Agendapunt 04. Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed
Tekst van het document
Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed
Datum: 9 februari 2022 Status: Definitief Opsteller: Victor de Vries
Pagina 2
Inhoud 1.
Inleiding 1.1
Leeswijzer
5 5
2.
Samenvatting
6
3.
Aanleiding en achtergrond
8
3.1 Collegeprogramma 2018-2022
8
3.2 Klimaatprogramma 2019-2022
8
3.3 Landelijk energieakkoord 2013:
8
3.4 Landelijk klimaatakkoord 2019
8
3.5 Regionale Energiestrategie Zeeland
9
3.6 Wettelijke verplichtingen
9
3.7 Bijkomende positieve effecten
10
4.
Landelijke routekaarten
11
4.1 Sectorale Routekaart Gemeentelijk Maatschappelijk Vastgoed 2020
11
4.2 Sectorale Routekaart schoolgebouwen
11
4.3 Routekaart monumenten
11
5.
Oorspronkelijke doelstelling Goes
12
5.1 Klimaatadaptatie
12
5.2 Circulair bouwen
12
6.
Recente duurzaamheidsresultaten
14
7.
Scope
15
8.
Inventarisatie
16
8.1 Wijze van inventarisatie
16
8.2 Energie labels
16
8.3 Inventarisatie in tabellen & grafieken
16
9.
Aanpak & haalbaarheid toets doelstelling/ scope
21
9.1 Transitievisie warmte
21
9.2 Landelijke routekaarten
21
9.3 Jaarlijkse verduurzamingsopgave
21
9.4 Richtinggevende uitgangspunten voor de aanpak
22
9.5 De aanpak op hoofdlijnen is gebaseerd op volgende maatregelenmix:
22
9.6 Financiële toets doelstelling
24
9.7 Verduurzamingsinvestering kengetallen (rekenmodel VNG)
25
9.8 Uitkomsten financiële toets oorspronkelijke doelstelling
26
9.9 DMJOP
26
9.10 Overige gebouwverbeteringen
27
9.11 Disclaimer
27
10.
Vernieuwde doelstellingen
28
11.
Financieringswijze
31
11.1 Onderhoudsvoorziening
31
11.2 Terugverdienen met lagere energiekosten
31
11.3 Overige gebouw verbeteringen
31
Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 3
11.4 Subsidiemogelijkheden
31
11.5 Rijkbijdrage verduurzaming onderwijsgebouwen
32
11.6 Aanvullende financiële dekking onrendabele top
32
12.
Onderwijs
33
12.1 Huidige wettelijke verantwoordelijkheden onderwijs gebouwen
33
12.2 Nieuwe wetgeving
33
12.3 Verduurzamingsopgave onderwijsgebouwen in Nederland
33
12.4 Verduurzamingsopgave onderwijsgebouwen in Goes
33
13.
Visie & slimme selectie
35
13.1 Slimme selectie
35
13.2 Visie
35
14.
Verdieping van de verduurzamingswijze
39
14.1 Samenwerking, communicatie & kennisdelen
39
14.2 Trias Energetica
39
14.3 Raakvlak wijkgerichte warmtetransitie visie
39
14.4 Aanbesteding- en contractvorm
42
14.5 Innovatie
42
14.6 Klimaatadaptatie
42
14.7 Circulair bouwen
43
14.8 Herijking, monitoring & bewustzijn
43
15.
Kritische succesfactoren en risico’s
44
15.1 Kritische succesfactoren
44
15.2 Risico’s
45
16.
Vervolg
47
16.1 Besluitvorming college, gemeenteraad en schoolbesturen primair- en speciaal onderwijs
47
16.2 Vierjarig uitvoeringsprogramma
47
16.3 Meerjarenonderhoudsprogramma’s
48
17 Bijlagen
49
17.1 Scopegroep: Gebouwenbestand eigendom, geen onderwijs
49
17.2
Scopegroep: Gebouwenbestand geen eigendom, geen onderwijs
50
17.3
Scopegroep: Gebouwenbestand primair- en speciaal onderwijs
51
17.4 Uitkomsten rekenmodel 2.0 VNG (TwijnstraGudde) doelstelling 95% in 2035 Scopegroep eigendom, geen onderwijs Inclusief klimaatadaptatie en circulariteit
52
17.5 Uitkomsten rekenmodel 2.0 VNG (TwijnstraGudde) doelstelling 95% in 2035 Scopegroep geen eigendom, geen onderwijs Inclusief klimaatadaptatie en circulariteit
53
17.6 Uitkomsten rekenmodel 2.0 VNG (TwijnstraGudde) doelstelling 95% in 2035 Scopegroep basis- en speciaal onderwijs Inclusief klimaatadaptatie en circulariteit
54
17.7 Uitkomsten rekenmodel 2.0 VNG (TwijnstraGudde) doelstelling 95% in 2045 Scopegroep eigendom, geen onderwijs Inclusief klimaatadaptatie en circulariteit
55
17.8 Uitkomsten rekenmodel 2.0 VNG (TwijnstraGudde) doelstelling 95% in 2045 Scopegroep geen eigendom, geen onderwijs Inclusief klimaatadaptatie en circulariteit
56
17.9 Uitkomsten rekenmodel 2.0 VNG (TwijnstraGudde) doelstelling 95% in 2045 Scopegroep basis- en speciaal onderwijs Inclusief klimaatadaptatie en circulariteit
57
17.10 Uitkomsten rekenmodel 2.0 VNG (TwijnstraGudde) doelstelling 95% in 2050 Scopegroep eigendom, geen onderwijs Inclusief klimaatadaptatie en circulariteit 58 Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 4
17.11 Uitkomsten rekenmodel 2.0 VNG (TwijnstraGudde) doelstelling 95% in 2050 Scopegroep geen eigendom, geen onderwijs Inclusief klimaatadaptatie en circulariteit 59 17.12 Uitkomsten rekenmodel 2.0 VNG (TwijnstraGudde) doelstelling 95% in 2050 Scopegroep basis- en speciaal onderwijs Inclusief klimaatadaptatie en circulariteit 60 17.13 Memo Klankbordgroep verduurzaming gemeentelijk vastgoed en werkgroep verduurzaming primair- en speciaal onderwijs, 16 december 2021 61
Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 5
1. Inleiding Deze routekaart is een visiedocument waarin de gemeente Goes inzichtelijk maakt hoe de gemeente in samenwerking met huurders, gebruikers en schoolbesturen het gemeentelijk vastgoed gaat verduurzamen. De routekaart maakt inzichtelijk waar de gemeente nu staat en hoe zij op een kosteneffectieve manier kan toewerken naar een CO2-reductie volgens een vernieuwde gemeentelijke doelstelling. De oorspronkelijke doelstelling wordt kort belicht waarna twee mogelijke nieuwe doelstellingen zijn doorgerekend. Op basis van dit visiedocument en het belopen participatietraject met inwoners, huurders en het onderwijs wordt de gemeenteraad een nieuwe doelstelling ter vaststelling voorgelegd. Na het vaststellen van de vernieuwde doelstelling en de visie door de gemeenteraad, welke is verwoord in hoofdstuk 13 en 14, wordt een vierjarig uitvoeringsprogramma ontwikkeld. Op 11 november 2021 heeft de gemeenteraad besloten: 1. Op basis van de financiële doorberekening, af te zien van de vastgestelde doelstelling verduurzaming gemeentelijk vastgoed, klimaatprogramma 2019-2022 en de output van het participatietraject mede te gebruiken voor het vaststellen van een nieuwe passende doelstelling verduurzaming gemeentelijk vastgoed in het eerste kwartaal van 2022; 2. De landelijk lobby van de VNG naar het rijk af te wachten voor het dekken van de kosten van de onderwijsgebouwen; 3.
Kennis te nemen van de participatieaanpak.
