CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 05. Westerstraat 2, Goes

Oordeelsvormende raad 13 juni 2024, gemeente GoesBij agendapunt: Bestemmingsplan “Westerstraat 2” Goes31.999 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De hoofdstroom van de Schelde, die tot dat ogenblik steeds via het Kreekrak en de Oosterschelde zijn weg naar de zee had gevonden, verlegde zich zuidwaarts naar de Westerschelde. Reeds eeuwen drong deze zeearm verder binnen in het land, maar door de plots ontstane ruimte die het water kreeg op de verdronken Bevelanden, kon de Westerschelde de laatste barrière opruimen en zich ontwikkelen tot zijn huidige dimensies. 17

13 Vos & Van Heeringen 1997. 14 Vos & Van Heeringen 1997.

15

18

Verhulst 1995: 19. Een voorbeeld is een 7de-8ste-eeuwse schapenboerderij die nabij Serooskerke (Walcheren) is aangetroffen.

16 Dekker 1971: 20. 17 Coen 2008.

ARTEFACT RAPPORT 691

2.2.2

GOES WESTERSTRAAT 2

Aardkundige waarden

Geologie Het plangebied maakt deel uit van het zuidwestelijke zeekleigebied. Op de Geologische overzichtskaart van Nederland18 (niet afgebeeld) bevindt het plangebied zich binnen een gebied met code Na6. Dit duidt erop dat binnen het plangebied het Laagpakket van Walcheren te verwachten is. Dit betreft zeeklei en -zand. Op de fijnmaziger Geologische Kaart van Nederland19 (figuur 6) is de noordelijke helft van het plangebied gesitueerd in een bruingroen gekleurde zone met code A0.2. Dit wil zeggen dat hier sprake is van afzettingen van Duinkerke II (Laagpakket van Walcheren volgens de nieuwe nomenclatuur) op Hollandveen op afzettingen van Calais (klei op zand; Laagpakket van Wormer volgens de nieuwe nomenclatuur). De zuidelijke helft is gesitueerd in een oost-west georiënteerde geelgekleurde, circa 60 m brede strook met code D0.2. Dit betekent dat hier sprake is van afzettingen van Duinkerke II (Laagpakket van Walcheren). Het betreft afzettingen van een zijgeultje van de bredere geul die aan de oostzijde heeft gelopen en waarop Goes is ontstaan. Volgens de bijbladen van de Geologische Kaart ligt de bovenkant van het pleistocene dekzand in het hele plangebied op een diepte van 15 tot 20 m -NAP.

Figuur 6 Plangebied (rode polygoon) met een selectie van nabijgelegen DINO-boringen (genummerde blauwe stippen), geprojecteerd op een uitsnede van de Geologische Kaart. Bron: Van Rummelen 1978a.

18 De Mulder et al. 2003. 19 Van Rummelen 1978a.

19

ARTEFACT RAPPORT 691

GOES WESTERSTRAAT 2

Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO) Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO) is bruikbaar om de diepteligging van de verschillende geologische niveaus te achterhalen. Raadpleging van de ondergrondgegevens in het DINOloket 20 leert dat in het plangebied een geologische boring bekend is, alsook meerdere in de omgeving van het plangebied. Een selectie hiervan wordt hieronder besproken en in blauw en genummerd weergegeven op figuur 6. ⎯ In boring 1 (B48F0980), op circa 20 m ten noordwesten van het plangebied, bestaat de bovenste 2,10 m -mv (tot 1,90 m -NAP) uit kleiafzettingen van het Laagpakket van Walcheren. Hieronder is een 1,10 m dik pakket Hollandveen aanwezig, dat op een diepte van 3,20 m -mv/ 3 m -NAP het Laagpakket van Wormer afdekt. De bovenste 2,80 m (tot 5,80 m -NAP) van het Laagpakket van Wormer bestaat uit klei; hieronder bestaan de Wormer-afzettingen tot aan de einddiepte van 11,70 m -mv/ 11,50 m -NAP uit zand. ⎯ In boring 2 (B48F0973), op circa 10 m ten noorden van het plangebied, bestaat de bovenste 2,20 m -mv (tot 1,90 m -NAP) uit kleiafzettingen van het Laagpakket van Walcheren. Hieronder is een 1,40 m dik pakket Hollandveen aanwezig, dat op een diepte van 3,60 m -mv/ 3,30 m -NAP het Laagpakket van Wormer afdekt.

Hiervan bestaat de bovenste 1,50 m (tot 4,80 m -NAP) uit klei; hieronder bestaan de Wormer-afzettingen tot aan de einddiepte van 5,50 m -mv/ 5,20 m -NAP uit zand. ⎯ In boring 3 (B48F0979), gezet op een bastion, ongeveer 80 m ten oosten van het plangebied, bestaat de bovenste 4 m -mv (tot 1,70 m -NAP) uit klei dat tot het Laagpakket van Walcheren is gerekend. Hieronder is een 0,15 m dun laagje Hollandveen aanwezig, dat op een diepte van 4,15 m -mv/ 1,85 m -NAP het Laagpakket van Wormer afdekt. Dit bestaat tot aan de einddiepte van 12,70 m -mv/ 10,40 m -NAP uit klei. ⎯ In boring 4 (B48F0978), gezet binnen onderhavig plangebied, bestaat de bovenste 2 m -mv (tot 2,20 m -NAP) uit kleiafzettingen van het Laagpakket van Walcheren. Deze liggen hier direct bovenop het Laagpakket van Wormer, dat tot aan de einddiepte van 10 m -mv/ 10,20 m -NAP uitsluitend uit kleiafzettingen bestaat. ⎯ In boring 5 (B48F0835), 170 m ten zuiden van het plangebied, is tot aan de einddiepte van 5,70 m -mv/ 5,90 m -NAP uitsluitend het Laagpakket van Walcheren aangeboord, bestaande uit zand.

Bodem Op de Bodemkaart van Nederland21 (niet afgebeeld) ligt het plangebied binnen niet-gekarteerd gebied. Hierdoor valt de specifieke bodem in het plangebied niet te bepalen. Wel kan worden vastgesteld dat in de omgeving van Goes veelal kalkrijke poldervaaggronden voorkomen, met een grondwatertrap van om en nabij VI. Grondwatertrappen (zie onderstaande tabel) geven een klassenindeling weer van ten eerste de verschillende grondwaterstanden naar diepte en ten tweede de seizoensvariatie in de grondwaterstanden. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) wordt doorgaans bepaald door de ontwatering van de percelen; de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) wordt echter beïnvloed door de aard van de ondergrond. De grondwatertrappen worden vastgesteld op een schaal van I tot en met VII, van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Gwt VI en VII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, met name in het verleden een aantrekkelijk vestigingsgebied. Met een slag om de arm valt dit te extrapoleren naar het plangebied. Indeling grondwatertrappen

grondwatertrap

I

II

III

IV

V

VI

VII

GHG in cm -mv

(< 20)

(< 40)

< 40

> 40

< 40

40 - 80

> 80

GLG in cm -mv

< 50

50-80

80-120

80-120

> 120

> 120

(> 160)

20 www.dinoloket.nl. 21 Bazen 1987.

20

ARTEFACT RAPPORT 691

GOES WESTERSTRAAT 2

Geomorfologie Op de Geomorfologische Kaart van Nederland 22 (figuur 7) ligt het plangebied in niet-gekarteerd gebied. Het dichtstbijzijnde gekarteerde gebied ligt op circa 500 m ten westen van het plangebied; hier is sprake van zones met respectievelijk code 2M35 (vlakte van getijafzettingen), 3L20 (welvingen in getijafzettingen) en 3K33 (getijinversierug). Een getij-inversierug ontstaat doordat kreek-/geulafzettingen als gevolg van differentiële klink van de omliggende klei- en/of veenondergrond relatief hoog in het landschap komen te liggen.

Figuur 7 Projectie van het plangebied (rode polygoon) op een uitsnede van de Geomorfologische Kaart van Nederland. Bron: Brus & De Lange 1986.

Actueel Hoogtebestand Nederland Het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laser-altimetrie (LiDAR) verkregen digitale bestand toont een goed beeld van het huidige reliëf in en rond het plangebied. Op de bewerkte uitsnede van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4; figuur 8) zijn ten oosten van het plangebied de relatief hooggelegen stadskern en het ten noorden hiervan gelegen havengebied van Goes te herkennen aan de hogere ligging. Ook is te zien dat een groot gebied aan de oostzijde van de stad relatief hoog ligt, vergeleken met het gebied aan de westzijde. Een uitzondering hierop vormt een relatief hooggelegen strook die vanaf Goes in westelijke richting loopt en waar het plangebied min of meer op lijkt

22

Brus & De Lange 1986.

