CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 04. TVW Goes 2021 definitief

Oordeelsvormende raad 25 mei 2022, gemeente GoesBij agendapunt: Transitievisie Warmte16.854 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

21

netbeheerder houdt in de gaten wanneer dit nodig is, en zij kiest samen met de gemeente een natuurlijk moment uit om het elektriciteitsnet te verzwaren, bij voorkeur op een moment dat de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk zijn. Het is in deze gebieden logisch om een doelgroepgerichte aanpak te kiezen waarbij eigenaren van gebouwen met dezelfde kenmerken geholpen worden door een aanpak die past bij hun gebouw.

4.5 Warmteopties voor bijzondere gebieden Wat? In de gebouwde omgeving zijn verschillende gebieden met een warmtevraag die afwijkt van bestaande woonwijken. Voor deze gebieden geldt dat per type gebied moet worden bekeken welke warmteoptie optimaal is. We onderscheiden de volgende bijzondere gebieden: •

Bedrijventerreinen: voor bedrijventerreinen geldt dat de warmtevraag sterk afhankelijk is van het type bedrijven op het terrein. Over het algemeen hebben bedrijven een grotere koudevraag dan woningen en is het aantal eigenaren beperkt, waardoor kleinschalig collectieve oplossingen met warmtepompen en WKO logische opties zijn. In het geval van hallen of loodsen geldt dat er wellicht helemaal geen warmtevraag is.

•

Recreatieterreinen: recreatievastgoed ligt vaak op terreinen die beschikken over een grote, zakelijke elektriciteits- en gasaansluiting. De infrastructuur op het terrein is eigendom van een beheerder. Voordeel is dat elektriciteit op deze plekken goedkoop is dankzij een lage energiebelasting, waardoor elektrificeren loont. Dit, gecombineerd met het feit dat de warmtevraag in het laagseizoen beperkt is, maakt dat infrarood aangevuld met een (zonne)boiler voor warm tapwater een betaalbare en logische oplossing is. Ook bij permanente bewoning is dit een logische warmteoptie als de woningen beschikken over enige mate van isolatie en het te verwarmen oppervlak beperkt blijft.

•

Gebiedsontwikkeling: Op gebiedsontwikkelingslocaties ligt de keuze voor de duurzame warmteoptie vaak nog open. Bij vrijwel alle nieuwe woningbouw zal een elektrische warmtepomp de

meest logische keus zijn. Alleen bij locaties waar in korte tijd veel woningen in hoge dichtheden worden gebouwd is het logisch om een collectieve oplossing zoals een warmtenet of bronnet te onderzoeken. Waar? Bedrijventerreinen: Op het industrieterrein de Poel, maar ook in kleinere gebieden zoals het Stationsgebied en in Eindewege Recreatiegebieden: Op twee plekken aan het Veerse Meer – naast Kattendijke en ten noorden van Wolphaartsdijk

gebiedsontwikkelingen en het goed meenemen van buurten die al (deels) aardgasvrij zijn. 4.6.2 Wat betekent de transitiekaart? De transitiekaart laat zien welk transitiepad we in welke buurt doorlopen. Zoals eerder aangegeven beschrijft de TVW de hoofdlijnen van het transitiepad en is het nog geen definitief besluit voor een bepaalde warmteoptie per buurt. Wel biedt de transitiekaart een richtlijn waarmee we als gemeente stappen kunnen zetten: •

Op basis van de transitiekaart kunnen we per buurt duidelijkheid geven aan gebouweigenaren over welke maatregelen zij moeten nemen voor hun gebouw. Die maatregelen zijn in deze TVW al op hoofdlijnen beschreven. We creëren daarnaast ook een online adressentool, waar inwoners de maatregelen voor hun eigen woning eenvoudig kunnen opzoeken.

•

Met de transitiekaart kunnen we uitvoeringsplannen voor buurten gaan opstellen. Daarin worden zaken zoals techniek, betaalbaarheid en uitvoering voor een buurt duidelijk.

•

De transitiekaart opent het gesprek voor de gemeente en haar partners, zoals de woningcorporaties, inwonerscollectieven en netbeheerders. De gemeente kan de transitiekaart gebruiken als onderbouwing om bepaalde initiatieven van partners te steunen.

•

De transitiekaart biedt een onderbouwing voor het gebruik van nieuwe regels en middelen die de gemeente ontvangt van de Rijksoverheid. Zo verwachten we bijvoorbeeld dat de gemeente tijdens de nieuwe kabinetsperiode instrumenten voor warmtenetten in de bestaande bouw.

Gebiedsontwikkeling: in het zuiden van de kern Goes, ten westen van de A256 en diverse kleinere ontwikkelingen Hoe? Voor bedrijventerreinen, recreatieterreinen en gebiedsontwikkelingslocaties geldt dat een gebiedsgerichte aanpak logisch is om voor die locatie de optimale warmteoptie te kiezen en ontwikkelen. In alle gevallen is er namelijk maar sprake van één of enkele eigenaren of ontwikkelaars. De gemeente kan een rol spelen om deze eigenaren, samen met andere belanghebbenden en marktpartijen, te helpen met een aanpak om te komen tot de overstap naar aardgasvrij. Dat kan bijvoorbeeld de vorm hebben van een uitvoeringsplan.

4.6 De transitiekaart voor Goes 4.6.1 Hoe is de transitiekaart tot stand gekomen? De transitiekaart is tot stand gekomen op basis van een vergelijkende analyse en zorgvuldige afwegingen per buurt, waarbij onze uitgangspunten leidend zijn geweest:

22

•

Een vergelijkende analyse van drie verschillende modelstudies waarmee we inzicht hebben gekregen in de laagste maatschappelijke kosten voor warmteopties per buurt.

•

Als buurtgrenzen zijn de buurtgrenzen aangenomen zoals het CBS die hanteert. Omdat die grenzen niet altijd logisch of herkenbaar zijn, hebben we daarbovenop gebieden gemarkeerd waar de gebouwde omgeving afwijkt van de rest van de buurt, en waar dus ook een ander transitiepad gevolgd zal worden.

•

Omstandigheden per buurt in overleg met de betrokken partijen. Het gaat dan bijvoorbeeld over de ruimte in de ondergrond,

4.6.3 Tot welk eindbeeld leidt de transitiekaart? Nu maken we in bijna de hele gemeente nog gebruik van aardgasverwarming. In 2050 hebben we te maken verschillende warmteopties die gebruik maken van duurzame elektriciteit, duurzaam gas en lokale, duurzame warmtebronnen. Wij hebben uitgerekend hoeveel energie onze mix van warmteopties in 2050 zal gebruiken op jaarbasis. Daarbij hebben we gekeken naar het hele energiegebruik in de gebouwde omgeving, dus verwarming, koeling, apparaten, licht en elektrisch koken bij elkaar.

