CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 06. GEWIJZIGD Raadsvoorstel zienswijzen financiele stukken GR-en 2023

Oordeelsvormende raad 22 juni 2023, gemeente GoesBij agendapunt: Jaarstukken gemeenschappelijke regelingen9.354 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aangepast raadsvoorstel Agendapunt Vergadering d.d.

24 juni 2023

Onderwerp

Zienswijze over financiële stukken gemeenschappelijke regelingen

Registratienummer Portefeuillehouder

allen

Programma

alle

Behandeld door

Maurits van Belzen

1.

Samenvatting

I Jaarrekeningen 2022 Kennisnemen van de ingediende jaarrekeningen. II a. b. c. d.

Ontwerpbegrotingswijzigingen 2023 Instemmen met de: 2e begrotingswijziging van GR de Bevelanden 1e begrotingswijziging van OLAZ 1e begrotingswijziging van de RUD 1e begrotingswijziging van Sabewa Kennis te nemen van de vastgestelde 1e begrotingswijziging van de VRZ Niet instemmen met de 1e begrotingswijziging van SWVO en te verzoeken de geraamde lasten voor hulpmiddelen aan te passen aan CPI-index over maart 2023 van 4,4%. Niet in te stemmen met de 2e begrotingswijziging van de ZMS omdat het tekort eenmalig aangezuiverd moet worden.

De financiële consequenties van de begrotingswijzingen worden verwerkt in de gemeentelijke Bestuursrapportage 2023. III Ontwerpbegrotingen 2024 Op onderstaande wijze een zienswijze in te dienen over de ingediende ontwerpbegrotingen. Over de RUD is al een zienswijze vastgesteld. Over RBL hoeft geen besluit genomen te worden. Regeling Betho GGD Zeeland

GR de Bevelanden OLAZ RUD Sabewa SWVO VRZ

ZMS

Zienswijze Instemmen met de opmerking dat begrotingen voortaan moeten voldoen aan de VZG-norm. Instemmen, met daarbij de opmerking om het Algemeen Bestuur van de GGD te verzoeken voortaan bij de begroting en begrotingswijzigingen een specificatie bij te voegen van de gemeentelijke bijdrage per gemeente voor de komende vier jaar. Instemmen Instemmen Instemmen Instemmen Niet instemmen. SWVO verzoeken de geraamde lasten in 2024 voor hulpmiddelen aan te passen aan de CPI-index over maart 2023, te weten 4,4%. Instemmen onder de voorwaarde dat de structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage van €550.000 voor extra repressieve opleidingen brandweer en €90.000 oplopend naar €180.000 voor extra officiersopleidingen brandweer worden gezien als nieuw beleid en daarom worden verwerkt in een aparte 1e begrotingswijziging 2024. Niet instemmen. De ZMS moet de begroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027 sluitend te maken door een taakstelling in plaats van een structurele onttrekking aan de reservepost activiteiten. De ZMS op te dragen voor 15 juli 2023 een herstelplan te overleggen. Dit niet indienen met een gewijzigde begroting 2024. De stand van de algemene reserve juist weergeven en de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing concretiseren. In de 1e begrotingswijzing 2024 heroverwegen een aangepaste VZG-richtlijn te volgen.

Beheersmaatregelen nemen en deze borgen binnen de gemeentelijke P&C-cyclus.

Z008ECE7852

Agendapunt Pagina 2

De financiële consequenties van de ontwerpbegrotingen 2024, worden verwerkt in de gemeentelijke Kadernota 2024. IV Ontwerpbegrotingswijzigingen 2024 Instemmen met de 1e begrotingswijziging van GR de Bevelanden met de opmerking dat de volgordelijkheid van de verhogingen zoals nu verwerkt, een punt aandachtspunt is. De extra gevraagde bijdragen van €967.000 te verwerken in de Kadernota 2024. 2. Inleiding Als gemeenten gezamenlijk taken willen uitvoeren kunnen ze een gemeenschappelijke regeling instellen. Het college van Goes neemt deel aan onderstaande gemeenschappelijke regelingen. 1. Betho 2. GGD Zeeland 3. GR de Bevelanden 4. OLAZ 5. RBL 6. RUD 7. Sabewa 8. SWVO 9. VRZ 10. Zeeuwse Muziekschool 3. Wettelijk kader RBL Regionaal Bureau Leerplicht Oosterschelderegio (RBL) is de enige gemeenschappelijke regeling met als rechtsvorm centrumgemeente. De gemeente Goes is de centrumgemeente. RBL maakt daardoor onderdeel uit van de gemeente Goes. De andere negen gemeenschappelijke regelingen zijn zelfstandige organisaties (openbaar lichaam). Zij moeten de raad om een zienswijze vragen. Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen De Wet gemeenschappelijke regeling is onlangs gewijzigd waardoor onder meer de termijn om een zienswijze in te dienen is verruimd.

De negen openbare lichamen moeten voor 30 april de ontwerpbegroting voor het komende jaar en de voorlopige jaarrekening van het afgelopen jaar zenden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Toezending moet 12 weken voordat het Algemeen Bestuur de ontwerpbegroting vaststelt, plaatsvinden. In deze periode kunnen de raden een zienswijze naar voren brengen over de ontwerpbegroting. Ook over een begrotingswijziging kunnen de raden een zienswijze indienen. VZG-normen De VZG stelt normen vast waar gemeenschappelijke regelingen zich aan moeten houden bij het opstellen van de jaarrekening en de begroting. Oorspronkelijk was de richtlijn voor de begroting 2023 4,5%. Dit is later aangepast naar 7,2%. Deze verhoging werkt ook door naar de ontwerpbegroting 2024. De ontwerpbegroting 2024 mag ten opzichte van vorig jaar met een percentage van 3,4% verhoogd worden in verband met inflatie en loonstijgingen. De totale reservepositie mag maximaal 5% van de jaaromzet bedragen. Er geldt geen bezuinigingstaakstelling. Verder moet ieder openbaar lichaam een ambtelijke begeleidingscommissie hebben waarin de financiële stukken besproken zijn. De VRZ heeft als enige nog een eigen adviescommissie Financiën. Ook moet de accountant een oordeel hebben gegeven over de jaarrekening.

Voorheen konden de gemeenteraden een zienswijze indienen over de voorgenomen resultaatbestemming van de concept jaarrekening. Een zienswijze is nu alleen vereist als een positief saldo wordt toegevoegd aan de algemene reserve en deze daardoor uitkomt boven de VZG-norm van 5% of als voorgesteld wordt het positieve saldo een andere bestemming te geven. Bij een negatief jaarrekening-resultaat dat leidt tot een verzoek tot een hogere gemeentelijke bijdrage wordt eveneens een zienswijze gevraagd. Het verzoek tot een hogere bijdrage volgt via een begrotingswijziging in het lopende jaar. Samenstellingscommissie Ook is dit jaar nieuw dat een samenstellingscommissie van de VZG alle stukken heeft beoordeeld en hierover een advies heeft gegeven. Dit advies is bij de behorende stukken toegevoegd.

Agendapunt Pagina 3

4. Inhoud In dit raadsvoorstel worden de ingediende financiële stukken van de openbare lichamen behandeld. Hierbij wordt eerst de jaarrekening 2022 behandeld als dat noodzakelijk is, gelet op de gewijzigde VZG-richtlijn. Vervolgens, als deze er is, de ontwerpbegrotingswijziging 2023. Daarna de ontwerpbegroting 2024 en tot slot incidenteel een ontwerpbegrotingswijziging 2024. Dit op alfabetische volgorde. Aan het einde van dit voorstel is een tabel opgenomen met de totale financiële gevolgen voor de gemeente Goes en op welke wijze de extra bijdragen gedekt zullen worden. 4.1 Betho Jaarrekening 2022 De jaarrekening 2022 van GR De Betho is door Deloitte Accountants gecontroleerd en goedgekeurd. Het AB van de Betho heeft op 5 april ingestemd met de jaarrekening 2022. In het jaar 2022 is er een positief resultaat gerealiseerd van €1.350.000,- (inclusief een omzetbonus van €219.000). De omzetbonus krijgen deelnemende gemeenten voor het verstrekken en laten uitvoeren van opdrachten door De Betho. Het resultaat 2022 is een hoger bedrag dan vooraf begroot. De begroting 2022 van GR De Betho is conservatief opgesteld door de onzekerheid over de gevolgen van het Coronavirus en de subsidie van de Rijksoverheid die door gemeenten wordt doorbetaald aan De Betho. Het resultaat 2022 wordt aan de deelnemende gemeenten van GR De Betho uitgekeerd als winstuitkering.

