ingewonnen bij de wegbeheerder met de vraag of de weg voldoende draagkracht en capaciteit bezit en of er vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid geen bezwaren zijn. Landschapstoets
1. Een onderzoek naar de aanvaardbaarheid van de betreffende afwijking of planwijziging vanuit landschappelijk oogpunt. Er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de landschappelijke waarden, mede in relatie tot aangrenzende gronden. Er is bijvoorbeeld geen sprake van een onaanvaardbare toename van landschappelijke verdichting ofwel verstening, afgezet tegen de huidige landschappelijke karakteristiek; 2. Een onderzoek of en zo ja welke nadere regels dienen te worden gesteld teneinde een aanvaardbare landschappelijke inpassing te verkrijgen. Nadere regels kunnen worden gesteld ten aanzien van: -afmetingen en situering van bouwwerken; -het voorzien in een inrichting met een sortiment beplanting die in de naaste omgeving als kenmerkend in het landschap voorkomt. Landschappelijke inpassing Onderzocht dient te worden of er nadere eisen dienen te worden gesteld teneinde een aanvaardbare landschappelijke inpassing te verkrijgen. Nadere eisen kunnen worden gesteld ten aanzien van: - afmetingen van bouwwerken en bassins; - situering van bouwwerken en bassins; - beplanting: voorzien in een inrichting met een sortiment beplanting die in de naaste omgeving als kenmerkend in het landschap voorkomt. Het criterium beplanting is niet van toepassing op foliebassins ten behoeve van aquacultuur.
Milieutoets De milieutoets houdt in dat aan de hand van een onderbouwd advies van een (door de gemeente aan te wijzen) deskundige aangegeven dient te worden of de aanvraag voor een omgevingsvergunning aanvaardbaar is uit het oogpunt van milieu: In het bijzonder dient in bufferzones een nadere afweging plaats te vinden: - in een zone van 100 meter rond woongebieden en verblijfsrecreatieterreinen dient te worden nagegaan of de nieuwe activiteit uit milieuhygiënisch oogpunt aanvaardbaar is in verband met de belangen van de omliggende bestemmingen en functies; - in een zone van 100 meter rond natuurgebieden en agrarische gebieden met landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarde dient te worden nagegaan in hoeverre de nieuwe activiteit leidt tot een verstoring van de ornithologische waarden, de openheid en de verstoringsgevoeligheid van nabijgelegen natuurgebieden. Voor het realiseren van een mestbassin met een inhoud van meer dan 1.500 m³ geldt dat dit niet is toegestaan binnen een zone van 100meter rond woongebieden en recreatiegebieden. Archeologische toets Deze toets houdt in dat in een aantal gevallen moet worden nagegaan of er archeologische waarden voorkomen in het betreffende gebied en of deze voldoende worden beschermd.
