CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 04. Programmajaarrekening 2021 def

Oordeelsvormende raad 7 juli 2022, gemeente GoesBij agendapunt: Jaarstukken 2021, Accountantsverslag en Over- en onderschrijding investeringskredieten37.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Het bovenstaande overzicht laat het verloop van de kasgeldlimiet voor 2021 zien. Doordat er in 2021 niet gefinancierd is, zowel kortlopend als langslopend is ruimschoots aan de kasgeldlimiet voldaan.

56 Renterisiconorm Met behulp van de renterisiconorm wordt bepaald welk renterisico de gemeente loopt op haar vaste schuld (leningen met een looptijd van langer dan één jaar). De renterisiconorm is bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dat wil zeggen dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Hierbij is een minimumbedrag bepaald van € 2,5 miljoen. Het uitgangspunt van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op langlopende schulden. Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningen. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de lening portefeuille gelijktijdig moet worden hergefinancierd, met het risico van snel oplopende rentelasten. In onderstaande tabel wordt de renterisiconorm voor de afgelopen jaren weergegeven. Renterisiconorm

(bedragen x € 1.000) 2021

2020

2019

1

Renteherzieningen *

2

Aflossingen

3

Renterisico (1 + 2)

8.550

8.623

9.976

4a

Begrotingstotaal

129.002

131.689

128.157

4b

Percentage regeling

20%

20%

20%

4

Renterisiconorm (4a x 4b)

25.800

26.338

25.631

5a

Ruimte onder renterisiconorm (4 > 3)

17.250

17.715

15.655

5b

Overschrijding renterisiconorm (3 > 4)

*

0

0

0

8.550

8.623

9.976

In geval van een roll-over lening

In 2021 is de renterisiconorm niet overschreden. Daarnaast laat de tabel vanaf 2019 een stijgend verloop zien in de ruimte onder de renterisiconorm. Dit geeft aan dat het renterisico goed beheerst wordt, waarbij in 2021 ruimschoots aan de norm is voldaan. Rente-omslag De rente wordt via een omslagstelsel toegerekend aan de kostendragers (producten). Dit heet het zogenaamde 'renteomslag percentage'. Het rente-omslag percentage wordt berekend over alle producten. Het rente-omslag percentage wordt met de dan bekende gegevens zo goed als mogelijk ingeschat en wordt toegerekend aan die investeringen welke lineair worden afgeschreven. In 2021 zijn de rentepercentages voor activa die annuïtair afschrijven herzien. Dit heeft naast een rente-effect op de activa met een annuïtaire afschrijvingsmethode, ook een direct effect op de hoogte van de renteomslag gehad. Bij de begroting 2021 is gerekend met een omslagrente van 0,67%, bij jaarrekening 2021 met 1,94%. Per saldo heeft deze renteherziening geen invloed op de totale rentelast van de gemeente, maar wel op de verdeling van de rente. Door lagere annuïtaire rentepercentages is het omslagrentepercentage toegenomen. Financieringspositie De financieringspositie geeft inzicht in de ontwikkeling van de financiële positie. In de gemeente Goes werken we met totaalfinanciering.

Dit houdt in dat niet voor iedere investering (activum) separaat een lening wordt afgesloten. Investeringen worden gefinancierd vanuit het totaal van eigen vermogen (reserves) en het lang vreemd vermogen (aangetrokken leningen). Bij projecten van grote omvang kan het zijn dat het systeem van totaalfinanciering wordt losgelaten. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld een project waarbij er sprake is van een verschil tussen juridisch en economisch eigenaar van het activum. Voorstellen voor afwijken van het systeem van totaalfinanciering zullen onderdeel moeten uitmaken van het raadsbesluit over de uitvoering van deze projecten. Anders dan bij andere bedrijven heeft de financieringspositie bij gemeenten een andere plaats in het gehele financiële plaatje. Bij gemeenten is er geen sprake van het faillissementsrisico. Belangrijker dan te kijken naar de financieringspositie, is het beheersbaar houden van de rentelasten die hiermee samenhangen.

57 Het verloop van onze leningenportefeuille is als volgt: (Bedragen x € 1.000)

2021

2020

2019

Stand per 1 januari

128.102

116.726

126.701

Nieuwe leningen begroot

12.638

12.638

12.490

Nieuwe leningen werkelijk

0

20.000

0

Rentepercentage begroot

1,00%

1,50%

1,75%

Rentepercentage werkelijk

n.v.t.

0,55%

n.v.t.

Aflossingen

-8.549

-8.624

-9.975

119.552

128.102

116.726

Stand per 31 december

In 2021 was begroot om voor € 12,64 miljoen aan langlopende leningen aan te trekken tegen een rentepercentage van 1,00%. Werkelijk zijn er geen externe financieringsmiddelen aangetrokken en is liquiditeitsbehoefte opgevangen met al aanwezige middelen. Hogere opbrengsten uit de bouwgrond en compensatie coronamiddelen hebben hieraan bijgedragen. Door aflossingen van ruim € 8,5 miljoen resteert er € 119.552 miljoen aan uitstaande langlopende financieringen. De gemiddelde rente van de lening portefeuille bedroeg in 2021: 2,49% Risicobeheer In het wijzigingsbesluit BBV is opgenomen dat er inzicht wordt gegeven in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. Tevens is het verplicht dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moet worden toegerekend met behulp van een (rente) omslagpercentage. Dit omdat de onderlinge vergelijking tussen gemeenten het uitgangspunt is voor aanpassingen aan het BBV. Ter verduidelijking onderstaand het renteschema:

Renteschema

a.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

b.

De externe rentebaten (idem)

(Bedragen x € 1.000) € -/-

Saldo rentelasten en rentebaten c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

-/-

€ -29

-/-

€

0

+

€

0

3.196

€

0

€

3.196

c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/-

€

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

-29 3.167

d1. Rente over eigen vermogen

+

€

d2. Rente over voorzieningen

+

€

93

€

3.874

€

3.874

€

0

Totaal werkelijk aan taakvelden toe te rekenen rente e.

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

f.

Renteresultaat op het taakveld treasury

-/-

614

Het schema laat zien dat de afwijking tussen de werkelijk rentelasten en de toegerekende rentelasten € 0 bedraagt. Dit komt doordat er nacalculatie van de omslagrente heeft plaatsgevonden. Schuldpositie Voor het beoordelen van de financiële vermogenspositie is in het BBV een verplichte indicator opgenomen, de netto schuldquote. Deze indicator is door de Vereniging Nederlandse Gemeenten opgesteld. De netto schuldquote beoordeelt de vermogenspositie van gemeenten aan de hand van schulden ten opzichte van de inkomsten. Het kengetal geeft een indicatie van het aandeel van de rentelasten van de schulden in de totale exploitatie. Het draait om de vraag of de rentelasten als gevolg van hoge schulden niet te veel ruimte opslokken binnen de totale exploitatie. Voor de netto schuldquote wordt de volgende definitie gehanteerd: De netto schuld als aandeel van de exploitatie. De netto schulden zijn gedefinieerd als de som van de langlopende schulden, kortlopende

58 Schulden en overlopende passiva. Daarop zijn in mindering gebracht de kortlopende vorderingen en uitzettingen, liquide middelen, overlopende activa en langlopende uitzettingen. Voor de omvang van de exploitatie wordt uitgegaan van de baten voor bestemming, dus exclusief de mutaties in de reserves. De netto schuldquote wordt genormeerd conform onderstaande bandbreedte: Netto schuldquote in % van de exploitatie Netto schuldquote in % van de exploitatie Netto schuldquote in % van de exploitatie

> 130% 100% - 130% < 100 %

niet wenselijk, grote risico’s voorzichtigheid geboden

De netto schuldquote per 31-12-2021 bedraagt 89%. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt de netto schuldquote nader toegelicht.

