Agendapunt 06. Notabodembeheer-Goes-2022
Tekst van het document
MARMOS bodemmanagement
INHOUDSOPGAVE Samenvatting
1
1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Inhoud en achtergrond van deze Nota Bevoegd gezag Handhaving Geldigheid en evaluatie Voorbereiding van de Nota en afstemming met overige belanghebbenden
3 3 5 5 6 8
2. 2.1 2.2 2.3 2.4
Normering en klasse-indeling volgens Besluit bodemkwaliteit Introductie Normen voor toepassingen op de landbodem Generiek en gebiedsspecifiek beleid uit Besluit bodemkwaliteit Handelingskader voor PFAS
10 10 10 12 13
3. 3.1 3.2
Bodemfunctiekaart en bodemkwaliteitskaart Bodemfunctiekaart Bodemkwaliteitskaart
15 15 15
4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10
Gebiedsspecifiek beleid Aanleiding voor gebiedsspecifiek beleid Voorwaarden voor gebiedsspecifiek beleid Algemene keuzes Lokale Maximale Waarden (LMW) voor de NEN 5740-parameters Lokale Maximale Waarden (LMW) voor de bestrijdingsmiddelen Toepassingsnormen voor PFAS Bodemtypecorrectie Maximum percentage bodemvreemde bijmengingen Voorwaarden voor gebruik van de bodemkwaliteitskaart als milieuhygiënische verklaring Erkenning van bodemkwaliteitskaarten uit andere bodembeheergebieden
20 20 21 22 23 24 25 27 28 29 30
5. 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4 5.3.5 5.3.6 5.3.7
Regels voor het toepassen van grond en bagger Grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart, afgezien van uitzonderingslocaties Uitzonderingslocaties Hergebruik van grond afkomstig van een verdachte locatie Toepassing van grond op (mogelijk) ernstig verontreinigde locaties Zintuiglijk afwijkende grond Overige situaties Hergebruik van grond afkomstig van grotere diepte dan 2,0 m-mv Toepassing van grond buiten het bodembeheergebied van deze bodemkwaliteitskaart Grond afkomstig van buiten het bodembeheergebied van deze bodemkwaliteitskaart Grootschalige bodemtoepassingen Toepassing van zout zeezand Regels voor tijdelijke opslag van grond Transport van grond en bagger
32 32 33 33 34 35 35 35 35 35 37 38 39 39
Nota bodembeheer gemeente Goes
MARMOS bodemmanagement
5.3.8 6. 6.1 6.2
Geen vrijstelling voor bodemonderzoek bij aanvraag omgevingsvergunning voor bouwactiviteit Meldingsprocedure voor het toepassen van grond en bagger Meldingsplicht voor de toepasser Behandeling van de meldingen door de gemeente
40 41 41 42
7.
Stappenplan: grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart
43
8.
Communicatie
45
Literatuurlijst
46
BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9: Bijlage 10: Bijlage 11: Bijlage 12:
Normering Regeling bodemkwaliteit (inclusief wijzigingen per 1 januari 2014) en Gebiedsspecifieke normen Goes Grondstromenmatrix (voor grond afkomstig uit de gemeente Goes) Toepassingsnormen Bodemfunctiekaart Bodemkwaliteitskaart: ontgravingskaart NEN5740-parameters Toepassingseis NEN5740-parameters Bodemkwaliteitskaart bestrijdingsmiddelen Toepassingseis bestrijdingsmiddelen Toepassingseis PFAS Risicotoolbox Checklist alleen voor grondverzet door particulieren en agrarische bedrijven Afkortingen- en begrippenlijst
Geactualiseerde versie 20 juni 2022: -
-
In de geactualiseerde versie uit 2022 is de bodemfunctiekaart op enkele plekken gewijzigd. Deze wijzigingen werken ook door in de toepassingskaarten, zodat die kaartbijlagen hierop zijn aangepast; het Havengebied Goes – waarvoor een afzonderlijke nota bodembeheer geldt – is geïntegreerd in de kaartbijlagen 4 t/m 9; verder zijn de toepassingsnormen voor PFAS overgenomen zoals die in 2020 waren opgenomen in de regionale bodemkwaliteitskaart PFAS Bevelanden en Tholen; de tekst over het maximum percentage bodemvreemde bijmengingen (paragraaf 4.8) is aangescherpt vanwege een wijziging van de Regeling bodemkwaliteit uit november 2018.
De geactualiseerde versie uit 2022 bevat verder alleen redactionele aanpassingen vanwege het voorgaande, maar geen beleidsmatige wijzigingen.
Nota bodembeheer gemeente Goes
MARMOS bodemmanagement
SAMENVATTING Voor u ligt de Nota bodembeheer van de gemeente Goes. Deze Nota bodembeheer beschrijft de regels voor het toepassen van grond en bagger op de landbodem in de gemeente Goes en de lokale uitwerking van de landelijke regelgeving uit het Besluit bodemkwaliteit. Voorliggende nota bodembeheer is een actualisatie van de nota bodembeheer die in 2014 is vastgesteld. Voor het Havengebied van Goes geldt een afzonderlijke nota bodembeheer, die in 2021 is geactualiseerd. Het Besluit bodemkwaliteit en de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit bevatten landelijke generieke regels voor het toepassen van grond en bagger. De generieke normen voor het hergebruik van grond op de landbodem zijn afhankelijk van zowel het gebruik (de bodemfunctie) als de milieuhygiënische kwaliteit van de ontvangende bodem. Daarbij is de strengste hiervan maatgevend. Het gebruik van de bodem van een gemeente wordt in een bodemfunctiekaart ingedeeld in de volgende bodemfunctieklassen: bodemfunctie overig (ook aangeduid als ‘natuur / landbouw’); bodemfunctie wonen; bodemfunctie industrie. De milieuhygiënische kwaliteit is in de bodemkwaliteitskaart van de gemeente ingedeeld in de volgende bodemkwaliteitsklassen: Achtergrondwaarde; klasse wonen; klasse industrie. Het Besluit bodemkwaliteit bevat de mogelijkheid om op grond van de lokale situatie gebiedsspecifiek beleid vast te stellen.
Gebiedsspecifiek beleid wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Gedeeltelijk hanteert de gemeente Goes voor het toepassen van grond en bagger het generieke beleid. Daarnaast geldt een aantal beleidskeuzes uit voorliggende Nota als gebiedsspecifiek beleid: voor een aantal gebieden zijn verhoogde Lokale Maximale Waarden (LMW) vastgesteld; voor minerale olie wordt voor de toetsing aan de Achtergrondwaarde geen bodemtypecorrectie toegepast bij humuspercentages lager dan 10%; er geldt afhankelijk van de functie van de bodem een maximaal percentage bodemvreemde bijmengingen van 5% dan wel 10% (in plaats van het generieke percentage van 20%); de voorwaarden voor het gebruik van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel (milieuhygiënische verklaring) voor de kwaliteit van vrijkomende grond zijn nader omschreven (aantoonbare controle op uitzonderingslocaties); andere bodemkwaliteitskaarten die bij de vaststelling van voorliggende Nota bodembeheer geldig zijn binnen Zeeland worden erkend als bewijsmiddel. Het College van Burgemeester en Wethouders kan in de toekomst nieuwe bodemkwaliteitskaarten erkennen.
Nota bodembeheer gemeente Goes
1/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
De verhoogde LMW gelden alleen voor grond en bagger afkomstig uit de gemeente Goes. Op gebiedsniveau leiden de verhoogde LMW binnen de gemeentegrenzen van Goes niet tot een verslechtering van de milieukwaliteit (stand still op gebiedsniveau). Deze nota bodembeheer bevat tevens de toepassingsnormen voor PFAS, zoals eerder vastgelegd in 2020 in een afzonderlijk rapport. Op grond van de landelijke regelgeving moet het elders toepassen dan wel tijdelijk opslaan van grond of bagger in veel gevallen minimaal vijf werkdagen tevoren worden gemeld.
Nota bodembeheer gemeente Goes
2/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
1.
INLEIDING
1.1
Inhoud en achtergrond van deze Nota
Voor u ligt de Nota bodembeheer1 van de gemeente Goes. Deze Nota bodembeheer beschrijft de regels voor het toepassen van grond en bagger op de landbodem in de gemeente Goes. Deze Nota bevat de lokale uitwerking van de landelijke regelgeving uit het Besluit bodemkwaliteit.
