Agendapunt 05. Toelichting met bijlagen
Tekst van het document
Bestemmingsplan Binnenstad Goes Gemeente Goes Ontwerp
Bestemmingsplan Binnenstad Goes Gemeente Goes Ontwerp
Rapportnummer:
P00148_5
IMRO-identificatienummer:
NL.IMRO.0664.BPGC01-ON99
Datum:
8 februari 2022
Opdrachtgever:
Gemeente Goes
Projectteam BRO:
RMa, ADi
Concept:
25 september 2019
Voorontwerp:
december 2020
Ontwerp:
Februari 2022
Vaststelling:
--
Bron foto kaft:
BRO
Beknopte inhoud:
Actualisatie bestemmingsplan Binnenstad Goes
BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
Inhoudsopgave
pagina
1.INLEIDING 1.1Aanleiding 1.2Plangebied 1.3Opzet
6 6 7 8
2.BELEIDSKADERS 2.1Rijksbeleid
9 9
2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 2.1.2 Algemene regels ruimtelijke ordening (AMvB Ruimte) 2.1.3 Ladder voor duurzame verstelijking 2.1.4 Conclusie rijksbeleid 2.2Provinciaal beleid
9 9 9 10 10
2.2.1 Omgevingsplan Zeeland 2018 2.2.2 Provinciale Omgevingsverordening 2.2.3 Nota Krachtig Zeeland 2.2.4 Conclusie provinciaal beleid 2.3Regionaal- en gemeentelijk beleid
10 12 14 14 14
2.3.1 Regionale woonvisie 2.3.2 Structuurvisie #Goes 2040 2.3.3 Detailhandelsvisie Goes 2.3.4 Horecavisie binnenstad Goes 2.3.5 Kwaliteitshandboek Binnenstad Goes 2.3.6 Kwaliteitsagenda Binnenstad 2.3.7 Parkeren Goes 2018-2025 (concept) 2.3.8 Beleidsregels parkeren Goes 2.3.9 Regionale Woningmarktafspraken 2.3.10 Groenstructuurplan Groen in Goes 2014- 2024 2.3.11 Welstandsnota 2.3.12 Gemeentelijk Verkeers en Vervoersplan (GVVP) 2.3.13 Nota Bodembeheer gemeente Goes 2.3.14 Conclusie gemeentelijk beleid 2.4Conclusie
14 15 16 19 20 21 23 25 26 26 28 28 28 29 30
3.INVENTARISATIE EN ANALYSE 3.1Historie 3.1.1 3.1.2 3.1.3
Inhoudsopgave
31 31
Ontstaan en ontwikkeling Beschermd stadsgezicht Goes Beschermd stadsgezicht Oostsingel
31 33 38
1
3.1.4 Monumenten 3.1.5 Molenbiotoop 3.2Plangebied en omgeving
39 41 42
3.2.1 Omgeving Goes 3.2.2 Binnenstad en omgeving 3.3Functionele opbouw van het gebied
42 43 44
3.3.1 Binnenstad-Noord 3.3.2 Binnenstad-Centrum 3.3.3 Binnenstad-Zuid 3.4Ruimtelijke opbouw van het gebied
45 46 47 48
3.4.1 Ruimtelijke hoofdstructuur en bebouwingsstructuur 3.4.2 Verkeersstructuur 3.4.3 Water- en groenstructuur
48 50 50
4.VISIE OP HET PLANGEBIED 4.1Algemeen 4.2Streefbeelden functies en deelgebieden
52 52 52
4.2.1 Wonen 4.2.2 Dienstverlenende bedrijven 4.2.3 Verkeer 4.2.4 Groen 4.2.5 Kwaliteitsdragers 4.2.6 Horeca 4.2.7 Detailhandel 4.2.8 Deelgebieden 4.2.9 Mogelijke ontwikkelingen
52 52 53 53 54 55 55 56 57
5.SECTORALE ASPECTEN 5.1Archeologie
58 58
5.1.1 Beleidskader 5.1.2 Bevindingen 5.1.3 Conclusie 5.2Bodemkwaliteit
58 59 59 59
5.2.1 Beleidskader 5.2.2 Bevindingen 5.2.3 Conclusie 5.3Water 5.4Flora en fauna
59 60 61 61 65
5.4.1 Beleidskader 5.4.2 Bevindingen 5.4.3 Conclusie
65 65 65
Inhoudsopgave
2
5.5Geluidshinder
65
5.5.1 Beleidskader 5.5.2 Conclusie 5.6Luchtkwaliteit
65 66 66
5.6.1 Beleidskader 5.6.2 Conclusie 5.7Overige milieuhinder en bedrijvigheid
66 66 67
5.7.1 Beleidskader 5.7.2 Bevindingen 5.7.3 Conclusie 5.8Externe veiligheid
67 68 68 68
5.8.1 Beleidskader 5.8.2 Bevindingen 5.8.3 Conclusie 5.9Vormvrije m.e.r. beoordeling
68 69 73 73
5.9.1 Beleidskader 5.9.2 Conclusie 5.10Duurzaamheid en klimaat
73 73 74
5.10.1 Inleiding 5.10.2 Gemeentelijk klimaatbeleid
74 74
6.JURIDISCHE VORMGEVING 6.1Planvorm 6.2Toelichting op de bestemmingen
76 76 76
6.2.1 Inleidende regels 6.2.2 Bestemmingsregels: enkelbestemmingen 6.2.3 Bestemmingsregels: dubbelbestemmingen 6.2.4 Algemene regels 6.2.4 Overgangs- en slotregels
76 77 80 81 81
7.HANDHAVING 7.1Inleiding 7.2Handhaving bestemmingsplannen 7.3Handhavingsbeleid 7.4Opleggen sancties
82 82 82 82 83
8.ECONOMISCHE UItVOERBAARHEID
84
9.MAATSCHAPPELIJKE TOETSING
85
Inhoudsopgave
3
9.1Vooroverleg artikel 3.1.1 Bro 9.2Inspraak 9.3Ontwerpbestemmingsplan
85 85 86
Separate bijlagen: 1. Onderzoek externe veiligheid: Kwalitatieve risicoanalyse 2. Verantwoording groepsrisico 3. Antwoordnota voorontwerpbestemmingsplan
Inhoudsopgave
4
Inhoudsopgave
5
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de Binnenstad van Goes. De gemeente Goes heeft besloten om alle (verouderde) bestemmingsplannen binnen haar grondgebied te actualiseren en voor alle gebieden haar plannen te digitaliseren. Hierbij is het uitgangspunt om per bebouwde kom één bestemmingsplan op te stellen met uitzondering van de stad Goes. Vanwege de grote omvang van de bebouwde kom en de diversiteit in bebouwing van deze stad zullen voor de stad Goes meerdere afzonderlijke bestemmingsplannen worden opgesteld. Bestemmingsplannen worden in principe voor een periode van tien jaar vastgesteld. In verouderde bestemmingsplannen ontbreken immers nieuwe inzichten van hogere overheden en hogere wetgeving. Daarnaast wil de gemeente een einde maken aan de verouderde plannen en de onderlinge verschillen in bestemmingsplannen. Deze verschillen leiden tot onduidelijke en ongewenste situaties voor zowel de gemeente, als voor burgers en andere belanghebbenden. De toelichting van een actueel bestemmingsplan kan tevens een basis bieden voor het toestaan van nieuwe (ondergeschikte) ontwikkelingen of het weigeren van ongewenste bouwinitiatieven. Voorliggend plan biedt een handvat om ontwikkelingen gericht te sturen en daarmee bij te dragen aan het behoud van de ruimtelijke kwaliteit en de leefkwaliteit.
