Agendapunt 04. Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027
Tekst van het document
Gemeente Goes
21 december 2023
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027
Opdrachtgever Gemeente Goes Victor de Vries v.de.vries@goes.nl
Projectnummer: 100180 21 december 2023 Status: Definitief Deze rapportage betreft een eindrapportage waarin stap 3 van het uitvoeringsprogramma verwoord is. De tussenrapportages stap 1 en 2 worden samengevat in deze rapportage, evenals de resultaten van de onderzoeksrapportages per gebouw.
Auteurs I.
N. (Nick) Kerckhaert kerckhaert@marsaki.nl
II.
P. (Patrick) Harting harting@marsaki.nl
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 1/ 56
Inhoudsopgave H.1
Inleiding ................................................................................................................................. 3
1.1.
Stap 1: Doelstelling bepalen ............................................................................................. 4
1.2.
Stap 2: Slimme selectie..................................................................................................... 7
H.2
Samenvatting stap 3a ........................................................................................................... 8
2.1.
Energielabels..................................................................................................................... 9
2.2.
Jaarlijkse CO2-uitstoot in kg ............................................................................................ 12
2.3.
Investeringsraming .......................................................................................................... 19
2.4.
Energiebesparing per jaar in € ........................................................................................ 20
2.5.
Terugverdientijden .......................................................................................................... 21
2.6.
Circulaire en klimaatadaptieve maatregelen................................................................... 22
2.7.
Kostenindicatie nieuwbouw ............................................................................................. 26
H.3
Stap 3b: Planvorming.......................................................................................................... 27
3.1.
Prioritering binnen het Uitvoeringsprogramma ............................................................... 28
3.2.
Vastgoedbeleid................................................................................................................ 29
3.3.
Behalen doelstelling CO2-reductie .................................................................................. 31
3.4.
Kostenefficiëntie: € per kg CO2-reductie ......................................................................... 32
3.5.
Investeringsramingen vs. beschikbare budget ............................................................... 33
3.6.
Transitievisie Warmte...................................................................................................... 33
H.4
Split-Shared Incentive ......................................................................................................... 34
4.1.
Definitie en Werking ........................................................................................................ 34
4.2.
Voordelen ........................................................................................................................ 34
4.3.
Uitdagingen ..................................................................................................................... 35
4.4.
Conclusie......................................................................................................................... 36
H.5
Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) .................................. 37
H.6
Salderingsregeling en Energieopslag ................................................................................. 41
6.1.
Salderingsregeling .......................................................................................................... 41
6.2.
Energieopslag en voordelen ........................................................................................... 41
6.3.
Netcongestie en overwegingen omtrent energieopslag ................................................. 42
6.4.
Beheersmaatregelen inzake beperking energieopslag .................................................. 43
6.5.
Uitgangspunten salderingsregeling................................................................................. 43
H.7
Flora en Fauna .................................................................................................................... 45
H.8
Monitoring & Gedragsbeïnvloeding .................................................................................... 47
8.1.
Monitoring........................................................................................................................ 47
8.2.
Gedragsbeïnvloeding ...................................................................................................... 47
8.3.
Technologie ..................................................................................................................... 48
H.9
Conclusie & advies ............................................................................................................. 49
Bijlage 1 – Uitkomsten adviesrapporten per gebouw .................................................................... 54 Bijlage 2 – Verbruik en CO2-uitstoot per energie-deel ................................................................... 55
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 2/ 56
H.1
Inleiding
De Gemeente Goes heeft het voornemen om het gemeentelijk vastgoed te verduurzamen. De doelstelling van de Gemeente Goes is het beperken van de jaarlijkse CO2-uitstoot van het gemeentelijk vastgoed in 2030 met 60% ten opzichte van 1990 (tussendoelstelling) en in 2035 met 95% ten opzichte van 1990 (streefeinddoelstelling). De Gemeente Goes loopt daarmee voorop in de landelijke ontwikkelingen op dit vlak. Om deze doelstelling te realiseren heeft de gemeente Goes Marsaki opdracht gegeven om een uitvoeringsprogramma op te stellen. Deze rapportage is het sluitstuk van deze opdracht, die bestaat uit drie stappen. De laatste stap is daarbij opgedeeld in twee onderdelen: Stap 1: Doelstelling bepalen Stap 2: Slimme selectie Stap 3a: Gesprekken, onderzoek en varianten (per gebouw) Stap 3b: Planvorming Deze rapportage betreft een bundeling van de resultaten van de onderzoeken per gebouw (samenvatting stap 3a) en de daaruit volgende planvorming (stap 3b). Hieronder volgt een korte samenvatting van stap 1 en 2.
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 3/ 56
1.1. Stap 1: Doelstelling bepalen De doelstelling1 voor het uitvoeringsprogramma is in stap 1 vastgesteld op het verminderen van de CO2-uitstoot van het gemeentelijk vastgoed met 1.096.481 kg + 328.944 kg = 1.425.426 kg in 2027. Zie ook onderstaande grafiek. De grafiek laat de buffer van 30%2 extra zien (reeds verwerkt in de stippellijn) en alle cijfers zijn reeds inclusief een correctie van 7,67%3 voor energieverbruik dat nog niet in beeld was. Zie ook figuur 2 onderaan de paragraaf voor een overzicht van uitstoot en reductie.
Figuur 1 - Staafdiagram CO2-reductie uitvoeringsprogramma Gemeente Goes
Bovenstaande cijfers zijn bepaald aan de hand van de volgende stappen: 1. Er is door de Gemeente Goes een inventarisatieoverzicht gemaakt met daarin o.a. de energieverbruiken van al het gemeentelijk vastgoed (voor zover beschikbaar) in de periode 2017-2020. Hiermee is de CO2-uitstoot in deze periode jaarlijks bepaald. Voor de niet bekende verbruiksgegevens is een correctiefactor berekend en toegepast van 7,67%. De
1
De doelstelling is exclusief de CO2-uitstoot voor het vervangen van bouwmaterialen.
2 Om er zeker van te zijn dat de route naar 95% reductie in 2035 ook daadwerkelijk wordt gehaald en onvoorziene zaken kunnen
worden opgevangen, wordt rekening gehouden met een risicofactor van 30%. Dat betekent dat 30% meer CO 2-reductie in kaart is gebracht. 3 Een correctiefactor voor de panden waarvan de CO uitstoot niet bekend is, omdat voor die gebouwen op dat moment de 2 energiefacturen niet beschikbaar konden worden gesteld. De correctiefactor is berekend op 7,67%.
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 4/ 56
CO2-uitstoot in 2017 bedroeg op basis van deze gegevens, incl. correctiefactor van 7,67%: 3.425.425 kg en in 2020 was dat 3.072.327 kg. De CO2-reductie gedurende deze periode bedraagt daardoor 353.098 kg. 2. Vervolgens moest een historische jaarlijkse CO2-reductie worden bepaald, om zo terug te kunnen rekenen naar het jaar 1990 en te kunnen inschatten wat de CO2-uitstoot in dat jaar ongeveer geweest moet zijn. Dit is gedaan aan de hand van een landelijk gemiddelde reductie van 17% tussen 1990 en 2017. De uitstoot in 1990 kon daardoor worden berekend op 4.127.017 kg. De CO2-reductie tussen 1990 en 2017 bedraagt daardoor 701.593 kg. 3. Toen eenmaal de CO2-uitstoot in het jaar 1990 berekend was, konden de netto doelstellingen worden vastgesteld: een tussendoelstelling van 60% reductie in 2030 en een streefdoelstelling van 95% reductie in 2035. Op basis van deze doelstellingen dient de CO2-uitstoot in 2030 teruggebracht te zijn tot 1.650.807 kg en in 2035 tot 206.351 kg 4. Op
basis
van
de
voorgaande
stappen
is de
doelstelling
van
het
vierjarig
uitvoeringsprogramma 2024-2027 te bepalen door te interpoleren. Hierbij is het einddoel in 2035 als richtpunt genomen. Om dat einddoel te halen dient de CO2-uitstoot in 2027 te zijn teruggedrongen tot netto 1.960.721 kg. Daarmee komt de te behalen CO2-reductie op 1.096.481 kg ten opzichte van 2022. 5. Om onvoorziene zaken in de voorbereidende en uitvoerende fase, en onzekerheden of afwijkingen in de rekenmethode op te kunnen vangen is gekozen voor een buffer van 30% op de hiervoor genoemde reductie. De te behalen CO2-reductie voor de periode 2024 t/m 2027 bedraagt daardoor bruto 1.425.426 kg (=1.096.481 x 1,3) ten opzichte van 2022. Belangrijke aandachtspunten bij bovenstaande: •
De totale CO2-uitstoot in 1990 (en daarmee de doelstelling) is bepaald inclusief de gebouwen die uiteindelijk niet in de slimme selectie zijn beland in stap 2. De doelstelling is dus bepaald over alle relevante gemeentelijke gebouwen die jaarlijks CO2 uitstoten, terwijl dit uitvoeringsprogramma alleen reductie van CO2-uitstoot kan realiseren op de 24 gebouwen die in de Slimme Selectie terecht zijn gekomen.
