CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 04. Raadsvoorstel Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk vastgoed

Beeldvormende raad 21 maart 2024, gemeente GoesBij agendapunt: Uitvoeringsprogramma gemeentelijk vastgoed4.273 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Datum vergadering Agendapunt Zaaknummer Onderwerp

: : : :

Portefeuillehouder Programma Opgesteld door: Afdeling

: : :

Z20.059782 / D24.1111473 Uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk gebouwen J. Veldhuizen Milieu Victor de Vries Openbare Ruimte

Gevraagd besluit Akkoord gaan met: 1. Het uitvoeringsprogramma verduurzaming gemeentelijk gebouwen 2024-2027; Binnen het uitvoeringsprogramma 16 gebouwen te verduurzamen volgens bijlage: Overzicht afwegingsfactoren en voorstel: a. 14 gebouwen, met scenario 3 - maximaal duurzaam opknappen en daarbij ook de wettelijke energiebesparingsplicht als eigenaar voor de gebouwen Stadskantoor, Brede scholen Goese Polder en Samenspel en parkeergarage centrum; b. 2 gebouwen, de wettelijke energiebesparingsplicht als eigenaar voor de gebouwen De Mythe en de brandweerkazerne Goes. 2. Investeringskredieten beschikbaar te stellen voor de jaren 2024-2027 van respectievelijk € 1.450.000, € 7.180.000, € 9.125.000 en € 7.551.138, in totaal € 25,3 mln; 3. Dit te dekken door: - de incidentele middelen Reserve verduurzaming van € 9.600.000 en DUMAVA subsidies van € 6.622.808. - de dan nog te dekken structurele kapitaallasten van € 42.879 in 2025 oplopend naar een bedrag van € 524.371 in 2027 te dekken vanuit het beschikbare structurele budget kapitaallasten uitbreidingsinvesteringen (begroting 2024, vanaf de jaarschijf 2027 structureel € 540.000) - de verdere stijging van de kapitaallasten vanaf 2028 van € 511.342 te dekken vanuit de voordelen op de energielasten bij gebruikers en dit neutraal te verwerken in de Programmabegroting 2025. 4. Daarvoor de 19e begrotingswijziging 2024 vast te stellen.

Juridische basis Klimaatakkoord 2019 Nederland heeft haar klimaatdoelen verscherpt. De nieuwe plannen om het klimaat te verbeteren streeft naar een vermindering van 60% van de CO2-uitstoot in 2030. Regionale energietransitie Zeeland Met de Regionale Energie Strategie (RES) geeft Zeeland invulling aan de internationale en nationale klimaatafspraken. De Zeeuwse gemeenten willen als voorbeeld dienen door openbare gebouwen in 2040 energieneutraal te maken. In het Zeeuws Energie Akkoord (RES) zijn afspraken gemaakt om particuliere woningen in Zeeland energieneutraal te maken in 2045. Klimaatprogramma en doelstelling gemeente Goes Op 2 oktober 2018 heeft de gemeenteraad het klimaatprogramma 2019-2022 goedgekeurd. De gemeente Goes streeft ernaar om in 2045 energieneutraal te zijn, zoals afgesproken in het klimaatprogramma. Op 9 februari 2023 heeft de gemeenteraad de doelstelling vastgelegd: Het gemeentelijk vastgoed verduurzamen met een tussendoel 60% CO2-reductie in 2030 en een streefeinddoel 95% CO2reductie in 2035.

Agendapunt Pagina 2

Coalitieakkoord en raadsagenda 2023-2026 We verduurzamen planmatig de gemeentelijke gebouwen. Om de uitdagingen op het gebied van verduurzaming aan te kunnen, stelt de gemeenteraad dit jaar nog een reserve duurzaamheid in. Aanleiding Na het besluit van de gemeenteraad op 9 februari 2023 en volgens de eerder vastgestelde routekaart, is er een programma geschreven, om de gemeentelijke gebouwen duurzamer te maken. Doelen: • Tussendoel voor 2030: Vermindering van 60% CO2-uitstoot • Streefdoel voor 2035: Vermindering van 95% CO2-uitstoot • Compensatie: Als het technisch niet haalbaar is om de gewenste vermindering van CO2uitstoot in 2035 te halen, wordt dit goedgemaakt door energie, die goed is voor het milieu, op andere plekken op te wekken. Hoe we dit willen behalen: De gemeente Goes wil gemeentelijke gebouwen slimmer en kostenefficiënt verduurzamen. Hierbij gaat het om gebouwen die bezit zijn van de gemeente. Resultaat De gemeente is eigenaar van verschillende gebouwen zoals scholen, wijkgebouwen en gymzalen. We willen die gebouwen energieneutraal maken. Uiteindelijk willen we daardoor in 2035 95% minder CO2 uitstoten vergeleken met 1990. Vanuit een routekaart, slimme selectie en onderzoeken stelden we een uitvoeringsplan op. Hierin staan bijvoorbeeld de 16 gebouwen die we de eerste vier jaar aan willen pakken, hoeveel CO2-uitstoot we daarmee verminderen en hoeveel het kost.

