Agendapunt 04. TVW Goes 2021 definitief
Tekst van het document
Transitievisie Warmte gemeente Goes
Colofon Definitieve versie - oktober 2021 De TVW is opgesteld door adviesbureau Over Morgen: Tomas Mathijsen, Demis Iossifidis en Ian Minnes In opdracht van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes Met medewerking van de provinciale projectgroep die bestaat uit een afvaardiging namens alle Zeeuwse gemeenten, de gezamenlijke woningcorporaties, netbeheerder Enduris, provincie Zeeland en Zeeuwind (namens alle energiecoöperaties en de Participatiecoalitie). En een lokale werkgroep voor de gemeente Goes waarin de betrokken partijen woningcorporatie Beveland Wonen, netbeheerder Enduris en de gemeente zelf inbreng hebben geleverd voor de totstandkoming van deze visie.
2
Beste inwoner van de gemeente Goes, wat betekent deze Transitievisie Warmte voor u en wat kunt u doen? In Zeeland maken we de overstap naar aardgasvrij. Vóór 2050 gaan we over op duurzame warmtebronnen om onze gebouwen te verwarmen en om te koken. De Transitievisie Warmte is een visie op de stapsgewijze overgang naar aardgasvrij en omschrijft de meest logische routes per wijk of dorp in onze gemeente om deze stappen te zetten. We laten zien wat die stappen inhouden en waar we mogelijk kunnen beginnen. De visie omschrijft ook hoe we dat de komende tijd willen gaan doen. Vandaag een visie betekent niet dat we morgen aardgasvrij zijn. De visie geeft niet nu al een eindoplossing die in beton is gegoten. Dat komt omdat we nog vooraan in de transitie staan en er nog veel onzekerheden zijn. Gelukkig hebben we nog een tijd tot 2050, om ervaring op te doen en in te spelen op financiële en technische ontwikkelingen. We houden rekening met deze ontwikkelingen en richten ons vooral op maatregelen waarmee we de komende jaren uw woning voorbereiden op de transitie, met spijtvrije maatregelen. In gebieden waar we al wel kansen naar aardgasvrij zien, gaat ook niet morgen de schop in de grond. We beginnen met verdere verkenning en planvorming.
Dat betekent: een onderzoek naar de technische en financiële haalbaarheid, een verkenning van de bereidheid in een buurt om mee te doen, maar ook welke ondersteuning vanuit de gemeente nodig is. Daarbij kijken we ook naar wat nodig is om deze woningen geschikt te maken voordat ze comfortabel met de nieuwe oplossing verwarmd kunnen worden. Als u in één van deze gebieden woont, wordt u ruim van tevoren geïnformeerd en uitgenodigd om mee te denken. We starten niet in wijken of dorpen voordat duidelijk is dat er voldoende geld vanuit het Rijk is om de overgang naar aardgas betaalbaar te maken. Meeliften op een initiatief in wijk of dorp kan (financiële) voordelen hebben. Maar u bent vrij in uw keuze om daaraan deel te nemen of op termijn voor een eigen alternatief te kiezen. Een overgrote meerderheid van de wijken en dorpen in Goes zullen voorlopig niet van het aardgas af gaan. Wel willen we iedereen die dat wil de kans bieden om al stappen te zetten. Vanuit deze visie ontwikkelen we een aanpak om u te informeren en helpen bij keuzes voor verduurzaming. Isoleren is een
3
belangrijke eerste stap. Door dat slim te doen, zet u daarmee een stap om de woning helemaal of grotendeels klaar te maken voor een aardgasvrije oplossing. Er zijn ook andere maatregelen die u nu al in uw woning kunt nemen om stappen te zetten naar aardgasvrij en eigen duurzame energie op te wekken. Energiek Zeeland www.energiekzeeland.nl en Duurzaam Bouwloket www.duurzaambouwloket.nl kunnen u hierbij helpen. Ook kunt u een kijkje nemen in het Bespaarhuis www.goes.nl/bespaarhuis. Meer informatie en suggesties om zelf aan de slag te gaan vindt u op www.iedereendoetwat.nl en www.milieucentraal.nl. Informatie over aardgasvrij wonen en voorbeelden vindt u ook op www.hierverwarmt.nl. Deze visie in geschreven voor verschillende doelgroepen. In de publieksvriendelijke versie vindt u een beknopte en visueel aantrekkelijke samenvatting van de visie met concrete acties om aan de slag te gaan.
Voorwoord wethouder
We staan aan het begin van de warmtetransitie. Wij informeren u bij elke stap op deze route en geven u gelegenheid geven om actief mee te doen. Misschien wilt u dat nu al omdat u interesse heeft in het onderwerp en
Beste inwoner van de gemeente Goes,
graag betrokken bent bij de ontwikkelingen in uw omgeving. Misschien is dat over een jaar als u gaat verhuizen, op het moment dat uw
Veel inwoners vinden duurzaamheid belangrijk. We voelen ons
verwarmingsketel aan vervanging toe is of over enkele jaren wanneer er
verantwoordelijk voor het goed gebruik maken van de aarde en willen dit
concrete plannen zijn voor uw eigen dorp of wijk. Ik hoop van harte dat u
zeker stellen voor de generaties die na ons komen. Bewust duurzamere
enthousiast op deze‘trein’ stapt op het moment dat u daar klaar voor
keuzes maken in het alledaagse leven is gelukkig heel gewoon aan het
bent.
worden. Joost de Goffau Naast kleine veranderingen moeten we samen ook grotere stappen zetten om de CO2 uitstoot te verminderen. De overgang naar het gebruik van duurzame energie is hierbij een belangrijke en noodzakelijke stap. Als hier alternatieven voor zijn, dan heeft u in 2050 geen aardgas meer in uw woning. De verwarming, de douche en manier waarop u kookt is dan niet meer hetzelfde als nu. Dit vraagt aanpassingen die niet van de ene op de andere dag geregeld zijn. Misschien moet uw huis geïsoleerd worden, is een andere verwarmingsinstallatie nodig of wordt uw huis aangesloten op een warmtenet. In elk dorp, wijk of buurt kan er weer iets anders nodig zijn. In Nederland hebben we als tussenstap afgesproken dat we in 2030 de helft minder CO2 uitstoten. Het lijkt nog ver weg, maar er moet veel gebeuren. Daarom gaan we aan de slag. Samen met andere organisaties en samen met ú. Deze transitievisie warmte is een routekaart die ons gaat leiden naar oplossingen voor een duurzaam verwarmd Goes.
4
Wethouder gemeente Goes
Samenvatting In 2050 worden gebouwen in Nederland niet meer met aardgas verwarmd. Dat is nodig om onze CO2-uitstoot terug te dringen en klimaatverandering tegen te gaan. Ook willen we de afhankelijkheid van aardgas verminderen, zowel uit Groningen als uit het buitenland. Daarom gaan we1 in Goes onze gebouwen en huizen op een duurzame manier verwarmen. Deze overstap naar duurzame, aardgasvrije verwarming noemen we de warmtetransitie. Volgens het Nederlands Klimaatakkoord moeten alle gemeenten uiterlijk in 2021 hun Transitievisie Warmte (TVW) vaststellen, waarin de alternatieven voor aardgas en het handelingsperspectief per wijk of dorp is uitgewerkt. De TVW moet bovendien iedere vijf jaar worden herijkt om de nieuwste inzichten op het gebied van innovatie en wet- en regelgeving mee te kunnen nemen.
Uitgangspunten en kijk op de warmtetransitie We hebben met input uit de samenleving uitgangspunten opgesteld voor de warmtetransitie, deze komen in hoofdstuk 2 aan bod.2 Op basis van deze uitgangspunten is de volgende kijk op de warmtetransitie geformuleerd:
voor de overstap naar aardgasvrij. Daar waar de isolatiestap al gezet is, informeren, motiveren en faciliteren we inwoners om de vervolgstap te zetten naar een hybride of volledig elektrische warmtepomp. Daar waar het haalbaar, betaalbaar en sociaal kan, verkennen we gebiedsgericht de stappen naar aardgasvrij.