Besluit bodemkwaliteit Het Besluit bodemkwaliteit (lit. 1) en de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit (lit. 2) zijn in 2008 in werking getreden. Deze vormen het wettelijke kader voor hergebruik van bouwstoffen, grond en baggerspecie. Het Besluit bodemkwaliteit heeft onder andere het Bouwstoffenbesluit en de Vrijstellingsregeling grondverzet vervangen. In het Besluit bodemkwaliteit zijn generieke regels opgenomen, waarbij de normen voor het toepassen van grond en bagger afhankelijk zijn van zowel de kwaliteit als de functie van de ontvangende bodem. De normering en klasse-indeling volgens het Besluit bodemkwaliteit worden toegelicht in hoofdstuk 2. Het Besluit bodemkwaliteit bevat de mogelijkheid om op grond van de lokale situatie gebiedsspecifiek beleid vast te stellen. Generiek beleid wordt vastgesteld door het College van B & W. Gebiedsspecifiek beleid wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Voor de vaststelling is een openbare voorbereidingsprocedure wordt gevolgd.
Bodemfunctiekaart en bodemkwaliteitskaart De functie van de bodem is vastgelegd in de bodemfunctiekaart van de gemeente Goes (bijlage 4). In de bodemfunctiekaart is de functie van de bodem ingedeeld in de bodemfunctieklassen Wonen, Industrie en overig2. De kwaliteit van de bodem is vastgelegd in de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Goes (lit. 3). Voor PFAS is in 2020 een regionale bodemkwaliteitskaart opgesteld (lit. 4). In een bodemkwaliteitskaart wordt een bodembeheergebied ingedeeld in één of meer zones met een vergelijkbare milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het gaat hierbij om de ‘gemiddelde’ kwaliteit van deze gebieden, afgezien van lokale verontreinigingen veroorzaakt door puntbronnen. De bodemkwaliteitskaart en de bodemfunctiekaart vormen de technisch-inhoudelijke onderbouwing voor het grondstromenbeleid zoals dat is vastgelegd in deze Nota bodembeheer. Hoofdstuk 3 bevat een samenvatting van de bodemkwaliteitskaart met een overzicht van de zones uit de bodemkwaliteitskaart.
In het Besluit bodemkwaliteit wordt de term ‘Nota bodembeheer’ gehanteerd. In het verleden werd hiervoor de term ‘bodembeheerplan’ gebruikt. Beide termen zijn synoniem. 2 Strikt genomen spreekt het Besluit bodemkwaliteit alleen over de functies ‘wonen’ en ‘industrie’. Het overige gebied (landbouw- en natuurgebieden) wordt in deze Nota tot de functie ‘overig’ gerekend. 1
Nota bodembeheer gemeente Goes
3/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
Gebiedsspecifiek beleid Op grond van de lokale omstandigheden kan (binnen bepaalde grenzen en randvoorwaarden) worden afgeweken van het generieke kader. In dat geval is sprake van gebiedsspecifiek beleid. Gedeeltelijk hanteert de gemeente Goes voor het toepassen van grond en bagger het generieke beleid. Daarnaast bevat hoofdstuk 4 van deze Nota bodembeheer een aantal beleidskeuzes die gelden als gebiedsspecifiek beleid: voor een aantal gebieden zijn verhoogde Lokale Maximale Waarden (LMW) vastgesteld; in deze nota is vastgelegd welke toepassingsnormen gelden voor PFAS; voor minerale olie wordt voor de toetsing aan de Achtergrondwaarde geen bodemtypecorrectie toegepast bij humuspercentages lager dan 10%; er geldt afhankelijk van de functie van de bodem een maximaal percentage bodemvreemde bijmengingen van 5% dan wel 10% (in plaats van het generieke percentage van 20%); de voorwaarden voor het gebruik van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel (milieuhygiënische verklaring) voor de kwaliteit van vrijkomende grond zijn nader omschreven (aantoonbare controle op uitzonderingslocaties); andere bodemkwaliteitskaarten die bij de vaststelling van voorliggende Nota bodembeheer geldig zijn binnen Zeeland worden erkend als bewijsmiddel. Het College van Burgemeester en Wethouders kan in de toekomst nieuwe bodemkwaliteitskaarten erkennen.
Toepassen van grond en bagger op basis van de Nota bodembeheer Hoofdstuk 5 van deze Nota bodembeheer geeft een overzicht van de regels voor grondverzet in de gemeente Goes. Dit hoofdstuk vormt de uitwerking van de landelijke regelgeving en de beleidskeuzes uit hoofdstuk 4. In een deel van het bodembeheergebied is vrij grondverzet mogelijk (mits geen sprake is van een uitzonderingslocatie). In een aantal gevallen dient eerst door middel van onderzoek de kwaliteit van de vrijkomende grond te worden bepaald. Voordat vrij grondverzet mogelijk is moet eerst worden gecontroleerd of er geen sprake is van een verdachte locatie. Verder dient in het algemeen het voorgenomen grondverzet minimaal vijf werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden te worden gemeld bij het landelijk Meldpunt Bodemkwaliteit, ondergebracht bij Bodem+ (zie hoofdstuk 6).
Zorgplicht In alle omstandigheden moet bij het toepassen van grond en bagger en bij het verspreiden van baggerspecie de wettelijke zorgplicht in acht worden genomen 3. Deze zorgplicht betekent dat iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat nadelige gevolgen kunnen optreden als gevolg van een toepassing, maatregelen moet nemen om verontreiniging te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. De zorgplicht vormt een vangnet voor situaties waarin sprake is van onzorgvuldig handelen zonder dat een specifiek wettelijk voorschrift wordt overtreden. Deze zorgplicht is vastgelegd in artikel 13 van de Wet bodembescherming en in artikel 7 van het Besluit bodemkwaliteit. 3
Nota bodembeheer gemeente Goes
4/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
Het Besluit bodemkwaliteit bevat een aantal algemene vrijstellingen (zie verder paragraaf 5.1). Bij deze vrijstellingen blijft de zorgplicht echter onverkort van kracht.
1.2
Bevoegd gezag
In het Besluit bodemkwaliteit is vastgelegd welke instanties bevoegd gezag zijn voor toepassingen in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Dit bevoegd gezag is ook verantwoordelijk voor de handhaving. Voor toepassingen op de landbodem is in het algemeen de gemeente het bevoegd gezag. Binnen krachtens de Wet milieubeheer (Wm) aangewezen inrichtingen is echter de vergunningverlener tevens het bevoegd gezag voor toepassingen in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Binnen inrichtingen met een provinciale omgevingsvergunning is dus de provincie Zeeland het bevoegd gezag. Voor toepassingen op de waterbodem is de waterkwaliteitsbeheerder het bevoegd gezag (waterschap danwel Rijkswaterstaat). In de Waterregeling is vastgelegd voor welke gebieden Rijkswaterstaat het bevoegd gezag is. Als grens tussen de landbodem en de waterbodem geldt: Sloten (ook als deze een groot deel van het jaar droog staan) zijn waterbodem vanaf de bovenkant van de insteek van de sloot; drogere oevergebieden zoals weergegeven in bijlage II van de Waterregeling behoren tot de landbodem. In de gemeente Goes betreft dit een aantal eilanden in het Veerse Meer. Deze Nota heeft alleen betrekking op het toepassen van grond en bagger op de landbodem in de gemeente Goes. Voor het toepassen van bagger op de landbodem maken ook de waterbodems binnen de gemeente Goes deel uit van het bodembeheergebied.
Bij grensgevallen die onder het bevoegd gezag van verschillende overheden vallen overleggen de bevoegde overheden wie de rol van bevoegd gezag voor de specifieke situatie op zich neemt.
1.3
Handhaving
Volgens de Nota van Toelichting van het Besluit bodemkwaliteit dient de Nota bodembeheer o.a. een beschrijving van de uitvoering, het toezicht, de handhaving en de evaluatie van het bodembeleid te bevatten. Het toezicht en de bestuurlijke handhaving op toepassingen van grond en bagger op de landbodem berust gedeeltelijk bij de Inspectie Leefomgeving en Transport en gedeeltelijk bij de gemeente (danwel de vergunningverlener wanneer het toepassingen binnen een Wm-inrichting betreft). De Inspectie Leefomgeving en Transport is verantwoordelijk voor de handhaving van de keten van producent tot en met de aannemer. Het lokale bevoegd gezag (gemeente dan wel de vergunningverlener in kader van de Algemene wet omgevingsrecht) houdt toezicht op de opdrachtgever / eigenaar / toepasser.
Nota bodembeheer gemeente Goes
5/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
De gemeente kan met name handhaven op: de wijze van toepassing (overeenkomstig de regels uit deze Nota bodembeheer); de tijdige en correcte melding van de toepassing; de milieuhygiënische kwaliteitsverklaringen die bij de melding worden overlegd. De handhaving van het Besluit bodemkwaliteit is opgenomen in het ‘Integraal Handhavingsbeleid voor de fysieke omgeving’ van de gemeente Goes. De gemeente controleert ingekomen meldingen op juistheid en volledigheid op basis van de beschikbare gegevens uit het archief en het bodem-informatiesysteem. De meldingen worden bijgehouden in een register. In geval van excessen in het veld wordt handhavend opgetreden. Daarnaast worden de ingekomen meldingen zoveel mogelijk in het veld gecontroleerd.