We vragen uw gemeenteraad €25,3 miljoen beschikbaar te stellen, zodat we de 16 gebouwen kunnen verduurzamen. Argumenten Stappen Het programma is in drie stappen gemaakt, zie bijlage uitvoeringsprogramma. Stap 1: Benodigde CO2-vermindering uitvoeringsprogramma In stap 1 is onderzocht hoeveel CO2-vermindering nodig is in de uitvoeringsperiode van vier jaar om het doel te halen. De CO2-vermindering voor het vierjarig uitvoeringsprogramma is 1.096.481 kg. Dit leidt tot een verminderingstempo dat meer dan vier keer hoger ligt dan de vermindering van de afgelopen jaren. Stap 2: Slimme selectie In de tweede stap is er vanuit de lijst met gebouwen die bezit zijn van de gemeente, een keuze gemaakt door een slimme selectie voor een groep van 25 gebouwen. Deze groep gebouwen is ontstaan door samenwerking tussen Marsaki en de interne organisatie, waarbij verschillende zaken zijn bekeken. Belangrijkste zaken waren: • De hoeveelheid CO2-uitstoot en energieverbruik per gebouw; • De kosten voor onderhoud; • De geschatte mogelijkheden op gebieden als opwekking, bouwkundige staat (casco), en installaties; Een overzicht van de slimme groep van 25 gebouwen is te vinden op pagina 7 van het uitvoeringsprogramma.

Agendapunt Pagina 3

Stap 3: Onderzoek naar Duurzaamheid van 25 Gebouwen Voor elk van de 25 gebouwen is een energieadvies geschreven. Elk advies is uitgegaan van de gegevens van het gebouw, interview met de huurder/gebruiker van het gebouw en een technische beoordeling van het gebouw. Alle rapporten zijn besproken met de huurders/ gebruikers. Zij hebben aangegeven het fijn te vinden dat de gemeente de gebouwen duurzaam wil verbeteren. Ook vinden ze het prettig dat de rapporten goed leesbaar zijn. Veel huurders/ gebruikers hebben gevraagd om snel te beginnen. Uitvoeringsprogramma Na het uitvoeren van de onderzoeken naar het verduurzamen van 25 gebouwen zijn de 25 rapporten geanalyseerd, en is er een plan gemaakt voor de aanpak over de uitvoeringsperiode van vier jaar. De gemeente bezit 24 van deze gebouwen. Een van de 25 gebouwen is Wijkgebouw De Westkant, met adres Evertsenstraat 15, dat in bezit is van Beveland Wonen. In overleg met Beveland Wonen is er een duurzaamheidsonderzoek uitgevoerd voor De Westkant. De verantwoording voor de duurzaamheidsverbeteringen ligt vooral bij Beveland Wonen. Het rapport is met Beveland Wonen besproken. Wijkgebouw De Westkant is om deze reden niet opgenomen in het programma. Beveland Wonen heeft aangegeven dat na de herstructurering van Goes-West de wijkvoorziening uit het gebouw moet vertrekken.