Voorliggend bestemmingsplan betreft een nieuw en actueel bestemmingsplan voor de gehele binnenstad van Goes, waarin enerzijds de bestaande rechten zoveel mogelijk gerespecteerd worden en anderzijds voldoende sturingsmogelijkheden worden geboden om een duurzaam en bruisend centrum te stimuleren en de bovenregionale verzorgingspositie te waarborgen. Dit alles met respect voor het historische karakter van de binnenstad. Tevens is de juridische borging van het detailhandels- en horecabeleid meegenomen in dit bestemmingsplan. Er wordt momenteel gewerkt aan de Omgevingswet, de nieuwe wet waarin 26 wetten uit het omgevingsrecht moeten opgaan. Circa 120 AMvB's en ministeriële regelingen komen in vier AMvB's. Dit betreft een omvangrijke stelselwijziging. Inmiddels is de Omgevingswet met meerderheid aangenomen door de Tweede Kamer. Op 1 juli 2018 is de Wet afschaffing actualiseringsplicht bestemmingsplannen en beheersverordeningen in werking getreden . Met deze wet wordt de actualiseringsplicht uit de Wet ruimtelijke ordening geschrapt, vooruitlopend op de Omgevingswet. De Omgevingswet treedt naar verwachting in 2021 in werking. In het kader van het overgangsrecht worden digitaal beschikbare bestemmingsplannen vanaf dat moment aangemerkt als omgevingsplan.
Onderhavig bestemmingsplan wordt voorzien van de zogenaamde IMRO-codering, wat inhoudt dat de bestemmingsplannen volledig digitaal uitgewisseld kunnen worden en door middel van internet raadpleegbaar zijn via de website www.ruimtelijkeplannen.nl.
Hoofdstuk 1
6
1.2 Plangebied Het plangebied betreft de Binnenstad van Goes met daarbinnen het historische centrum, wat een Beschermd Stadsgezicht betreft. Het plangebied is onder te verdelen in drie delen: Binnenstad-Noord, Binnenstad-Centrum en Binnenstad-Zuid. Binnenstad-Noord behelst een gebied van ongeveer 25 hectare en vormt samen met Binnenstad-Centrum (de binnenstad van Goes) een ruimtelijke eenheid binnen de stadsvesten. Binnenstad-Zuid, het gebied tussen de Oostvest en de spoorlijn, behoort in ruime zin ook tot de binnenstad. Waar in Binnenstad-Centrum voornamelijk de historische bebouwing en winkels het straatbeeld bepalen, is Binnenstad-Noord veel meer aan te wijzen als een woongebied. Vigerende bestemmingsplannen De volgende plannen worden middels het nieuwe bestemmingsplan herzien: Naam bestemmingsplan Binnenstad-Centrum Binnenstad-Noord Binnenstad-Zuid Wijzigingsplan Blaaubeenstraat Binnenstad-Centrum, partiële herziening Zusterstraat Binnenstad-Centrum, gedeelte Bleekveld 2006 Valckeslot I – herziening 1970 Oost I Oost II Kruising Troelstralaan - Ringbaan West Grote Markt 14 Hof den Berg Piet Hein Kavel Albert Joachimikade 22-24 Goes Havengebied Goes 1e herziening Stationsomgeving Zuid-Oost Stationsomgeving Zuid-West Herziening Stationsomgeving Parapluherziening kamerverhuur
Vaststelling raad 19-04-2001 24-05-2007 15-06-2006 01-03-2011 (B&W) 25-08-2005 22-03-2007 17-02-1971 18-11-1993 15-07-1993 27-05-2010 08-09-2011 13-10-2016 19-09-2019 26-11-2020 19-04-2018 13-02-2014 26-11-2015 19-09-2019 17-09-2020
De laatste vijf bestemmingsplannen worden gedeeltelijk herzien, de overige geheel.
Hoofdstuk 1
7
Figuur 1.1: Ligging en begrenzing plangebied, met driedeling Binnenstad-Noord, Binnenstad-Centrum en Binnenstad-Zuid
1.3 Opzet Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding (plankaart). De regels en de verbeelding vormen tezamen het juridische bindende gedeelte van het plan. De toelichting van voorliggend bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 1 is de aanleiding van voorliggend bestemmingsplan uiteengezet. Hoofdstuk 2 gaat in op het ruimtelijk beleid dat van toepassing is. Hoofdstuk 3 beschrijft de bestaande situatie en hoofdstuk 4 gaat in op de visie op het plangebied. De sectorale aspecten worden behandeld in hoofdstuk 5 en in hoofdstuk 6 wordt de juridische vorm van het bestemmingsplan beschreven. Hoofdstuk 7 beschrijft de handhavingsmogelijkheden op basis van het bestemmingsplan. De economische uitvoerbaarheid is in hoofdstuk 8 aangeduid en tot slot wordt in hoofdstuk 9 de maatschappelijke toetsing en overleg behandeld.
Hoofdstuk 1
8
2.
BELEIDSKADERS 2.1 Rijksbeleid 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI is per 11 september 2020 in werking getreden. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is hiermee geheel vervallen, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die op 1 januari 2022 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kan men in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. In de nationale omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie aan voor de toekomstige ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor urgente maatschappelijke opgaven die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal gelden, zoals klimaatverandering, de energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een perspectief om voort te bouwen op bestaande landschappen en historische steden.
In de NOVI zijn vier prioriteiten opgesteld: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. 2.1.2 Algemene regels ruimtelijke ordening (AMvB Ruimte) In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Hierbij moet gedacht worden aan onderwerpen zoals rijksinfrastructuur, Mainport Rotterdam, de Waddenzee, defensie en het kustfundament. De AMvB Ruimte is gericht op doorwerking van deze nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen, al dan niet via een provinciale verordening. Deze belangen maken deel uit van het geldende nationale ruimtelijke beleid. De AMvB Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening is op 31 december 2011 in werking getreden. Voor de in het Besluit genoemde onderwerpen moeten op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) alle bestemmingsplannen binnen een jaar aan de bepalingen uit de AMvB voldoen. 2.1.3 Ladder voor duurzame verstelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de Ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen.
De Ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De Ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of
Hoofdstuk 2
9
zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied Voorliggend bestemmingsplan heeft een conserverend karakter. De toegestane ontwikkelingen binnen het plangebied zijn niet van een zodanige omvang dat de Ladder voor duurzame verstedelijking moet worden doorlopen. 2.1.4 Conclusie rijksbeleid De juridische regeling voor de binnenstad van Goes wordt met voorliggend bestemmingsplan geactualiseerd.
Er zijn in het plangebied geen ontwikkelingen te noemen die van belang zijn op Rijksniveau. Het SVIR en de AMvB Ruimte vormt geen belemmering voor het actualiseren van onderhavig bestemmingsplan.
2.2 Provinciaal beleid 2.2.1 Omgevingsplan Zeeland 2018 Het Omgevingsplan Zeeland 2018 is op 21 september 2018 door Provinciale Staten vastgesteld. Het is een plan op hoofdlijnen, met veel ruimte voor regionale invulling. Ambitie Als opvolger van het Omgevingsplan Zeeland 2012-2018 heeft de provincie Zeeland het Omgevingsplan Zeeland 2018 (hierna Omgevingsplan) opgesteld. In de geest van de nieuwe Omgevingswet (verwachte inwerkingtreding 1 januari 2021) is het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd en daar waar nodig geactualiseerd in dit integrale Omgevingsplan. Het Omgevingsplan omvat de onderstaande (wettelijke) plannen: Omgevingsplan Zeeland; Natuurvisie; Mobiliteitsvisie; Kustvisie; Economische agenda; Cultuurnota; Milieubeleidsplan. 1
O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).