Flora- en faunatoets Deze toets houdt in dat in een aantal gevallen voorafgaand aan het toepassen van een wijzigingsbevoegdheid de aanvraag wordt getoetst aan de Vogel-en Habitatrichtlijn, teneinde te voorkomen dat de als gevolg van de aanvraag mogelijke ruimtelijke ingreep significant nadelige effecten genereert voor de in het betreffende gebied voorkomende beschermde plant- en diersoorten. Watertoets Deze toets houdt in dat in een aantal gevallen in het licht van “Waterbeheer in de 21ste eeuw“ de effecten van de aanvraag op de waterhuishouding wordt getoetst door het daartoe bevoegd gezag (het Waterschap Scheldestromen of Rijkswaterstaat Zeeland). Overeenkomst Er dient een contract te worden gesloten met daarin de voorwaarden waaraan de initiatiefnemer en de gemeente zich binden. De belangrijkste voorwaarde die in de overeenkomst moet zijn opgenomen is dat zowel de initiatiefnemer als de gemeente instemmen met het plan zoals dat is opgesteld door de initiatiefnemer en dat de initiatiefnemer middels de overeenkomst zich ertoe verbindt dit plan uit te
voeren op de beschreven wijze. Ook zal, indien van toepassing, hierin de verevening worden geregeld. Voor de volgende ontwikkelingen is het principe van verevening van toepassing: Bij de uitbreiding van kleinschalige kampeerterreinen van 15 naar 25 eenheden: - een vereveningsbijdrage van € 800,-- per extra eenheid; - indien gekozen wordt voor een gezamenlijke investering van een aantal ondernemers in de toegankelijkheid van het landelijk gebied: € 500,-- per extra eenheid. Bij nieuwe economische dragers: - een vereveningsbijdrage van € 8.000,--. Bij semi-agrarische en agrarisch aanverwante bedrijvigheid Indien nieuwe bebouwing ten behoeve van een semi-agrarische of agrarisch aanverwante ontwikkeling wordt opgericht gelden de volgende aanvullingen: - realisatie nieuwe bebouwing (tot en met bedrijfsvloeroppervlakte van 250m²): een vereveningsbijdrage van € 8.000,--; - realisatie van nieuwe bebouwing ten behoeve van agrarische hulpbedrijven en toeleverende bedrijven, zijnde loonbedrijven, veehandelsbedrijven, fouragehandel, zaaizaad en pootgoed en opslag agrarische producten (t/m een bedrijfsvloeroppervlakte van 1.500m²): een vereveningsbijdrage van € 8.000,--; - indien sprake is van nieuwe ontwikkeling waarbij de uitbreiding in bedrijfsvloeroppervlakte een veelvoud van het genoemde aantal vierkante meters bedraagt, dan bedraagt de vereveningsbijdrage eveneens een veelvoud van €
8.000,--. Bovengenoemde bedragen zijn indicatoren. Per geval zal maatwerk worden geleverd.
Koppeling aan functies
Via afwijking/wijziging toe te staan
1)
Categorie2) indeling VNGbedrijvenlijst
Functie
Maximale bedrijfsvloeroppervlakte in m2
N
V
L/M
W
N
-
-
-
1
Loonbedrijven
N
V
-
-
2/3
1.500
Drainage bedrijven
N
V
-
-
3
1.500
Veehandelsbedrijven
N
V
-
-
3+
1.500
Spermabank
N
V
-
-
3
500
Foeragehandel•
N
V
-
-
2
1.500
Zaaizaad en pootgoed
N
V
-
-
3
1.500
V
-
-
3+
1.500
N
V
-
-
2
150
Hoveniersbedrijven•
N
V
-
-
1
500
Boomverzorgingsbedrijven
N
V
-
-
1
500
Natuur en landschapsbeheer
N
V
-
-
2
500
Tuincentrum
N
V
-
-
2
1.500
Vis/escargot/wormkwekerij
N
V
-
-
1
1.500
LANDBOUW VERWANTE FUNCTIES Verkoop boerderij- en streekproducten
150
Agrarische hulpbedrijven
Toeleverende bedrijven
Opslag agrarische producten Hoefsmederij
N
Semi-agrarische bedrijven
1)
2)