59

Paragraaf Weerstandsvermogen & Risicobeheersing Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing biedt op basis van een risico-inventarisatie, financiële vertaling van de risico’s door middel van een risicomethodiek en een overzicht van financiële kengetallen inzicht in de financiële positie van de gemeente Goes. Bij het bereiken van onze doelstellingen is inzicht gewenst in de mogelijkheden om tegenvallers op te vangen. Deze paragraaf gaat kort in op ons beleid voor risico’s, geeft inzicht in de gehanteerde methodiek en toetst het aanwezige weerstandsvermogen aan de norm van de weerstandscapaciteit. De risico’s van de coronacrisis zijn geen onderdeel van deze paragraaf. Voor de coronacrisis is in deze jaarrekening een aparte paragraaf opgesteld. De risico’s van de coronacrisis zijn daarin opgenomen.

Beleid risicobeheersing Om ook in de toekomst een financieel gezonde organisatie te blijven, gaat de gemeente Goes verstandig en verantwoord om met risico’s. Risico’s zijn onlosmakelijk verbonden met de uitvoering van bedrijfsprocessen en kunnen nooit helemaal worden uitgesloten. Als gemeente willen we bewust zijn van de risico’s die we lopen en van de beheersingsmaatregelen die we kunnen nemen. Bij de beheersing van de risico’s hanteren wij als beleidslijn dat er sprake moet zijn van een evenwicht tussen praktische uitvoerbaarheid en effectiviteit en kosten (efficiency) van een maatregel. Daarom wordt uitgegaan van een voorzichtig financieel beleid als fundament voor de weerstandscapaciteit. In de uitvoering worden hierbij de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Een in meerjarig perspectief sluitende begroting; • Onderhoudsvoorzieningen van voldoende omvang; • Beheerste ontwikkeling van de lokale lasten; • De begroting heeft jaarlijks ruimte voor onvoorziene kosten (eenmalig en structureel); • Een weerstandscapaciteit van voldoende omvang om de risico’s op te kunnen vangen. De wetgeving voor het weerstandsvermogen zijn vastgelegd in het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV-artikel 9, 11 en 26).

Het gemeentelijk beleid is vastgelegd in de financiële verordening gemeente Goes 2021 (artikel 17) en in de nota Reserves en voorzieningen 2021 (paragraaf 2.5 en 3.1). Structureel systeem van risicomanagement We hanteren organisatiebreed een structureel systeem van risicomanagement. Periodiek inventariseren we binnen de organisatie de risico’s, koppelen we beheersingsmaatregelen aan de risico’s, vindt evaluatie plaats van bestaande, actuele risico’s en beheersingsmaatregelen en rapporteren we hierover. Door herhaling van deze stappen in het proces van risicomanagement is er blijvende aandacht voor risico’s en de beheersing ervan. Het proces van risicomanagement maakt onderdeel uit van de jaarlijkse budgetcyclus. Wij beschouwen risicomanagement hierbij niet als een doel op zich. Doordat wij een beter inzicht hebben in de risico’s in onze gemeentelijke processen is risicomanagement voor ons een hulpmiddel bij het bereiken van gemeentelijke doelen.

Voor het sociaal domein en de bouwgrond hebben we ervoor gekozen om een andere methodiek van risicoinventarisatie te hanteren. Dit wordt later in deze paragraaf toegelicht.

60 Risicomethodiek De ambtelijke organisatie inventariseert en beoordeelt de risico’s. Om te waarborgen dat de risico’s binnen de organisatie op uniforme en objectieve wijze worden beoordeeld, wordt gebruik gemaakt van onderstaande tabel om de kans en het gevolg van een risico in te schatten. Kans op optreden risico

Im pact risico (financieel en politiek/im ago)

Klasse

Score

Klasse

Gevolg financieel

Gevolg politiek/imago

Zeer laag

1

Zeer laag

< € 10.000

zeer laag

Score 1

Laag

2

Laag

€ 10.000 - € 50.000

laag

2

Gemiddeld

3

Gemiddeld

€ 50.000 - € 100.000

gemiddeld

3

Hoog

4

Hoog

€ 100.000 - € 250.000

hoog

4

Zeer hoog

5

Zeer hoog

> € 250.000

zeer hoog

5

De risicoscore van een bepaald risico wordt bepaald door kans en impact met elkaar te vermenigvuldigen (risicoscore = score kans x score impact). Maximaal kan een risico 25 punten scoren wanneer sprake is van een zeer hoge kans van optreden in combinatie met zeer hoge gevolgen (financieel of politiek/imago). Voor de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen wordt vervolgens een objectieve methodiek toegepast. Als norm voor de berekening van het weerstandsvermogen wordt de volgende tabel gehanteerd. Risicoscore

Risicoprofiel Indicatie voor benodigd w eerstandsverm ogen

1-4

Zeer laag

5,0% van de uitgavenbegroting van het organisatiegebied

5-6

Laag

7,5% van de uitgavenbegroting van het organisatiegebied

8-9

Gemiddeld

10,0% van de uitgavenbegroting van het organisatiegebied

10-12

Hoog

12,5% van de uitgavenbegroting van het organisatiegebied

>15

Zeer hoog

15,0% van de uitgavenbegroting van het organisatiegebied

Daar waar geen directe uitgavenposten zijn gerelateerd aan de risico’s (bijvoorbeeld de inkomstenstroom van de gemeente of garantstellingen) wordt als uitgangspunt voor de benoemde risico’s een materialiteitsgrens van 1, 2 of 3% (laag-gemiddeld-hoog) gehanteerd. Omdat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen, wordt in de systematiek voor de berekening van het benodigde weerstandsvermogen een bandbreedte aangehouden van 75% - 125%. In de jaarrekening 2021 hanteren we een norm voor de weerstandscapaciteit van 100% van het benodigde weerstandsvermogen.

Inventarisatie weerstandscapaciteit Bij de inventarisatie van de weerstandscapaciteit wordt onderscheid gemaakt in de weerstandscapaciteit in de vermogens- en in de exploitatiesfeer. De weerstandscapaciteit in de vermogenssfeer wordt gevormd door: De beschikbare algemene reserve; Het vrij beschikbaar deel van de bestemmingsreserves; Eventuele stille reserves. Het vrij beschikbare deel van de algemene reserve bestaat uit het saldo van de algemene reserve waarbij de claims in mindering op het saldo zijn gebracht. Ditzelfde geldt voor het vrij beschikbare gedeelte van de bestemmingsreserves. Er is sprake van stille reserves als activa een hogere waarde vertegenwoordigen dan de boekwaarde op de balans. Zolang de desbetreffende eigendommen echter niet voor verkoop in aanmerking komen, kunnen de stille reserves niet te gelde worden gemaakt. In het overzicht van de weerstandscapaciteit zijn de stille reserves daarom als PM post opgenomen. De weerstandscapaciteit in de exploitatiesfeer wordt gevormd door: De onbenutte belastingcapaciteit; De begrotingsruimte. Omdat we niet voor alle risico’s eenzelfde methodiek van risico-inventarisatie hanteren, is er geen overzicht te geven van de belangrijkste risico’s.

Voor de bouwgrond en het sociaal domein is ervoor gekozen om een andere systematiek te hanteren waardoor het niet mogelijk is om op totaal niveau de risico’s met elkaar te vergelijken en/of te waarderen. Onbenutte belastingcapaciteit Als minimumbedrag voor een maatschappelijk aanvaardbare hoogte van de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolrechten wordt het zogenaamde redelijk peil gehanteerd. Gemeenten moeten een bepaald redelijk peil hebben om in aanmerking te komen voor een aanvullende uitkering op basis van artikel 12 FvW (Financiële verhoudingswet). Het bedrag dat de gemeente minder dan het redelijk peil ontvangt aan belastingopbrengsten, wordt aangemerkt als onbenutte belastingcapaciteit.