Hoofdstuk 2
10
Zolang de nieuwe Omgevingswet nog niet in werking is, moet de provincie zich houden aan de huidige wetgeving. Desondanks is de opvolger van het Omgevingsplan 2012-2018 zoveel mogelijk in de geest van de Omgevingswet opgesteld. Dit zijn eerste bescheiden stappen in een omvangrijker traject richting de Omgevingswet. De stappen die nu zijn gezet: alle provinciale beleidsvisies over de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd en krijgen de titel Omgevingsplan Zeeland 2018 in het plan zijn doelen en ambities voor de lange termijn opgenomen; het plan is minder gedetailleerd dan de huidige beleidsplannen en uitvoeringsacties zullen in aparte programma's worden ondergebracht; in het plan en daaruit volgende Omgevingsverordening is meer flexibiliteit ingebouwd. In dit beleidsstuk worden de volgende hoofdlijnen van beleid voor provincie Zeeland aangegeven: duurzame en concurrerende economie (o.a. biobased en circulaire economie, bedrijvigheid, nieuwe economische dragers in het landelijk gebied, vrijetijdseconomie, waterrecreatie en jachthavens, luchtvaart, voorzieningen en landbouw); klimaatbestendige en -neutrale samenleving (o.a. duurzame energie, water, meerlaagse veiligheid en medegebruik waterkeringen, randen Noordzee en Deltawateren en klimaatadaptatie); waardevolle leefomgeving (o.a.
biodiversiteit, natuurgebieden, landschap en erfgoed, archeologie en bodem); toekomstbestendige, bereikbare woon-, werk- en verblijfsomgeving (o.a. mobiliteit, bereikbaarheid over weg, spoor en water, transportleidingen, stedenbeleid, wonen, gezonde leefomgeving en milieukwaliteit). Duurzame en concurrerende economie Verduurzaming van wonen, recreatie en bedrijvigheid is een wereldwijde en belangrijke maatschappelijke opgave. Daarbij wordt de vraag gesteld hoe de Zeeuwse (energie)productie, consumptie én levenswijze toekomstbestendig gemaakt kan worden zodat people, planet én profit in waarde toenemen. Dat is een grote uitdaging voor Zeeuwse burgers, bedrijven én overheden. Klimaatbestendige en -neutrale samenleving De verandering van het klimaat als gevolg van de uitstoot van broeikasgassen heeft ingrijpende gevolgen. De zeespiegel stijgt en weerextremen zoals overvloedige neerslag, lange periodes van hitte en droogte en stormen gaan vaker optreden. Dit resulteert in een groter risico op overstroming, wateroverlast, hittestress en ernstig watertekort/droogte. De gevolgen van klimaatverandering zijn zeker voor Zeeland van belang. Bescherming tegen het water, maar ook het gebruik van het water verdient daarom onze continue aandacht. De provincie wil binnen haar mogelijkheden haar bijdrage leveren aan het beperken van het klimaatprobleem; zowel aan de bron als aan de gevolgen.
Waardevolle leefomgeving Deltagebieden zoals de Zeeuwse Delta, waar zout zeewater en zoet rivierwater samenkomen, worden gekenmerkt door hoge concentraties aan voedingstoffen in zowel het water als het slib dat in het water wordt meegevoerd. Dat maakt dit soort delta’s tot de meest productieve natuurlijke leefomgevingen in de wereld en uit zich in een grote natuurlijke rijkdom. De invloed van de zee en de rivieren heeft niet alleen geresulteerd in een unieke natuur, maar ook in een uniek landschap en uniek cultureel erfgoed. Nergens ter wereld is zo’n dichtheid aan polders en dijken te vinden als in Zeeland. De natuurlijke rijkdom en gunstige ligging van delta’s heeft vanouds ook een grote aantrekkingskracht op de mens. Veel van de grote beschavingen uit de wereldgeschiedenis ontwikkelden zich in Deltagebieden. Die grote menselijke activiteit en die bijzondere en kwetsbare natuur komen allemaal samen in het
Hoofdstuk 2
11
Deltagebied. Dit levert een unieke en aantrekkelijke situatie op, die onvermijdelijk ook tot knelpunten leidt. De uitdaging ligt erin om met z’n allen (overheden, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en burgers) de juiste balans te vinden tussen benutting en bescherming van de natuurlijke rijkdommen die de Delta ons biedt. Toekomstbestendige, bereikbare woon-, werk- en verblijfsomgeving Zeeland heeft veel kwaliteit te bieden op het gebied van wonen en werken en scoort landelijk gezien positief qua leefomgeving. Wel zijn er lokaal aanzienlijke verschillen. De ambitie is de provincie nog gezonder te maken. Een gezonde provincie heeft een goede milieukwaliteit (geluid, lucht, veiligheid) en is aantrekkelijk om in te wonen, te ontspannen en te bewegen. Inwoners verplaatsen zich zoveel mogelijk door middel van een duurzaam verkeer- en vervoerssysteem en beschikken over voldoende groen in de omgeving. Voor een goed woon- en werkklimaat zijn veel verschillende factoren van belang. Het gaat om de woningen en bedrijfspanden zelf, de directe omgeving en de toegang tot hoofdwegen en voorzieningen. Bereikbaarheid van voorzieningen wordt daarbij belangrijker dan de nabijheid. Om voorzieningen naar de toekomst op peil te houden en leegstand te voorkomen, is het belangrijk om de ontwikkeling van de Zeeuwse steden te stimuleren.
Want stad en omliggende regio functioneren feitelijk als één geheel. 2.2.2 Provinciale Omgevingsverordening De hoofddoelstellingen van het omgevingsplan zijn juridisch vormgegeven in de Provinciale Omgevingsverordening. Deze is eveneens vastgesteld op 21 september 2018. In het kader van de normerende rol van de provincie wordt de Omgevingsverordening ingezet voor die onderwerpen waarvan de provincie eraan hecht dat doorwerking van het beleid van het Omgevingsplan juridisch geborgd is. Er wordt niet meer geregeld dan nodig is voor het belang zoals dat in het Omgevingsplan is verwoord. De Omgevingsverordening voorziet ten opzichte van het Omgevingsplan dus niet in nieuw beleid. De inzet van de verordening beperkt zich tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of noodzakelijk is om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Wat elders geregeld is wordt niet nog eens geregeld in deze verordening om extra regeldruk te voorkomen. Het uitgangspunt 'decentraal wat kan, centraal wat moet' is toegepast bij de flexibiliteitsbepalingen in deze verordening. Waar mogelijk zijn afwijkmogelijkheden toegepast in plaats van ontheffingsbepalingen. Om te voorkomen dat procedures nodeloos ingewikkeld worden, is afgezien van de mogelijkheid om rechtstreeks werkende bepalingen op te nemen.
Artikel 4.1 lid 3 van de Wet ruimtelijke ordening biedt die mogelijkheid in de vorm van regels die moeten voorkomen dat in de verordening begrepen gronden of bouwwerken minder geschikt worden voor de verwezenlijking van het doel van de verordening zolang geen bestemmingsplan of beheersverordening in werking is getreden die is aangepast op de inhoud van deze verordening. Er is dus geen sprake van rechtstreeks werkende bepalingen waaraan bouwaanvragen getoetst zouden moeten worden zolang bestemmingsplannen niet zijn aangepast.
Hoofdstuk 2
12
Status van de Omgevingsverordening De Omgevingsverordening richt zich – net zo breed als het Omgevingsplan – op de fysieke leefomgeving in de Provincie Zeeland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, maar ook op het gebied van mobiliteit, milieu, natuur, water en bodem. De Omgevingsverordening Zeeland 2018 heeft de status van: Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1. Wet ruimtelijke ordening; Milieuverordening in de zin van artikel 1.2 Wet milieubeheer; Waterverordening in de zin van artikel 2.4 van de Waterwet en artikel 2 Scheepvaartverkeerwet; Wegenverordening in de zin van artikel 57 van de Wegenwet en artikel 2A van de Wegenverkeerswet 1994; Verordening Wet natuurbescherming Zeeland in de zin van de Wet natuurbescherming; Distelverordening in de zin van artikel 145 en 150 Provinciewet; Landschapsverordening in de zin van artikel 145 Provinciewet; Ontgrondingenverordening in de zin van artikel 5, lid 2 en artikel 7, lid 2 Ontgrondingenwet. Opbouw van de Omgevingsverordening Hoofdstuk 1 Algemeen. In dit hoofdstuk staan enkele bepalingen die op het totaal van de Omgevingsverordening van toepassing zijn; Hoofdstuk 2 Ruimte.