1.4
Geldigheid en evaluatie
Het vaststellen van een bodemfunctiekaart en van bodemkwaliteitskaart met regels voor grondverzet volgens het generieke beleid is een bevoegdheid van het College van Burgemeester en Wethouders. Gebiedsspecifiek beleid wordt vastgesteld door de gemeenteraad, waarbij een voorbereidingsprocedure conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht wordt gevolgd. De bodemkwaliteitskaart en deze Nota bodembeheer treden in werking direct nadat de bestuurlijke vaststelling hiervan door de gemeenteraad van Goes onherroepelijk is. De geldigheid van de bodemkwaliteitskaart en/of de Nota bodembeheer vervalt wanneer een nieuwe bodemkwaliteitskaart en/of Nota bodembeheer wordt vastgesteld. In artikel 53 van het Besluit bodemkwaliteit is vastgelegd, dat een Nota bodembeheer een maximale geldigheid heeft van 10 jaar. Een bodemkwaliteitskaart is volgens het Besluit bodemkwaliteit een bijlage bij de Nota bodembeheer. In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten is echter voor bodemkwaliteitskaarten een geldigheid van 5 jaar opgenomen. De gemeente heeft derhalve de bodemkwaliteitskaart in 2019 geëvalueerd (lit. 5) en vervolgens de geldigheid ervan verlengd.
Met het in werking treden van deze Nota bodembeheer kwamen voor de gemeente Goes de volgende bodemkwaliteitskaarten met bijbehorende bodembeheerplannen te vervallen: Bodemkwaliteitskaart gemeente Kapelle en buitengebied gemeentes Goes, Reimerswaal en Noord-Beveland (lit. 5); Bodemkwaliteitskaart Stedelijk gebied gemeente Goes (lit. 6); Bodembeheerplan Buitengebied en stedelijk gebied Gemeente Goes in het kader van de Vrijstellingsregeling grondverzet (lit. 7); de Bodembeheernota Goese Schans (lit. 8) komt gedeeltelijk te vervallen. In eerste instantie was de bodemfunctiekaart in 2009 opgenomen in een afzonderlijk rapport (lit. 9). Hoofdstuk 5 van dat rapport beschreef hoe met een aantal zaken werd omgegaan in kader van overgangsrecht. Met het vervallen van voornoemde bodemkwaliteitskaarten is hoofdstuk 5 van de bodemfunctiekaart niet meer van toepassing. In 2022 is de bodemfunctiekaart op enkele plekken aangepast.
Nota bodembeheer gemeente Goes
6/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
De Nota bodembeheer heeft alleen betrekking op toepassing van grond en bagger op de landbodem. Bagger afkomstig uit watergangen binnen de gemeente Goes is toepasbaar op de landbodem volgens de in deze nota beschreven regels, mits de kwaliteit van de bagger is vastgelegd in een milieuhygiënische verklaring opgesteld conform één van de hiervoor geldende protocollen zoals vermeld in de Regeling bodemkwaliteit. Naast deze Nota bodembeheer gelden onverkort de algemene regels zoals opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit. Bij het niet naleven van de regels uit deze Nota bodembeheer blijft het Besluit bodemkwaliteit, inclusief alle daarop van toepassing zijnde handhavingsmogelijkheden en eventuele sancties onverminderd van kracht. Deze Nota behandelt alleen het publiekrechtelijke beleid in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Naast de regels uit deze Nota bodembeheer en het Besluit bodemkwaliteit kan bij grondverzet andere regelgeving van belang zijn (bijv. verplichtingen vanuit de Wet op de ruimtelijke ordening of de Flora- en faunawet). Deze nota gaat hier verder niet op in. Verder spelen privaatrechtelijke en civieltechnische aspecten een rol bij grondverzet. Een eigenaar van een toepassingsperceel of de initiatiefnemer van de grondtoepassing kan privaatrechtelijk aanvullende eisen stellen aan de toe te passen grond.
Zo is bijvoorbeeld voor agrariërs naast de milieuhygiënische kwaliteit van belang, dat de grond vrij is van plantenziektes zoals witrot en van aaltjes die gewassen kunnen aantasten.
Bodemkwaliteitskaart wegbermen Voor grondverzet binnen wegbermen wordt sinds 2005 gebruik gemaakt van een afzonderlijke bodemkwaliteitskaart van de wegbermen in de provincie Zeeland. Deze is in 2020 geactualiseerd (lit. 10) en bevat binnen de gemeente Goes de bermen van de wegen die in beheer zijn van het waterschap of de provincie. De bermen van gemeentelijke wegen maken in de gemeente Goes geen deel uit van de bodemkwaliteitskaart van de wegbermen.
Bodembeheernota Goese Schans / Nota bodembeheer Havengebied Goes Ten behoeve van de herontwikkeling van het havengebied van Goes van industrieterrein tot woonbestemming is in 2009 een afzonderlijke bodemkwaliteitskaart annex Nota bodembeheer opgesteld (lit. 8). Deze is onder vigeur van het Besluit bodemkwaliteit opgesteld en vervolgens door de gemeenteraad vastgesteld op 10 september 2009. Het plangebied werd aanvankelijk aangeduid als Goese Schans en wordt tegenwoordig Havengebied Goes genoemd. De bodembeheernota Goese Schans uit 2009 is in 2015 geactualiseerd tot de ‘Nota bodembeheer Havengebied Goes – Actualisatie 2015’ (lit. 11; vastgesteld in de gemeenteraad van Goes op 7 juli 2016) en opnieuw geactualiseerd in 2021 (lit. 12; vastgesteld in de gemeenteraad van Goes op 22 juli 2021).
Nota bodembeheer gemeente Goes
7/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
Paragraaf 6.2 van de Nota bodembeheer Havengebied Goes uit 2021 bevat lokale maximale waarden (LMW) voor het gebied waaraan de bodemfunctie industrie is toegekend. Dit blijft van kracht en is niet tekstueel herhaald in voorliggende nota bodembeheer. Verder volgt de nota bodembeheer Havengebied Goes de beleidskeuzes die eerder zijn gemaakt voor de rest van de gemeente. De bodemkwaliteitskaart, de bodemfunctiekaart en de toepassingsnormen voor het Havengebied Goes zijn geïntegreerd in de kaartbijlagen 4 t/m 9 van voorliggende nota bodembeheer.
Tussentijdse wijzigingen van de bodemfunctiekaart Met de vaststelling van deze Nota bodembeheer in 2014 werd tevens de bodemfunctiekaart opnieuw vastgesteld. In de bodemfunctiekaart is rekening gehouden met te verwachten ontwikkelingen in de komende jaren. Nieuwe ontwikkelingen kunnen aanleiding geven tot aanpassing van de bodemfunctiekaart door het College van Burgemeester en Wethouders. Deze Nota bevat een aantal beleidsregels, waarbij mede op basis van de bodemfunctiekaart wordt bepaald welke milieuhygiënische eisen gelden voor het toepassen van grond en bagger. Deze zijn in deze nota in kaart weergegeven in bijlage 6, 8 en 9. Bij wijziging van de bodemfunctiekaart wijzigen tevens de kaarten in bijlage 6, 8 en 9. Het College van Burgemeester en Wethouders kan in dat geval tevens de gewijzigde kaarten uit bijlage 6, 8 en 9 vaststellen, aangezien de beleidsmatige uitgangspunten niet wijzigen. Er hoeft bij een wijziging van de bodemfunctiekaart niet opnieuw een vaststellingsprocedure conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht te worden gevolgd. In 2022 is de bodemfunctiekaart op enkele plekken aangepast. Deze wijzigingen zijn tevens doorgevoerd in de toepassingskaarten in bijlage 6, 8 en 9.
1.5
Voorbereiding van de nota en afstemming met overige belanghebbenden
De bodemkwaliteitskaart (lit. 4) en de hieruit voortvloeiende generieke regelgeving is in eerste instantie vastgesteld door het College van B & W van de gemeente Goes op 10 september 2013. Voor de volledige vaststelling van deze Nota bodembeheer (inclusief gebiedsspecifiek beleid) is de openbare voorbereidingsprocedure gevolgd uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. De ontwerp Nota bodembeheer en de bodemkwaliteitskaart van de landbodem van de gemeente Goes hebben van 18 september 2013 tot en met 30 oktober 2013 ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn zijn geen zienswijzen naar voren gebracht. Naar aanleiding van de behandeling in de Raadscommissie van 9 januari 2014 zijn enkele tekstuele aanpassingen gedaan: de zorgplicht voor particulieren en agrarische bedrijven is benadrukt in het stappenplan in hoofdstuk 7; ter facilitering van deze zorgplicht is in bijlage 10 een checklist opgenomen voor grondverzet door particulieren en agrarische bedrijven.