61

Weerstandscapaciteit We hebben ervoor gekozen om een norm voor de weerstandscapaciteit van 100% van het benodigde weerstandsvermogen te hanteren. Op basis van de geïdentificeerde risico’s op de peildatum van de jaarrekening 2021 betekent dit een norm weerstandsvermogen van minimaal € 11,9 miljoen. Met een positief verschil, de vrije ruimte, van ongeveer € 13,7 miljoen voldoet de gemeente Goes op dit moment aan deze norm. De begrote weerstandscapaciteit is daarmee voldoende om als dekking te kunnen fungeren voor de geïdentificeerde risico’s. Naast de bovenstaande risico’s kennen we nog risico’s in de bouwgrondexploitaties en in het sociaal domein. Voor deze risico’s bestaan aparte risicoreserves en wordt de benodigde weerstandscapaciteit op een andere manier bepaald. Dit betekent dat de risico’s én de reserves geen onderdeel uitmaken van de bovenstaande beoordeling van de vrije ruimte binnen de weerstandscapaciteit. De functie en uitgangspunten van de reserves (ook de nieuwe reserve sociaal domein) zijn toegelicht in de nota “Reserves en voorzieningen”. Zoals aangegeven in de inleiding zijn de risico’s van de coronacrisis geen onderdeel van de paragraaf weerstandsvermogen en risicomanagement. De risico’s van de coronacrisis zijn onderdeel van de paragraaf coronacrisis.

In die paragraaf worden de risico’s van de coronacrisis financieel gemaakt en vergeleken met de vrije ruimte in het weerstandsvermogen zoals die in deze paragraaf wordt berekend. Norm weerstandscapaciteit Zoals aangegeven hanteren we een structureel systeem van risicomanagement. Hiermee inventariseren we periodiek de risico’s van de organisatie. Met de vastgestelde risicomethodiek beoordelen we de risico’s op uniforme en objectieve wijze en schatten we de kans en het gevolg van een risico in. Voor de jaarrekening 2021 leidt de inventarisatie ertoe dat we ongeveer 125 risico’s zien voor onze organisatie. Op basis van de hierboven toegelichte risicomethodiek betekent dit dat we uitgaan van € 11,9 miljoen als norm voor de weerstandscapaciteit. De norm voor weerstandscapaciteit kent de volgende opbouw:

Opbouw norm weerstandscapaciteit

Bedragen x € 1.000

Reguliere onderdelen: - ondersteunende activiteiten - beleidsactiviteiten - organisatiebreed Bijzondere onderdelen - grondexploitatie - sociaal domein - verbonden partijen (GR-en) - garantstellingen - projecten Totaal

789 4.795 2.607 n.v.t. n.v.t. 2.172 1.458 63 11.884

Norm weerstandscapaciteit sociaal domein Voor de risico's van het sociaal domein is een aparte risicoreserve gevormd. Daardoor maken de risico’s van het sociaal domein geen onderdeel meer uit van de inventarisatie van de risico's als onderdeel van het risicomanagement. In 2020 zijn de uitgangspunten voor de reserve sociaal domein herijkt. Het uitgangspunt voor de reserve sociaal domein is dat er een dekkingsgraad is van 7,5% van het gehele programma sociaal domein. De minimale hoogte van de reserve is factor 1, dit is gelijk aan het opvangen van de risico’s voor 1 jaar. Het maximum van de reserve is 2,5, dit is gelijk aan het opvangen van de risico’s voor 2,5 jaar. De voeding van de reserve sociaal domein komt uit de overschotten in de exploitatie van het sociaal domein, totdat het maximum is bereikt. De onttrekking aan de reserve komt uit de tekorten in de exploitatie van het sociaal domein, totdat het minimum is bereikt. Als de reserve onder het minimum komt, wordt deze aangevuld vanuit de algemene reserve. In 2021 komt de reserve sociaal domein uit op € 10,4 miljoen. Daarmee valt de stand binnen de ingestelde minimum en maximum norm zoals we die bepaald hebben.

Berekening norm weerstandscapaciteit sociaal domein

Programma sociaal domein Afdekkingspercentage 7,5% Omvang reserve sociaal domein (minimaal factor 1 , maximaal factor 2,5) Reserve sociaal domein 31-12-2021 Aanvulling vanuit algemene reserve Reserve sociaal domein 31-12-2021 - beschikbaar

(bedragen x 1.000) Minimaal Maximaal

62.997 4.725

11.812 10.386 n.v.t. 10.386

62

Norm weerstandscapaciteit bouwgrond De risico's van de bouwgrond maken geen onderdeel uit van de risico-inventarisatie die uitgevoerd wordt om de norm van het weerstandsvermogen te bepalen. Daar staat tegenover dat ook de reserve bouwgrond niet wordt meegenomen in het bepalen van de weerstandscapaciteit. De risico's van de bouwgrond worden op een andere wijze bepaald. De risico's en het weerstandsvermogen van de bouwgrond worden beschreven in de paragraaf grondbeleid. De reserve bouwgrond bedraagt op peildatum 31 december 2021 € 11,6 miljoen. Hierop rust nog wel een claim van € 3.397.000 voor het bouwgrondcomplex bedrijvenpark Deltaweg. Zoals de risico’s van de bouwgrond geen onderdeel uitmaken van de risico-inventarisatie maakt ook de reserve bouwgrond geen deel uit van het weerstandsvermogen. Verloop weerstandscapaciteit In onderstaande grafiek is het verloop van het weerstandsvermogen en de norm van de weerstandscapaciteit voor de jaren 2017 tot en met 2021 weergegeven. Het blauwe vlak laat zien wat het weerstandsvermogen boven de norm van de weerstandscapaciteit uitkomt, de zogenaamde vrije ruimte van het weerstandsvermogen. De grafiek laat zien dat de vrije ruimte ten opzichte van de norm van de weerstandscapaciteit ten opzichte van het jaar 2019 iets is gedaald.

Maar omdat de vrije ruimte nog op € 13,7 miljoen uitkomt, is de weerstandsbuffer op peildatum 31 december 2021 nog meer dan voldoende aanwezig.

63

Overzicht weerstandscapaciteit jaarrekening 2021 Berekening weerstandscapaciteit

(bedragen x 1.000)

Jaarlijkse exploitatie Onbenutte belastingcapaciteit in 2021: Belastingen en heffingen Totale onbenutte belastingcapaciteit

510

510

Resultaat 2021: Resultaat jaarrekening 2021 Weerstandscapaciteit exploitatie

2.756

Vermogenssfeer (na verwerking claims) Beschikbare algemene reserve - minus claims algemene reserve

15.235 -2.890

Beschikbare bestemmingsreserve majeure projecten - minus claims reserve majeure projecten

17.498 -9.989

Beschikbare bestemmingsreserves - minus claims bestemmingsreserve

2.478 0

3.266

12.345

7.508

2.478 p.m.

Stille reserves Weerstandscapaciteit vermogen

22.331

Totaal weerstandscapaciteit

25.597

Norm weerstandsvermogen: Op basis van risico inventarisatie geldt een norm van

11.884

Vrije ruimte t.o.v. de norm

13.713

De risico-inventarisatie van € 11.884.000 is exclusief de incidentele corona risico’s, zie voor verdere uitwerking de paragraaf coronacrisis.

Kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht het opnemen van een set financiële kengetallen in de gemeentebegrotingen en jaarrekeningen. Het gaat om de kengetallen voor netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, belastingcapaciteit en grondexploitatie. De kengetallen moeten zicht geven op de financiële positie van de gemeente en de mogelijkheid bieden om gemeenten onderling te vergelijken.

Kengetallen jaarrekening 2021 Kengetal

Jaarrekening

Begroting

Jaarrekening

2020

2021

2021

Netto schuldqoute (excl. correctie verstrekte leningen)

81%

107%

89%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio

75%

100%

84%

27%

29%

27%

Grondexploitatie

-1%

8%

1%

Structurele exploitatieruimte

0%

1%

1%

Belastingcapaciteit

91%

94%

91%

Beoordeling kengetallen In de tabel kengetallen van jaarrekening 2021 laat het kengetal netto schuldquote net als in jaarrekening 2020 zien dat het lager uitvalt dan waar we bij de begroting van waren uitgegaan. In de voorgaande jaarrekeningen hebben we toegelicht dat het “noemer” effect, de hogere baten, leidt tot een daling van het kengetal schuldquote. Dit zien we ook weer terug in 2021. We zien dat we in 2021 ongeveer € 8,5 miljoen minder aan vaste schulden hebben dan in 2020. In

64 begroting 2021 was rekening gehouden met het aantrekken van leningen van € 12,6 miljoen. Dit verklaart deels de lagere schuldquote in 2021 ten opzichte van de begroting. Het eerdergenoemde “noemer” effect laat zien dat de totale baten fors hoger zijn dan de waar in de initiële begroting was uitgegaan. Het programma ruimte en economie laat hogere baten zien van ongeveer 15,6 miljoen en het programma sociaal domein heeft voor 5,6 miljoen aan hogere baten. Doordat de schuldquote de schulden uitdrukt in een percentage van de baten, leiden de hogere baten tot een lagere schuldquote. De wijze van berekenen van de netto schuldquote van 89% voor jaarrekening 2021 sluit aan bij de berekening van de VNG stresstest. Wij zitten met een percentage van 89%, net als in de vorige jaarrekening in de door de VNG bepaalde “groene zone”. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin we in staat zijn om aan onze verplichtingen te voldoen. We kunnen in hoofdlijn stellen dat hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de financiële weerbaarheid van onze gemeente. De solvabiliteitsratio voor jaarrekening 2021 komt uit op 27%, gelijk aan deze ratio in jaarrekening 2020. De belastingcapaciteit laat met een waarde van 91% in jaarrekening 2021 zien dat we onder het landelijke gemiddelde zitten met onze tarieven. Het betreft hier de tarieven OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing.