In dit hoofdstuk is de ruimtelijke verordening te vinden die zich richt tot gemeenteraden en instructies bevat over de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen. Hiermee wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de Wro biedt in artikel 4.1. Hier wordt nog eens expliciet vermeld dat de ruimtelijke verordening geen direct werkende bepalingen bevat. Verder wordt ter voorkoming van misverstanden duidelijk gemaakt dat de instructies in hoofdstuk 2 niet alleen gelden voor bestemmingsplannen, maar bijvoorbeeld ook voor beheersverordeningen en uitvoeringsbesluiten; Hoofdstuk 3 Milieu. In dit hoofdstuk is de milieuverordening te vinden die zich richt tot gemeenten, burgers, bedrijven en instellingen. Met dit onderdeel wordt invulling gegeven aan verplichtingen op grond van de Wet milieubeheer. In dit hoofdstuk zijn onder andere regels opgenomen met betrekking tot gesloten stortplaatsen, onderwater flora en fauna, varend ontgassen, het voorkomen en beperking van geluidhinder, grondwaterbescherming met het oog op de waterwinning en bodemsanering; Hoofdstuk 4 Water betreft de Waterverordening. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen die zich vooral richten tot het waterschap als functioneel bestuur en operationeel waterbeheerder van oppervlaktewateren in Zeeland die niet in beheer zijn bij het Rijk.
Daaronder normen met betrekking tot het voorkomen en beperken van wateroverlast en regionale waterkeringen en regels die betrekking hebben op het beheer van grondwater. Met dit onderdeel wordt voldaan aan de verplichtingen van de Waterwet; Hoofdstuk 5 Wegen en vaarwegen heeft betrekking op de aansluiting op en het gebruik van provinciale (vaar)wegen en is gericht op gebruikers van (vaar) wegen en aanwonenden; Hoofdstuk 6 Natuur geeft invulling van bevoegdheden die de provincie heeft op het gebied van natuurbescherming; Hoofdstuk 7 Distelbeheer richt zich vooral op gebruikers, eigenaren, of andere zakelijk gerechtigden van landbouwgronden en een strook van 30 meter daaraan grenzend; Hoofdstuk 8 Landschapsbescherming richt zich tot gemeenten, burgers, bedrijven en instellingen en bevat verboden voor het plaatsen van borden, vlaggen en andere (reclame)uitingen om het Zeeuwse landschap te beschermen;
Hoofdstuk 2
13
Hoofdstuk 9 Ontgrondingen richt zich tot een ieder die de bodem gaat afgraven en verlagen en bevat vrijstellingsbepalingen en procedurele bepalingen; Overige hoofdstukken. De overige hoofdstukken bevatten procedurele bepalingen en inwerkingtredingsbepalingen. Hoofdstuk 10 gaat over toezicht en strafbepaling. In hoofdstuk 11 staan overgangs- en slotbepalingen.
2.2.3 Nota Krachtig Zeeland Op 12 juli 2011 hebben Gedeputeerde Staten de Nota Krachtig Zeeland vastgesteld. Hierin worden de kwaliteiten en de toekomst van Zeeland beschreven en doorvertaald naar concrete beleidsonderwerpen. De nota is de basis voor bestuurlijk overleg met gemeenten, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Daarnaast geeft het inzicht in mogelijke beleidsveranderingen die gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Bij het opstellen van onderhavig bestemmingsplan is kennis genomen van deze nota. 2.2.4 Conclusie provinciaal beleid In hoofdstuk 3 en 4 van onderhavig bestemmingsplan zijn een aantal punten verwerkt die betrekking hebben op het provinciale beleid in relatie tot het plangebied. Er zijn geen specifieke punten te noemen die expliciet aandacht vragen of een belemmerende werking hebben voor de actualisatie van dit bestemmingsplan.
2.3 Regionaal- en gemeentelijk beleid 2.3.1 Regionale woonvisie Met de Regionale Woonvisie 2019 - 2023 beogen de vijf Bevelandse gemeenten inzicht te geven in de gezamenlijke missie en ambities van de regiogemeenten op het gebied van het wonen. De visie is een parapluvisie voor verdere uitwerking in lokaal beleid. De Regionale Woonvisie bevat de volgende missie: ‘Wij willen een aantrekkelijke regio zijn waar men graag woont, met een regionaal passend, duurzaam en toekomstbestendig woningaanbod’. Vanuit deze missie zijn de volgende vijf ambities geformuleerd: 1. De Bevelanden zet in op een duurzame en toekomstbestendige woningvoorraad. De Bevelanden heeft forse ambities op het gebied van duurzaamheid. In de woningvoorraad kan nog veel energie bespaard worden. 2. De Bevelanden voor iedereen. De regio De Bevelanden wil een complete regio zijn, met een passend woningaanbod voor jong en oud, rijk en arm, kleine en grote huishoudens, met en zonder ondersteuning, permanent en tijdelijk. 3. De Bevelanden zet alleen in op nieuwbouw die echt iets toevoegt. De Bevelanden streeft naar evenwicht in vraag en aanbod op de woningmarkt. De verwachte huishoudensgroei is de belangrijkste onderlegger voor het regionale woningbouwprogramma. 4. De Bevelanden benut het bestaande. De Bevelanden streeft naar een toekomstbestendige woningvoorraad.
Dit betekent continu investeren in onderhoud, aanpasbaarheid en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Naast de focus op vastgoed zal er ook aandacht moeten zijn voor de aanpak van sociale problematiek en de kwaliteit van de openbare ruimte.
Hoofdstuk 2
14
5. De Bevelanden zorgt. Regio De Bevelanden wil een zorgzame regio zijn, waar vraag en aanbod naar wonen met zorg in balans zijn, ook voor de meest kwetsbare groepen. Hierbij ziet de regio kansen voor innovatieve vormen van wonen met zorg die de diversiteit aan woonmilieus voor regionale woningmarkt als geheel zullen vergroten. 2.3.2 Structuurvisie #Goes 2040 In de structuurvisie (juni 2012) wordt gesteld dat Goes in 2040 een florerende centrumgemeente is met een breed aanbod aan voorzieningen en werkgelegenheid voor de inwoners van de Bevelanden. Op een aantal terreinen wordt beoogd de verzorgende functie een veel groter gebied te bereiken dan de Bevelanden. Het gaat hierbij om de zakelijke dienstverlening, specifieke vormen van onderwijs, de gezondheidszorg in vele gedaanten en aan vrije tijdsvoorzieningen. Er is opgenomen dat Goes een aantrekkelijke gemeente dient te zijn voor toeristen door de voorzieningen aan het water en haar veelzijdige historische centrum. De gemeente wil daarom blijven investeren in de toekomst van de stad, door te vernieuwen, te verbeteren en te groeien. Opgenomen is dat Goes de ambitie heeft verder te groeien in haar rol als (boven)regionale centrumgemeente. Veel van de projecten die in die in de structuurvisie worden benoemd zijn daarop gericht. De ambitie is om al die projecten te realiseren en de blik open te houden voor nieuwe kansen.
Economisch knooppunt In de structuurvisie is opgenomen dat Goes een uitstekende locatie is voor de verdere bundeling van werkgelegenheid en voorzieningen in Midden-Zeeland. De centrale ligging en de reeds aanwezige voorzieningen en werkgelegenheid vormen daarvoor de basis. In de structuurvisie is gesteld dat een goede bereikbaarheid en voldoende parkeervoorzieningen bij de binnenstad van groot belang zijn waarbij de nieuwe aansluiting A58 een belangrijke rol speelt. Groei en ontwikkeling Om een vitale centrumgemeente te blijven wordt aangegeven dat Goes inspeelt op nieuwe ontwikkelingen en er voor zorgt nieuwe ontwikkelingen te kunnen huisvesten. Daarbij zal het steeds minder gaan om grotere stadsuitbreidingen en steeds vaker om transformatie en herstructurering van bestaand stedelijk gebied. Dit zijn vaak lastige opgaven maar vernieuwing van bestaand stedelijk gebied is noodzakelijk om de stad op lange termijn gezond te houden. Grote opgaven die genoemd zijn binnen het bestaand stedelijk gebied zijn de Goese Schans en de stationsomgeving. Voor woningbouw is opgenomen dat de op dit moment al daartoe geoormerkte locaties waarschijnlijk voldoende ruimte bieden. Wel is er uitbreidingsruimte nodig voor werken, zorg en vrije tijd. Als nieuwe locatie voor een bedrijventerrein wordt beoogd in te zetten op de Zuidwestrand (Bedrijvenpark Deltaweg).
