CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 05. Beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Buitengebied

Oordeelsvormende raad 13 april 2023, gemeente GoesBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied5.366 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Antwoordnota ontwerpbestemmingsplan Beantwoording van de ingediende zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied” dat van 20 oktober tot en met 30 november 2022 zes weken ter inzage heeft gelegen. Zienswijzen Over het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied” zijn de volgende 8 zienswijzen binnengekomen. Deze zijn afkomstig van: 1. DLV advies namens het Biologisch Bedrijf Blok aan de Noord Kraaijertsedijk 2 te ’s-Heer Arendskerke, ingediend op 29-11-2022; 2. ZMF en Vos & Vennoten advocaten namens de Vereniging Zeeuwse Milieufederatie te Middelburg mbt ’s-Heer Hendrikskinderendijk 149 te Goes, ingediend op 29-11-2022; 3. Watersportvereniging Wolphaartsdijk te Zandkreekweg 4a in Wolphaartsdijk, ingediend op 30-11-2022; 4. Particulier, ingediend op 30-11-2022; 5. Viking Beheer B.V. mede namens Zeilschool De Viking B.V., Oesterhaven B.V. en particulier, ingediend op 30-11-2022; 6. Elly Brouwer Agrarisch advies namens Schenge Organics te Overhofweg 1 in Wolphaartsdijk, ingediend op 24-11-2022; 7. ZLTO Afdeling Goes, ingediend op 30-11-2022; 8. Landbouwbedrijf van ’t Westeinde, ingediend op 31-10-2022.

1. DLV advies Samenvatting Indiener wijst erop dat een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor kleine windmolens bij het eigen bedrijf en de opname van de herinrichting en vergroting van het bouwvlak ontbreekt. Op 17 oktober jl. hebben cliënten een principeverzoek ingediend voor een bouwblokaanpassing. Zij wensen het Biologisch Bedrijf Blok verder gereed te maken voor de toekomst. Daarom is het nodig om de leefomstandigheden van de kippen nog verder te verbeteren. Om deze verbetering mogelijk te maken, zijn cliënten voornemens om de bestaande oude stal te slopen en te vervangen door twee ruimere en modernere dierverblijven. Hierbij zal in de binnenhuisvesting plaats zijn voor 6 leghennen per vierkante meter en zeker 4 m2 ruimte per kip beschikbaar in de uitloop. Daarnaast worden de dierenverblijven dus aangevuld met een vrije uitloopruimte van maar liefst 12 hectare oppervlakte. Biologisch Bedrijf Blok kan aan de voorwaarden voor een uitbreiding van het bouwblok voldoen. Dit is ook reeds uitvoerig besproken in het principeverzoek. Een belangrijk onderdeel van de duurzame toekomst voor Biologisch Bedrijf Blok is het creëren van de mogelijkheid tot opwekking van energie voor eigen gebruik. Daarmee maken zij de bedrijfsvoering steeds meer zelfvoorzienend.

Ten eerste missen cliënten onder de bestemming ‘Agrarisch’ een flexibiliteitsbepaling voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een kleine windmolen bij het eigen bedrijf; cliënten hebben hier belang bij. Gezien de recentelijk aangenomen motie van de gemeenteraad van Goes om met een beleidskader de plaatsing van kleine windmolens op het boerenerf te ondersteunen, is dit een goed moment om dit duurzaam vast te leggen in het nieuwe bestemmingsplan. 1

Een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid waarbij onder voorwaarden een kleine windmolen bij een agrarisch bedrijf kan worden toegestaan, past in procedurele zwaarte bij de licht ingrijpende aard van een kleine windmolen. Het ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage ligt, vraagt om een uitgebreide procedure voor de realisatie van een kleine windmolen. Dat is niet proportioneel. Het spreekt ook de aangenomen motie tegen. Het zou immers een zeer kostbaar en langdurig traject zijn om een kleine windmolen vergund te krijgen. Dit terwijl met de opwekking van eigen energie juist wordt bijgedragen aan de opgaven van de regio en de doelstellingen van de gemeente Goes, qua vraag naar energie. Biologisch Bedrijf Blok heeft met het principeverzoek van 17 oktober jl. een concreet en haalbaar voornemen aan het college voorgelegd. In dat principeverzoek is een nieuwe vorm aan het bouwblok aangeduid. Met dit ingediende principeverzoek is er een concreet initiatief. Daarom verzoeken cliënten om de nieuwe bouwblokvorm reeds in het nieuwe bestemmingsplan mee te nemen. In het huidige ontwerp zou het bestaande bouwblok één op één worden overgenomen. Door alvast met de voorgenomen ontwikkeling rekening te houden bij het uiteindelijke bestemmingsplan wordt een aanzienlijke tijdsbesparing mogelijk gemaakt. Concluderend willen cliënten daarom twee punten voordragen in deze zienswijze.