We zien hier dat het percentage weer iets lager uitkomt dan in de vorige jaarrekening, dit is vooral het gevolg van de terughoudendheid in het verhogen van de gemeentelijke belastingen. Het kengetal structurele exploitatie ruimte geeft aan of we na eliminatie van de incidentele baten en lasten ook nog een sluitende begroting hebben. Hiervoor moet dit kengetal een positieve waarde hebben. Het kengetal in de bovenstaande tabel laat zien dat dit met 0,9% (afgerond 1%) het geval is. We kunnen concluderen dat op basis van de kengetallen van jaarrekening 2021 we weer een iets beter beeld laten zien dan in waar we in de begroting zijn uitgegaan. Met name het kengetal schuldquote laat een betere (is lagere) waarde zien. Samen met de beschikbare ruimte in ons weerstandsvermogen, laat de jaarrekening 2021 op balansdatum 31 december 2021 een financieel gezonde situatie zien. Kanttekening daarbij is dat de lagere schuldquote niet daalt door beleidskeuzes maar het gevolg is van de hogere baten zoals we die conform BBV in onze jaarrekening moeten verantwoorden.

65

Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Algemeen De gemeente is de beheerder van de openbare ruimte. De openbare ruimte is van en voor iedereen. Door het open karakter vinden in deze ruimte veel van de dagelijkse activiteiten plaats zoals wonen, werken en recreëren. De inrichting bestaat in hoofdzaak uit kapitaalgoederen in de vorm van wegen, riolering, groen, speelvoorzieningen, verlichting en (openbare) gebouwen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en de staat van onderhoud waarin zij verkeren is bepalend voor het voorzieningenniveau en voor de jaarlijkse lasten. Ambities komende bestuursperiode In het collegeprogramma 2018-2022 “Vol vertrouwen vooruit!” is een aantal uitgangspunten en ambities op het gebied van verbonden partijen benoemd. De belangrijkste bestuurlijke uitgangspunten zijn: • We richten de openbare ruimte klimaatbestendig in. We pakken de grootste knelpunten op korte termijn aan en nemen de rest mee in de reguliere onderhoudsplanning • Al het gemeentelijk vastgoed is in 2035 energieneutraal indien technisch mogelijk Onderhoud via voorzieningen Bijna alle nieuwe aanleg van infrastructuur (wegen, water, riolering, groen en openbare verlichting) wordt gerealiseerd (en gedekt) door de bouwgrondexploitatie.

Dat betekent dat het realiseren van die kapitaalgoederen ineens worden afgeschreven uit de opbrengst van de verkoop van bouwrijpe grond en (dus) niet op de balans voorkomen. Groot onderhoud wordt niet geactiveerd. Deze kosten zijn onderhevig aan jaarlijkse fluctuaties, maar met de gevormde voorzieningen realiseren we begrotingstechnisch kostenegalisatie. Dit betekent dat jaarlijks voor de verschillende kapitaalgoederen een reëel, gelijk bedrag voor onderhoud in de begroting wordt opgenomen (conform de voorschriften vanuit het BBV). De werkelijke groot onderhoudsuitgaven worden ten laste van die voorzieningen gebracht. Door deze systematiek komen in de gemeentebegroting geen pieken en dalen voor, en worden de pieken in de jaarlijkse onderhoudsuitgaven opgevangen binnen de voorziening. Voor elke voorziening moet de gemeente beschikken over een actueel beheerplan waarin de gewenste kwaliteit tot uitdrukking is gebracht en waarin al het cyclische onderhoud wordt gepland en financieel vertaald. Door de gegevens zowel voor- als nacalculatorisch bij te houden, ontstaat continue een actueel beeld van de gang van zaken en kunnen de effecten in de prognoses van de onderhoudsvoorzieningen en zo nodig in de jaarlijkse genormeerde storting worden vertaald. De voorzieningen hebben ieder jaar een tenminste neutrale stand.

Er wordt geen rente, maar wel indexatie aan de voorzieningen toegevoegd. In artikel 44 van het Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten en provincies (BBV) is geregeld in welke gevallen een voorziening wordt gevormd. Daaruit vloeit voort dat het vormen van een voorziening of een dotatie aan een al bestaande voorziening als een last in het betreffende begrotingsjaar moet worden beschouwd. De aanwending van een gedeelte van een voorziening wordt rechtstreeks ten laste van de voorziening geboekt. In de financiële begroting is een overzicht opgenomen van de verwachte stand en het verloop van de verschillende voorzieningen. De uitgaven voor regulier onderhoud van de openbare ruimte worden rechtstreeks in de exploitatie verantwoord (zie eind van deze paragraaf). Voor de diverse beheerplannen geldt het volgende schema: Beheerplannen

Door de raad vastgesteld d.d.

Looptijd t/m

Financiële vertaling in begroting

Achterstallig onderhoud

Ja, 2005

Onbepaald

Ja

Nee

Wegen Havens, sluis en bruggen

Ja, 2019

2024

Ja

Nee

Ja, 2020

2024

Ja

Nee

Riolering Civieltechnische kunstwerken

Ja, 2013

2020

Ja

Nee *1

Ja, 2019

2024

Ja

Nee

Groen

Ja, 2020

2025

Ja

Ja *2

Gebouwen

Ja, 2016

2021

Ja

Nee

Integraal Beheer Goes (IBORG)

*1 Wel is sprake van een oplopend vervangingsbestand riolering in verband met het aflopen van technische levensduur. Het effect hiervan wordt separaat aan de gemeenteraad voorgelegd via het nog vast te stellen Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2022-2026. *2 Dit is in het in 2020 vastgestelde groenbeheerplan opgenomen en wordt in de komende planperiode weggewerkt.

66 Toelichting op de voorzieningen Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen Ten laste van deze voorziening worden uitgaven gedaan voor het groot onderhoud aan de gemeentelijke panden. De jaarlijkse voeding is gebaseerd op het totale onderhoudsplan voor alle gemeentelijke gebouwen. In het Meerjarig onderhoudsplan (MJOP) zijn zowel onderhoud als grote renovaties en vervangingen geraamd. Voor grote investeringen, renovaties en opwaardering zal specifiek geld worden aangevraagd aan de hand van een 4-jaarlijkse investeringsplanning die jaarlijks bij de begroting wordt aangeboden. Alle gemeentelijke panden en objecten welke vallen binnen de voorziening onderhoud zijn opgenomen, geactualiseerd en verwerkt. Vanaf september 2019 is er een nieuw beheerprogramma aangeschaft zodat beter en vlotter inzicht kan worden verkregen in de onderhoudstoestand van het gemeentelijk vastgoed. Het gebouwenonderhoudsplan kijkt 20 jaar vooruit met een jaarlijkse monitoring en om de 4 jaar een bijstelling. De Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed is voor besluitvorming aangeboden. Na vaststelling van de verduurzamingsopgave van het gemeentelijk vastgoed zal in 2022-2023 een nieuw beheerplan onderhoud gebouwen worden opgesteld (DMJOP).