Nota bodembeheer gemeente Goes
8/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
Deze nota is vervolgens samen met de bijbehorende bodemkwaliteitskaart vastgesteld door de gemeenteraad van Goes op 30 januari 2014. In 2022 is de bodemfunctiekaart op enkele plekken aangepast en in het verlengde daarvan zijn de toepassingskaarten op deze plekken gewijzigd (bijlage 6, 8 en 9). Daarbij zijn verder de toepassingsnormen voor PFAS overgenomen uit de regionale bodemkwaliteitskaart PFAS Bevelanden en Tholen (lit. 4). Het College van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad stellen deze aangepaste nota bodembeheer opnieuw vast.
Nota bodembeheer gemeente Goes
9/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
2.
NORMERING EN KLASSE-INDELING VOLGENS BESLUIT BODEMKWALITEIT
2.1
Introductie
Het Besluit bodemkwaliteit kent afzonderlijke normen voor toepassingen van grond en bagger op de landbodem en toepassingen in oppervlaktewater. Deze Nota bodembeheer handelt alleen over toepassingen op de landbodem. Voor toepassingen op de landbodem gelden verschillende normen en regels voor: het toepassen van grond en bagger op de landbodem; het verspreiden van bagger op aangrenzende percelen; grootschalige bodemtoepassingen; tijdelijke opslag van grond en bagger. Het Besluit bodemkwaliteit maakt voor het hergebruiksbeleid onderscheid tussen: Generiek beleid; Gebiedsspecifiek beleid. De generieke normen voor het toepassen en verspreiden van grond en bagger zijn opgenomen in Bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit.
2.2
Normen voor toepassingen op de landbodem
In de Regeling bodemkwaliteit zijn de landelijke Achtergrondwaarden vastgelegd. Deze gelden als toetsingskader om te bepalen of grond “schoon” is. Wettelijk gezien mogen geen strengere normen worden gesteld dan de Achtergrondwaarden. Het Besluit bodemkwaliteit relateert het beleid voor het toepassen van grond en bagger aan zowel de functie als de kwaliteit van de ontvangende bodem. Daartoe zijn de bodemfunctieklassen ‘Wonen’ en ‘Industrie’ geïntroduceerd. Daarnaast zijn er bodemkwaliteitsklassen ‘Wonen’ en ‘Industrie’ met bijbehorende maximale waarden. Dit wordt geïllustreerd in figuur 1 op de volgende pagina. Voor toepassingen op de landbodem gelden derhalve de volgende normen: Achtergrondwaarde (AW) Maximale waarden voor wonen (MaxWONEN) Maximale waarden voor industrie (MaxINDUSTRIE) Voor de meeste stoffen is MaxINDUSTRIE gelijk aan de interventiewaarde. Met name voor veel organische verbindingen waaronder minerale olie, PCB’s en diverse bestrijdingsmiddelen is MaxINDUSTRIE lager dan de interventiewaarde.
Nota bodembeheer gemeente Goes
10/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
Figuur 1: Indeling in bodemkwaliteitsklassen
Toetsingsregels In de Regeling bodemkwaliteit zijn voor de Achtergrondwaarden en de ‘Maximale waarden voor wonen’ (MaxWONEN) toetsingsregels opgenomen, waarbij een beperkt aantal stoffen in geringe mate de norm mag overschrijden. Deze toetsingsregels zijn afhankelijk gesteld van het aantal geanalyseerde stoffen. Voor de ‘Maximale waarde voor industrie’ (MaxINDUSTRIE) geldt geen toetsingsregel. De toetsingsregel voor de Achtergrondwaarde geldt zowel voor de ontvangende bodem als voor de toe te passen grond. De toetsingsregel voor MaxWONEN geldt alleen voor de beoordeling van de ontvangende bodem en mag niet worden toegepast om de kwaliteit van een partij hergebruiksgrond te bepalen. Toetsingsregel voor de Achtergrondwaarde (bij 7 t/m 15 parameters)4:
Maximaal 2 parameters mogen hoger zijn dan de Achtergrondwaarde, mits niet hoger dan 2 x Achtergrondwaarde en niet hoger dan MaxWONEN Grond (danwel bagger) voldoet aan de Achtergrondwaarde wanneer de grond (danwel bagger) voldoet aan voornoemde toetsingsregel. Toetsingsregel voor MaxWONEN (bij 7 t/m 15 parameters):
Maximaal 2 parameters mogen hoger zijn dan MaxWONEN, mits niet hoger dan MaxWONEN + Achtergrondwaarde en niet hoger dan MaxINDUSTRIE In bijlage 1 zijn de Achtergrondwaarde, MaxWONEN en MaxINDUSTRIE vermeld met de bovengrens van voornoemde toetsingsregels voor de in de bodemkwaliteitskaart opgenomen stoffen.
Bij de wijziging van de Regeling bodemkwaliteit in april 2009 is voor nikkel deze toetsingsregel aangepast. Voor nikkel wordt in deze toetsingsregel alleen getoetst aan 2 x Achtergrondwaarde en niet aan MaxWONEN. 4
Nota bodembeheer gemeente Goes
11/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
2.3
Generiek en gebiedsspecifiek beleid uit Besluit bodemkwaliteit
Het Besluit bodemkwaliteit maakt voor het hergebruiksbeleid onderscheid tussen: Generiek beleid Gebiedsspecifiek beleid
Generiek beleid In het Besluit bodemkwaliteit is het beleid voor het toepassen van grond en bagger afhankelijk gesteld van zowel de bodemkwaliteitsklasse als de bodemfunctieklasse van de ontvangende bodem. De strengste is daarbij (in het generieke beleid) maatgevend: Bodemkwaliteitsklasse Bodemfunctieklasse Generieke toepassingseis Achtergrondwaarde Overig Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Wonen Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Industrie Achtergrondwaarde Wonen Overig Achtergrondwaarde Wonen Wonen MaxWONEN Wonen Industrie MaxWONEN Industrie Overig Achtergrondwaarde Industrie Wonen MaxWONEN Industrie Industrie MaxINDUSTRIE Voorbeeld 1: Wanneer de bodemkwaliteit van een industrieterrein voldoet aan de Achtergrondwaarde, dan geldt als toepassingseis dat de toe te passen grond ook aan de Achtergrondwaarde dient te voldoen. Voorbeeld 2: Wanneer de bodemkwaliteit van een oud stadscentrum niet voldoet aan Max WONEN, (maar bijv. wel aan MaxINDUSTRIE), dan geldt als toepassingseis MaxWONEN.
Gebiedsspecifiek beleid Hierboven is de situatie beschreven zoals die geldt in het ‘generieke beleid’. Binnen bepaalde grenzen en randvoorwaarden mogen gemeentes besluiten om hiervan af te wijken en voor een deel van hun grondgebied een strenger of juist minder streng beleid te voeren. De gemeenteraad stelt dan ‘Lokale Maximale Waarden’ (LMW) vast. In dat geval spreekt het Besluit bodemkwaliteit van ‘gebiedsspecifiek beleid’. Uitgangspunt is hierbij, dat tenminste sprake moet zijn van standstill op gebiedsniveau. Standstill op gebiedsniveau houdt in, dat verhoogde LMW alleen gelden voor grond en bagger die afkomstig is uit het eigen bodembeheergebied.
Nota bodembeheer gemeente Goes
12/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
Het gebiedsspecifiek beleid moet worden onderbouwd op basis van o.a. de milieuhygiënische risico’s. Dit gebeurt met behulp van de risicotoolbox. In dit model wordt gekeken naar zowel de humane als de ecologische risico’s. Daarnaast zijn vraag en aanbod van grond en bagger belangrijke ingrediënten voor de afweging over gebiedsspecifiek beleid. De gemeente Goes hanteert voor een deel van de gemeente gebiedsspecifiek beleid. De keuze van de Lokale Maximale Waarden (LMW) is verder toegelicht in hoofdstuk 4 van deze Nota.