Zo is het passend en zeer gewenst dat een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid wordt toegevoegd aan de bestemming ‘Agrarisch’, waarmee middels de reguliere procedure een kleine windmolen gerealiseerd kan worden bij een boerenerf. De reguliere procedure is in zwaarte en doorlooptijd passend voor deze ontwikkeling. Daarnaast zien cliënten graag het toekomstige bouwblok reeds toegepast in het bestemmingsplan. Het plan is voldoende concreet en haalbaar en is al ter beoordeling ingezonden. Daarom is het een goede uitwerking, waarmee dubbel werk voorkomen wordt. Beantwoording Principeverzoek: Uitgangspunt van het nieuwe beheersmatige bestemmingsplan is dat bestaande rechten worden gerespecteerd en geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Wij achten het niet wenselijk dat grootschalige ontwikkelingen via een beheersmatige bestemmingsplanherziening worden toegelaten. De vergroting van een bouwvlak zien wij als een grootschalige ontwikkeling. De status van dit principeverzoek is bovendien nog niet ver genoeg gevorderd om de gewenste aanpassingen toe te voegen aan dit bestemmingsplan. Het initiatief dient een eigen planologisch traject te doorlopen. Ons is overigens opgevallen dat de als “Water” bestemde waterloop direct ten oosten van het bedrijf al zeker vijftien jaar geleden is verlegd.

De nieuwe ligging van de waterloop zal worden opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan. Windmolens: De gemeenteraad heeft op 10 november 2022 een motie aangenomen om kleine windmolens in het buitengebied toe te staan. De suggestie om een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid toe te voegen voor windmolens tot 20m hoogte past dan ook bij de wens om ondernemers de mogelijkheid te geven op een duurzame manier energie op te wekken voor eigen gebruik. Dit zal toegevoegd worden aan het bestemmingsplan Buitengebied. 2. ZMF Samenvatting De uitbreiding van deze melkveehouderij is één van de plannen die in het voorliggende ontwerpbestemmingsplan wordt meegenomen. De procedures van deze uitbreiding zijn nog niet 2

afgerond. Vanwege o.a. stikstofuitstoot ontvingen we bij de ZMf veel vragen en opmerkingen van bewoners in de omgeving en van onze achterban. Het project heeft grote effecten op de natuur en de gezondheid van omwonenden. Daarom heeft ZMf een beroep ingesteld tegen het besluit van het College van B en W van Goes tot vaststelling van het wijzigingsplan ’s-Heer Hendrikskinderendijk 149 te Goes. Moet het wijzigingsplan daarom worden meegenomen in een ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied’? Wat zijn de gevolgen voor het voorliggende ontwerpbestemmingsplan als de rechter beslist dit plan niet in werking te laten treden? Een aparte planprocedure lijkt ons hier op z’n plaats. Vos & Vennoten advocaten namens ZMf: In het ontwerpplan is ook de veehouderij aan de ’s-Heer Hendrikskinderendijk 149 te Goes opgenomen. Voor deze locatie is eerder een wijzigingsplan vastgesteld. Uit het ontwerpplan maakt de ZMf op dat het wijzigingsplan daarin is verwerkt. De ZMf voert echter aan dat er een beroepsprocedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State loopt tegen het wijzigingsplan. Verder heeft de ZMf een verzoek om voorlopige voorziening tegen dit wijzigingsplan ingediend, zodat het thans nog niet in werking is. Gezien het voorgaande verzoekt de ZMf uw raad de locatie uit het (ontwerp)plan Buitengebied te halen.

Het ligt niet in de rede deze locatie in het onderhavige plan mee te nemen, nu het wijzigingsplan dat eerder is vastgesteld nog niet onherroepelijk is. Mocht het bovenstaande al geen aanleiding zijn om het ontwerpplan gewijzigd vast te stellen, dan wijst de ZMf subsidiair op het volgende. In het wijzigingsplan voor de ’s-Heer Hendrikskinderendijk 149 is, hoewel beperkt, toch een aantal planregels opgenomen ter bescherming van het landschap en/of andere waarden. Zie art. 4 lid 4.1 onder a van de planregels, waarin is bepaald dat bij de ’s-Heer Hendrikskinderendijk 149 te Goes (sic) ‘gebruik overeenkomstig met de bestemmingsomschrijving is toegestaan, mits de landschappelijke inpassing, uiterlijk binnen 1 jaar na het in werking treden van het wijzigingsplan is gerealiseerd; de landschappelijke inpassing dient na realisatie duurzaam te worden beheerd en in stand te worden gehouden’. Die voorwaarde is in het ontwerpplan Buitengebied niet teruggekeerd, zodat er in het ontwerpplan geen, althans onvoldoende waarborgen gelden voor de bescherming van de landschappelijke waarden. Beantwoording Wegens de beroepsprocedure die nu loopt tegen het wijzigingsplan op deze locatie, zal het vergrote bouwvlak dat met het wijzigingsplan mogelijk is gemaakt, niet in het nieuwe bestemmingsplan worden opgenomen. 3.