Het transitiepad naar aardgasvrije verwarming Voor de verschillende wijken en dorpen in onze gemeente hebben we een transitiepad uitgestippeld waarin staat welke stappen op welke manier gezet kunnen worden naar een toekomst zonder aardgas.3 Een transitiepad zegt iets over hoe kansrijk een alternatief voor aardgas is voor een buurt, en hoe we dat alternatief in die buurt stap voor stap realiseren. Deze transitiepaden hebben we weergegeven in een transitiekaart (figuur 1). In elk transitiepad zijn enkele maatregelen nodig die gebouweigenaren sowieso moeten nemen. Het gaat dan om isoleren, ventileren, elektrisch koken en in sommige gevallen het aanpassen van de binneninstallatie. Met deze maatregelen besparen we energie, vergroten we het wooncomfort én bereiden we de woning voor op verwarmen zonder aardgas. Dit noemen we het ‘transitiegereed maken’ van het gebouw. We onderscheiden voor Goes de volgende transitiepaden: •
Hybride warmtepompen en lokale gasvrije opties
We werken samen aan een haalbare, betaalbare en sociale transitie. We zetten met Zeeuwse kracht en lokaal maatwerk in op realisatie van de doelstelling van 49 procent CO2-besparing in 2030. Daarmee laten we bewust de doelstelling los om 20 procent van de gebouwde omgeving aardgasvrij te hebben in 2030. Met dit standpunt zetten we sterk in op CO2-reductie. We zien besparing als essentiële stap en vertalen dit naar een strategie om gemeentebreed in te zetten op isolatie en andere maatregelen, op zo’n manier dat we daarmee de gebouwen klaarmaken
De dorpen en het buitengebied van Goes zijn divers, kennen relatief veel oudbouw en een lage bebouwingsdichtheid. We zien voornamelijk oude dorpskernen en oude lintbebouwing in de dorpen. Dat geldt ook voor het centrum en oude voorloogse wijken van stad Goes. Gasvrije verwarming is dan vaak kostbaar en technisch ingewikkeld, zeker als het gaat om vooroorlogse gebouwen. Daarnaast bestaan deze gebieden overwegend uit particuliere woningeigenaren, wat collectiviteit lastiger te organiseren maakt. In het buitengebied en in alle dorpen behalve de kern Goes, kiezen
1 In de TVW spreken we vanuit we/wij perspectief. Daarmee bedoelen we de gemeente die in
buurtgrenzen zijn nuttig omdat elk model dezelfde afbakening gebruikt, waarmee de vergelijkende
samenwerking met betrokken partijen in een lokale werkgroep en in gesprek met de samenleving
analyse goed uitgevoerd kan worden. Maar deze grenzen hoeven niet altijd in lijn te zijn met wat
deze visie heeft opgesteld.
door inwoners als logische grenzen gezien wordt, of wat logisch is om als grens te hanteren voor een mogelijke vervolgstap zoals een isolatie-actie. Deze CBS-grenzen zijn dan ook niet leidend
2
De volledige notitie met de uitgangspunten en selectiecriteria zit in de bijlagenotitie
3 In de vergelijkende analyse die gebruikt is om richting te geven aan het transitiepad per buurt,
gebruikt ieder model als definitie van buurten de zogenaamde CBS-buurtgrenzen. Deze CBS-
5
geweest in het bepalen van acties voor het vervolg na deze TVW voor de verschillende wijken en dorpen in onze gemeente.
we er daarom voor om op natuurlijke momenten, tussen nu en 2050, zoveel mogelijk gas te besparen met isolatie, hybride warmtepompen en lokale, gasvrije warmteopties als dat haalbaar en betaalbaar is. De resterende gasvraag vullen we op termijn in met duurzaam gas als ook in de toekomst blijkt dat alternatieven niet rendabel zijn en er voldoende duurzaam gas beschikbaar is voor de gebouwde omgeving. Bij elke herijking van de TVW bekijken we de ontwikkelingen hierover. Hetzelfde pad volgen we in het centrum van de kern Goes. Ook hier zien we veel oude bebouwing en staan bovendien panden met monumentale status. •
Warmtenet
In de Goese Polder kan een warmtenet een kansrijke oplossing bieden. De buurt heeft vrij homogeen vastgoed dat zich goed leent voor aansluiting op een warmtenet. Bovendien is het corporatiebezit van Beveland Wonen hier relatief hoog. Warmtenetten kunnen gefaseerd worden gerealiseerd met een gebiedsgerichte aanpak waarmee per fase clusters van gebouwen van het aardgas zullen afgaan om te worden aangesloten op een collectief warmtenet. Vanwege geclusterd bezit en de aantallen waar het veelal om gaat, wordt corporatiebezit als kansrijk gezien om als eerste aan te sluiten in een buurt, en gestapelde bouw eerder dan laagbouw. Een aandachtspunt is de drukte in de ondergrond. Verder onderzoek hiernaar zal een van de eerste stappen zijn in de verdere verkenning voor een warmtenet in de Goese Polder. •
Elektrische warmtepompen
In de kern Goes zien we in de wijken Overzuid, Oostmolenpark, Riethoek en Goese Meer, maar ook in kleinere deelgebieden in bijvoorbeeld ’sHeer-Arendskerke. ‘s-Heer Hendrikskinderen en Wolphaartsdijk kansen voor een elektrische warmtepomp. In dergelijke gebieden ligt in de toekomst in principe alleen een elektriciteitsnet in de grond. De keuze voor een warmtepomp zal door individuele gebouweigenaren gemaakt worden en afhankelijk zijn van natuurlijke momenten zoals vervanging van de CVketel. Een aanpak om gelijktijdig als wijk of dorp de overstap te maken ligt daarom niet voor de hand. Nadruk zal gaan liggen op het gericht infomeren, motiveren en faciliteren van inwoners (een ‘doelgroepenaanpak’). •
6
Besparen en warmteoptie later herijken
In de wijken rondom het centrum van de kern Goes - West, Zuid, Oost, Noordoost – zien we dat de kosten voor all-electric en een warmtenet dichtbij elkaar liggen. Het gaat hier om overwegend naoorlogse buurten met een redelijke bebouwingsdichtheid (met in de wijken Oost en West nog voor een deel vooroorlogse gebouwen die vallen onder het hybride transitiepad). Of in deze buurten een warmtenet komt is afhankelijk van de beschikbaarheid van warmtebronnen en de mate waarin we de warmtevraag kunnen organiseren. Hiervoor ontbreekt op dit moment voldoende perspectief. Bij de herijking van de Transitievisie Warmte beoordelen we opnieuw het perspectief op een warmtenet. Kijkend naar de bebouwing is in deze wijken veel winst te halen met isolatie en zal dus daar de nadruk op liggen in dit transitiepad voor de komende periode. •
Bedrijventerreinen
De warmtetransitie gaat over alle gebouwen, dus ook bedrijfspanden en utiliteit. Op het industrieterrein de Poel, maar ook in kleinere gebieden zoals het Stationsgebied en in Eindewege vinden we bedrijfspanden en utiliteit. Voor bedrijventerreinen geldt dat de warmtevraag sterk afhankelijk is van het type bedrijven op het terrein. Over het algemeen hebben bedrijven een grotere koudevraag dan woningen en is het aantal eigenaren beperkt, waardoor kleinschalig collectieve oplossingen met warmtepompen en WKO logische opties zijn. In het geval van hallen of loodsen geldt dat er wellicht helemaal geen warmtevraag is. Bedrijventerreinen vragen om maatwerk en een makelaarsfunctie om waar mogelijk en wenselijk de kansen te verkennen voor een collectieve oplossing met de verschillende eigenaren op het terrein. •
Recreatieterreinen
Op twee plekken aan het Veerse Meer – naast Kattendijke en ten noorden van Wolphaartsdijk – zien we recreatiegebieden. Recreatievastgoed heeft als kenmerk dat het meestal een collectieve elektriciteit- en gasaansluiting heeft. De infrastructuur op het park zelf is op eigen terrein, en dus vaak in eigendom. Voordeel is dat elektriciteit voor deze plekken goedkoop is dankzij een lage energiebelasting, waardoor elektrificeren loont. Ook worden de huisjes vaak meer gebruikt in de lente en zomer – dus buiten het stookseizoen. Daarom is bijvoorbeeld infrarood een mooie en betaalbare oplossing, aangevuld met een (zonne)boiler voor warm tapwater. De huisjes hebben een natuurlijk overstapmoment als de woningen een renovatiebeurt krijgen.