Om te beginnen zien we dat we in de toekomst veel minder energie gaan gebruiken in de gebouwde omgeving. Dat komt vooral omdat we gaan isoleren. Daarnaast zien we dat we veel minder gas gaan gebruiken. Dat komt omdat we verwachten dat duurzaam gas schaars zal blijven en we dus onze gasvraag zo klein mogelijk moeten maken. In de toekomst gebruiken we alleen nog duurzaam gas voor de piekvoorziening van warmtenetten en voor hybride warmtepompen. We zien dat ons elektriciteitsverbruik zal toenemen. Dat komt vooral omdat we op verschillende plekken in de gemeente gebruik zullen maken van warmtepompen. Voor de levering van schone elektriciteit en gas zullen we afhankelijk zijn van de verduurzaming van de landelijke elektriciteits- en gasvoorziening, omdat we daarvoor een nationale infrastructuur hebben. 4.6.4 Alles gekleurd, overal starten? De doelstelling is om in 2050 woningen en gebouwen in Goes aardgasvrij te verwarmen. Alle buurten zullen hier dus op den duur mee aan de slag moeten, daarom hebben alle buurten een transitiepad. Belangrijk om te realiseren bij het lezen van de kaart, is dat de (tussen)stappen en de snelheid en intensiteit daarvan, sterk kunnen wisselen, en dat een transitiepad een proces beschrijft en niet een moment waarop de schop in de grond gaat.

Concrete stappen zoals een buurtaanpak of een haalbaarheidsonderzoek vinden plaats in uitvoeringsplannen als vervolg op de TVW. Dat wil niet zeggen dat er nog niks moet en kan gebeuren. Gemeentebreed zijn energie besparen en het transitiegereed maken van gebouwen de eerste stappen richting aardgasvrij. Dat zal bij voorkeur gebeuren op natuurlijke momenten, bijvoorbeeld bij renovaties of bij afschrijving van de CV-ketel als dat haalbaar en betaalbaar is voor de gebouweigenaar. Het doel van de TVW en de transitiekaart is om inzicht te bieden in de richting voor de komende jaren.

23

Figuur 3: De transitiekaart van gemeente Goes. Een grotere afbeelding is te vinden in bijlage 2

5 Stappen richting uitvoering De warmtetransitie is complex en wordt niet van de ene op de andere dag uitgevoerd. Het gaat om veranderingen aan gebouwen en infrastructuur, er zijn energiebronnen nodig, en er komen grote investeringen bij kijken. Deze transitie vraagt ook om nieuwe vormen van samenwerken met gebouweigenaren, met inwoners en met het bedrijfsleven en de provincie. Het vraagt tevens om veranderingen binnen de gemeentelijke organisatie. Samenwerken in de warmtetransitie betekent meer dan het naast elkaar uitvoeren van de projecten van de individuele stakeholders. Enerzijds dient er coördinatie te zijn op de (samenhang tussen) de specifieke projecten en opgaven. Anderzijds liggen er stevige uitdagingen op het gebied van samenwerking, strategie, communicatie & participatie en financiering. Dit vraagt om een gestructureerde aanpak en sturing. De gemeente neemt hierin de regie. In dit hoofdstuk maken we een doorkijk naar de eerste stappen richting uitvoering.

5.1 De transitiepaden omzetten naar praktijk Verschillende transitiepaden vragen om verschillende type aanpakken. In Goes onderscheiden we een doelgroepenaanpak en een gebiedsgerichte aanpak. 5.1.1 Doelgroepenaanpak voor individuele maatregelen In het vorige hoofdstuk hebben we gezien dat er in veel transitiepaden maatregelen nodig zijn die vragen om een doelgroepgerichte aanpak. Een dergelijke aanpak is bedoeld om individuele gebouweigenaren te faciliteren en motiveren bij de keuzes die zij moeten maken voor het nemen van individuele stappen zoals isolatie of een warmtepomp. Elke woningeigenaar is anders en heeft een eigen type woning en beslismoment. Toch kunnen we doelgroepen formuleren als we kijken naar de meest logische stappen die een gebouweigenaar kan zetten, bijvoorbeeld op basis van bouwjaar van de woning. In de doelgroepenaanpak onderscheiden we een isolatieaanpak een aanpak voor (hybride) warmtepompen. Een categorisering van doelgroepen kan er uitzien zoals is beschreven in onderstaande tabel.

24

Bouwjaar

Aanpak

Isolatieaanpak <1950

Focus op isolatie op basis van maatwerk, in verband met grote diversiteit

1951 – 1975

Isolatie met gestandaardiseerde aanpak naar transitiegereed (maximaal 70 graden)

1976 – 1990

Isolatie met gestandaardiseerde aanpak naar transitiegereed (max 70ºC) Als (al) nageïsoleerd: hybride mogelijk

Aanpak (hybride) warmtepompen >1990

Aanpak voor de overstap naar een gasvrije oplossing

>2005

Aanpak voor de overstap naar een volledig elektrische warmtepomp

Uiteraard hangt het van de specifieke situatie van een individuele eigenaar af of er al maatregelen aan het gebouw zijn getroffen. Meer informatie over reeds genomen renovatiemaatregelen, maar bijvoorbeeld ook over CVketelvervangingsmomenten kan helpen om gerichter inzichtelijk maken waar de komende tijd stappen gezet kunnen worden. Een schouw is noodzakelijk, omdat maatwerk altijd nodig zal zijn. Sturingsmogelijkheden Vanuit de gemeente zijn er momenteel weinig sturingsmogelijkheden om te sturen op het daadwerkelijk nemen van maatregelen. Het nemen van deze individuele maatregelen is dus op basis van vrijwilligheid zolang er geen wetgeving is om deze sturing mogelijk te maken. Met de juiste boodschap en middelen willen we deze doelgroepen stimuleren om toch de stappen richting transitiegereed te gaan zetten. Hoe we inwoners daarin willen ondersteunen, beschrijven we in paragraaf 5.2. Uit de verschillende Zeeuwse informatieavonden met inwoners blijkt dat inwoners sterk gemotiveerd zijn om te isoleren. Zowel voor het comfort dat het oplevert, de financiële besparingen als de klimaatwinst. Men wil vooral

beter inzicht krijgen in welke maatregelen men moet nemen en wat daarvoor natuurlijke momenten zijn. 5.1.2 Gebiedsgerichte aanpak: drie aanknopingspunten Naast de kansen om op basis van doelgroepen stappen te maken in de transitie, liggen er ook nadrukkelijk mogelijkheden om gebiedsgericht aan

Uitvoeringsplannen Het uitvoeringsplan beschrijft hoe de gemeente de gebiedsgerichte aanpak in een wijk of dorp wil (laten) uitvoeren of regisseren. Het plan beschrijft voor één of meerdere gebieden op welk duurzaam alternatief deze gebieden overgaan. Het beschrijft ook welke maatregelen in het gebied nodig zijn om tot de gewenste situatie te komen. Het uitvoeringsplan biedt daarmee een totaaloverzicht van de stappen die door diverse partijen gezet gaan worden om de isolatie-aanpak en/of het alternatief voor aardgas voor het gebied te realiseren. Het uitvoeringsplan wordt opgesteld in samenwerking met bewoners, gebouweigenaren en stakeholders, zoals netbeheerders en woningcorporaties. Bron: Rijksoverheid (2021), Programma aardgasvrije wijken. https://aardgasvrijewijken.nl/themas/regieenorganisatie/uitvoeringspl an/wat+is+een+uitvoeringsplan/default.aspx de slag te gaan. Daarnaast is een gebiedsgerichte aanpak een welkome aanvulling op een doelgroepenaanpak, omdat je op een gebied meer grip hebt als gemeente en partners, waarmee de besparingsdoelstellingen voor 2030 haalbaarder worden. Vanuit het Klimaatakkoord zijn zogenaamde uitvoeringsplannen bestempeld als middel om gebiedsgericht te werken.