Watersportvereniging Wolphaartsdijk Samenvatting Allereerst willen wij opmerken het positief te vinden dat de ingediende zienswijze van ons constructief is opgepakt en heeft geleid tot wijzigingen. Wel blijven wij het merkwaardig vinden dat dit bestemmingsplan ook ten aanzien van het jachthavengebied in Wolphaartsdijk in procedure is gebracht, terwijl de belanghebbenden bij dit gebied met elkaar in een mediationtraject participeren om de ontwikkelingsrichting van het gebied te bepalen waarvoor daarna vermoedelijk weer een nieuwe planwijziging noodzakelijk is. De onderhavige procedure leidt ten aanzien van het jachthavengebied alleen maar tot meer wantrouwen tussen partijen. De redenering van de nieuwe Omgevingswet kunnen wij niet volgen, omdat deze is uitgesteld tot in ieder geval de zomer volgend jaar en dit waarschijnlijk nog verder wordt uitgesteld. 3

Als we dan nu naar de inhoud van ontwerpbestemmingsplan kijken dan kunnen we ons hier in beginsel in vinden. Wel vermoeden wij dat er per ongeluk een fout is geslopen in de planregels. Het plan kent een artikel 12 dat ziet op de bestemming 'recreatie — dagrecreatie' en een artikel 13 dat ziet op de bestemming 'recreatie — verblijfsreactie'. In artikel 12.1 staat nu abusievelijk opgenomen: 'De voor "Recreatieverblijfsrecreatie" aangewezen gronden zijn bestemd voor (.. ) Dit is naar onze mening onjuist Hier moet staan: "De voor "Recreatie - Dagrecreatie aangewezen gronden zijn bestemd voor: (…)" Als dit niet wordt aangepast dan zou dit de facto betekenen dat de gronden met de bestemming "Recreatie - Dagrecreatie” niet bestemd zijn. Dit lijkt ons niet de bedoeling. Beantwoording Aparte procedure: De aard van dit bestemmingsplan is om de huidige, bestaande situatie en de bijbehorende regels vast te leggen. Het mediationtraject over de ontwikkelingsrichting dat loopt bij de verschillende stakeholders, eigenaars en gebruikers van dit gebied staat los van de wens om bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet, die is voorzien op 1 juli 2023, te beschikken over een actueel bestemmingsplan voor het buitengebied. Mocht het mediationtraject resulteren in een planwijziging, dan kent die planwijziging een eigen traject.

Wij achten het niet wenselijk dat nieuwe ontwikkelingen in een beheersmatige bestemmingsplanherziening worden meegenomen. Planregels: Er zit inderdaad een fout in de verwijzingen bij dit artikel. Dit zal aangepast worden bij de vaststelling van het bestemmingsplan. 4. Particulier Samenvatting Veerweg 44, 65 en 71a Op basis van het vorige bestemmingsplan was het mogelijk om onder voorwaarden bij ieder bedrijf in het buitengebied een bedrijfswoning te bouwen. Hierdoor hadden wij de mogelijkheid om op de 3 bovenstaande locaties een bedrijfswoning te bouwen. In het voorontwerp waren deze mogelijkheden er per ongeluk uit gehaald. Door middel van een brief zijn we op de hoogte gesteld dat dit opgelost zal worden. Echter zit er nu een ander foutje in. De bedrijfswoningen mogen alleen in het bouwvlak van de bedrijfsloodsen gebouwd worden volgens het nieuwe bestemmingsplan. De functieaanduiding bedrijfswoning is alleen te zien in de huidige loods. Dit maakt het onmogelijk om op overige ruimte van het perceel een bedrijfswoning te bouwen. Het lijkt ons onlogisch dat de bedrijfsruimte afgebroken moet worden voor de bouw van een bedrijfswoning. Als er geen bedrijf meer is, is een bedrijfswoning overbodig en wellicht ook niet meer toegestaan. Wij kunnen ons niet voorstellen dat dit de bedoeling is van het gewijzigde bestemmingsplan.

Het betreft in ons geval de volgende locaties: Veerweg 44, kadastraal nummer AE265 Veerweg 65, kadastraal nummer AE784 en AE 786 Veerweg 71a, kadastraal nummer AE780 en AE917 Op Veerweg 71a is er niet veel omliggende ruimte dus zou wonen op (een aan te brengen) zolder mogelijkerwijs wel een optie zijn. Op Veerweg 44 daarentegen geeft dit wel een hele bijzondere 4