•
Nieuwbouw: altijd aardgasvrij en volgt de fasering van de gebiedsontwikkeling
Alle nieuwbouw in Goes wordt aardgasvrij gerealiseerd. Dat is sinds 2018 landelijke wetgeving, maar de gemeente is al vijftien jaar bezig met aardgasvrije nieuwbouw in diverse wijken, waaronder Ouverture. In deze wijk worden sinds die tijd al bijna 240 gebouwen, ongeveer tachtig appartementen en een school verwarmd met een warmtenet dat gebruik maakt van een WKO-systeem en aquathermie. Voor grotere ontwikkelingen met een hogere dichtheid van woningen kan deze oplossing heel interessant zijn. Voor de meeste kleinere nieuwbouwontwikkelingen met lagere dichtheid zal een warmtepomp de optimale warmteoptie is. In het verlengde van de transitiepaden die we voor Goes per wijk of dorp hebben bepaald, zien we ook een concrete startkans voor de wijk Goese Polder. We voorzien hier een startanalyse in samenwerking met Beveland Wonen als opstap naar een uitvoeringsplan. Daarnaast zien we ook een kans voor een isolatieaanpak in het dorp ’s-Heerhendrikskinderen.
Stappen richting de uitvoering Als vervolg op deze TVW werken we aan een aantal stappen om met de uitvoering aan de slag te gaan. We beginnen met de voorbereiding om de transitiepaden naar de praktijk om te zetten. Dat doen we met een doelgroepgerichte aanpak en met een gebiedsgerichte aanpak. Met de doelgroepgerichte aanpak willen we inwoners informeren, motiveren en stimuleren om hun woningen transitiegereed te maken en waar mogelijk al de overstap te maken naar een hybride warmtepomp of een volledig elektrische warmtepomp. We zien een rol voor de provinciale subtafel TVW om deze aanpakken verder uit te denken en handen en voeten te geven met de beschikbare kennis en middelen. Communicatie, participatie en financiering zijn essentiële bouwstenen om hiermee aan de slag te kunnen. Op provinciaal niveau zal voor participatie en communicatie een plan worden opgesteld met bruikbare kaders en handvatten om onze inwoners blijvend te informeren en betrekken. Een provinciaal loket moet bovendien zorgen dat de juiste informatie gebundeld en beschikbaar is, met handelingsperspectieven voor inwoners én de juiste verwijzing naar ondersteunende partijen en financieringsmogelijkheden om de drempel tot actie zo laag mogelijk te maken.
Samenwerking vervolgen, aanpak en kansen verder uitwerken We zien een rol om samen met de belangrijkste stakeholders uit de projectgroep de samenwerking voort te zetten en de genoemde aanpak en kansen met elkaar verder te verkennen. We maken hierbij dankbaar gebruik van de aanpak, kennis en middelen die samen met de andere Zeeuwse gemeenten uitwerken. Als gemeente zien we in samenwerking met de projectgroep ook een rol in het naleven van de doelstelling voor 2030 en het monitoren van de voortgang om hierop tussentijds te kunnen bijsturen.
Figuur 1: De transitiekaart van gemeente Goes. Een grotere afbeelding is te vinden in bijlage 2
7
Inhoudsopgave
8
Voorwoord wethouder
4
Samenvatting
5
Inhoudsopgave
8
1
Inleiding
9
2
Uitgangspunten en kijk op de warmtetransitie
13
3
Duurzame alternatieven voor aardgas
15
4
De transitiepaden naar aardgasvrij voor Goes
19
5
Stappen richting uitvoering
24
Bijlage 1 Begrippenlijst
34
Bijlage 2 Transitiekaart Goes
38
1 Inleiding Goes gaat stap voor stap van het aardgas af. Vóór 2050 gaan we over op duurzame warmtebronnen om ons huis en alle andere gebouwen te verwarmen en om te koken. Om te bepalen hoe we dat gaan doen, moet Goes een Transitievisie Warmte (TVW) opstellen. In een TVW geven we aan hoe we dorpen en wijken aardgasvrij gaan verwarmen en welke stappen we daartoe kunnen zetten. De TVW is een visie op hoofdlijnen met de kennis van nu. De TVW geeft richting, maar biedt tegelijkertijd ruimte om bij te sturen en te leren. Daarom actualiseren we de TVW minimaal iedere vijf jaar.
1.1 Landelijke context Net als alle andere landen moet Nederland een flinke inspanning leveren om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2°C, en met een streven naar niet meer dan 1,5°C. Daarover hebben we afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord van Parijs. In 2019 ondertekenden overheden, organisaties en bedrijven in Nederland het Nationale Klimaatakkoord. Hierin staan concrete afspraken om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49% te verminderen ten opzichte van 1990. Het Nederlandse doel is om in 2050 een volledig aardgasvrije samenleving te hebben. Voor de gebouwde omgeving zijn dit bijna acht miljoen woningen en één miljoen utiliteitsgebouwen. Gemeenten hebben een regierol in deze transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. Het Klimaatakkoord vraagt gemeenten om te werken aan plannen op drie niveaus, waartussen afstemming plaatsvindt (figuur 2): 1. Op Regionaal niveau doen we dat in de vorm van de Regionale Energie Strategie (RES), waarin we duurzame energiebronnen in de regio in kaart brengen. Onderdeel van de RES is de Regionale Structuur Warmte (RSW), waarmee we de regionale beschikbare warmtebronnen, het verdeelvraagstuk van warmte binnen de regio, de benodigde infrastructuur en de ruimtelijke impact en kosten in beeld brengen. 2. Op gemeentelijk niveau doen we dat in de vorm van de TVW, die elke gemeente uiterlijk 2021 vaststelt.
De TVW beschrijft hoe de
9
gemeente samen met stakeholders de warmtevraag in de gebouwde omgeving op een aardgasvrije en duurzame manier kan invullen en in welk tempo dat zal verlopen. Het aardgasgebruik van industriële bedrijven valt buiten de scope van de TVW. 3. Op plekken waar we starten met een traject richting aardgasvrij stellen we een uitvoeringsplan op wijk of dorpsniveau op. In het uitvoeringsplan kan worden bepaald hoe de uiteindelijke warmtevoorziening voor bijvoorbeeld een dorp of wijk eruit komt te zien. Daarbij worden de inwoners, overige gebouweigenaren en andere belanghebbenden nauw betrokken.
1.2 De warmtetransitie in Zeeland De provincie en de gemeenten in Zeeland hebben besloten om samen de schouders te zetten onder de energietransitie in de provincie. Eén van de belangrijke onderdelen hierin is de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Dat komt tot uiting in onder andere het Zeeuws Energieakkoord en de gezamenlijke aanpak richting een TVW per Zeeuwse gemeente.
Landbouw en landgebruik
Klimaatakkoord Nederland
Elektriciteit
Regionale Energie Strategie (RES)
Gebouwde omgeving
Transitievisie Warmte (TVW)
Mobiliteit
Uitvoeringsplan (UP)
Industrie
Figuur 2 Planvorming op drie niveaus in de warmtetransitie
Zeeuws Energieakkoord (RES) De ambitie van de RES in Zeeland is samengebracht onder de vlag van het Zeeuws Energieakkoord. Hierin staan afspraken hoe in 2030 en 2050 respectievelijk 49% en 95% CO2-uitstoot gereduceerd gaat worden binnen de sectoren Gebouwde Omgeving, Mobiliteit en Elektriciteit. Deze uitwerking van het Klimaatakkoord op Zeeuws niveau wordt ook wel “Parijs op z’n Zeeuws” genoemd. In de RES 1.0 wordt onderstreept dat de Zeeuwse gebouwde omgeving divers en uniek is, en dat er drie belangrijke knoppen zijn om aan te draaien: vermindering van de energievraag, verduurzaming van het energieaanbod en toepassing van duurzame installaties en producten. Veel is nog onduidelijk als het gaat om de bruikbaarheid van Zeeuwse warmtebronnen. En of ze, als ze bruikbaar zijn, ook daadwerkelijk efficiënt voor warmtevoorziening in de Zeeuwse gebouwde omgeving ingezet kunnen worden. Daarom wordt in de RES 1.0 het belang benadrukt van vol inzetten op energiebesparing, vooral door isolatie van gebouwen. Regionale Structuur Warmte (RSW) Onderdeel van de RES is de Regionale Structuur Warmte (RSW). De RSW geeft inzicht in een mogelijke regionale verdeling van warmtebronnen en welke toekomstige warmteinfrastructuur daarvoor nodig is. De RSW stelt vier conclusies:
10
•
Reduceren van de warmtevraag, bijvoorbeeld door isolatie, is altijd van groot belang in heel Zeeland.