De algemene reserve van de Betho bedraagt een bedrag van €1.005.000. De reserve is exact 5% van de inkomsten. De hoogte van de reserve is dus het maximaal toegestane bedrag overeenkomstig de VZG-richtlijnen. Sinds het jaar 2021 is de gemeentelijke bijdrage aan GR De Betho vervallen. In 2021 was de bijdrage van de gemeente Goes een bedrag van €178.400. Begrotingswijzing 2023 Niet van toepassing. Begroting 2024 De Betho is financieel voor het belangrijkste deel van de inkomsten afhankelijk van de rijksbijdrage sociale werkvoorziening. De afspraak is dat gemeenten deze rijkssubsidie één op één overdragen aan De Betho. Verder wordt er omzet gedraaid die voor een groot deel afkomt van de deelnemende gemeenten. Daarvoor zijn afspraken gemaakt. Tot slot ontvangt De Betho bijdragen voor de begeleiding van doelgroepen onder de Participatiewet. Het gaat voor Goes om een vaste gemeentelijke bijdrage van €317.000 voor de uitvoering van re-integratietrajecten via de Betho Training & Ontwikkeling (BTO) en een bijdrage Beschut Werken van €845.000. Deze bijdrage is afhankelijk van het aantal fte beschut werkers wat per gemeente in dienst treedt van De Betho. Gemeenten betalen de bijdrage beschut werk deels uit eigen middelen omdat de rijksbijdrage hiervoor ontoereikend is. Sinds 2022 is de algemene gemeentelijke bijdrage aan De Betho vervallen.

De begroting 2024 gaat uit van de huidige resultaten en houdt rekening met de volgende aannames en ontwikkelingen: - Geleidelijke terugloop in omzet en kosten als gevolg van de afname van het Wsw-personeel. De gemeentelijke omzettaakstelling daalt in verhouding mee. - Geleidelijke groei Nieuw Beschut Werk. De aanname is dat ongeveer de helft van de uitstroom aan Sw-medewerkers wordt vervangen door de instroom van Nieuw Beschut Werken medewerkers. - Forse stijging personeelskosten door Cao stijging WSW en staf & leiding alsook de verhoging van het wettelijk minimumloon. - Beperkte compensatie in subsidie en bijdragen voor de stijging van de personeelskosten. Er is rekening gehouden met 50% compensatie voor deze kosten vanuit de Rijkssubsidie. - In de begroting is ervan uitgegaan dat uitbreiding van activiteiten voor andere doelgroepen door De Betho kostenneutraal wordt uitgevoerd. Het uitgangspunt is dat extra activiteiten bekostigd worden vanuit de deelnemende gemeenten. Aandachtspunten: - Afgelopen jaren is het aantal BTO-trajecten afgenomen door de verandering van de doelgroep Participatiewet. De kosten voor de BTO zijn gelijk gebleven. Naar verhouding zijn de BTO-trajecten relatief duur geworden. Vanuit GR de Bevelanden is het signaal dat de BTO-trajecten niet voldoende aansluiten bij de huidige doelgroep. Inhoudelijk is er een doorontwikkeling nodig van deze trajecten.

Deze doorontwikkeling past bij de nieuwe koers die is ingezet bij De Betho waarin in 2023 wordt onderzocht welke rol De Betho kan vervullen voor de doelgroep Participatiewet.

Agendapunt Pagina 4

-

Deze koers is ingezet naar aanleiding van de zienswijze die de gemeente Goes in 2022 heeft gegeven op de begroting 2023. In de begroting 2024 is rekening gehouden met nieuwe activiteiten vanuit de Participatiewet. Deze zijn financieel neutraal opgenomen in de begroting 2024. De personeelskosten van de Betho zijn gestegen. Het is op dit moment nog onduidelijk of de Rijkssubsidie hierop wordt aangepast. De winstgevende onderdelen van De Betho (groen & schoonmaak) worden nu bemand door de SW doelgroep. Deze doelgroep neemt af. Op lange termijn signaleren we een personeelsvraagstuk op deze onderdelen. We nemen dit aandachtspunt mee in het onderzoek naar de mogelijke rol van De Betho voor de doelgroep Participatiewet.

De samenstellingscommissie van de VZG wijst er terug op dat VZG-norm van 5% voor reservevorming geldt voor alle baten. Deze norm wordt bij de Betho fors overschreden. Het voorstel is daarom om in te stemmen met de begroting 2024 met de opmerking dat voortaan de begroting in zijn geheel moet voldoen aan de VZG-reservenorm van 5%. 4.2 GGD Jaarrekening 2022 Is nog niet beschikbaar. Deze wordt later aangeboden. Begrotingswijzing 2023 Niet van toepassing. Begroting 2024 GGD Vorig jaar zijn middelen toegekend voor het versterken van de GGD Zeeland. Voor 2024 ligt de focus op het uitvoeren van de maatregelen hiervoor. De eerste stap was de uitbreiding van functies met in totaal 25,83 fte. Het merendeel (19,86) van de vacatures is inmiddels ingevuld. De komende periode hopen ze de resterende vacatures in te vullen. De resultaten en effecten van de maatregelen zullen worden geëvalueerd. In het 3e kwartaal 2023 wordt voor deze evaluatie een plan van aanpak opgesteld. De evaluatie wordt in het derde kwartaal van 2024 uitgevoerd en in december voorgelegd aan het bestuur. De basis op orde betreft de primaire processen voor de algemene gezondheidszorg, de bedrijfsvoering en het leidinggevend kader. Buiten scope zijn de jeugdgezondheidszorg, Veilig Thuis en IJZ.

Daarnaast zijn er diverse ontwikkelingen die de komende periode van invloed zijn op de organisatie: - Pandemisch paraat: de pandemie heeft laten zien dat het belangrijk is om snel op te kunnen schalen, de zogenoemde pandemische paraatheid. Incidenteel worden er door het rijk subsidie beschikbaar gesteld om pandemisch meer paraat te zijn en (toekomstige) infectieziekten het hoofd te bieden. De definitieve toekenning van de subsidie is nog niet binnen en daarom nog niet verwerkt in de begroting. - Vaccinatie voorziening voor volwassenen: Het RIVM voert in opdracht van het ministerie een uitvoeringstoets uit op het beleggen van de vaccinatievoorziening voor volwassenen. Gedacht hierbij wordt om dit te beleggen bij de GGD. Eind 2023 zal meer bekend zijn. - Inflatie en CAO-stijgingen: per 1 januari 2023 is er een nieuwe CAO afgesloten. De VZG-norm is medio maart 2023 voor 2023 aangepast op de hogere inflatie- en cao-stijgingen. De begroting is hierop aangepast. Voor de GGD Zeeland geldt daarnaast dat de verhouding personeel/materieel (78/22%) afwijkt van de VZG-norm (2/3:1/3). Als de cao-stijging wordt verwerkt overeenkomstig de VZG-norm dan worden ze met een bezuiniging geconfronteerd. Tijdens de periode waarin ze juist de basis op orde willen krijgen, is dit niet gunstig. De GGD verzoekt dan ook om compensatie: €45.279 extra bijdrage 2024.

- Veilig Thuis: Dit programma wordt via twee stromen gefinancierd. Enerzijds vanuit de gemeentelijke bijdrage via de GGD, anderzijds vanuit het CZW-bureau (centrumgemeente middelen). De Rijksoverheid past hier geen indexering op toe omdat deze indexatie via de algemene uitkering aan de 13 gemeenten wordt uitgekeerd. Voor Veilig Thuis betekent dit een impliciete bezuiniging, aangezien de kosten van personeel en materiële middelen wel stijgen. Deze indexatie wordt nu via de GGD-begroting bij de gemeenten in rekening gebracht: €183.010 indexatie Veilig Thuis. - IZA/GALA: De Rijksoverheid wil met het vorig jaar gesloten Integraal Zorg Akkoord (IZA) en Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) investeren in de gezondheid. De gemeenten hebben

Agendapunt Pagina 5

-

-

hiervoor via een Specifieke Uitkering middelen aangevraagd. Ook Goes heeft dit gedaan. De rol van de GGD dient nog te worden ingevuld. Artsentekort: Door middel van opleidingsplaatsen en verschuiving van taken van artsen naar andere professionals proberen ze dit op te lossen. Voor onderdeel Forensische Geneeskunde (FG) wordt eind 2023 duidelijk of deze dienst nog aan de politie kan worden aangeboden. Bij het wegvallen van deze inkomsten zullen de kosten voor gemeenten stijgen. Jeugdgezondheidszorg (JGZ): Vanwege capaciteitsuitval en veranderende demografische gegevens lijkt op basis van het capaciteitsmodel meer formatie nodig. Dit is nog niet verwerkt in de begroting. Er wordt gewerkt aan het project 'Toekomst GGZ' waarvan de resultaten in de tweede helft van 2023 worden verwacht. Daarbij staat ook de eventuele financiering voor de Oekraïense vluchtelingen voor zowel 2023 als 2024 niet vast. Wat betreft de aanvullende diensten JGZ zit nog een omissie in de begroting. De daling in opbrengsten is niet juist verwerkt in de begroting, waardoor er een tekort is ontstaan. Het is niet gelukt om hier binnen de eigen begroting een oplossing voor te vinden. Hiervoor wordt een verhoging gevraagd: €229.185 herstellen omissie. Voor 2023 komt dit terug in de Bestuursrapportage van de GGD.

Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ) In de loop van 2023 wordt een nieuwe regiovisie jeugdhulp ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraden. Deze is de basis voor een nieuwe aanbesteding van jeugdhulp in 2024, waarbij de nieuwe contracten per 2025 ingaan. Om dit in goede banen te leiden wordt een eenmalige bijdrage gevraagd voor externe expertise en ondersteuning: €103.900 eenmalige verhoging uitvoeringskosten in 2024. In de gecontracteerde jeugdhulp wordt niet gerekend met de VZG-norm, maar met de OVA-index voor personele lasten. Het OVA-percentage 2023 is vlak voor verzending van de stukken definitief geworden en dit zal zichtbaar worden in de Bestuursrapportage. Het OVA-percentage voor 2024 is nog voorlopig en kan nog afwijken. Een hogere OVA-index leidt tot hogere tarieven. Er is een nieuwe begrotingssystematiek toegepast op basis van een tijdreeksanalyse van de werkelijke uitgaven per maand over jaren 2018 tot en met 2022. Die trend is per gemeente en per productcategorie gemaakt, waarbij de meest recente periodes bij de extrapolatie naar 2024 zwaarder wegen dan de oudere jaren. De nieuwe begrotingssystematiek geeft een betere basis voor de begroting per gemeente en sluit beter aan bij de werkelijkheid. Hierdoor kunnen afwijkingen beter worden geanalyseerd en geeft het in de toekomst meer zicht en grip op de lasten voor de jeugdhulp.

De nieuwe begrotingssystematiek lijkt zeker gezien de uitgaven van de afgelopen jaren een goede benadering van de werkelijkheid. Er wordt aan de gemeente Goes in totaal een bijdrage gevraagd van €18.869.610 voor de begroting 2024 (€2.279.301 + €16.590.309). Voor 2023 inclusief de basis op orde en de 2e begrotingswijziging (nu niet zwanger) werd een bijdrage gevraagd van €2.030.011 voor de GGD waarvan €20.669 incidenteel. excl. IJZ. Voor 2023 is voor de IJZ een bedrag opgenomen van €14.547.995. Resumerend kan gesteld worden dat de huidige GGD-begroting niet voldoet aan de VZG-norm vanwege onder andere bovengenoemde zaken. De begeleidingscommissie heeft een advies uitgebracht over de begroting. Dit is bijgevoegd. De begeleidingscommissie is akkoord met de onderbouwingen en adviseert aan de deelnemende gemeenten een positieve zienswijze in te dienen op de begroting GGD 2024. Daarnaast adviseren ze het AB van de GGD om voortaan bij de begroting en begrotingswijzigingen een specificatie bij te voegen van de gemeentelijke bijdrage per gemeente voor de komende vier jaar. Dit laatste zal de aansluiting van de begroting op de gemeentelijke bijdrage vergroten, wat zeker wenselijk is. De samenstellingscommissie heeft eveneens de begrotingen van de Gemeenschappelijke Regelingen beoordeeld, waaronder de GGD. Het advies van deze commissie is eveneens bijgevoegd.

Er is een beoordeling gedaan op de onderdelen GGD publieke gezondheid, Veilig Thuis, IJZ en de Taskforce Jeugd (niet zijnde de zorgkosten). Ze geven in overweging om in aanvulling op het advies van de begeleidingscommissie de volgende zienswijze in te dienen: - bezie de mogelijkheden om de indexering van Veilig Thuis niet in de eigen begroting op te nemen maar deze alsnog te laten subsidiëren door het CZW-bureau. - pas bij de structurele component van de uitvoeringskosten IJZ de VZG-indexeringsrichtlijn toe. Er heeft overleg plaatsgevonden met het CZW-bureau over de mogelijkheden voor aanpassing van de subsidie. Het verzoek was eerst daar neergelegd. Echter deze uitkomst was negatief op basis van het

Agendapunt Pagina 6

argument dat de Rijksoverheid geen indexering toepast op de centrumgemeentemiddelen en dat deze via de algemene uitkering bij de individuele gemeenten zelf binnenkomt. Dit is ook onderzocht en is inderdaad het geval. Het compenseren van deze indexering is op basis hiervan dan ook redelijk. Het oplossen van het tekort binnen de eigen begroting is een bezuiniging, welke in deze fase van de basis op orde minder wenselijk is. Wat betreft het toepassen van de VZG-indexeringsrichtlijn op de uitvoeringskosten van IJZ: Voor de uitvoeringskosten en voor Taskforce Jeugd is al de VZG-norm voor 2024, zijnde 3,4% gebruikt (blz 30 begroting GGD). Voorgesteld wordt de advisering van de samenstellingscommissie niet over te nemen. Gezien bovenstaande wordt voorgesteld in te stemmen met de begroting 2024 met daarbij de opmerking om het Algemeen Bestuur van de GGD te verzoeken voortaan bij de begroting en begrotingswijzigingen een specificatie bij te voegen van de gemeentelijke bijdrage per gemeente voor de komende vier jaar.

4.3 GR De Bevelanden Jaarrekening 2022 GR de Bevelanden heeft, met een goedkeurende accountantsverklaring, de jaarrekening 2022 ingediend bij de deelnemende gemeenten voor een zienswijze. De exploitatie 2022 sluit af met een positief resultaat van €802.000. Dit komt door een correctie van de onrechtmatigheid in de ICTcontracten en een ontvangen ESF-subsidie. Voorgesteld wordt een bedrag van €6.250 toe te voegen aan de algemene reserve. Het voorstel is om het resterende bedrag van €705.813 terug te betalen aan de deelnemende gemeenten. Goes krijgt daardoor een bedrag terug van €415.000. Dit is al in de jaarrekening 2022 van de gemeente Goes verwerkt. De begeleidingscommissie is akkoord. Omdat de jaarrekening voldoet aan de VZG-normen is een zienswijze niet aan de orde. 2e begrotingswijziging 2023 GR de Bevelanden legt ook een 2e begrotingswijzing 2023 voor. Deze bestaat uit een twee onderdelen: bevoorschotting WIZ, en mutatie budgetten GR de Bevelanden In begrotingswijziging rondom bevoorschotting WIZ is de bevoorschotting van de diverse regelingen gewijzigd voor 2023. De gewijzigde bedragen zijn verwerkt in deze 2e begrotingswijziging. Voor de gemeenten verloopt de wijziging budgetneutraal. Vanuit specifieke uitkeringen en het gemeentefonds ontvangen de gemeenten, en dus ook de gemeente Goes, middelen die worden gereserveerd voor de uitvoering.

Voor de gemeente Goes bedraagt de wijziging €953.560. Vanuit GR de Bevelanden wordt een financiële mutatie voorgesteld voor 2023 van €1.546.244, waarvan een bedrag van €733.283 voor de gemeente Goes. Een groot gedeelte van deze mutatie is het gevolg van de aanpassing van de VZG-norm. In maart 2023 is besloten de VZG-norm te verhogen van 4,5% naar 7,2%. Ook de ICT-contracten zijn geïndexeerd. In 2022 is de I-visie vastgesteld. Deze geeft een prioritering in de uit te voeren werkzaamheden. Voor 2023 wordt gestart met de uitwerking van: continuïteit en veiligheid, formatie en doorontwikkeling. Ook wordt in de begrotingswijziging gevraagd om extra middelen voor vroeg signalering. In het evaluatierapport vroeg signalering 2021/2022 zijn een aantal aanbevelingen gedaan. Op basis hiervan is besloten de formatie voor vroeg signalering vast te stellen op 4 fte. Hiervan is 1,9 fte structureel en 2.1 fte tijdelijk voor de duur van twee jaar. Tot slot wordt gevraagd om structureel budget beschikbaar te stellen voor opleiding, software en de vergoeding van reiskosten. Naast bovenstaande, grotere, aanpassingen worden er diverse kleinere correcties doorgevoerd in deze begrotingswijzing. De begeleidingscommissie adviseert om in te stemmen met deze begrotingswijzing. Daarom wordt voorgesteld in te stemmen met 2e begrotingswijzing.