uitwerking. De bedrijfsloods staat namelijk 60 meter van de weg af en er ligt 2.000 m2 grond voor de loods. Hier zou de bedrijfswoning prima kunnen passen, ruim voor de bedrijfsloods en mooi achter de rooilijn langs de Veerweg, geheel in lijn met alle overige bebouwing. Volgens het nieuwe bestemmingsplan zou dit niet meer mogelijk zijn, echter lijkt het alternatief ons niet wenselijk en lijdt tot het ongewenste effect (een huis 60 meter achter de andere) Graag zouden wij onze huidige mogelijkheden tot het bouwen van een bedrijfswoning behouden in het nieuwe bestemmingsplan buitengebied. Beantwoording Bedrijfswoningen: De mogelijkheden voor een bedrijfswoning in het nieuwe bestemmingsplan zijn niet anders dan de mogelijkheden voor een bedrijfswoning in het huidige bestemmingsplan. Het nieuwe bestemmingsplan heeft de situatie wel anders zichtbaar gemaakt via een aanduiding ‘bedrijfswoning’ op de verbeelding. De regels voor de bedrijfswoning zijn echter niet veranderd. Als de aanvrager de noodzaak voor een bedrijfswoning kan aantonen, is dit mogelijk gemaakt in het bouwvlak op het perceel. Ook op grond van het vigerende bestemmingsplan zijn bedrijfswoningen uitsluitend toegestaan binnen een bouwvlak. Het is niet onmogelijk om een bedrijfswoning buiten het bouwvlak te realiseren, maar alleen na het doorlopen van een planologische procedure.

Ook dan zal de noodzaak voor een bedrijfswoning aangetoond moeten worden. Effectief is er dus niks veranderd met betrekking tot de regelgeving voor bedrijfswoningen. 5. Viking B.V. Samenvatting Het huidige concept bestemmingsplan wijkt op enkele punten af van de werkelijke situatie. Hieronder zal ik deze afwijkingen kort aanstippen met verwijzing naar de bijlagen waar nodig. Op de bestemmingsplantekening is een deel van onze jachthaven ingekleurd als natuurgebied. Dit is gearceerd aangegeven in bijlage 1. Verzoek: Het op tekening als gearceerd aangegeven stuk graag ook bij de bestemming “jachthaven” toevoegen. Op de bestemmingsplantekening valt ons havenkantoor (1) deels buiten het bouwvlak. Verzoek: De noordgrens van het bouwvlak op de tekening ca. 4 meter uitbreiden in noordelijke richting zodat het hele havenkantoor binnen het bouwvlak valt. Op de bestemmingsplan tekening is ons jachthavensanitairgebouw (2) (bij nummer 684 in de bijlage 1) met de maten 11,80 m breed en 9,60m diep (inclusief luifel) niet opgenomen in een bouwvlak. Verzoek: Het bouwvlak van de 12 blokhutten uitbreiden met deze bebouwing of een eigen bouwvlak opnemen hiervoor. Op de bestemmingsplantekening is de 12e blokhut (3) op de plek die nu nog als opslag wordt gebruikt niet opgenomen in het bouwvlak van de blokhutten.

Deze is echter wel opgenomen in de BAG (nummer 3 in bijlage 2) Verzoek: Het bouwvlak van de 12 blokhutten uitbreiden met deze bebouwing of een eigen bouwvlak opnemen hiervoor. Op de bestemmingsplantekening is het zeilinstructeursverblijf (4) niet opgenomen in een bouwvlak. Deze is echter wel opgenomen in de BAG (nummer 4 in bijlage 2) en in het oude bestemmingsplan. Verzoek: Het bouwvlak hiervoor, als opgenomen in het oude bestemmingsplan, weer opnemen of het bouwvlak van het hoofdgebouw naar het zuiden doortrekken zodat dit hierin valt.

5

Naast jachthaven zijn wij sinds 1967 ook zeilschool. Hiertoe hebben wij een groepsaccommodatie met 72 bedden met daarboven twee bedrijfswoningen, (Zandkreekweg 8, 9 en 9a). Deze verblijfsaccommodatie vind ik niet terug in dit artikel. Verzoek: g. ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie – jacthaven 2”: uitsluitend een verblijfsaccommodatie, bestaande uit het hoofdgebouw en maximaal twaalf trekkershutten en jachthaven met bijbehorende voorzieningen voor opslag en stalling, overige recreatieve voorzieningen ten behoeve van de verblijfsaccommodaties en de jachthaven, algemene havenvoorzieningen ten behoeve van de zeilschool, beroeps- en pleziervaart en detailhandelsvoorzieningen ten dienste van de bestemming, alsmede twee bedrijfswoningen. Alsmede maximaal twaalf trekkershutten voor recreatief nachtverblijf. Artikel 12 lid 2 sub 2: Gebouwen Ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie – jachthaven 2”: 1. Worden de gebouwen uitsluitend gebouwd binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak; 2. Bedragen de goot- en de bouwhoogte van gebouwen respectievelijk maximaal 6 meter en 10 meter, tenzij op de verbeelding anders is aangegeven; 3. Bedraagt de afstand tussen gebouwen en de perceelsgrens minimaal 5 meter; 4. Bedraagt de inhoud van een bedrijfswoning maximaal 750 m2; 5.