1.1 Leeswijzer De routekaart gaat over een complex onderwerp, daarom wordt voor de begrijpelijkheid en leesbaarheid in hoofdstuk 2 een samenvatting gegeven van de routekaart. In het volgende hoofdstuk wordt inzicht gegeven waarom de gemeente Goes het gemeentelijk vastgoed wil verduurzamen. Bij de ontwikkeling van de routekaart van Goes is gebruik gemaakt van de landelijke routekaarten. De landelijke routekaarten zijn beschreven in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 is de oorspronkelijke doelstelling van Goes voor de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed, waarvan de gemeenteraad heeft afgezien, zie 1.0 inleiding, opgenomen. Recent door Goes uitgevoerde verduurzamingsmaatregelen zijn aansluitend verwoord in hoofdstuk 6. Hoofdstuk 7 geeft een beschrijving van de omvang van de verduurzamingsopgave met drie scope groepen. Het college van B&W heeft in 2021 besloten om de gebouwen van het voorgezet onderwijs uit de scope van deze verduurzamingsopgave te halen en hier een apart project van te maken door het opstellen van een Duurzaam Integraal Huisvesting Plan (D-IHP). Voor de leesbaarheid is de output van de inventarisatie, die waardevol is voor de analyse, het toetsen van de doelstelling en ontwikkeling van de visie, verwoord in tabellen en grafieken.
Voor de nog te ontwikkelen uitvoeringsprogramma zal de inventarisatie worden uitgebreid met bijvoorbeeld het energieverbruik & energieopwekking van de gebouwen. Het gemeentelijk vastgoed is geïnventariseerd in hoofdstuk 8. In hoofdstuk 9 is de wijze van aanpak en de haalbaarheid van de oorspronkelijke doelstelling doorgerekend. Op basis van het besluit van de gemeenteraad, zie 1.0 inleiding, zijn twee vernieuwde doelstellingen in hoofdstuk 10 beschreven. In hoofdstuk 11 wordt inzicht gegeven op welke wijze de verduurzamingsopgave kan worden gefinancierd. De onderwijsgebouwen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en de schoolbesturen. In hoofdstuk 12 wordt daar specifiek op ingegaan. Om de doelstelling te verwezenlijken is een visie ontwikkeld in hoofdstuk 13. Hierbij gaat het om uitgangspunten op hoog abstractieniveau om de verre stip op de horizon te behalen. Vanuit de visie wordt in het toekomstig vierjarig uitvoeringsprogramma een slimme selectie uitgevoerd op basis van ruim 30 beïnvloedingsfactoren. Een aantal aspecten van de verduurzamingswijze worden nader belicht in hoofdstuk 14 en de grootste risico’s die worden belopen in hoofdstuk 15. Het vervolgtraject is in hoofdstuk 16 beschreven. In de bijlagen zijn de gebouwbestanden en de uitkomsten van de oorspronkelijke doelstelling en de twee vernieuwde doelstellingen met de drie scopegroepen opgenomen.
Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 6
2. Samenvatting Doelstelling en kosten In deze concept routekaart wordt inzicht geboden in de grote technische, financiële en maatschappelijke opgave om het gemeentelijk vastgoed te verduurzamen. In hoofdstuk 9 is, op basis van het rekenmodel van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de oorspronkelijke doelstelling, in 2035 100% energieneutraal, financieel doorgerekend. Doordat het gebouwenbestand in Goes relatief jong is ten opzichtelijk van het landelijk gemiddelde liggen de totale kosten van de opgave per bruto vloeroppervlakte in Goes hoger dan het landelijk gemiddelde omdat er in doelstellingperiode relatief meer duurzaam wordt gerenoveerd dan vernieuwd. De kosten per bruto vloeroppervlakte van niet onderwijs gebouwen zijn in vergelijking met het landelijk gemiddelde hoger omdat een groot deel monumenten zijn (19 á 23%). Dat maakt de opgave moeilijker dan het landelijk gemiddelde. Op 11 november 2021 heeft de gemeenteraad o.a. besloten om op basis van de financiële doorberekening, af te zien van de vastgestelde doelstelling verduurzaming gemeentelijk vastgoed, klimaatprogramma 2019-2022 en de output van het participatietraject mede te gebruiken voor het vaststellen van een nieuwe passende doelstelling verduurzaming gemeentelijk vastgoed.
Vanwege de hoge investering- en kapitaallasten zijn in hoofdstuk 10 ook twee vernieuwde doelstellingen, in 2045 95% en de landelijke doelstelling in 2050 95% energieneutraal, doorgerekend. De kosten van de doelstelling en de twee alternatieve doelstellingen van alle drie de scopegroepn zijn, inclusief klimaatadaptatie en circulariteit en btw-verrekening: Doelstelling investeringskosten (mln.) max. kapitaalslasten piek (mln.) Oorspronkelijk 2035 100%1 84,5 4,28 2045 95% 80,3 3,51 2050 95% 75,8 2,72 De investeringskosten worden lager bij een langere doelstellingperiode omdat er in een langere periode meer gebouwen worden vervangen in plaats van duurzame gerenoveerd. Bij een langere doelstelling periode wordt ook de kapitaallastpiek afgevlakt doordat de kosten over een langere periode worden afgeschreven. Financiële dekkingsmogelijkheden van de investering- en kapitaallasten zijn in beeld gebracht. Klimaatadaptatie en circulariteit zijn vanuit het vastgestelde gemeentelijk klimaatprogramma als nevendoelstellingen in de routekaart benoemd en meegenomen in bovengenoemde investerings- en kapitaalslasten. Scope De omvang van de opgave kan worden ingedeeld in: 1. Gebouwen in eigendom van de gemeente; 2. Niet in eigendom van de gemeente maar waar de gemeente wel een grote financiële band heeft met de organisatie(s) in het gebouw; 3.
Primair- en speciaal onderwijs, exclusief voorgezet onderwijs. Visie Op basis van de visie wordt elke vier jaar van de doelstellingperiode een vierjarig uitvoeringsprogramma ontwikkeld. Het hoofduitgangspunt van de visie is daarbij: Slimme selectie door kosten efficiëntie Om dit hoofduitgangspunt uit te kunnen voeren wordt er naar de volgende beïnvloedingsfactoren gekeken: Doelmatige inzet gebouwen Doelmatige inzet budgetten Wijze van financiering & samenwerking huurders, gebruikers en eigenaren Doelmatige opwekking energie Passende en doelmatige organisatie Uitvoering geven aan wettelijke verplichting
1 Vanwege de beperkingen van het landelijk rekenmodel is in de doorrekening van de doelstelling 95% gehanteerd in plaats
van 100% energieneutraal Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 7
Deze beïnvloedingsfactoren zijn uitgewerkt in meer dan 30 factoren die zijn genoemd in hoofdstuk 13.2. Participatie De gemeente is met een participatietraject in gesprek gegaan met inwoners, huurders en schoolbesturen. Naast het informeren over de verduurzamingsopgave voor het verduurzamen van het gemeentelijke vastgoed heeft de gemeente zich open gesteld voor adviezen van inwoners, huurders en schoolbesturen om te komen tot een breed gedragen routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed. De concept routekaart is als input voor de gesprekken gebruikt. De uitkomsten van het participatietraject zijn opgenomen in een memo, zie bijlage 17.13. Vervolg Hoofdstuk 16 wordt inzicht gegeven in de vervolgstappen. De adviezen van de projectgroep, inclusief hoe wordt voorgesteld om te gaan met de uitkomsten van het participatietraject, zijn niet opgenomen in de routekaart maar zijn opgenomen in de voorstellen aan het college en de gemeenteraad.
Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 8
3. Aanleiding en achtergrond Dit hoofdstuk geeft inzicht waarom de gemeente Goes het gemeentelijk vastgoed wil verduurzamen. De doelstelling van de gemeente is door de gemeenteraad vastgelegd in het klimaatprogramma 20192022.
3.1 Collegeprogramma 2018-2022 Het college heeft in het collegeprogramma 2018-2022 haar verantwoordelijkheid voor een duurzame en toekomstbestendige woon-, leef-, en werkomgeving genomen. We ambiëren hierbij een plek in de Zeeuwse voorhoede. Het stimuleren van een gemeenschappelijke duurzame mentaliteit kan niet zonder dat we zelf zoveel mogelijk het goede voorbeeld geven. Actie: Al het gemeentelijk vastgoed is in 2035 energieneutraal, indien technisch mogelijk (oorspronkelijke doelstelling).