2.4
Handelingskader voor PFAS
Op 8 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat een Kamerbrief verstuurd met het ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’, gevolgd door geactualiseerde versies d.d. 29 november 2019 en 2 juli 2020. Op 13 december 2021 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat een nieuwe versie van het Handelingskader PFAS5 aan de Tweede Kamer toegezonden (lit. 14). Volgens het tijdelijk handelingskader moeten initiatiefnemers, tot duidelijk is of er onbelaste gebieden in Nederland zijn, in het kader van de zorgplicht het gehalte aan PFAS meten in te verzetten grond en baggerspecie, die uit land- en waterbodem wordt ontgraven. Eind juni 2020 heeft het RIVM het onderzoek naar de landelijke achtergrondwaarden van PFAS in de Nederlandse bodem afgerond (lit. 15). Deze zijn als definitieve achtergrondwaarden opgenomen in een nieuwe versie van het tijdelijk handelingskader PFAS (lit. 16), dat op 3 juli 2020 door de Staatssecretaris voor Infrastructuur en Waterstaat is toegezonden aan de Tweede Kamer. Deze definitieve landelijke achtergrondwaarden zijn als volgt: PFOA (som lineair + vertakt): 1,9 μg/kgds PFOS (som lineair + vertakt): 1,4 μg/kgds De overige PFAS zijn in het onderzoek van het RIVM zelden boven de detectiegrens aangetoond.
In het tijdelijk handelingskader is opgenomen dat voornoemde achtergrondwaarde van PFOS (1,4 μg/kgds) ook als toepassingswaarde kan gelden voor de overige PFAS. Voor de bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassen wonen en industrie vermeldt het tijdelijk handelingskader de volgende toepassingswaarden (ook wel aangeduid als de 3/7/3/3 waarden): voor alle individuele PFAS: 3 μg/kgds. met uitzondering van PFOA voor PFOA: 7 μg/kgds Verder bevat het tijdelijk handelingskader voorlopige toepassingswaarden voor een aantal andere situaties.
5
Zonder voorvoegsel ‘tijdelijk’ of ‘definitief’
Nota bodembeheer gemeente Goes
13/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
Aanvankelijk was in het tijdelijk handelingskader6 opgenomen, dat deze 3/7/3/3 waarden gelden voor toepassingen op de landbodem boven grondwaterniveau (tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld bij gebieden met een hoge grondwaterstand). In versie december 2021 van het handelingskader is het onderscheid boven en onder grondwaterniveau niet meer opgenomen. Voor het overige bevat het handelingskader van december 2021 – ten opzichte van de voorgaande versie d.d. 2 juli 2020 - geen inhoudelijke wijzigingen die relevant zijn voor toepassingen op de landbodem. Het tijdelijk handelingskader voor PFAS en de hierin opgenomen toepassingswaarden waaronder de voorlopige achtergrondwaarden hebben echter nog niet de formele status van regelgeving. Dit is pas het geval na opname van deze voorlopige achtergrondwaarden en overige toetsingswaarden in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit en bekendmaking hiervan in de Staatscourant. Volgens de begeleidende Kamerbrief wordt op basis van de versie uit december 2021 van het Handelingkader voor PFAS het traject van deze wettelijk verankering gestart.
6
Alle versies van het tijdelijk handelingskader t/m de versie van 2 juli 2020.
Nota bodembeheer gemeente Goes
14/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
3.
BODEMFUNCTIEKAART EN BODEMKWALITEITSKAART
3.1
Bodemfunctiekaart
Het Besluit bodemkwaliteit schrijft voor, dat gemeentes een bodemfunctiekaart vaststellen. In deze bodemfunctiekaart worden de bodemfuncties ‘Wonen’ en ‘Industrie’ weergegeven. Strikt genomen spreekt het Besluit bodemkwaliteit alleen over de functies ‘Wonen’ en ‘Industrie’. Het overige gebied (landbouw- en natuurgebieden) wordt in deze Nota tot de functie ‘overig’ gerekend. De bodemfunctiekaart is opgenomen in bijlage 4 van deze Nota bodembeheer.
3.2
Bodemkwaliteitskaart
De bodemkwaliteitskaart van de gemeente Goes is nader toegelicht in een afzonderlijk rapport (lit. 3). In een bodemkwaliteitskaart wordt een bodembeheergebied ingedeeld in één of meer zones met een vergelijkbare milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het gaat hierbij om de ‘gemiddelde’ kwaliteit van deze gebieden, afgezien van lokale verontreinigingen veroorzaakt door puntbronnen. De bodemkwaliteitskaart van de gemeente Goes bevat voor de NEN5740-parameters7 de volgende zones (kwaliteitsklasse bij ontgraven van grond): Zone Kwaliteitsklasse Kwaliteitsklasse Bovengrond (0-0,5 m-mv) Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) 1: Buitengebied en naoorlogse Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde bebouwing 2: Naoorlogse bebouwing Wonen Achtergrondwaarde 3: Bedrijfsterreinen (De Poel) Wonen Wonen 4: Bedrijfsterreinen Industrie (*) Industrie (Marconistraat en Stationspark) 5: Vooroorlogse wijken en kernen Industrie Wonen 6: Binnenstad Goes en vooroorlogse Industrie Industrie wijken (*) Binnen de toetsingsregel voor MaxWONEN (zie paragraaf 2.2) waardoor de zone als ontvangende bodem in klasse Wonen valt.
Binnen bovenstaande zones is voor de bestrijdingsmiddelen een nader onderscheid gemaakt op basis van boomgaardperiodes (kwaliteitsklasse bij ontgraven van grond): Zone Kwaliteitsklasse Kwaliteitsklasse Bovengrond (0-0,5 m-mv) Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Boomgaarden t/m 1980 Industrie Achtergrondwaarde Nooit boomgaard of alleen boomgaard Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde na 1980
De stoffen die deel uitmaken van het standaardpakket van de huidige NEN5740 (lit. 17), aangevuld met arseen en chroom die voorheen deel uitmaakten van het stoffenpakket van de NEN5740. 7
Nota bodembeheer gemeente Goes
15/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
Evaluatie van de bodemkwaliteitskaart uit 2019 De gemeentelijke bodemkwaliteitskaart is in 2019 geëvalueerd (lit. 5). Hieruit kwamen de volgende aandachtspunten naar voren: zone 3: Bedrijfsterreinen (De Poel) kan beter gesplitst worden in een gedeelte ten noorden en een gedeelte ten zuiden van de spoorlijn. In het noordelijke deel worden zowel de boven- als ondergrond geclassificeerd als klasse Industrie. De kwaliteit van het zuidelijke deel wijzigt niet ten opzichte van de huidige bodemkwaliteitskaart; voornoemd noordelijk deel kan worden samengevoegd met de zone 4: Bedrijfsterreinen (Marconistraat en Stationspark). Met de nieuwe gegevens erbij voldoet de bovengrond van deze zone niet meer aan de toetsingsregel voor klasse Wonen, waardoor de toepassingseis volgens het generieke beleid klasse Industrie wordt. Voor de overige zones wijzigen de classificatie en begrenzing niet ten opzichte van de huidige bodemkwaliteitskaart uit 2014. Dit geldt voor zowel de NEN5740-parameters als voor de bestrijdingsmiddelen. De gemeente heeft de geldigheid van de bodemkwaliteitskaart vervolgens verlengd, waarbij men bij grondverzet rekening dient te houden met bovenstaande aandachtspunten.
Bodemkwaliteitskaart Havengebied Goes De bodemkwaliteitskaart van het Havengebied Goes (lit. 13) bevat de volgende zones (kwaliteitsklasse bij ontgraven van grond): Zone Kwaliteitsklasse Kwaliteitsklasse Bovengrond (0-0,5 m-mv) Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Goese Diep Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Ketelhaven, Eiland en Haringman Industrie Industrie Westerschans Zuid en Westhavendijk Industrie Industrie De toetsingsregels voor het bepalen van de kwaliteit van de ontvangende bodem zijn strenger dan de toetsingsregels bij het ontgraven van grond (zie paragraaf 2.2). Op basis van deze toetsingsregels is de kwaliteit van de ontvangende bodem klasse Wonen in de ondergrond van de zones ‘Ketelhaven, Eiland en Haringman’ en ‘Westerschans Zuid en Westhavendijk’. Twee saneringslocaties zijn niet gezoneerd: De voormalige gasfabriek (deellocatie I in deelgebied 3: Westerschans Zuid) De gemeentewerkplaats (voormalig RTM-terrein) (deelgebied 6)
Regionale bodemkwaliteitskaart PFAS Bevelanden en Tholen Voor PFAS is een afzonderlijke bodemkwaliteitskaart van de regio Bevelanden en Tholen opgesteld (lit. 4). Hierin ligt de hele gemeente Goes in de zone PFAS West Bevelanden en Tholen. Deze zone voldoet aan de landelijke achtergrondwaarden uit het handelingskader voor PFAS uit december 2021 (lit. 14) en de Voorgaande versie van het tijdelijk handelingskader voor PFAS van 2 juli 2020 (lit. 16).