•
Omdat de totale jaarlijkse CO2-uitstoot en daarmee de doelstelling is bepaald op basis van daadwerkelijke
verbruiken
van
de
gebouwen,
is
daarmee
direct
ook
niet
gebouwgebonden verbruik4 opgenomen in de doelstelling. De CO2-reducties benoemd in de hoofdstukken 2 en 3 hebben echter alleen invloed op de gebouwgebonden verbruiken aangezien energiebesparingen op niet-gebouwgebonden verbruik niet kunnen worden berekend met de energieprestatie-software Uniec3. Bovendien valt niet gebouwgebonden energieverbruik buiten de scope van de gehanteerde NTA8800 rekenmethodiek.
4 Zie par. 2.1 voor een toelichting over niet-gebouwgebonden energieverbruik
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 5/ 56
•
De tussendoelstelling 60% CO2-reductie in 2030 betreft een maximale uitstoot van 1.650.807 kg. Met het reductietempo om de streefeinddoelstelling van 95% CO2-reductie in 2035 te behalen wordt de tussendoelstelling naar verwachting in 2030 ook behaald.
•
De naar verwachting autonome CO2-reductie in 2023 is nog niet verwerkt, omdat deze energieverbruiksgegevens nog niet bekend zijn.
•
Indien de energie-mix van elektriciteit in Nederland veranderd, veranderd de CO2-uitstoot in kg per kWh mee. Het ligt in de lijn der verwachting dat er meer hernieuwbare energie in de mix komt, waardoor de CO2-uitstoot in kg per kWh voor elektriciteit in de toekomst zal dalen. Dit betekent dat de CO2-uitstoten zoals nu berekend in scenario 3, in de toekomst waarschijnlijk lager zullen worden. Dat brengt het behalen van de doelstelling dichterbij naarmate de tijd vordert en de verduurzamingsplannen de energievraag van de gebouwen meer richting elektriciteit stuwt en er steeds minder (en uiteindelijk geen) gas meer nodig is.
Figuur 2 - CO2-uitstoot en reductie voor specifieke jaren
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 6/ 56
1.2. Stap 2: Slimme selectie In deze stap is vanuit de initiële gebouwenlijst een selectie gemaakt van uiteindelijk 25 gebouwen die onderdeel uitmaken van de slimme selectie. Deze selectie is gemaakt in samenwerking met de Gemeente Goes aan de hand van twee workshops en op basis van een groot aantal factoren. Belangrijkste zijn de procentuele bijdrage aan de CO2-uitstoot, de hoogte van het energiegebruik (zowel in absolute zin als per m2 vloeroppervlak), de investeringen in onderhoud en de ingeschatte kansen op de aspecten opwek, casco (bouwkundig) en installaties vanuit de Quickscan. Het eindresultaat is onderstaande selectie van gebouwen. Deze selectie is tussentijds uitgebreid met Wijkgebouw de Westkant (Evertsenstraat 15, Goes) en twee gebouwen op de lijst (school met aangrenzende gymzaal) zijn samengevoegd tot één gebouw. Dit betreft Brede School Goese Polder aan de Johnsonlaan aangezien dit in de praktijk ook één gebouw is. Het totaal blijft daarmee op 25 gebouwen staan. #
Naam
Functie
Adres
Plaats
1
Omnium
Sportaccommodatie
Zwembadweg 3-5
2
Stadskantoor
M.A. de Ruijterlaan 2
Goes Goes
3
Parkeergarage
Westwal 35
Goes
4
Brede School
Gymzaal/School
Johnsonlaan 54 e.a.
Goes
5
De Mythe
Theater
Bleekveld 1
Goes
Brandweerkazerne
Oranjeweg 100
Goes
7
De Westkant5
Wijkgebouw
Evertsenstraat 15
Goes
8
’t Beest
Poppodium
Beestenmarkt 3
Goes
Gymzaal
Oostkerkestraat 24
Wolphaartsdijk
6
9 10
’t Trefpunt
Dagbesteding
Joannaplantsoen 2
Goes
11
Wilhelminahuis
Dorpshuis
Brugstraat 4
Wilhelminadorp
12
Jan Ligthart
Wijkgebouw
Bergweg 12
Goes
13
Heer Arendhuis
Dorpshuis
Torenring 46
’s-Heer Arendskerke
Brandweerkazerne
Villa Novastraat 1
Wolphaartsdijk
14 15
Het Samenspel
Brede school
Van der Baanstraat 26 e.a.
Wolphaartsdijk
16
De Pit
Wijkgebouw
Appelstraat 2A
Goes
17
Gymzaal
Thorbeckelaan 2
Goes
18
Gymzaal
Reigerstraat 3
Goes
19
Gymzaal
Bergweg 10
Goes
20
Gymzaal
Noordeinde 5b
Kloetinge
21
Stamperius
Gymzaal
I.G.J. van de Boschstraat 2G
Wilhelminadorp
22
Amicitia
Dorpshuis
Schimmelpennickstraat 14
Kloetinge
23
Katshuis Heer Hendrikhuis
Dorpshuis
Van Heenvlietstraat 12
Kattendijke
Dorpshuis
Te Werfstraat 18
Dienstwoning
Kattendijksedijk 25, Goes
24 25
5
’s-Heer Hendrikskinderen Goes
Later toegevoegd, maar geen eigendom van de Gemeente Goes
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 7/ 56
H.2
Samenvatting stap 3a
Voor alle 25 gebouwen uit de slimme selectie is apart een energieadvies opgesteld aan de hand van de aangeleverde gegevens, interview met de gebruiker(s) van het gebouw en de technische opname op locatie. Hoewel ieder gebouw uniek is en de rapporten maatwerk zijn, volgen ze wel dezelfde structuur: H.1 - Inleiding H.2 - Uitgangspunten H.3 - Interview H.4 - Maatregelen gebundeld in 3 scenario’s: •
Scenario 1: Wettelijke verduurzamingsmaatregelen (terugverdientijd < 5 jaar)
•
Scenario 2: CO2-reducerende maatregelen met een terugverdientijd < 10 jaar
•
Scenario 3: Maximaal duurzaam renoveren
•
Circulaire en klimaatadaptieve maatregelen
H.5 - Financiering (per scenario) •
Investeringsraming
•
Energiebesparing in €
•
Eenvoudige terugverdientijd (ETVT)
•
Kostenindicatie nieuwbouw
H.6 - Conclusie en aanbevelingen De uitkomsten van al deze rapportages zijn per onderwerp gesplitst in onderstaande paragrafen. Een overzichtstabel met daarin álle onderwerpen is te vinden in de bijlages. De onderwerpen zijn: 2.1. Energielabels (huidig en per scenario) 2.2. Jaarlijkse CO2-uitstoot in kg (huidig en per scenario) 2.3. Investeringsramingen (per scenario) 2.4. Energiebesparing per jaar in € (gas + elektra, per scenario) 2.5. Terugverdientijden (per scenario) 2.6. Circulaire en klimaatadaptieve maatregelen 2.7. Kostenindicatie nieuwbouw Wijkgebouw de Westkant staat niet in deze tabellen, aangezien deze niet onder het eigendom van de Gemeente Goes valt en pas later binnen de slimme selectie is gekomen. Voor het uitvoeringsprogramma wordt deze dan ook verder niet meegenomen in de overwegingen en buiten beschouwing gelaten. Dat betekent dat er in het vervolg van dit rapport sprake is van 24 gebouwen.