3.2 Klimaatprogramma 2019-2022 De gemeenteraad heeft op 2 oktober 2018 het klimaatprogramma 2019-2022 vastgesteld. Doelstelling: Meer gemeentelijk vastgoed energieneutraal. Voor de eigen organisatie is gesteld: We willen al het nieuw te bouwen gemeentelijk vastgoed energieneutraal bouwen. Oorspronkelijke doelstelling: In 2035 zijn al onze gemeentelijke gebouwen energieneutraal. Wanneer het technisch niet haalbaar is om een gebouw in 2035 energieneutraal te maken, compenseren we de benodigde energie voor dat gebouw door het opwekken van duurzame energie op een andere locatie. Daarnaast geven we dan het goede voorbeeld en besparen we op de energiekosten. We beginnen met het verduurzamen van twee bestaande wijkcentra in Goes. Hiermee maken we een begin naar een energieneutrale gemeentelijke gebouwenvoorraad in 2035. De Pit is inmiddels aangepakt. De wijze van verduurzaming van dit gebouw vindt u in hoofdstuk 6. Jan Ligthart wordt opgenomen in het uitvoeringsprogramma en vindt u terug in hoofdstuk 15. Vanuit het klimaatprogramma wil Goes als gemeente energieneutraal zijn in 2045. De gemeentelijke opgave op basis van het klimaatakkoord, zie 3.4 Landelijk klimaatakkoord 2019, is niet vrijblijvend. Immers, de algemene ledenvergadering van de VNG heeft het klimaatakkoord onderschreven.
De concrete opgave voor gemeenten is het ontwikkelen van een langetermijnvisie op deze opgave, die wordt vertaald in een gemeentelijke routekaart met daarin projecten voor de komende vier jaar. Iedere vier jaar wordt een routekaart opgesteld.
3.3 Landelijk energieakkoord 2013: Alle kantoren in NL moeten in 2023 tenminste energielabel C hebben.
3.4 Landelijk klimaatakkoord 2019 Energiebesparing en eigen duurzame energieopwekking kennen bij alle sectoren van de utiliteit een breed draagvlak. Tegelijkertijd wordt geconstateerd dat het treffen van vergaande maatregelen in de weerbarstige en diverse praktijk geen makkelijke opgave is en dat voor een kosteneffectieve en betaalbare transitie ook maatwerk per sector nodig is. Tegen deze achtergrond stellen partijen voor om in nauwe samenwerking met de diverse sectorale koepelorganisaties en de Rijksoverheid een samenhangend pakket van wettelijke normen en ondersteunende instrumenten te ontwikkelen dat leidt tot 50% CO2reductie in 2030 t.o.v. 1990 en CO2-arme utiliteitsbouw in 2050.
Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 9
Eind 2020 heeft de Europese Unie haar klimaatdoelstelling aangescherpt. In 2030 moet de unie 55% minder CO2 uitstoten dan in 1990. Landelijk gaan we er vanuit dat de CO2-reductie van deze opgave vanaf 1990 t/m 2017 gemiddeld in Nederland 17% was. Dat is gemiddeld 0,6% per jaar. In 2025 vindt er een landelijke evaluatie plaats. Indien het landelijke CO2-reductie ritme onvoldoende is zal naar verwachting de overheid in dialoog de doelstelling omzetten in dwingende landelijke normering.
3.5 Regionale Energiestrategie Zeeland In Q1 2020 heeft de regio Zeeland als eerste regio van Nederland haar Regionale Energiestrategie (RES) gepresenteerd. Gemeente Goes is bestuurlijk trekker van de RES. Met de RES geeft Zeeland invulling aan het Parijse en landelijke Klimaatakkoord. In de RES staat hoe de regio Zeeland in de komende decennia overschakelt op schone energiebronnen en energie bespaart. De Zeeuwse gemeenten willen met het publieke vastgoed het goede voorbeeld geven en in 2040 energieneutraal zijn. Gemeente Goes had haar oorspronkelijke doelstelling t.o.v. de regionale doelstelling met vijf jaar aangescherpt naar 2035. Het einddoel van 2040 hebben de Zeeuwse gemeenten vastgelegd in de periode dat men landelijk ook nog uitging van 2040. In het Zeeuws Energie Akkoord (RES) zijn afspraken gemaakt over een energie neutrale particuliere woningvoorraad in 2045.
3.6 Wettelijke verplichtingen Op het gebied van utiliteitsbouw dienen gemeenten te voldoen aan bestaande wet- en regelgeving en zullen zij ook moeten anticiperen op nieuwe regels. Belangrijke ontwikkelingen voor gemeenten zijn de volgende: Voor gemeentelijke nieuwbouw geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2019 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) volgens de NEN71120. Per 1 januari 2023 moet elk gebouw met een kantoorfunctie, groter dan 100 m2 en met een kantoorfunctie > 50% van het gebouw, minimaal energielabel C hebben. Dit betekent een Energie-Index van 1,3 of beter. Voldoet het gebouw dan niet aan de eisen, dan mag u het per 1 januari 2023 niet meer als kantoor gebruiken. Deze verplichting staat in het Bouwbesluit 2012. Voor gebouwen van gemeenten, met een minimale grootte van 250 m2 en die publiek toegankelijk zijn, is altijd een energielabel verplicht. Ook gebouwen die verhuurd worden aan overheidsinstanties vallen onder deze verplichting. Daarnaast moeten alle maatregelen die op het energielabel van deze gebouwen genoemd staan en in eigendom zijn van de overheid, binnen tien jaar worden uitgevoerd. Deze gebouwen kunnen ook verduurzaamd worden via andere maatregelen met een gelijkwaardige energiebesparing.
De verplichting om maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder te treffen, blijft bestaan, inclusief een vierjaarlijkse informatieplicht per 1 juli 2019. Daarnaast komt er een wettelijke eindnorm voor de energieprestatie van gebouwen in 2050, gebaseerd op de nieuwe bepalingsmethode energieprestatie van gebouwen (NTA8800) en uitgedrukt in kWh/m2/jaar, die leidt tot CO2-arme utiliteitsbouw in 2050. Deze eindnorm wordt ingevoerd op 1 januari 2021. Voor specifiek het primair en voortgezet voor onderwijs geldt dat gemeenten en schoolbesturen gezamenlijk een meerjarig Integraal Huisvestingsplan (IHP) opstellen met een concrete doorkijk voor de komende zestien jaar en waar mogelijk een globale doorkijk naar 2050. Daarnaast wordt naar verwachting in de nabije toekomst renovatie als voorziening in de wet opgenomen en wordt het investeringsverbod als beschreven in de Wet op het Primair Onderwijs aangepast en versoepeld.
Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 10
3.7 Bijkomende positieve effecten Naast de CO2-reductie levert de verduurzamingsopgave ook andere positieve effecten op het gebouwenbestand. Hierbij valt te denken aan: -
Waardeverbetering en verhoging van de huisvestingskwaliteit; Verlaging van de exploitatiekosten; Realisatie van een prettiger verblijf- en werkklimaat voor bezoekers, gebruikers en medewerkers. Wat een hogere werkproductie oplevert; Verlenging van de levensduur van een gebouw; Imagoverbetering en een voorbeeldfunctie kunnen uitstralen.
Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 11
4. Landelijke routekaarten Bij de ontwikkeling van deze routekaart is gebruik gemaakt van de landelijke routekaarten. Namens alle gemeenten heeft de VNG veel invloed gehad op de landelijke routekaarten.
4.1 Sectorale Routekaart Gemeentelijk Maatschappelijk Vastgoed 2020 In het klimaatakkoord hebben twaalf sectoren (Rijksvastgoedbedrijf, gemeenten, provincies, Politie, PO en VO, MBO, HBO en WO, zorg- en sportvastgoed en monumenten) in het maatschappelijk vastgoed afgesproken ieder een sectorale landelijke routekaart op stelt waarin duidelijk wordt op welke wijze het vastgoed in die sector CO2-arm en aardgasvrij wordt gemaakt richting 2050. In de routekaarten inventariseren de sectoren de benodigde randvoorwaarden en veel voorkomende sectorale knelpunten voor financiering, wetgeving en organisatie en geven daarvoor waar mogelijk praktische oplossingsrichtingen. Bij het concreter maken van afspraken met het Rijk baseert de VNG zich op de randvoorwaarden die gemeenten aan het Klimaatakkoord hebben gesteld als toetsingscriteria: haalbaarheid en betaalbaarheid voor de samenleving, voldoende bevoegdheden, tegemoetkoming uitvoeringslasten. De scope van de routekaart is het terugdringen van het gebouw gebonden energiegebruik door het toepassen van verduurzamingsmaatregelen. Uiteraard gaat deze verduurzaming hand in hand met andere opgaven zoals klimaatadaptatie en circulair bouwen. Bij het schrijven van de Sectorale Landelijke Routekaart is vooralsnog gekozen voor de focus op de CO2-reductie en aardgasvrije gebouwen.
Dit neemt niet weg dat het wenselijk is om bij investeringen na te denken over het combineren van de opgaven.