Nota bodembeheer gemeente Goes
16/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
Generieke toepassingseisen De bodemkwaliteitskaart (ontgravingskaart) voor de NEN5740-parameters is weergegeven in bijlage 5. De bodemkwaliteitskaart (ontgravingskaart) voor de bestrijdingsmiddelen is weergegeven in bijlage 7. In combinatie met de bodemfunctieklasse levert dit volgens het generieke beleid voor de NEN5740zones de toepassingseisen op zoals weergegeven in onderstaande tabellen. Voor een aantal situaties zijn in hoofdstuk 4 gebiedsspecifieke toepassingseisen (Lokale Maximale Waarden) opgenomen.
Toepassingseisen volgens generiek beleid voor de bovengrond: Zone 1: Buitengebied en naoorlogse bebouwing
Kwaliteitsklasse bovengrond (0-0,5 m-mv)
Overig Wonen Industrie Overig Wonen Industrie
Generieke toepassingseis bovengrond (0-0,5 m-mv) Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde MaxWONEN MaxWONEN
Bodemfunctieklasse
Achtergrondwaarde
2: Naoorlogse bebouwing
Wonen
3: Bedrijfsterreinen (De Poel)
Wonen
Industrie
MaxWONEN
4: Bedrijfsterreinen (Marconistraat en Stationspark)
Wonen
Industrie
MaxWONEN
Overig
Achtergrondwaarde
Wonen Industrie Overig Wonen Industrie
MaxWONEN MaxINDUSTRIE Achtergrondwaarde MaxWONEN MaxINDUSTRIE
5: Vooroorlogse wijken en kernen
Industrie
6: Binnenstad Goes en vooroorlogse wijken
Industrie
Nota bodembeheer gemeente Goes
17/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
Toepassingseisen volgens generiek beleid voor de ondergrond: Zone
Kwaliteitsklasse ondergrond (0,5-2 m-mv)
1: Buitengebied en naoorlogse bebouwing
Achtergrondwaarde
2: Naoorlogse bebouwing
Achtergrondwaarde
Overig Wonen Industrie Overig Wonen Industrie
Generieke toepassingseis ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde
Bodemfunctieklasse
3: Bedrijfsterreinen (De Poel)
Wonen
Industrie
MaxWONEN
4: Bedrijfsterreinen (Marconistraat en Stationspark)
Industrie
Industrie
MaxINDUSTRIE
Overig
Achtergrondwaarde
Wonen Wonen Overig Wonen Industrie
MaxWONEN MaxWONEN Achtergrondwaarde MaxWONEN MaxINDUSTRIE
5: Vooroorlogse wijken en kernen
Wonen
6: Binnenstad Goes en vooroorlogse wijken
Industrie
Werkwijze bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart is opgesteld conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (lit. 18). Deze landelijke Richtlijn beschrijft het opstellen van een bodemkwaliteitskaart aan de hand van acht procesmatige stappen. Over de status van deze acht stappen schrijft de Richtlijn het volgende: “Het is in de praktijk niet noodzakelijk om het stappenplan
ook daadwerkelijk één op één volgens de hoofdlijn in paragraaf 1.1 te volgen. Het is echter wel noodzakelijk dat de elementen van het hier gegeven stappenplan terugkomen in de eigen werkwijze.” Deze inhoudelijke elementen vormen de basis voor de gevolgde aanpak. In de Richtlijn is onder andere de minimale hoeveelheid gegevens vastgelegd, hoe deze gegevens worden bewerkt (bijvoorbeeld de omgang met uitbijters) en hoe uiteindelijk de diffuse bodemkwaliteit van een gebied in kaart wordt weergegeven. In de bodemkwaliteitskaart is de landbodem van het grondgebied van de gemeente Goes ingedeeld in zones met een vergelijkbare algemene milieuhygiënische bodemkwaliteit. Gebieden met eenzelfde historie hebben in het algemeen een vergelijkbare diffuse bodemkwaliteit. Voor de indeling in zones is derhalve gekeken naar de historische ontwikkeling van de gemeente, zoals bebouwing en voormalige boomgaarden. Een bodemkwaliteitskaart moet tenminste worden gebaseerd op de stoffen die zijn opgenomen in het vigerende standaard stoffenpakket uit de NEN 5740 (lit. 17). De samenstelling van het stoffenpakket uit de NEN5740 is met ingang van 1 juli 2008 gewijzigd. Arseen, chroom en EOX maken sindsdien geen deel meer uit van het standaard stoffenpakket voor verkennend bodemonderzoek. Hiervoor in de plaats komen barium, kobalt, molybdeen en de som-PCB’s.
De bodemkwaliteitskaart bevat de stoffen uit het standaardpakket van de huidige versie van de NEN5740 aangevuld met arseen en chroom. Voornoemde stoffen worden in deze Nota aangeduid als de NEN5740-parameters. In aanvulling hierop zijn de bestrijdingsmiddelen DDD, DDE, DDT en drins opgenomen in de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart.
Nota bodembeheer gemeente Goes
18/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
In de gemeente Goes is voor de NEN5740-parameters de bebouwingsgeschiedenis bepalend voor de indeling in zones. Daarnaast is voor de bestrijdingsmiddelen de ligging van voormalige boomgaarden bepalend. Vervolgens zijn de analyseresultaten van de binnen de zones uitgevoerde bodemonderzoeken geïnterpreteerd. Deze gegevens zijn afkomstig uit het gemeentelijk bodeminformatiesysteem, aangevuld met enkele gegevensbestanden uit de voorgaande bodemkwaliteitskaart en een in januari 2013 uitgevoerd aanvullend onderzoek. Per zone zijn voor de bovengrond (0-0,5 m-mv) en de ondergrond (0,5-2,0 m-mv) verschillende statistische kengetallen berekend (gemiddelde, lognormaal gemiddelde en diverse percentielwaarden) voor diverse stoffen. Op basis van deze berekeningen en het ruimtelijk patroon van de waarnemingen is de zone-indeling getoetst en zonodig bijgesteld. Er is gekeken welke analyseresultaten niet representatief zijn voor de algemene zonekwaliteit, zodat deze als uitbijters buiten de dataset van de zoneringsberekeningen zijn gelaten. De uiteindelijke indeling in zones is dus een combinatie van historische informatie enerzijds en statistische bewerkingen anderzijds. Conform de Regeling bodemkwaliteit zijn de rekenkundig gemiddeldes van de verschillende zones in de bodemkwaliteitskaart getoetst aan de Achtergrondwaarde, MaxWONEN en MaxINDUSTRIE.
Op basis van deze toetsing zijn de zones ingedeeld in de kwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde’, ‘Wonen’ of ‘Industrie’. Voor het samenvoegen van verschillende deelgebieden tot dezelfde zone is deze klasse-indeling ook bepalend.
Nota bodembeheer gemeente Goes
19/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
4
GEBIEDSSPECIFIEK BELEID
4.1
Aanleiding voor gebiedsspecifiek beleid
Binnen de gemeente komt ter plaatse van voormalige boomgaarden regelmatig grond vrij, die vanwege de gehaltes DDD, DDE en DDT de bodemkwaliteitsklasse industrie heeft. Daarnaast komt in de oudste delen van de bebouwde kernen grond vrij, die de bodemkwaliteitsklasse industrie heeft op basis van lood en zink. Binnen het generieke kader zijn er nauwelijks mogelijkheden om deze grond weer binnen de gemeente nuttig toe te passen. Zelfs bij projecten met een gesloten grondbalans kan een knelpunt ontstaan, omdat de grond niet voldoet aan de generieke toepassingseis van de ontvangende bodem. Op bedrijfsterreinen kan ter plaatse van voormalige boomgaarden volgens het generieke kader wel grond van klasse industrie worden toegepast vanwege de verhoogde gehaltes bestrijdingsmiddelen in de voormalige boomgaarden. Binnen het generieke kader betekent dit, dat grond die op deze plaatsen wordt toegepast ook voor andere stoffen getoetst wordt aan MaxINDUSTRIE, ook al komt er verder binnen dit bedrijfsterrein geen verontreiniging met deze andere stoffen voor. Binnen hetzelfde bedrijfsterrein gelden volgens het generieke kader strikt genomen niet alleen voor de bestrijdingsmiddelen, maar ook voor alle overige stoffen verschillende toepassingseisen. Het generieke kader uit het Besluit bodemkwaliteit past derhalve niet volledig bij de lokale situatie van de gemeente Goes.