Hierin zullen ook de gemeentelijke ambities op het gebied van duurzaamheid en klimaat worden verwerkt (zie speerpunt 5.5.2: Een CO2 neutrale gemeentelijke organisatie). De systematiek waarop het onderhoud van de gebouwen is gebaseerd, is als volgt: • De onderhoudsbehoefte is geïnventariseerd aan de hand van inspecties op basis van conditiemeting. Uitgangspunt is dat de inspecties om de 4 jaar herhaald worden. • Het vastgoed wordt onderhouden volgens het vastgestelde conditieniveau 3-4 (redelijk tot matige staat). Per gebouw volgen de onderhoudshandelingen uit het beheerprogramma. Er wordt bepaald welk onderhoud per jaar uitgevoerd dient te worden. Na vaststelling van de begroting wordt jaarlijks een onderhoudsplan voor de ten laste van de voorziening uit te voeren onderhoudswerken aangeboden aan het college. • Bij tussentijdse mutaties in de vastgoedportefeuille (aankoop, afstoot, conditieniveau- of gebruikswijzigingen) worden gelijktijdig de consequenties voor het beheer en onderhoud in de dotatie meegenomen in de besluitvorming over de betreffende vastgoedmutatie (volgens de vastgestelde spelregels vastgoed). Voorziening onderhoud wegen Ten laste van deze voorziening worden uitgaven gedaan voor het groot onderhoud aan de bestaande wegen.

De voorziening wordt jaarlijks gevoed op basis van een genormeerde storting, die gebaseerd is op het rekenmodel van de door de raad in 2005 vastgestelde nota Integraal Beheer Openbare Ruimte gemeente Goes (IBORG) en het vastgestelde Wegenbeheerplan 2020-2024. Het beheerprogramma OBSURV genereert de maatregelen op basis van door derden uitgevoerde inspecties. De laatste inspectie dateert uit 2020. De uitgaven worden rechtstreeks ten laste van de voorziening gedaan. Voor de voorziening wegen wordt op basis van de tweejaarlijkse weginspecties (met behulp van het beheer programma OBSURV) een meerjarige basisplanning voor het onderhoud van de wegen opgesteld. De 2-jaarlijkse inspectie is onlangs opgeleverd. De basisplanning wordt vervolgens jaarlijks gedetailleerd naar een concrete onderhoudsplanning voor het lopende jaar en de twee daaropvolgende jaren. De planning wordt integraal opgesteld in relatie met verkeersplannen, riolerings-, groenwerken, woningrenovaties en dergelijke. Jaarlijks vindt uitwerking plaats in een door het college vastgesteld jaarprogramma. Voorziening onderhoud haven, sluis en bruggen Deze voorziening is na de bouw van de sluis gevormd om pieken in de onderhoudsuitgaven op te kunnen vangen.

Doordat de sluis als onderdeel van de waterkering ook een veiligheidsvoorziening vormt, was dit een tweede beweegreden om een voorziening te vormen (met een voorziening zijn direct onderhoudsgelden beschikbaar bij eventuele calamiteiten). Ten laste van deze voorziening worden uitgaven gedaan voor het groot onderhoud van de haven, kanaal en sluis. De voorziening wordt jaarlijks gevoed op basis van een genormeerde storting. De jaarlijkse voeding is gebaseerd op het geïnventariseerde onderhoud. Voor grote investeringen en opwaardering zal specifiek geld worden aangevraagd aan de hand van een 4-jaarlijkse investeringsplanning die jaarlijks bij de begroting wordt aangeboden. Op basis van inspecties is in 2020 voor de voorziening haven kanaal en sluis een geactualiseerd meerjaren onderhoudsplanning tot en met 2040 opgesteld. Dit wordt 5-jaarlijks geactualiseerd. Twee keer per jaar vindt een onderhoudsinspectie plaats van de diverse objecten, waarbij geconstateerd klein onderhoud direct wordt uitgevoerd en benodigd groot onderhoud op de meerjaren onderhoudsplanning wordt opgenomen. In 2021 is de havenverordening vernieuwd en aangeboden voor besluitvorming. Tevens zijn regels vastgelegd voor het gebruik van de Nautische objecten en is een handboek voor het bedienen van de Nautische objecten vastgesteld.

Voorziening onderhoud rioleringen Ten laste van deze voorziening worden groot onderhoudsuitgaven en vervanging van de rioleringen gedaan. Het gaat daarbij om het vrijverval rioolstelsel, het drukrioleringsstelsel en de randvoorzieningen Het reguliere klein onderhoud wordt in de exploitatie verantwoord.

67 Het gemeentelijke verbreed rioleringsplan (vGRP) vormt het beleidskader voor de voorziening. Het nieuwe GRP is gereed voor besluitvorming en zal in 2022 worden voorgelegd ter vaststelling. Dit plan zal een looptijd kennen tot eind 2030. Het nieuwe (verbreed) GRP haakt aan op het klimaat robuust maken van de openbare ruimte. Het product rioleringen is in overeenstemming met het gemeentelijk verbreed rioleringsplan. Op basis van deze berekening van het vGRP is de normstorting in de voorziening rioleringen van voldoende omvang om het meerjarig plan uit te voeren en zijn de meerjarige begrotingsconsequenties voor de nieuwe planperiode tot 2030 verwerkt. Jaarlijks wordt een deel van het rioleringsstelsel gereinigd en geïnspecteerd. Het reinigings- en inspectie-interval van de riolering is 10 jaar. De basisplanning uit het vGRP wordt jaarlijks gedetailleerd naar een concreet onderhoudsprogramma. Voorziening civieltechnische kunstwerken De voorziening kleinschalige civieltechnische kunstwerken is ingesteld in 2005. Het beleidskader is de door de raad in 2005 vastgestelde nota Integraal Beheer Openbare Ruimte Gemeente Goes (IBORG) en het vastgestelde beheerplan civieltechnische kunstwerken 2020-2024. Het beheerprogramma Lasset genereert de maatregelen op basis van de door derden uitgevoerde inspecties. De inspecties vinden 3-jaarlijks plaats.

In 2020 is de laatste inspectie uitgevoerd van alle kunstwerken. Uit de voorziening wordt groot onderhoud gedaan aan de houten voet- en fietsbruggen, vlonders, trappen, hekwerken en dergelijke. Ook wordt het onderhoud aan de keermuren, verkeersbruggen, tunnels, etc. uit deze voorziening bekostigd. Voor vervanging van keermuren, verkeersbruggen, tunnels, etc. wordt specifiek geld aangevraagd aan de hand van een 4-jaarlijkse investeringsplanning die jaarlijks bij de begroting wordt aangeboden. Voorziening groenprojecten De voorziening Groenprojecten is ingesteld in 2005. Het beleidskader is de door de raad in 2005 vastgestelde nota Integraal Beheer Openbare Ruimte Gemeente Goes (IBORG) De voorziening Groenprojecten is bestemd om groot onderhoud aan het groen te kunnen uitvoeren. Jaarlijks wordt een plan gemaakt met de groenprojecten die moeten worden uitgevoerd. Het Groenbeheerplan is eind 2020 geactualiseerd en vormt de basis voor het groenbeheer Overige onderhoudsuitgaven Zoals eerder al is aangegeven, worden de uitgaven voor klein en regulier onderhoud van de openbare ruimte rechtstreeks in de exploitatie verantwoord. Per onderdeel wordt dat hierna nader toegelicht. Openbare verlichting Openbare verlichting heeft tot doel om tijdens duister een veilige leef- en woonomgeving te bieden. De richtlijn voor openbare verlichting 2011 (ROVL 2011) is van toepassing.