De gemeente vindt een wijkvoorziening in Goes-West belangrijk en ziet dit als haar eigen taak. Daarom wordt er gezocht naar een geschikte plek in de wijk voor een nieuw gebouw met ruimte voor de ruilwinkel. Het is mogelijk dat nieuwbouw uiteindelijk op de bestaande plek aan de Evertsenstraat wordt gebouwd, maar daarvoor zal geen gebruik worden gemaakt van de reserve duurzaamheid. Energielabels Energielabels geven een goed inzicht hoe zuinig een gebouw met energie omgaat. Hoe hoger het label, hoe beter het gebouw is. Maar dit betekent niet automatisch dat energiezuinige gebouwen geen hoge CO2-uitstoot hebben. De twee gebouwen met de hoogste energielabels, namelijk het Omnium (label A+++) met warmtepompen en zonnepanelen, en het Stadskantoor (label A+++) met bodemenergie en zonnepanelen, horen tot de grootste CO2-uitstoters op de lijst. Gevolgd door de Parkeergarage Westwal (label G) en de Brede School Noorderlicht/Holtkamp (label D). Een compleet overzicht van de energielabels van de onderzochte gebouwen staat op pagina's 9 en 10 van het uitvoeringsprogramma. Naast het energielabel zijn er andere zaken die het echte energieverbruik beïnvloeden, zoals: • Klimaatinvloeden; • Gebruikersgedrag; • Energiebewustzijn; • Gebruiksuren; • Onderhoudstoestand; • Storingen voor lange tijd aan installaties; • En niet-gebouwgebonden energieverbruik.

CO2-uitstoot De tabel op pagina 12 van het programma laat de jaarlijkse CO2-uitstoot zien voor de situatie op dit moment, scenario 3 en de terugvalscenario's 1 en 2. Een positieve CO2-uitstoot betekent dat het gebouw naar verwachting nog steeds CO2 uitstoot na uitvoering van een scenario, terwijl een negatieve CO2-uitstoot betekent dat het gebouw in totaal op jaarbasis meer energie opwekt dan verbruikt. Uit de tabel blijkt dat niet elk gebouw energieneutraal wordt verduurzaamd. Gebouwen met een negatieve CO2-uitstoot dragen bij aan de compensatie voor gebouwen die na verduurzaming nog CO2 uitstoten. De CO2-uitstoot op dit moment van de 24 gebouwen is ongeveer 2.458.721 kg. Voor gebouwen waarin de gemeente de energie koopt, wordt groene stroom ingekocht. Een belangrijk punt van aandacht bij de CO2-uitstoot is het deel niet-gebouwgebonden elektriciteitsverbruik van het gehele elektriciteitsverbruik van een gebouw. Deze opsplitsing is belangrijk, omdat we in de routekaart voor de verduurzaming van de gemeentelijke gebouwen hebben

Agendapunt Pagina 4

aangegeven dat we streven naar duurzame opwekking van energie, ook voor niet-gebouwgebonden energieverbruik. Het probleem is dat dit deel op dit moment niet precies kan worden bepaald, omdat het pas meetbaar is met uitgebreider onderzoek door huurders/gebruikers. Toch is er geprobeerd een ruwe schatting te maken van het niet-gebouwgebonden elektriciteitsverbruik. De geschatte CO2uitstoot van niet-gebouwgebonden elektriciteitsverbruik voor de 24 gebouwen is ongeveer 1.230.856 kg, wat ongeveer 50% is van de gehele CO2-uitstoot van de 24 gebouwen. Voorbeelden van niet-gebouwgebonden elektriciteitsverbruik zijn: • ICT-apparatuur; • Keukenapparatuur; • Theater-, film- en geluidsapparatuur; • Recreatieapparatuur zoals zwembadinstallaties en verwarming van biljarttafels; • (Parkeer)garageapparatuur zoals stuwventilatoren, verwarming van hellingbanen, afzuiging van brandweerwagens en elektrisch gereedschap; • En onderwijsapparatuur zoals digiborden. Conclusies uitvoeringsprogramma • Het hoofddoel is om de CO2-uitstoot met 1.096.481 kg te verlagen. • Binnen het programma is dit doel haalbaar met scenario 3, waarbij 23 gebouwen energieneutraal worden en 1 gebouw, namelijk de brandweerkazerne Oranjeweg 100, niet energieneutraal, maar wel een label A++ (een zeer laag energieverbruik).