Het Besluit bodemkwaliteit biedt gemeentes de mogelijkheid om in dergelijke gevallen binnen bepaalde grenzen en randvoorwaarden gebiedsspecifiek beleid vast te leggen in een Nota bodembeheer. In plaats van de generieke normen stelt de gemeente dan Lokale Maximale Waarden (LMW) vast. Dit hoofdstuk bevat een aantal keuzes voor gebiedsspecifiek beleid. Aan dit gebiedsspecifieke beleid liggen de volgende (duurzaamheids)overwegingen ten grondslag: zoveel mogelijk hergebruik van grond (oftewel verminderen van transport en afvoer van grond), bij voorkeur binnen de eigen gemeentegrenzen, mits er geen risico’s ontstaan; functiegericht bodembeheer; eenvoudig en eenduidig beleid (grondverzet geen onnodige belemmering voor initiatiefnemers en betere naleving). Paragraaf 4.3 t/m 4.5 beschrijven de LMW voor enerzijds de NEN5740-parameters en anderzijds de bestrijdingsmiddelen. Met deze LMW zijn er meer mogelijkheden om vrijkomende licht en matig verontreinigde grond nuttig te hergebruiken binnen de gemeente, zonder dat dit tot onacceptabele risico’s leidt voor het betreffende gebruik van de bodem. Op gebiedsniveau leidt dit binnen de gemeentegrenzen van Goes niet tot een verslechtering van de milieukwaliteit (stand still op gebiedsniveau). De verontreinigingen zijn al in het milieu aanwezig en worden door het grondverzet enkel verplaatst.
Deze verruiming van de afzetmogelijkheden voor grond leidt tot lagere maatschappelijke kosten. De toepassing van de risicotoolbox is opgenomen in bijlage 10 van deze Nota. De toepassingsnormen voor PFAS zijn opgenomen in paragraaf 4.6.
Nota bodembeheer gemeente Goes
20/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
Paragraaf 4.7 gaat in op de bodemtypecorrectie. Voor minerale olie wordt bij de toetsing aan de Achtergrondwaarde geen bodemtypecorrectie toegepast wanneer het percentage humus minder dan 10% bedraagt. In paragraaf 4.8 is voor de hele gemeente een lager maximum percentage bodemvreemde bijmengingen vastgelegd dan het generieke percentage van 20% uit de Regeling bodemkwaliteit. Paragraaf 4.9 gaat in op de randvoorwaarden om de bodemkwaliteitskaart te kunnen hanteren als milieuhygiënische verklaring. Paragraaf 4.10 gaat in op de erkenning van bodemkwaliteitskaarten uit andere bodembeheergebieden.
4.2
Voorwaarden voor gebiedsspecifiek beleid
Een besluit van de gemeenteraad om gebiedsspecifiek beleid te voeren bevat volgens artikel 47 van het Besluit bodemkwaliteit: Een bodemkwaliteitskaart (inclusief begrenzing van het bodembeheergebied en de kwaliteit van de bodem) en een kaart met de functies van de bodem; De Lokale Maximale Waarden (LMW); Een motivering aan de hand van de LMW in relatie tot de kwaliteit van de bodem, de maatschappelijke noodzaak van die waarden en een beschrijving van de gevolgen voor de bodemkwaliteit in het beheergebied. Laatstgenoemde beschrijving vindt plaats met behulp van de risicotoolbox; Een eventueel afwijkend percentage bodemvreemde bijmengingen ten opzichte van het algemene percentage uit het Besluit bodemkwaliteit. Overige voorwaarden: Er mag alleen grond worden toegepast voorzover deze voldoet aan de LMW. Hogere LMW dan de generieke normen gelden alleen voor grond die afkomstig is uit het eigen bodembeheergebied (in dit geval gelden hogere LMW dus alleen grond en bagger afkomstig uit de gemeente Goes). Grond die voldoet aan de generieke toepassingseisen mag in die situaties wel afkomstig zijn van buiten het bodembeheergebied. Grond die aan de Achtergrondwaarden voldoet mag altijd worden toegepast.
Het besluit om gebiedsspecifiek beleid te voeren wordt voorbereid conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en staat open voor beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Binnen 10 jaar wordt overwogen of het besluit tot gebiedspecifiek beleid aanpassing behoeft.
Nota bodembeheer gemeente Goes
21/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
4.3
Algemene keuzes
Keuze 1: Aparte beleidskeuzes voor NEN5740-parameters8 enerzijds en bestrijdingsmiddelen (DDD, DDE, DDT en drins) anderzijds. Toelichting: Er is een aparte afweging gemaakt ten aanzien van de keuze van LMW voor de NEN5740-parameters en ten aanzien van de LMW voor bestrijdingsmiddelen. Voor de NEN5740-parameters hanteert de gemeente Goes in beginsel de generieke toepassingseisen. Alleen voor twee nieuw te ontwikkelen bedrijfsterreinen gelden LMW voor de NEN5740-parameters (zie paragraaf 4.4). Voor het bepalen van deze generieke toepassingseisen wordt alleen gekeken naar de bodemkwaliteitsklasse van de NEN5740-parameters. Ter plaatse van voormalige boomgaarden (bodemkwaliteitsklasse industrie voor de bestrijdingsmiddelen) gelden dus voor de NEN5740-parameters dezelfde toepassingseisen als op locaties waar nooit een boomgaard heeft gestaan. In paragraaf 2.2 zijn toetsingsregels beschreven voor de Achtergrondwaarde. In gebieden waar verhoogde LMW gelden voor bestrijdingsmiddelen worden deze bestrijdingsmiddelen niet meegerekend in de toetsingsregel.
Met andere woorden: wanneer grond wordt toegepast op een locatie in het buitengebied waar verhoogde LMW voor bestrijdingsmiddelen gelden, dan mogen nog steeds maximaal 2 stoffen uit het NEN5740-pakket hoger zijn dan de Achtergrondwaarde, ook als de gehaltes van DDD, DDE, DDT en/of drins hoger zijn dan de Achtergrondwaarde (maar niet hoger dan de geldende LMW).
Keuze 2: Afzonderlijke toepassingseisen voor de dieptetraject 0 – 0,5 m-mv en 0,5 – 2,0 m-mv Toelichting: De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor twee dieptetrajecten, te weten 0-0,5 m-mv en 0,5-2,0 m-mv. In een aantal zones vallen deze dieptetrajecten in verschillende bodemkwaliteitsklassen. Een voorbeeld is ‘zone 2: naoorlogse bebouwing’. Het grootste deel van deze zone heeft de bodemfunctieklasse Wonen. De bovengrond valt in bodemkwaliteitsklasse Wonen en de ondergrond valt in bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. In dit geval geldt voor de bovengrond als generieke toepassingseis MaxWONEN en voor de ondergrond als generieke toepassingseis de Achtergrondwaarde.
8
De stoffen uit het standaardpakket van de huidige NEN5740 (lit. 17), aangevuld met arseen en chroom.
Nota bodembeheer gemeente Goes
22/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
4.4
Lokale Maximale Waarden (LMW) voor de NEN5740-parameters
Keuze 3: Als gebiedsspecifieke toepassingseis geldt MaxWONEN voor de NEN5740-parameters in de volgende gebieden: het resterende nog te ontwikkelen zuidoostelijke deel van het bedrijfsterrein De Poel 2 het toekomstige Bedrijvenpark Deltaweg Voor het bedrijvenpark Deltaweg geldt deze toepassingseis pas nadat voor desbetreffende fase van dit gebied in een definitief vastgesteld bestemmingsplan een bedrijfsbestemming is vastgelegd. Deze lokale maximale waarden (LMW) gelden voor het dieptetraject 0-1,0 m-mv. Toelichting: Bij de ontwikkeling van deze nieuwe bedrijfsterreinen vindt veel grondverzet plaats. Bij het bouwrijp maken worden terreinen opgehoogd tot een maximale dikte van 1 meter. Deze bedrijfsterreinen hebben een relatief ongevoelig terreingebruik. Met deze keuze wordt ruimte geboden voor de afzet van grond uit de rest van de gemeente met kwaliteitsklasse wonen. De bodem blijft daarbij volgens de risicotoolbox duurzaam geschikt voor het toekomstige bodemgebruik. Ook voor het in de toekomst te ontwikkelen bedrijvenpark Deltaweg (voorheen aangeduid als De Poel 5) wordt gekozen voor de toepassingseis MaxWONEN. Deze wordt echter pas van kracht, nadat in een gewijzigd bestemmingsplan de bedrijfsbestemming van dit gebied is vastgelegd en de vastlegging van dit bestemmingsplan onherroepelijk is. Voor fase 1 van het bedrijvenpark Deltaweg is dit inmiddels het geval.