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 8/ 56
2.1. Energielabels De berekende energielabels van ieder pand voor zowel huidig (2023) als per scenario zijn als volgt:
Deze energielabels wijken in sommige gevallen af van de daadwerkelijke afgemelde en geregistreerde labels, aangezien voor ieder pand een energiescan is uitgevoerd met in sommige gevallen afwijkende standpunten ten opzichte van het formele energielabel. De verschillen zijn vaak goed verklaarbaar en staan toegelicht in de rapportages per gebouw. De afwijkingen zijn:
Naam
Afgemeld label (EP-Online)
Berekend label
Dorpshuis Amicitia
A
C
Dorpshuis Heer Hendrikhuis
B
D
Wijkgebouw Jan Ligthart
E
F
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 9/ 56
Gymzaal Bergweg 10
D
C
Gymzaal Reigerstraat 3
G
E
Basisschool St@mperius + Gymzaal
C (deel van het gebouw)
G
Brede school Goese Polder
C (deel van het gebouw)
D
Brandweerkazerne Oranjeweg 100
A+
C
Theater de Mythe
A
A+
Stadskantoor gemeente Goes
A++
A+++
De huidige verdeling aan berekende energielabels (2023) is als volgt:
Energielabels zijn een goede indicatie van de energie-efficiëntie van een gebouw. Hoe hoger het label, hoe efficiënter het gebouw met energie omgaat. Dat wil uiteraard niet zeggen dat energieefficiënte gebouwen geen hoge (absolute) CO2-uitstoot kunnen hebben. De grootste twee CO2uitstoters op de lijst zijn namelijk de twee panden met het hoogste/beste huidige energielabel: het
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 10/ 56
Omnium (A++++) en het Stadskantoor van de Gemeente (A+++) zelf, gevolgd door de Parkeergarage Centrum (G - fictief label) en de Brede School Goese Polder (D). Daarnaast zegt het energielabel uitsluitend iets over de energieprestatie bij standaard vastgestelde omstandigheden die zijn vastgelegd in de rekenmethode NTA 8800, waarin alleen wordt gekeken naar gebouwgebonden energieverbruik. Daarom zijn energielabels onderling vergelijkbaar, per woning en per gebruiksfunctie (utiliteit). In de praktijk kunnen twee identieke gebouwen met een identiek energielabel toch verschillende daadwerkelijke energieverbruiken hebben, bijvoorbeeld omdat: •
ze op een andere locatie staan (klimaatinvloeden)
•
de gebruikers ander gebruikersgedrag vertonen (wel of niet energiebewust)
•
de gebouwen andere gebruikstijden kennen (lang/kort/veel/weinig)
•
er een verschil in onderhoudstoestand is
•
er langdurige storingen aan installaties zijn
•
er sprake is van een verschil in niet-gebouwgebonden apparatuur, zoals bijvoorbeeld: o
ICT apparatuur (computers, laptops, telefoons, beamers, tv’s, digiborden, enz.)
o
Keukenapparatuur
o
Theater- en filmapparatuur
o
Zwembadinstallaties
o
Biljartverwarming
o
Afzuiging remises brandweer
o
Airco’s voor serverruimtes
o
Elektrisch gereedschap
o
Stuwventilatoren en hellingbaanverwarming in parkeergarages
Al deze factoren worden in de energielabelmethodiek buiten beschouwing gelaten maar hebben wel invloed op het daadwerkelijke energieverbruik van een gebouw.
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 11/ 56
2.2. Jaarlijkse CO2-uitstoot in kg Onderstaande tabel toont de berekende CO2-uitstoten op jaarbasis voor de huidige situatie en de drie
scenario’s,
inclusief
de
uitstoot
veroorzaakt
door
het
niet-gebouwgebonden
elektriciteitsverbruik. Een negatieve CO2-uitstoot betekent over het algemeen dat er per saldo op jaarbasis meer energie wordt opgewekt op de locatie dan dat er verbruikt wordt. Omdat de doelstelling van toepassing is op een gebouwengroep in plaats van per gebouw wordt een negatieve CO2-uitstoot bij een gebouw gebruikt ter compensatie voor gebouwen niet energieneutraal
kunnen
worden
gemaakt.
Een belangrijk aandachtspunt is het begrip Huidig. In onderstaande getallen en in de individuele rapportages per gebouw staat dit begrip toegelicht als zijnde het gemiddelde verbruik over de afgelopen jaren 2016-2022 (voor zover beschikbaar). In bijzondere situaties (bijv. het Omnium) is
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 12/ 56
daarvan afgeweken. De CO2-uitstoten en energiebesparingen zijn dus altijd berekend met als uitgangspunt gemiddeld verbruik van de afgelopen jaren. Dat is echter een andere uitkomst dan het energieverbruik van 2022. Vandaar ook dat onderstaande getallen licht afwijken van de CO2uitstoot berekeningen voor 2022 in Hoofdstuk 1. Uitgangspunt Huidig levert namelijk een totale CO2-uitstoot van 2.458.721 kg op over alle 24 panden van de slimme selectie. Uitgangspunt 2022 levert 2.368.434 kg CO2-uitstoot op. Beide getallen zijn exclusief de 7,67% opslag voor niet bekend energieverbruik. Om de bruto doelstelling (incl. 30% marge) van 1.425.426 kg te behalen is uitvoering van scenario 3 bij elk gebouw niet helemaal toereikend. Er kan immers op de 24 gebouwen maximaal 2.458.721 - 1.111.595 = 1.347.127 kg reductie worden behaald ten opzichte van de huidige situatie. Er is echter ook nog een beperkte autonome CO2-reductie te verwachten. Scenario 1 is in alle rapportages leeg. Dat betekent dat wij gezien de randvoorwaarden bij alle panden geen maatregelen hebben gevonden met een terugverdientijd korter dan 5 jaar. Scenario 2 is een terugvalscenario in het geval het vastgoedbeleid voor een specifiek gebouw op lange termijn onduidelijk is.