• De tussenstap van 60% CO2-reductie in 2030, met het vrijkomen van 1.650.807 kg, wordt gehaald met het reductietempo, om uiteindelijk de streefdoelstelling van 95% CO2-reductie in 2035 te halen. • Als alle onderzochte gebouwen worden verduurzaamd met scenario 3, bedraagt de CO2uitstoot na verduurzaming 1.347.126 kg. Het deel niet-gebouwgebonden CO2-uitstoot is ongeveer 1.230.856 kg. Dit betekent dat naar verwachting 116.270 kg gebouwgebonden CO2uitstoot en 1.230.856 kg niet-gebouwgebonden CO2-uitstoot moeten worden goedgemaakt. De gebouwgebonden CO2-uitstoot kan worden goedgemaakt met ongeveer een kleine 1.000 zonnepanelen op een andere locatie. • Het niet-gebouwgebonden energieverbruik heeft grote invloed op het behalen van het doel, omdat verbeteringen hierin niet kunnen worden meegerekend via energiebesparende maatregelen voor de gebouwen, maar wel meetellen in de doelstelling. Het nietgebouwgebonden CO2-uitstoot is groot, ongeveer 50% van de uitstoot op dit moment. Daarom zijn huurders/gebruikers, vooral van gebouwen met verwacht hoog niet-gebouwgebonden energieverbruik, geadviseerd een maatwerkonderzoek uit te voeren naar besparingsmogelijkheden van niet-gebouwgebonden energieverbruik.

• Een paar gebouwen met hoog niet-gebouwgebonden energieverbruik zijn: o Omnium; o Stadskantoor; o Theater De Mythe; o Brandweerkazerne Goes o Brede school Goese Polder o Poppodium ’t Beest. • Het doel wordt niet bereikt met de CO2-uitstoot van scenario 1 en 2, zoals ook vermeld onder het kopje mogelijke risico's. • Om het doel te halen, moeten in ieder geval de volgende twee gebouwen worden opgenomen door hun hoge CO2-uitstoot: o Parkeergarage Centrum; o Sportaccommodatie Omnium.

Agendapunt Pagina 5

Gebouwenselectie voor het uitvoeringsprogramma • Vanuit het vastgoedbeleid wordt geadviseerd om de volgende gebouwen wél in het programma op te nemen: o Sportaccommodatie Omnium Op 21 december 2023 heeft de gemeenteraad besloten €506.000 beschikbaar te stellen voor het opstellen van een voorontwerp voor de bouw van een school bij het Omnium; o Wijkgebouw Jan Ligthart Op 23 mei 2019 heeft de gemeenteraad besloten €200.000 beschikbaar te stellen voor het verduurzamen van het wijkgebouw. Daarnaast hebben de gebruikers de wens om het gebouw goed aan te pakken, zoals: de lift, toiletten, vloer-, wand- en plafondafwerkingen. Bij dit project wordt gelijktijdig uitvoering gegeven aan het collegebesluit van 26 april 2022 om een aantal opties te onderzoeken, op basis van de beleidsnotitie 'Goes voor Elkaar Maatschappelijke voorzieningen Goes-Oost Match of Mismatch'. • En de volgende gebouwen niet op te nemen: o Brandweerkazerne Oranjeweg 100 De toekomstige ontwikkelingen van de VRZ in Goes hebben mogelijk invloed op dit gebouw.

Daarom worden de ontwikkelingen eerst afgewacht, voordat verduurzaming van het gebouw gebeurt; o Dagbesteding ’t Trefpunt Met de huurder (Emergis) zijn we in gesprek over de toekomst van dit gebouw; o Dienstwoning Kattendijksedijk Vanwege visieontwikkeling Hollandse Hoeve; o Basisschool Stamperius + Gymzaal Vanwege mogelijke functiewijziging; • Op basis van de vastgestelde routekaart wordt geadviseerd om de meest kosten efficiënte gebouwen op te nemen in het uitvoeringsprogramma. We hebben echter ook te maken met andere afwegingsfactoren. Dat kan daardoor betekenen dat bijvoorbeeld vanwege het wel of niet verkrijgen DUMAVA-subsidiebeschikkingen er voor een deel van de gebouwen wordt afgeweken van het kostenefficiente principe. • Op basis van de afwegingsfactoren wordt voorgesteld om de volgende gebouwen in het programma op te nemen, zie bijlage overzicht afwegingsfactoren en voorstel: o Van der Baanstraat 26 e.a. - Brede school Het Samenspel o Westwal 35 - Parkeergarage Centrum o Zwembadweg 3 t/m 5 - Omnium o M.A. de Ruijterlaan 2 - Stadskantoor o Appelstraat 2A - De Pit o Schimmelpenninckstraat 14 - Amicitia o Torenring 46 - Heer Arendhuis o Reigerstraat 3 - Gymzaal o Johnsonlaan 54A e.e.