Mogen achter (het verlengde van) de voorgevel van een bedrijfswoning bijbehorende bouwwerken worden gebouwd, waarvan de gezamenlijke oppervlakte maximaal 60 m2 bedraagt, de goothoogte maximaal 3,20 meter en de bouwhoogte maximaal 6 meter. Ons hoofdgebouw Zandkreekweg 8, 9 en 9a is sinds de bouw in 1967 ca. 9,5m hoog met een plat dak dus de goothoogte en de bouwhoogte zijn ca 9,5m. Verzoek: goothoogte maximeren op de bouwhoogte van 10m.

6

7

Beantwoording De hierboven benoemde verzoeken gaan over het juist verbeelden van de actuele situatie. Het uitgangspunt van het beheersmatige bestemmingsplan is om de bestaande situatie overeenkomstig te bestemmen. Om het bestemmingsplan zo accuraat mogelijk te maken, zullen deze verzoeken meegenomen worden bij de vaststelling van het bestemmingsplan. De bestaande gebouwen zullen van een bouwvlak worden voorzien en de activiteiten van de zeilschool zullen worden verwoord in de regels. Overigens is het jachthavensanitairgebouw in het ontwerpbestemmingsplan reeds voorzien van een bouwvlak.

8

6. Elly Brouwer Agrarisch Advies Samenvatting Cliënt voert op het bovenstaande adres een biologisch akkerbouw- en groenteteeltbedrijf met agrarisch loonwerk Op 16 januari 2020 heeft het college van B&W cliënt vergunning verleend voor het realiseren van een waterbassin (Z19.047239). Dit bassin is abusievelijk niet opgenomen op de verbeelding van voorliggend bestemmingsplan. Namens cliënt verzoek ik u deze omissie te herstellen. Aan de overzijde van de weg, op perceel Goes O 1326 met een oppervlakte van ruim 13,75 ha, is een Natuurbestemming opgenomen. Op het naastgelegen perceel is een Agrarische bestemming (O 971) opgenomen. De provincie Zeeland heeft in de Omgevingsvergunning deze percelen geschrapt als bestaande Natuur en heeft in reactie op het voorontwerp aangegeven dat de Natuurbestemming er daarom niet op hoeft te blijven liggen. Namens cliënt verzoek ik u hem geen onevenredige beperkingen op te leggen door de Natuurbestemming te handhaven en de bestemming te wijzigen naar Agrarisch gelijk aan het naastliggende perceel. Cliënt wenst zijn bedrijf ook in de energievoorziening verder te verduurzamen. Daarbij denkt hij aan een combinatie van zonne-energie en windenergie. Voor zonne-energie zijn mogelijkheden. Voor windenergie zijn het voorliggend bestemmingsplan geen mogelijkheden opgenomen.

Cliënt verzoekt u daarom in lijn met het beleid in dit bestemmingsplan mogelijkheden op te nemen voor kleine windmolens tot 20 m hoogte. Beantwoording Waterbassin: Het bassin is inderdaad per abuis niet opgenomen in het bestemmingsplan. Dit zal worden aangepast bij de vaststelling. Ook bij het agrarisch bedrijf aan de Bredeweg 9 te Kloetinge wordt een bestaand waterbassin toegevoegd op de verbeelding. Natuur/agrarische bestemming: Het perceel met kadastrale aanduiding O1326 wordt agrarisch gebruikt. Terecht wordt opgemerkt dat de provincie heeft aangegeven dat enkele percelen ten noorden van het Westerschenge zijn bestemd als Natuur, terwijl deze in de Omgevingsverordening zijn geschrapt als bestaande natuur. Er bestaat daarom geen aanleiding de natuurbestemming te handhaven. Bij de vaststelling wordt aan het perceel een agrarische bestemming toegekend. Windenergie: De gemeenteraad heeft op 10 november 2022 een motie aangenomen om kleine windmolens in het buitengebied toe te staan. Er zal de mogelijkheid worden gecreëerd in het bestemmingsplan om windmolens tot 20m hoogte te realiseren via een binnenplanse afwijking. Dit zal toegevoegd worden aan het bestemmingsplan Buitengebied. 7.

ZLTO Afdeling Goes Samenvatting In vergelijking met het bestemmingsplan Buitengebied uit 2010 hebben wij geconstateerd dat aan veel gebieden in het buitengebied de Waarde Archeologisch 1, 2 of 3 is toegevoegd. Onduidelijk is hoe en op grond waarvan deze toekenning tot stand is gekomen en wat de concrete betekenis/consequentie zal zijn voor het bezit en het gebruik. Wij betreuren het dat de gemeente hierover niet met ons in overleg is geweest. Dit had veel onduidelijkheid kunnen voorkomen.