Indien het vastgoedbeleid in de toekomst voor dat gebouw wel duidelijk wordt kan alsnog uitvoering van scenario 3 plaatsvinden of bijvoorbeeld sloop of verkoop van het gebouw. Scenario 3 voldoet aan de Renovatiestandaard die de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) bij renovatie adviseert, zie pagina 15 van dit rapport. Als de raad, in afwijking van het voorstel, besluit om scenario 3 niet voor elk gebouw uit te voeren, maar over te gaan op terugvalscenario 2 of delen uit de drie scenario’s ontstaan de volgende risico’s: Risico 1: De vastgestelde doelstelling wordt niet binnen de periode tot 2035 behaald. Oorzaak: Binnen de periode tot 2035 is er onvoldoende tijd om eerst het terugvalscenario 2 en/of delen van de drie scenario’s uit te voeren, om achtereenvolgens van alle gebouwen de resterende maatregelen van scenario 3 uit te voeren. Risico 2: Op het moment dat de resterende maatregelen van scenario 3 worden uitgevoerd nadat het terugvalscenario 2 en/of delen van de drie scenario’s zijn uitgevoerd, zijn de totale kosten naar verwachting hoger. Oorzaak: Door de uitvoeringsvolgorde ontstaan desinvesteringen; Risico 3: Op het moment dat de resterende maatregelen van scenario 3 worden uitgevoerd nadat het terugvalscenario 2 en/of delen van de drie scenario’s zijn uitgevoerd zijn de verwachte
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 13/ 56
subsidiebedragen van DUMAVA6 lager, waardoor de financiële bijdrage van de gemeente hoger wordt. Oorzaak 1: Per gebouw kan maximaal éénmaal een DUMAVA-subsidie worden verkregen. Oorzaak 2: DUMAVA loopt naar verwachting tot 2030. Oorzaak 3: Voor een “scenario 3” DUMAVA-aanvraag kan 35% subsidie worden verkregen en voor losse maatregelen 30%. Oorzaak 4: De DUMAVA-subsidievoorwaarden kunnen de komende jaren worden aangescherpt. N.a.v. consultatie van het Rijk: Volgend jaar wordt de totale subsidiepot verhoogd van 190 miljoen naar 237,5 miljoen. Maar zijn de subsidiepercentages lager: van 35% naar 30% (voor integrale aanvragen) en van 30% naar 20% (voor losse maatregelen). Daarnaast wordt de maximale investering per gebouw verlaagd van 2,5 miljoen naar 1,5 miljoen. Niet gebouwgebonden energieverbruik Een belangrijk aandachtspunt bij de daadwerkelijke en berekende verbruiken is het aandeel niet gebouwgebonden
elektriciteitsverbruik
binnen
het
aangeleverde
daadwerkelijke
elektriciteitsverbruik. Deze opsplitsing is van belang aangezien de Gemeente Goes in de routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed heeft aangegeven dat in het uitvoeringsprogramma ernaar wordt gestreefd om ook het energieverbruik van niet gebouw gebonden energieverbruik duurzaam op te wekken. Het probleem is echter dat dit aandeel niet exact te bepalen is, aangezien het niet meetbaar is (op dit moment). Toch zijn per gebouw hiervoor de volgende uitgangspunten gehanteerd om zo een grove inschatting te kunnen maken: •
De software berekent een energieverbruik op de meter. Dit is exclusief niet gebouwgebonden verbruik
•
Indien dit berekende verbruik hoger ligt dan het daadwerkelijke verbruik, dan wordt aangenomen dat er sprake is van alleen gebouwgebonden verbruik (dus van géén niet gebouw gebonden verbruik)
•
Indien dit berekende verbruik lager ligt dan het daadwerkelijke verbruik, dan wordt aangenomen dat het verschil tussen deze twee waardes het niet gebouwgebonden verbruik betreft
Belangrijk gegeven is dat de huidige CO2-reductie doelstelling niet gebouwgebonden verbruik meeweegt, aangezien de doelstelling is uitgegaan van het daadwerkelijke verbruik van de gebouwen. Dat is dus altijd inclusief niet gebouwgebonden verbruik. De maatregelen die zijn verwerkt en berekend in de rapportages per gebouw hebben echter alleen effect op het 6 Subsidieregeling Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 14/ 56
gebouwgebonden verbruik. Dat maakt de doelstelling moeilijk te behalen aangezien er geen reductie kan worden behaald op het niet gebouwgebonden deel. Bij een deel van de gebouwen is het verwachte aandeel niet gebouwgebonden gebruik zeer groot van omvang. Bij die gebouwen wordt geadviseerd om aanvullend maatwerkonderzoek te doen naar besparingsmogelijkheden op dit energieverbruik. Enkele gebouwen waarbij het niet gebouw gebonden energieverbruik hoog is (zie ook Bijlage 2): •
Omnium
•
Stadskantoor
•
Parkeergarage Centrum
•
Theater De Mythe
•
Poppodium ’t Beest
•
Wijkgebouw De Pit
De uitkomst van de berekeningen wordt hieronder samengevat in een tweetal grafieken, met daarin de CO2-uitstoot in kg die per energie-onderdeel wordt veroorzaakt. Deze waardes zijn berekend met een uitstoot van 0,416 kg CO2/kWh elektra en 1,785 kg CO2/m3 gas. De achterliggende gegevens zijn in tabelvorm te vinden in Bijlage 2. Belangrijke opmerking is dat de CO2-uitstoot voor gas in Scenario 3 volledig wordt veroorzaakt door het gasverbruik van het Omnium, hierbij is rekening gehouden met de recente veranderingen aan de installaties in 2022. In onderstaande grafieken is goed te zien wat de onderlinge verdeling is tussen de onderdelen van energieverbruik: elektra gebouwgebonden (El. g.g.), Elektra niet gebouwgebonden (El. n.g.g.), Opwek van zonnepanelen, de som van deze drie (Tot. Elek.) en tot slot de CO2-uitstoot van Gas. Er vallen naar aanleiding van deze twee grafieken een aantal zaken op: •
Er verandert in absolute zin weinig aan het gebouw gebonden elektriciteitsverbruik, dat komt met name door de isolerende en energiebesparende maatregelen omtrent isolatie, verwarming, verlichting en luchtbehandeling, die het toegenomen elektriciteitsverbruik door de warmtepompen opheffen.
•
Niet gebouwgebonden elektriciteitsverbruik blijft hetzelfde aangezien hier geen energiebesparende maatregelen voor kunnen worden berekend. Het is echter een grote component in het geheel en daarmee de moeite waard om verder te onderzoeken, met name bij het Omnium en het Stadskantoor, die samen 96% van dit niet gebouwgebonden verbruik voor hun rekening nemen.
•
De in de rapportages opgenomen voorstellen voor plaatsing of uitbreiding van PVinstallaties zorgen voor bijna een verviervoudiging van het opwekvermogen.
•
Het totale elektraverbruik wordt daarmee grofweg gehalveerd ten opzichte van de huidige situatie.
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 15/ 56
•
De CO2-uitstoot van het onderdeel gas gaat terug van ong. 500.000 kg naar bijna 100.000 kg. Dit resterende gasverbruik in scenario 3 komt volledig vanuit het Omnium, dit omdat er nog een proces gaande is van optimalisatie van de warmtepompinstallatie. Mogelijk dat dit in de nabije toekomst leidt tot een volledige reductie naar bijna nul m3 gasverbruik, op de zeer beperkte hoeveelheid gasverbruik van de stadscamping na.
Figuur 4 - El.g.g. = Elektra gebouwgebonden, El. N.g.g. = Elektra niet gebouw gebonden, Tot. Elek = Totaal elektra
Naar aanleiding van de grafieken op deze en de volgende bladzijde kan gesteld worden dat na uitvoering van scenario 3 de CO2-uitstoot bijna volledig wordt veroorzaakt door niet gebouwgebonden verbruik, aangezien op de andere onderdelen nauwelijks nog aanvullende besparingen gerealiseerd kunnen worden. Het is om die reden extra van belang om goed inzicht te verkrijgen in de bronnen van het niet gebouwgebonden verbruik van de eerder benoemde gebouwen.
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 16/ 56
Figuur 5 - El.g.g. = Elektra gebouwgebonden, El. N.g.g. = Elektra niet gebouw gebonden, Tot. Elek = Totaal elektra
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 17/ 56
Renovatiestandaard Na uitvoering van scenario 3 vallen alle gebouwen in de hoogste energielabelklasses, van A+++ tot A+++++, met uitzondering van de brandweerkazerne Oranjeweg (A++). Ook zijn alle gebouwen gasloos verwarmd, met de kanttekening dat het Omnium mogelijk de gasketel nodig blijft hebben indien de huidige installatie CO2-warmtepompen niet afdoende blijkt. Met deze energielabels voldoen alle gebouwen aan de renovatiestandaard, mits de maatregelen worden uitgevoerd zoals aangegeven in de rapportages. De renovatiestandaard is een vrijwillige richtlijn voor de energieprestatie van utiliteitsgebouwen, opgesteld door het RVO. Doel van deze richtlijn is gebouweigenaren houvast geven zodat ze op tijd weten waar ze naartoe moeten werken met een verbouwing vóór 2030. Dit moet voorkomen dat gebouwen meerdere keren verbouwd moeten worden om uiteindelijk te voldoen aan de landelijke klimaatdoelstellingen van 2050. Met andere woorden: door het uitvoeren van scenario 3 zijn alle panden gereed voor de landelijke klimaatdoelstellingen van 2050 en zou er geen verdere verbouwing nodig moeten zijn. Dit uiteraard naast het noodzakelijke onderhoud. Voor de Gemeente Goes zou men kunnen stellen dat alle gebouwen in 2035 al aan de renovatiestandaard moeten voldoen gezien de doelstelling.