•
Warmtenetten voorkomen elektrificatie en onnodige verzwaring van het elektriciteitsnet. Warmtenetkansen moeten we daarom onderzoeken.
•
Restwarmte is op een paar plekken in Zeeland zeer kansrijk, maar kent grote ontwikkelrisico’s. Daarnaast zijn er in Zeeland diverse lokale bronnen mogelijk, zoals zonthermie.
•
Er is niet alleen regionale afstemming nodig voor warmte, ook voor elektriciteit en duurzaam gas.
1.2.1 Zeeuwse aanpak van de TVW Twaalf van de dertien gemeenten in Zeeland, te weten Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere en Vlissingen hebben in een gezamenlijk traject gewerkt aan de TVW 2021. Gedurende dit traject heeft op provinciaal niveau afstemming plaatsgevonden over het proces, over de gezamenlijke uitgangspunten en over inzichten in aardgasvrije oplossingen.
Figuur 2: Proces TVW met een provinciale basis en lokale verdieping
Met de provinciale basis is elke gemeente aan de slag gegaan met een lokaal traject, waarin samengewerkt is om te komen tot een visie per gemeente. Ook het gesprek met de samenleving is lokaal gevoerd. Provinciale afstemming bleef parallel aan het lokale traject plaatsvinden.
1.3 De warmtetransitie in Goes In Goes zijn we al langere tijd bezig met beleid en uitvoering rondom verduurzaming van onze gemeente. Hier lichten we kort onze visie en activiteiten toe, waar deze TVW bij aan zal gaan sluiten. •
Zeeland wordt gekenmerkt door veel landelijk gebied, zo ook Goes. De bebouwing in onze gemeente is relatief oud en ook verspreid. De meeste woningen komen uit 1950-1970. De kern Goes is daar een uitzondering op.
•
We hebben op dit moment ongeveer 18.500 woningen in onze gemeente, waarvan een groot deel nog aangesloten is op het aardgas. Maar we maken goede stappen;
•
Hoewel de exacte cijfers nog opnieuw moeten worden berekend, is naar schatting 7% aardgasvrij. Het gaat om de wijken Ouverture, Aria, Mannee, Dusseldorpkavel, Wilgenstraat, de Erasmusflat, Westerschans-Zuid en verspreide nieuwbouw na juli 2018. Daarnaast ook delen van de Verzetsheldenbuurt, Goes-
West, Goese Diep. In Goes zijn al meer dan 1000 woningen aardgasvrij. Om aardgasvrij wonen verder te bevorderen worden nieuwbouwprojecten niet aangesloten op het aardgasnetwerk. •
In de wijk Ouverture worden zelfs al vijftien jaar bijna 240 gebouwen, ongeveer tachtig appartementen en een school verwarmd met een warmtenet dat gebruik maakt van een WKOsysteem en aquathermie
•
We zijn bezig met de verduurzaming van ons gemeentelijk vastgoed. Momenteel wordt gewerkt aan de visie voor het energieneutraal maken van het gemeentelijk vastgoed. Hierna zal per 5 jaar een uitvoeringsplan worden opgesteld.
•
Op verschillende manieren helpen we inwoners bij het informeren, motiveren en faciliteren van het verduurzamen van de woning. Zo hebben we het Bespaarhuis, Alle B-tjes helpen, Duurzaambouwloket en Platform Energiek Zeeland. Hierbij ligt de nadruk sterk op bewustwording en informeren inwoners.
1.4 Wie hebben meegedacht? 1.4.1 Regionale en lokale stakeholders Figuur 2 laat het proces zien hoe de TVW van gemeente tot stand is gekomen. In zowel het provinciaal als lokale traject hebben verschillende stakeholders meegewerkt. Deze regionale en lokale stakeholders worden hieronder kort geïntroduceerd. TVW op provinciaal niveau Onderdeel van het Zeeuws Energieakkoord is de provinciale projectgroep TVW Zeeland. Deze bevat een afvaardiging namens alle Zeeuwse gemeenten, de gezamenlijke woningcorporaties, netbeheerder Enduris, provincie Zeeland en Zeeuwind (namens alle energiecoöperaties en de Participatiecoalitie). De werkzaamheden van de provinciale projectgroep vinden plaats in afstemming met het Zeeuws Energieakkoord, RES Zeeland en Waterschap Scheldestromen. Deze partijen hebben deelgenomen aan gezamenlijke werksessies, waar onder andere de gezamenlijke uitgangspunten provinciaal zijn opgesteld en inzichten zijn opgehaald over aardgasvrije oplossingen. Als onderdeel van de provinciale projectgroep heeft de subtafel TVW met alle ambtelijk
11
projectleiders van de 12 gemeenten tussentijds meegedacht met de visievorming. TVW op lokaal niveau Een lokale projectgroep van betrokken partijen heeft gewerkt aan de verschillende onderdelen van deze TVW, zoals de validatie van de transitiekaart en prioritering, het bepalen van een uitvoeringsstrategie en het bestuurlijke besluitvormingsproces. In deze projectgroep nam de gemeente deel, samen met woningcorporatie Beveland Wonen en netbeheerder Enduris. 1.4.2 Inwoners en bedrijven Om deze TVW tot stand te brengen, hebben we inwoners, bedrijven, gemeenteraden andere stakeholders op verschillende manieren en momenten in het proces betrokken. 977 inwoners en bedrijven in Zeeland hebben via een enquête laten weten wat ze belangrijk vinden in de overstap naar aardgasvrij (zie bijlagenotitie). In totaal hebben 75 raadsleden de enquête ingevuld. Uit Goes hebben 55 inwoners en 12 raadsleden deelgenomen aan de enquête. Deze inbreng is verwerkt in de uitgangspunten (zie bijlagenotitie) en in het hoofdstuk Uitvoeringsstrategie. Op 10 juni is de raad met een digitale bijeenkomst bijgepraat. Daarnaast heeft op 20 juli een lokale inwonersavond plaatsgevonden.
Inwoners zijn toen geïnformeerd over de tussentijdse resultaten van de TVW, hebben ruimte gekregen om vragen te stellen en we zijn tijdens deze avond met inwoners in gesprek gegaan over vervolgstappen die nodig zijn richting uitvoering. Gezien het grote belang van isoleren als tussenstap naar uiteindelijke aardgasvrije oplossingen, hebben we bij inwoners vooral bevraagd over de belemmeringen waar zij nu tegenaan lopen bij het aan de slag gaan met isoleren en wat er nodig is om inwoners hierbij verder te helpen. Inwoners hebben ook de kans gehad om via Goes Praat Mee inbreng te leveren. Van 26 mensen hebben we via deze route een reactie ontvangen. Deze input is gebruikt om het hoofdstuk Stappen Naar Uitvoering te verrijken (zie de kaders op pagina 28 en 29).
1.5 Leeswijzer Deze inleiding vormt door hoofdstuk 1. In hoofdstuk 2 gaan we in op de uitgangspunten en onze kijk op de warmtetransitie in Zeeland. In hoofdstuk 3 gaan we in op de techniek: welke duurzame alternatieven voor aardgas zien we en hoe komen we tot een voorkeur voor een warmteoptie
per buurt. In hoofdstuk 4 leggen we uit welke transitiepaden naar aardgasvrij we voorzien voor Goes en hoe we zijn gekomen tot de transitiekaart. In hoofdstuk 5 gaan we ten slotte in op de eerste stappen richting uitvoering die nodig zijn om na deze visie de warmtetransitie te vervolgen. Onderdeel van deze visie is een begrippenlijst in bijlage 1, waarin verschillende begrippen die in dit stuk terugkomen worden toegelicht. Separaat aan dit document zijn er verschillende bijlages die gebundeld zijn in één document waar naar verwezen kan worden.
12
We geven gehoor aan ideeën en bieden ruimte aan eigen initiatieven. We streven naar een zo hoog mogelijk wooncomfort als belangrijke randvoorwaarde voor draagvlak en deelname aan de warmtetransitie.
2 Uitgangspunten en kijk op de warmtetransitie In Zeeuws verband hebben we uitgangspunten geformuleerd die als leidende principes dienen voor de transitie naar een aardgasvrij Goes. De inbreng van stakeholders en resultaten uit de eerste participatieronde zijn hierin meegenomen. De uitgangspunten zijn samengevat in paragraaf 2.1 en in uitgebreidere vorm terug te lezen in de notitie van uitgangspunten als onderdeel van de bijlagenotitie. Op basis van deze uitgangspunten hebben we een kijk op de warmtetransitie geformuleerd (paragraaf 2.2). Met deze kijk nemen we stelling en maken we keuzes in de warmtetransitie voor de komende jaren. Specifiek voor deze TVW geeft de kijk richting aan de transitiepaden (H4) en vervolgstappen (H5) per wijk, dorp of gemeente als geheel.