9

Op de website van de gemeente Goes wordt het volgende gecommuniceerd: “Het nieuwe bestemmingsplan voor het buitengebied van gemeente Goes is een zogenaamd beheersmatig bestemmingsplan. Dit betekent dat hierin de bestaande planologische situatie in beeld is gebracht. En dat er geen sprake is van nieuwe ontwikkelingen. De bestaande planologische situatie is die zoals in de huidige bestemmingsplannen is opgenomen. Hij is aangevuld met alle wijzigingen waarvoor in de afgelopen jaren een vergunning is verleend”. Ook mondeling is ons toegezegd dat het voorliggende bestemmingsplan geen wijzigingen zou hebben t.o.v. het vorige bestemmingsplan uit 2010. Beantwoording De bestemmingen Waarde - Archeologie 1, 2 en 3 komen voort uit het huidige archeologiebeleid van de gemeente.. In het nieuwe bestemmingsplan is het huidige archeologiebeleid van de gemeente Goes opgenomen. Het is een wettelijke verplichting om archeologiebeleid te verankeren in bestemmingsplannen. Dit betekent dat, afhankelijk van het gebied, bij bodemverstoringen met een oppervlakte van meer dan 50, 250 of 500 m² of een diepte van meer dan 40 cm beneden het maaiveld archeologisch onderzoek nodig kan zijn. Het voorontwerp van het bestemmingsplan Buitengebied heeft eerder van 28 april tot en met 8 juni ter inzage gelegen. Onder meer de ZLTO is op 28 april per e-mail uitgenodigd hierop te reageren.

Helaas hebben wij van de ZLTO destijds geen reactie ontvangen. Ook geen van de bij de ZLTO aangesloten agrariërs heeft gereageerd ten aanzien van het aspect archeologie. Wij hebben daarom eerder niet de indruk gekregen dat het opnemen van de archeologische dubbelbestemmingen zou leiden tot onduidelijkheid. 8. Landbouwbedrijf van ’t Westeinde Deel 1 van dit bezwaar In dit ontwerp bestemmingsplan staat het volgende:

Artikel 31 Algemene gebruiksregels 31.1 Algemene regel Het is verboden de in de dit plan begrepen gronden, gebouwen en bouwwerken te gebruiken, te doen of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming. Tot het verboden gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. recreatieve verhuur van (delen van) woningen, anders dan als bed & breakfastaccommodatie in de vorm van een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit of in de vorm van een Nieuwe Economische Drager; b. het gebruiken, doen of laten gebruiken van gronden als uitstallings-, opslag-, stand-, of ligplaats voor kampeermiddelen, tenzij in deze regels anders is bepaald; c. kleinschalig kamperen, tenzij in deze regels anders is bepaald; d. het gebruiken, te doen of te laten gebruiken van gronden voor de exploitatie van een seksinrichting, een escortbedrijf en raam- en straatprostitutie. In het huidige bestemmingsplan staat hierover dit:

Artikel 28 Algemene gebruiksregels 28.1 Algemene regel Het is verboden de in dit plan begrepen gronden, gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde te gebruiken, te doen of laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming.

10

Tot het verboden gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden, gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de exploitatie van een seksinrichting, een escortbedrijf en raam- en straatprostitutie; b. het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden als uitstallings-, opslag-, stand-, of ligplaats voor kampeermiddelen, tenzij in deze regels anders is bepaald; c. kleinschalig kamperen, tenzij in deze regels anders is bepaald.

Dit laat zien dat de regels m.b.t. tot toeristisch verhuur sterk zijn aangescherpt. Dit blijkt ook uit een brief die verstuurd is door de gemeente Goes, die zich nog baseerde op het huidige bestemmingsplan. Daarin staat te lezen dat het bestemmingsplan geen verhindering is voor het toelaten van toeristische verhuur. Echter de gemeente Goes geeft in de brief van 13 oktober 2022 met kenmerk Z22.114926 / D22.941602 reactie op de zienswijze die was ingediend in het voorontwerp bestemmingsplan waarin ook al aan de orde is gesteld dat artikel 31.1 extra onwenselijke beperkingen oplegt aan de woningen in de Zuidvlietpolder. Reactie van de gemeente: “Verder valt niet in te zien dat de tekst uit artikel 30.1” (dit moet zijn 31.1 van het ontwerp bestemmingsplan) “van de planregels voor inspreker grote impact heeft. Hoewel deze tekst expliciet bepaalt dat recreatieve verhuur van (delen van) woningen is verboden, is recreatieve verhuur ook op basis van het vigerende bestemmingsplan “buitengebied 2010” niet toegestaan. Artikel 28.1 van de regels van dit plan bepaalt immers dat “het is verboden de in dit plan begrepen gronden, gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde te gebruiken, te doen of laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming”.