Voor de volgende fases geldt tot die tijd als toepassingseis de Achtergrondwaarde. Bij wijziging van het bestemmingsplan voor het bedrijvenpark Deltaweg wijzigt tevens de bodemfunctiekaart voor dit gebied. Tot voornoemde onherroepelijke vaststelling van een nieuw bestemmingsplan houden de volgende fases van het bedrijvenpark Deltaweg de bodemfunctieklasse ‘overig’. De exacte begrenzing van de volgende fases van bedrijvenpark Deltaweg is nu nog niet bekend aangezien deze nog moet worden vastgelegd in een nieuw bestemmingsplan. Om deze reden zijn de volgende fases van het bedrijvenpark Deltaweg nog niet weergegeven in de kaartbijlagen van voorliggende Nota bodembeheer. Deze LMW gelden voor alle parameters uit het huidige standaarpakket van de NEN5740 (lit. 17), aangevuld met arseen en chroom. Deze LMW gelden voor het zowel het toepassen van grond en bagger op grond van het Besluit bodemkwaliteit als voor het bepalen van de terugsaneerwaarden bij BUS-saneringen.
Nota bodembeheer gemeente Goes
23/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
Keuze 4: Ter plaatse van bedrijfslocaties in de vooroorlogse zones geldt voor de NEN5740-parameters als toepassingseis MaxWONEN Toelichting: De zones met vooroorlogse wijken en kernen hebben de bodemkwaliteitsklasse industrie. In deze zones liggen enkele bedrijfslocaties die in de bodemfunctiekaart zijn aangeduid met de functieklasse industrie. Volgens het generieke beleid zou voor deze bedrijfslocaties als toepassingseis MaxINDUSTRIE gelden. Op deze bedrijfslocaties vindt zelden of nooit grondverzet plaats. Uit oogpunt van eenduidigheid geldt voor deze bedrijfslocaties de toepassingseis van de omgeving van deze bedrijven (Max WONEN).
4.5
Lokale Maximale Waarden (LMW) voor de bestrijdingsmiddelen
Keuze 5: Voor DDD, DDE, DDT en drins gelden Lokale Maximale Waarden (LMW): ter plaatse van (voormalige) boomgaarden (dieptetraject 0-0,5 m-mv) alsmede in de gebieden waar als toepassingseis voor de NEN5740-parameters klasse wonen of klasse industrie geldt (dieptetraject gelijk aan dieptetraject voor de NEN5740-parameters) Keuze 6: Als LMW gelden in de situaties uit de voorgaande keuze de volgende waarden 9: DDD: 0,84 mg/kgds (= MaxWONEN) DDE: 0,75 mg/kgds DDT: 0,65 mg/kgds Drins (som): 0,04 mg/kgds (= MaxWONEN) Toelichting: De hoogte van de LMW voor DDD, DDE en DDT sluit aan bij de LMW die eerder zijn vastgesteld door de gemeentes Borsele, Kapelle en Reimerswaal (lit. 19 t/m 21). Om hergebruik van grond afkomstig van voormalige boomgaarden mogelijk te maken is voor de bestrijdingsmiddelen een LMW benodigd die hoger is dan MaxWONEN. Grond afkomstig uit de zone ‘boomgaarden t/m 1980’ voldoet in de meeste gevallen aan bovenstaande LMW. Het rekenkundig gemiddelde in deze boomgaardzone is lager dan bovenstaande LMW. De gehaltes DDD zijn in het algemeen ruim beneden MaxWONEN. Voor DDE ligt de LMW van 0,75 mg/kgds tussen de 75percentielwaarde en 80-percentielwaarde van de zone. Voor DDT is de LMW van 0,65 mg/kgds ongeveer gelijk aan de 80-percentielwaarde.
Met deze LMW kan grond afkomstig uit de zone ‘boomgaarden t/m 1980’ op basis van de bodemkwaliteitskaart makkelijker worden toegepast.
9
Gehaltes bij standaardbodem (humus = 10%)
Nota bodembeheer gemeente Goes
24/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
Naast verhoogde gehaltes DDD, DDE en DDT komen in een deel van de voormalige boomgaarden tevens verhoogde gehaltes drins voor. Om belemmeringen voor grondverzet als gevolg van deze drins tegen te gaan wordt tevens een LMW voor drins vastgesteld. Als hoogte van deze LMW is gekozen voor MaxWONEN. Deze is ongeveer gelijk aan de 95-percentielwaarde uit de zone ‘boomgaarden t/m 1980’. Uit oogpunt van eenvoudig en eenduidige beleid is gekozen voor zo min mogelijk verschillende toepassingsnormen voor de bestrijdingsmiddelen. Om deze reden gelden dezelfde LMW voor de voormalige boomgaarden alsmede voor de gebieden waar voor de NEN5740-parameters als toepassingseis MaxWONEN of MaxINDUSTRIE geldt. Deze LMW gelden voor het zowel het toepassen van grond en bagger op grond van het Besluit bodemkwaliteit, als voor het bepalen van de terugsaneerwaarden bij BUS-saneringen. NB. Ook bij de bodemfunctieklasse industrie gelden ter plaatse van voormalige boomgaarden voor bestrijdingsmiddelen de LMW uit keuze 6 en niet de hogere MaxINDUSTRIE.
4.6
Toepassingsnormen voor PFAS
In de bodemkwaliteitskaart PFAS Bevelanden en Tholen (lit. 4) zijn regionaal geldende toepassingsnormen vastgelegd. Deze normen voor PFAS gelden in de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, NoordBeveland, Reimerswaal en Tholen. In de gemeente Goes zijn voor het dieptetraject 0-1,0 m-mv de toepassingsnormen voor PFAS afhankelijk van welke toepassingsnormen er gelden voor de NEN5740-parameters: Herkomstgebied Toepassingsnorm NEN5740 Toepassingsnorm NEN5740 Achtergrondwaarde Klasse Wonen of klasse Industrie 6 gemeenten regio Bevelanden PFOA (som): 1,9 μg/kgds PFOA (som): 7,0 μg/kgds en Tholen PFOS (som): 1,5 μg/kgds PFOS (som): 3,0 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 1,4 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 3,0 μg/kgds Overige gemeenten in Zeeland PFOA (som): 1,9 μg/kgds PFOA (som): 1,9 μg/kgds en buiten de provincie Zeeland PFOS (som): 1,4 μg/kgds PFOS (som): 1,4 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 1,4 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 1,4 μg/kgds
Voor het dieptetraject 1,0-2,0 m-mv en dieper dan 2,0 m-mv gelden afhankelijk van het herkomstgebied altijd de volgende toepassingsnormen: Herkomstgebied Toepassingsnorm Toepassingsnorm 1,0-2,0 m-mv dieper dan 2,0 m-mv 6 gemeenten regio Bevelanden PFOA (som): 1,9 μg/kgds PFOA (som): 1,9 μg/kgds en Tholen PFOS (som): 1,5 μg/kgds PFOS (som): 1,4 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 1,4 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 1,4 μg/kgds Overige gemeenten in Zeeland PFOA (som): 1,9 μg/kgds PFOA (som): 1,9 μg/kgds en buiten de provincie Zeeland PFOS (som): 1,4 μg/kgds PFOS (som): 1,4 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 1,4 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 1,4 μg/kgds
Nota bodembeheer gemeente Goes
25/47
20 juni 2022
MARMOS bodemmanagement
De toepassingsnormen voor PFAS voor grond en bagger afkomstig van binnen de regio Bevelanden en Tholen zijn in kaart weergegeven in bijlage 9. Toelichting: De regionale normstelling voor PFAS is een combinatie van de toepassingswaarden uit het tijdelijk handelingskader voor PFAS van 2 juli 2020 (lit. 16) en de beleidskeuzes uit de eerder vastgestelde gemeentelijke nota’s bodembeheer. Er gelden verschillende toepassingsnormen, afhankelijk van: het herkomstgebied van de grond of bagger; de diepte waarop de grond of bagger wordt toegepast; de toepassingsnormen voor de stoffen uit het NEN5740-pakket, zoals vastgelegd in de gemeentelijke nota’s bodembeheer (gekoppeld aan de bodemfunctieklassen). De definitieve landelijke achtergrondwaarden uit het tijdelijk handelingskader van 2 juli 2020 gelden daarbij als ondergrens. Er worden geen strengere normen voor PFAS gesteld dan deze landelijke achtergrondwaarden, ongeacht herkomst of dieptetraject: PFOA: 1,9 μg/kgds PFOS: 1,4 μg/kgds Overige individuele PFAS: 1,4 μg/kgds (inclusief GenX en niet in de advieslijst van Bodem+ vermelde PFAS). In de bovengrond van de zone PFAS West Bevelanden en Tholen bedraagt de 95-percentielwaarde voor PFOS 1,5 µg/kgds. Deze waarde is iets hoger dan de hierboven genoemde landelijke achtergrondwaarde.