Doel is om kwaliteit van het OVL-areaal te verbeteren, rekening houdend met kostenverlaging voor onderhoud, energieverbruik en vermindering van CO2-uitstoot. Standaardisatie van verlichtingsmaterialen is uitgangspunt en door toepassing van Ledverlichting en dimbare verlichting wordt bespaard op de energiekosten. Wijkgericht wordt omgebouwd naar LED. Voor 2021 was binnen de exploitatie een bedrag uitgegeven van € 355.000 (exclusief personeelskosten). Daarnaast wordt jaarlijks een investeringskrediet beschikbaar gesteld van € 160.000 voor grote renovaties en vervanging van de openbare verlichting. Van het investeringskrediet 2021 resteert nog € 136.000, wat doorloopt en besteed zal worden in 2022. Het beheer van de openbare verlichting vindt plaats binnen een samenwerkingsverband tussen Gemeente Goes, andere Zeeuwse overheden en het Bureau Openbare Verlichting Zeeland (BOVZ). Vanuit het beheerprogramma Ireal worden onderhoudsplanningen gegenereerd. Een aantal wijken zijn inmiddels vernieuwd en omgebouwd naar Ledverlichting, planmatig wordt de ombouw naar LED voortgezet. Ondanks dat veroudert het overige verlichtingsareaal en is het met de beschikbare middelen in de huidige marktomstandigheden beperkt mogelijk om kwaliteitsverbetering te realiseren in het verlichtingsareaal.

In 2021 zijn via de BOVZ nieuwe meerjarige onderhoudscontracten afgesloten voor het beheer en onderhoud van de openbare verlichting in Zeeland. Openbaar groen Uitvoering van beheer en onderhoud van openbaar groen gebeurt op basis van vastgesteld beleid: het groenstructuurplan en het groenbeheerplan. Voor 2021 is op de exploitatie voor kleinschalig en grootschalig onderhoud een bedrag uitgegeven van € 1.774.000 (exclusief personeelskosten). Regulier periodiek onderhoud rioleringen De gemeentelijke zorgplicht met betrekking tot riolering is vastgelegd in de Wet Milieubeheer, de waterwet, de beleidskaders van onder andere het Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. De zorgplicht en taken zijn beschreven in het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP). • Het beheer en onderhoud van vrijverval-riolering, drukriolering, rioolgemalen en randvoorzieningen voor de afvoer van afvalwater en regenwater binnen en buiten de bebouwde kom • Zorgplicht voor het afvloeiende hemelwater afkomstig van bedrijfs- en particuliere percelen • Zorgplicht ter voorkoming van structureel nadelige gevolgen van het grondwater Voor 2021 is op de exploitatie voor onderhoud rioleringen een bedrag uitgegeven van € 376.000 (exclusief personeelskosten).

Begraafplaatsen Betreft het uitvoeren van begrafenissen, van ruimingen, van herbegravingen en het uitvoeren van het onderhoud op de begraafplaatsen. Invulling hiervan vindt plaats binnen de bepalingen van de Wet op de Lijkbezorging of op grond van, op

68 basis van deze wet vastgestelde richtlijnen. Deze activiteiten vinden plaats op 9 begraafplaatsen. In 2021 is een bedrag van € 114.000 uitgegeven (exclusief personeelskosten). Bruggen Betreft het beheren, onderhouden en bedienen van de beweegbare bruggen ten behoeve van de scheepvaart. Uitgaven worden rechtstreeks op de exploitatie verantwoord. Daaruit wordt bekostigd: opheffen storingen, structureel klein onderhoud, 2x per jaar inspecties uitvoeren in verband met operationele functie en veiligheid. De bruggen zijn onderdeel binnen het beheerplan Havens, sluis en bruggen. De uitvoering van grote onderhoudswerken aan bruggen gaat op basis van de meerjaren onderhoudsplanning.

69

Paragraaf Bedrijfsvoering Inleiding Het gemeentebestuur heeft veel ambities. Om deze te realiseren is het van belang dat de gemeentelijke organisatie hiervoor goed is toegerust. In deze paragraaf lichten wij toe hoe onze organisatie hier invulling aan geeft en welke middelen hiervoor nodig zijn. Ook gaan we in op de informatiebeveiliging. Ambities komende bestuursperiode Missie en visie Onder het motto “Het overkomt ons niet, we initiëren het” blijven we management en organisatie door ontwikkelen. Kernwoorden hierbij zijn cultuurontwikkeling, leiderschap, duurzame inzetbaarheid en mobiliteit. Samenwerking In 2021 is de “Nota Verbonden Partijen” opgesteld en vastgesteld door de gemeenteraad. In deze nota staat beschreven hoe we als gemeente Goes om willen gaan met verbonden partijen. Deze nota ligt in het verlengde van het VZG-rapport “Afspraken over het samenwerken met Gemeenschappelijke Regelingen in Zeeland” welke zich richt op het verbeteren van de samenwerking van de Zeeuwse gemeenten met de Zeeuwse gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast is aandacht besteed aan het verbeteren van het proces van “zienswijzen op P&C-stukken vanuit de gemeenschappelijke regelingen” en het borgen van deelname aan de begeleidingscommissies. Beleidsvoornemens voor de bedrijfsvoering • -

Ontwikkelingen Personeel en Organisatie Sturing op organisatieontwikkeling De A3 methode is langzamerhand hét sturingsmiddel geworden binnen de gemeente Goes. Ook in het afgelopen jaar gebruikten we deze methodiek om doelen met elkaar af te spreken en te controleren of deze doelen gehaald zijn. De start van Strategische Personeelsontwikkeling (SPO) is vertraagd, een eerste bijeenkomst heeft in oktober 2021 plaatsgevonden. In deze bijeenkomst zijn de interne- en externe ontwikkelingen die de meeste impact op de organisatie hebben in beeld gebracht, is in beeld gebracht waarin we de grootste verschuivingen zien en welke kwaliteiten we in huis moeten hebben om onze ambities waar te kunnen maken. Deze bijeenkomst was de start van een intensief traject dat opnieuw vertraging heeft opgelopen door de Corona omstandigheden en krijgt dan ook zeker een vervolg.

-

Tijd- en Plaats onafhankelijk werken Gedurende de Coronacrisis was thuis werken de norm, en dit heeft ook het inzicht gegeven dat tijd- en plaats onafhankelijk werken zeker ook een toegevoegde waarde heeft voor zowel organisatie als medewerker. Dit heeft geleid tot een concept van flexibel werken dat uitgaat van deels op kantoor en deels thuis werken waarin ook voorzien is in de benodigde faciliteiten. De inrichting van het kantoor is stevig aangepakt waardoor het kantoor nu meer is ingericht als ontmoetingsplaats met flexibele werkplekken voor de medewerkers. Een modern en toekomstbestendig concept dat de aantrekkelijkheid van Goes als werkgever benadrukt. - Leiderschapsontwikkeling Leiderschap op afstand vergt creativiteit om toch de verbinding met elkaar te kunnen behouden. In dat licht is het management met elkaar in gesprek gegaan tijdens de MO themadagen. Nu flexibel werken de norm is geworden moet je ook weer met elkaar op zoek naar manieren om de onderlinge verbinding intact te houden. Aandacht en (georganiseerde) ontmoeting zijn hierbij de sleutelwoorden die binnen de afdelingen centraal staan.

-

Overig Competenties van medewerkers worden steeds belangrijker. Bij het aannemen van nieuwe medewerkers wordt de focus steeds meer op de competenties gelegd, naast de vakkennis. Ook bij het aanbieden van trainingen aan onze huidige medewerkers wordt meer de aandacht gelegd op deze competenties. Het binnenhalen van trainees is belangrijk. Zij zijn de toekomstige medewerkers van onze organisatie. Vaak brengen trainees andere competenties mee naar onze organisatie. Competenties die wij goed kunnen gebruiken. Met andere aan de GR deelnemende gemeenten wordt gewerkt aan een traineeprogramma dat het mogelijk maakt om bij meerdere organisaties aan de slag te gaan en een gezamenlijk opleidingstraject in te gaan.