•
Partijen zijn tevreden over de manier en mate van samenwerken: een robuust samenwerkingsverband als fundament voor de transitie geeft de visie draagkracht en is essentieel om er uiteindelijk voor zorgen dat uitgesproken ambities realiteit worden.
•
We maken optimaal gebruiken van de kracht van Zeeuwse samenwerking, maar zetten in op lokaal maatwerk en eigenaarschap. De warmtetransitie vraagt om maatwerk op lokaal niveau, want: geen gemeente is hetzelfde. Dit lokale vraagstuk biedt ruimte voor lokaal eigenaarschap en oplossingen door en voor de inwoners van een gemeente.
•
We zetten beweging in gang: quick-wins voor draagvlak en motivatie. Om ervoor te zorgen dat we in beweging komen, hebben we aandacht voor quick-wins. Deze snelle resultaten geven ons energie en motivatie en vergroten het draagvlak.
•
We streven naar een zo laag mogelijke maatschappelijke impact en zo hoog mogelijke maatschappelijke meerwaarde: dat de warmtetransitie impact gaat hebben op onze omgeving is een feit maar wát de maatschappelijke impact zal zijn, hebben we zelf in de hand. We sturen op een zo laag mogelijke maatschappelijke impact en zo hoog mogelijk maatschappelijke meerwaarde.
2.1 Uitgangspunten Deze paragraaf beschrijft op beknopte wijze de uitgangspunten: •
Iedereen kan meedoen: we streven naar haalbare en betaalbare oplossingen voor alle inwoners. Daar kunnen we provinciaal en lokaal aan bijdragen door uit te gaan van de laagste maatschappelijke kosten.4
•
We gaan voor een eerlijke en sociale transitie: we gaan zorgvuldig en stapsgewijs te werk, we houden rekening met individuele situaties of knelgevallen en zoeken naar de beste oplossing voor iedere situatie. De warmtetransitie mag geen energiearmoede veroorzaken of versterken en waar mogelijk moet de transitie deze zelfs verminderen.
•
Inwoners willen meedoen: voldoende draagvlak is cruciaal aangezien de warmtetransitie tot achter de voordeur zal komen.
4 De term laagst maatschappelijke kosten komt uit het Nederlandse Klimaatakkoord. Daarin is
uitgangspunt te nemen brengen we gezamenlijke betaalbaarheid dichterbij. Maar daarmee geeft de
afgesproken dat de TVW uitgaat van de laagste maatschappelijke kosten van de hele warmteketen:
visie geen inzicht in, en doet die geen uitspraak over de betaalbaarheid voor individuele
dat gaat over de kosten van de energiebron, de infrastructuur, en kosten voor de aanpassingen die
stakeholders. Deze en andere termen worden in de begrippenlijst in bijlage 1 ook toegelicht.
in het gebouw zelf. Door als gemeente in deze visie de laagste maatschappelijke kosten als
13
2.2 Kijk op de warmtetransitie Op basis van de uitgangspunten hebben we een kijk op de warmtetransitie geformuleerd5. Deze neemt stelling en is leidend voor de keuzes en aanpak in de TVW. Samen werken aan een haalbare, betaalbare en sociale transitie Samen werken we aan een haalbare, betaalbare en sociale transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. We sluiten aan bij de Zeeuwse kracht en bredere energie- en CO2-doelstellingen, maar met lokaal maatwerk en eigenaarschap. Gericht op laaghangend fruit en kansen voor de korte termijn, die naast het bijdragen aan CO2-besparing, ook moeten zorgen voor draagvlak en motivatie om de vervolgstappen met elkaar te gaan zetten.6 Doelstelling van 49 procent CO2-reductie in 2030 In de warmtetransitie voor Goes hanteren we daarom de doelstelling van 49 procent CO2-besparing in 2030, zoals ook opgenomen in de RES. Met de blik op 2030 in plaats van 2050 houden we het concreet en kunnen we meebewegen met nieuwe technische, financiële en beleidsmatige ontwikkelingen die later in de periode tot 2030 zullen volgen. We maken bewust de keuze om ons te richten op CO2-reductie en niet op de doelstelling om 20 procent van de gebouwde omgeving in 2030 aardgasvrij gerealiseerd te hebben. We stellen hiermee het terugdringen van CO2 centraal, boven de overstap naar aardgasvrij. Focus op besparen en individuele oplossingen
warmtenet voor een dorp of wijk kan immers zorgen voor een duidelijke afbakening in de tijd en betere sturing op aardgasvrij. Anderzijds zien we dat de kansen voor dergelijke collectieve oplossingen vooralsnog beperkt zijn in Goes en dat het tijd kost om mensen eerst in het verhaal van de warmtetransitie mee te nemen. De focus ligt daarom voor de komende tijd primair op CO 2-besparing. Dat begint bij bewustwording en zuinig omgaan met energie. Grote stappen kunnen gezet worden met isoleren van gebouwen, waar mogelijk op een circulaire manier. Maar ook het laaghangend fruit zoals tochtstrips en radiatorfolie kunnen helpen. Hier gaan we dan ook volop met elkaar op inzetten. Vervolgens zien we vooral de overstap naar een (hybride) warmtepomp als logische vervolgstap voor een groot deel van de gemeente. De keuzes daarvoor moeten gemaakt worden door individuele eigenaren en zal vooral plaatsvinden op natuurlijke momenten, bijvoorbeeld bij renovaties of als de CV-ketel aan vervanging toe is. Versnelling door te informeren, motiveren en faciliteren Focus op besparen en individuele oplossingen betekent een meer geleidelijke en verspreide, maar ook vrijblijvende transitie. Daarom zien wij een rol als drijfveer om naar de gestelde doelen toe te werken, door inwoners zo goed mogelijk te informeren, motiveren en faciliteren om de benodigde stappen te gaan zetten.
Tegelijkertijd bewaken we de gestelde uitgangspunten om de transitie voor iedereen haalbaar, betaalbaar en sociaal te houden.
Dat doen we omdat we een spanningsveld zien tussen de versnelling die nodig is om deze doelstelling te behalen, en de tijd die nodig is om voldoende draagvlak en middelen te creëren. Enerzijds staan we ervoor open om te starten met planvorming in gebieden waar aardgasvrij haalbaar, betaalbaar en sociaal kan. Een collectieve oplossing zoals een
5 De begrippen warmtetransitie en Transitievisie Warmte lijken op het eerste gezicht veel op elkaar,
handelingsperspectief voor de korte termijn te bieden. De TVW kent een scope van vijf jaar –
maar zijn twee verschillende begrippen met allebei een andere scope. De warmtetransitie bestrijkt
wanneer de herijking van de visie plaatsvindt.
de gehele periode tot 2050 om over te stappen op duurzame alternatieven voor aardgas. De Transitievisie Warmte is een concrete opdracht vanuit het Klimaatakkoord aan gemeenten om de warmtetransitie aan te zwengelen, de alternatieven voor aardgas inzichtelijk te maken en
14
6 Deze visie is gebaseerd op de uitgangspunten zoals geformuleerd in de betreffende notitie, te
vinden in de bijlagenotitie
3 Duurzame alternatieven voor aardgas Er zijn verschillende alternatieven voor het verwarmen met aardgas. Welk alternatief waar past is afhankelijk van de gebouwde omgeving en de beschikbaarheid van schone energiebronnen. In dit hoofdstuk beschrijven we welke technieken voor Goes beschikbaar en logisch zijn.