4.2 Sectorale Routekaart schoolgebouwen De PO-Raad, VO-raad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben de Sectorale Landelijke Routekaart ontwikkeld waarmee de weg naar verduurzaming van onderwijsvastgoed in beeld is gebracht. Uit de berekeningen blijkt dat er per jaar 700 mln. euro extra nodig is op sectorniveau om alle schoolgebouwen te laten voldoen aan de duurzaamheidsdoelstellingen uit het Klimaatakkoord. Een duurzaam schoolgebouw kent meer aspecten dan alleen CO2-uitstoot of het energieverbruik. Het is een gebouw dat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school, een gezond binnenklimaat heeft, past bij het aantal leerlingen en toekomstbestendig, toegankelijk en inclusief is. Met deze routekaart heeft men een koers uitgezet voor de komende jaren. Het binnenklimaat in scholen moet gezonder. Tegelijkertijd moeten scholen verduurzamen. Door het combineren van deze taken kunnen gemeenten en schoolbesturen de middelen voor onderwijshuisvesting effectief inzetten.
4.3 Routekaart monumenten Nederland staat voor de grote opgave om het CO2-gebruik drastisch te reduceren. De monumentensector wil hieraan bijdragen door ook monumenten te (laten) verduurzamen, met oog voor en behoud van cultuurhistorische waarden. In de landelijke routekaart verduurzaming monumenten hebben de deelnemers de weg naar dat doel vastgelegd. Hoewel monumenten vaak al honderden jaren oud zijn en daarmee vanuit oogpunt van circulariteit als duurzaam kunnen worden beschouwd, zullen monumenten ook energiezuiniger moeten worden gemaakt om CO2-reductie te kunnen realiseren. Zo zorgen wij samen voor toekomstbestendig erfgoed.
Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 12
5. Oorspronkelijke doelstelling Goes De oorspronkelijke doelstelling uit het klimaatprogramma uit hoofdstuk 3.2 wordt beknopt in dit hoofdstuk nader toegelicht. Op 11 november 2021 heeft de gemeenteraad echter besloten om op basis van de financiële doorberekening, af te zien van de oorspronkelijke doelstelling en de output van het participatietraject mede te gebruiken voor het vaststellen van een nieuwe passende doelstelling verduurzaming gemeentelijk vastgoed in het eerste kwartaal van 2022. De vernieuwde doelstellingen zijn in hoofdstuk 10 opgenomen. Daarnaast worden twee nevendoelen beschreven: klimaatadaptatie en circulair bouwen. De gemeenteraad had oorspronkelijk tot doel gesteld: Meer gemeentelijk vastgoed energieneutraal. We willen al het nieuw te bouwen gemeentelijk vastgoed energieneutraal bouwen. In 2035 zijn al onze gemeentelijke gebouwen energieneutraal. Wanneer het technisch niet haalbaar is om een gebouw uiterlijk in 2035 energieneutraal te maken, compenseren we de benodigde energie voor dat gebouw door het opwekken van duurzame energie op een andere locatie. Daarnaast geven we dan het goede voorbeeld en besparen we op de energiekosten. We beginnen met het verduurzamen van twee bestaande wijkcentra in Goes. Hiermee maken we een begin naar een energieneutrale gemeentelijke gebouwenvoorraad in 2035.
Het gestelde doel: alle gemeentelijke gebouwen energieneutraal in 2035, is veel scherper dan het landelijke klimaatakkoord en de gemeentelijke routekaart van de VNG. Landelijk gaan we uit van: Het streefdoel conform het landelijk klimaatakkoord is 55% CO2-reductie in 2030 t.o.v. 1990 en het einddoel 95% CO2-reductie in 2050. Het einddoel van de Regionale Energiestrategie en het Goese gemeentelijk einddoel is vastgelegd in de periode dat men landelijk nog uitging van 2040 in plaats van 2050. Goes wil als gemeente energieneutraal zijn in 2045. We gebruiken dan alleen nog maar schone energie. Dit bereiken we niet van de een op de andere dag maar stap voor stap. Als gemeente én samen met alle Goesenaren. Elke bewuste duurzame keuze telt mee. Hoe klein ook: alle B-tjes helpen! Naast het duurzaam omgaan met energie in gebouwen is het wenselijk om ook naar andere duurzaamheidsaspecten bij gebouwen te kijken zoals klimaatadaptatie en circulair bouwen.
5.1 Klimaatadaptatie Gemeentelijke gebouwen kunnen alleen toekomst bestendig worden gemaakt als we ook rekening houden met de steeds grotere wisselende klimatologische omstandigheden. Een gebouw zodanig ontwerpen dat het grote klimaatverschillen aan kan is een must. Op de tweede plaats komen slimme duurzame installaties om klimaatverschillen op te vangen die het gebouw niet aankan. Klimaat adaptief bouwen is een waardevolle aanvullende doelstelling. Voor een kosteneffectieve benadering is het wenselijk om de investering in verduurzaming (energieneutraal) te combineren met andere ontwikkelingen zoals klimaatadaptatie. Onderzoek naar de mogelijkheden hiervan en daarmee ook de kosten vindt op gebouwniveau plaats.
5.2 Circulair bouwen Circulair bouwen komt voor uit de circulaire economie waar het draait om slim gebruik van grondstoffen, producten en goederen waardoor deze oneindig hergebruikt worden. Als we de toepassing hiervan in de praktijk bekijken blijkt dat het momenteel vooral een overheidsaangelegenheid is. In de bouw zijn voornamelijk overheidsprojecten waarbij budgetten Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 13
vanuit Europese aanbestedingsrichtlijnen het gebruik van circulaire materialen voorschrijft. De bouw beweegt. Iedereen begrijpt dat we met het huidige systeem niet verder komen. Op deze manier zullen wij de aarde gaan uitputten. Veel leveranciers van bouwmaterialen zijn de mogelijkheden aan het onderzoeken. Ze zijn bezig met innovatie en met het hergebruik van materialen. Om op deze manier duurzamer te worden, maar ook om verspilling te verminderen of zelf te voorkomen. Circulair bouwen staat nog in de kinderschoenen in Nederland. De gemeente Goes kan hierin een voorbeeldfunctie gaan innemen. De toepassingen en mogelijkheden worden de komende tijd naar verwachting langzaam steeds groter. Voor een kosteneffectieve benadering is het wenselijk om de investering in verduurzaming (energieneutraal) te combineren met circulariteit. Onderzoek naar de mogelijkheden hiervan en daarmee ook de kosten vindt op gebouw niveau plaats.
Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 14
6. Recente duurzaamheidsresultaten Deze routekaart is voor de gemeente Goes niet de start van het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. Over de afgelopen 20 jaar heeft de gemeente een aantal gebouwen verduurzaamd of duurzaam gebouwd. De routekaart zorgt wel voor een meer gestructureerde aanpak en een concreet resultaat o.b.v. de doelstelling. De meest in het oog springende verduurzamingen zijn: Brede school Ouverture, bouwjaar 2003, met een warmtepomp, bodemenergie en warmteterugwinning en zonnepanelen in 2020; Stadskantoor, bouwjaar 2005, met een warmtepomp, bodemenergie, warmteterugwinning en grijswater, in 2014 zonnepanelen; Nieuwbouw Odyzee school, bouwjaar 2011, energieneutraal. Dit gebouw is niet in eigendom van de gemeente. De gemeente heeft meegewerkt aan een afwijkende financieringsconstructie om een energieneutraal gebouw mogelijk te maken; Nieuwbouw MFA Mannee ‘De Krul’, bouwjaar 2013 met een warmtepomp, bodemenergie, warmteterugwinning en een zonneboiler; Nieuwbouw onderwijsgebouw Oranjeweg 90 in 2015 warmteterugwinning, zonnepanelen; Wijkgebouw De Pit, verbouwing in 2020: Gevels en dak geïsoleerd, installaties geoptimaliseerd, HR-beglazing. Door het ontbreken van voldoende budget is het gebouw verduurzaamd maar niet tot het niveau van energieneutraal; De Mythe, in 2020 zonnepanelen; Nieuwbouw IKC Kloetinge, bouwjaar 2020.
Een gebouw bijna energieneutraal en gasloos, met zonnepanelen, warmtepomp, bodemenergie en ledverlichting; Kantoor buitendienst, ledverlichting; Verbouwing wijkcentrum De Pit: ca. 34% gasverbruik reductie. Daarnaast zijn de laatste jaren met uitvoering van het meerjarenonderhoudsplan positieve resultaten bereikt: Stadskantoor: ca. 86% gasverbruik reductie; Gymzaal de Spinne: ca. 74% gasverbruik reductie; Sanitair unit Oude Zeedijk: ca. 42% elektraverbruik reductie.
Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 15
7. Scope In het Goese klimaatprogramma is niet omschreven welke gebouwen onder gemeentelijk vastgoed worden geschaard. Om te komen tot de scope van het gebouwenbestand is gekeken welke verantwoordelijkheid de gemeente heeft bij een gebouw c.q. de organisatie die is gehuisvest in het gebouw. Als een gebouw in eigendom is van de gemeente is het evident dat het gebouw onder de scope valt. Maar als de gemeente een organisatie op forse wijze financiert, dat in verhouding staat met de waarde van het pand en het bijbehorende energieverbruik. Kan dat mogelijk ook een reden zijn dat de gemeente invloed wil uitoefenen op zo’n gebouw te verduurzamen. Een derde groep zijn de primair- en speciaal onderwijsgebouwen. Hierbij heeft de gemeente een gedeelde verantwoordelijkheid. In hoofdstuk 12 leest u meer over de gedeelde verantwoordelijkheid die de gemeente heeft bij onderwijsgebouwen.
Scopegroepen 1. Alle gemeentelijke gebouwen die in het bezit zijn de gemeente, exclusief onderwijsgebouwen. De verantwoordelijkheid voor de verduurzaming van deze gebouwen ligt primair bij de gemeente en secundair bij de huurders c.q. gebruikers. 2. Gebouwen binnen de invloedsfeer van de gemeente niet in bezit van de gemeente, exclusief onderwijsgebouwen: a. Gebouwen van organisaties die een financiële relatie hebben met de gemeente welke in verhouding staat met de verduurzamingsopgave. Ondersteuning hierbij wordt geboden door het klimaatontzorgingsprogramma KlimOp (voorheen SPUK)2. b. Gebouwen die worden gehuurd door de gemeente. Zover bekend komt dit niet voor. De verantwoordelijkheid voor de verduurzaming van deze gebouwen ligt primair bij de externe organisatie en gebouweigenaar en secundair bij de gemeente. Doordat de gemeente de organisaties financiert die in deze gebouwen zijn gehuisvest kan de gemeente in sommige gevallen invloed uitoefenen op die organisaties. Bijvoorbeeld organisaties waar de gemeente structureel substantiële subsidies aan verstrekt of een omvangrijke structurele dienstenovereenkomst mee heeft. Om de verduurzamingsdoelstelling bij deze gebouwen te verwezenlijken zullen de organisaties zelf hun gebouwen verduurzamen of de gebouweigenaar verzoeken hun gebouwen te verduurzamen. 3.
Primair- en speciaal onderwijsgebouwen en gebouwen waarvan in een gedeelte onderwijs plaatsvindt. De verantwoordelijkheid voor de verduurzaming van deze gebouwen ligt zowel bij de gemeente alsook bij de schoolbesturen.
Gebouwen die worden verkocht, en gebouwen die al (bijna) energie neutraal zijn, vallen buiten de scope en zijn daarom ook niet opgenomen in de inventarisatie. De doelstelling gaat primair over energieverbruik en -opwekking van gebouw gebonden installaties. In de inventarisatie wordt echter naar het totale energieverbruik gekeken. Uitsplitsing van gebouw gebonden en niet gebouw gebonden energieverbruik is ingewikkeld en kostbaar. In het uitvoeringsprogramma wordt ernaar gestreefd om ook het energieverbruik van niet gebouw gebonden energieverbruik duurzaam op te wekken.
2 https://www.zeeuwsenergieakkoord.nl/klimop
Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 16
8. Inventarisatie Om de financiële effecten van de oorspronkelijke doelstelling uit hoofdstuk 5 te toetsen en een visie in hoofdstuk 13 te ontwikkelen is een inventarisatie uitgevoerd van de gebouwen die binnen de drie scopegroepen uit hoofdstuk 7 vallen. Achter in de routekaart is een bijlage opgenomen van het totale gebouwen bestand, verdeeld in de drie scopegroepen. Voor de leesbaarheid is de output van de inventarisatie, die waardevol is voor de analyse, het toetsen van de oorspronkelijke en de twee vernieuwde doelstellingen en ontwikkeling van de visie, verwoord in tabellen en grafieken. Voor het nog te ontwikkelen uitvoeringsprogramma wordt de inventarisatie nog uitgebreid met bijvoorbeeld het energieverbruik & energieopwekking van de gebouwen.
8.1 Wijze van inventarisatie Voor het opstellen van de routekaart is een inventarisatie gemaakt van het maatschappelijk vastgoed binnen de bovengenoemde drie scopegroepen. Gebouwen in eigendom van de gemeente; Niet in eigendom van de gemeente maar waar de gemeente wel een grote financiële band heeft met de organisatie(s) in het gebouw; Primair- en speciaal onderwijs, exclusief voorgezet onderwijs.
8.2 Energie labels Een extern bureau stelt eind 2021/ begin 2022 energie labels op voor de gebouwen waar wettelijk een energie label verplicht voor is, zie onder hoofdstuk 3 Aanleiding & achtergrond. Deze output gebruiken we bij de ontwikkeling van het vierjarig uitvoeringsprogramma.
8.3 Inventarisatie in tabellen & grafieken Dit schijfdiagram geeft inzicht in het totaal aantal gebouwen van de drie groepen binnen de scope.
De bovenstaande tabel en grafiek geven inzicht in het aantal gebouwen per scopegroep en per cluster en de eigendomssituatie. Daarnaast staan dertien gebouwen op de nominatie om te verkopen en vallen daarmee buiten de scope. Het gaat om twee kantoren, een voormalige school, voormalig dorpshuis Kattendijke, brandweergarage in ’s Heer Arendskerke en acht woningen in Goes. Twee onderwijsgebouwen zijn (bijna) energieneutraal gebouwd. Deze gebouwen vallen hierdoor buiten de scope.
Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 17
De bovenstaande tabel en grafiek geven inzicht in het aantal monumenten per scopegroep en per cluster3.
3 Daarnaast staan dertien gebouwen op de nominatie om te verkopen en vallen daarmee buiten de scope. Het
gaat om twee kantoren, een voormalige school, voormalig dorpshuis Kattendijke, brandweergarage in ’s Heer Arendskerke en acht woningen in Goes. Twee onderwijsgebouwen zijn (bijna) energieneutraal gebouwd. Deze gebouwen vallen hierdoor buiten de scope. Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 18
Deze tabel en grafiek geven een gecombineerd inzicht in alle eerdergenoemde aspecten: in het aantal gebouwen per scopegroep en per cluster, het aantal monumenten en de eigendomssituatie. Gebouwen die niet in eigendom zijn vallen met name in de clusters welzijn en cultuur 4.
4 Daarnaast staan dertien gebouwen op de nominatie om te verkopen en vallen daarmee buiten de scope. Het
gaat om twee kantoren, een voormalige school, voormalig dorpshuis Kattendijke, brandweergarage in ’s Heer Arendskerke en acht woningen in Goes. Twee onderwijsgebouwen zijn (bijna) energieneutraal gebouwd. Deze gebouwen vallen hierdoor buiten de scope. Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 19
De bovenstaande tabel en zes grafieken geven inzicht in de in bruto vloeroppervlakten (BVO’s) van de drie groepen, de clusters en de monumenten. De drie grootste gebouwen, stadskantoor, Omnium en parkeergarage Westwal zijn verantwoordelijk voor 60% van het BVO gebouwen in eigendom. Het Goese percentage monumenten 19% á 23% vormt ten opzichte van het landelijke gemiddelde van 2% een relatief groot deel van de niet onderwijsgebouwen5.