Conceptbegroting 2024 De begroting 2024 moet in relatie worden gezien met de gelijktijdig ingediende 1e begrotingswijziging 2024. De begroting van GR de Bevelanden is opgesteld met een indexatiepercentage van 3.4%. Bij het opstellen en daarna aanbieden van de begroting was al duidelijk dat deze percentages niet aansluiten met de huidige, hogere, inflatiepercentages. In maart 2023 heeft het bestuur van de VZG ook besloten dat de VZG-indexatierichtlijn (de toegestane inflatiecorrectie) wordt gecorrigeerd naar

Agendapunt Pagina 7

7.2% (zie ook de opmerkingen bij de 2e begrotingswijziging 2023). Door de late beslissing kon dit hogere percentage niet meer worden verwerkt in de voorliggende begroting. In deze begroting is rekening gehouden met een aanpassing in DVO bescherm wonen, evaluatie vroeg signalering, extra reiskosten en aanpassingen van ICT-contracten. Deze aanpassingen zijn ook al in de 2e begrotingswijziging 2023 meegenomen voor het lopende jaar. De begeleidingscommissie adviseert in te stemmen met de begroting 2024. Wij stellen eveneens voor om hiermee in te stemmen. 1e begrotingswijziging 2024 Naast de begroting 2024 is een 1e begrotingswijziging 2024 opgesteld. Hierin worden extra middelen gevraagd voor: - VZG-indexatie - uitwerking I-visie - Aanvullende indexatie ICT-contracten. In maart 2023 heeft het algemeen bestuur van de VZG besloten om de VZG-indexatierichtlijn te corrigeren met 4,5% naar 7.2%. Deze is verwerkt in de eerste begrotingswijzing 2024. Dit betekent een structurele hogere bijdrage van €821.800. Het voorstel van het algemeen bestuur is om de visie nu verder uit te werken. Dit houdt in dat voor 2023 een structureel bedrag van €236.200 wordt gevraagd (zie ook 2e begrotingswijziging 2023) en voor 2024 een incidenteel bedrag van €576.275 en een structureel bedrag van €1.247.526.

Op deze onderwerpen is actie nodig en past het een professionele ICT-organisatie om dit te signaleren, met verbetervoorstellen te komen en hiervoor dekking te vragen. Het Dreigingsbeeld voor Gemeenten van de Informatiebeveiligingsdienst (IBD) onderschrijft deze prioriteit ook. We herkennen daarnaast het beeld wat geschetst wordt over de krappe formatie, mede in relatie tot het uitvoeren van de I-visie. Er worden nu middelen beschikbaar gesteld om de basis op orde en de I-visie uit te voeren door extra formatie en een innovatiebudget. Aangevuld met middelen voor informatieveiligheid en continuïteit. Aandachtspunt is wel hoe gaat invulling gegeven worden aan de andere prioriteiten, zoals: “datagedreven werken” en “het in kaart brengen van de programma’s” uit de I-visie. In de praktijk blijkt dat de ICT-contracten met gemiddeld 10% zijn gestegen in het afgelopen jaar. Deze extra kosten zijn verwerkt in deze 1e begrotingswijziging. Op zich staan we positief tegenover de extra gevraagd middelen via de 1e begrotingswijziging 2024. De begeleidingscommissie oordeelde positief. Wel is de volgordelijkheid van de verhogingen een aandachtspunt. De verhoging opgenomen in de 2e begrotingswijziging 2023 met 4,5% naar 7,2% is nog niet verwerkt in de begroting 2024. Alle wijzigingen en verhogingen van de bijdragen moeten wel in de juiste volgorde worden opgenomen.

Dit betekent dat de 4,5% verhoging nu ook wordt toegepast op nieuw toegevoegde onderwerpen, zoals benoemd in de begroting 2024. Dat is niet logisch. De nieuwe onderwerpen in de begroting 2024 dienen niet nogmaals met een indexatie van 4,5% te worden verhoogd. De samenstellingscommissie geeft ook aan dat de 4,5% niet moet worden berekend over beleid dat in de begroting 2024 pas voor de eerste keer wordt opgenomen. Wij stellen voor in te stemmen met de 1e begrotingswijziging 2024 met de opmerking dat de volgordelijkheid van de verhogingen zoals nu verwerkt, een punt aandachtspunt is. 4.4 OLAZ Jaarrekening OLAZ 2022 De jaarrekening 2022 sluit af met een positief saldo van €69.698 wat wordt toegevoegd aan de algemene reserve. Dit besluit valt binnen de 5% richtlijn van de VZG. Daarom hoeft geen zienswijze te worden gevraagd. Vanuit de jaarrekening vindt een afrekening plaats per gemeente. Voor de gemeente Goes is dit een bedrag van €136.726. Dit financiële effect is al verwerkt in de gemeentelijke jaarrekening 2022. Begrotingswijziging 2023 De 1e begrotingswijziging 2023 heeft betrekking brandbaar afval, GFT-afval en de exploitatielasten van de milieustraten. De kosten voor brandbaar afval zijn gestegen door de inflatie. Dit leidt tot een stijging van €3,50 per ton. Daarnaast zijn de tarieven voor transport met 8,2% gestegen en is de belasting op het restafval hoger dan geraamd.

Het verwerkingstarief voor brandbaar afval gewijzigd daardoor van €124 naar

Agendapunt Pagina 8

€128,20 per ton. Het financiële effect van deze wijziging is een stijging van €337.722. In 2023 is op basis van Europese aanbesteding een nieuw overeenkomst met Indaver afgesloten voor de verwerking van het GFT- afval. Het verwerkingstarief van GFT-afval is gestegen €75 naar €76,50 per ton. Het totale financiële effect hiervan €82.065. De exploitatiekosten van de milieustraten zijn gedaald. Oorzaak van deze daling is een toename van de personeelskosten (stijging loonkosten en uitbreiding formatie versterking aansturing milieustraten), een daling verwerkingskosten (m.n. hout) en hogere opbrengsten afvalstromen (m.n. metaal en textiel). De bijdrage per inwoner daalt daarmee van €25,20 naar €21,32. Samenvattend heeft dit voor gemeente Goes een positief effect van €117.606. Na vaststelling verrekent OLAZ de financiële consequenties van de begrotingswijzigingen met de gemeenten. Dit zal plaatsvinden tijdens het lopende boekjaar 2023. Uw college wordt voorgesteld dit incidentele effect voor 2023 te verwerken in de Bestuursrapportage 2023. Het voorstel is om in te stemmen met de 1e begrotingswijziging OLAZ 2023. Ontwerpbegroting 2024 De gezamenlijke gemeentelijke bijdrage voor OLAZ van alle deelnemende gemeenten wordt in 2024 geraamd op afgerond €22.036.095.

Het verschil van de begroting 2024 ten opzichte van de initiële begroting 2023 bedraagt 1,66% en valt daarmee binnen de begrotingsrichtlijn van de VZG. De VZGreserverichtlijn geeft aan dat het eigen vermogen maximaal 5% van de jaaromzet mag zijn. Het vermogen van OLAZ bedraagt per 31/12/2022 €551.638 en valt daarmee (ruim) binnen de VZG-norm. In de begroting 2024 is een bedrag van €874.000 opgenomen ter reservering van benodigde investeringen voor de milieustraten (pagina 19). Een toelichting hierop is opgenomen onder bijlage 3 van de ontwerpbegroting. Het algemeen bestuur heeft door middel van een principebesluit ingestemd met onderzoek naar regionale spreiding van de milieustraten. Dit besluit leidt naar waarschijnlijkheid tot definitieve besluitvorming en daarmee tot een toename in kosten ten behoeve van de realisatie. Om de kosten van de milieustraat gelijk te stellen aan 2023 en zo een reservering te maken voor (hoge) kosten in de toekomst, kan een waarschijnlijke fluctuatie in lasten de komende jaren worden voorkomen. Dankzij het “sparen voor de toekomst” is er slechts sprake van een kostenstijging van c.a. 2,5%. Voor gemeente Goes betekent dit een bedrag van €2.024.695. Dit bedrag past binnen de hiervoor opgenomen budgetten binnen het taakveld “Afval”.