- Brede school Goese Polder en gymzaal o Te Werfstraat 18 - Heer Hendrikshuis o Oostkerkestraat 24 - Gymzaal Wolphaartsdijk o Bergweg 10 - Gymzaal o Bergweg 12 - Jan Ligthart o Beestenmarkt 3 - Poppodium t Beest In de bijlage ‘overzicht afwegingsfactoren en voorstel’ is opgenomen welke 14 gebouwen worden voorgesteld om op te nemen in het uitvoeringsprogramma.

Agendapunt Pagina 6

Prioritering binnen de groep van het uitvoeringsprogramma Binnen de geselecteerde groep van 14 gebouwen wordt de volgende grove prioriteringsvolgorde gehanteerd: 1. Sportaccommodatie Omnium in combinatie met vernieuwbouwproject. Wijkgebouw Jan Ligthart, met onderzoek naar de mogelijkheden van bijvoorbeeld een gebouw met andere functies en/ of organisaties in de wijk (complexe variant); 2. Gebouwen met DUMAVA-subsidietoekenning met losse maatregelen; 3. Gebouwen met DUMAVA-subsidietoekenning integrale aanpak; 4. Gebouwen waar opnieuw DUMAVA-subsidie voor wordt aangevraagd. Aanpak gebouwen buiten het uitvoeringsprogramma Onderstaande gebouwen en/ of activiteiten vallen buiten de scope van het programma. Onderhoud gebouwen in bezit gemeente buiten programma Onderhoud aan gebouwen wordt op een duurzame manier uitgevoerd dat die in lijn ligt met de verduurzamingswijze van de gebouwen in het programma. Rijksmonumenten Voor vier rijksmonumenten die in bezit zijn van de gemeente worden monumenten verduurzaming maatwerkadviezen geschreven. Het gaat om de volgende rijkmonumenten: • Oude stadhuis - Grote markt 23 • Museum - Singelstraat 13 • Galerie, kantoor en appartement - A.J. Kade 5 en 5a • Soepuus - Kleine kade 43A Monumenten worden verduurzaamd op momenten dat een gebouw al wordt aangepakt voor een restauratie, renovatie en/ of functiewijziging en/ of huurders verandering.

Als dit soort momenten zich voordoen wordt zo nodig een verduurzamingsaanpak aan uw college voorgelegd. Gebouwen binnen de invloedsfeer van de gemeente die niet in bezit zijn van de gemeente en geen onderwijsgebouwen zijn (scopegroep 2 van de routekaart) Het gaat om gebouwen van organisaties die een financiële relatie hebben met de gemeente die in verhouding staan met de verduurzamingsopgave. De zorg voor de verduurzaming van deze gebouwen ligt als eerste bij de externe organisatie en gebouweigenaar en op de tweede plaats bij de gemeente. Doordat de gemeente de organisaties betaalt die in deze gebouwen zijn gehuisvest kan de gemeente in sommige gevallen invloed uitoefenen op die organisaties. Bijvoorbeeld organisaties waar de gemeente structureel grote subsidies aan geeft of een grote structurele dienstenovereenkomst mee heeft. Om de verduurzamingsdoelstelling bij deze gebouwen te verwezenlijken dienen de organisaties zelf hun gebouwen te verduurzamen of de gebouweigenaar vragen hun gebouwen te verduurzamen. Primair- en speciaal onderwijsgebouwen (PO en SO) en gebouwen waarvan in een gedeelte onderwijs plaatsvindt en die niet in bezit zijn van de gemeente (scopegroep 3 van de routekaart) Binnen het wettelijk kader onderwijshuisvesting (sinds 1 januari 2015) is sprake van een gedeelde zorg tussen gemeenten en schoolbesturen.

Grofweg zijn gemeenten verantwoordelijk voor de nieuwbouw en de uitbreiding van gebouwen en schoolbesturen voor het instandhouden en aanpassen van het schoolgebouw. Het begrip “renovatie” komt op dit moment niet voor in wetgeving en dit zorgt voor discussies. Op dit moment is er wetgeving in voorbereiding om gemeenten en schoolbesturen meer in staat te stellen om hun gezamenlijke zorg voor de kwaliteit van de onderwijshuisvesting waar te maken. In deze nieuwe wetgeving krijgt ondermeer het begrip “renovatie” (als levenshuurverlenging voor een gebouw) en het verplicht opstellen van een Integraal Huisvestingsplan (IHP) een plaats. Vooruitlopend op deze nieuwe wetgeving beginnen wij met het schrijven van een IHP voor het primair onderwijs (basisonderwijs en speciaal onderwijs).