Koppeling aan functies: N toelaatbaar als nevenactiviteit op agrarisch bedrijf 1 gr. afstand 0 of 10 meter directe familie van de agrariër V toelaatbaar als vervolgactiviteit op voormalig agrarisch bedrijf 2 gr. afstand 30 meter W toelaatbaar bij woningen 3 gr. afstand 50 of 100 meter L toelaatbaar bij landhuizen / landgoederen 4 gr. afstand 200 of 300 meter M toelaatbaar in monumentale en karakteristieke panden Categorie-indeling: 1 gr. afstand 0 of 10 meter 2. gr. afstand 30 meter 3. gr. afstand 50 of 100 meter 3+ gr. afstand 50 meter of meer 4 gr. afstand 200 of 300 meter
Via afwijking/wijziging toe te staan
Functie
Koppeling aan functies
Categorie-
Maximale
indeling VNGbedrijvenlijst
bedrijfsvloeropper -vlakte in m2
N
V
L/M
W
N
-
-
-
1
500
N
V
-
-
2/3
500
Kampeerboerderij
N
V
-
-
2/3
500
Appartementen(verhuur)
N
-
L/M
-
2/3
250
Hotelaccommodatie
N
-
L/M
-
2
250
Logies met ontbijt
N
V
L/M
W
1
50
Horeca:
-
-
-
-
-
Restaurant
N
-
L/M
-
2
250
-
Eethuis
N
-
L/M
-
2
250
-
IJssalon
N
-
L/M
-
1
250
-
Theeschenkerij
N
-
L/M
-
1
250
-
Partycentrum
-
-
L/M
-
3
1.000
Bezoekerscentrum
N
V
-
-
1
250
V
-
-
2/3
500
-
2
Zorgvoorzieningen Zorgboerderij (sociale nevenfunctie op agrarisch bedrijf bv resocialisatie, therapie, gehandicapten dagbesteding) OPSLAG Caravans, boten inboedel en overige opslag RECREATIE Verblijfsrecreatie
Dagrecreatie
Paardenpension/-stalling
N
Sauna
N
V
-
Verhuur:
-
V
-
-
-
Paarden
N
V
-
-
2/3
250
-
Fietsen
N
V
-
-
2
250
-
Kano’s
N
V
-
-
2
250
-
Trapauto’s
N
V
-
-
2
250
N
V
-
-
3
1.500
Individuele (para)medische of therapeutische praktijk
N
V
L/M
W
-
50
Dierenarts
N
V
L/M
W
-
50
Atelier
N
V
L/M
W
-
50
Overige aan huis gebonden beroepen
N
V
L/M
W
-
50
Manege
250 250
AAN HUIS-GEBONDEN-BEROEPEN
Via afwijking/wijziging toe te staan
Functie
Koppeling aan functies
Categorie-
Maximale
indeling VNGbedrijvenlijst
bedrijfsvloeropper -vlakte in m2
N
V
L/M
W
Privékliniek
-
-
L/M
-
2
250
Kuuroord
-
-
L/M
-
2
250
MEDISCH (VERWANTE) DIENSTVERLENING
Dierenkliniek
-
-
L/M
-
1
250
Groepspraktijk
N
V
L/M
-
1
250
Cursuscentrum
N
V
L/M
-
2/3
250
Créche/peuterspeelzaal
N
V
L/M
-
2
250
Museum/tentoonstellingsruimte
N
V
L/M
-
2
250
Dierenasiel/-pension
N
V
-
-
3
250
Kappersbedrijf > 50 m²
N
V
-
-
1
250
Computerservicebedrijf
N
V
-
-
1
250
Adviesbureau > 50 m²
N
V
L/M
-
2
250
Geluidsstudio
N
V
-
-
2
250
Antiekhandel
N
V
L/M
-
2
250
Kunsthandel
N
V
L/M
-
2
250
OVERIGE DIENSTVERLENING
AMBACHTELIJKE LANDBOUWPRODUCTVERWERKENDE BEDRIJVEN Slachterij
N
V
-
-
2/3
250
Vleesverwerking
N
V
-
-
2/3
250
Zuivelverwerking
N
V
-
-
2/3
250
Plantaardige productverwerking
N
V
-
-
3+
250
Imkerij
N
V
-
-
2
250
Palingrokerij
N
V
-
-
1
250
Wijnmakerij
N
V
-
-
2
250
Bierbrouwerij
N
V
-
-
3
250
Riet- en vlechtwerk
N
V
-
-
2
250
OVERIGE AMBACHTELIJKE BEDRIJVEN Bouwbedrijven
N
V
-
-
2
250
Schilderbedrijven
N
V
-
-
2
250
Installatiebedrijven
N
V
-
-
2
250
Elektrotechnisch installatiebedrijf
N
V
-
-
2
250
Dakdekkersbedrijf
N
V
-
-
2
250
Rietdekkersbedrijf
N
V
-
-
2
250
Houtzagerij/-schaverij
N
V
-
-
3
250
Speeltoestellenfabricage
N
V
-
-
3
250
Lasinrichting/bankwerkerijen
N
V
-
-
3
250
Vervaardiging medische instrumenten en orthopedische artikelen
N
V
-
-
2
250
Meubelmakerij/restauratie
-
V
-
-
3
250
Meubelstoffeerderijen
-
V
-
-
1
250