De werkgroep VZG-samenstellingscommissie heeft het volgende advies uitgebracht op de jaarstukken OLAZ: "We geven in overweging een zienswijze in te dienen op de begroting 2024 en de 1e wijziging begroting 2024 in overeenstemming met de opmerkingen zoals hierboven opgenomen. 8. OLAZ 8.6 Momenteel voldoet OLAZ aan de VZG-reserverichtlijn van 5%. OLAZ signaleert in haar begroting 2024 de laatste jaren een daling van de kosten van de milieustraten. Dat zou in principe tot een lagere kostenbegroting en dus tot een lagere bijdrage van de gemeenten binnen OLAZ moeten leiden. OLAZ verwacht echter ook voor de komende jaren een toename van de investeringen als gevolg van de (waarschijnlijk) benodigde aanpassingen op de milieustraten, om deze toekomstbestendig te kunnen maken (naast een eventuele regionale spreiding van de milieustraten). In verband hiermee zijn de geraamde kosten voor de milieustraten in de begroting 2024 op het niveau van de begroting 2023 gehouden. Op deze wijze wordt in de begroting 2024 een structurele stelpost van €874.000 gecreëerd die alsdan ingezet kan worden voor de verwachte toekomstige toename van de kapitaallasten. Hiermee tracht OLAZ te voorkomen dat de gemeentelijke bijdragen in de komende jaren sterk(er) moeten stijgen.

Wanneer deze verwachting tot realisatie komt zal voor het dan ontstane begrotingsoverschot vanuit OLAZ voorgesteld worden om dit te reserveren in een bestemmingsreserve kapitaallasten. Hiermee zal dan rekening moeten worden gehouden bij de toetsing van de (algemene) reservepositie van OLAZ aan de VZG-reserverichtlijn van 5%. We geven in overweging een zienswijze in te dienen op de begroting 2024 om een onderbouwing te vragen van de in de toekomst te plegen investeringen in de milieustraten".

Agendapunt Pagina 9

Het OLAZ is volgens het principebesluit 'Regionalisering milieustraten Zeeland' van het Algemeen Bestuur OLAZ van 2 maart 2023 bezig met haalbaarheidsonderzoeken om de investeringen zoals genoemd door de samenstellingscommissie in beeld te brengen voor de definitieve besluitvorming. In het onderzoeksrapport van Royal Haskoning DHV behorende bij voornoemd principebesluit, worden namelijk investeringen voorzien, o.a. om de milieustraten in de huidige vorm te laten voldoen aan (milieu) wet- en regelgeving. Deze bedragen gaan uit van complete nieuwbouw. Dit is niet op elke locatie nodig en behoeft zodoende nadere uitwerking per regio. Deze uitwerking maakt deel uit van de vervolgstappen zoals genoemd in het principebesluit. Voorgesteld het advies van de VZG- samenstellingscommissie niet te volgen. De gevraagde onderbouwing is namelijk zover bekend al benoemd in de rapportage behorend bij het principebesluit. Omdat de vervolgonderzoeken nog in uitvoering zijn, zijn er nog geen concrete bedragen te noemen door het OLAZ. Daarnaast is het zo dat als de kosten lager uitvallen dan de voorgestelde stelpost, het bedrag automatisch terugvloeit naar de gemeenten (en via de afvalstoffenheffing naar de inwoners). Daarom wordt voorgesteld om in te stemmen met de ontwerpbegroting 2024. 4.5 RBL Jaarrekening 2022 Niet van toepassing. Ontwerpbegroting 2023 Niet van toepassing.

Begroting 2024 Niet van toepassing. 4.6 RUD Jaarrekening 2022 Er is nog geen jaarrekening ontvangen. Die zal afzonderlijk aan de raad worden aangeboden. Ontwerpbegroting 2023 De bijdrage van Goes stijgt van €656.900 naar €714.100. Dat is een verhoging van €57.200. De verhoging past niet binnen de gemeentelijke begroting. De overschrijding bedraagt €13.100. Dit zal worden meegenomen in de Bestuursrapportage 2023. De stijging van de kosten komt door een intensivering van het beleid op ondermijning en energie. Ook komt dit de nieuwe CAO. De begeleidingscommissie heeft op 19 januari 2023 positief geadviseerd over dit voorstel. Gelet op de bovenstaande overwegingen kan worden ingestemd met de 1e begrotingswijziging en wordt geadviseerd om een positieve zienswijze in te dienen. Begroting 2024 De RUD voert milieutaken voor Goes uit op het gebied van Vergunningverlening, toezicht en handhaving. De totale begrote deelnemersbijdrage voor 2024 bedraagt €13.021.600. De gemeentelijke bijdrage van Goes aan de RUD in 2024 bedraagt €739.200. Deze bijdrage past binnen de gemeentelijke begroting. De verhoging van de deelnemersbijdrage wordt veroorzaakt door inflatie 2023, de verandering van het inrichtingenbestand en de CAO. De begeleidingscommissie adviseert positief over de ontwerpbegroting RUD Zeeland 2024.

Naast een aantal procedurele adviezen heeft de begeleidingscommissie ten aanzien van de financiële situatie het volgende opgemerkt en geadviseerd: - De VZG heeft op 14 december 2022 het percentage voor indexering vastgesteld op 3,4%. In de begroting 2024 is uitgegaan van 2,7%. De RUD zal het indexeringspercentage bij de eerstvolgende gelegenheid aanpassen. - Op 14 maart 2023 is een geactualiseerd indexeringspercentage voor 2023 door de VZG vastgesteld en gecommuniceerd. Door de bijzondere ontwikkelingen van de inflatiecijfers is het percentage verhoogd naar 7.2%. Ook dit zal de RUD verwerken tijdens de eerstvolgende gelegenheid.

Agendapunt Pagina 10

-

-

-

-

-

De genoemde deelnemersbijdragen 2023 in bijlage 2 sluiten niet aan op het voorstel eerste begrotingswijziging 2023. De RUD zal dit onderzoeken en komt daar in de volgende rapportage op terug. De financiële overzichten met betrekking tot het onderdeel reservemutaties geven geen volledig beeld van de geraamde reservemutaties. De betreffende mutaties op de bestemmingsreserve POB (toevoegingen als last en onttrekkingen als bate) horen volgens het BBV via de exploitatierekening worden verantwoord. Ook dit zal de RUD onderzoeken en in de volgende rapportage op terug komen. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing is de risico-inventarisatie opgenomen. Geconstateerd wordt dat het vastgestelde beleid (Zeeuwse kwaliteit) en de hiervoor benodigde middelen niet met elkaar in lijn zijn, met een structureel ingeschat verschil van ca. 1,45 miljoen per jaar. Met het voorstel “Uitwerking meerjarig regionaal programmeren” dat in 2023 aan de deelnemers wordt voorgelegd werkt de RUD aan een structurele oplossing om het beleid en de benodigde middelen met elkaar in overeenstemming te brengen. In de loop van het jaar zal hierover nog besloten moeten worden. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing dient bij de berekening van de ratio’s rekening te worden gehouden met al geraamde onttrekkingen in de meerjarenbegroting 2023 e.v. ten laste van de beschikbare reserves.

Dit wordt als verbeterpunt meegenomen. Het kengetal voor solvabiliteit is gedaald tot 20% (al rekening houdend met de onttrekking van het negatieve resultaat). Voor de deelnemers is dit de ondergrens. Nog lager wordt als risicovol bestempeld. Dit standpunt is overgenomen en nader geduid.

De VZG heeft geen norm gesteld voor de weerstandcapaciteit. Wij vinden het ook niet nodig om het vermogen van de RUD sterk op te plussen, want bij een tekort is de rekening voor de deelnemers. Voor het overige kunnen wij ons vinden in de opmerkingen van de begeleidingscommissie met dien verstande dat het in overeenstemming brengen van het beoogde beleid met de benodigde middelen niet automatisch betekent dat de middelen verhoogd moeten worden. 4.7 Sabewa Jaarrekening 2022 De jaarrekening 2022 laat een positief resultaat zien van €128.000. Net als andere jaren zien we hogere kosten voor proceskostenvergoedingen WOZ bezwaren voor de no-cure no-pay bureaus en door gewijzigde regelgeving is een toevoeging aan de voorziening verlofsparen nodig. Tegenover deze hogere kosten staan lager personeelskosten, lagere automatiseringskosten, lagere accountantskosten en lagere kosten voor de interne dienstverlening. Per saldo leiden deze mutaties tot het positieve resultaat 2022. De accountant heeft een goedkeurende verklaring verstrekt bij de jaarrekening 2022. Het voorstel is om het positieve resultaat van €128.000 toe te voegen aan de algemene reserve. Na de toevoeging blijft de algemene reserve onder de VZG-richtlijn van 5%. Omdat de resultaatsbestemming 2022 voldoet aan de VZG-richtlijn, is een zienswijze niet aan de orde.