21

ARTEFACT RAPPORT 691

GOES WESTERSTRAAT 2

te liggen. Deze strook valt vermoedelijk te relateren aan de west-oost georiënteerde getij-inversierug waarvan een deel staat aangegeven op de Geomorfologische Kaart (figuur 7).

Figuur 8 Projectie van het plangebied (zwarte polygoon) op bewerkte uitsnede Actueel Hoogtebestand Nederland. Bron: www.pdok.nl (AHN4, 0,5 meterraster DTM).

Indien wordt ingezoomd en verfijnd naar het plangebied (figuur 9), worden de hoogteverschillen binnen het plangebied zichtbaar. Dan blijkt dat het maaiveld langs de randen van het plangebied het laagst ligt, namelijk rond NAP. Vanaf daar loopt het geleidelijk op richting het centrale deel van het plangebied, waar het maaiveld het hoogst ligt, namelijk omstreeks 1,20 m +NAP. Op dit hoogste punt bevond zich in het verleden het erf met opstallen. Net iets ten zuiden van de noordgrens van het plangebied is aan de hoogteligging nog het verloop van een voormalige weg te herkennen die vanaf de Westerstraat om het erf heen liep. Of zich binnen het plangebied mogelijke archeologische resten bevinden, is uit de hoogtekaart niet op te maken.

22

ARTEFACT RAPPORT 691

GOES WESTERSTRAAT 2

Figuur 9 Projectie van het plangebied (zwarte polygoon) op bewerkte uitsnede Actueel Hoogtebestand Nederland. Bron: www.pdok.nl (AHN4, 0,5 meterraster DTM).

Samenvatting landschap en geologie Samenvattend blijkt uit de bestudeerde landschappelijke en aardkundige gegevens dat het plangebied zich bevindt in een gebied waar zich relatief vroege afzettingen van het Laagpakket van Walcheren hebben afgezet. Vermoedelijk liep er een oost-west georiënteerde geul door het plangebied, die in een deel van het plangebied het Hollandveen en de top van het Laagpakket van Wormer zal hebben geërodeerd. Elders in het plangebied kunnen laatstgenoemde twee niveaus nog wel aanwezig zijn. Het Hollandveen is te verwachten vanaf dieptes van 1,70 – 1,90 m -NAP en het Laagpakket van Wormer vanaf 1,85 – 3,00 m -NAP. Waarschijnlijk is het Laagpakket van Wormer tot op grote diepte aanwezig. Door toedoen van de vroegere Walcheren-geul is een getij-inversierug ontstaan, waardoor het plangebied deel uitmaakt van een relatief hooggelegen gebied aan de westzijde van Goes. De hoogte van het maaiveld varieert van circa NAP tot 1,20 m +NAP.

23

ARTEFACT RAPPORT 691

2.3

Historie

2.3.1

Historisch-geografische ontwikkeling 23

GOES WESTERSTRAAT 2

Het beschrijven van de historische situatie dient meerdere doelen. Er wordt archeologisch-inhoudelijk gekeken of eventueel sprake is van historische bebouwing, mogelijke (vaar)wegen en/of subrecent gebruik, waarbij ook vastgesteld moet worden of sprake is van verstoringen (bijvoorbeeld ontgrondingen, stortingen en verhardingen). Bij het tot stand komen van voorliggend onderzoeksrapport is gebruikgemaakt van meerdere oude kaarten. Enkel de kaarten waarop nieuwe, afwijkende of kenmerkende informatie met betrekking tot het plangebied wordt weergegeven, zijn afgebeeld in dit rapport. Hierbij dient opgemerkt dat de projecties op oude kaarten vrij betrouwbaar zijn voor alle kaarten daterend vanaf het midden van de 18 de eeuw, toen, dikwijls voor militaire doeleinden, topografische kaarten zijn ontwikkeld met vrij grote schaalnauwkeurigheid. De projecties op de kaarten daterend van voor deze periode moeten als indicatief worden beschouwd. Goes en het plangebied in de Middeleeuwen Het dorp Goes wordt in 976 voor het eerst vermeld onder de naam Curtagosum. Het woord bestaat uit de waternaam Gosa met de aanduiding Curt, wat vertaald werd als Korte Gos, waarvan de naam Goes afkomstig is. Het dorp Goes is ontstaan als havenplaats aan de rand van de kreek de Korte Gos.

24 Op de kreekrug ten zuiden van de havenplaats ontwikkelde zich de dorpskern van Goes, met een kasteelberg en de eerste parochiekerk. De haven was bepalend voor de marktfunctie van het omliggende platteland.25 Door deze gunstige economische factoren en de steun van de lokale ambachtsheren kon Goes zich onderscheiden van de overige dorpen op Zuid‐Beveland en gestaag uitgroeien tot een stad. Op een 17de-eeuwse kopie van de Dampierrekaart, die de situatie van het graafschap Vlaanderen weergeeft omstreeks 1274 (figuur 10), is Goes als enige op Beveland weergegeven als verstedelijkt gebied. Dit geeft de status van Goes weer in die periode.

Figuur 10 Uitsnede uit een 17de-eeuwse kopie van de zgn. kaart van Gwijde van Dampierre uit 1274. Goes is met een rode cirkel aangeduid. Bron: Kaartenverzameling RAG/P. De Reu: BE-A0514/065-7.

23 Deze paragraaf is deels gebaseerd op, en overgenomen uit, eerdere onderzoeken die Artefact heeft verricht in de

omgeving van het plangebied, aangepast en aangevuld met gebiedsspecifieke gegevens. 24 Dekker 2002: 21. 25 Dekker 2002: 85-93.

24

ARTEFACT RAPPORT 691

GOES WESTERSTRAAT 2

Goes kreeg in 1405 stadrechten.26 In 1417 verleende gravin Jacoba van Beieren officieel toestemming om de stad te versterken met stadsmuren en een gracht. Op grond van hetzelfde privilege werden vier poorten gebouwd op plaatsen waar bestaande wegen de stad binnenkwamen: de Oostpoort, de Ganzepoort, de Koepoort en de West‐ of ‘s‐Heer Hendrikskinderenpoort.27 Goes bleef als havenstad eeuwenlang een grote marktfunctie behouden. In eerste instantie was de lakennijverheid de belangrijkste economische bedrijvigheid in Goes, maar vanaf het midden van de 15 de eeuw verschoof het zwaartepunt van de handel naar zoutraffinage. Dit zout werd, in tegenstelling tot wat men zou vermoeden, niet geraffineerd uit veen (zelzout), maar uit ruw baaizout, afkomstig uit Frankrijk of Portugal. 28 Bij archeologische onderzoeken rond de oude stadskern (bijvoorbeeld aan het Hollandiaplein en de Oranjeweg) zijn evenwel al verschillende veenontginningen vastgesteld. Projectie van het plangebied op een in 1575 door Jacob van Deventer vervaardigde plattegrond (figuur 11) toont bij benadering de toenmalige ligging van het plangebied, ten noordwesten van het middeleeuwse stadplan van Goes en ten noorden van de oost-west georiënteerde ´s-Heer Hendrikskinderendijk, in de Goessche Polder. Ten westen van de ´s-Heer Hendrikskinderenpoort staat langs de dijk bebouwing weergegeven.

Het plangebied is vermoedelijk noordelijk hiervan te situeren, ten westen van een weg die Goes vanuit het noorden benadert, maar geen toegang biedt tot een stadspoort. Bebouwing staat ter hoogte van het plangebied niet weergegeven.

Figuur 11 Projectie van het plangebied (rode polygoon; bij benadering) op een uitsnede van een plattegrond van Goes, vervaardigd door Van Deventer omstreeks 1575.

Bedijkingsgeschiedenis Betrouwbare historische gegevens uit de periode voor de dijkenbouw zijn uitermate schaars. De polder De Breede Watering Bewesten Yerseke, kortweg de Westwatering, is een van de oudste Zeeuwse poldergebieden. De polder wordt dan ook gerekend tot het zogeheten oudland, een term die wordt gebruikt om land te duiden dat werd bedijkt vóór 1200. Volgens historische bronnen werd de streek getroffen door een geweldige overstroming rond 1134. Deze overstroming zou niet alleen Zeeland hebben getroffen, maar ook de Vlaamse kust en Zuid-Holland. Na deze inundatie werd een dijk opgeworpen als eerste beveiligingswerk op de noordrand van de kreekrug Wemeldinge – Kapelle – 26 Dekker 2002: 139. 27 Dekker 2002: 179, 216. 28 Dekker 2002: 361.