aandachtsgebieden in de transitiekaart laten deze clustering zien. In bijvoorbeeld een all electric aandachtsgebied staan woningen geclusterd waar een collectieve inkoopactie voor warmtepompen opgezet zou kunnen worden. Gezien de homogeniteit in bouwjaren van na 1990 is hier namelijk waarschijnlijk al voldoende isolatie aanwezig om deze stap te zetten. Daarnaast zou een clustering van woningen waar een isolatieslag wenselijk is een kans kunnen zijn om met een collectieve isolatieaanpak te starten. Deze isolatiekansen hebben we inzichtelijk op blokniveau, en zijn gezien de kleinere schaal niet zichtbaar op de transitiekaart. We lichten dit in het kader op de volgende pagina verder toe. 2. Aansluiten bij de sociale energie in een buurt, wijk of dorp (sociale warmte) In de Zeeuws-brede samenwerking is verkend waar sociale energie in een buurt, wijk of dorp aanwezig is om met aardgasvrij aan de slag te gaan. De zogenoemde sociale warmtebronnen. Deze zijn samengebracht in de Sociale Warmte Atlas Zeeland. De atlas bestaat uit meerdere kaarten, die verschillende aspecten laten zien van de sociale warmte in Zeeland. Sociale energie is essentieel in een buurt om initiatieven vanuit de wijk van de grond te krijgen.

Niet alleen omdat hier mogelijk een initiatiefnemer de kar kan trekken, maar ook omdat de wijk of het dorp als sociaal netwerk kan dienen en op die manier draagvlak of gezamenlijk initiatief gecreëerd kan worden. Voorbeelden van sociale warmtebronnen om bij aan te sluiten zijn: •

Initiatiefnemers, verenigingen, inwonerscollectieven, energie coöperaties, VVE’s, dorps/wijkstadsraden en -werkgroepen die in de buurt, wijk of dorp aan de slag willen met verduurzaming.

•

Partijen die als katalysator kunnen werken, zoals een kerkgemeenschap of school. De gemeente kan, samen met een dergelijke partij een isolatie aanpak opzetten en uitvoeren. Deze partij kan de achterban ook meer vertellen over deze aanpak.

•

Andere organisaties die met duurzame maatregelen aan de slag willen.

Vanuit onze kijk op de warmtetransitie, zien we drie aanknopingspunten voor een gebiedsgerichte aanpak om binnen buurten, wijken of dorpen verder te gaan verkennen: 1. Clustering Gebouwen met vergelijkbare eigenschappen zoals het bouwjaar, kunnen vragen om een vergelijkbare oplossing. Als deze gebouwen geclusterd zijn binnen een gebied, kan een gebiedsgerichte aanpak uitkomst bieden. De

25

3. Aansluiten bij andere lokale opgaven en kansen

De warmtetransitie in een wijk staat nooit op zichzelf, vaak zijn er andere opgaven op het gebied van renovatie, herstructurering, rioolvernieuwing, vergroening, veiligheid en andere thema’s die ook spelen in een wijk. Het is belangrijk dat ambities en plannen worden afgestemd daar waar dat logisch is, en dat werkzaamheden worden gecombineerd om overlast voor inwoners en kosten te besparen. Aan de andere kant wordt het te complex als we in alle wijken alles met alles verknopen. Een balans tussen integraliteit en focus is essentieel. Er zal afstemming plaatsvinden met en over: •

aangrenzende duurzaamheidsthema’s zoals klimaatadaptatie, circulariteit, opwek duurzame energie, en mobiliteit;

•

Opgaven in de openbare ruimte, zoals herstructurering en rioleringsvervangingsopgaven. Herstructurering zien we bijvoorbeeld in het noordelijke deel van de Verzetsheldenbuurt en het noordelijke deel van Goes-West

•

Sociale thema’s zoals energiearmoede, leefbaarheid en sociale problemen in een buurt, wijk of dorp;

•

De drukte in de ondergrond, dat in veel wijken ook buiten het centrum van de kern Goes speelt;

•

En met plannen van andere stakeholders zoals de woningcorporaties. Vanuit Beveland Wonen staat bijvoorbeeld een renovatie op de planning voor woningen in de Goese Polder. Een woningcorporatie en de gemeente kunnen samen verkennen waar kansen liggen voor de warmtetransitie. Bijvoorbeeld waar renovatieplannen gaan plaatsvinden en kansen liggen voor de collectieve inkoop van isolatie. Bij een dergelijke ontwikkeling kan ook verkend worden of er isolatie kan worden aangeboden aan de particulieren in die buurt, wijk of dorp.

5.1.3 Mogelijke startkansen: Goese Polder en ‘s-Heerhendrikskinderen Goese Polder is kansrijk voor een verdere verkenning van een warmtenet. De buurt heeft vrij homogeen vastgoed dat zich goed leent voor aansluiting op een warmtenet. Bovendien is het corporatiebezit van Beveland Wonen hier relatief hoog. Beveland Wonen heeft aangegeven positief te staan tegenover de verdere verkenning van de mogelijkheden

26

voor een warmtenet. Er lijken kansen te zijn voor warmtebronnen in de omgeving, zoals aquathermie. Rioolvervanging zal plaatsvinden na 2030, zodat tegen die tijd mogelijk werk met werk gemaakt kan worden. Een aandachtspunt is wel de drukte in de ondergrond. Een van de eerste stappen zal dan ook een verkenning van de drukte in de ondergrond zijn. Daarnaast ligt een verkenning voor een isolatieaanpak voor de hand in ’s-Heerhendrikskinderen. Met name voor de woningen tussen 1950-1975 is een flinke warmte- en daarmee CO2-besparingsstap te maken. ’s-Heerhendrikskinderen heeft als transitiepad besparen en herijken, wat betekent dat er nog geen doorslaggevende warmteoptie is in dit gebied en dus isoleren en transitiegereed maken een logische eerste stap is. Op een later moment kan heroverwogen worden of en welke warmteoptie het meest haalbaar en betaalbaar is. en actieve dorpsraad in ’s-Heerhendrikskinderen kan mogelijk als (mede-)initiatiefnemer of ambassadeur helpen bij het realiseren van een isolatieaanpak. Voor beide startkansen zien we een startanalyse waarin de scope, verduurzamingsoptie en samenwerking met inwoners verder wordt verkend, als opstap naar een later te volgen uitvoeringsplan.

Van aanknopingspunten naar startkansen Op basis van de aanknopingspunten kunnen we in Goes de komende tijd verder verkennen waar we gebiedsgericht aan de slag willen. We gebruiken de Energie Transitie Atlas om inzichtelijk te maken of en hoe deze aanknopingspunten elkaar kunnen versterken. De atlas maakt het mogelijk om op kleinere schaal naar kansen te kijken dan het CBS-buurtniveau zoals aangehouden in de transitiekaart. Op dit kleinere schaalniveau kunnen we clustering van vergelijkbare woningen, sociale warmtebronnen en koppelkansen beter inzichtelijk maken en over elkaar heen leggen. Op dat niveau wordt ook de kaartlaag interessant met isolatiekansen per deelgebied en zelfs op blokniveau, om te verkennen waar een gebiedsgerichte isolatieaanpak voor de hand ligt. Om isolatiekansen inzichtelijk te maken is gefilterd op: bovengemiddelde warmtevraag, bovengemiddeld gasverbruik, en de aanwezigheid van startkansen voor isolatiemaatregelen (spouw, zoldervloer en grondvloer) Een voorbeeld van een gebied waar aanknopingspunten samenkomen is Goese Polder, een potentiële startkans, en is gevisualiseerd in figuur 4.