3.1 Alle gebouwen klaar voor aardgasvrije verwarming In het kort Tussen nu en 2050 maken gebouweigenaren hun gebouwen klaar voor duurzame verwarming door optimaal te isoleren binnen de bestaande schil, door te ventileren en door elektrisch te koken. Dit noemen we het ‘transitiegereed maken’ van het gebouw. Daarmee beperken we de vraag naar duurzame energie en zijn we voorbereid op meerdere warmteopties. De stap naar schone verwarming kunnen we soms maken voordat we klaar zijn met isoleren. Maar ook dan is het belangrijk om daarna nog verder te isoleren. De eerste stap naar schone verwarming is zuinig omgaan met energie. Door zuiniger om te gaan met energie hebben we minder (schone) bronnen nodig en maken we onze gebouwen geschikt voor duurzame technieken. We gaan zuinig om met energie door te isoleren, kieren te dichten, te ventileren, over te stappen naar elektrisch koken en door bewuster om te gaan met energie, door bijvoorbeeld een ruimte niet warm te maken als dat niet hoeft.
is het altijd de vraag hoe ver we moeten gaan om, zoals we dat noemen, ‘transitiegereed’ te zijn. Met andere woorden om klaar te zijn om de overstap te maken naar een aardgasvrij verwarmingsalternatief. We nemen in de TVW als uitgangspunt dat aan het einde van de transitie alle gebouwen minimaal dit niveau hebben bereikt. Met deze benadering sluiten we aan bij de landelijke Standaard en Streefwaarden, zoals genoemd in het Klimaatakkoord7. Naast de schil moeten we soms ook de binneninstallatie aanpakken. Die bestaat uit elektrisch koken, ventilatie en radiatoren of vloerverwarming. Als we optimaal isoleren binnen de bestaande schil kunnen vooroorlogse woningen verwarmd worden met een duurzame warmteoptie die een temperatuur heeft van hoogstens 70°C, dat noemen we middentemperatuur. Naoorlogse woningen zijn dan geschikt om te worden verwarmd met een duurzame warmteoptie op zowel midden- als laagtemperatuur van hoogstens 50°C. Voor laagtemperatuur moeten dan ook nog de radiatoren geschikt worden gemaakt. Gebouweigenaren kunnen er altijd voor kiezen om de schil beter te isoleren. Het aanpassen van onze woningen en gebouwen kost veel tijd. Daarom is het belangrijk om deze maatregelen stapsgewijs te nemen en zoveel mogelijk aan te sluiten bij natuurlijke vervangingsmomenten.
De overstap naar duurzame warmteopties is niet altijd afhankelijk van het aanpassen van onze gebouwen: als het kan8 starten we eerder met overstappen op schone energie en gaan we ook daarna nog door met gebouwaanpassingen. Tot slot is de overstap naar schone verwarming niet alleen een kwestie van techniek. Comfortbehoefte en gebruik veranderen ook. Energiezuinige gebouwen op schone energie vragen om een ander gebruik van verwarmingsapparaten.
Een gebouw of woning is klaar voor meerdere duurzame warmteopties als we binnen de bestaande schil optimaal isoleren en kieren dichten. De schil bestaat meestal uit een dak, gevel, ramen en vloer. Bij isolatiemaatregelen
7
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2021), Standaard en Streefwaarden: uitkomst traject begeleidingscommissie.
8
Lees: als een bron voldoende hoge temperatuur heeft om een woning met beperkte maatregelen
binnen de schil toch comfortabel te verwarmen. Bij slecht geïsoleerde woningen is dan vaak hogetemperatuurverwarming nodig van boven de 70 graden.
15
3.2 Duurzame warmte, elektriciteit en gas Duurzame warmte, elektriciteit, en gas zijn alternatieve bronnen voor aardgas. Hier beschrijven we in hoeverre deze bronnen beschikbaar zijn voor Goes. 3.2.1 Duurzame warmte In het kort Duurzame warmte is afkomstig van duurzame warmtebronnen en wordt met warmtenetten naar gebouwen gebracht. In Zeeland zijn meerdere warmtebronnen, zoals aquathermie, zonthermie en restwarmte. Het gebruiken van lokale, duurzame warmtebronnen is efficiënt en zorgt dat we minder afhankelijk zijn van elektriciteit en gas. Daar tegenover staat dat warmtenetten nog niet overal liggen en een minimale schaal en dichtheid nodig hebben om succesvol te kunnen worden ontwikkeld.
Duurzame warmte is warm water dat wordt opgewarmd door een duurzame warmtebron. Het warme water wordt met geïsoleerde leidingen naar woningen en gebouwen gebracht, een zogenaamd warmtenet. In de woning is alleen een afleverset aanwezig. Dit is een geïsoleerd koffertje dat zorgt voor de warmteoverdracht van het warmtenet naar de woning. Een warmtenet is een collectieve oplossing: een techniek voor de hele buurt waarbij meerdere gebouwen en woningen moeten meedoen. Warmtenetten hebben een bron nodig. In Zeeland kunnen we beschikken over verschillende warmtebronnen, zoals zonthermie en restwarmte. Het potentieel van deze bronnen moet nader onderzocht worden. De keuze voor een onderzoek en naar welke bron hangt af van de kansen voor een warmtenet bezien vanuit de gebouwde omgeving. In Goes lijken de kansen voor een warmtenet op dit moment beperkt. Maar in Goese Polder zou een warmtenet wel kansrijk zijn voor verdere verkenning. Kijkend naar de bronpotentie in de omgeving, lijken aquathermie en restwarmte uit het datacentrum in de wijk logische bronnen voor verder onderzoek. Zie ook paragraaf 4.2. Sommige warmtebronnen hebben een lage temperatuur waardoor zij een grote warmtepomp bij de bron nodig hebben om een voldoende hoge temperatuur te maken. Alleen op de koudste dagen van het jaar maakt een warmtenet vaak nog gebruik van zogenaamde piekvoorzieningen die
16
op gas werken. Nu is dat aardgas, maar dat kunnen we de toekomst verduurzamen met duurzaam gas en warmte-opslag. Warmtenetten liggen nog zeker niet overal. Warmtenetten zijn kostbaar om aan te leggen. Daarom moeten bij de aanleg van een warmtenet meerdere gebouwen in een buurt ongeveer tegelijkertijd aansluiten. Hierdoor is het voor warmtenetten gunstig als er veel gebouwen in een buurt staan, de kosten per gebouw nemen dan af. In buurten waar weinig gebouwen staan is een warmtenet vaak niet haalbaar. Een ander kenmerk van warmtenetten is de ruimte die zij innemen in de ondergrond. Bij het aanleggen van warmtenetten is het daarom belangrijk goed te kijken naar de beschikbare ruimte in de ondergrond. 3.2.2 Duurzame elektriciteit In het kort Verwarmen met elektriciteit kan als we gebruikmaken van warmtepompen. Als we te veel gebouwen gaan verwarmen met elektrische warmteopties is er op de koudste dagen onvoldoende duurzame elektriciteit. Ook is er momenteel onvoldoende ruimte in het elektriciteitsnet om de stroom aan te voeren. Het uitbreiden van het elektriciteitsnet is kostbaar en tijdrovend. Dat betekent dat we elektriciteit voor onze verwarming efficiënt moeten inzetten zodat uitbreiding van het elektriciteitsnet (en/of opslag van elektriciteit op termijn) selectief kan plaatsvinden We kunnen verwarmen met elektriciteit door gebruik te maken van warmtepompen.
Warmtepompen halen warmte uit de buitenlucht of bodem. Warmtepompen kunnen hun warmte ook uit een warmte-koude opslag (WKO) halen met een zogenaamd bronnet, zoals in de wijk Ouverture. Daarnaast gebruiken zij elektriciteit. Warmtepompen leveren warmte met een lage temperatuur. Om een woning met een warmtepomp te kunnen verwarmen moet deze voldoende zijn geïsoleerd en geventileerd en moeten de radiatoren geschikt zijn voor lage temperaturen. Duurzame elektriciteit halen we volgens de RES 1.0 vooral uit zonne- en windenergie. Hoeveel zonne- en windenergie er is hangt af van het weer. Warmtepompen hebben juist veel elektriciteit nodig wanneer er weinig zonne- en windenergie is. Dit noemen we de ‘piekvraag’. Het is
ingewikkeld om de piekvraag in te vullen met duurzame elektriciteit. In de toekomst kunnen energieopslag en duurzaam gas daarin een rol spelen. De ruimte op het elektriciteitsnet is beperkt en als gevolg van elektrisch koken, elektrische auto’s en lokaal opgewekte stroom van zonnepanelen zal het elektriciteitsnet op de meeste plekken moeten worden verzwaard. Als we warmtepompen gaan gebruiken voor onze verwarming zal het elektriciteitsnet extra moeten worden verzwaard. Dat komt omdat warmtepompen op koude dagen allemaal tegelijk veel stroom nodig hebben. Die extra verzwaring van het elektriciteitsnet zal niet alleen moeten plaatsvinden in de buurt, maar ook op gemeentelijk, regionaal en zelfs (inter)nationaal niveau. Het uitbreiden van het elektriciteitsnet is erg kostbaar en kost ook veel tijd. Daarom moeten we goed inspelen op de toename van warmtepompen in de gemeente, in continue afstemming met de netbeheerder, zodat uitbreiding van het elektriciteitsnet selectief kan plaatsvinden. Bij hybride warmtepompen speelt dit probleem minder, omdat daar de piekvraag wordt opgevangen door het gasnet, zodat het elektriciteitsnet niet op de piek hoeft te worden gedimensioneerd.