25

ARTEFACT RAPPORT 691

GOES WESTERSTRAAT 2

Kloetinge – ’s-Heer Arendskerke, in een wijde boog rond de centrale punten van aantasting. Het westelijke gedeelte van deze dijk, tussen Goes en ’s-Heer Arendskerke, is later herhaaldelijk verhoogd en bestaat nog. 29 De aanwezige grangiae (grote hoeven) van de Vlaamse Cisterciënzerabdijen op Zuid-Beveland droegen bij aan de nodige financiering van de bedijkingsactiviteiten.30 Op de Overzichtskaart van Zuid-Beveland voor de stormvloed van 1530 (niet afgebeeld) door prof. dr. C. Dekker wordt de zeedijk aangeduid die na de stormvloed van 1134 als primaire zeekering werd opgeworpen. De ’s-Heer Hendrikskinderendijk maakt onderdeel uit van deze zeedijk en werd vermoedelijk aangelegd tussen 1134 en 1147. Het plangebied ligt ten noorden van deze dijk en lag op dat moment dus in onbedijkt voormalig oudlandgebied, net buiten de Westwatering. Dit buitendijkse gebied werd in etappes teruggewonnen. De Goessche Polder, waarbinnen het plangebied gesitueerd is, werd vermoedelijk in de tweede helft van de 13de eeuw bedijkt. De opdracht tot bedijking van de Goessche Polder wordt door prof. dr. C. Dekker toegeschreven aan Pieter of Floris van Borsele, in samenwerking met andere ambachtsheren. Vanaf de bedijking van de Goessche Polder veranderde de ’s-Heer Hendrikskinderendijk van een zeedijk in een binnendijk. 31 Dekker geeft aan, mede op basis van onderzoek door dr.

Vlam, dat het oudland en het onderliggende veen in de Goessche Polder tijdens de stormvloed van 1134 gedeeltelijk werd opgeruimd. 32 Anderzijds geeft hij aan dat bij de oudere polders, waaronder de Goessche Polder, de opslibbing reeds vergevorderd was ten tijde van de bedijking en onder het sediment dikwijls nog een Duinkerke II-landschap ten grondslag ligt.33 Dit laatste wordt bevestigd door ing. Wilderom, die stelt dat door Stiboka in vrijwel de gehele polder oppervlakteveen werd aangetroffen. Wilderom oppert overigens dat de Goessche Polder een verdedigende rol zou hebben gespeeld tegen het verder zuidelijk opdringen van de Schenge-geul. Mede door het duidelijk verschil van het noordelijke (Oude Zeedijk) en zuidelijke (Rijksweg) dijkprofiel oppert Wilderom dat de Goessche Polder een grote inlaag zou zijn geweest, ontstaan na de aanleg van de zuidelijke dijk in 1331. Volgens dr. Vlam zou de polder Breede Watering door een dijkval zijn ondergelopen, waarna het water tegen de geulrug van Wissenkerke mogelijk tot stilstand kwam en de tegenwoordige ’s-Heer Hendrikskinderendijk werd opgeworpen. Wilderom ziet deze theorie gestaafd door het ontbreken van een zelfstandig bestuur tot een eeuw na de aanleg van deze dijk. 34 Gedurende de 15de eeuw verkeerde de Goessche Polder enkele keren in kritieke toestand, onder meer in 1409 door een dijkval.

Een inlaagdijk werd na 1425 aangelegd; bovendien werd de bestaande dijk verdikt en verhoogd, waardoor deze in het verdere verloop van de 15de eeuw buiten gevaar bleef.35 Het is echter niet duidelijk of de Goessche Polder in het eerste kwart van de 15de eeuw ook daadwerkelijk is geïnundeerd. De 16de-eeuwse stormvloeden (1509, 1511, 1530, 1532 en 1570) hebben weinig schade aangericht. 36 Een aantal polders liep onder, maar groot landverlies werd niet opgetekend. De Goessche Polder werd bij de stormvloed in 1570 geïnundeerd en nog eens in 1808.37 Op de kaart van de Zeeuwse delta vervaardigd door Christiaan Sgrooten uit 1573 (figuur 12) is het eiland Zuid-Beveland te zien met de stad Goes. Grote delen van Noord- en Zuid-Beveland zijn overstroomd of weggespoeld. Ter hoogte van het plangebied is hier duidelijk geen sprake van.

29 Dekker 2002: 100 – 101. 30 Dekker 2002: 137 – 140. 31 Dekker 2002: 85-89. 32 Dekker 1971: 87-96. 33 Dekker 1971: 218-219. 34 Wilderom 1968: 131-132. 35 Dekker 2002:264-267. 36 Dekker 1971: 316-318. 37 Wilderom 1968: 131-132.

26

ARTEFACT RAPPORT 691

GOES WESTERSTRAAT 2

Figuur 12 Uitsnede van Ostium Scaldis door Christiaan Sgrooten, 1573. De globale ligging van het plangebied is aangegeven met een rode pijl. Bron: Koninklijke Bibliotheek van België.

Goes en het plangebied vanaf de Nieuwe Tijd Stormvloeden, het verzanden van de havengeul en een grote stadsbrand in 1554 maakten een einde aan het belang van Goes als handelsstad. Ook de oorlog met Spanje heeft hiertoe bijgedragen. Tussen 1572 en 1577 werd de stad bezet door garnizoenen van de Spaanse koning. Na het uitbreken van de opstand tegen het Spaanse bewind bleef Goes aanvankelijk trouw aan de koning. Uiteindelijk verlieten de Spaanse troepen Goes in 1577 en in hetzelfde jaar sloten Goes en Zuid‐Beveland een overeenkomst met Willem van Oranje, de zogenaamde Satisfactie. 38 In 1585 liet prins Maurits een verdedigingsgordel om de stad aanleggen en werd Goes een vestingstad.39 Hierbij werd de stad iets naar het noorden en westen uitgebreid. Dit is nog steeds duidelijk zichtbaar in het grondplan van de stad. Een van de bastions verrees ten oosten van het plangebied. Hiervan is tussen de Westerstraat en de Paardenweg tegenwoordig nog een restant van de gracht aanwezig. Op een vogelvluchtplattegrond van Goes, vervaardigd door Jacob Reynoutsen in het midden van de 17de eeuw (figuur 13), staan de verdedigingswerken van Goes duidelijk weergegeven. Op de kaart staat de naam van kaartmaker Zacharias Roman vermeld, maar dit kan te maken hebben gehad met het feit dat Roman behalve kaartmaker ook uitgever was.

Tegenwoordig wordt ervan uitgegaan dat Reynoutsen de maker is van deze plattegrond.40 Meerdere topografische elementen die nog altijd herkenbaar zijn, laten een globale projectie van het plangebied op deze kaart toe. Ten oosten van het plangebied is het noordwestelijke bastion van de vestingwerken te zien, met hierop een molen en ten zuiden daarvan de nieuwe ’s-Heer Hendrikskinderenpoort. Ter plaatse van de oude poort, ten zuidwesten hiervan, is een molen verschenen; vanaf daar ligt in de vestinggracht een stenen constructie. Vanaf de nieuwe poort loopt een brug over de vestinggracht, die uitkomt ter hoogte van de omringende weg langs de gracht, ter hoogte van de tegenwoordige Westerstraat. Langs deze weg staat bebouwing ingetekend, waarschijnlijk is een deel hiervan binnen de contouren van het plangebied te situeren. Het lijkt te gaan om enkele losse woningen in het buitengebied rond de stad. Een groot deel van het buitengebied rond de stad is volgens de kaart in gebruik als boomgaard; ook in een deel van het plangebied is dit het geval. Ten zuiden van het plangebied loopt de ’s-Heer Hendrikskinderendijk in westelijke richting. Aan de noordzijde gaat de Westerstraat over in een noordelijke toegangsweg, waarvan de ligging min of meer overeenkomt met die van de huidige Cornelisweg. Verder is te zien dat ten noorden van de stad, langs de havengeul, industriële activiteit

38 Dekker 2002: 541-572. 39 https://www.zeeuwseankers.nl/verhaal/vestingwerken-in-goes. 40 De Klerk 2015: 52-53.

27

ARTEFACT RAPPORT 691

GOES WESTERSTRAAT 2

plaatsvond: hier geeft de kaart middels de nummers 44 en 45 aan dat hier zoutketen en meestoven stonden. In meestoven werd de wortel van meekrap verwerkt tot een kleurstof; in zoutketen werd zout geraffineerd.

Figuur 13 Ligging van het plangebied (rode polygoon; bij benadering) op een uitsnede van een plattegrond van Goes, vervaardigd omstreeks 1650 door Jacob Reynoutsen. Bron: Heemkundige Kring de Bevelanden.