5 Daarnaast staan dertien gebouwen op de nominatie om te verkopen en vallen daarmee buiten de scope. Het
gaat om twee kantoren, een voormalige school, voormalig dorpshuis Kattendijke, brandweergarage in ’s Heer Arendskerke en acht woningen in Goes. Twee onderwijsgebouwen zijn (bijna) energieneutraal gebouwd. Deze gebouwen vallen hierdoor buiten de scope. Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 20
Figuur 1, Landelijk maatschappelijk gebouwenbestand 36187 gebouwen
De bovenstaande grafieken geven inzicht in de bruto vloeroppervlakten (BVO) en bouwjaren van de drie groepen en clusters. Opvallende constateringen t.o.v. het landelijk gemiddelde: - De laatste 20 jaar is veel bruto vloeroppervlak in eigendom, scopegroep 1, gebouwd en vervangen. Het gebouwenbestand in eigendom is dus relatief jong; - De bouwjaren van de bruto vloeroppervlakten van de primair- en speciaal onderwijsgebouwen, scopegroep 3, kennen een geleidelijke opbouw vanaf de vijftiger jaren tot op heden. Deze gebouwen zijn relatief wat jonger t.o.v. het landelijk gemiddelde. Noot: De Goese grafieken en de landelijke grafiek zijn niet een op een te vergelijken omdat de Goese grafieken uitgaan van bruto vloeroppervlakten en de landelijke grafiek van aantal gebouwen. Voor de analyse is gebruik gemaakt van bruto vloeroppervlakten omdat dit een representatiever beeld geeft voor de Goese situatie.
Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 21
9. Aanpak & haalbaarheid toets doelstelling/ scope De landelijke- en gemeentelijk doelstelling bevat een reductiedoel van het verminderen van de CO2uitstoot. Dit biedt een kader voor het ontwikkelen van een visie gericht op het onomkeerbaar en stapsgewijs terugdringen van de emissies van broeikasgassen in onze gemeente.
9.1 Transitievisie warmte In 2050 moeten zeven mln. woningen en één mln. gebouwen aardgasvrij zijn. Voor de gebouwde omgeving stellen gemeenten in Nederland uiterlijk eind 2021 de transitievisies warmte vast. In deze visie wordt aangegeven welke wijk wanneer van het aardgas af gaat. Voor de wijken die voor 2030 worden aangepakt wordt ook aangegeven hoe dat plaatsvindt. Nadat in de transitievisie warmte de mogelijke alternatieven in beeld zijn gebracht, besluit de gemeente, in samenspraak met bewoners, eigenaren e.d., in het uitvoeringsplan op wijkniveau over de definitieve alternatieve energieinfrastructuur van een wijk. Ook het maatschappelijk vastgoed dat in de wijken staat moet in de komende dertig jaar aardgasvrij worden gemaakt en maakt integraal onderdeel uit van de wijkuitvoeringsplannen. In hoofdstuk 14.3 wordt nader ingegaan op de Goese situatie.
9.2 Landelijke routekaarten De landelijke routekaarten en opgebouwde kennis en ervaringen in Nederland en Goes is o.a. gebruikt om de aanpak en de haalbaarheid van de doelstelling te bepalen en een visie op hoofdlijnen te ontwikkelen. Binnen de scope van de routekaart ligt de focus op het terugdringen van het gebouw gebonden energiegebruik. Dit is alle energie die nodig is voor verwarmen, koelen, ventileren en verlichten van het gebouw.
9.3 Jaarlijkse verduurzamingsopgave De oorspronkelijke gemeentelijke doelstelling kan worden vertaald naar een jaarlijkse opgave over een periode van veertien jaar: • gemiddelde jaarlijkse CO2-reductie van circa 5,6% door besparing op het gebouw gebonden energiegebruik; • jaarlijks wordt gemiddeld circa 7,1% van de gebouwenvoorraad aardgasvrij gemaakt. De landelijke doelstelling van de gemiddelde jaarlijkse CO2-reductie voor de komende jaren is circa 2,5% door besparing op het gebouw gebonden energiegebruik. De oorspronkelijke gemeentelijke doelstelling is circa tweemaal zo intensief als de landelijke doelstelling.
Toelichting: In het Klimaatakkoord is 49% CO2-reductie ten opzichte van 1990 voor 2030 en 95% ten opzichte van 1990 in 2050 vastgelegd als doel. Eind 2020 heeft de Europese Unie haar klimaatdoelstelling aangescherpt. In 2030 moet de unie 55% minder CO2 uitstoten dan in 1990. Echter zijn cijfers van de CO2-uitstoot in 1990 niet voor handen. Op basis van advies van het Planbureau voor de Leefomgeving baseren alle sectoren zich op 2018. Dit is ten tijde van het analyseproces dat ten grondslag ligt aan deze Sectorale Routekaart het meest recente jaartal waarvan de uitstoot bekend is. Hiermee kan ook de CO2-uitstoot voor het jaar 1990 worden bepaald, wat in de sectorale routekaart ook is gedaan. In licht blauw de landelijke route en in rood de gemeentelijke route. Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 22
9.4 Richtinggevende uitgangspunten voor de aanpak In het Klimaatakkoord staan twee richtinggevende uitgangspunten voor de invulling van de routekaart. Namelijk verduurzamen op natuurlijke momenten en een kosteneffectieve aanpak. Natuurlijke momenten Vanwege het lange termijnperspectief zijn natuurlijke momenten voor vastgoed van groot belang. Dit zijn de momenten waarop het gebouw, of gebouwonderdeel, zijn technische en/of economische levensduur bereikt en waarop opnieuw in het gebouw wordt geïnvesteerd. Voor de gemeente zijn de afschrijftermijnen van gebouwen vastgelegd in de financiële regels. Naast (vervanging)investeringen bevatten Meerjarenonderhoudsplannen (MJOP-s) momenten waarop grotere ingrepen, zoals het vervangen van het dak of de klimaatinstallaties, zijn gepland. Ook een verandering van huurder of het gebruik kan een natuurlijk moment zijn om te investeren in functionele verbeteringen. Kosteneffectiviteit Investeringen in energiebesparende maatregelen verdienen zichzelf (voor een deel) terug. Echter, ingrijpende maatregelen verdienen zich lang niet altijd terug. Investeringen die leiden tot een significante kwaliteitsverbetering, bijdragen aan levensduurverlenging en/of betrekking hebben op het voldoen aan wet- en regelgeving, kunnen worden geactiveerd en over meerdere jaren afgeschreven.
Wanneer het CO2-reductiedoel volledig gerealiseerd moet worden binnen de gebouwschil, zijn de kosten gedeeltelijk onrendabel. Het vraagt dus een uitgekiende aanpak om deze eenmalige lasten op het meest gunstige moment te dragen. Door te investeren op natuurlijke momenten, maatregelen te combineren in de uitvoering en een daarop aansluitende aanbestedingsstrategie kan een zo hoog mogelijke energiebesparing per geïnvesteerde euro (of vierkante meter) worden bereikt.
Afbeelding: maatregelenmix
9.5 De aanpak op hoofdlijnen is gebaseerd op volgende maatregelenmix: Algemeen landelijk Om landelijk 95% CO2-reductie te behalen volstaat een evenwichtige verdeling van maatregelen, waarbij in ieder geval 82% van de scope energieneutraal moet zijn en het overige deel (18%) aardgasvrij wordt gemaakt. Landelijk houdt men, met de doelstelling 2050, rekening met de volgende maatregelenmix: - 40%: Gebouwen vervangen door nieuwbouw met energie neutrale eisen (ENG) - 42%: Bestaand gebouwen verduurzamen met energie neutrale eisen (ENG) - 18%: Overige gebouwen aardgasvrij maken en waar mogelijk en effectief verduurzamen
Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 23
Algemeen Goes In de gemeente Goes dient t.o.v. het landelijk gemiddelde percentueel meer duurzaam worden gerenoveerd dan vervangen omdat: De doelstelling van Goes mogelijk afwijkt van de landelijke doelstelling > Hoe groter de afwijking met de landelijke doelstelling hoe groter het percentueel verschil; Het Goese bruto vloeroppervlak monumenten fors hoger is dan het landelijke gemiddelde; De Goese vastgoedportefeuille gemiddeld jonger is dan het landelijke gemiddelde en daarmee het vervangingspercentages lager is dan het landelijke gemiddelde. Stap 1: Vervanging door nieuwbouw in Goes Doelstelling Oorspronkelijk 2035 100% 2045 95% 2050 95%
eigendom 8% 13% 13%
geen eigendom 28% 32% 32%
primair- en speciaal onderwijs 7% 16% 35%
Voor het realiseren van de doelstelling worden bovengenoemde Goese percentages gehanteerd voor gebouwen die op een natuurlijk moment worden vervangen door nieuwbouw volgens de energie neutrale eisen. Het gemiddeld landelijk percentage voor vervanging bedraagt 40%. Het gaat vaak om gebouwen met een bouwjaar van vóór 1992 die een lage energieprestatie hebben. Hierdoor is het besparingseffect groot. De investeringen in nieuwbouw door ENG-normen zijn hoger dan de historische investeringen. Hiervoor is de landelijk gemiddelde vervangingstermijn gehanteerd van een gebouwleeftijd van 75 jaar. Energieneutraal kan niet of zeer moeilijk worden behaald bij monumenten. Voor deze gebouwen is het behoud van de monumentale kwaliteit een uitgangspunt en worden ze niet in zijn geheel vervangen. Daarnaast zijn enkele gebouwen met een hoge cultuurhistorische waarde en gebouwen zonder verwarming/koeling niet meegenomen. Tenslotte vindt vervanging van enkele gebouwen later plaats omdat deze recent zijn gerenoveerd. Landelijk wordt uitgegaan van een gemiddeld jaarlijks vervanging percentage van 1,33%. In Goes gaan we op basis van het Goese gebouwenbestand uit van de volgende gemiddelde jaarlijks vervangingspercentages.