• Ontwikkelingen Dienstverlening, ICT en informatievoorziening Een vooruitstrevende gemeente met excellente dienstverlening. Het afgelopen jaar hebben wij veel energie gestoken om deze ambitie waar te maken. Dit komt onder andere tot uiting in het compleet nieuwe goes.nl. Deze is half 2021 live gegaan. Een toegankelijke website op een open source platform. Ook is een compleet nieuwe e-formulierenmodule gelanceerd. Inmiddels worden via deze module al 35 volledig toegankelijke en digitale e-formulieren aangeboden. Op de oude website via de oude e-

70 formulierenmodule waren dit er een vijftal. Een flinke uitbreiding van onze digitale dienstverlening dus! Niet voor niks. Want ook in 2021 zagen wij weer een toename in het gebruik van digitale diensten. Al dan niet geholpen door de coronacrisis. In 2021 hebben wij ook chatbot Guus geïntroduceerd. Een voor gemeenten nieuwe vorm van dienstverlening. Landelijk hebben wij veel aandacht gekregen voor deze bot. Een tiental gemeenten gebruiken onze bot ook als basis voor hun eigen chatbots. In 2022 gaan wij verder met het ontwikkelen van deze nieuwe vorm van dienstverlening. De live chat functie die verwerkt is in de chatbot zullen wij centraler gaan stellen zodat gebruikers sneller direct contact kunnen hebben met een medewerker. In 2021 is Mijn Goes geïmplementeerd. Inmiddels worden de zaaktypes vanuit iBurgerzaken hier ontsloten. Vanwege de applicatieontwikkelingen rond de Omgevingswet is het te risicovol gebleken om SquitXO hier ook te ontsluiten. Wij liepen het risico een dienst aan te bieden die wij een half jaar later weer moesten stopzetten. In 2022 sluiten wij meer zaaktypes aan op Mijn Goes. Onder voorbehoud van de technische ontwikkelingen rond de Omgevingswet zullen hier ook de vergunningszaken bij zitten. Gezien het massale gebruik van videobellen hebben wij onderzocht of dit ook praktisch toepasbaar is op de eerstelijns dienstverlening van Goes.

De technologie is veelbelovend maar is vaak ongeschikt of prijzig wanneer rekening gehouden moet worden met identificatie of betaling. Vanwege het massale gebruik van de volledige onlinediensten is de doelgroep die hier baat bij heeft ook relatief beperkt. Het gaat dan om mensen die liever niet naar de balie willen gaan maar tegelijkertijd het ook niet online willen of kunnen regelen. De ontwikkelingen op dit gebied gaan snel en wij houden dit in de gaten. Voor nu wegen de kosten nog niet op tegen de baten. De implementatie van de nieuwe telefooncentrale heeft vertraging opgelopen. Wij participeerden hiervoor in het gezamenlijke aanbestedingstraject van de VNG welke is beëindigd nadat bleek dat het product van de gecontracteerde leverancier kwalitatief onvoldoende was. In 2021 is met de Bevelandse collega gemeenten gesproken over het vervolg van dit traject zodat in 2022 hierin stappen gezet kunnen worden. De burgerzaken module voor ons e-learningsysteem is aangeschaft en geïmplementeerd. • Ontwikkelingen Planning en Control In navolging van de pilot (2020) met de risicomanagementsoftware Naris is dit pakket in 2021 aangeschaft. Dit is in samenwerking met de gemeenten Borsele en Kapelle gebeurd. Eind 2021 is begonnen met de implementatie hiervan. In 2021 zijn de verbeteringen in het Tax Control Framework (TCF) gebruikt voor de maandelijkse controles.

Hiermee is een belangrijke kwaliteitsverbetering in de verantwoording van de btw gerealiseerd. Ook voor de onderdelen loonheffing en vennootschapsbelasting zijn de controles verbeterd. Dit moet een vervolg krijgen in 2022. In 2022 leggen we ons TCF voor aan de belastingdienst. Hieruit blijkt of het huidige Horizontaal Toezicht van de belastingdienst voortgezet wordt. Belangrijk onderdeel hierbij wordt de fiscale strategie van onze organisatie. Deze formaliseren we als onderdeel van het TCF en leggen we daarmee ook ter beoordeling aan de belastingdienst voor. De verwachte nieuwe wetgeving rondom de rechtmatigheidsverantwoording is uitgesteld naar 2022. • Overige ontwikkelingen Communicatie Digitale communicatie wordt steeds belangrijker. Afgelopen jaar is de website geheel vernieuwd, deze voldoet nu aan de toegankelijkheidseisen. We communiceren steeds actiever via sociale media. Om participatie te bevorderen werd het platform Goes Praat Mee in het leven geroepen. Huisvesting De gemeente Goes is in 2021 gaan werken volgens het principe flexibel werken. Medewerkers worden gefaciliteerd om het werk gedeeltelijk hybride (thuis) uit te voeren. Het Stadskantoor is ingericht om samenwerken en elkaar ‘ontmoeten’ mogelijk te maken. Het aantal werkplekken is teruggebracht en er zijn project- en loungeruimtes ingericht.

Per saldo wordt door de organisatie minder vierkante meters gebruikt welke vanaf 2022 dan ook beschikbaar zijn voor verhuur. Aanvullend zijn in 2021 voorbereidingen getroffen voor de realisatie van het werkcafé, is de centrale huisvesting van GR de Bevelanden gerealiseerd en is gestart met de eerste acties voor het flexibel werken op de locatie Troelstralaan. Daarnaast zijn vanwege Corona ook in 2021 maatregelen getroffen op het gebied van 1,5 meter afstand, persoonlijke hygiëne en beschermingsmiddelen. Om vergaderen op afstand mogelijk te maken zijn de vergader- en projectruimtes uitgerust met hybride vergaderapparatuur. Inkoop In 2021 lag de aandacht op rechtmatig inkopen volgens het nieuwe inkoopbeleid. Bij onze inkopen passen we de doelstellingen en uitgangspunten van dit inkoopbeleid toe. De mogelijkheid van werken met groslijsten is nog in onderzoek. Door verlenging van het landelijk Manifest Maatschappelijk verantwoord inkopen is ook het Actieplan Maatschappelijk verantwoord inkopen verlengd met één jaar.

71 Juridische Zaken In 2021 is het bevoegdhedenregister herzien. Ook is er ingezet op het verder verbeteren van het subsidieproces. Alle subsidies kunnen via de website digitaal aangevraagd worden, het subsidieoverzicht 2020 staat online en op de website is er een handleiding geplaatst voor subsidieaanvragers. Ook is er aandacht besteed aan de Wet elektronische publicaties die op 1 juli 2021 in werking is getreden en is een gestart gemaakt met de implementatie van de Wet open overheid. Informatiebeveiliging en privacy Conform het periodiek vast te stellen informatiebeveiligingsplan is in 2021 verder gewerkt aan het verbeteren van de informatieveiligheid en het voldoen aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) is hierbij het leidende normenkader. In 2021 is op basis van de BIO nader Informatiebeveiligingsbeleid opgesteld op gebied van wachtwoorden, logische toegangsbeveiliging, back-up en recovery en patchmanagement. In 2021 is nadrukkelijk ingezet op veilig thuiswerken, mede in het kader van de regeling Flexibel Werken per 1 april 2021. In het kader van de Dag van de Privacy is een muismat met informatie over veilig thuiswerken toegestuurd aan alle medewerkers.

Er zijn verwerkersovereenkomsten gesloten, er is verder gewerkt aan verbetering van het verwerkingsregister en er zijn enkele kleine datalekken gemeld en opgenomen in het datalekregister. Daarnaast is doorlopend aandacht besteed aan bewustwording via maandelijkse themaberichten over o.m. veilig thuiswerken, wachtwoorden, veilig mailen etc. Grote beveiligingsincidenten of datalekken hebben zich in 2021 niet voorgedaan. Eind 2021 deed zich de Log4j kwetsbaarheid voor. Deze is ook in enkele van onze systemen aangetroffen en er zijn de nodige maatregelen getroffen om dit te verhelpen. Dit heeft tijdelijk beperkte gevolgen gehad voor onze dienstverlening. Er is geen actief misbruik van deze kwetsbaarheid geconstateerd. Op initiatief van de Privacy Officer en Functionaris Gegevensbescherming is in 2021 gestart met het uitvoeren van de eerste DPIA (Data Protection Impact Assessment, ofwel risicoanalyse) voor camera’s rond en in het Stadskantoor. Voor overige DPIA’s (waaronder camera’s binnenstad en parkeergarage Westwal) zijn voorbereidingen getroffen. Er is een aanvang gemaakt met een interne audit voor de Wet politiegegevens (Wpg) in overleg met RBL en Handhaving. In het kader van de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) legt de gemeente op basis van zelfevaluatie en audits verantwoording af over informatieveiligheid.