Recreatieve verhuur van voor “Wonen” of “Agrarisch” bestemde gebouwen is daarmee thans evenmin toegestaan en levert daarmee een grondslag op voor handhavend optreden, al dan niet op verzoek van een derde. Inspreker is hiervan op de hoogte aangezien hij er bij brief van 14 januari 2021 op is gewezen dat is geconstateerd dat woningen al worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf, terwijl daarvoor nooit toestemming is verleend, en hem is verzocht de bestemmingsplanvoorschriften te respecteren. Opsommend heb ik de volgende bezwaren: 1. Op basis van een eerdere brief van de gemeente aan een derde wordt duidelijk toestemming gegeven voor toeristische verhuur omdat het vigerende bestemmingsplan buitengebied 2010 daar geen beperkingen voor vormde. Zie bijlage 1 met de brief. Het antwoord van de gemeente op mijn zienswijze op het voorontwerp buitengebied 2010 staat haaks op de brief uit bijlage 1. 2. Het is onlogisch dat nu toeristische verhuur expliciet wordt verboden terwijl in het antwoord van de gemeente te lezen valt dat dit toch al het geval was in het vigerende bestemmingsplan. Wat is dan de reden dit zo expliciet te vermelden? 3. Het is van de gemeente niet netjes deze ondernemer zo lang in onzekerheid te laten over het wel of niet toestaan van recreatieve verhuur van deze woningen.

Voor de ondernemer (akkerbouwer) in de Zuidvlietpolder is dit de enige manier om de woningen, tuinen en erf te kunnen onderhouden. De woningen zijn erg oud en hebben hoge onderhoudskosten en stookkosten. Daarbij is permanente bewoning geen optie omdat de ervaring leert dat dit tot conflicten leidt met de akkerbouwactiviteiten. Leegstand is het enige alternatief als er niet toeristisch verhuurt mag worden, verloedering is het gevolg want er zal niet meer gestookt worden of onderhoud gepleegd. 11

Deel 2 van dit bezwaar Dit bezwaar gaat over de bestemmingsplanwijziging van kanohaven de Piet en heeft betrekking op het eerste artikel van de grondwet. “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.“ De kern van het probleem is in dit geval dat het plan van de kanohaven: buitendijkse verblijfsrecreatie aan het veerse meer wél mogelijk wordt gemaakt en argumenten die zijn opgevoerd tegen de buitendijkse ecolodges in de Zuidvlietpolder daar ineens niet meer gelden, terwijl uitgaande van de inhoud van deze argumenten deze in beide gevallen zouden moeten gelden. Bovenstaand plaatje is van het vigerende bestemmingsplan buitengebied 2010. Het blauwe gebied aangeduid met het rode vlaggetje heeft de functieaanduiding “Haven” en enkelbestemming “water”. Bovenstaand plaatje heeft betrekking op het ontwerp bestemmingsplan buitengebied 2010 waarop deze zienswijze wordt ingediend. Nu heeft het gebied enkelbestemming recreatie – Dagrecreatie en functieaanduiding specifieke vorm van recreatie – buitensportcentrum. Ik heb de volgende bezwaren en vragen: 1. In eerste instantie ben ik belanghebbende omdat dit plan op diverse vlakken concurrerend is met mijn plannen en bedrijfsactiviteiten.

Zoals in meerdere beleidstukken is aangehaald wordt er een afweging gemaakt tussen recreatie en natuur, hierdoor is een gelimiteerde hoeveelheid recreatie mogelijk, en als deze wordt ingevuld op locatie A dan kan het gevolg zijn dat het daardoor niet meer mogelijk is op locatie B. 2. Welke procedure is gevolgd om deze bestemmingsplanwijziging door te voeren? Op basis van welke wet en regelgeving is die procedure gevolgd? 3. Op basis van welke regelgeving is deze bestemmingsplanwijziging goedgekeurd? 4. Wie heeft deze bestemmingsplanwijziging goedgekeurd? 5. Deze bestemmingsplanwijziging is in strijd met de Veerse Meer visie op meerdere punten. Onder andere is in deze visie is vastgesteld dat er geen openbaar gebied onttrokken mag worden voor andere doeleinden, zeker niet als het gaat om de kuststrook. Dat is wel wat hier gebeurd. Er staat al een hek om het gebied en binnen in het gebied staan glamping tenten. 6. Het plan van de buitendijks gelegen ecolodges van ondergetekende is door de Veerse Meer visie geblokkeerd omdat er geen ontwikkelen meer worden toegestaan op buitendijkse gronden. Hoe is het dan toch mogelijk dat deze ontwikkeling hier wordt gerealiseerd, buitendijks direct naast een natura2000 gebied? Begrijpt u dat dit voor deze ondernemer erg oneerlijk is? 7.

Hoe is het mogelijk dat deze ondernemer zonder enige burgerparticipatie deze bestemmingsplanwijziging krijgt toegewezen? Ondergetekende heeft meerdere burgerparticipaties gehouden zonder dat er een bestemmingsplanprocedure is opgestart. Dat was nagenoeg een volkstribunaal. Het is meten met 2 maten. 8. Ik heb over deze kwestie met meerdere medewerkers van de Gemeente Goes gesproken en wordt mij medegedeeld dat deze situatie ander is dan bij mij omdat hier al een ondernemer is met een recreatiebestemming. Wat er eigenlijk gezegd wordt is: Jij hebt nog niks dus je krijgt niks. Dat is niet alleen tegen-natuurlijk maar er zijn ook helemaal geen regels of wetten die dat op deze manier bepalen. Desalniettemin wil ik de gemeente vragen welke wetten en regels (verwijzend naar de juiste 12