Begrotingswijziging 2023 De basis voor de eerste begrotingswijziging 2023 wordt gevormd door het visiedocument 2023-2027 (bijlage 8) en een analyse van wat in 2023 nodig is om de basis op orde te brengen. Met de basis op orde brengen bedoelt Sabewa Zeeland: kwaliteit aanslagoplegging verbeteren proceskostenvergoedingen verlagen basis leggen voor de groei naar 4 sterren waarderingskamer In de aanbiedingsbrief wordt aangegeven waaraan de extra middelen besteed worden: vacatures openstellen boven formatieruimte externe krachten inhuren - opleiden en doorstromen medewerkers meer tijd en focus creëren voor kwaliteitszorg en procesbeheersing investeren in automatiseren en robotisering - oplossingen creëren voor verlagen proceskostenvergoedingen In totaal wordt de VZG-richtlijn zoals die in maart 2023 is bepaald met €1.002.797 overschreden. Als we kijken naar de bijdrage van Goes dan is dit € 175.000 (€ 135.000 incidenteel € 39.000 structureel). De kwetsbaarheid van de organisatie en achterstanden bij Sabewa Zeeland hebben we geconstateerd in 2022. Een belangrijke oorzaak hiervan is de jaarlijkse stijging van het aantal WOZ-

Agendapunt Pagina 11

bezwaarschriften. Deze stijging is in de laatste jaren verder toegenomen door de prijsontwikkeling op de huizenmarkt. De sterke stijging van de WOZ-waarden tussen de peildata 1-1-2020, 1-1-2021 en 11-2022 was voor meer inwoners reden om bezwaar aan te tekenen tegen hun WOZwaardeontwikkeling. Dit is ook versterkt door de grote reclamecampagnes van de no-cure no-pay bureaus. De afhandeling van de bezwaren zet druk op de organisatie van Sabewa Zeeland en zorgt al jaren voor steeds verder stijgende proceskosten die betaald moeten worden aan de no-cure no-pay bureaus. De werkdruk op de afhandeling van de WOZ-bezwaren zorgt ervoor dat de werkzaamheden rondom de WOZ-waardering voor de nieuwe aanslagen steeds later uitgevoerd kunnen worden. En daarmee komt de tijdige aanslagoplegging van het nieuwe jaar onder druk. Dit zagen we in het proces van aanslagoplegging 2023. De beoordeling en goedkeuring van de Waarderingskamer kon pas in januari 2023 plaatsvinden. Bovendien leidde de beoordeling van de Waarderingskamer tot een correctie die na de vaststelling van de belastingverordeningen nog doorgevoerd moest worden. Omdat we de negatieve effecten van de kwetsbaarheid en achterstanden van Sabewa Zeeland herkennen hebben, adviseren we u de raad voor stellen in te stemmen met de eerste begrotingswijziging 2023.

Daarbij komt dat we aantal WOZ bezwaren van met name de no-cure nopay bureaus in de afgelopen twee maanden een extreem grote stijging laten zien. Dit versterkt verder dat we moeten investeren om de kwetsbaarheid van Sabewa Zeeland te verminderen. We zijn van mening dat wanneer deze stap nu niet genomen wordt, een tijdige aanslagoplegging in 2024 in gevaar kan komen. Wij stellen daarom voor in te stemmen met de 1e begrotingswijziging 2023. Ontwerpbegroting 2024 De basis van begroting 2024 wordt net als bij de eerste begrotingswijziging 2023 gevormd door het visiedocument 2023-2024 (bijlage 6) en een analyse van het managementteam van Sabewa Zeeland wat nodig is om de basis op orde te brengen. De begroting 2024 laat een overschrijding van de VZGrichtlijn zien van ongeveer €615.000. Voor een deel ligt de basis hiervan in de eerste begrotingswijziging van 2023. Tegenover deze extra middelen staat dat de incidentele middelen van 2023 van ongeveer €778.000 in 2024 weer in mindering worden gebracht. Dat betekent dat de deelnemersbijdrage in 2024 iets lager uitkomt dan die van 2023. Het structurele effect boven de VZGrichtlijn op begroting 2024 is €429.339, dit bestaat uit €57.132 vanuit bestaand beleid en €372.207 uit nieuw beleid. Het structurele effect van begroting 2024 op de gemeentelijke bijdrage is ongeveer €52.000.

Daarnaast hebben we nog incidentele kosten die de gemeentelijke bijdrage in 2024 hoger uit doen vallen. De gemeentelijke bijdrage 2024 van gemeente Goes is €25.670 lager dan de gewijzigde begroting 2023. Voor de noodzaak van de middelen die in 2024 gevraagd worden, geldt dezelfde argumentatie als die bij de eerste begrotingswijziging 2023 zoals die hierboven is benoemd. Net als in de 1e begrotingswijziging 2023 zien we nog incidentele kosten die de gemeentelijke bijdrage beïnvloed. Dit betekent dat na 2023 en 2024 het financieel structurele effect voor onze gemeentelijke bijdrage zich zal beperken tot ongeveer €52.000. Advies begeleidingscommissie en advies samenstellingscommissie Aangegeven wordt dat de overschrijding van de VZG-richtlijn beperkt is. De extra gevraagde middelen richten zich vooral op nieuw beleid en hebben als basis het visiedocument 2023-2027. In het advies wordt ook het risico benoemd dat de vele bezwaren van de no-cure no-pay bureaus meer en meer druk zet op het waarderingsproces. De samenstelling richt zich in zijn beoordeling op de begroting 2024 en doet dit inclusief de nog vast te stellen 1e begrotingswijziging 2023. Omdat de grootste mutaties met doorwerkingen uit deze 1e begrotingswijziging volgen, is het financiële effect van de begroting 2024 op zichzelf bezien beperkt.

De samenstellingscommissie adviseert akkoord te gaan met begroting 2024, mits 1e begrotingswijziging 2023 door de raden wordt goedgekeurd." Gelet op de kwetsbaarheid en de achterstanden bij Sabewa Zeeland, stellen wij voor een positieve zienswijze in te dienen over de begroting 2024. 4.8 SWVO SWVO zet zich namens de zeven gemeente in de Oosterschelderegio (en gemeente Veere voor de inkoop Wmo) in voor de beleidsvoorbereiding en -advisering en inkoop en contractmanagement en beheer (vervoer en Wmo-zorg). De taakvelden van SWVO bestaat uit vijf programma’s: 1. Educatie: betreft afspraken voor volwasseneducatie met Scalda en de drie Taalhuizen (via middelen Arbeidsmarktregio) en cultuureducatie door voor de regio afspraken te maken over een samenhangend cultuuraanbod voor het basisonderwijs.

Agendapunt Pagina 12

2.

3.

4. 5.

Wmo: SWVO regelt voor de Wmo de inkoop, contractbeheer& -management, de backoffice (iWmo), beleidsondersteuning & -advisering en de uitbetaling van de gedeclareerde zorg voor hulpmiddelen, trapliften, vervoer (regiotaxi), huishoudelijke hulp en begeleiding & dagbesteding. Gezondheidsbeleid: betreft afspraken met Emergis over de uitvoering van verslavings- en GGZpreventie, regionaal kader gezondheidsbeleid en inkoop en contractmanagement & -beheer voor algemeen maatschappelijk werk en clientondersteuning. Vervoer: inkoop, contractbeheer & -management, beleidsondersteuning & -advisering en uitbetaling van de gedeclareerde ritten voor leerlingen- en jeugdzorgvervoer. Secretariaat: dit betreft de vertaling van de personele kosten gemoeid met activiteiten in de programma’s 1 t/m 4. Gezien de wijzigingen in het BBV worden de kosten hiervan niet meer doorbelast naar deze programma’s, maar als apart zelfstandig programma opgenomen.