Bezit van woningcorporatie Beveland Wonen

In figuur 4 zien we isolatiekansen, bronkansen en bezit van Beveland Wonen. Deze inzichten kunnen helpen om gebieden op kansrijkheid als startgebied te beoordelen. De komende periode vullen we de Atlas verder aan met bruikbare data om de drie aanknopingspunten verder aan te vullen en uit te diepen. Tegelijkertijd blijven het data en modellen die zijn gevisualiseerd in kaarten, en ziet de wereld er in het echt complexer en genuanceerder uit. We zien de kaarten daarom als basis voor de belangrijkste vervolgstap, namelijk het gesprek blijven voeren met de projectgroep om de kaarten met lokale kennis te valideren en verrijken en op die manier weloverwogen keuzes te maken over welke startkansen we wanneer verder willen verkennen.

27

Figuur 4 Goese Polder, waar inzicht in isolatiekansen, bronkansen en bezit van Beveland Wonen samenkomen.

Terugblik inwonersavond 20 juli 2021

Burgerpanel Goes praat mee

Op 20 juli 2021 zijn inwoners van Goes bijgepraat over de transitievisie warmte. Tijdens deze online bewonersavond kregen de deelnemers uitgebreide informatie over de overgang naar aardgasvrij verwarmen in Goes en meegedacht over de vervolgstappen de komende tijd.

Tussen 26 juli en 31 augustus konden inwoners van Goes reageren op de voorlopige resultaten van de Transitievisie Warmte. Via het burgerpanel Goes praat mee informeert de gemeente de inwoners over wat een Transitievisie Warmte is en wat de planning is voor het schrijven en vaststellen van de TVW. Ook kunnen inwoners de voorlopige resultaten inzien, zoals de uitgangspunten, de mogelijke duurzame warmteoplossingen, de transitiekaart en een opzet richting de uitvoering.

De meningen lopen uiteen Sommige inwoners zien de warmtetransitie als iets noodzakelijk en vinden inmiddels bewezen dat het kan. Er zijn zelfs een aantal inwoners die het niet ambitieus en niet snel genoeg vinden gaan. Maar anderen zijn van mening dat het ingewikkeld is en er nog veel onduidelijk is over wat het gaat betekenen. Samen stappen zetten Wat heel duidelijk werd, is dat isoleren van de woning altijd een goed idee is. Bespaarde energie is de duurzaamste energie. Veel inwoners hebben hun huis als (deels) geïsoleerd en inmiddels ook al zonnepanelen geplaatst.

Zessentwintig inwoners uit de gemeente hebben gereageerd op het burgerpanel. Meer dan de helft van de deelnemers hebben contactgegevens achtergelaten. Zij willen graag meedenken over de uitvoering van de warmtetransitie in Goes. Duidelijk verhaal maar onduidelijke transitiepaden

We zullen de komende jaren moet inzetten op het stimuleren van samenwerkingen en actief met de dorpsraden aan de slag om de juiste stappen te kunnen zetten.

Inwoners denken verschillend over de voorlopige resultaten. Het verhaal is duidelijk en waarom er verandering moet komen is ook te volgen. De transitiepaden zijn niet duidelijk, waardoor de transitiekaart ook niet duidelijk is. Men vraagt zich af waar gestart gaat worden, wat de transitiepaden precies betekenen en waar men terecht kan als ze vragen hebben.

Energiebesparing in Goes: tips van inwoners

Onzekerheid en onmogelijkheden

28

•

Zorg voor onafhankelijk en persoonlijk advies aan huis. Inwoners willen weten waar ze moeten beginnen met isoleren.

•

Werk aan een gedetailleerde planning wanneer wijken van het gas af gaan, zodat eigenaren hun verbouwplanning erop aan kunnen passen

•

Stel besparingsambassadeurs aan in wijken: inwoners met een voorbeeldwoning waarin alle effecten zichtbaar zijn

•

Ondersteuning en begeleiding voor VVE’s

•

Communiceer gericht en duidelijk over campagnes, collectieve inkoopacties en leningen die beschikbaar komen

•

Grijp de isolatie opgave als kans om lokale ondernemers te betrekken en lokaal werkgelegenheid te creëren

De inwoners van Goes hebben veel vragen als het gaat om de warmtetransitie. Vragen over onder andere de financiële en technische mogelijkheden, en de duurzaamheid en betrouwbaarheid van de warmteoplossing. Ook lopen inwoners aan tegen de kosten van de duurzame warmteoplossingen. Een aantal inwoners willen wel graag verduurzamen, maar hebben hier het geld niet voor of de woning is niet geschikt. Behoefte aan kennis en geld Meerdere inwoners geven aan hun woningen al (grotendeels) geïsoleerd te hebben. Een aantal inwoners willen wel isoleren, maar hebben behoefte aan kennis. Er is nog veel onduidelijk, specifiek over de woningen van de inwoners zelf. Ook geven een aantal inwoners aan dat ze geen geld hebben om zelf te isoleren of afhankelijk zijn van een woningcorporatie.

handelingsperspectieven op de gemeentelijke website, in het Bespaarhuis of via de loketten. Deze informatie is eenduidig en Zeeuws-breed afgestemd

Overstappen op logische momenten De inwoners geven aan dat veel woningeigenaren op logische momenten van het aardgas af gaan of transitiegereed worden. Denk hierbij aan een verhuizing of verbouwing van de woning. Woningeigenaren die nu verhuizen of verbouwen, moeten over de duurzaamheidsmogelijkheden geïnformeerd worden. Lokale partijen zoals installateurs, leveranciers en het energieloket kan hierbij helpen.

•

Zelf inwoners actief benaderen op basis van een doelgroepenaanpak;

•

De warmtetransitie moet begrijpelijk worden en niet een ‘ver van mijn bed’-show. Inwoners moeten geprikkeld worden met bijvoorbeeld een prijsvraag. De warmtetransitie moet toegankelijk zijn en bij mensen ‘op de deurmat’ landen;

•

De warmtetransitie koppelen met opgaven en thema’s die spelen in specifieke buurten, wijken en dorpen als er sprake is van een gebiedsgerichte aanpak met koppelkansen;

•

Communiceren (periodiek) over het proces dat plaatsvindt over de verschillende stappen die worden gezet in de warmtetransitie. Waar vervolgstappen in de transitie voorzien worden, deze vroegtijdig communiceren

•

Inspirerende voorbeelden delen, zoals het Bespaarhuis in Goes en in samenwerking met Platform Energiek Zeeland. We delen voorbeelden op website van het Zeeuws Energieakkoord

Richting de uitvoering Er worden verschillende ideeën aangedragen over het uitvoeren van de warmtetransitie. Sommige inwoners hebben meer behoefte aan collectieve oplossingen, bijvoorbeeld als zij in een appartementencomplex of triowoning wonen. Zij willen samen met de buren kijken naar collectieve inkoop of dat zij bijvoorbeeld kunnen aansluiten op een warmtenet. Andere inwoners willen liever zelf een keuze maken. Zij hebben wel behoefte aan praktische informatie. Welke stappen kunnen genomen worden? Welke installateurs en leveranciers uit de gemeente zijn betrouwbaar? Hoeveel gaat dit kosten?