De kaarten van Hattinga, vervaardigd halverwege de 18de eeuw (figuur 14), staan bekend als nauwkeuriger en schaalvaster. Hierop is het algemene beeld vergelijkbaar met dat van de 17de eeuw, maar is het specifieke beeld voor het plangebied anders. Ter hoogte van het plangebied staat op deze kaart één bouwwerk weergegeven. Ter hoogte van de noordelijke begrenzing van het plangebied is eveneens bebouwing te zien. Ook nu gaat het om losstaande gebouwen in het buitengebied van Goes. Hierbij moet worden aangetekend dat het plangebied en omgeving zich niet met grote precisie op deze kaart laten projecteren; waar de bebouwing precies te situeren is, is dus niet duidelijk. De kaart suggereert voor de rest een inrichting van het plangebied met tuinen dan wel grasland, en enkele paden. In hoeverre de door Hattinga weergegeven bebouwing een restant is van de bebouwing op de 17de-eeuwse kaart, valt niet te zeggen; daarvoor zijn beide kaarten niet nauwkeurig genoeg. Aan de oostzijde van het plangebied loopt nog altijd de weg langs de vestinggracht. Ten zuiden van het plangebied is bebouwing te zien langs de ’s-Heer Hendrikskinderendijk. In het verlengde van deze dijk wordt de vestinggracht overbrugd door een stenen beer (door Hattinga aangegeven met nr. 11), die uitkomt bij een oliemolen (‘Olij Molen’; aangegeven met nummer 2).

De ’s-Heer Hendrikskinderenpoort, ten noorden hiervan, staat aangegeven met een letter d. Ten noorden van deze poort bevindt zich ook nog steeds een molen op de vestingwal; het hierbij aangegeven nummer 3 wil zeggen dat dit eveneens een oliemolen betreft. Ten noorden van de stad is nog steeds sprake van industriële activiteiten. De gebouwen met nummer 9 waren meestoven, de gebouwen met nummer 8 waren zoutketen.

28

ARTEFACT RAPPORT 691

GOES WESTERSTRAAT 2

Figuur 14 Projectie van het plangebied (bij benadering; blauwgroene polygoon) op een uitsnede van een plattegrond van Goes, vervaardigd door Hattinga omstreeks 1750. Bron: Zeeuws Archief, Atlassen Hattinga, nr 128.

Op de Kadastrale Minuut uit circa 1832 worden voor het eerst de percelen en bebouwing nauwkeurig weergegeven, opgemeten ten behoeve van het heffen van grondbelasting. Deze kaart laat een exacte projectie toe (figuur 15). Binnen de contouren van het plangebied staat bebouwing aangegeven. Volgens de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels was dit een huis, schuur en erf, in het bezit van particulier Henricus Johannis van ’t Hoff. De omliggende percelen bestonden uit weiland en waren ook zijn eigendom. Het zuidwestelijk gelegen perceel was een boomgaard, eveneens in het bezit van Van ’t Hoff. De noordelijke begrenzing van het plangebied was in die tijd al een perceelsgrens. Ten noorden hiervan lag het erf met huis en schuur van boekweitmaalder Boudewijn Allemekinders. In hoeverre de bebouwing op de Kadastrale Minuut een restant is van de bebouwing zoals weergegeven op het 18de- en 17de-eeuwse kaartmateriaal, is niet met zekerheid te zeggen. Het lijkt niet op dezelfde plek te liggen, maar dit kan het gevolg zijn van geringere nauwkeurigheid van het oudere kaartmateriaal. Ten oosten van het plangebied is te zien dat vanaf de ’s-Heer Hendrikskinderenpoort, ter hoogte van de huidige Westerstraat, twee parallelle wegen in noordelijke richting lopen.

Eén vervolgt zijn weg naar het noorden via de huidige Cornelisweg; deze weg wordt op de kaart ‘De Polder Weg’ en ‘Gelder Loosen Weg’ genoemd; de ander buigt zich oostwaarts richting de havengeul. Op de vestingwal staat nog wel een molen aangegeven, maar dit betreft nu korenmolen De Koornbloem, gebouwd in 1801 nadat hier in 1771 de oliemolen afbrandde.41 Deze molen bestaat nog steeds (zie hoofdstuk 2.5).

41 Geoloket Cultuurhistorie Provincie Zeeland.

29

ARTEFACT RAPPORT 691

GOES WESTERSTRAAT 2

Figuur 15 Ligging van het plangebied (blauwgroene polygoon) op een uitsnede van de gedigitaliseerde versie van de Kadastrale Minuut uit circa 1832. Bron: Geoloket Cultuurhistorie Provincie Zeeland.

Vanaf 1845 werden de stadspoorten één voor één gesloopt om de stad beter toegankelijk te maken voor verkeer. In 1851 lag Goes nog vrijwel geheel binnen de stadswallen. 42 Tot in de 19de eeuw bleef Goes een kleine handelsstad in een hoofdzakelijk agrarische omgeving. In 1868 kreeg Goes een treinverbinding, die echter niet tot industrialisatie leidde.43 In 1917 kwam de stadsuitbreiding in een stroomversnelling, met de vaststelling door de gemeenteraad van het Bouwplan I en het Bouwplan II. Maar pas in de tweede helft van de 20 ste eeuw kende Goes een verregaande stadsuitbreiding door de toename van nieuwe wijken buiten het oude stadsdeel. 44 Centraal in het plangebied stond en staat hofstede Klein Frankrijk, een Rijksmonument met als geregistreerd bouwjaar 1850 (figuur 16). Behalve uit een woonhuis bestond de hofstede tevens uit een grote schuur aan de westzijde en een bakhuis aan de noordzijde. In 1847 was Jan Karel van Baalen eigenaar van het plangebied. Hij behoorde tot de zeer rijke inwoners van Goes en tot de christelijk afgescheidenen, later bekend als de Gereformeerde Kerk. Hij was ouderling/scriba van deze kerk. In 1847 kreeg hij toestemming om een dam met heul aan te leggen tussen de sloot en de oude singelweg en de door hem bewoonde hofstede Klein Frankrijk. Volgens overlevering werd rond 1850 de toen nieuw gebouwde schuur als kerk gebruikt voor de afgescheidenen.

45 De schuur ging verloren bij een grote brand in september 2009. Het complex stond toen al jaren te verpauperen. 46 Alleen het woonhuis staat er tegenwoordig nog.

42 De Klerk & Moerland 2004: 90. 43 Wilderom 68: 417. 44 Brugman et al. 2011: 40. 45 Heemkundige Kring De Bevelanden: https://www.hkdebevelanden.nl/zomer-2017. 46 Berichtgeving september en oktober 2009 in de Provinciale Zeeuwse Courant, geraadpleegd via Krantenbank Zeeland.

30

ARTEFACT RAPPORT 691

GOES WESTERSTRAAT 2

Figuur 16 Foto van de bebouwing in het plangebied vóór de brand in 2009. Links de 19de-eeuwse schuur die verloren is gegaan. Bron: Geoloket Cultuurhistorie Provincie Zeeland.

Op 20ste-eeuwse kaarten (figuur 17) is te zien dat de vestinggracht ten oosten van het plangebied enige tijd gedempt is geweest, maar hier later in de 20ste eeuw gedeeltelijk is hersteld. Aan de oostkant van de Westerstraat heeft langs deze gedempte vestinggracht in de 20ste eeuw enige tijd een rij bebouwing gestaan, die later die eeuw weer is verwijderd. In de tweede helft van de 20ste eeuw werd ten noorden van het plangebied de Ringbaan West aangelegd; het erf ten noorden van het plangebied moest hiervoor wijken. Ten noorden van de Ringbaan West verrees een woonwijk. Ook ten westen van het plangebied rukte de bebouwing op, in de vorm van bedrijventerrein Klein Frankrijk en een vestiging van het Calvijn College. De drinkpoel in het plangebied is pas weergegeven op kaartmateriaal vanaf de jaren ’60, maar op luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog (hoofdstuk 2.4) is te zien dat de poel toen al bestond. Kaartmateriaal vanaf 2010 geeft de schuur die in het plangebied stond, niet meer weer.

31

ARTEFACT RAPPORT 691

GOES WESTERSTRAAT 2

Figuur 17 Projectie van het plangebied (roze polygoon) op uitsneden van topografische kaarten uit 1916, 1950, 1975, 1990, 2000 en 2020. Bron: Esri Nederland, Kadaster.

Samenvatting historie Samenvattend valt uit de historische gegevens te concluderen dat het plangebied ten westen ligt van de middeleeuwse havenplaats Goes. Vermoedelijk sinds de tweede helft van de 13de eeuw ligt het in bedijkt gebied, bekend als de Goessche Polder. Vanaf de late 16de eeuw lag het plangebied ten westen van noordelijke vestingwerken van Goes. Het plangebied bleef in de Nieuwe Tijd deel uitmaken van het agrarisch gebruikte buitengebied rond de stad. Concrete aanwijzingen voor bebouwing in het plangebied worden gegeven door kaartmateriaal daterend vanaf de 17de eeuw; dit betreft enige losse bebouwing, waarschijnlijk woningen. Behalve centraal in het plangebied, moet hiermee ook rekening worden gehouden in het oosten, zuidoosten en ter hoogte van de noordgrens van het plangebied. De thans nog aanwezige bebouwing ligt centraal in de oostelijke helft van het plangebied en wordt gedateerd in de 19 de eeuw.