Doelstelling eigendom geen eigendom primair- en speciaal onderwijs Oorspronkelijk 2035 100% 0,62% 2,12% 0,53% 2045 95% 0,55% 1,37% 0,68% 2050 95% 0,48% 1,13% 1,25% Stap 2: Integrale verduurzaming bestaande gebouwen in Goes Doelstelling Oorspronkelijk 2035 100% 2045 95% 2050 95%
eigendom 74% 69% 69%
geen eigendom 54% 50% 50%
primair- en speciaal onderwijs 75% 66% 47%
Het realiseren van de doelstelling betekent dat aanvullende maatregelen nodig zijn aan de gebouwen die voor het einde van de doelstellingsperiode nog niet toe zijn aan vervanging. Dit gaat verder dan instandhouding van het vastgoed en betekent een meer-investering. Afhankelijk van het bouwjaar is de isolatie redelijk tot goed en is het gebouw voorzien van isolerende beglazing. Het verdergaand verduurzamen van gebouwen die nog niet toe zijn aan vervanging betekent dat eerder dan strikt noodzakelijk is extra wordt geïnvesteerd. Voor het realiseren van de doelstelling worden bovengenoemde Goese percentages gehanteerd voor gebouwen die duurzaam worden gerenoveerd volgens de energie neutrale eisen. Het gemiddeld landelijk percentage voor vervanging bedraagt 42%. In de aanpak gaan we uit van integrale verduurzaming op natuurlijke momenten van planmatig onderhoud. Deze Goese percentages zijn hoog ten opzichte van het gemiddeld landelijk percentage van 42%. De oorzaken hiervan zijn bovenaan de bladzijde opgesomd. Door het moment dat toch al wordt geïnvesteerd in een gebouw te benutten, zoals bij de vervanging van de klimaatinstallaties, dakbedekking, kozijnen en verlichting, kunnen gereserveerde budgetten in het Meerjarenonderjarenhoudsplan (MJOP) worden ingezet. De aanpak gaat uit van verduurzaming van deze gebouwen naar energieneutraal.
Dit betekent dat voor veel gebouwen onrendabele Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 24
investeringen nodig zijn. Onrendabel betekent dat de investering zich niet terugverdient. Bijvoorbeeld doordat voor het goed functioneren van energieconcepten aanvullende (onrendabele) maatregelen nodig zijn. Daarnaast kan de wijkgerichte aanpak betekenen dat zich eerder dan gepland een natuurlijk moment aandient om het gebouw te verduurzamen, omdat het van het aardgas af moet. Maatregelenpakket voor integrale verduurzaming Voor het verduurzamen van een gebouw moet in veel gevallen de schil verbeterd worden met isolatie van dak en gevel en is vervanging door beter isolerend glas nodig. De warmtevraag wordt verder teruggebracht door terugwinnen van warmte uit ventilatielucht. Bij een grote behoefte aan warm tapwater is een zonneboiler een logische maatregel. Met LED-verlichting met aanwezigheidsdetectie en daglichtregeling kan elektriciteit worden bespaard. Warmte kan worden opgewekt door middel van een warmtepomp en waar mogelijk met gebruik van WKO (warmte en koudeopslag in de bodem). Als in de wijkgerichte aanpak gekozen wordt voor een warmtenet is aansluiting op dit net een meer voor de hand liggende keuze. Bovendien geldt dat het aansluiten van maatschappelijk vastgoed op het warmtenet kan bijdragen aan het rendabel maken ervan. Op en bij het gebouw kan zo veel mogelijk van de benodigde elektrische energie opgewekt via Zonnepanelen.
Stap 3: Overige gebouwen aardgasvrij in Goes Door maatregel één en twee uit de maatregelenmix toe te passen komt de CO2-reductie uit op 95%. Dit betekent dat voor een deel van het maatschappelijk vastgoed geen aanvullende verduurzaming nodig is en kan worden volstaan met het aardgasvrij maken. Dit percentage is voor het totaal aan gemeentelijk vastgoed 18%. De kosten per bruto vloeroppervlakte van niet onderwijs gebouwen zijn in vergelijking met het landelijk gemiddelde hoger omdat een groot deel, 19% á 23%, monumenten zijn. Het landelijk monumentaal oppervlak bedraagt slecht 2%. Dit biedt voor de gemeente de mogelijkheid om te kiezen voor het alleen aardgasvrij maken van gebouwen, zoals monumenten en gebouwen die niet worden verwarmd en/of gekoeld. Daarvoor ligt een kostbare integrale verduurzaming niet voor de hand of is door de monumentale gebouwwaarde niet mogelijk. Voor vrijwel alle gebouwen is het zinvol om enkelvoudige maatregelen met een korte terugverdientijd uit te voeren. Bijvoorbeeld het waterzijdig inregelen van het verwarming- en koelsysteem, voorkomen dat het gebouw onnodig wordt verwarmd of gekoeld en aanwezigheidsdetectie voor verlichting. De maatregelen uit de Energiemaatregelenlijst (EML) en de Energie-efficiency voorschriften (EED) (Wet Milieubeheer) moeten zich in de resterende levensduur van een gebouw terugverdienen.
De financiële aspecten van de maatregelenmix komen in de volgende paragrafen aan de orde.
9.6 Financiële toets doelstelling De financiële toets van de oorspronkelijke en vernieuwde doelstellingen is gebaseerd op de bovengenoemde aanpak op hoofdlijnen. Het is een macro-doorrekening op basis van een modelmatige benadering op basis van het aantal gemeentelijke gebouwen in Nederland en bijbehorend vloeroppervlak volgens de BAG, (Basisadministratie gebouwen), Kadaster CBS en DUO. Dit rekenmodel versie 2.0 is ontwikkeld door TwijnstraGudde in opdracht van de VNG. Er is daarmee niet gerekend op basis van individuele gebouwen, maar er is gebruik gemaakt van referentiegebouwen in Nederland. Met de kosten-kengetallen hebben we een globale berekening gemaakt van het effect van de aanpak op de scope met de drie hoofdgroepen. Voor investeringen in individuele gebouwen zijn specifieke kostenramingen op projectniveau nodig, die zo nodig bij de ontwikkeling van het vierjarig uitvoeringsprogramma worden opgesteld.
Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 25
9.7 Verduurzamingsinvestering kengetallen (rekenmodel VNG) Het toepassen van maatregelen, boven op de huidige nieuwbouweisen, om een energieneutraal gebouw te realiseren van 0,7 EPC naar ENG. Kosten €140/m2 BVO (Bruto Vloer Oppervlakte) Additionele verduurzaming van bestaande gebouwen (gebouwen die bouwkundig in goede staat zijn en waarvan men verwacht dat deze niet vervangen hoeven te worden in de periode tot het realiseren van de verduurzamingsdoelstelling). Isoleren van vloer, gevel, dak en beglazing Efficiënter verwarmen, koelen, ventileren, verlichten Lokale opwekking van energie Kosten €595/m2 BVO Voor monumenten worden dubbele investeringskosten gerekend. Maatregelen om overige bestaande gebouwen aardgasvrij te maken (bijvoorbeeld van toepassing bij monumenten of gebouwen die zeer lastig te verduurzamen zijn.) Vervangen installaties door HT-warmtepomp Toepassen LED verlichting Kosten €161/m2 BVO Landelijke gegevens Prijspeil 2019 > Het prijspeil 2022 is toegevoegd aan de uitkomsten van het rekenmodel. Inclusief 21% BTW > BTW compensatie is toegevoegd aan de uitkomsten van het rekenmodel. Inclusief 10% aannemersopslagen Inclusief 10% inpassing en complexiteit Inclusief 10% bijkomende kosten > Engineeringskosten zijn toegevoegd aan de uitkomsten van het rekenmodel.