Jaarrekening 2022 De jaarrekening wordt afgesloten met een negatief saldo van €157.852. Deze komt ten laste van de reserve sociaal domein. Omdat de jaarrekening voldoet aan de VZG-norm is het indienen van een zienswijze niet aan de orde. 2e Begrotingswijziging 2023 SWVO heeft een overeenkomst voor de levering van hulpmiddelen door Medipoint. Daarin is afgesproken dat zij de tarieven per 1 juni indexeert op basis van het CPI-index van maart van dat jaar. Deze is 4,4% en daarmee lager dan in de 2e begrotingswijziging rekening is gehouden. Het SWVO is uitgegaan van een indexatie van 10%. De begeleidingscommissie geeft aan dat dit niet juist is. Daarom wordt voorgesteld niet in te stemmen en SWVO te verzoeken de geraamde lasten voor 2023 voor hulpmiddelen aan te passen aan de hand van het CPI over maart 2023, te weten 4,4%. Begroting 2024 Voor de begroting 2024 wordt uitgegaan van een verhoging van 8,5% voor de levering van hulpmiddelen. De begeleidingscommissie geeft aan dat dit niet juist is. Daarom wordt voorgesteld niet in te stemmen en SWVO te verzoeken de geraamde lasten voor 2024 voor hulpmiddelen aan te passen aan de hand van het CPI over maart 2023, te weten 4,4%. 4.9 VRZ Jaarrekening 2022 Op dit moment is de jaarrekening 2022 nog niet vastgesteld.

In overleg met de accountant van de VRZ is besloten om de afronding van de jaarrekening uit te stellen totdat meer duidelijkheid is over twee posten uit deze jaarrekening. Deze posten leiden tot onzekerheid over het definitieve resultaat over 2022. Op dit moment is de verwachting dat 2022 afgesloten wordt met een voorlopig negatief resultaat van ongeveer € 615.000. Dit wordt veroorzaakt door hogere energielasten en een verplichte voorziening voor verlofsparen. Voor wat betreft de energielasten is, na herhaaldelijk verzoek, de definitieve afrekening nog niet ontvangen. Ten aanzien van de post verlofsparen is landelijk nog veel onduidelijkheid en bestaan er verschillen van inzicht over de toepassing van de cao Veiligheidsregio's. Het AB heeft voorlopig ingestemd met het onttrekken van het negatieve jaarresultaat aan de algemene reserve. De verwachting is dat bovenstaande onzekerheden de komende maanden worden opgelost en in juli leiden tot een definitieve jaarrekening en resultaat. Op 7 juli behandelt het AB de resultaatbestemming en jaarstukken. Hierna worden de vastgestelde documenten in lijn met de gewijzigde VZG-richtlijn ter informatie toegezonden. 1e Begrotingswijziging 2023 Het AB van de VRZ heeft in haar vergadering van 13 april jl. ingestemd met de 1e begrotingswijzing 2023. Dit betrof een voor de 13 Zeeuwse gemeenten een budgetneutrale wijziging.

Daarom is de 1e begrotingswijziging niet voor zienswijze aangeboden aan de gemeenteraden. In juli 2023 wordt een 2e begrotingswijziging voorgelegd. Zoals hierboven al aangegeven heeft de VZG, in het kader van de lopende cao-afspraken voor het personeel van de veiligheidsregio's en gemeenten, aangekondigd de indexatie voor de loonkosten voor 2023 te verhogen tot 7,2%. Dit vanwege de uitzonderlijke sterke stijging van de inflatie in de afgelopen periode. Dit zal leiden tot een hogere gemeentelijke bijdrage waardoor een formele begrotingswijziging met een zienswijze-procedure noodzakelijk is.

Agendapunt Pagina 13

Ontwerpbegroting 2024 In de begroting is een programma "toekomstbestendige brandweerzorg" en een programma "voorbereide crisisorganisatie" opgenomen. De begroting 2024 bevat een aantal zaken die de hoogte van de gemeentelijke bijdrage in belangrijke mate bepalen. Hieronder staan deze kort puntsgewijs toegelicht: - De bijdrage wordt voor 2024 verhoogd op grond van de door de VZG vastgestelde richtlijn voor loon- en prijsontwikkelingen, gemiddeld bedraagt deze 3,4%; - Een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage met €303.000 voor extra loonontwikkelingen t.o.v. VZG-richtlijnen (nieuwe CAO Veiligheidsregio’s, looptijd 1-1-2023 tot 1-52024, wat leidt tot een stijging van de loonkosten met 9,2%); - Voor de instandhouding van de vrijwilligers in diverse posten is een verhoging van de opleidingscapaciteit noodzakelijk. De kosten hiervoor bedragen €550.000; - In het kader van het op peil houden van de officieren van dienst is het noodzakelijk structureel 2 opleidingsplaatsen in te kopen. Voor 2024 bedragen de kosten hiervoor €90.000, in de volgende jaren klimt dit bedrag naar structureel €180.000 per jaar; - In 2023 is de gemeentelijke bijdrage structureel verhoogd op grond van een noodzakelijke inspanning op het gebied van informatieveiligheid (BIO normering).

In 2023 heeft de VRZ onverwacht structurele middelen gekregen van het Rijk om deze informatieveiligheid te realiseren. De in de begroting 2023 opgenomen structurele bijdrage van €155.000 voor informatieveiligheid wordt in mindering gebracht op de gemeentelijke bijdrage. Naast bovenstaande zijn er een aantal andere ontwikkelingen die geen direct gevolg hebben voor de gemeentelijke bijdrage, dat zijn: Versterking crisisbeheersing. De Brede Doeluitkering Ramenbestrijding (BDUR) vanuit het Rijk is verhoogd met €1,7 mln. in 2024 oplopend naar €2,5 mln. structureel in 2026 en geeft ruimte om invulling te geven aan de ambities vanuit het meerjarenbeleidsplan; Oplopende kapitaallasten voor het vervangingsplan materiaal. Mede door prijsstijgingen en een oplopende kapitaalmarktrente wordt vanaf 2025 een verhoging van de gemeentelijke bijdrage geprognotiseerd samenhangend met de oplopende kapitaallasten van €442.175 in 2025 tot €2.142.703 in 2027; Het weerstandsvermogen van de VRZ is in de begroting 2024 als "ruim onvoldoende" geclassificeerd. Als risico's daadwerkelijk (cumulatief) optreden, leidt dit mogelijk tot een negatief resultaat en negatief vermogen. Voor de berekening van de gemeentelijke bijdragen gaat de VRZ uit van de afspraken die vastgelegd zijn in de gemeenschappelijke regeling.

De bijdrage is gebaseerd op: Een regionale bijdrage per gemeente (vaste bedragen), te indexeren vanaf 2019; Een lokale bijdrage, te verdelen op basis van cluster OOV Gemeentefonds; Een regionale bijdrage Bevolkingszorg, te verdelen op basis van inwoneraantallen; De mitigatiebijdrage op basis van 2013; deze blijft gehandhaafd. In de begroting 2024 is hiermee de rechtmatige verdeling van de gemeentelijke bijdrage 2024 opgenomen. De herijking van het Gemeentefonds is in de berekening meegenomen. Dit betekent dat gemeenten die meer uit het cluster OOV Gemeentefonds ontvangen, meer gaan betalen en vice versa. De VRZ heeft geconstateerd dat de verdeling van de gemeentelijke bijdrage in de begroting 2023 een onverwachte afwijking laat zien t.o.v. de correcte verdeling in de begroting 2024. Dit zorgt er voor dat sommige gemeenten te veel en sommige gemeenten te weinig hebben betaald. Het Dagelijks Bestuur (DB) komt met een procesvoorstel hoe hiermee om te gaan. Een extern deskundige controleert deze herberekening. Voor de programmabegroting 2024 VRZ bedraagt de gevraagde bijdrage aan de gemeente Goes €3.247.637. Dit is €330.281 meer dan de bijdrage in 2023 (met bovenstaande opmerking in gedachten). De gemeentelijke bijdrage zal de komende jaren verder oplopen tot een geprognosticeerde bijdrage van €3.455.599 in 2027.