32

ARTEFACT RAPPORT 691

2.3.2

GOES WESTERSTRAAT 2

Verstoringsgeschiedenis

Bodemonderzoek Op de websites Bodemloket 47 en Bodemrapportage 48 worden de bodemkwaliteit en de status/voortgang van eventueel uitgevoerde onderzoeken weergegeven. Raadpleging van beide websites leert dat voor het plangebied geen informatie bekend is over saneringen, verontreinigingen of mogelijke ondergrondse tanks. KLIC De graafmelding geeft aanwijzingen voor enkele verstoringen als gevolg van de aanleg van kabels en leidingen. Het betreft ten eerste een sleuf met leidingen voor gas en laagspanning tussen de bestaande woning en de Westerstraat. Dit betreft doorgaans een sleuf van circa 0,80 m diep en circa 0,60 m breed. Ten tweede loopt er een vrijvervalriool door de noordelijke punt van het plangebied. De diepteligging van rioleringen kan meer variëren, de sleufdiepte van de riolering in het plangebied is onbekend. Gegevens (gemeente)archief, opdrachtgever, historische gegevens De websites van het Zeeuws Archief49, Beeldbank de Bevelanden50 en Beeldbank Zeeland51 hebben geen aanvullende informatie opgeleverd omtrent eventuele verstoringen in het plangebied. Ook bij de opdrachtgever zijn geen bijzonderheden bekend. Uit kaartmateriaal en luchtfoto’s blijkt dat delen van het plangebied als boomgaard zijn gebruikt. De doorworteling en bewerking van de grond kan plaatselijk tot verstoringen van onbekende diepte hebben geleid.

Luchtfoto’s Luchtfoto’s uit de jaren ’40 en ’50 van de 20ste eeuw (hoofdstuk 2.4) geven aanwijzingen voor verstoringen. Ten eerste betreft dit niet meer aanwezige 20ste-eeuwse bebouwing in het noordoosten van het plangebied. Omdat het vermoedelijk lichte bebouwing (een loods of schuur) betreft, zullen de bouw en sloop ervan waarschijnlijk tot een oppervlakkige verstoring hebben geleid. Ten tweede betreft het werkzaamheden die in 1959 plaatsvonden in het noordwesten van het plangebied. Het is op de foto niet goed te zien wat er precies gaande was.

2.4

Archeologische waarden

Archeologische monumenten De Archeologische Monumentkaart (AMK) is een digitaal bestand waarin de archeologische monumententerreinen, waaronder de wettelijk beschermde monumenten, werden bijgehouden. Sinds 2014 wordt dit bestand echter niet meer bijgewerkt, waardoor het als statisch bestand kan worden beschouwd. (Een deel van) de monumententerreinen zijn opgenomen op de gemeentelijke beleidskaarten en benoemd als gemeentelijke monumenten. Het meest nabij het plangebied gelegen AMK-terrein ligt 100 m ten zuidoosten ervan; het betreft de oude stadskern van Goes (AMK-monumentnummer 13456; figuur 18), daterend uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Verder zijn binnen een straal van 1 km rond het plangebied geen AMK-terreinen te vinden. Evenmin bevinden zich gemeentelijke terreinen van archeologische waarde binnen een straal van 1 km rond het plangebied.

47 www.bodemloket.nl, geraadpleegd op 23 maart 2022. 48 https://zeeland.nazca4u.nl/Rapportage/, geraadpleegd op 23 maart 2022. 49 https://www.zeeuwsarchief.nl/. 50 https://beeldbankdebevelanden.nl/. 51 https://digitaal.dezb.nl/beeldbank/

33

ARTEFACT RAPPORT 691

GOES WESTERSTRAAT 2

Eerder uitgevoerd onderzoek en vondstlocaties Archis is het geautomatiseerde Archeologisch Informatiesysteem voor Nederland. Het bestaat uit een databank waarin allerlei gegevens over archeologische onderzoeken, vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen. Het raadplegen van Archis leert dat de noordoostelijke marge van het plangebied in het verleden deel heeft uitgemaakt van een aantal onderzoeken (4, 5 en 6; zie onderstaande tabel). Tevens zijn in een straal van 200 m rondom het plangebied meerdere onderzoeken en vondstlocaties bekend, zoals te zien is op onderstaande figuur.

Figuur 18 Monumenten, onderzoeken en vondstlocaties. Gegevens ontleend aan Archis 3. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors.

In onderstaande tabel worden de onderzoeken in een straal van 200 meter rond het plangebied opgesomd. De nummers corresponderen met de groengekleurde nummers in bovenstaande figuur. Nr. 1

Onderzoek nummer 2130456100

52 Walstra & Nijdam 2006.

Uitvoerder

Aard en resultaten onderzoek

ADC

Archeologisch booronderzoek (2006) Tiendendreef. 52 Middeleeuws niveau lijkt vergraven, top veen is waarschijnlijk geërodeerd. Strook langs ’s-Heer Hendrikskinderendijk kon niet afdoende worden onderzocht; alleen voor deze strook is vervolgonderzoek geadviseerd.

34

ARTEFACT RAPPORT 691

GOES WESTERSTRAAT 2

2

2153703100

RAAP

Veldtoets (2007) Waterstad. 53 Betreft de oude haventoegang van Goes. Geen boorpunten nabij onderhavig plangebied.

3

2167109100

ADC

Archeologische Begeleiding (2001-2002) sloop schouwburg Prins van Oranje. Hier stond in de Middeleeuwen het klooster van de orde der Kruisbroeders. Vanaf 1600 kwam het terrein binnen de stad te liggen en werd het bebouwd. Zie vondstlocatie 21.

4

2248514100

Arcadis

Archeologisch booronderzoek (2010) Troelstralaan – Ringbaan West.54 Er kunnen resten verwacht worden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Advies vervolgonderzoek voor aanleg fietstunnel.

5

2265435100

Arcadis

Zie onderzoek nr. 4.

6

2300823100

Sweco

Archeologische begeleiding (2010) aanleg fietstunnel. 55 Plangebied blijkt tot op grote diepte verstoord door aanleg wegen, kabels, leidingen, kavelsloten. Geen resten van oude vestinggracht aangetroffen. Top Hollandveen geërodeerd door geul.

7

2379946100

SOB

Archeologisch booronderzoek (2012) 's-Heer Hendrikskinderendijk.56 Tijdens het booronderzoek werd een recent ophoogpakket op afzettingen Duinkerke II (top op 0,85 - 1,35 m -mv/ 0,45 – 1,15 m -NAP) op intact Hollandveen (top op 2 -2,15 m -mv/ 1,75 – 2 m -NAP) op afzettingen van Calais (vanaf 2,80 m -mv/ 2,80 m -NAP). Gezien de beperkte voorziene verstoring is geen vervolgonderzoek geadviseerd.

8

2423060100

Artefact!

Archeologisch booronderzoek (2013) Klein Frankrijk. 57 Walchereninversierug aangetroffen; geulafzettingen hebben top van het Hollandveen geërodeerd. Geen aanwijzingen voor vindplaats, geen vervolgonderzoek geadviseerd.

9

2464233100

RAAP

Archeologisch booronderzoek (2014) Huize den Berg. 58 Recent verstoord pakket op antropogeen ophogingspakket (kan vanaf Vroege Middeleeuwen ontstaan zijn) op kreek-/geulafzettingen. Vervolgonderzoek geadviseerd.

10

4002041100

Artefact!

Archeologisch booronderzoek (2016) ’s-Heer Hendrikskinderendijk.59 Vanaf circa 0,45 m -mv/ 2,23 m +NAP zijn ophooglagen aangetroffen van de oude ‘s-Heer Hendrikskinderendijk. Hieronder is vanaf minimaal 2,20 m -mv/ 0,57 m +NAP de top van het Laagpakket van Walcheren vastgesteld. De overgang tussen de dijk en het Laagpakket is echter zeer onduidelijk. Ter plaatse van de voormalige vestinggracht zijn boringen op respectievelijk 0,65 en 1,00 m -mv/ respectievelijk 2,02 en 0,84 m +NAP gestuit op ondoordringbaar puin (herkomst onduidelijk). Hollandveen is geërodeerd. (Middel)hoge verwachting Middeleeuwen en Nieuwe Tijd voor oude dijk en vestingwerken. Geen vervolgonderzoek bij voorgenomen planvorming.

11

4010806100

Artefact!

Uitgebreide bureaustudie historische binnenstad Goes, noordelijk havengebied en Voorstad. Onderhavig plangebied is niet inbegrepen.