De Zuidoost rand nabij het ziekenhuis wordt gezien als locatie voor nieuwe zorgfuncties. De Noordwest en Noordoost randen en het gebied bij het Poelbos worden geschikt bevonden voor stadsrecreatie, groen en vrijetijdsfuncties. Voor toeristen wordt beoogd de recreatieve potentie van de randen aan het Veerse Meer en de Oosterschelde verder uit te bouwen.
Hoofdstuk 2
15
Van kwantiteit naar kwaliteit In de structuurvisie wordt gesteld dat de nadruk steeds meer zal komen te liggen op het sturen op kwaliteit en inhoud bij ruimtelijke processen. Waar voorheen de nadruk lag op het creëren van ruimte voor een nieuw programma en de kwaliteitseisen daarop volgden zal in de toekomst een juiste ruimtelijke inpassing en een programma dat voldoet aan de (huidige) vraag nog sterker een vestigingsvoorwaarde zijn. Burgers, bedrijven en dienstverleners zijn op zoek naar een omgeving met zoveel mogelijk aantrekkelijke functies en factoren zoals goede bereikbaarheid, goed onderwijs, winkelaanbod, arbeidspotentieel, recreatiemogelijkheden en cultuuraanbod. De bestaande functies en voorzieningen vormen het fundament voor de toekomst en op basis daarvan ziet Goes die toekomst met vertrouwen tegemoet. Opgenomen is dat het levendige en aantrekkelijke historische centrum een van de kwaliteiten is die Goes koestert. Sport, welzijn en cultuur proberen zo goed mogelijk in te spelen op de verwachte (demografische) ontwikkelingen en de kwaliteit van de voorzieningen zo hoog mogelijk te houden. Bijvoorbeeld door slimme combinaties van functies en met multifunctionele gebouwen. Binnen woonservicegebieden die de hele gemeente bestrijken, en ieder een eigen serviceniveau kennen, wordt een samenhangend pakket aan diensten en voorzieningen geboden.
In de structuurvisie wordt belang gehecht aan energie-efficiënte en duurzame energie-opwekking bij zowel nieuwe ontwikkelingen, als ook bij vernieuwing van het bestaand stedelijk gebied. Dorpen en buitengebied Er is in de structuurvisie opgenomen dat in de dorpen rond Goes wonen voorop staat, bestaande voorzieningen worden gekoesterd maar op termijn niet allemaal in de huidige vorm in stand kunnen worden gehouden. Gesteld wordt dat het zoeken naar slimme combinaties en alternatieven steeds meer nodig zal zijn. Aanpak van zwakke plekken zoals vervallen panden is nodig om de woonomgeving gezond te houden. In het buitengebied blijft de nadruk liggen op de akkerbouw maar er ontstaan steeds meer koppelingen met recreatie en landschapsontwikkeling. Nieuwe ontwikkelingen worden zodanig ingepast dat ze de onderscheidende kenmerken van de verschillende landschapstypen versterken. Gesteld is dat de herkenbaarheid van het Schengegebied als landschappelijke eenheid wordt vergroot. 2.3.3 Detailhandelsvisie Goes De detailhandelsvisie is op 23 november 2017 vastgesteld en legt een duurzame winkelstructuur vast die voor consumenten aantrekkelijk en zo uitgebreid mogelijk is (ruime keuze, dicht bij huis) en voor ondernemers en eigenaren voldoende kansen biedt voor investeringen en een goed functioneren/rendement.
Deze visie schetst daarmee een kader voor te voeren beleid, het creëren van randvoorwaarden en het toetsen van initiatieven. De noodzaak om keuzes te maken biedt ook de mogelijkheid om de detailhandelsstructuur van de gemeente Goes te versterken. Gemeente Goes heeft gekozen voor een visie die het de detailhandel in Goes de komende jaren mogelijk maakt om ook naar de toekomst vitaal blijven. Een visie die zowel perspectief biedt voor inwoners van Goes en de regio, als voor toeristen en dagrecreanten. Op basis van een indicatieve berekening waarin de huidige trends en toekomstige ontwikkelingen zijn opgenomen is berekend dat er de komende tien jaar waarschijnlijk 10 tot 15% minder vierkante meter winkeloppervlak nodig is. Daarom is gekozen voor het versterken van de kansrijke winkelgebieden en
Hoofdstuk 2
16
(op termijn) reductie van winkelmeters buiten de kernwinkelstructuur, waar het merendeel van de leegstand zich momenteel reeds concentreert. Goes kiest voor behoud van de huidige detailhandelsstructuur en kwalitatieve versterking van de binnenstad, Marconistraat en de ondersteunende wijkwinkelcentra. Het merendeel van ontwikkelingen en initiatieven, zoals nieuwbouw, herstructurering, kwalitatieve versterking en uitbreiding ligt ook in de binnenstad en de Marconistraat. De binnenstad is op gebied van detailhandel verdeeld in drie deelgebieden: Het kernwinkelgebied (A), waar behoud van de winkelfunctie voorop staat. De aanloopstraten (B) die de verbindingen vormen tussen parkeerlocaties en het kernwinkelgebied. De randen (C), hiervoor geldt dat hier in beginsel geen nieuwe winkels mogen worden gevestigd. Wanneer een winkel in deze straat stopt wordt nagedacht over een alternatieve invulling. Uitbreiding van solitaire winkels is in principe niet toegestaan. Deze winkels passen niet bij de gewenste winkelstructuur. Bestaande solitaire winkels worden gerespecteerd. Bij beëindiging van bestaande winkels zal worden bekeken of opheffen van de planologische ruimte en invulling met alternatieven voor detailhandel mogelijk is.
Doorwerking plangebied De drie deelgebieden in de binnenstad uit de Detailhandelsvisie Goes zijn als volgt doorvertaald in voorliggend bestemmingsplan: Kernwinkelgebied (A): bestemming ‘Centrum – 1’. Aanloopstraten (B): bestemming ‘Centrum – 2’. Randen, afbouw (C): zoveel als mogelijk bestemd conform de huidige situatie, veelal de bestemming ‘Gemengd’. Binnen ‘Centrum – 1’ zijn de volgende voorzieningen toegestaan: Dienstverlening, detailhandel, wonen op de verdieping. Binnen ‘Centrum – 2’ zijn de volgende voorzieningen toegestaan: Dienstverlening, detailhandel, wonen op de begane grond en verdieping. Horecagelegenheden zijn specifiek bestemd in voorliggend bestemmingsplan.
Hoofdstuk 2
17
Figuur 2.1: Drie deelgebieden in de binnenstad uit de Detailhandelsvisie Goes
Hoofdstuk 2
18
2.3.4 Horecavisie binnenstad Goes De horeca draagt bij aan de economische ontwikkeling en leefbaarheid van de gemeente Goes. De gemeentelijke overheid heeft op het gebied van horeca vooral een regulerende en toezichthoudende taak, met name daar waar het gaat om zaken als openbare orde, veiligheid en volksgezondheid. Om enige sturing te geven wil de gemeente kaders bieden waarbinnen ontwikkelingen zich kunnen plaatsvinden. Ontwikkelingen moeten uiteindelijk voortkomen uit de markt, maar enige sturing is wenselijk om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Om deze reden heeft de gemeente Goes een Horecavisie voor de binnenstad van Goes opgesteld. Deze visie is vastgesteld op 10 september 2015. De Horecavisie concentreert zich op de binnenstad aangezien het zwaartepunt van de horeca en de kansen op hinder en overlast, daar het grootste is. In het verre verleden was horeca een overzichtelijke (planologisch) categorie, namelijk een hotel, restaurant of café. Relatief veel (horeca)bedrijven hebben de afgelopen jaren echter hun bedrijfsvoering aangepast, door in te spelen op maatschappelijke trends. Dat proces van vernieuwing zal door blijven gaan omdat deze bedrijfstak zeer gevoelig is voor trends. Regulering is onontkoombaar, maar zal zoveel mogelijk worden beperkt.