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 18/ 56
2.3. Investeringsraming Onderstaande tabel toont de berekende investeringsramingen per scenario (excl. klimaatadaptieve maatregel groen dak). Waar geen maatregelen in een scenario aanwezig zijn is het veld leeggelaten. Voor Parkeergarage Centrum zijn scenario 2 en 3 gelijk.
Deze investeringsramingen bestaan uit de maatregelprijs, prijspeil 2023, verhoogd met onderstaande staartkosten en BTW. Adviseurskosten (architect, installatieadviseur of installateur, constructeur) Bijkomende kosten (vergunningen, leges, V&P plan, beschermings- en faseringsmaatregelen t.b.v. huurder, etc.) Onvoorziene kosten (i.v.m. onderzoek niveau, bijvoorbeeld voor verzwaren dakconstructies t.b.v. groen dak) Overige kosten Prognose indexatie uitvoering in 2025 en 2026 (5% per jaar, totaal 12,5%) Btw over bouwkosten + bijkomende kosten
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
9% 8%
20% 2% 12,5% 21%
Pagina 19/ 56
2.4. Energiebesparing per jaar in € Onderstaande tabel toont de berekende besparingen per jaar in € per scenario. Waar geen maatregelen in een scenario zitten is het veld leeggelaten. Deze waarden gaan uit van gemiddelde energieprijzen7 ten tijde van het schrijven van de rapportages. Dat is 0,63 €/kWh aan elektra, 2,28 €/m3 gas en 0,12 €/kWh aan teruglevergoeding. Daarnaast gaan deze gegevens uit van 0% mogelijkheid tot salderen. Daarover meer in het hoofdstuk Salderingsregeling en Energieopslag.
7 Ter vergelijking: onafhankelijke voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal rekent met een elektriciteitsprijs op korte
termijn van € 0,70 en lange termijn van € 0,25, en met een gasprijs op korte termijn van € 3,00 en lange termijn van € 1,20. Voor de korte termijn maakt Milieu Centraal gebruik van de cijfers van het CBS en ACM en voor de lange termijn van de cijfers van het PBL. Op dit moment is voor veel mensen de stroomprijs ong. 40 cent (okt. 2023).
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 20/ 56
2.5. Terugverdientijden Ondanks dat terugverdientijden in de besluitvorming geen belangrijke rol spelen, zijn de terugverdientijden wel in beeld gebracht.
Op basis van eerdere paragrafen is de terugverdientijd berekent door de investeringsraming te delen op de financiële energiebesparing op jaarbasis. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat er wordt gekozen voor uitvoering van één van de drie scenario’s en dat alle investeringen nu worden gedaan. Deze terugverdientijd wordt berekend met 0% salderen en de huidige, gemiddelde energietarieven en terugleververgoeding. Er wordt echter geen rekening gehouden met stijgende of dalende energieprijzen, variërende terugleververgoeding, uitvoering op een later moment dan nu, of eventuele rente op investeringskosten. Ook kan geen rekening worden gehouden met toekomstige koude of warme jaren, storingen aan installaties, of veranderend gebruikersgedrag na renovatie. Deze hebben allen invloed op de daadwerkelijke terugverdientijd. Wel is er een post prijsindexering van 12,5% opgenomen binnen de investeringsraming. Deze zou verhoogde prijzen bij latere uitvoering (deels) moeten opvangen. Daarnaast is in de berekening van de terugverdientijden geen rekening gehouden met een deel van de financiële dekking die door gelden uit Meerjaren onderhoudsplanningen (MJOP) en DUMAVA-subsidies plaatsvindt. Tenslotte hoeft er over een deel niet te worden afgeschreven volgens de nota waardering en afschrijving.
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 21/ 56
2.6. Circulaire en klimaatadaptieve maatregelen De maatregel in deze categorie die specifiek is doorgerekend betreft het aanleggen van een groen dak op de platte daken. Bij alle panden geldt hiervoor het aandachtspunt dat de dakconstructie dit extra gewicht wel moet kunnen dragen. Er zijn geen specifieke kosten opgenomen in onderstaande ramingen om een aanpassing van de dakconstructie op te vangen, maar de bijkomende kostenposten zoals vermeld in §2.3 zijn ook hier gehanteerd en de eenheidsprijs is aan de bovenkant van het prijsbereik gekozen. Mogelijk geeft dit voldoende marge om de kosten voor versteviging van de dakconstructie (deels) op te vangen. Onderstaande kosten zijn inclusief btw. Door de verdamping van vastgehouden regenwater blijft een groen dak een stuk koeler dan een vergelijkbaar bitumen (zwart) dak in de zomer en houden de planten daarnaast CO2 vast. Dit zorgt voor een minder snel oplopende temperatuur in het gebouw én voor een hogere productie en levensduur van de PV-panelen. Daarnaast komt een groen dak niet alleen de opvangcapaciteit van regenwater en daarmee de ontlasting van het rioleringssysteem ten goede, maar verbeteren de zonnepanelen ook de biodiversiteit op het groene dak door de ontstane variatie in schaduw, wind, en bewatering.
Tot slot voorkomt een groen dak de inzet van airco’s of andere koelmethodes die elektriciteit kosten, waardoor het een vorm van passieve koeling is en energiebesparing oplevert. Het geeft echter een zeer beperkt warmte-isolerend effect en mag dus niet als thermische isolatie gezien worden. Voor meer informatie over groene daken verwijzen we u graag naar de individuele rapportages per gebouw.
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 22/ 56
Daarnaast zijn er nog algemene mogelijkheden en aandachtspunten op het gebied van de thema’s bio-based materialen, circulair renoveren en het 6S-model van Brand. Bio-based materialen Bio-based materialen zijn materialen die afkomstig zijn uit de ‘levende natuur’ (bio-massa): dat wil zeggen grondstoffen uit veeteelt, tuin-, land- en bosbouw. Deze materialen kunnen opnieuw groeien tijdens de levensduur van een gebouw en kunnen fysisch, chemisch of biologisch behandeld zijn8. Het betreft dus hernieuwbare grondstoffen. Er zijn goede redenen om te kiezen voor bijvoorbeeld bio-based isolatiematerialen: •
De klimaatimpact van de renovatie wordt ermee verlaagd
•
Aardmaterialen worden schaarser
•
Binnenklimaat kan verbeteren
6S-model van Brand Het ‘shearing layers’ concept van Brand uit 1994 beschrijft een model waarmee het circulaire potentieel van gebouwen vanaf de start meegenomen kan worden in het ontwerpproces. Het 6Smodel bestaat uit de lagen Site, Structure, Skin, Services, Space Plan, Stuff, ieder met een eigen levensduur van lang naar kort. Door bij het ontwerpen, detailleren en renoveren van een gebouw rekening te houden met deze varieteit aan levenscycli kan circulariteit en hergebruik van gebouwen en ruimtes worden geoptimaliseerd. Concreet kan dit bijvoorbeeld betekenen dat binnenwanden demontabel worden gerealiseerd ten opzichte van de draagconstructie. Op die manier hoeft een andere gebruiksfunctie geen reden te geven tot grootschalige verbouwing.