artikels) deze bestemmingsplanwijziging mogelijk hebben gemaakt en waarom algemene visies en regels zoals de Veerse Meer visie en burgerparticipatie niet voor deze ondernemer lijken te gelden. Beantwoording Bezwaar 1: De brief die vermeld wordt in de zienswijze benoemt de mogelijkheid tot recreatieve bewoning. Recreatieve bewoning houdt in dat iemand een tweede woning kan hebben op de daarvoor bestemde locaties, maar er niet permanent hoeft te wonen. Dit is ook wel bekend als een vakantiewoning. Recreatieve bewoning is niet hetzelfde als recreatieve verhuur, waarin de woning wordt verhuurd aan derden voor recreatief gebruik. Om dit mogelijk te maken op een locatie is een omgevingsvergunning nodig. Juist omdat er kennelijk enige onduidelijkheid bestaat over de gebruiksmogelijkheden van woningen is recreatieve verhuur expliciet verboden in de algemene gebruiksregels. Betrokkene heeft inmiddels een omgevingsvergunning aangevraagd voor het recreatief verhuren van beide woningen in de Zuidvlietpolder. Op deze aanvraag is nog geen beslissing genomen. Bezwaar 2: Het doel van dit nieuwe bestemmingsplan is om de huidige, bestaande, situatie vast te leggen en te actualiseren, onder meer door alle wijzigingen op te nemen waarvoor in de afgelopen jaren vergunning is verleend. De aard van dit bestemmingsplan is dan ook dat er geen nieuwe rechten worden toegevoegd aan bestaande locaties.

De locatie die de indiener hierboven beschrijft is al vele jaren in gebruik als buitensportcentrum en beschikt sinds 2017 over een omgevingsvergunning waarmee een beperkt aantal tenten ten behoeve van groepskamperen is toegestaan. Daar komt bij dat het gebied in het vigerende bestemmingsplan ten onrechte geheel als Water is bestemd, terwijl slechts een deel ervan bestaat uit water en het overige deel van oudsher voor dagrecreatie wordt gebruikt. De bestaande situatie, die dateert van ruimschoots vóór de vaststelling van de Gebiedsvisie Veerse Meer, is overeenkomstig bestemd in het nieuwe bestemmingsplan. Samenvatting De zienswijzen leiden tot de volgende aanpassingen: 1. De mogelijkheid windmolens tot 20 meter hoogte te realiseren via een binnenplanse afwijking binnen de bestemming “Agrarisch” wordt toegevoegd aan de planregels; 2. De gewijzigde ligging van de waterloop ten oosten van het agrarisch bedrijf aan de Noord Kraaijertsedijk 2 te ’s-Heer Arendskerke wordt opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan; 3. Voor de locatie ’s-Heer Hendrikskinderendijk 149 te Goes wordt het vergrote bouwvlak dat met het wijzigingsplan mogelijk is gemaakt, niet in het nieuwe bestemmingsplan opgenomen; 4. De planregels in artikel 12.1 worden aangepast naar: "De voor "Recreatie - Dagrecreatie aangewezen gronden zijn bestemd voor: (…)"; 5.

Aan het deel van het perceel met kadastrale aanduiding AC630 dat is bestemd voor “Natuur” wordt overeenkomstig de bestaande situatie een bestemming “Recreatie – Dagrecreatie” met aanduiding “specifieke vorm van recreatie - jachthaven 2” toegekend; 6. Ter plaatse van Zandkreekweg 8 en 9 te Wolphaartsdijk worden het havenkantoor, de twaalfde blokhut en het zeilinstructeursverblijf alsnog voorzien van een bouwvlak op de verbeelding van het bestemmingsplan en worden aan het bouwvlak van het hoofdgebouw een goot- en bouwhoogtemaat toegekend overeenkomstig de bestaande situatie, alsmede de mogelijkheid voor twee bedrijfswoningen;

13

7. In artikel 12.1 sub g worden ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie – jachthaven 2” de activiteiten van de zeilschool benoemd; 8. Het waterbassin ten oosten van het agrarisch bedrijf aan de Overhofweg 1 te Wolphaartsdijk zal door middel van een specifieke aanduiding worden toegevoegd aan de verbeelding en de planregels van het bestemmingsplan. Datzelfde geldt voor het waterbassin bij het agrarisch bedrijf aan de Bredeweg 9 te Kloetinge. 9. Aan het perceel met kadastrale aanduiding O1326 wordt een bestemming “Agrarisch” toegekend. Voor het overige leiden de zienswijzen niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Ambtshalve wijziging Een informele opmerking van de provincie Zeeland over het bestemmen van bestaande natuur overeenkomstig de Omgevingsverordening Zeeland leidt nog tot de volgende aanpassing: 1. Aan een deel van het perceel met kadastrale aanduiding AC230 wordt een bestemming “Natuur” toegekend.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12584640/1