17
Als er duurzaam gas beschikbaar komt voor woningen en gebouwen zal dat niet veel zijn. Het is belangrijk dat we dit dan zo goed mogelijk gebruiken. Het meest logische gebruik van duurzaam gas is voor de piekvraag: de extra energie die nodig is op de koudste dagen van het jaar. Alle duurzame technieken hebben dit nodig: warmtenetten hebben centrale gasketels voor koude dagen, hybride warmtepompen hebben naast de warmtepomp een gasketel in de woning, en voor onze elektriciteit hebben we een voorziening nodig op de momenten dat de zon niet schijnt en de wind niet waait. 3.2.4 Hittestress en koudevraag Hitte in en rond gebouwen wordt een steeds belangrijker onderwerp. De laatste jaren zijn er steeds vaker hittegolven in Nederland. Vooral de dagen waarbij temperaturen oplopen tot boven de 30 graden kunnen zorgen voor overlast van warmte in de gebouwde omgeving. Het effect van hitte wordt versterkt in buurten, wijken of dorpen met veel hoogbouw en verstening. De eerste effecten van klimaatverandering worden hiermee zichtbaar.
3.2.3 Duurzaam gas In het kort De toekomstige beschikbaarheid van duurzaam gas is erg onzeker: we weten niet precies hoeveel er komt en wanneer het komt. Duurzaam gas zal met name nodig zijn voor verduurzaming van de industrie en zwaar transport. Als het beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving, is het verstandig om het vooral inzetten om de zogenoemde piekvraag te verduurzamen: de extra energie die nodig is op de koudste dagen van het jaar. Ondertussen moeten we overal zoveel mogelijk gas besparen om een blijvende afhankelijkheid van aardgas te voorkomen.
Hitte is niet alleen een probleem van gebouwen en gebruikers van gebouwen, maar ook van de leefomgeving rond gebouwen. Ook wordt hittestress niet alleen veroorzaakt door gebouweigenschappen (o.a. mate van isolatie, glaspercentage, zonwering en oriëntatie) maar ook door locatiespecifieke eigenschappen (verstening en bebouwingsdichtheid).
Er zijn twee vormen van duurzaam gas: groen gas en duurzame waterstof. Groen gas komt vooral uit de landbouw of vergisting van GFT. Duurzame waterstof is waterstof gemaakt van duurzame elektriciteit. Gassen hebben als voordeel dat zij hoge temperaturen maken, veel hoger dan de gebouwde omgeving nodig heeft. De beschikbaarheid van duurzaam gas is momenteel erg beperkt en blijft dat naar verwachting ook. Daarom verwachten we dat duurzaam gas nu en in de toekomst vooral ingezet zal worden om sectoren te verduurzamen die bijna niet zonder gas kunnen, zoals de industrie.
Warmteoverlast kan voorkomen worden door:
Isolatie zorgt er in de winter voor dat de warmte onze woningen en gebouwen minder snel verlaat. Een prettig bijeffect is dat isolatie er ook voor zorgt dat deze woningen en gebouwen in de zomer koeler blijven. Dat komt doordat de isolatielaag de warmte buiten houdt. Als de warmte eenmaal binnen is, raken (zeer) goed geïsoleerde woningen wel moeilijker hun warmte kwijt.
•
Gebouwen aan te passen en te voorkomen dat deze verregaand opwarmen;
•
Actief koelen van gebouwen en/of ruimtes om warmte kwijt te raken.
Het voorkomen van veel warmte is vaak beter dan het actief massaal gaan koelen van gebouwen. Dit kan door beschaduwing, reflectie, verdamping
en ventilatie. Dit soort maatregelen worden ook wel ‘klimaatadaptieve maatregelen’ genoemd. Afhankelijk van de gekozen warmteoplossing in een buurt, wijk of dorp zijn er andere mogelijkheden om hittestress te voorkomen of actief te koelen:
18
•
Isolatie: door te zorgen dat woningen en gebouwen voorzien worden van basisisolatie wordt warmte beter buitengehouden;
•
Warmtenet: aanleg van een warmtenet is een logisch moment om in de wijk ook klimaatadaptieve maatregelen te nemen. Daarnaast is adsorptiekoeling een mogelijkheid voor specifieke ouderencomplexen of kantoren ;
•
Bronnet: bij aanleg van een bronnet ontstaat er ook de mogelijkheid tot koeling via de warmte-infrastructuur;
•
All-electric: als er laagtemperatuur radiatoren zijn geplaatst is koeling mogelijk.
Tabel 1: Samenvatting van verschillende warmteopties Warmte
Elektriciteit
Duurzaam gas
Gebouwmaatregelen
Stapsgewijs naar maximale isolatie binnen de bestaande schil, ventilatie, kieren dichten en elektrisch koken.
Stapsgewijs naar maximale isolatie binnen de bestaande schil, ventilatie, kieren dichten en elektrisch koken.
Stapsgewijs naar maximale isolatie binnen de bestaande schil, ventilatie, kieren dichten en elektrisch koken.
Techniek in de woning
Afleverset (koffertje met leidingwerk).
Elektrische warmtepomp en een afgiftesysteem dat geschikt is voor lage temperaturen.
Hybride warmtepomp.
Ondergrondse infrastructuur
Warmtenet.
Extra verzwaard elektriciteitsnet.
Bestaand gasnet.
Bronnen
Duurzame, lokaal beschikbare warmtebronnen.
Op termijn duurzame elektriciteit.
Op termijn duurzaam gas en duurzame elektriciteit.
4 De transitiepaden naar aardgasvrij voor Goes In het vorige hoofdstuk hebben we duurzame warmteopties beschreven en gekeken in hoeverre deze bronnen beschikbaar zijn voor Goes. In dit hoofdstuk beschrijven we de verschillende transitiepaden om in 2050 bij een aardgasvrije gebouwde omgeving uit te komen. In een transitiepad schetsen we per buurt de route om tot een warmteoptie te komen. In het transitiepad schetsen we zowel een fasering als tussenstappen, hoe we omgaan met meerdere warmteopties binnen een buurt en wat voor aanpak erbij hoort. De transitiepaden laten we zien in de transitiekaart. We onderscheiden verschillende transitiepaden, afhankelijk van de eigenschappen en kansen van de buurt. In Goes zijn dit de meest logische transitiepaden: •
Hybride warmtepompen en lokale gasvrije opties
•
Warmtenet
•
Elektrische warmtepompen
•
Besparen en warmteoptie later herijken
•
Warmteopties voor bijzondere gebieden, zoals bedrijventerreinen, nieuwbouwlocaties en recreatievastgoed
4.1 Hybride warmtepompen en lokale gasvrije opties
19
duurzame technieken moeilijker dan in andere buurten. Dat komt doordat gebouwen in deze buurten lastiger te isoleren zijn, er vaak veel verschillende gebouwen door elkaar heen staan en doordat er minder ruimte is voor nieuwe kabels en leidingen. De dorpen buiten de kern Goes, de buitengebieden, het centrum en delen van aangrenzende wijken van het centrum in de kern Goes volgen daarom het hybridepad. Naast isolatie, ventilatie en elektrisch koken, beginnen we in deze gebieden met de overstap naar hybride warmtepompen. Een hybride warmtepomp is een warmtepomp met een Cv-ketel ernaast voor koude dagen en voor warm tapwater. Hybride warmtepompen besparen veel gas en CO2-uitstoot. Naast hybride warmtepompen zullen ook elektrische warmtepompen en kleinschalig collectieve opties, zoals een WKO, een rol spelen. De ouderdom van het gebouw zal vaak bepalend zijn of de overstap naar een elektrische warmtepomp logisch is, of dat een hybride warmtepomp logischer is. Een hybride warmtepomp kan een tussenoplossing zijn voor een elektrische warmtepomp als de woning nog onvoldoende is geïsoleerd, en een hybride warmtepomp kan alleen een eindoplossing zijn als er op termijn voldoende duurzaam gas beschikbaar komt. Bij het herijken van de TVW houden we in de gaten hoeveel duurzaam gas er beschikbaar komt.