Agendapunt Pagina 7

De opgaaf verduurzaming onderwijsgebouwen komt daar bovenop. Hoewel onderwijsgebouwen binnen de DUMAVA-subsidieregeling vallen, is het energie neutraal krijgen van de onderwijsgebouwen zonder structurele extra bekostiging vanuit het Rijk aan zowel gemeenten als schoolbesturen, niet te doen. Landelijk is in de gemeente Noordoostpolder een motie aangenomen die betrekking heeft op de uitvoering van de wettelijke zorgplicht onderwijshuisvesting en het ontbreken van voldoende geld hiervoor. Deze motie is zonder verschil van mening aangenomen door de algemene ledenvergadering van de VNG op 25 september 2020. Nu is het afwachten in hoeverre het Rijk hier gevoelig voor is en echt met structureel extra geld over de brug komt. Gelet op de nu bestaande onduidelijkheid rond de verantwoordelijkheid en de financiering van de onderwijsgebouwen PO/SO ligt het voor de hand om structurele verduurzaming van PO en SO nog niet op te pakken. In elk geval tot er duidelijkheid rond verantwoordelijkheid en financiering is. In de tussentijd houden wij bij nieuwbouwprojecten, zoals bij IKC Kloetinge en nu bij de nieuwbouw van Schengehof in ’s Heer Arendskerke, rekening met het door de gemeenteraad vastgestelde duurzaamheidsbeleid. Op deze manier worden er in het PO/SO wel degelijk stappen in verduurzaming gezet.

Kanttekeningen Risico: Niet behalen doelstelling Om het doel te behalen is uitvoering van scenario 3 bij elk gebouw noodzakelijk. Scenario 3 voldoet aan de renovatiestandaard die de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland adviseert. Scenario’s 1 en 2 zijn terugvalscenario’s in het geval het vastgoedbeleid voor een gebouw op lange periode onduidelijk is. Als het vastgoedbeleid in de toekomst voor dat gebouw wel duidelijk wordt, kan alsnog uitvoering van scenario 3 plaatsvinden of bijvoorbeeld sloop of verkoop van het gebouw. Indien uw gemeenteraad, anders dan het voorstel, besluit om scenario 3 niet voor elk gebouw uit te voeren, maar over te gaan op de terugvalscenario’s 1 en/of 2 of delen van de drie scenario’s ontstaan de volgende risico’s: Risico A: De vastgestelde doelstelling wordt niet binnen 2035 behaald. Oorzaak: Binnen de periode tot 2035 is er onvoldoende tijd om eerst de terugvalscenario’s 1 en/of 2 en/of delen van de drie scenario’s uit te voeren, om daarna van alle gebouwen de resterende maatregelen van scenario 3 uit te voeren. Risico B: Op het moment dat de overgebleven maatregelen van scenario 3 worden uitgevoerd nadat de terugvalscenario’s 1 en/of 2 en/of delen van de drie scenario’s zijn uitgevoerd, zijn alle kosten naar verwachting hoger. Oorzaak: Door de uitvoeringsvolgorde ontstaan desinvesteringen.

Risico C: Op het moment dat de resterende maatregelen van scenario 3 jaren later worden uitgevoerd nadat de terugvalscenario’s 1 en/ of 2 en/ of delen van de drie scenario’s zijn uitgevoerd zijn de verwachte subsidiebedragen van DUMAVA lager, waardoor de financiële bijdrage van de gemeente hoger wordt. Oorzaken: • Per gebouw kan maximaal een keer een DUMAVA-subsidie worden gekregen; • DUMAVA loopt naar verwachting tot 2030; • Voor een “scenario 3” DUMAVA-aanvraag kan 35% subsidie worden gekregen en voor losse maatregelen 30%; • De DUMAVA-subsidievoorwaarden worden de komende jaren naar verwachting aangescherpt. Volgend jaar wordt de subsidiepot verhoogd van 190 mln naar 237,5 mln. Maar zijn de subsidiepercentages lager: van 35% naar 30% (voor integrale aanvragen) en van 30% naar 20% (voor losse maatregelen). Daarnaast wordt de maximale investering per gebouw verlaagd van 2,5 mln naar 1,5 mln; • DUMAVA-subsidies moeten voor een deel worden terugbetaald.