53 Schute & Kruidhof 2007. 54 Kluit 2010. 55 Van Jole-De Visser & Wattenberghe 2017. 56 Van den Bosch 2012. 57 Wattenberghe 2013. 58 Warning 2015. 59 Depuydt 2016.

35

ARTEFACT RAPPORT 691

GOES WESTERSTRAAT 2

12

4036710100

SOB

Archeologisch booronderzoek (2017) Klein Frankrijk. 60 Top van de afzettingen van Duinkerke II blijkt niet intact. Op basis van historische informatie worden geen archeologische resten uit Nieuwe Tijd verwacht. Top Hollandveen is geërodeerd. Top Calais ligt op 3,16 – 3,71 m -mv/ 2,60 – 3,23 m -NAP; plaatselijk lijkt hier sprake van een rug. Geen vervolgonderzoek geadviseerd in het kader van voorgenomen werkzaamheden.

13

4036954100

RAAP

Proefsleuvenonderzoek (2017) Zuidwester. Resten van historische bebouwing (17de/18de eeuw) van Goes. Zie vondstlocatie nr. 23.

14

4044154100

RAAP

Proefsleuven, Archeologische Begeleiding en opgraving (2017-2020) Hof den Bergh. Twee hoofdfasen van bewoning: 16de eeuw en waarschijnlijk 17de eeuw. Betreft muur en erf met waterkelder en -put. Zie vondstlocatie 25.

15

4577613100

Artefact!

Archeologisch booronderzoek (2017) Westerschans.61 Hollandveen is op de meeste plaatsen sterk geërodeerd. Lage verwachting Vroege Middeleeuwen i.v.m. aard afzettingen (verlandende kreek in die periode). Voor intacte top Walcheren-afzettingen middelhoge verwachting voor Late Middeleeuwen. Deel van het onderzoeksgebied is verstoord door sloop en sanering. Advies vervolgonderzoek voor deel plangebied.

16

4634556100

Bureau voor Archeologie

Archeologisch booronderzoek (2018) Westwal en Nieuwstraat. Ondergrond bestaat uit geulafzettingen van het Laagpakket van Walcheren. De top is ‘verrijkt’ met baksteenfragmenten en fosfaatvlekken uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Op de geulafzettingen ligt een humeuze stadsophogingslaag met baksteenfragmenten en puinresten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Deze laag reikt tot maximaal 1,90 m -mv. Vondstlocatie nr. 24.

17

4904707100

RAAP

Archeologische sloopbegeleiding en opgraving (2020) Westwal en Nieuwstraat. Nog geen rapport beschikbaar.

De vondstlocaties die in een straal van 200 m rond het plangebied bekend zijn, worden in onderstaande tabel opgesomd. De nummers corresponderen met de blauwe nummers in figuur 18. Nr.

Vondst locatie

Datering

Aard van de vondsten

18

1034514

MELB-NTM

Verschillende typen aardewerk en bouwkeramiek. Particuliere vondst (1972).

19

1046120

MELB

Fundering stadsmuur. Particuliere vondst (1984).

20

1060553

NTM-NTL

Handgevormd aardewerk (Jydepotten). Particuliere vondst (1972).

21

1085129

MELB-NTL

Veel aardewerk en enkele metaalvondsten, deels samenhangend met klooster. Hoort bij onderzoek nr. 3.

22

1088341

NT

Archeologische waarnemingen verricht in 2000 door de AWN tijdens de sloop van drie panden in de Nieuwstraat. Daarbij zijn restanten van waarschijnlijk een leerlooierij, een 17de-eeuwse houten tonput en een 19de-eeuwse beerput aangetroffen. De resten van de leerlooierij bestonden uit meer dan honderd hoornpitten van runderen en één of twee houten bakken. Dit laatste kon niet goed worden geconstateerd daar het terrein in hoog tempo werd ontgraven.

60 Ras 2017. 61 Besuijen & De Boer 2018.

36

ARTEFACT RAPPORT 691

GOES WESTERSTRAAT 2

De tonput bevatte naast diverse aardewerkscherven in elk geval een grape en twee kannen. Uit de beerput kon een gave wijnfles, een bordje en een kopje worden geborgen. 23

1184110

NT

Funderingen, aardewerk en metaalvondsten. Hoort bij onderzoek nr. 13.

24

1198981

MEL-NT

Humeuze stadsophogingslaag met baksteenfragmenten en puinresten. Hoort bij onderzoek nr. 16.

25

1256172

MEL-NT

Keramiek, bouwkeramiek, metaalvondsten. Hoort bij onderzoek nr. 14.

Uit bovenstaande onderzoeksgegevens valt op te maken dat in een straal van 200 m rond het plangebied alleen vondstlocaties bekend zijn binnen de stadskern van Goes. De resten dateren uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Ook zijn veelal geulafzettingen van het Laagpakket van Walcheren aanwezig. De top van het Hollandveen is door toedoen van de geul doorgaans geërodeerd. Resten uit de Vroege Middeleeuwen of nog eerdere periodes zijn in een straal van 200 m rond het plangebied niet bekend. Oudere archeologische resten op Zuid-Beveland62 In de wijdere omgeving van het plangebied zijn wel resten uit vroegere periodes bekend. Uit de Romeinse tijd zijn op Zuid-Beveland meerdere resten van veenwinning/-ontginning gevonden. 63 Een belangrijke Romeinse vindplaats op Zuid-Beveland is Ellewoutsdijk, waar meerdere huisplaatsen uit de Romeinse tijd zijn opgegraven. 64 Bij ’s-Heer Abtskerke zijn ovenstructuren gevonden, waarvan wordt vermoed dat deze werden gebruikt voor de productie van kalkmortel, of wellicht zoutproductie. 65 Uit de Vroege Middeleeuwen kunnen mogelijk resten van kleinschalige bewoning verwacht worden in de vorm van schaapsboerderijen, die verspreid lagen over het schorrengebied. 66 Er werden in deze tijd woonhoogtes opgeworpen; op Zuid-Beveland zijn vroege exemplaren hiervan gevonden in Abbekinderen en Wemeldinge.

Overige meldingen Navraag bij het Zeeuws Archeologisch Depot (mail helpdesk archeologie d.d. 22 maart 2022) leert dat hier geen aanvullende archeologische informatie aanwezig is met betrekking tot het plangebied, anders dan hetgeen reeds in Archis vermeld staat. Luchtfotoanalyse Luchtfoto’s kunnen aan de hand van herkenbare soil- en/of cropmarks aanwijzingen geven voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen (of verstoringen) in de bodem. In het kader van dit onderzoek zijn meerdere luchtfoto’s geraadpleegd, namelijk uit 1944 (Wageningen University & Research – Geoportal), 1959, 1970 (Atlas van Zeeland), 1989 en 2003 (Luchtfoto-atlas Zeeland) en satellietfoto’s uit 2003 t/m 2021 (Atlas van Zeeland). De bestudeerde luchtfoto’s uit 1944, vervaardigd door de Royal Air Force, zijn niet scherp genoeg om soil-/cropmarks op te onderscheiden, maar tonen wel aan dat in het noordoosten van het plangebied in die periode kennelijk bebouwing heeft gestaan (figuur 19, linksboven). Deze komt niet voor op de bestudeerde topografische kaarten. Het formaat en de langgerekte vorm doen vermoeden dat het een schuur of loods betreft. Op naoorlogse luchtfoto’s is het gebouw niet meer te zien. Een luchtfoto uit 1959 (figuur 19, rechtsboven) is evenmin heel scherp, maar toont

62 De informatie in deze paragraaf is afkomstig uit Besuijen & De Boer (2019). 63 De Clercq & Van Dierendonck 2008: 22; Van Heeringen et al.1995. 64 Sier 2003. 65 Van Dierendonck 2012: 48. 66 Cf. Verhulst 1995: 19.

37

ARTEFACT RAPPORT 691

GOES WESTERSTRAAT 2

activiteiten in het noordwesten van het plangebied. Het is niet na te gaan hoe ingrijpend deze zijn. Luchtfoto’s van na 2009 geven geen blijk van ingrijpende werkzaamheden (zoals bodemingrepen) ter plaatse van de afgebrande schuur. Potentiële cropmarks zijn aan te wijzen op recentere satellietfoto’s, met name uit 2008 en 2013. Op de foto uit 2008 (figuur 19, linksonder) is net ten zuiden van het plangebied een hoekige structuur te herkennen, waarvan de contouren zich vaag aftekenen in het gras. De contouren worden op de onderstaande figuur aangewezen met de blauwe pijlen. Ook op sommige andere luchtfoto’s is deze structuur vaag zichtbaar. Op een foto uit 2013 (figuur 19, rechtsonder) is het gras ter hoogte van zojuist genoemde rechthoekige structuur duidelijk droger dan elders. Aan de oostzijde wordt dit gebied met droger gras vrij scherp begrensd; deze grens lijkt door te lopen tot in het plangebied. De begrenzing staat op onderstaande figuur aangegeven met een gele pijl. Ook in het oostelijke deel van het plangebied, grofweg tussen de huidige woning en de Westerstraat, is relatief droog gras te onderscheiden. Dit zou theoretisch kunnen wijzen op de aanwezigheid van funderingen in de ondergrond.