De bijdrage zal binnen Goes verwerkt worden in de programmabegroting. De ACF had geadviseerd de bijgestelde VZG-richtlijn 2023 en de VZG-richtlijn 2024 te volgen. Voor de bijgestelde VZG-richtlijn 2023 kan hierbij een uitzondering gemaakt worden voor de loonkosten 2023 (kunnen overeenkomstig CAOveiligheidsregio's worden geactualiseerd in de begroting en apart inzichtelijk worden gemaakt als afwijking). Dit advies is opgevolgd. De ACF had voorts geadviseerd de verhoging van de uitgaven en de daarmee samenhangende verhoging van de gemeentelijke bijdrage (exclusief VZG-richtlijn 2023, 2024 en CAO) separaat aan te bieden in een aparte 1e begrotingswijziging 2024. Het gaat hier om de extra benodigde €640.000 (oplopend naar €730.000) aan opleidingskosten vrijwilligers en officieren

Agendapunt Pagina 14

van dienst (hierboven omschreven). Vanuit de VZG wordt namelijk met betrekking tot de presentatie van de begroting geadviseerd om in de begroting alleen bestaand beleid op te nemen. Als er sprake is van “nieuw” wordt geadviseerd dit via een eerste begrotingswijziging inzichtelijk te maken. De ACF ziet dit als "nieuw beleid" en zodoende apart verantwoord moet worden. Dit advies is niet opgevolgd. De samenstellingscommissie heeft als volgt geadviseerd: Advies VZG-samenstellingscommissie In de begroting 2024 is sprake van een extra kostenpost van €788.000 (loonontwikkelingen, opleidingscapaciteit vrijwilligers en opleidingscapaciteit officieren minus ontvangst middelen informatieveiligheid), waarvan de samenstellingscommissie van mening is dat deze kosten in eerste instantie opgevangen zouden moeten worden binnen de VZG-richtlijn. En als dit niet mogelijk is deze kosten via een 1e begrotingswijziging 2024 aan de gemeenteraden voor te leggen. Overigens heeft de ACF ditzelfde geadviseerd.

Gezien het advies van de ACF in combinatie met het advies van de samenstellingscommissie is het advies aan de gemeenteraad om een positieve zienswijze te geven op de programmabegroting 2024 VRZ onder de voorwaarde dat de structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage van €550.000 voor extra repressieve opleidingen brandweer en €90.000 oplopend naar €80.000 voor extra officiersopleidingen brandweer wordt gezien als nieuw beleid en daarom moet worden verwerkt in een aparte 1e begrotingswijziging 2024. De bijdrage voor loonontwikkelingen van €303.000 kan gezien worden als kosten die buiten de invloedsfeer van de VRZ liggen en waarmee zij dan ook geconfronteerd worden. Voor een toelichting aan de gemeenteraden op de programmabegroting 2024 heeft de VRZ een filmpje gemaakt. Deze is te bekijken via https://youtu.be/sfITcQvkGjg

4.10 Zeeuwse Muziekschool Jaarstukken 2022 De Jaarstukken 2022 van Muziekschool Zeeland (MZS) laten net als in 2021 een negatief resultaat zien. MZS heeft toen de eigen reserves aangesproken om dit tekort op te vangen. Hoewel het weerstandsvermogen in 2021 nog boven de VZG-norm zat van 5%, laten de jaarcijfers van 2022 een negatief resultaat zien van €415.600 en ontstaat een negatief eigen vermogen van - €135.396. MZS zet in een begeleidend schrijven bij de jaarstukken de oorzaken van het ontstane tekort uiteen. Corona wordt als belangrijke oorzaak genoemd. 1e Begrotingswijziging 2023 In de 1e begrotingswijziging 2023 wordt door de ZMS voorgesteld het verwachte tekort van €435.060 te dekken ten laste van de reservepost activiteiten. Deze reservepost is echter niet ontoereikend. De begeleidingscommissie adviseert daarom om in 2023 het negatieve rekeningresultaat 2022 aan te zuiveren met een eenmalige verhoogde deelnemersbijdrage van €135.396. De commissie adviseert daarnaast om het verwachte tekort in 2023 van €435.060 aan te zuiveren met een eenmalige verhoogde deelnemersbijdrage. In totaal is een extra bedrag van € 84.923 nodig. Daarmee komt de bijdrage aan de MZS door Goes in 2023 op €287.912 + €84.923 = €372.835. Programmabegroting 2024 De begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 zijn sluitend gemaakt door een structurele onttrekking aan de reservepost activiteiten.

Deze reserve heeft niet alleen onvoldoende saldo, het is ook niet mogelijk om structurele kosten te dekken uit incidentele middelen. De begeleidingscommissie adviseert de begroting en meerjarenraming aan te passen en een taakstelling op te nemen. De MZS geeft aan in het najaar 2023 een gewijzigde begroting 2024 voor te leggen met een herstelplan. Dit herstelplan wordt in de AB-vergadering van juni besproken. De begeleidingscommissie vindt dat het herstelplan en de uitwerking van de taakstelling onderdeel hadden moeten zijn van de huidige stukken, omdat ze inzicht geven in de financiële positie van de MZS. Daarom adviseert zij het herstelplan voor 15 juli 2023 te delen. De wijze waarop de MZS een begrotingswijziging wil voorleggen, voldoet niet aan de criteria van het VZG-rapport. Uiterlijk 1 juni 2024 dient de MZS per stand 1 april 2024 de 1ste begrotingswijziging 2024 op te stellen. Daarin kan de uitvoering van het herstelplan worden meegenomen.

Agendapunt Pagina 15

De stand van de algemene reserve is niet juist weergegeven in de begroting 2024 en in de meerjarenraming. Dit dient te worden aangepast. De paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing benoemt een aantal risico's, maar niet de omvang daarvan. Gezien de financiële situatie van de MZS is het van belang deze paragraaf juist en zo concreet mogelijk te formuleren. In het VZG-rapport is de mogelijkheid opgenomen om bij de begroting een onderbouwd verzoek tot afwijken van de VZG-richtlijn op te nemen bij een significant ander verhoudingsgetal tussen lonen en prijzen. Dit geldt voor de MZS. De begeleidingscommissie geeft daarom in overweging aan de MZS mee om hiervan gebruik te maken. Het is niet acceptabel dat de deelnemende gemeenten niet tussentijds zijn geïnformeerd over het ontstane tekort van 2022. De begeleidingscommissie adviseert om de procedure zoals opgenomen in het VZG-rapport te hanteren, zodat deelnemende gemeenten regelmatig worden geïnformeerd over de voortgang van de gemeente afspraken.

5.

Financiën

5.1 Jaarrekeningen 2022 In de tabel zijn de overgelegde jaarrekeningen opgenomen. Regeling

Zienswijze

Resultaat GR

Verklaring accountant

Bestemming resultaat

Voldoet aan VZG-norm

Betho

Niet nodig

Positief

Goedkeurend

Toevoegen aan algemene reserve

Ja

GR de Bevelanden

Niet nodig

€802.000

Goedkeurend

€96.250 naar algemene reserve en restant van €705.813 terugbetalen

Ja

OLAZ

Niet nodig

€69.698

NNB

Toevoegen aan algemene reserve

Ja

Sabewa

Niet nodig

€128.000

Goedkeurend

Toevoegen aan algemene reserve

Ja

SWVO

Niet nodig

- €157.852

Goedkeurend

Ja

ZMS

Niet instemmen

- € 415.600

Goedkeurend

Onttrekken aan reserve sociaal domein Onttrekken aan algemene reserve

Ja

Het bedrag van €705.813 is al in de jaarrekening 2022 van de gemeente Goes verwerkt. 5.2 Begrotingswijzigingen 2023 In de tabel zijn alleen de gemeenschappelijke regelingen opgenomen die een begrotingswijziging 2022 hebben ingediend: Regeling

Zienswijze

Voldoet aan VZGnorm

Overeenkomstig advies begeleidingscommissie

Overeenkomstig advies samenstellingscommissie

GR de Bevelanden

Instemmen

Ja

Ja

Ja

€2.499.804

OLAZ

Instemmen

Ja

Ja

Ja

€117.606

RUD

Instemmen

Ja

Ja

Ja

€13.100

Sabewa

Instemmen

Ja

Ja

Ja

SWVO

Niet instemmen, CPI-index moet verlaagd worden naar 4,4% Ter kennisname

Ja

Ja

Ja

Incidenteel €135.355 Structureel €39.000 Nvt

Ja

Nvt

Nvt

€0

VRZ

Gevraagde bijdrage aan Goes van GR

Agendapunt Pagina 16

ZMS

Niet instemmen, omdat het tekort eenmalig aangezuiverd moet worden.

Ja

Ja

Het resultaat wordt in de gemeentelijke Bestuursrapportage 2023 verwerkt.

Ja

Nvt

Agendapunt Pagina 17

5.3 Begrotingen 2024 Regeling

Voldoet aan VZG-norm

Advies BC gevolgd

Advies SSC gevolgd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12873318/1