Hoe gaan we inwoners informeren, motiveren en faciliteren? Communicatie Communicatie met inwoners is een cruciaal onderdeel voor een succesvol verloop van de warmtetransitie. Het onderwerp moet gaan leven onder inwoners, omdat de bijbehorende werkzaamheden en aanpassingen zich voor een deel achter de voordeur afspelen. Met het opstellen van een heldere communicatiestrategie en een communicatieaanpak zetten we de eerste stappen voor een succesvolle samenwerking met onze inwoners. Daarom zetten we in op de volgende punten:

29

•

Communiceren (periodiek) over het nut, de noodzaak en de urgentie van de warmtetransitie en specifiek over isoleren via verschillende kanalen;

•

Inwoners die aan de slag willen voorzien van objectieve, heldere en toegankelijke informatie. Zoals informatie over

Participatie In Goes staat participatie hoog in het vaandel. In onze activiteiten proberen wij altijd zo goed en zo vroeg mogelijk inwoners te informeren en betrekken. Op ons platform www.goespraatmee.nl is ruimte voor inbreng op visie- en beleidsstukken. We nemen deze inbreng mee in de verdere uitwerking, zoals we ook in deze TVW hebben gedaan. Hoe verder we komen richting uitvoering, hoe concreter de plannen worden en hoe belangrijker de inbreng van inwoners wordt om mee te denken en beslissen in de planvorming voor hun wijk of dorp. We zullen daarom een participatiestrategie gaan opstellen waarin we kaders beschrijven over wanneer inwoners op welke manier kunnen en mogen meedenken (inwonersparticipatie). Maar andersom zullen er ook steeds meer initiatieven vanuit inwoners en organisaties ontstaan waarbij een samenwerking met de gemeente gezocht wordt. De participatiestrategie moet daarom ook laten zien op welke manier wij

bereid zijn om te ondersteunen in gebiedsgerichte projecten die opgezet zijn vanuit lokale initiatiefnemers (overheidsparticipatie).

Energieke Gemeenten In de overschakeling naar duurzame warmte is een actieve rol van inwoners en inwonergroepen van groot belang. Dat vraagt dus om meepraten, meedenken, meebeslissen en meedoen bij het maken en uitvoeren van de plannen. Dat geldt voor de Transitievisie Warmte en ook voor de latere Wijkuitvoeringsplannen. Het traject Energieke Gemeenten reikt drie hulpmiddelen aan om praktisch handen en voeten te geven aan deze participatie. De drie hulpmiddelen zijn: de Sociale Warmte Atlas Zeeland, de Participatie Toolkit en het Doe & Leer Lab. Ze zijn alle drie op deze website te vinden: https://www.zeeuwsenergieakkoord.nl/projecten/energiekegemeenten-samen-met-inwoners-naar-aardgasvrij Hiermee hebben gemeenten toegang tot tools, aanpakken, kennis én praktijkervaringen, waarmee zij inwonerparticipatie concreet en ‘op maat’ vorm kunnen geven. Maar ook organisaties die met inwonersgroepen actief aan de slag gaan én inwonersgroepen zelf kunnen deze hulpmiddelen gebruiken. En zo, in samenspraak en samenspel met de gemeente, de plannen voor de overschakeling naar duurzame warmte gestalte geven. Als vertegenwoordiger van de wijken en dorpen, zullen wijk- en dorpsverenigingen een prominente rol krijgen in het meedenken over de keuzes en aansluiting van de warmtetransitie bij de lokale situatie. Ook de gemeenteraad zullen we blijvend betrekken in de warmtetransitie.

Financiering Er zijn verschillende mogelijkheden om inwoners financieel te ondersteunen bij maatregelen in de woning. Denk aan subsidies, leningen, en collectieve inkoopacties. Waar mogelijk bouwen we bestaande instrumenten uit of ontwikkelen we nieuwe instrumenten, passend bij de

9 In de bijlagenotitie treft u een overzicht van financieringsinstrumenten en

initiatieven die reeds in de Zeeuwse gemeenten worden uitgerold. Leningen die

30

gemeentelijke of Zeeuwse aanpak. In de bijlagenotitie staat een overzicht van de beschikbare leningen, subsidies en andere middelen waarop inwoners aanspraak kunnen maken. Een actueel overzicht staat ook op www.duurzaambouwloket.nl. We willen kansen voor gemeenteoverstijgende constructies verkennen, te denken valt aan een provinciale lening, provinciale gebouwgebonden financiering, provinciale collectieve inkoop en samenwerking met Zeeuwse installateurs. Daarnaast willen we Zeeland-breed inwoners kunnen informeren over financiële instrumenten die beschikbaar komen vanuit het Rijk. Hoewel iedere eigenaar de maatregelen individueel treft, kan er altijd een collectief aanbod georganiseerd worden, waar meerdere eigenaren tegelijk gebruik van kunnen maken.9 Tijdens de inwonersavond is duidelijk naar voren gekomen dat gebouweigenaren willen weten van welke middelen ze gebruik kunnen maken om maatregelen te nemen, zoals rekentools, woningscans, (digitale) loketten, subsidies, leningen en voorbeeldwoningen. Er werd een duidelijke behoefte geuit aan een overzichtelijke en makkelijk toegankelijke plek waar deze informatie te vinden is.

5.2 Zeeuws-brede samenwerking: hoe gaan we het organiseren? In de voorgaande paragrafen zijn de doelgroep- en gebiedsgerichte aanpak beschreven die door de gemeente in samenwerking met betrokken partijen na de TVW verder worden uitgewerkt. Daarnaast liggen er concrete aanknopingspunten om bepaalde onderdelen van de uitvoeringsstrategie Zeeuws-breed op te pakken, samen met andere gemeenten. De voordelen van regionale en provinciale samenwerking zijn schaalvoordeel in de uitvoering, het kunnen leren van elkaars ervaringen, en uniformiteit in communicatie, voorlichting en andere uitingen richting inwoners. De samenwerkingskansen worden omschreven in de volgende paragrafen. Tevens wordt in een stappenschema toegelicht hoe de

genoemd zijn, zijn niet allemaal op dit moment actief. Mogelijk worden er nieuwe rondes waarin deze leningen worden vrijgegeven uitgeschreven.

Zeeuws-brede samenwerking verder georganiseerd kan worden. 5.2.1 Zeeuws-brede doelgroepen aanpak: samen aan de slag met besparen en woningen transitiegereed maken Aan de slag gaan met besparen en transitiegereed maken van woningen met een doelgroepgerichte aanpak is in alle Zeeuwse gemeenten de eerste stap. Het ligt dan ook voor de hand om hier samen in op te trekken, door ervoor te zorgen dat middels het standaardiseren van een isolatieaanpak: elke Zeeuwse inwoner kan gebruik maken van hetzelfde verduurzamingspakket dat voor het bouwjaar of woningtype van zijn of haar woning relevant is. Dit verduurzamingspakket zou door de hele provincie heen op dezelfde manier aangeboden kunnen worden via uniforme communicatie waarbij het Duurzaam Bouwloket en Energiek Zeeland een belangrijke rol kunnen spelen in de uniformiteit. Bijvoorbeeld in het aanbieden van woning- of straatscans in heel Zeeland. Ook kan er via de Zeeuws-brede samenwerking worden afgesproken om per gemeente te focussen op een bepaalde doelgroep (op basis van woningtype en bouwjaar, zie paragraaf 5.1.1) door middel van gerichte campagnes. Zo kan elke gemeente zich toespitsen op één doelgroep en leren hoe deze het beste benaderd kan worden. Deze ervaringen kunnen vervolgens Zeeuws-breed worden uitgewisseld.