Figuur 19 Projectie van het plangebied (rode polygoon) uit uitsneden van luchtfoto’s uit 1944, 1959, 2008 en 2013. De gekleurde pijlen wijzen op mogelijke cropmarks. Bron: Wageningen University & Research; flight 039, run 02, photo 3128 (voor foto uit 1944) en Geoloket Atlas van Zeeland.

38

ARTEFACT RAPPORT 691

2.5

GOES WESTERSTRAAT 2

Bouw- en cultuurhistorische waarden

Bouwhistorische waarden Om vast te stellen of er binnen of direct grenzend aan het plangebied waardevolle bouw- dan wel cultuurhistorische elementen voorkomen, is het Geoloket Cultuurhistorie67 van de Provincie Zeeland geraadpleegd. Hieruit blijkt dat de huidige bebouwing in het plangebied als Rijksmonument (nummer 507846; zie figuur 16) te boek staat. Dit complex, genaamd Klein Frankrijk, bestond uit een woonhuis met een schuur en een karn- of bakhuis. Tegenwoordig is alleen het woonhuis nog bewaard gebleven (zie hoofdstuk 2.3.1). Het betreft een geheel bakstenen woonhuis op een rechthoekige plattegrond onder een met pannen gedekt zadeldak evenwijdig aan de voorgevel, omstreeks 1850 gebouwd in ambachtelijk-traditionele bouwtrant met enige klassieke motieven in het lijstwerk van de voorgevel. Het woonhuis is redelijk gaaf bewaard gebleven en daardoor een representatief voorbeeld uit zijn bouwtijd. De andere gebouwen stamden uit dezelfde bouwtijd en daarom stond ook het complex te boek als bijzonder. De drinkput, die nog wel bestaat, behoort ook tot het complex. Verder blijkt dat het plangebied binnen de molenbiotoop 68 valt van De Koornbloem, de korenmolen (monumentnummer 1349) uit 1801 die ten oosten van het plangebied op de vestingwal staat. Door deze hoogte en plaatsing heeft de molen een redelijk goede windvang.

Het is de enige overgebleven molen van de elf die Goes ooit had en één van de vijftien nog aanwezige molens op Zuid-Beveland. Tot slot geeft het Geoloket de ligging van het plangebied binnen de Goessche Polder aan, bestaande uit herdijkt oudland gelegen langs de Schenge. Ten noorden, oosten en zuiden wordt het plangebied omringd do0r al dan niet afgegraven dijken. Dit is het geval ter plaatse van de Ringbaan West, de Westerstraat en de ’s-Heer Hendrikskinderendijk. Militair erfgoed De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) 69 geeft een overzicht van de (verwachte) ligging van resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed (vooralsnog enkel uit de Tweede Wereldoorlog). Raadpleging van de kaart leert dat binnen, of direct grenzend aan, het plangebied geen militaire relicten worden weergegeven. Voor het plangebied geldt alleen de algemene melding dat er resten kunnen worden verwacht van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen.

67 https://intgwbp.zeeland.nl/geoloket/?Viewer=Cultuurhistorie. 68 Het gebied rondom een molen dat van essentieel belang is voor de vrije windvang en het zicht op de molen. 69 http://www.ikme.nl/ikmekaart.html.

39

ARTEFACT RAPPORT 691

2.6

GOES WESTERSTRAAT 2

Archeologisch verwachtingsmodel

Op basis van de in eerdere paragrafen beschreven informatie over de huidige situatie, de aardwetenschappelijke, de historische situatie en bekende archeologische waarden kan een specifieke archeologische verwachting worden opgesteld. In het plangebied ligt naar verwachting het Laagpakket van Walcheren aan het oppervlak. Plaatselijk kan Hollandveen aanwezig zijn vanaf 1,70 m -mv/ 1,70 m -NAP. Het Laagpakket van Wormer is te verwachten vanaf 1,85 m -mv/ 1,85 m -NAP, maar kan ook pas op grotere diepte aanwezig zijn, bijvoorbeeld 3,30 m -NAP, hetgeen in het plangebied plaatselijk kan neerkomen op 3,30 tot 4,50 m -mv. Er lijkt een Walcheren-geul door (een deel van) het plangebied te hebben gelopen. De verwachte ligging op basis van projectie van de Geologische Kaart van Nederland wijkt af van de verwachte ligging op de gemeentelijke beleidskaart. Daar waar geulafzettingen van het Laagpakket van Walcheren worden aangetroffen, zijn het Hollandveen en/of de top van het Laagpakket van Wormer naar verwachting geërodeerd. Het Laagpakket van Wormer is waarschijnlijk tot op grote diepte (dieper dan 10 - 15 m -mv/ 10 – 15 m NAP) aanwezig. Oudere archeologisch relevante niveaus blijven daarom in dit verwachtingsmodel buiten beschouwing. Het plangebied ligt ten westen van de oude stadskern van Goes, in oudland dat in de 13de of 14de eeuw is herdijkt.

Nadien hebben nog enkele overstromingen plaatsgevonden, maar deze hadden geen grote impact. De hoogte van het maaiveld varieert in het plangebied van circa NAP tot 1,20 m +NAP. Hieronder wordt per verwacht geologisch niveau besproken wat voor archeologische resten uit welke perioden aangetroffen kunnen worden. Enkel perioden met een middelhoge of hoge verwachting zijn in verwachtingstabellen opgenomen. Oud getijdenlandschap - Laagpakket van Wormer – Formatie van Naaldwijk In de loop van het Mesolithicum (rond 6000 voor Chr.) was het onderzoeksgebied binnen bereik van de zee komen te liggen. Het verdrinkende (en met kustveen overgroeide) pleistocene landschap veranderde in een lagunair gebied, dat vervolgens transformeerde in waddengebied. Rond het begin van het Neolithicum bereikte dit getijdengebied zijn maximale omvang, waarna het begon te verlanden. Het landschap bestond, in plaats van alleen uit wadden, ook uit kwelders en geulen met hoger opgeslibde oevers. Hoewel in Zeeland nagenoeg geen vindplaatsen uit deze periode uit het getijdengebied bekend zijn, is het niet ondenkbaar dat hier bewoning heeft plaatsgevonden, zoals op de ZuidHollandse eilanden het geval is. Een dergelijke omgeving bood aanzienlijk meer bestaansmogelijkheden: veeteelt en kleinschalige akkerbouw op de hoger opgeslibde oevers langs de geulen, jacht en visvangst in de lager gelegen moerassen en kreken.

Evenzo zullen er ook grote delen van het oude getijdenlandschap ongeschikt zijn geweest voor bewoning. De moeilijke opspoorbaarheid, de beperkte grootschalige ontsluitingen, de huidige stand van het onderzoek en het ontbreken van gericht onderzoek naar dit niveau maken het moeilijk de verwachting op het aantreffen van vindplaatsen in te schatten. Omdat er in de wijde omgeving vooralsnog geen aanwijzingen zijn gevonden voor neolithische bewoning, wordt de verwachting middelhoog geacht. Deze verwachting geldt voor delen van het plangebied waar geen erosie heeft plaatsgevonden vanuit het Laagpakket van Walcheren. Booronderzoek zal moeten uitwijzen of en waar dit het geval is. Zolang dit niet is vastgesteld, geldt de verwachting voor het hele plangebied. Datering

Neolithicum

Complextype

Algemeen – niet gespecificeerd: bewoning, begraving, agrarische productie en voedselvoorziening

Soort vindplaats

Vindplaatsen met zowel grondsporen als een vondststrooiing

Omvang

Huisplaats: 500-2.000 m²

Uiterlijke kenmerken

Voorkomen van archeologische indicatoren zoals aardewerk, verbrand bot, vuursteen, verbrande botanische resten. Maar ook indicatoren die niet met zekerheid als antropogeen kunnen bestempeld worden: onbewerkt natuursteen, onverbrand bot, onverbrand botanisch materiaal

40

ARTEFACT RAPPORT 691

GOES WESTERSTRAAT 2

Vondstdichtheid

Zeer laag tot laag: < 40 tot 80 per m²

Diepteligging

Vanaf 1,85 m -mv/ 1,85 m -NAP

Locatie

Volledige plangebied

Gaafheid en conservering

Onbekend: afgedekt landschap met goede bewaarcondities voor o.a. organisch materiaal, maar mogelijk deels geërodeerd vanuit Laagpakket van Walcheren