Via afwijking/wijziging toe te staan
Functie
Koppeling aan functies
Categorie-
Maximale
indeling VNGbedrijvenlijst
bedrijfsvloeropper -vlakte in m2
N
V
L/M
W
Vervaardigen en reparatie sieraden
-
V
-
-
2
250
Vervaardigen en reparatie muziekinstrumenten
-
V
-
-
2
250
Spel- en speelgoedfabricage
-
V
-
-
3
250
Spinnen en weven van textiel
-
V
-
-
3
250
Vervaardigen van textielwaren
-
V
-
-
3+
250
Kledingvervaardiging
-
V
-
-
2
250
Reparatiebedrijven van gebruiksgoederen
-
V
-
-
2
250
Pottenbakkerij
-
V
-
-
2
250
Natuursteenbebwerking/ beeldhouwerij
-
V
-
-
2
250
Zeefdrukkerij
-
V
-
-
2
250
Wat betreft de situering van een waterbassins kunnen de volgende mogelijkheden worden onderscheiden: 1. waterbassin middenin een bestaande fruitgaard; 2. waterbassin aan de rand van een fruitgaard, langs een doorgaande weg; 3. waterbassin aan de rand van een fruitgaard, op een afstand van meer dan 100meter vanaf een doorgaande weg; 4. waterbassin buiten een fruitgaard, langs een doorgaande weg; 5. waterbassin buiten een fruitgaard, op een afstand van meer dan 100meter vanaf een doorgaande weg. Waarbij een doorgaande weg een openbare weg is met uitzondering van doodlopende wegen. Hierbij gelden de volgende richtlijnen ten aanzien van de landschappelijke inpassing: ad 1: rondom alleen talud aanplanten; ad 2: talud en zijde langs doorgaande weg 3m aanplanten; overige zijden alleen talud aanplanten; ad 3: talud en zijde naar doorgaande weg 1rij aanplanten (0,5m); overige zijden alleen talud aanplanten; ad 4: talud en zijde langs doorgaande weg 3m aanplanten; overige zijden talud en 1rij aanplanten 0,5m); ad 5: rondom talud en 1rij aanplanten (0,5m). De aangegeven maten voor inpassing zijn exclusief een reeds bestaande windsingel. Voor de beplanting van het talud wordt ervan uitgegaan dat de bovenste meter niet wordt ingeplant, om bladval in het bassin te voorkomen. De beplanting dient een hoogte te krijgen van minimaal de hoogte van het talud.
De hoogte van het dijklichaam mag maximaal 2,5m bedragen boven maaiveldniveau. Voor de beplanting dient het volgende plantverband te worden toegepast (ingeval van struikvormers): -bij een beplantingsstrook van 3m breed dient een plantverband te worden aangehouden van 1mx1m; -bij een beplantingsstrook van 0,5m breed dient een plantverband in de rij te worden aangehouden van 0,5m. Wat betreft de soort beplanting mogen uitsluitend de volgende (inheemse) soorten worden toegepast: -Zomereik(Quercus robur) -Zwarte Els (Alnus glutinosa) -Gewone Els (Fraxinus excelsior) -Veldesdoorn (Acer campestre) -Steeliep (Ulmus laevis) -Wilde Kamperfoelie (Lonicera periclymenum) -Rode Kornoelje (Cornus sanguinea) -Wilde Liguster (Ligustrum vulgare) -Sleedoorn (Prunus spinosa) -Vogelkers (Prunus padus) -Hondsroos (Rosa canina) -Gewone Vlier (Sambucus nigra) -Katwilg (Salixviminalis) -Kraakwilg (Salixfragilis) -Schietwilg,niet geknot (Salixalba) Bij de aanvraag om aanlegvergunning dient door middel van kaartmateriaal voldoende duidelijkheid te worden gegeven in de ligging langs een openbare weg, de aanwezigheid van fruitopstand en de (eventuele) aanwezigheid van een windsingel.