Figuur 6 - De 6 Shearing layers of Change (Brand, S. 1994)9
8 Bron: https://www.biobasedbouwen.nl en https://www.eco-logisch.nl/ 9 Bron: Shearing layers of Change (Brand, S. 1994) | Download Scientific Diagram (researchgate.net)
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 23/ 56
Circulair renoveren Het onderhouden, vernieuwen en hergebruiken van gebouw(delen), zonder natuurlijke hulpbronnen onnodig uit te putten, de leefomgeving te vervuilen en ecosystemen aan te tasten. Gebouwen renoveren op een wijze die economisch verantwoord is en bijdraagt aan het welzijn van mens en dier10. Voor circulair renoveren kan gebruik worden gemaakt van de R-ladder, een model om circulariteit te bepalen.
Figuur 7 - Circulaire renovatie cyclus uit het handboek Circulair renoveren
Hieruit volgen acties als: 1. Vernauwen van de cirkel (narrowing the loop): zo min mogelijk grondstoffen gebruiken door een product slimmer te maken en te gebruiken. Hieronder vallen R0, R1, R2, R3. 2. Vertragen van de cirkel (slowing the loop): grondstoffen zo lang mogelijk gebruiken door de levensduur van gebouwen, componenten, productonderdelen en materialen te verlengen. Hieronder vallen R4, R5, R6, en R7. 3. Sluiten van de cirkel (closing the loop): Ervoor zorgen dat materialen aan het einde van het gebruik weer terug worden gebracht naar de voorkant van de toeleverende keten. Hieronder vallen R9 en R10.
10 Bron: handboek - Circulair renoveren (foleon.com)
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 24/ 56
Niet-circulaire materialen vervangen door hergebruikte- of bio-materialen is een manier om snel circulaire stappen te kunnen maken in projecten. Maar dit is niet genoeg. Pas daarnaast ook circulaire ontwerpprincipes toe om lussen te vernauwen, vertragen en sluiten. Werk met de keten samen om ook een circulaire keten en businessmodel te maken. Om tot een ideale en haalbare oplossing te komen is het belangrijk om projectoverstijgend samen te werken aan reproduceerbare, circulaire renovatie oplossingen11. Relatie met onderhoud Een goed ontwerp, goede detaillering en correcte uitvoeringswijze zijn van belang om vochtproblemen te voorkomen. Met de juiste aanpak kan dit zelfs bijdragen tot langer behoud van het gebouw. Geplande onderhoudswerkzaamheden en uitvoeringsjaren die zijn opgenomen in de meerjaren
onderhoudsplanning
(MJOP)
die
een
relatie
hebben
met
de
verduurzamingsmaatregelen worden in beeld gebracht. De financiële consequenties op het onderhoud worden inzichtelijk gemaakt in de meerjaren onderhoudsplanning (MJOP).
11 handboek - Circulair renoveren (foleon.com)
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 25/ 56
2.7. Kostenindicatie nieuwbouw Naast de verduurzamingsvarianten is voor ieder gebouw ook een kostenindicatie berekend voor sloop-nieuwbouw. Bij dit scenario wordt ervan uitgegaan dat wordt teruggebouwd wat er momenteel aan m2 ook staat op de huidige locatie. Op basis van referentie nieuwbouwprojecten is gekeken wat de actuele stichtingskosten voor nieuwbouw zijn. Deze liggen momenteel tussen de € 2.450 en de € 2.700 per m2 excl. btw. De stichtingskosten zijn van diverse factoren afhankelijk. De belangrijkste zijn het ontwerp (vorm en architectuur), de locatie, functie van het gebouw en het energieconcept. Voor de berekening van de nieuwbouw is uitgegaan van het gemiddelde van € 2.575 per m2 excl. btw verhoogt met een percentage van 20% voor het realiseren van een CO2neutraal, klimaatadaptief en waar mogelijk circulair gebouw. De kosten in onderstaande tabel zijn inclusief sloopkosten, terrein inrichtingskosten en btw maar exclusief tijdelijke huisvesting gedurende de bouw en verhuiskosten. Op basis van onderstaande totaalbedrag van bijna € 187 miljoen, vergeleken met een totale investering van grofweg € 41 miljoen bij uitvoering van scenario 3 + groen dak, kan gesteld worden dat nieuwbouw gemiddeld 4 á 5 keer duurder is dan duurzaam renoveren.
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 26/ 56
H.3
Stap 3b: Planvorming
Nu de doelstelling en de slimme selectie zijn bepaald, de onderzoeken zijn uitgevoerd en de resultaten hiervan bekend zijn, is het mogelijk om een plan te vormen met betrekking tot het vierjarig uitvoeringsprogramma 2024-2027. Dit uitvoeringsprogramma dient opgesteld te worden langs een aantal afwegingsfactoren: •
Vastgoedbeleid (§3.2)
•
Activiteiten en dekking vanuit de MeerJarenOnderhoudsPlanning (§3.3)
•
Behalen doelstelling CO2-reductie (§3.1)
•
Kostenefficiëntie: € per kg CO2-reductie (§3.2)
•
Investeringsramingen vs. beschikbare budget (§3.3)
•
Niet gebouwgebonden energieverbruik (§3.4)
•
Renovatiestandaard (§3.5)
•
Transitievisie Warmte (§3.6)
•
Verdeling investering o.b.v. het split/shared incentive model (H.4)
•
Verkrijgen DUMAVA-subsidie (H.5)
•
Salderingsregeling en energieopslag (H.6)
•
Flora en Fauna wetgeving (H.7)
•
Monitoring & Gedragsbeïnvloeding van Gebruikers (H.8)
De prioritering van een aantal van deze afwegingsfactoren wordt benoemd in de volgende paragraaf.
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 27/ 56
3.1. Prioritering binnen het Uitvoeringsprogramma In het raadsvoorstel voor het vaststellen van het uitvoeringsprogramma en reserveren van de investeringsbedragen, wordt een eindadvies met argumentatie opgenomen welke gebouwen en in welke volgorde worden voorgesteld op te nemen in het vierjarig uitvoeringsprogramma. Om te bepalen welke gebouwen en in welke volgorde worden opgenomen binnen het vierjarig uitvoeringsprogramma, worden op basis van de vastgestelde routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes, de onderstaande uitgangspunten gehanteerd. •
Gebouwen die volgens het vastgoedbeleid langdurig in stand moeten worden gehouden krijgen prioriteit. Gebouwen waarvan de toekomst onzeker is door bijvoorbeeld functie wijziging krijgen geen prioriteit. Gebouwen waarbij grote functiewijzigingen plaatsvinden zoals andere huurder(s), of renovatie, verbouwing c.q. uitbreiding kunnen aanleiding geven om de prioriteit te wijzigen.
•
Gebouwen waar een DUMAVA-subsidie toezegging voor wordt ontvangen krijgen prioriteit.
•
Gebouwen die geen of beperkt belemmeringen hebben door netcongestie12 krijgen prioriteit of er worden maatregelen genomen om de nadelige impact van netcongestie te voorkomen.
•
Gebouwen waarbij grote onderhoudswerkzaamheden, zoals installatie, dakbedekking en gevelpui-vervangingen,
moeten
worden
uitgevoerd
vanuit
de
MeerJaren-
OnderhoudsPlanning (MJOP) krijgen prioriteit. Waar mogelijk wordt bij de prioritering rekening gehouden met het gewenste jaartal van de belangrijkste c.q. grootste onderhoudswerkzaamheid. •
Gebouwen waarbij de verduurzaming beïnvloed wordt door de Transitievisie Warmte doordat er mogelijke plannen zijn voor een lokaal warmtenet.
•
Het gebouw met de grootste CO2-reductie krijgt de hoogste prioritering, het gebouw met de een na grootste CO2-reductie daaropvolgend en zo verder.
•
Het gebouw met de laagste financiële investering per kg CO2-reductie krijgt de hoogste prioritering, het gebouw met de een na laagste financiële investering per kg CO2-reductie daaropvolgend en zo verder.
De gemeenteraad wordt elk half jaar met een raadsmemo geïnformeerd over de voortgang, inclusief prioritering, de aanpak en de resultaten van de uitvoering van het uitvoeringsprogramma.