De horecavisie geeft de ruimtelijke visie van de gemeente Goes op het horecabeleid en biedt kaders voor toekomstige ontwikkelingen. Deze horecavisie betreft uitsluitend de dag- en nachthoreca, en niet terrassen, coffeeshops, hotels en speelautomatenhallen. Er wordt ingespeeld op een bruisende en aantrekkelijke stad. Ruimtelijke visie horeca in de binnenstad De grote variatie aan stedelijke ruimten en stadssferen biedt ruimte aan een grote diversiteit van horecavestigingen. Het centrum moet op elk moment van de dag en voor iedere bewoner, bezoeker en ondernemer een passende levendigheid bieden en uitstralen. Functies als horeca zijn gecategoriseerd, waardoor een relatie gelegd kan worden met de diverse stedelijke ruimten en stadssferen. Ruimtelijk kunnen daardoor gebieden gekwalificeerd worden. Tegelijk moet gesteld worden dat een passende sfeer, levendigheid, veiligheid en geborgenheid subjectief worden ervaren. Beheersbaarheid en beeldvorming zijn ruimtelijk economisch de belangrijkste aspecten bij een (ruimtelijke) ordening van horecabedrijven. Grote en kleine publieksaantrekkende (horeca)bedrijven versterken elkaar. In de visie wordt onderscheid gemaakt in de volgende drie gebieden: Het Hart van de binnenstad: De Grote Markt, Stadshaven, Bleekplein/Cultuurplein, verbindingen.
Uitlopers en kernwinkelgebied: Wijngaardstraat, Zusterstraat/Singelstraat/Korte Kerkstraat/Slot Ostende, kernwinkelgebied. Schil van de binnenstad en entrees: Oostwal, Dam/Ganzepoort, Koepoort, Beestenmarkt. Doorwerking plangebied Horecagelegenheden zijn specifiek bestemd in voorliggend bestemmingsplan. Deze zijn gelegen in de drie gebieden conform de Horecavisie. Op enkele locaties op de Grote Markt is, in overeenstemming met de Horecavisie binnenstad Goes, extra horeca mogelijk ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan.
Hoofdstuk 2
19
Figuur 2.2: Kaart Horecavisie binnenstad Goes
2.3.5 Kwaliteitshandboek Binnenstad Goes Om de ruimtelijk-visuele kwaliteit van de Goese binnenstad te behouden en waar nodig te verbeteren, is het Kwaliteitshandboek Binnenstad Goes opgesteld. Het kwaliteitshandboek is op 16 februari 2017 vastgesteld. Kwaliteitseisen voor ingrepen in de openbare ruimte en de bebouwing zijn hierin vastgelegd. Het kwaliteitshandboek vormt een kader waarbinnen ontwikkelingen die van invloed zijn op de beeldkwaliteit van de binnenstad dienen plaats te vinden. Met dit plan heeft een gemeentelijke afdeling of een particuliere initiatiefnemer vooraf inzicht heeft in de kwaliteitseisen waaraan haar/ zijn bouw- of inrichtingsplan in ieder geval moet voldoen. In hoofdstuk 4 van het handboek wordt de visie ten aanzien van het gewenste kwaliteitsniveau van openbare ruimte en bebouwing gegeven. De visie ten aanzien van de openbare ruimte is gebaseerd op het “Projectplan binnenstad Goes” waarin op structuurniveau visie-uitspraken worden gedaan. In het projectplan zijn verschillende ruimtelijke structuren in de binnenstad nader bekeken en er zijn streefbeelden voor geformuleerd. Deze gaan mede in op gewenste sferen en kwaliteiten van bepaalde gebieden en ruimten en vormen daarom een leidraad voor het gewenste kwaliteitsniveau. Daarnaast worden op straat-/pleinniveau visie-uitspraken gedaan.
Dit gebeurt aan de hand van een typering van de verschillende ruimten en straten in samenhangende groepen of gebieden. De visie wordt vervolgens in twee delen uitgewerkt. De openbare ruimte en de bebouwing vormen tezamen een totaalbeeld, maar het uitwerken, realiseren en beheren van de gewenste ruimtelijke kwaliteit van de openbare ruimte is wezenlijk anders dan voor de bebouwing.
Hoofdstuk 2
20
2.3.6 Kwaliteitsagenda Binnenstad De Kwaliteitsagenda is een visie om de (historische) binnenstad gereed te maken voor de toekomst. Naast dit document zijn de initiatieven van de Kwaliteitsagenda ook toegelicht in een informatieve film. Deze vat de hoofdlijn van de Kwaliteitsagenda voor een breed publiek samen. De film is gebruikt tijdens een drietal in 2021 gehouden publieke stadsdebatten. De uitkomsten van deze debatten hebben, samen met de resultaten van het participatieplatform ‘Goes praat mee’ en vele interviews en gesprekken die zijn gehouden met direct betrokkenen, de inhoud van de ‘definitieve’ Kwaliteitsagenda bepaald. Definitief staat hier tussen aanhalingstekens, want de stad is nooit klaar… De binnenstad van Goes heeft al sinds jaar en dag een belangrijke functie voor de regio. Mede dankzij een haven aan de Oosterschelde en een weekmarkt heeft Goes zich door de eeuwen heen ontwikkeld tot dé centrumstad van de steeds welvarender wordende regio de Bevelanden. De naoorlogse ontwikkeling van de Zeeuwse verkeersinfrastructuur heeft ertoe bijgedragen dat Goes steeds centraler in de provincie is komen te liggen. Haar oorspronkelijk op de Bevelanden gerichte positie als markt- en winkelstad heeft zich hierdoor verder verbreed. In het begin van de eenentwintigste eeuw heeft het Masterplan Binnenstad richting gegeven aan aanpassingen in de binnenstad.
Nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen als voortschrijdende digitalisering en online winkelen, vergrijzing, een veranderende bevolkingssamenstelling, de gevolgen van de klimaatcrisis en noodzakelijke verduurzaming vragen opnieuw om aanpassingen en een aangepaste visie op de toekomst van de binnenstad. Deze visie is verwoord in de Kwaliteitsagenda Binnenstad 2030, met daarbij een actieplan om de (historische) binnenstad gereed te maken voor de toekomst. Zes projecten moeten de agenda de komende jaren tot realiteit maken: Project 1: Een toegankelijke en bereikbare historische binnenstad In dit project creëren we ruimte in de historische binnenstad door deze (verder) af te sluiten voor bezoekers met de auto en het bezoekersparkeren zoveel mogelijk te verplaatsen naar de centrumschil. We zoeken daarom naar locaties voor compenserende (en extra) parkeerplaatsen in de centrumschil. We verbeteren de bereikbaarheid met de (elektrische) fiets en onderzoeken de mogelijkheden van een andere invulling van mobiliteit (slimme mobiliteit). In dit project besteden we ook aandacht aan de ruimtelijke inrichting van een aantal belangrijke entrees van de binnenstad, de (voetgangers)bewegwijzering en bekijken we waar extra openbare toiletten ingericht kunnen worden.
Project 2: Een toegankelijke en waard te bezoeken monumentale historische binnenstad Dit project richt zich op het vertellen van het ‘verhaal van Goes’ mede aan de hand van de monumenten van de stad. We werken drie erfgoedlijnen uit: ‘Poort naar de wereld’, ‘Heren en kerken’, ‘Zilt en zoet’. In samenwerking met in de stad gevestigde onderwijsinstellingen en culturele instellingen worden projecten opgezet om de geschiedenis in beeld te brengen. Project 3: Een groene historische binnenstad Het ‘vergroenen’ van de historische binnenstad is een belangrijke opgave, zowel voor het verblijfsklimaat en het functioneren van de binnenstad als om klimaatveranderingseffecten af te remmen. In dit project pakken we de openbare ruimte aan. Het gaat om herinrichting en aanpassingen van het Stadshavengebied, de Oostwal, de Koepoort, de Singelstraat, het Damplein, de Beestenmarkt en het Molenplein. Ook op andere plekken in de binnenstad zullen mogelijk kleine aanpassingen plaatsvinden.