Opdrachtgever
MJ de Jong Techniek
Status
Concept 3
Datum
december 2021
2
1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................5 1.2 Opbouw rapportage ........................................................................................................................................5
2.1 Context ............................................................................................................................................................. 7 2.2 Huidige situatie plangebied ...........................................................................................................................9 2.3 Beoogde situatie plangebied .........................................................................................................................9
3.1 Planbeschrijving ........................................................................................................................................... 11 3.2 Haag ............................................................................................................................................................... 11 3.3 Beheer en onderhoud ................................................................................................................................... 12
3
Figuur 1: Ligging plangebied
4
1. Inleiding 1.1 Aanleiding MJ de Jong Techniek is gevestigd op het perceel Bijsterweg 16a te Wolphaartsdijk. Een deel van de gronden behorende bij het bedrijf is bij de herziening van het bestemmingsplan in 2010 niet correct bestemd. In plaats van een bedrijfsmatige bestemming is hier een agrarische bestemming op gelegd. Deze strook grond is voor de bedrijfsvoering essentieel en dient alsnog de juiste bedrijfsmatige bestemming te krijgen. Daarnaast wordt een deel van de bij het bedrijf behorende gronden ten noorden van de bedrijfsbebouwing nu niet bedrijfsmatig gebruikt, terwijl daar wel een bedrijfsmatige bestemming op rust. MJ de Jong Techniek wenst deze gronden in gebruik te nemen voor buitenopslag. De gemeente Goes heeft laten weten in principe medewerking te willen verlenen aan deze wens en de aanpassing van het bestemmingsplan. De gemeente verbindt hieraan een aantal voorwaarden, waaronder de voorwaarde dat het perceel aan de noord- en oostzijde landschappelijk wordt ingepast. In deze rapportage wordt aangegeven op welke wijze het perceel landschappelijk zal worden ingepast. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij landschappelijke karakteristieken en rekening gehouden met de gewenste activiteiten op het terrein.
1.2 Opbouw rapportage De rapportage is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 1 is de aanleiding voor het opstellen van deze rapportage beschreven. In het 2e hoofdstuk wordt de situatie in haar context beschreven. Hoofdstuk 3 gaat in op de landschappelijke inpassing.
5
open polderlandschap
open polderlandschap
Camping De Haas
Figuur 2: Landschappelijke context
6
2. Situatieschets 2.1 Context Het bedrijf van MJ de Jong Techniek bevindt zich in het kleinschalige polderlandschap rond Wolphaartsdijk en Oud Sabbinge. Het voormalige eiland Wolphaartsdijk heeft een karakteristieke structuur waarin afleesbaar is hoe het eiland werd uitgebreid met nieuwe stukjes polder, de zogenaamde aanwassen. De open ruimtes in de polders dragen bij aan deze leesbaarheid van het landschap. De dijken zijn voorzien van bomen, waardoor het karakteristieke dijkenpatroon geaccentueerd wordt. Ter plaatse van het bedrijf van MJ de Jong Techniek kruist de onbeplante Bijsterweg één van de beplante dijken, de Langedijk – Kortedijk. Het bedrijf bevindt zich – samen met een aantal woningen – in de noordoostelijke hoek van de kruising. In de zuidwestelijke hoek van de kruising bevindt zicht camping De Haas, direct grenzend aan de kern Oud-Sabbinge. De dijk is zo’n 2 meter hoger dan de omliggende polder. Zowel noordelijk (Langedijk) als zuidelijk (Kortedijk) van de locatie ligt de rijbaan op de kruin van de dijk, zodat vanaf enige afstand zicht is op de bedrijfslocatie. Echter, ter plaatse van de kruising ligt de rijbaan op polderniveau, aan de westzijde van de dijk. Hierdoor is er van dichtbij slechts beperkt zicht op de bedrijfslocatie. Vanuit de tuinen van de naastgelegen woningen is er zicht op de Langedijk.
In figuur 2 is de landschappelijke context op schematische wijze weergegeven.
1
2
3 4 Figuur 3: foto’s van de locatie genomen vanuit het westen (1), noorden (2), oosten (3) en zuiden (4)
7
Figuur 4: Luchtfoto van de locatie
8
2.2 Huidige situatie plangebied De bedrijfslocatie van MJ de Jong Techniek bevindt zich in de noordoostelijke hoek van de kruising Bijsterweg – Langedijk, als beëindiging van een bebouwingscluster in het polderlandschap. Het bedrijfsperceel – zoals met de rode lijn op de figuren weergegeven – heeft een oppervlakte van circa 3.000 m2. Zoals te zien op de luchtfoto, bevindt zich een schuur op het perceel, iets terugliggend ten opzichte van de naastgelegen woonbebouwing. Het terrein aan de oostzijde van de schuur wordt met name gebruikt voor buitenopslag en parkeren. De gronden noordelijk van de schuur worden hoofdzakelijk agrarisch gebruikt. Direct aan de westzijde van het perceel bevindt zich een sloot onderlangs de langedijk.