12 Er is sprake van netcongestie als de vraag naar transport van elektriciteit (zowel bij de aanbieder als
de afnemer) groter is dan de transportcapaciteit van het net. Dat houdt in dat de maximale hoeveelheid elektriciteit die per kwartier verplaatst kan worden over het net, al bereikt is.
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 28/ 56
3.2. Vastgoedbeleid Het vastgoedbeleid van de Gemeente Goes en de Veiligheids Regio Zeeland (VRZ) geeft kaders voor het wel of niet opnemen van bepaalde gebouwen in het uitvoeringsprogramma. Hieronder de gebouwen waar specifiek iets over te vermelden valt: Omnium: Opnemen in uitvoeringsprogramma. Er loopt een onderzoek naar verbouw en nieuwbouw van een deel van het gebouw. De DUMAVA eist dat de uitvoering binnen twee moet worden uitgevoerd. Als dat niet gebeurt loopt de gemeente het risico om de subsidie terug te betalen. Moment van uitvoering gelijk aan verbouwplan voor het groencollege, start bouw 2024 en oplevering 2025. Hierbij wordt geadviseerd om de verduurzaming integraal mee te nemen in het verbouwplan om risico’s, zoals desinvesteringen en terugbetalen subsidie, te voorkomen. Wijkgebouw Jan Ligthart: Wel opnemen in het uitvoeringsprogramma. De gebruikers en de gemeenteraad hebben al enkele jaren de wens om dit gebouw aan te pakken. Brandweerkazerne Oranjeweg 100: Niet opnemen in uitvoeringsprogramma. De toekomstige ontwikkelingen van de VRZ in Goes hebben mogelijk invloed op dit gebouw. Daarom worden de ontwikkelingen eerst afgewacht, voordat verduurzaming van de huisvesting plaatsvindt. De kazerne Oranjeweg vormt met de dag-bezetting de hoofdlocatie voor Goes en omgeving. Buiten kantoortijden vindt uitruk vanuit deze locatie met vrijwilligers plaats.
Kijkend naar de investering die met de verduurzaming van deze locatie gemoeid is zijn er wel een aantal vraagstukken die de komende periode mogelijk aan de orde komen. Hierbij gaat het om de nieuwbouwlocatie GoesWest, ter vervanging van de Troelstralaan. Het wel/niet inrichten van een logistiek steunpunt op deze nieuwe locatie, vernieuwing van brandweerkazernes in de omgeving. Deze ontwikkelingen staan in de kinderschoenen waarmee nog niet is aan te geven of en in welke mate dit van invloed zal zijn op de dag-bezetting van de Oranjeweg. Dagbesteding ‘t Trefpunt: niet opnemen in het uitvoeringsprogramma vanwege verwachte verkoop aan bestaande huurder Emergis. Dienstwoning Kattendijksedijk: wel of niet opnemen in het uitvoeringsprogramma afhankelijk van visievorming Hollandse Hoeve gebied, gereed eind 2024. Visievorming kinderboerderij en ambachtscentrum vindt plaats in samenspraak met het Scalda en het Ambachtscentrum. Er wordt gekeken naar een natuurlijk moment in de komende jaren om de woning aan te pakken. Daarom huidig standpunt: niet opnemen in het uitvoeringsprogramma, tijdens visievorming Hollandse Hoeve opnieuw bezien. Basisschool Stamperius + gymzaal: wel of niet opnemen in het uitvoeringsprogramma afhankelijk van mogelijke functiewijziging. Daarom huidig standpunt niet opnemen in het uitvoeringsprogramma, jaarlijks opnieuw bezien.
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 29/ 56
Wijkgebouw De Westkant: niet opnemen in het uitvoeringsprogramma. Het gebouw is in eigendom van Beveland Wonen. In samenspraak met Beveland Wonen is De Westkant onderzocht. De verantwoording van de verduurzaming ligt conform de routekaart primair bij Beveland Wonen. Samenvattend is het voorstel om de volgende gebouwen wél in het uitvoeringsprogramma op te nemen: •
Sportaccommodatie Omnium
•
Wijkgebouw Jan Ligthart
En de volgende gebouwen niet: •
Brandweerkazerne Oranjeweg Goes
•
Dagbesteding ’t Trefpunt
•
Dienstwoning Kattendijksedijk
•
Basisschool Stamperius + Gymzaal
•
Wijkgebouw de Westkant
In de hierop volgende overzichtstabellen zullen de getallen van de gebouwen waarbij het voorstel is ze buiten het uitvoeringsprogramma te laten vallen rood worden gemarkeerd.
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 30/ 56
3.3. Behalen doelstelling CO2-reductie In §1.1 is beschreven wat de doelstelling voor dit uitvoeringsprogramma is: 1.425.426 kg reductie bruto en 1.096.481 kg reductie netto, en in §2.2 is berekend wat de gemiddelde huidige jaarlijkse CO2-uitstoten zijn per scenario. Deze tabel is uit te breiden met de jaarlijkse CO2-reductie op basis van scenario 3 minus de huidige uitstoot om zo de reductie te berekenen. Daaruit volgt:
De met rood gemarkeerde gebouwen zijn de vier gebouwen die op basis van de vorige paragraaf waarschijnlijk niet in het uitvoeringsprogramma terecht zullen komen. De vijfde (Wijkgebouw de Westkant) was al eerder uit de overzichten gehaald. Met deze vier gebouwen is een reductie van 90.231 kg buiten het uitvoeringsprogramma gekomen. Dat betekent dat de maximaal haalbare reductie zonder deze vier gebouwen 1.256.895 kg bedraagt. Om de netto doelstelling (1.096.481 kg) te behalen zullen er daarom veel gebouwen moeten worden verduurzaamd met scenario 3. Er is daarnaast ook nog een beperkte autonome CO2-reductie te verwachten. Vanwege de hoge verwachte CO2-reductie bij het Omnium en Parkeergarage Centrum is het noodzakelijk dat deze gebouwen sowieso worden opgenomen in het uitvoeringsprogramma, aangezien we zonder deze panden niet aan de netto doelstelling komen.
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 31/ 56
3.4. Kostenefficiëntie: € per kg CO2-reductie De volgende belangrijke afwegingsfactor is de doelmatige inzet van financiële middelen om aan de doelstelling te voldoen -> kostenefficiëntie. Deze afwegingsfactor is samen te brengen in één variabele: de kosten in € per CO2-gereduceerde kg. Onderstaande investeringsraming betreft de kosten excl. de investering voor klimaatadaptieve maatregelen (groen dak) aangezien deze geen berekenbaar effect hebben op de CO2-reductie. Zie voor het overzicht onderstaande tabel, gesorteerd op de hoogste CO2-besparing per geïnvesteerde €, met het meest kostenefficiënte gebouw bovenaan. Onderstaande investeringsraming betreft de kosten excl. de investering voor klimaatadaptieve maatregelen (groen dak) aangezien deze geen berekenbaar effect hebben op de CO2-reductie en de kosten van interne uren van de gemeente.
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 32/ 56
Conclusie Om de netto doelstelling (1.096.481 kg) te behalen is er, naast de Parkeergarage Centrum, het Omnium en de Brandweerkazerne, nog 422.470 kg reductie nodig. Indien dit alleen ingevuld wordt door de meest kostenefficiënte gebouwen te kiezen, dan dienen alle gebouwen tot en met het Dorpshuis Heer Hendrikhuis toegevoegd te worden aan het uitvoeringsprogramma (van boven naar beneden). Overige afwegingsfactoren In het raadsvoorstel zullen naast de genoemde afwegingsfactoren ook de MJOP gelden en jaartallen, het verkrijgen van DUMAVA-subsidie (zie H. 5), de impact van netcongestie (zie par 6.3) en de wettelijke infromatieplicht, worden meegenomen. Onderzoek naar deze afwegingsfactoren is naar verwachting afgerond in januari 2024.