Inclusief 10% onvoorzien Gemeentelijke gegevens Bruto Vloer Oppervlakten (BVO) per hoofdgroep en per cluster op basis van de scope omschreven in hoofdstuk 7 Renteomslagpercentage 0.6656% Aandeel monumentaal oppervlak per hoofdgroep o Groep 1, Alle gemeentelijke gebouwen die in bezit zijn van de gemeente, exclusief onderwijsgebouwen: 19%. o Groep 2, Gebouwen binnen de invloedsfeer van de gemeente, exclusief onderwijsgebouwen: 23%. o Groep 3, Primair- en speciaal onderwijsgebouwen en gebouwen waar een gedeelte onderwijs van is: 0%. Afschrijftermijn gebouwen 40 jaar Afschrijftermijn verduurzamingsmaatregelen 20 jaar Jaar van oorspronkelijke duurzaamheidsdoelstelling 2035 Vervangingspercentages: Doelstelling eigendom geen eigendom primair- en speciaal onderwijs Oorspronkelijk 2035 100% 0,62% 2,12% 0,53% 2045 95% 0,55% 1,37% 0,68% 2050 95% 0,48% 1,13% 1,25% Aanname circulariteitstoeslag en klimaatadaptatietoeslag 15%, De uiteindelijke kosten zijn sterk afhankelijk van de noodzaak en de mogelijkheden per individueel gebouw.
Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 26
9.8 Uitkomsten financiële toets oorspronkelijke doelstelling Het resultaat van het rekenmodel is een globale raming van de benodigde extra investeringen om in de verduurzaming van de scope 95% CO2-reductie te realiseren. Uitgangspunt in de routekaart is dat er bestaande budgetten zijn of komen om reguliere vervanging door nieuwbouw tot de huidige norm te kunnen realiseren. Meerkosten om van de huidige norm van EPC 0,7 naar ENG te komen zijn €140/m2 BVO. De afschrijvingslasten en rentelasten uit het rekenmodel zijn gebaseerd op de investeringen en afschrijftermijnen. In werkelijkheid zijn de afschrijvingslasten en rentelasten niet ieder jaar gelijk en zullen de kapitaalslasten (rente en afschrijving) in de begroting geleidelijk stijgen naarmate er meer geïnvesteerd wordt. De kapitaalslasten zullen daarbij vrijwel lineair oplopen en naarmate de eerste investeringen volledig zijn afgeschreven weer dalen. Het rekenmodel berekent de maximale piek van de afschrijvings- en rentelasten (kapitaalslasten). In de bijlagen is naast de investeringslaten ook inzicht gegeven in het globaal verloop van de kapitaalslasten. Daarnaast maakt een programmatische aanpak het egaliseren van de kosten mogelijk. In het uitvoeringsprogramma wordt dit meer inzichtelijk gemaakt.
Oorspronkelijke doelstelling 100% in 2035% De financiële uitkomsten van de doorrekening van de oorspronkelijke doelstelling op basis van het rekenmodel van de VNG (TwijnstraGudde) voor de drie scope groepen zijn, inclusief klimaatadaptatie, circulariteit, BTW verrekening, 96% CO2-reductie en prijspeil 2022: Eigendom, geen onderwijs 84.428m2 bruto vloeroppervlak, waarvan 19% monumenten Vervangingspercentage 0,62% € 54,6 mln. investeringsbedrag, over looptijd doelstelling (ca. 8% nieuwbouw, 74% renovatie, 18% gasvrij) € 2,88 mln. kapitaalslast, maximale piek in looptijd doelstelling Geen eigendom, geen onderwijs 7.583m2 bruto vloeroppervlak, waarvan 23% monumenten Vervangingspercentage 2,12% € 4,4 mln. investeringsbedrag, over looptijd doelstelling (ca. 28% nieuwbouw, 54% renovatie, 18% gasvrij) € 0,23 mln. kapitaalslast, maximale piek in looptijd doelstelling Primair- en speciaal onderwijs 34.539m2 bruto vloeroppervlak, waarvan geen monumenten Vervangingspercentage 0,53% € 22,1 mln. investeringsbedrag, over looptijd doelstelling (ca. 7% nieuwbouw, 75% renovatie, 18% gasvrij) € 1,17 mln. kapitaalslast, maximale piek in looptijd doelstelling De detail uitkomsten van de doorrekening van de drie scope groepen zijn opgenomen in de bijlagen. Noot: de doorrekening is gebaseerd op 95% in plaats van 100% energieneutraal en aansluitend op de doorrekening is de BTW verrekend.
In hoofdstuk 10 zijn de vernieuwde doelstellingen doorberekend.
9.9 DMJOP De verduurzamingsmaatregelen hebben invloed op het meerjarenonderhoudsplan. Deze impact wordt buiten de scope van deze opgave inzichtelijk gemaakt in het Duurzaam meerjarenonderoudsplan (DMJOP).
Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 27
9.10 Overige gebouwverbeteringen Kosten van overige gebouwverbeteringen zoals functionele aanpassingen zijn uiteraard niet inbegrepen. Wel kan verduurzaming een katalysator zijn voor dit soort verbeteringen en kan het efficiënt zijn om dit soort aanpassingen integraal mee te nemen.
9.11 Disclaimer Het model gaat uit van een gewogen gemiddeld kengetal voor de investeringen. Hierdoor is het rekenmodel nauwkeuriger bij grote portefeuilles ten opzichte van kleinere portefeuilles. De investeringen zijn niet representatief voor individuele projecten. Hiervoor is maatwerk nodig. De kengetallen vloeien voort uit een modelmatige benadering en dienen ook als zodanig te worden gebruikt. In het vierjarig uitvoeringsprogramma worden wel op projectniveau de kosten berekend.
Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed gemeente Goes
Pagina 28
10. Vernieuwde doelstellingen Vanwege het besluit van de gemeenteraad op 11 november 2021 om op basis van de financiële doorberekening, af te zien van de vastgestelde doelstelling verduurzaming gemeentelijk vastgoed, klimaatprogramma 2019-2022 en de output van het participatietraject mede te gebruiken voor het vaststellen van een nieuwe passende doelstelling verduurzaming gemeentelijk vastgoed zijn de globale kosten van twee vernieuwde doelstellingen onderzocht: Vijf jaar scherper dan de landelijke doelstelling: Het streefdoel conform het Klimaatakkoord is 55% CO2-reductie in 2030 en het einddoel 95% CO2-reductie in 2045. En de landelijke doelstelling: Het streefdoel conform het Klimaatakkoord is 55% CO2reductie in 2030 en het einddoel 95% CO2-reductie in 2050.
Vernieuwde doelstelling 95% in 2045 De financiële uitkomsten van de doorrekening van de alternatieve doelstelling 95% in 2045 op basis van het rekenmodel van de VNG (TwijnstraGudde) voor de drie scope groepen zijn, inclusief klimaatadaptatie, circulariteit, btw-verrekening en prijspeil 2022: Eigendom, geen onderwijs 84.428m2 bruto vloeroppervlak, waarvan 19% monumenten Vervangingspercentage 0,55% € 52,4 mln. investeringsbedrag, over looptijd doelstelling (ca. 13% nieuwbouw, 69% renovatie, 18% gasvrij) € 2,39 mln. kapitaalslast, maximale piek in looptijd doelstelling Geen eigendom, geen onderwijs 7.583m2 bruto vloeroppervlak, waarvan 23% monumenten Vervangingspercentage 1.37% € 4,2 mln. investeringsbedrag, over looptijd doelstelling (ca. 32% nieuwbouw, 50% renovatie, 18% gasvrij) € 0,18 mln. kapitaalslast, maximale piek in looptijd doelstelling Primair- en speciaal onderwijs 34.539m2 bruto vloeroppervlak, waarvan geen monumenten Vervangingspercentage 0,68% € 20,3 mln. investeringsbedrag, over looptijd doelstelling (ca. 16% nieuwbouw, 66% renovatie, 18% gasvrij) € 0,93 mln. kapitaalslast, maximale piek in looptijd doelstelling De detail uitkomsten van de doorrekening van de drie scope groepen zijn opgenomen in de bijlagen. Noot: de doorrekening is gebaseerd op 95% in plaats van 100% energieneutraal en aansluitend op de doorrekening is de BTW verrekend.