5.2.2 Zeeuws-brede gebiedsgerichte aanpak Ondanks dat een gebiedsgerichte aanpak in de basis plaatsvindt in een afgebakend gebied dat binnen de gemeente ligt, zijn er kansen voor een Zeeuws-brede samenwerking – met name als het gaat om kennisuitwisseling. Een gebiedsgerichte aanpak richt zich met name op een verdere verkenning van de haalbaarheid voor een warmteoptie in een wijk of dorp. Hierin wordt intensief samengewerkt met lokale stakeholders en gebruik gemaakt van de gemeentelijke en lokale kennis in dat gebied. Voordeel van een dergelijke lokale aanpak is dat er echt iets in beweging kan komen door de betrokkenheid van lokale initiatiefnemers (woningcorporatie, inwonersinitiatief of gemeente). Dergelijke initiatiefnemers zorgen voor betrokkenheid van inwoners door te fungeren als ambassadeur en dragen bij aan het draagvlak van een bredere groep inwoners in de omgeving. In de verschillende gemeentes in Zeeland zien we duidelijke gebiedsgerichte kansen. De Zeeuws-brede samenwerking leent zich bij

31

uitstek als platform van kennisuitwisseling over deze gebiedsgerichte ervaringen. Tevens zouden er binnen deze samenwerking afspraken kunnen worden gemaakt tussen gemeentes om te focussen op een uitvoeringsplan warmtenet in de ene gemeente, een uitvoeringsplan allelectric wijk in de andere gemeente, en een aanpak recreatiepark in een volgende gemeente. Op die manier kunnen er in de verschillende gebiedsgerichte plannen lessen opgehaald die kunnen terugvloeien naar de Zeeuws-brede samenwerking. Dit komt de versnelling van de warmtetransitie in Zeeland ten goede. 5.2.3 Zeeuws-breed uniform communiceren over dezelfde inkoopacties en financieringsmogelijkheden Er liggen Zeeuw-breed kansen om richting inwoners en andere betrokken partijen inzicht te geven in de beschikbare financieringsmogelijkheden op zowel, regionaal, provinciaal als landelijk niveau. Of informatie op het gebied van voorbeeldwoningen die in naburige gemeenten te bezoeken zijn, en voorlichtingsavonden en evenementen die georganiseerd worden in Zeeland over besparen en transitiegereed maken. Ook de aanpak voor bedrijventerreinen kan Zeeuws-breed opgepakt worden. Bijvoorbeeld door goede voorbeelden (provinciaal/regionaal) te verzamelen en de lessen te delen in een makelaarsrol. Of door kansen voor een financieel haalbare oplossing te delen.

5.2.4 Stappen richting Zeeuws-brede samenwerking De voordelen van een Zeeuws-brede samenwerking op de verschillende aanpakken is in de voorgaande paragrafen toegelicht. Deze paragraaf zal verder ingaan op hoe de stappen die nodig zijn om de Zeeuws-brede organisatie op te zetten. Figuur 4 geeft een voorstel voor een mogelijke samenwerkingsvorm voor een Zeeuws-brede samenwerking. Voor de verdere organisatie van de Zeeuws-brede samenwerking zien we de volgende stappen die na de TVW moeten worden uitgewerkt: 1. Zoveel mogelijk aansluiten bij de bestaande structuren. Binnen het al bestaande samenwerkingsverband, de provinciale TVW tafel met alle gemeenten en andere samenwerkingspartners, valideren of het voorstel voor een organisatievorm juist is. Hier kan gekeken worden of de tafel moet worden aangevuld met andere partijen, zoals een afgevaardigde van de Zeeuwse Woningcorporaties die onder de naam ZuidWestSamen verband een gezamenlijk initiatief

zijn gestart om te kijken hoe samenwerking op het gebied van verduurzaming kan worden vormgegeven. 2. Afspraken maken voor de definitieve invulling van het organogram. Onder ander over bezetting tussen gemeenten onderling en andere betrokken partijen. Hierbij specifieke aandacht voor de strategische en uitvoerende lagen binnen de organisatievorm. Binnen deze lagen kunnen verschillende partijen zitting nemen. Dit hoeven niet dezelfde mensen te zijn en niet dezelfde organisaties. 3. Na deze stap verder concretiseren en toewijzen van de verschillende taken die vallen binnen de organisatievorm over de betrokken partijen en de verschillende gemeenten, zoals de doelgroepen aanpakken.

Besparing en transitiegereed

(Hybride) warmtepomp

Ook met de corporaties actief in de gemeente wordt doorlopende afstemming gezocht om renovatieplanningen op elkaar af te stemmen en mogelijk nieuwe aanknopingspunten te identificeren. Met corporaties wordt ook nadrukkelijk gekeken of collectiviteit georganiseerd kan worden, bijvoorbeeld wanneer isolatiepakketten worden ingekocht door corporaties. Mogelijk kunnen particulieren in die wijken dan aanhaken bij de inkoop die de corporaties voor hun woningen doen.

Gebiedsgerichte aanpakken (gemeente in de lead)

5.3 Gemeentelijke invulling: gemeentelijke rol en capaciteit Uitvoeringsplan warmtenet

Uitvoeringsplan individuele oplossingen

Participatie en communicatie

Financiering

32

5.2.5 Doorlopend: afstemming met stakeholders Bovengenoemde manier van organiseren zorgt ervoor dat partijen op verschillende niveaus en op verschillende onderwerpen doorlopend met elkaar in gesprek blijven. Dat is belangrijk omdat we nadrukkelijk al onze partners en hun kennis en kunde nodig hebben om de warmtetransitie tot een succes te maken. Wanneer de gemeente stimuleringsmaatregelen voor (hybride) warmtepompen organiseert is het van belang dat zowel de netbeheerder als de gemeente dit kunnen monitoren door tijdige afstemming. Wanneer we weten hoe de transitie verloopt in buurt, wijk of dorp houdt de netbeheerder op die manier grip op de impact op het energienetwerk. Tijdige afstemming realiseren we door de plannen van de gemeente te vergelijken met de prognoses van Enduris.