Hoofdstuk 2
21
Particulier initiatief om te vergroenen wordt gestimuleerd. Onderzocht wordt op welke manier groenopleidingen een rol kunnen spelen bij het vergroenen. Tevens bekijken we de mogelijkheden van energiebesparing en energieopwekking in de binnenstad. Project 4: Stimuleren wonen in en rond de historische binnenstad Wonen is voor de kwaliteit van een ‘levende’ historische binnenstad van groot belang. We willen de groeiende vraag naar wonen in en nabij de historische binnenstad zoveel mogelijk honoreren. Het blijven stimuleren van het gebruik en realisatie van woningen boven winkels is hierbij een eerste stap. Waar de ruimtelijke situatie dit toestaat kunnen daarnaast in sommige aanloopstraten gelegen vrijkomende winkelpanden worden omgezet naar woningen. Het combineren van wonen met andere functies vraagt in de binnenstad om zorgvuldige afstemming. Het evenwicht tussen leefbaarheid en levendigheid (evenementen) dient permanent te worden gemonitord. In dit licht wordt in de toekomst onderzocht of - om de leefbaarheid van binnenstad te bewaken - specifiek beleid ten aanzien van hostels, bed & breakfasts en Airbnb nodig en mogelijk is. Door de compacte omvang van de historische binnenstad is het toevoegen van extra woningen een complexe zaak. Goes heeft wel diverse mogelijkheden om extra wonen in de omliggende centrumschil mogelijk te maken.
In dit project wordt - in relatie met de omgevingsvisie - een woonprogramma geformuleerd voor de centrumschil en de binnenstad. Project 5: Winkels en horeca in de historische binnenstad De Kwaliteitsagenda wil aan de wens van (culturele) ondernemers om vaker de openbare ruimte te mogen gebruiken tegemoetkomen. Daarbij kijken we bijvoorbeeld naar het permanent mogelijk maken van (vergrote) terrassen bij horecabedrijven en - in overleg met de culturele instellingen en de evenementensector - in hoeverre aanpassingen het gebruiksgemak van de openbare ruimte voor deze partijen kan ondersteunen. De detailhandelsvisie zal in 2022 worden geactualiseerd. Dit zal worden gebruikt voor het bepalen van de definitieve contouren van het verkleinde winkelgebied en de keuze van instrumenten om deze verkleining tot stand te brengen. De komende jaren zal het gemeentelijke beleid zich richten op het zoveel mogelijk in het kernwinkelgebied (Lange Vorststraat-Lange Kerkstraat) laten vestigen van (nieuwe) winkels. In de straten buiten het kernwinkelgebied wordt in het nieuwe bestemmingsplan de mogelijkheden voor de invulling van de begane grond verruimd. Om de concentratie in een kleiner winkelgebied te stimuleren zetten we een ‘pop-up’ programma op, dat tijdelijk gebruik van leegstaande winkels door andere gebruikers stimuleert.
Daarnaast zetten we in dit project een start-up programma op om potentiële nieuwe ondernemers te helpen. Project 6: Cultuur en evenementen in de historische binnenstad In dit project wordt ingezet op het versterken van de culturele en evenementensector en het vergroten van de zichtbaarheid van haar activiteiten. Hierbij kijken we naar de inzet van een zogenaamde cultuurverdubbelaar en naar de mogelijkheden in de openbare ruimte. Naast de bestaande pleinen in de binnenstad is er ook de behoefte aan ruimte voor de wat grootschaligere buitenevenementen. Dit wordt in het kader van het opstellen van de omgevingsvisie en visie Spoorzone Zuid verder bekeken. Hierbij wordt ook bekeken of in de centrumschil ruimte te vinden is voor ateliers en broedplaatsen voor (startende) kunstenaars. Verder richten we ons op de samenwerking tussen alle culturele instellingen en evenementorganisaties stimuleren om gezamenlijk tot een ‘vierseizoenen’ programmering te komen.
Hoofdstuk 2
22
In dit project onderzoeken de gemeente en de eigenaar en exploitant van de Grote of Maria Magdalenakerk samen hoe inhoud kan worden gegeven aan het idee de kerk opnieuw een centrale positie in de Goese gemeenschap te laten innemen. De operationele uitwerking van deze projecten is uitgewerkt in een projectprogramma. Uit analyse van de historische ontwikkeling van de Goese binnenstad in de Bevelanden, die ten grondslag ligt aan de Kwaliteitsagenda, is geconcludeerd dat de centrumfunctie van Goes niet alleen zijn plek vindt in de historische binnenstad. Veel ruimtevragende (regionale) functies zoals onderwijs, zorg, publieke en zakelijke dienstverlening hebben een plaats in de schil rond de historische binnenstad. Hiermee profiteren ze zowel van de aantrekkelijkheid van de historische binnenstad als van de goede bereikbaarheid van de centrumschil, onder andere door de aanwezigheid van een intercity treinstation. Gelet op het grote aantal regionale centrumfuncties in deze schil is het belangrijk na te denken wat de toekomstige grens van het centrum van Goes is, of moet worden. Dit vraagstuk wordt opgepakt bij het opstellen van een integrale Omgevingsvisie voor de gehele gemeente. Voor nu concentreert deze Kwaliteitsagenda zich op het gebied gelegen binnen de stadsvesten: de historische binnenstad.
2.3.7 Parkeren Goes 2018-2025 (concept) Dit beleidsstuk betreft de actualisatie van het parkeerbeleidsplan 2009-2020. De actualisatie bestaat uit drie delen: Inbreng, Uitkomst en Financiering. Het deel ‘Uitkomsten’ bevat een visiekaart. De hieronder weergeven visiekaart benoemt de projecten en acties die de komende jaren om aandacht vragen. De visiekaart is opgebouwd uit de elementen behandeld in het deel inbreng. Bij de ontwikkeling van de oplossingen is de grondhouding vooral: faciliteren waar het kan en reguleren waar het moet. Sommige projecten en acties zijn meer van algemene aard en laten zich niet geografisch indelen. Deze zijn opgenomen in de tabel in het beleidsstuk. Hierin staan alle projecten en acties opgesomd en gecategoriseerd naar thema: Gehandicapten, Grote Voertuigen, Werkers Binnenstad, Bezoekers en Fietsparkeren. De locaties Oostwal en Koepoort, vestekoppen Westsingel en Dam en de route NS station - de binnenstad zijn op de visiekaart aangeduid met een diamantteken. Dit teken legt de link naar de wens voor kwaliteitsverhogende maatregelen (mogelijk vervolg Masterplan Binnenstad).
Hoofdstuk 2
23
Figuur 2.3: Visiekaart Parkeren Goes
Hoofdstuk 2
24
Verbetering kwaliteit Het Masterplan Binnenstad (het vervolg) biedt kansen om terreinen Koepoort en Oostwal en de looproutes te verbeteren. Daarbij staat verbetering van de toegankelijkheid, voor ouderen en minder validen, hoog op de wensenlijst. In mindere mate, maar niet geheel onbelangrijk, speelt uitstraling/ vormgeving een rol. Zeker het terrein Koepoort (maar ook het Damplein) oogt druk en rommelig (rijen wachtende automobilisten, het is er immers altijd druk). Desondanks zijn dit, puur door de ligging direct aan het winkelgebied, de best bezette terreinen van Goes. Maatregelen om de parkeerdruk te verlagen (dan wel de kans op een parkeerplaats te vergroten) blijven voorlopig achterwege. Al eerder bleek dat het instellen van een maximale parkeerduur niet kon rekenen op draagvlak. Ook de reeds doorgevoerde tariefsverhoging blijkt geen parkeerders te weren. De kleine zeer aantrekkelijke terreinen nabij de binnenstad worden in stand gehouden, zonder de regulering te wijzigen. Maar wil de bezoeker echt kwaliteit, dan maakt ze gebruik van de parkeergarage Centrum. Hier geldt namelijk; niet tevergeefs zoeken of wachten, maar de garage binnenrijden, parkeren en naar buiten wandelen.