Mogelijke verstoringen

Riolering in noorden van het plangebied

Veenlandschap – Hollandveen Laagpakket– Formatie van Nieuwkoop Door definitieve sluiting van de kustbarrière rond 4.000 jaar geleden verslechterde de afwatering in het gebied en vond op uitgebreide schaal veengroei plaats. De bewoningsmogelijkheden namen hierdoor af. Dit zich ontwikkelende veenmoeras zal in deze periode (Bronstijd – Midden-IJzertijd) vrijwel alleen door mensen zijn gebruikt voor activiteiten die van tijdelijke aard waren. Te denken valt aan al of niet rituele deposities of overblijfselen van vervoer (achtergelaten kano, knuppelweg door het veen). De verwachting op het voorkomen van vindplaatsen uit de periode BronstijdMidden IJzertijd in (de onderzijde van) het veen wordt daarom ook laag geacht. Het zijn bovendien puntlocaties die moeilijk met geijkte onderzoeksmethoden zijn op te sporen waardoor ook de kans op het aantreffen daarvan bijzonder klein wordt geacht. In de loop van de IJzertijd drong de zee het veengebied binnen, hetgeen in eerste instantie gunstige bewoningscondities creëerde. De geulen, maar ook door de mens gegraven afwateringskanalen (vanaf de Romeinse Tijd) zorgden voor drainage van het omliggende veenmoeras, waardoor delen van het veengebied droger en steviger werden (te herkennen aan een veraarde top van het veen).

Voor zover deze zones later niet zijn geërodeerd door uitbreidende getijdengeulen of door de mens zijn afgegraven, geldt voor delen waar veraarding van het veen heeft kunnen plaatsvinden, een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Late IJzertijd en Romeinse Tijd. Door erosie vanuit het Laagpakket van Walcheren is in een deel van het plangebied naar verwachting geen Hollandveen meer aanwezig, maar zolang niet is vastgesteld of en waar dit het geval is, wordt voor het hele plangebied uitgegaan van een hoge verwachting. Voor het afgraven van veen zijn tijdens het bureauonderzoek geen aanwijzingen gezien, maar het valt ook niet uit te sluiten. Datering

Late IJzertijd – Romeinse Tijd

Complextype

Rurale nederzettingen, grafvelden, sporen gerelateerd aan ambachtelijke activiteiten, infrastructuur

Soort vindplaats

Grondsporen (paalsporen, afvalkuilen, greppels) en houten paaltjes in het veen, bodembewerking in functie van de landbouw; vondststrooiing mogelijk

Omvang

Huisplaats: 500-2.000 m²; Nederzetting: 2.000-8.000 m²

Uiterlijke kenmerken

Voorkomen van archeologische indicatoren zoals aardewerk, verbrand bot, verbrande botanische resten. Maar ook indicatoren die niet met zekerheid als antropogeen kunnen bestempeld worden: onbewerkt natuursteen, onverbrand bot, onverbrand botanisch materiaal; mogelijk voorkomen van leef-, cultuur- of ophooglagen

Vondstdichtheid

Zeer laag tot laag: < 40 tot 80 per m²

Diepteligging

Vanaf 1,70 m -mv/ 1,70 m -NAP

Locatie

Volledige plangebied

Gaafheid en conservering

Onbekend: afgedekt landschap met goede bewaarcondities voor anorganisch materiaal, maar organisch materiaal mogelijk slechter bewaard door zure omstandigheden in veen; veen mogelijk plaatselijk aangetast door erosie vanuit Laagpakket van Walcheren; wellicht moernering

Mogelijke verstoringen

Riolering in noorden plangebied

41

ARTEFACT RAPPORT 691

GOES WESTERSTRAAT 2

Jong getijdenlandschap - Laagpakket van Walcheren – Formatie van Naaldwijk In de Vroege Middeleeuwen begon het jonge, post-Romeinse getijdenlandschap te verlanden. Als gevolg van differentiële klink kwam inversieruggen, ook wel kreekruggen genoemd, relatief hoog in het landschap te liggen. Hierdoor werden dit vanaf de Vroege Middeleeuwen preferente bewoningsplekken in het onbedijkte, jonge getijdenlandschap. Schapenboeren maakten hiervan gebruik. Het plangebied lag ter hoogte van een verlandende geul. Mogelijk werd het terrein in de loop der tijd geschikt voor bewoning, waardoor er theoretisch archeologische waarden uit de Vroege Middeleeuwen aanwezig kunnen zijn. Vanaf de Late Middeleeuwen maakte het plangebied deel uit van een bedijkt cultuurlandschap in het buitengebied van de nederzetting Goes. Historische gegevens geven geen aanwijzingen voor bewoning of andersoortige inrichting van het plangebied gedurende de Late Middeleeuwen, maar het valt evenmin uit te sluiten. In een straal van 200 m rond het plangebied zijn archeologische vondstlocaties bekend uit de Late Middeleeuwen, maar deze bevinden zich binnen de stadskern van Goes.

Omdat archeologische resten uit de Vroege Middeleeuwen schaars zijn op Zuid-Beveland en omdat het plangebied in de Late Middeleeuwen buiten de bewoningskern van Goes lag, wordt de archeologische verwachting voor de Middeleeuwen niet hoog, maar middelhoog geacht. Datering

Middeleeuwen

Complextype

Algemeen – niet gespecificeerd: bewoning, begraving, infrastructuur, industrie en nijverheid, agrarische productie en voedselvoorziening, grondstofwinning

Soort vindplaats

Vindplaatsen met alleen grondsporen; mogelijk vondststrooiing; Off-site vindplaatsen; Lineaire vindplaatsen (weg)

Omvang

Huisplaats: 500-2.000 m²

Uiterlijke kenmerken

Vondstdichtheid

Voorkomen van archeologische indicatoren zoals aardewerk, verbrand bot, vuursteen, verbrande botanische resten. Maar ook indicatoren die niet met zekerheid als antropogeen kunnen bestempeld worden: onbewerkt natuursteen, onverbrand bot, onverbrand botanisch materiaal; voorkomen van 'vuile' laag of antropogeen doorwerkte bodem/sporen(niveau); voorkomen van leef-, cultuur- of ophooglagen Zeer laag tot laag: < 40 tot 80 per m²

Diepteligging

Direct onder geroerde bovenlaag of onder overstromingslaag

Locatie

Volledige plangebied

Gaafheid en conservering

Wellicht aangetast door moernering, mogelijk deels aangetast door later gebruik (bebouwing, agrarisch gebruik, verstoringen)

Mogelijke verstoringen

Bebouwing jaren ’40 (noordoosten plangebied), aanleg kabels & leidingen (oosten plangebied), gebruik als boomgaard

Cartografische referenties geven wel sterke aanwijzingen voor bewoning van het plangebied vanaf in elk geval de 17de eeuw. Te denken valt aan een of meer voorgangers van de huidige 19de-eeuwse boerderij. Op basis van de Kadastrale Minuut zijn in elk geval centraal in het plangebied resten van eerdere bebouwingsfasen te verwachten, maar kaarten uit de 17de en 18de eeuw geven tevens aanwijzingen voor bebouwing elders in het plangebied. De precieze ligging hiervan is niet met zekerheid aan te wijzen, maar het oosten en zuidoosten van het plangebied komen het meest in aanmerking; mogelijk vallen tevens resten te verwachten ter hoogte van de noordelijke begrenzing van het plangebied. Op basis hiervan geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting voor de Nieuwe Tijd. Archeologische waarden uit deze perioden zijn te verwachten op of in het Laagpakket van Walcheren en kunnen direct onder de verstoorde bovenlaag aanwezig zijn of onder een overstromingslaag. Te denken valt met name aan cultuurlagen, resten van bebouwing, overige grondsporen en vondstmateriaal.

42

ARTEFACT RAPPORT 691

GOES WESTERSTRAAT 2

Datering

Nieuwe Tijd

Complextype

Algemeen – niet gespecificeerd: bewoning, agrarische productie en voedselvoorziening

Soort vindplaats

Vindplaatsen met alleen grondsporen, funderingen, muurresten; mogelijk vondststrooiing

Omvang

Huisplaats: 500-2.000 m²; nederzetting: 2.000-8.000 m²

Uiterlijke kenmerken

Vondstdichtheid

Voorkomen van archeologische indicatoren zoals aardewerk, verbrand bot, verbrande botanische resten. Maar ook indicatoren die niet met zekerheid als antropogeen kunnen bestempeld worden: onbewerkt natuursteen, onverbrand bot, onverbrand botanisch materiaal; voorkomen van 'vuile' laag of antropogeen doorwerkte bodem/sporen(niveau); voorkomen van leef-, cultuur- of ophooglagen Zeer laag tot laag: < 40 tot 80 per m²

Diepteligging

Onder verstoorde bovenlaag of overstromingslaag

Locatie

Volledige plangebied

Gaafheid en conservering

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14231255/1