Verbreding Provinciale subtafel TVW met externe partijen

Doelgroepgerichte aanpakken (provinciale subtafel TVW)

Figuur 5: Voorstel voor een organisatievorm voor een Zeeuws-brede samenwerking voor de warmtetransitie

Aanpak bedrijventerreinen

Aanpak recreatiegebieden

5.3.1 Gemeentelijke rol Vanuit het Klimaatakkoord wordt de gemeente als regisseur bestempeld in de warmtetransitie. We zullen deze regierol invulling geven door het verdere proces van de warmtetransitie in onze gemeente te blijven leiden en de daartoe zo belangrijke samenwerking met onze belangrijkste partners voort te zetten en uit te breiden. We zien ons daarin vooral als ‘voorzitter’ van het gesprek en hebben een belangrijke uitvoerende rol met ons grote bezit in de gemeente. Maar we zien partijen als

woningcorporatie Beveland Wonen en netbeheerder Enduris als voorwaardige partners om gezamenlijk en met gedeelde verantwoordelijkheid de warmtetransitie verder te brengen. Als concrete vervolgstap op de TVW, zien wij dan ook het voortzetten van de projectgroep als lokale ‘TVW-tafel’. Belangrijke taak van deze tafel is het verder verkennen en opstarten van uitvoeringsplannen voor de meest kansrijke startgebieden. Belangrijke tweede taak is het monitoren van de voortgang en de relatie tussen de voortgang en het gestelde doel oor 2030. En hoewel de ontwikkeling van de doelgroepenaanpak vooral bij de provinciale subtafel TVW ligt, zien wij een rol in het vertalen van deze aanpak en bijbehorende middelen naar een lokale inzet die passend is voor en herkend wordt door de inwoners van Goes. We zijn aanspreekpunt voor onze inwoners en organisaties en houden hen andersom blijvend betrokken om gezamenlijk in de warmtetransitie op te trekken. Naast een regierol, zie we hier een motiverende en faciliterende rol met bijbehorende taken zoals eerder beschreven in paragraaf 5.2. Als gemeente ‘lenen’ we dus aanpakken en middelen uitgewerkt op de provinciale subtafel TVW, maar zorgen we ook dat inzichten daar weer naar terugvloeien. Dat kunnen lessen zijn uit gebiedsgerichte projecten waar andere gemeenten gebruik van kunnen maken.

Maar ook monitoringsresultaten om gezamenlijk met andere gemeenten de provinciale voortgang van de warmtetransitie accuraat te blijven volgen en waar nodig de strategie bij te sturen. 5.3.2 Meer uitvoeringskracht is noodzakelijk Tot slot vraagt de warmtetransitie veel van de gemeente én betrokken partijen.. Het rapport Van Parijs naar praktijk10 (verder ROB rapport) laat zien dat een aanzienlijke groei in het aantal fte nodig is om de taken die in het klimaatakkoord aan gemeenten is toebedeeld te kunnen invullen. De indicaties uit het rapport zijn één onderdeel van de totale kosten die de uitvoering van het Klimaatakkoord met zich meebrengt. Het rapport laat zien dat er veel uitvoeringskracht nodig is – van planvorming tot uitvoering. Hoeveel capaciteit er extra nodig is, hangt

10 https://www.raadopenbaarbestuur.nl/documenten/publicaties/2021/01/25/advies-van-parijs-naar-

praktijk

33

onder andere sterk af van het aantal (wijk)uitvoeringsplannen waaraan wordt gewerkt. Of en wanneer we in Goes met wijkaanpakken (uitvoeringsplannen) starten, hangt sterk af van landelijke randvoorwaarden. Momenteel zijn nog niet voldoende middelen beschikbaar om deze transitie echt in een stroomversnelling te brengen. Steun vanuit de Rijksoverheid is ook hier een noodzaak. Daarnaast ontbreekt het aan voldoende gekwalificeerde vakmensen om onze woningen en gebouwen aan te passen en om de benodigde infrastructuur aan te leggen. Hiervoor is (om)scholing nodig. Dit vraagt inzet van scholen en bedrijven in de regio om de plannen uit de TVW de komende 30 jaar ook om te zetten in daden. Verder is het belangrijk om niet te kijken naar de warmtetransitie als losstaande opgave. In de planvorming en uitvoering kunnen koppelingen worden gemaakt met opgaven op andere beleidsterreinen. Ten behoeve van 2022 en de daaropvolgende jaren is met oog op het bovenstaande een opschaling van de organisatie nodig. De precieze opschaling op basis van het aantal fte’s en euro’s zal in het vervolgtraject na de TVW verder worden uitgewerkt. Tenslotte is naast de inzet van de gemeente ook inzet van andere partijen nodig. Ook daar zal nog gewerkt moeten worden aan de uitbreiding van de capaciteit. Het gaat dan bijvoorbeeld om de netbeheerders, de corporaties maar ook de installatie- en bouwbranche.

5.4 Actieagenda: stappen richting uitvoering voor de komende twee jaar In tabel 2 is de actieagenda opgenomen met daarin de acties voor de komende twee jaar die voortvloeien uit de hiervoor besproken stappen richting uitvoering.

Tabel 2: actieagenda voor de stappen richting uitvoering de komende twee jaar Thema Doelgroepenaanpak

Gebiedsgerichte aanpak

Communicatie

Participatie

Financiering

Monitoring en evaluatie

Rol en taken

Provinciaal

Gemeentelijk Van transitiepad naar praktijk Uitwerken van de doelgroepenaanpak (op basis van bouwjaar) voor 1) Gemeentelijke uitrol van de doelgroepenaanpak besparing en transitiegereed en 2) (hybride) warmtepompen Uitwerken aanpak voor specifieke groepen als: Integreren van gemeentelijke en regionale bedrijventerreinenaanpak als basis voor het - Monumenteneigenaren gesprek met ondernemers voor het verkennen van collectieve kansen op de - Vereniging van Eigenaren bedrijventerreinen - Huurders (samen met corporaties) Afstemming bovenlokale warmtebronnen (RSW) Kennis verrijken over de aandachtspunten: isolatiekansen valideren, koppelkansen in beeld en sociale warmtebronnen verder verkennen Tweejaarlijkse update van de RSW Kennisdeling en uitwisseling over (proces richting) wijk uitvoeringsplannen. Goese Polder en SHHK verder verkennen in een (opstap naar een) uitvoeringsplan Opstellen van gezamenlijk aanpak voor opstellen uitvoeringsplannen. Uitwerken van een standaard procesaanpak voor 1) bedrijventerreinen en 2) Lokale invulling geven aan de procesaanpak voor bedrijventerreinen en recreatiegebieden recreatiegebieden Gezamenlijk verkennen/ontwikkelen van demonstratieprojecten rondom onderwerpen als collectieve toepassingsmogelijkheden van aquathermie, zonthermie, energieopslag e.a.

Inwoners informeren, motiveren en faciliteren Opstellen gezamenlijk communicatie items die Zeeuws breed gedeeld kunnen Uitvoering en toespitsing op gemeentelijke situatie worden. Faciliteren regionale energieloketten als duurzaam bouwloket, platform Inbedden van de informatie op de gemeentelijke kanalen, bij de afdeling communicatie en energiek zeeland, monumentenpaspoort van erfgoed Zeeland. bij het Bespaarhuis zodat inwoners bij hun eigen gemeente de weg kunnen vinden Ondersteunen kennisuitwisseling tussen Zeeuwse inwonerscollectieven via organisaties als de ZVKK, Dorpen voor Morgen, de Zeeuwse participatiecoalitie e.a. Opstellen van handvaten voor een participatieaanpak Uitvoering en toespitsing op gemeentelijke situatie Inwonerparticipatie in de Zeeuwse warmtetransitie verder stimuleren en te faciliteren. Afstemmen van financieringsmogelijkheden Ontwikkelen van instrumenten. Kansen voor nieuwe regionale constructies collectieve inkoop en Uitvoering en toespitsing op gemeentelijke situatie samenwerking met installateurs op Zeeuws breed niveau Samenwerking en organisatie Regionale afstemming over beschikbaar stellen van data. Uitvoering en toespitsing op gemeentelijke situatie Monitoring stand van zaken op Zeeuws breed niveau. Evaluatie van de uitvoering van de TVW op Zeeuws breed niveau en voorstel voor actualisatie.