2.3 Beoogde situatie plangebied MJ de Jong Techniek is voornemens de gronden aan de noordzijde van de schuur, voor zover liggend in de bestemming Bedrijf, te benutten voor buitenopslag. Deze buitenopslag zal achter de schuur plaatsvinden, zodat deze vanaf de Bijsterweg nagenoeg niet zichtbaar is. Daarnaast zal het perceel voor buitenopslag aan de noord- en oostzijde landschappelijk worden ingepast. In het volgende hoofdstuk wordt dit nader toegelicht.
9
A’ A B
B’
Figuur 5: Landschappelijke inpassing, met aanduiding doorsneden
10
3. Landschappelijke inpassing 3.1 Planbeschrijving Om de activiteiten op de noordzijde van het terrein van MJ de Jong Techniek wat minder nadrukkelijk in de omgeving aanwezig te laten zijn, dient en zal het perceel landschappelijk worden ingepast. Daarbij wordt gezocht naar een manier van inpassen die geen afbreuk doet aan de openheid van het landschap én die het zicht vanuit de naastgelegen tuinen op de Langedijk niet teveel belemmert. Er wordt dan ook een vorm van inpassing voorgesteld die enerzijds hoog genoeg is om de buitenopslag (grotendeels) aan het oog te onttrekken en anderzijds laag genoeg om het zicht op de dijk in stand te houden. De landschappelijke inpassing van het terrein van MJ de Jong Techniek beperkt zich tot de noord- en oostzijde. Vanaf deze zijden is het perceel vanaf enige afstand zichtbaar. Aan de zuid- en westzijde is landschappelijke inpassing niet zinvol; aan de zuidzijde neemt de bestaande bedrijfsbebouwing het zicht weg, aan de westzijde zorgt de dijk al voor landschappelijke inpassing. Bovendien bevindt zich aan de westzijde van het perceel een sloot onderlangs de Langedijk, welke vanaf het perceel onderhouden moet kunnen worden. De landschappelijke inpassing bestaat uit een haag van een inheemse soort aan de noord- en oostzijde. De inpassingsmaatregelen zijn weergegeven in figuren 5 en 6 en worden onderstaand nader toegelicht.
3.2 Haag Aan de noord- en oostzijde van de beoogde buitenopslag wordt een haag voorgesteld. De haag begint aan de noordwesthoek tegen de schouwstrook van de sloot aan en vormt vervolgens een haak rond de beoogde buitenopslag. De haag krijgt een breedte van circa 1 meter en zal uitgroeien tot een hoogte van circa 1,8 meter. Voor de aanplant van de haag wordt inheemse, streekeigen beplanting toegepast. De dichte beplanting zorgt voor een aantrekkelijke biotoop voor onder andere vogels. Hiertoe is een keuze gemaakt uit de assortimentslijst ‘Boeren planten bomen’ van de Stichting Landschapsbeheer Zeeland, namelijk: ▪ Ligustrum vulgare (gewone liguster);. De haag wordt aangeplant in driehoeksverband met een afstand tussen de rijen én een onderlinge afstand van 50 cm.
11
Figuur 6: Principedoorsnede A-A’
3.3 Beheer en onderhoud Haag Voor het verkrijgen en behouden van een gesloten beeld, wordt de haag tweemaal per jaar gesnoeid, eenmaal in het voorjaar (mei) en eenmaal aan het einde van de zomer (september).
12
13
Rothuizen Architecten en Adviseurs Kleverskerkseweg 49 4338 PB Middelburg Postbus 29 4330 AA Middelburg 0118 – 65 37 37 Ceresstraat 15e 4811 CA Breda Postbus 2128 4800 CC Breda 076 – 53 17 444
rdh@rothuizen.eu www.rothuizen.eu