3.5. Investeringsramingen vs. beschikbare budget Nu bekend is wat er uitgevoerd dient te worden om aan de doelstelling te voldoen, is het nog de vraag of deze plannen financieel haalbaar zijn. In de volgende hoofdstukken worden daarvoor de mogelijkheden tot subsidie en het onderwerp split-shared incentive behandeld. Het financiële dekkingsvoorstel wordt opgenomen in het raadsvoorstel.
3.6. Transitievisie Warmte Een andere afwegingsfactor is de Transitievisie Warmte (TVW) van de Gemeente Goes, opgesteld in oktober 2021 door bureau Over Morgen. Belangrijkste vraag daarbij is wat de plannen zijn vanuit de Gemeente voor de aanleg van een (lokaal) warmtenet, aangezien dat invloed heeft op de keuze voor een toekomstige warmteopwekker in de panden uit de slimme selectie. De conclusie is dat slechts voor twee panden op de lijst een warmtenet in de toekomst mogelijk lijkt. Het betreft de Brede School Goese Polder en de gymzaal aan de Thorbeckelaan, aangezien deze panden in de wijk Goese Polder liggen. Deze wijk is door de Gemeente aangewezen als kansrijk gebied voor de aanleg van een warmtenet. Op korte termijn worden voor de Goese polder studies uitgevoerd naar een warmtenet en voor de overige wijken studies naar met name isoleren en hybride ready maken van woningen. Voorafgaand wordt in beleid de randvoorwaarden vastgelegd.
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 33/ 56
H.4
Split-Shared Incentive
Bij het verduurzamen van gebouwen is het wenselijk om innovatieve financiële mechanismen te verkennen die eigenaren en huurders stimuleren om energie-efficiënte maatregelen te nemen. Een van deze mechanismen is het "split-shared incentive" model, waarbij de kosten en voordelen van verduurzamingsinspanningen worden verdeeld tussen de eigenaar en huurder. Dit hoofdstuk richt zich op de relatie tussen het split-shared incentive model en het verduurzamen van gebouwen, en benadrukt de voordelen en uitdagingen die gepaard gaan met dit model.
4.1. Definitie en Werking Het split-shared incentive model houdt in dat zowel de eigenaar als de huurder een deel van de kosten en voordelen van verduurzamingsmaatregelen dragen. Het doel is om beide partijen te motiveren om energiebesparende maatregelen uit te voeren, aangezien ze beiden profiteren van de energiebesparingen en andere voordelen die voortvloeien uit de verduurzaming van het gebouw. De specifieke verdeling van kosten en voordelen kan variëren, afhankelijk van de onderhandelingen en afspraken tussen de eigenaar en huurder.
4.2. Voordelen Het split-shared incentive model vermindert de financiële last voor de eigenaar door de kosten van verduurzamingsmaatregelen te delen met de huurder. Dit maakt het voor eigenaren aantrekkelijker om te investeren in energiebesparende maatregelen, aangezien de initiële kosten worden verlaagd en daarmee de terugverdientijd korter kan zijn. Het model biedt huurders een stimulans om deel te nemen aan verduurzamingsinspanningen, omdat zij rechtstreeks kunnen profiteren van lagere energiekosten en verbeterde comfortniveaus. Dit kan huurders aanmoedigen om actief bij te dragen aan energiebesparende gedragingen en om bewustere keuzes te maken wat betreft energieverbruik. Het delen van de verantwoordelijkheid voor het verduurzamen van gebouwen kan resulteren in een betere samenwerking tussen eigenaar en huurder. Dit kan leiden tot effectievere implementatie van duurzaamheidsmaatregelen en een hoger niveau van betrokkenheid bij het monitoren en onderhouden van de prestaties van het gebouw op de lange termijn.
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 34/ 56
4.3. Uitdagingen Het bepalen van een eerlijke verdeling van kosten en voordelen tussen eigenaar en huurder kan een uitdaging zijn. Het vereist nauwkeurige metingen van energieverbruik, analyse van energiebesparingen
en
het
onderhandelen
over
overeenkomsten
die
beide
partijen
tevredenstellen. Alle huurders hebben in de interviewgesprekken aangegeven open te staan, om een deel (ongeveer 75%) van de financiële besparing op de energiefacturen jaarlijks af te dragen aan de eigenaar (de gemeente) om te dienen als gedeeltelijke dekking van de investering van de verduurzaming. Het implementeren van het split-shared incentive model kan tot slot juridische en contractuele uitdagingen met zich meebrengen. Het vereist namelijk duidelijke overeenkomsten en contractuele bepalingen tussen eigenaar en huurder om de verantwoordelijkheden, kosten en voordelen vast te leggen.
Afspraken
kunnen
bijvoorbeeld
worden
vastgelegd
in
huur-
en/
of
subsidieovereenkomsten. Voorbeeld: Energieprestatievergoeding (EPV) Het verrekenen van investeringskosten voor verduurzamingsmaatregelen gaat op basis van het ‘niet meer dan anders’ principe. Ofwel de huurder betaalt maandelijks nooit meer dan de besparing is op de energierekening. Om dit goed in te kunnen richten en hier vooraf afspraken over te kunnen maken is van belang dat vooraf duidelijk wordt wat met een bepaalde maatregel de besparing is. Op basis hiervan wordt dan een maandelijkse of jaarlijkse vergoeding afgesproken die huurder aan verhuurder betaalt. Belangrijk is dan wel dat de verhuurder hier een prestatiegarantie tegenoverstelt. Valt de prestatie van de maatregel tegen dan heeft de huurder recht op (financiële) compensatie. Om de prestatie te controleren wordt daarom monitoring geïnstalleerd. Vanuit de monitoring is dan aan te tonen of de verduurzamingsmaatregel zijn prestatie haalt. Hoe meer maatregelen er genomen worden hoe lastiger het wordt om correct aan te tonen waar de prestatie wel of niet gehaald wordt. Daarnaast wordt het door het niet gebouw gebonden gebruik van een gebouw vaak een vertroebeld beeld. Een oplossing hiervoor is naast goede monitoring het afspreken van bundels. Deze bundels worden niet per maatregel afgesproken, maar per gebouw onderdeel. Denk hierbij aan de volgende bundels: •
Verwarmen
•
Warmtapwater
•
Hulpenergie (ventilatie, pompen etc.)
•
Verlichting
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 35/ 56
•
Gebruikersenergie (het niet gebouw gebonden gebruik)
Verhuurder garandeert de afgesproken prestatie. De huurder betaalt hiervoor een vergoeding. We noemen dit een energie prestatie vergoeding (EPV).
4.4. Conclusie Het split-shared incentive model biedt een innovatieve benadering voor het verduurzamen van gebouwen door de kosten en baten te verdelen tussen eigenaar en huurder. Hoewel er uitdagingen zijn bij de implementatie ervan, kan het model voordelen bieden zoals gedeelde kostendruk, stimulansen voor huurders en verbeterde gebouwprestaties. Het is belangrijk om zorgvuldig te onderhandelen over de verdeling van kosten en voordelen, en duidelijke contractuele afspraken te maken om het succes van het model te waarborgen.
Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed Goes 2024-2027 d.d. 21-12-2023
Pagina 36/ 56
H.5
Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA)
De subsidieregeling DUMAVA richt zich op het verduurzamen van maatschappelijke gebouwen met als doel het verminderen van energieverbruik en CO2-uitstoot. De regeling keert jaarlijks terug. Er is dit jaar op de eerste dag (18 september) landelijk voor € 375 miljoen subsidie aangevraagd. Het beschikbare budget van € 190 miljoen is daarmee overtekend. In totaal is er tot 2030 naar verwachting € 1,9 miljard beschikbaar. Voor meer informatie over deze subsidie: zie de website van het RVO13. En voor een lijst met de Algemene Voorwaarden, zie deze pagina van het RVO. Belangrijke aandachtspunten (zie ook de veelgestelde vragen): •
De minimale subsidiebedragen zijn € 25.000 en maximaal € 2,5 miljoen voor een integraal verduurzamingsproject van 4 of meer maatregelen.
•
Voor woonfuncties kan geen DUMAVA subsidie worden aangevraagd.