Het college doet dit voor 1 mei 2022 aan de landelijke toezichthouders. Medio juni zal de gemeenteraad uitvoeriger geïnformeerd worden over de resultaten van ENSIA 2021 met een notitie en de betreffende verantwoordingsrapportages.

72

Paragraaf Verbonden partijen Algemeen

De gemeente Goes heeft bestuurlijke en financiële belangen in een aantal verbonden partijen. Verbonden partijen voeren het beleid uit voor de gemeente. Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als financieel belang heeft. Bij een bestuurlijk belang heeft de gemeente zeggenschap in deze partij. Dit kan doordat de gemeente in het bestuur zit. Het kan ook doordat de gemeente (mede) eigenaar is. Als eigenaar kun je via aandelen mee stemmen. Van een financieel belang is sprake als de gemeente geld niet terugkrijgt als een partij haar eigen schulden niet meer kan betalen. Dit geldt ook als de gemeente geld moet betalen voor financiële problemen bij een derde partij. Een verbonden partij is bijvoorbeeld een deelneming in een vennootschap, een gemeenschappelijke regeling, een stichting, een vereniging of een PPS (Publiek Private Samenwerking). Een verbonden partij kun je zien als één van de drie mogelijkheden waarmee de gemeente haar taken uitvoert (of laat uitvoeren) om haar doelstellingen te realiseren: • een eigen dienst • een commerciële partij; of • een verbonden partij. Belang voor de raad Verbonden partijen zijn om de volgende drie redenen van belang voor de raad: 1. Via de verbonden partij moeten doelstellingen van de gemeente worden gerealiseerd 2. De gemeente loopt financiële risico’s 3.

Er bestaan mogelijk bestuurlijk-organisatorische risico’s Het is van belang om bovenstaande informatie inhoudelijk inzichtelijk te hebben, zodat de raad in staat is om bestuurlijk verantwoord te kunnen handelen. Beleidskader De volgende eisen gelden in de gemeente Goes als beleidskader voor de gemeentelijke deelnemingen in aparte rechtspersonen: Het deelnemen in een verbonden partij gebeurt alleen met het oog op het uitvoeren van een publieke taak. Deelname in een privaatrechtelijke rechtsvorm (Naamloze Vennootschap, Besloten Vennootschap, Vennootschap Onder Firma of Commanditaire Vennootschap) vindt alleen plaats als onderzocht en gemotiveerd is waarom uitvoering van beleidsvoornemens niet in een publieke rechtsvorm kunnen plaatsvinden. De gemeenteraad bepaalt van geval tot geval tot welk bedrag het financiële belang in een privaatrechtelijke rechtsvorm strekt. Jaarlijks wordt bij de jaarstukken en de begroting of separate beleidsstukken aangegeven welke ontwikkelingen bij de verbonden partijen hebben plaatsgevonden of naar verwachting zullen gaan plaatsvinden Vanuit het voorzichtigheidsprincipe wordt uitkering van winst uit deelnemingen verantwoord in het jaar van ontvangst. Wijzigingen in verbonden partijen Ten opzichte van de Programmabegroting 2021 zijn de navolgende wijzigingen van toepassing op de verbonden partijen: • GBE Aqua B.V.

is toegevoegd aan de verbonden partijen. Deze vennootschap heeft als doel het houden en beheren van aandelen Evides en het uitoefenen van stemrecht Evides. Ontwikkelingen Het VZG-rapport “Afspraken over het samenwerken met Gemeenschappelijke Regelingen in Zeeland” vormt de basis waarop wij de samenwerking met de Gemeenschappelijke Regelingen beter vorm willen gegeven. In 2021 besteedden we extra aandacht aan het invullen van de rol en een goede werking van de begeleidingscommissies. De begeleidingscommissies hebben een belangrijke toetsende- en adviserende rol richting college en gemeenteraad. De gemeenteraad stelde in 2021 de nota verbonden partijen vast. Het rapport van de VZG ziet toe op het verbeteren van de samenwerking van de Zeeuwse gemeenten met de Zeeuwse gemeenschappelijke regelingen. De eigen nota verbonden partijen gaat in op het eigen beleid en afspraken met alle verbonden partijen van de gemeente Goes. Het is belangrijk om via de VZG en de eigen nota verbonden partijen afspraken te maken over het sturen op verbonden partijen. De gemeente Goes neemt deel aan verschillende verbonden partijen. Daarbij is de gewenste interne sturing en beheersing verschillend. Iedere verbonden partij is op basis van risico en belang ingedeeld in een categorie. De categorie bepaalt vervolgens de wijze van sturen en beheersen.

Overzicht van de verbonden partijen van Goes Verbonden partijen zijn ingedeeld in drie categorieën:

73 1. 2. 3.

Gemeenschappelijke Regelingen (GR) Vennootschappen en Corporaties Stichtingen en Verenigingen.

In onderstaande lijst is deze indeling gebruikt. De indeling is in overeenstemming met het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV).

A. Gemeenschappelijke regelingen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.

De Betho Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) Zeeland Samenwerking de Bevelanden (GRdB) Openbaar Lichaam Afvalstoffenverwijdering (OLAZ) Regionaal Bureau Leerplicht (RBL) Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland (RUD) Belastingsamenwerking SaBeWa Zeeland (SaBeWa) Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio (SWVO) Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) Zeeuwse Muziekschool (ZMS)

B. Vennootschappen en Corporaties 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) Provinciale Zeeuwse Elektriciteit Maatschappij (PZEM NV) GBE Aqua B.V. N.V. Economische Impuls Zeeland Goes Goed B.V. Deelgebieden Goese Schans B.V. Verkoopmaatschappij Goese Schans B.V. Coöperatieve Windvereniging Zeeuwind

Bijdrage aan programma 4 1, 4 1,4 5 3,4 5 1 3,4 1 3 Bijdrage aan programma 1 2 1 2 3 2 2 2

C. Stichtingen en Verenigingen

Bijdrage aan programma 1. Vereniging Zeeuwse Gemeenten (VZG) 1 2. Milieu Educatief Centrum ** 5 3. Stichting Goes Marketing ** 2 ** Niet opgenomen in de begroting 2020; het betreft wel een verbonden partij; gemeente Goes heeft een financieel en bestuurlijk belang (zie toelichting hieronder). Hierna wordt nader ingegaan op de meest relevante ontwikkelingen per verbonden partij. Hierbij is per partij de door het BBV voorgeschreven informatie opgenomen, aangevuld met de aanbevelingen van de VZG. Bij de begroting 2021 zijn de aanbevelingen van de VZG verwerkt voor zover de informatie voorhanden is.

74

A. Gemeenschappelijke Regelingen 1 De Betho De Betho richt zich op het bieden van werk onder aangepaste omstandigheden aan de doelgroep van de sociale werkvoorziening en beschut werken en begeleidt werkzoekenden met een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt, via maatwerktrajecten, naar - al dan niet gesubsidieerd – betaald werk. Namens de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal en Tholen voert De Betho de Wet sociale werkvoorziening uit. Daarnaast spelen zij een ondersteunende rol voor wat betreft de Wet werk en bijstand. Hierbinnen staat de ontwikkeling van de werknemer centraal. Deelnemers Rechtsvorm en vestigingsplaats Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Gemeenschappelijke Regeling / Goes Reimerswaal en Tholen Bestuurlijk belang Goes Financieel belang Goes Vertegenwoordiging AB: Wethouder Van der Reest Jaarlijkse exploitatiebijdrage 2021: € 178.400 Vertegenwoordiging DB: Wethouder Van der Reest Eigen Vreemd Resultaten: Vermogen Vermogen (2021) € (2021) € (2021) 11.693.000 4.121.000 €0 Ontwikkelingen/beleidsvoornemens 2021 Goes heeft eind 2019 het koersdocument Participatiewet vastgesteld. Deze is o.a. gericht op het stimuleren van nieuwe vormen van re-integratie trajecten voor de veranderende gemeentelijke doelgroep (meer arbeidsbeperkten, complexere problematiek) onder de Participatiewet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11635948/1