Agendapunt Pagina 8

Risico: Wisselende financiële jaarlijkse besparing. Oorzaken: • Door veranderende energietarieven/ energiecontracten; • Lage tarieven in energiecontracten gemeente/ VZG (Contract 2 jaar met optie 2 jaar) Beheersmaatregel: Met de berekening is rekening gehouden met de energietarieven op dit moment die lager zijn dan de verwachte energietarieven op lange termijn. Kans 1: Laat maatschappelijke organisaties gebruikmaken van het energiecontract gemeente/ VZG Acties: • Afspraken maken met VZG en energieleverancier gemeente/ VZG; • Onderzoeken of het voordeel in verhouding staat met de extra administratieve last voor het verrekenen van de energiekosten. Financiën Investeringskosten De investeringskosten voor het verduurzamen van alle 24 onderzochte gebouwen op basis van scenario 3 bedraagt: €36.728.600, zie bladzijde 19 van het uitvoeringsprogramma. De investeringskosten van alle 24 onderzochte gebouwen voor de klimaatadaptieve maatregel, groen dak bedraagt €4.355.225. De investeringskosten van de uiteindelijke gebouwenselectie van 14 gebouwen bedraagt €27.710.955, zie bijlage Dashboard - Uitvoeringsprogramma 2024-2027 (middelste donut diagram). De investeringskosten voor het uitvoeren van de wettelijke verplichte energiebesparende maatregelen voor de brandweerkazerne aan de Oranjeweg en theater De Mythe worden nog nader onderzocht.

Deze investeringskosten komen nog boven op de bovengenoemde kosten. Financiële dekking Van de totale bestedingen van € 27.710.955 wordt € 2.404.816 gedekt binnen de reguliere onderhoudsvoorziening onderhoud gebouwen. Een aangepast beheerplan onderhoud gebouwen zal in 2024 ter vaststelling aan de raad worden voorgelegd. Voor het resterende bedrag van € 25.306.138 worden jaarlijkse investeringskredieten aangevraagd van respectievelijk € 1.450.000, € 7.180.000, € 9.125.000 en € 7.551.138. De dekking wordt gevonden in: 1. Dekking vindt allereerst plaats door incidentele middelen vanuit de Reserve verduurzaming van € 9.600.000 en de DUMAVA subsidies van € 6.622.808; 2. De dan nog te dekken structurele kapitaallasten lopen op naarmate de bestedingen oplopen en projecten worden afgerond. Binnen de scope van de begrotingswijziging (2024-2027) betreft dit voor 2025 een bedrag van € 42.879, oplopend naar een bedrag van € 524.371 in 2027. Dekking hiervoor kan gevonden worden binnen het in de Programmabegroting 2024 reeds opgenomen budget voor kapitaallasten uitbreidingsinvesteringen (vanaf 2027 structureel € 540.000); 3. Vanaf 2028 stijgen de kapitaallasten ten opzichte van 2027 nog verder met een structureel bedrag van € 511.000.

Voor dit aanvullende structurele bedrag wordt voorgesteld dit te dekken ten laste van de voordelen op de energielasten bij huurders/ gebruikers (hogere huurbaten). Dit valt buiten de scope van de Begrotingswijziging en zal (neutraal) worden verwerkt in de Programmabegroting 2025. Financiële dekking door energiebesparing huurders/ gebruikers Alle huurders/ gebruikers willen elk jaar financieel meebetalen. De Mythe, stichting Albero en Prisma scholen groep zijn mogelijk bereid om hun jaarlijkse financiële bijdrage te verhogen naar 100% van de financiële energiebesparing i.p.v. 75%. De Mythe probeert hiermee de aanpak van het gebouw in het