Voortzetten Rol van de subtafel TVW bestaat uit uitwisseling, afstemming en monitoring

Capaciteit en middelen

34

Afstemming binnen overleg Zeeuwse Overheden

Regierol in de samenwerking met stakeholders en bijbehorende taken verder uitwerken en uitvoeren Faciliterende rol in de ondersteuning van inwoners en bijbehorende taken verder uitwerken en uitvoeren Verwachtingen over uit te voeren taken, benodigde capaciteit en verzoek meer capaciteit neerleggen bij bestuur en gemeenteraad

kenmerken homogeen is afgebakend.

Bijlage 1 Begrippenlijst Term

Toelichting

Aardgasvrij

Niet aangesloten op de fossiele brandstof aardgas. De term aardgasvrij betekent niet altijd gasloos, er kan hernieuwbaar gas worden toegepast.

Afleverset

All-electric

35

Bij een warmtenet wordt er gebruik gemaakt van een afleverset in de woning. De afleverset bevindt zich in de meterkast, berging of andere technische ruimte en zorgt ervoor dat de warmte van het warmtenet de verwarmingsinstallatie van de woning bereikt. Warmteoptie waarbij een gebouw alleen aangesloten is op het elektriciteitsnet en verwarmen en koken gebeurt met gebruik van elektriciteit (vaak een warmtepomp).

Aquathermie

Thermische energie uit oppervlaktewater, afvalwater of drinkwater dat kan worden gebruikt als bron voor een warmtenet of lokaal bronnet.

(CBS) Buurt

Onderdeel van een gemeente, dat op basis van historische dan wel stedenbouwkundige

Energiearmoede

10% van de huishoudens in Nederland heeft een te hoge energierekening ten opzichte van hun inkomen. Zij hebben moeite met het betalen van de energierekening.

Geothermie

Warmte afkomstig uit de aarde (aardwarmte) die ingezet kan worden als bron voor warmtenetten.

Hernieuwbaar gas

Gas dat afkomstig is uit een hernieuwbare bron en/of is geproduceerd met duurzame energie, zoals biogas en groene waterstof.

Hoge temperatuur verwarming

Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met 70°C of hoger wordt verwarmd en voorzien van warm tapwater.

Hybride warmteoplossing

Warmtelevering met elektrische oplossing, vaak een warmtepomp, in combinatie met een HR-ketel op gas

Lage temperatuur verwarming

Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van 55°C of lager verwarmd wordt. Tapwater wordt separaat verwarmd.

Laagste maatschappelijke kosten

De laagste totale kosten voor de gehele keten en al haar gebruikers, dus kosten voor aanpassingen aan gebouwen, kosten voor de infrastructuur en kosten voor

de bron en levering van warmte. Daarbij worden niet alleen de investeringen, maar ook onderhoud en operationele kosten meegenomen, dus inclusief de energierekening van de eindgebruiker, gedurende een periode van 30 jaar. De kosten per vermeden ton CO2 zijn naast deze maatschappelijke kosten tevens afhankelijk van de kosten voor verduurzaming van bronnen. Lokale bronnetten

Middentemperatuur verwarming

Onderzoeksbeeld

Omgevingswet

36

Lokale kleinschalige (collectieve) warmtevoorziening in de vorm van een zeer lage temperatuur bronnet in combinatie met een warmtepomp in het gebouw. Een bekende vorm is de Warmte-Koudeopslag (WKO). Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van 55 °C tot 70 °C wordt verwarmd en voorzien van warm tapwater. Het onderzoeksbeeld geeft weer welke warmteoptie in welke buurt de laagste maatschappelijke kosten heeft. Aan het onderzoeksbeeld liggen verschillende modelstudies ten grondslag. De Omgevingswet gaat op 1 januari 2022 in werking en

staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. Ook biedt de Omgevingswet gemeenten de mogelijkheid om met overzichtelijkere regels de leefomgeving meer in samenhang in te richten. Het biedt daarnaast meer ruimte voor lokaal maatwerk en leidt tot een betere en snellere besluitvorming. Opt-out

Het verschijnsel waarbij eigenaren niet kiezen voor de overwogen warmteoptie in de buurt. Term is afkomstig uit de Wet collectieve Warmtevoorziening

Transitiekaart

De transitiekaart is een visuele weergave van de uitkomsten in de TVW. In deze kaart is voor elke wijk/dorp zowel een oplossingsrichting richting aardgasvrij opgenomen.

Regionale Energiestrategie (RES)

In de RES onderzoeken 30 Nederlandse energieregio’s hun vraag naar warmte en elektriciteit en geven ze aan hoeveel duurzame warmte en elektriciteit op eigen grondgebied kan worden gerealiseerd.

Restwarmte

Warmte die vrijkomt bij industriële processen en gebruikt wordt als bron voor warmtenetten.

Transitievisie Warmte (TVW)

Transitiepad

Warmtenet

37

Document op gemeenteniveau waarin het tijdpad wordt bepaald waarin buurten aardgasvrij worden en met welke warmteoptie. In een transitiepad schetsen we per wijk de route om tot een warmteoptie te komen. Die route bevat zowel een fasering als tussenstappen. Het transitiepad beschrijft ook wat voor soort aanpak erbij hoort, zoals een wijkgerichte aanpak of een doelgroepgerichte aanpak. Infrastructuur die warm water via een leidingnetwerk onder de grond levert aan gebouwen voor ruimteverwarming en eventueel warm tapwater. Dit wordt ook wel stadsverwarming of stadswarmte genoemd. Warmtenetten kunnen verschillende aanvoertemperaturen hebben (zie lage, midden en hoge temperatuur verwarming).

Warmteoptie

De beoogde infrastructuur voor warmtelevering zonder aardgas per buurt

Warmtepomp

Een warmtepomp onttrekt warmte aan een bron, vaak buitenlucht of grondwater, verhoogt de temperatuur met behulp van een elektrische pomp en staat die hogere

temperatuur weer af aan een ruimte. Werkgroep

De gemeente Goes heeft samen met woningcorporatie Beveland Wonen en Enduris in een werkgroep samengewerkt om te komen tot deze TVW.

Wet Collectieve Warmtevoorziening (WCW)

Gemeenten krijgen meer sturingsmogelijkheden om in het kader van de wijkgerichte aanpak de aanleg en exploitatie van de collectieve warmtesystemen te bevorderen en worden tevens voorzien in instrumenten om publieke belangen beter te waarborgen. Collectieve warmtelevering kan uitsluitend plaatsvinden nadat een gemeente hiervoor voorzien heeft middels een aanwijzing of ontheffing.

Woningequivalent (WEQ)

Een woningequivalent is een inschatting van de hoeveelheid warmte-energie die nodig is om een gemiddelde Nederlandse woning van ruimteverwarming en warm water te voorzien.

Bijlage 2 Transitiekaart Goes

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11495328/1