Tijdens de verbeterslag met betrekking tot de parkeerverwijzing wil de gemeente extra aandacht besteden aan de vindbaarheid (en toegankelijkheid) van de parkeergarage Centrum en de terreinen Molenplein en Hollandiaplein die op dit moment een lage bezetting kennen. 2.3.8 Beleidsregels parkeren Goes In de Goese situatie wordt voor toetsing verwezen naar het Parkeerbeleidsplan. Dit plan bevat de visie op parkeren, de uitwerking daarvan tot concrete maatregelpakketten en de wijze waarop de gemeente de uitvoering van het beleid organiseert, monitort en evalueert. Een document met ruimte voor interpretaties. Juist de ruimte voor interpretaties past niet in een toetsingskader. Er is behoefte aan een eenduidig toetsingskader. De Beleidsregels parkeren Goes (november 2017) voorzien hierin. Deze kunnen gebruikt worden bij het beoordelen van initiatieven in het kader van de omgevingsvergunning en bij initiatieven waarvoor geen vergunning , maar wel een toetsing nodig is van het bestemmingsplan. De kaders voor het parkeren vinden hun oorsprong in de CROW-richtlijnen. In dit beleidsstuk bepaalt de gemeente Goes welke vaste parkeerkencijfers voor autoparkeren voor de specifieke situatie in Goes aangehouden worden. De kencijfers zijn opgebouwd naar stedelijkheidsgraad (zoals gehanteerd door het CBS) en stedelijke zone.
De stedelijkheidsgraad van de gemeente en de locatie binnen de gemeente zijn bepalend voor de keuze welke kencijfers toegepast moeten worden. Alleen in de kern Goes is er sprake van een centrum. Het gebied hieraan grenzend vormt het schil/overloopgebied. Alles daarbuiten, inclusief alle omliggende dorpen vallen onder rest bebouwde kom. Doorwerking plangebied In de planregels is onder de ‘Algemene bouwregels’ een koppeling gelegd tussen de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en de beleidsregels parkeren. Dat houdt het volgende in: bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit geldt de regel dat voldoende parkeergelegenheid voor auto’s wordt gerealiseerd, alsook, indien de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, voldoende ruimte voor het laden en lossen van goederen.
Hoofdstuk 2
25
2.3.9 Regionale Woningmarktafspraken De regio De Bevelanden heeft regionale woningmarktafspraken opgesteld en opgenomen in de 'Woningmarktafspraken De Bevelanden 2020 - 2030' (mei 2020). In dit document zijn de volgende uitgangspunten opgenomen: Algemeen Niet méér bouwen dan de behoefte; Uitsluitend producten die echt iets toevoegen; goede producten op goede plekken; Lokaal maatwerk, aansluiten bij DNA van de plek; Flexibiliteit in de plannen; Onderling bespreken en afstemmen aan de voorkant. Ruimtelijk Hoge dichtheid in de kernen, lage in het landschap; In principe binnen de kernen, bij voorzieningen; Inbreiden voor uitbreiden; Vooral focus op kleine huishoudens in stad en dragende kernen; Inzetten op “mooie woondorpen”. Programmatisch Duurzaam, extra energiebesparende maatregelen; Levensloop- en toekomstbestendig; Aandacht voor groen en water; Omvang voorraad sociale huurwoningen gelijk; Extra middenhuurwoningen; Meer hoogwaardige grondgebonden nultreden en semipermanente woningen. Vanuit het afsprakenkader wordt ingezet op: 1. Realistische woningbouwproductie met ambitie. Binnen het programma wordt ruimte gecreeerd om in te kunnen spelen op de behoefte uit de markt. 2. De juiste kwaliteit, Product Markt Combinaties en woonmilieus. Er wordt gestreefd naar een optimale match tussen vraag en aanbod.
2.3.10 Groenstructuurplan Groen in Goes 2014- 2024 In het Groenstructuurplan (vastgesteld 18 december 2014) wordt de gemeentelijke visie op het openbaar groen beschreven. Er wordt gestreefd naar robuust en duurzaam groen, waarmee de hoofdgroenstructuren behouden blijven en versterkt worden. De juiste boom op de juiste plek is van belang, zodat deze kunnen uitgroeien tot volwassen exemplaren. Hiermee wordt gestreefd naar het waarborgen en verhogen van de kwaliteit van de groene leefomgeving. Het Stadspark de Veste is onderdeel van de hoofdgroenstructuur. De hoofdgroenstructuur van Goes vormt de drager van het openbaar groen in Goes. Het gaat daarbij om groene gebieden die waardevol zijn voor de stad, zoals onder andere stadsparken, waterpartijen gelegen in stadsparken, laanbeplantingen, groene verbindingen, monumentale bomen, etc.
Hoofdstuk 2
26
Afbeelding 2.4: Uitsnede kaart Hoofdgroenstructuur van Goes
Stadsparken Stadsparken zijn parken van formaat en hebben een functie voor de gehele stad en in een aantal gevallen ook voor de regio. Goes heeft vijf stadsparken, waaronder Stadspark de Veste, en één sportpark. Deze gebieden behoren tot de hoofdgroenstructuur. Stadspark de Veste is het historisch park in het centrum van de stad. Het groen rondom de Veste van Goes: de Oostsingel en de Westsingel, Westwal en Westerstraat. Begin 1900 aangelegd naar een ontwerp van landschapsarchitect L.A. Springer. Oorspronkelijk een ontwerp in de Engelse landschapsstijl met hoogteverschillen en glooiende padenstructuur. Belangrijke kenmerken zijn de variëteit in open en gesloten ruimtes waardoor de ruimtelijke beleving sterk wisselt. Daarbij is er veel variatie in de keuze van boomsoorten en heesterbeplanting. Groen in het centrum Karakteristiek voor het centrum van Goes is het stadspark “de Veste”, aan de randen van de binnenstad. De groene wallen met de singels vormen een waardevol wandel- en verblijfsgebied. In het oude stadscentrum is openbaar groen schaars. De platanen op de Grote Markt behoren tot de hoofdgroenstructuur. De stadshaven is van belang voor de structuur van de binnenstad. De groene zone tussen de Zaagmolenstraat en de Ringbaan-West maakt, samen met de laanbeplanting van de Ringbaan, deel uit van de hoofdgroenstructuur.
De belangrijkste groene accenten zijn het park aan de ‘s-Heer Hendrikskinderenstraat, de tuin van het Parkhof “Prins van Oranje” aan de Westwal/Brouwersgang en het groen rond het Bastion. In de historische, smalle straten en stegen van het gebied rond de Nieuwstraat is weinig plaats voor groen. De pleinen hebben, met slechts een enkele boom, een stenig karakter. Op enkele (binnen)plaatsen is openbaar groen aanwezig. In de nieuwere woonwijk rond de M. Smallegangesbuurt is het groen wel in het straatbeeld aanwezig. De uitvoering van het Masterplan Binnenstad heeft de openbare ruimte in de binnenstad aanzienlijk verbeterd. In het centrum vinden we een aantal groene pareltjes: mooie groene plekjes zoals o.a. Manhuistuin, Rimmelandplein, museumtuin, e.a.
Hoofdstuk 2
27
2.3.11 Welstandsnota Het welstandsbeleid van de gemeente Goes is verwoord in de "Welstandsnota Goes" (september 2016). Het belangrijkste doel van het welstandsbeleid is het vormen van een toetsingskader voor welstand, waarmee de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten behouden en versterkt kunnen worden. Hiervoor zijn een aantal beoordelingskaders opgesteld, waaronder enkele van gebiedsgerichte aard. Deze dienen altijd in samenhang met de gehele gebiedsomschrijving van het desbetreffende deelgebied waarop de bouwaanvraag van toepassing is te worden gehanteerd. Het plangebied valt hoofdzakelijk onder het gebiedstype ‘Beschermde gezichten’. Doorwerking plangebied Voorliggend bestemmingsplan heeft een conserverend karakter. In het kader van de vergunningverlening van bouwplannen wordt getoetst aan de welstandscriteria.