Agendapunt Pagina 9

programma te krijgen. De scholen doen dit vooral om als voorbeeldfunctie te op te treden richting leerlingen en ouders. Financiële risico's De werkelijke kosten en financiële dekking kunnen in de uitvoeringsperiode op de volgende punten o.a. worden beïnvloed: • Bij het nader uitwerken van de projecten kunnen de werkelijke kosten hoger of lager uitpakken; • Prijsindexering kan hoger of lager uitpakken dan verwacht; • Aanvullend aan de groep van 14 gebouwen moet voor De Mythe en de brandweerkazerne aan de Oranjeweg wettelijke energiebesparende maatregelen te worden uitgevoerd die binnen 5 jaar zijn terug te verdienen -> hogere kosten; • Door verwachte beperkingen van de draagkracht van bestaande constructies kunnen mogelijk minder groene daken en zonnepanelen worden aangelegd -> lagere kosten; • De werkelijke financiële energiebesparing kan of hoger zijn door andere energietarieven -> hogere of lagere dekking benodigd; • Een deel van de financiële dekking voor het Omnium wordt gedekt door het vernieuwbouwproject -> lagere dekking benodigd; • De nog te verkrijgen DUMAVA-subsidies kunnen lager uitpakken -> Hogere dekking benodigd; • Minder projecten worden uitgevoerd -> lagere kosten en lagere dekking benodigd. • Wijzigingen in de cashflow -> ander dekkingstempo Duurzaamheid Zie onder de kopjes juridische basis en argumenten.

Communicatie & Participatie Huurders/ gebruikers van de 25 gebouwen zijn geïnterviewd voorafgaand aan de verduurzamingsonderzoeken en geïnformeerd naar afronding van de onderzoeken. Hoe wordt aan participatie uitvoering gegeven? Bij de voorbereiding en uitvoering van de verduurzamingsprojecten worden opnieuw de huurders/ gebruikers betrokken. Afhankelijk van het type project en de invloed op de omgeving wordt de manier van participatie met de directe omgeving en mogelijk een brede omgeving bepaald. Uitvoering Vervolgproces in uitvoeringsprogramma periode Bij het uitvoeren van het programma worden onder ander de volgende zaken opgepakt: • 10 van de 21 DUMAVA-subsidieaanvragen zijn toegekend. 1 aanvraag is nog kansrijk. De beslissing va het Rijk over de kansrijk aanvraag verwachten we op zijn laatst half maart. In april 2024 vragen we opnieuw DUMAVA-subsidie aan t.b.v. de overgebleven gebouwen die nog geen DUMAVA toekenning hebben ontvangen en die geselecteerd zijn binnen het programma. Op basis van het voorgestelde uitvoeringsprogramma wordt in april 2024 voor de volgende gebouwen opnieuw DUMAVA-subsidie aangevraagd: o Stadskantoor; o Brede school Goese Polder; o Wijkcentrum Jan Ligthart; o Parkeergarage Centrum (als we geen DUMAVA-subsidie ontvangen in de subsidieperiode 2023).

Als in 2024 opnieuw DUMAVA-subsidieaanvragen worden uitgeloot, vragen we opnieuw voor dezelfde gebouwen subsidie aan in 2025 en zo nodig in 2026 en 2027.

Agendapunt Pagina 10

• •

Voor de overige gebouwen vragen we waarschijnlijk geen DUMAVA aan omdat anders het risico bestaat dat we meer gebouwen moeten te verduurzamen binnen het programma dan nodig is voor de doelstelling. Bepalen manier van aanpak en omvang van de complexe variant voor wijkgebouw Jan Ligthart; De onderzochte gebouwen kunnen naar verwachting binnen de huidige mogelijkheden van netverzwaring en technische aanpassingen worden verduurzaamd. Binnen het integrale project van het Omnium wordt onderzocht of er een risico bestaat, als zowel de verduurzamingsopgave alsook de vernieuwbouwopgave wordt uitgevoerd. Daarnaast vindt in januari 2024 nog onderzoek plaats naar de verwachte benodigde aansluitvermogens van een klein deel van de gebouwen. Op dat moment hebben we inzichtelijk of de benodigde netverzwaring bij die gebouwen ook mogelijk is.

Jaarlijkse voortgangsrapportage Het college en de gemeenteraad wordt elk half jaar op hoofdlijnen geïnformeerd met een voortgangsmemo. In de voortgangsmemo komen o.a. de volgende onderwerpen naar voren: beknopte evaluatie, monitoring doelstelling, aanpak en planning, inclusief prioritering van de uitvoering van het uitvoeringsprogramma en DUMAVA-subsidies. Het college legt met voortgangsmemo's ook tussentijds verantwoording af aan de raad.

Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Goes,

mr. H.E. Schild Secretaris

C.H. van den Bos Burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13930134/1