Ondertussen blijven we inzetten op voldoende stapsgewijze isolatie volgens de landelijke Standaard voor woningisolatie, zodat we zoveel mogelijk voorbereid zijn op elektrische warmtepompen, mocht er in de toekomst onvoldoende duurzaam gas beschikbaar zijn. Waar? De dorpen buiten de kern Goes, de buitengebieden en het centrum met delen van de aangrenzende wijken van de kern Goes
Wat? In de gemeente Goes zien we buiten de kern Goes dat de gebouwde omgeving vooral bestaat uit kleine kernen en buitengebieden. Dit patroon zien we terug in heel Zeeland. Kenmerkend voor kleine kernen en buitengebieden in Zeeland is de diversiteit van de bebouwing en het relatief grote aandeel vooroorlogse bebouwing. Oude en nieuwe gebouwen staan door elkaar heen, en uitbreidingsgebieden zijn vaak relatief klein geweest. Ook komen er soms monumenten voor.
Hoe? Gebouweigenaren maken hier hun gebouwen transitiegereed door zoveel mogelijk op natuurlijke momenten te isoleren volgens de landelijke Standaard en door te ventileren, kieren te dichten en over te stappen naar elektrisch koken. Daarnaast gaan we in deze buurten starten met het overstappen op hybride warmtepompen en waar mogelijk naar elektrische warmtepompen of kleinschalig collectieve opties.
Daarnaast zien we in de het centrum van Goes en delen van aangrenzende wijken veel oude bebouwing. Hier is de overstap naar
Het is in deze gebieden logisch om een doelgroepgerichte aanpak (zie hoofdstuk 5) te kiezen waarbij eigenaren van gebouwen met dezelfde kenmerken geholpen worden door een aanpak die past bij hun gebouw.
4.2 Warmtenet Wat? In warmtenetbuurten krijgen zoveel mogelijk gebouwen en woningen een warmtenetaansluiting. De temperatuur van dat warmtenet is afhankelijk van de beschikbare bronnen. Bij het bepalen van de temperatuur van het warmtenet is het belangrijk dat die temperatuur ook op lange termijn CO2neutraal kan worden geleverd. Wanneer de brontemperatuur te laag is voor verwarming van gebouwen, is er soms nog een collectieve warmtepomp bij de bron nodig. Een warmtenet is een oplossing voor de hele buurt, maar toch kan een gebouw soms een eigen oplossing krijgen, bijvoorbeeld omdat het gebouw afwijkt van de rest van de buurt. We verwachten daarom dat er ook op kleine schaal individuele warmtepompen zullen voorkomen in warmtenetbuurten. Waar? Warmtenetten zijn het meest logisch in naoorlogse buurten met een hoge bebouwingsdichtheid. In deze buurten staan vaak veel flats die relatief eenvoudig en tegen relatief lage kosten zijn aan te sluiten. Ook zijn er in deze buurten veel sociale huurwoningen waardoor een warmtenet relatief eenvoudig is te organiseren. Deze eigenschappen zien we terug in de Goese Polder. Verder is in Ouverture al een warmtenet aanwezig die gebruik maakt van een WKO-systeem met regeneratie van aquathermie. Hoe? In tegenstelling tot gas en elektra zijn warmtenetten nog niet overal aanwezig.
De ontwikkeling van nieuwe warmtenetten én duurzame bronnen is afhankelijk van drie voorwaarden:
20
•
Er is voldoende schaal en dichtheid in een buurt. Bij een te lage dichtheid of een te laag aantal woningen is een warmtenet vaak niet haalbaar. Er is geen gouden regel, maar als richtlijn kan een minimum van 30 woningen per hectare worden aangenomen.
•
Er is in de buurt een grote gebouweigenaar aanwezig die in korte tijd veel woningen en gebouwen kan aansluiten. Dit is in de praktijk vaak een woningcorporatie, maar het kunnen ook georganiseerde particuliere gebouweigenaren of VvE’s zijn. Zij maken het mogelijk dat daarna overige gebouweigenaren kunnen aansluiten.
•
Er is in de buurt perspectief op een duurzame bron. Die bron hoeft niet altijd in de buurt zelf aanwezig te zijn, maar hoe groter de afstand tussen de bron en de buurt, hoe kostbaarder het wordt om de warmte te transporteren en hoe minder efficiënt het warmtenet werkt. In Goes is aquathermie de meest logische warmtebron.
Een warmtenet realiseren we met een gebiedsaanpak. Daarbij stemmen we zoveel mogelijk de werkzaamheden op elkaar af. De tijd die nodig is om een gebied aan te sluiten, inclusief het opstellen van een uitvoeringsplan, is vijf à tien jaar.
4.3 Besparen en warmteoptie later herijken Wat? In deze buurten is de uiteindelijke warmteoptie nog onduidelijk. Dat komt omdat de kosten voor verschillende warmteopties dichtbij elkaar liggen en het optimale alternatief nader moet worden onderzocht. Bij de (minimaal) vijfjaarlijkse herijking van de TVW kan de warmteoptie dan opnieuw worden vastgesteld. Dat betekent niet dat we in deze buurten niet kunnen beginnen. Ook in deze buurten kunnen we starten met besparen door woningen transitiegereed te maken en over te stappen naar hybride warmtepompen als tussenoplossing. Waar? In de wijken rondom het centrum van de kern Goes: West, Zuid, Oost, Noordoost Hoe? Gebouweigenaren maken hier hun gebouwen transitiegereed door zoveel mogelijk op natuurlijke momenten te isoleren volgens de landelijke Standaard en door te ventileren, kieren te dichten en over te stappen naar elektrisch koken. Daarnaast gaan we in deze buurten starten met het overstappen op hybride warmtepompen als tussenoplossing. Het is in deze gebieden logisch om een doelgroepgerichte aanpak te kiezen waarbij eigenaren van gebouwen met dezelfde kenmerken geholpen worden door een aanpak die past bij hun gebouw.
4.4 Elektrische warmtepompen Wat? Bij dit transitiepad stappen we over naar elektrische warmtepompen. Uiteindelijk is er dan alleen nog een elektriciteitsnet in de wijk nodig. Dit heet ook wel ‘all-electric’. Voordat een woning over kan naar een elektrische warmtepomp moet deze volledig transitiegereed zijn én beschikken over een afgiftesysteem voor lage temperaturen. Hybride warmtepompen, waarbij een cv-ketel bijspringt als het buiten heel koud is en dient voor warm tapwater, zijn een tussenoplossing voor gebouwen die nog onvoldoende zijn geïsoleerd. In deze buurten kunnen gebouweigenaren ook kiezen voor kleinschalig collectieve oplossingen met bijvoorbeeld WKO. Ook dan is er vaak nog een warmtepomp in het gebouw of de woning aanwezig. Waar? Buurten waar de warmtepomp de meest logische route is, zijn relatief nieuwe buurten die al goed geïsoleerd zijn of buurten met een lage bebouwingsdichtheid aan de rand van de stad. Het gaat dan bijvoorbeeld om de wijken Overzuid, Oostmolenpark, Goese Meer en Riethoek. Maar ook in delen van wijken of dorpen, zoals in bijvoorbeeld Goes West, ’sHeer Hendrikskinderen en ’s-Heer Arendskerke. Aangezien de gemeente al relatief vroeg is gestart met aardgasvrije nieuwbouw, zullen in deze (deel)gebieden ook al aardgasvrije woningen te vinden zijn zoals in Goes West. Hoe? De route naar elektrische warmtepompen wordt bepaald door de gebouweigenaren.
Zij zullen tussen nu en 2050, zoveel mogelijk op natuurlijke momenten de overstap maken, dit doen zij door hun gebouw geschikt te maken voor verwarmen met lage temperatuur. Het is van belang om de overstap naar elektrische warmtepompen stapsgewijs te doen. Ten eerste omdat er nog innovaties worden verwacht, zoals warmteopslag in de woning, en warmtepompen die nog steeds efficiënter worden. Daarnaast zijn dit vaak relatief nieuwe buurten waar gasleidingen nog niet zijn afgeschreven. Bovendien is de klimaatwinst in deze buurten beperkt omdat deze al vrij goed geïsoleerd zijn. Wanneer gebouweigenaren overstappen naar elektrische warmtepompen zal uiteindelijk het elektriciteitsnet extra moeten worden verzwaard. De