CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendapunt 04. Beantwoording schriftelijke technische vragen jaarrekening 2021 Totaal

Oordeelsvormende raad 7 juli 2022, gemeente GoesBij agendapunt: Jaarstukken 2021, Accountantsverslag en Over- en onderschrijding investeringskredieten2.967 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording schriftelijke technische vragen jaarrekening 2021 Par tij

Vraagnumm er

Vraag

Pagin anum mer/ Verwij zing p. 11

NG

1

Wat is op dit moment de stand van zaken met betrekking tot R2C?

NG

3

In de tabel ‘Externe inhuur’ is te zien dat het inhuurpercentage tussen 2020 en 2021 is gestegen. Kan hier een toelichting op gegeven worden?

p. 14

NG

25

We lezen over het doel dat ‘’inwoners minder grof huishoudelijk afval naar de milieustraten brengen’’. Ook lezen we over het onderzoek naar een toegangscontrole op de milieustraat. Wat zijn de belangrijkste conclusies van dat onderzoek? Hierbij gaat het (ook) om de mogelijkheid om gebruikers van de milieustraat voortaan te laten betalen voor het afval dat zij brengen?

5.1.1 op p. 39

Antwoord

De uitgangspunten van R2C zijn 14 april 2020 door het college vastgesteld. Inwoners kunnen hier een beroep op doen. Dat is inmiddels ook al een keer gebeurd in Wolphaartsdijk waarbij inwoners groen onderhoud hebben overgenomen. Als gevolg van de omstandigheden op de arbeidsmarkt is het moeilijk om personeel aan te trekken en te binden aan onze organisatie. Medewerkers verlaten sneller dan in het verleden onze organisatie. Het inhuren van personeel is dan een oplossing. Tevens kiezen we op bepaalde plekken in onze organisatie bewust voor het inhuren van personeel. Denk hierbij aan zeer specialistische kennis of aan plaatsen waarvan wij weten dat werkzaamheden in de toekomst gaan vervangen. De inzet van de gemeente is altijd gericht op een gezonde verhouding vast personeel en inhuur. Indien het kan, gaan we altijd voor het aannemen van vast personeel Dat onderzoek wordt beschikbaar gesteld in september 2022. Het onderzoek is gericht op de haalbaarheid van toegangscontrole met als doel oneigenlijk gebruik op de milieustraat tegen te gaan (bijv. bedrijfsafval). Van toegangsbeperking is nog geen sprake.

NG

26

NG

27

NG

28

NG

29

We lezen over het verbeteren van de kwaliteit van het water en waterbodem in de Veste. De waterkwaliteit bij De Schephoek laat echter ook te wensen over. Het stinkt en je zakt tot je knieën in de modder. Ook het strand is een aanfluiting. Er ligt namelijk veel hondenstront en paardenstront. Hoe vaak wordt dit strand schoongemaakt? En van wie is dit strand, van de gemeente, het waterschap of Staatsbosbeheer? Bij het speerpunt ‘Een CO2-neutrale gemeentelijke organisatie’ lezen we niets over het vergroenen en verduurzamen van het plein rondom het Stadskantoor. Hoe staat het met de plannen daarvoor?

5.4.2. op p. 40

Het waterschap beheert genoemde locatie vanuit convenant Veerse Meer en is verantwoordelijk voor de staat van het onderhoud/ schoonmaak.

5.5.2 op p. 41

We lezen dat er een plan klaarligt voor de restauratie van het Historisch Museum De Bevelanden, maar dat er eerst een besluit moet worden genomen over de toekomst van het museum voordat dat plan kan worden uitgevoerd. Wat is de ‘houdbaarheidsdatum’ van dat plan? Dit vragen we in relatie tot de kostenraming daarvan, voor welke periode die nog gebruikt kan worden. En wanneer komt er een voorstel naar de raad over de toekomst van het museum? We lezen over het informeren van inwoners over duurzaam wonen. Kan er dit jaar ook aandacht worden besteed aan brandveiligheid en brandpreventie, om inwoners te helpen te zorgen voor een veilige thuissituatie? Dit in het kader van de vergrijzing en het langer zelfstandig thuis wonen. Er zou bijvoorbeeld geïnformeerd kunnen worden over het feit dat rookmelders per 1 juli 2022 verplicht zijn in elk huis.

5.5.2.3 . op p. 41

Voor het vergroenen van het plein rondom het stadskantoor vragen we subsidie aan via de Tijdelijke Impulsregeling Klimaatadaptatie. Eind dit jaar of begin volgend jaar moet duidelijk worden of de subsidie wordt toegekend. Mocht de subsidie toegekend worden, dan gaan we aan de slag met het voorbereiden van de werkzaamheden door het aanvragen van een krediet. Hiervoor zullen we tegen die tijd bij u terugkomen. De werkzaamheden moeten voor 2027 uitgevoerd worden. Het restauratieplan en de kostenraming zijn uit eind 2019. Beide zullen een update moeten krijgen voordat het project wordt gestart. In de huidige markt met de prijsstijgingen in de bouw, kan de kostenraming zomaar met 30% of meer verhoogd moeten worden. Overigens is het plan ook alleen voor restauratie van het pand zoals het nu is. En behelst het geen wijzigingen aan bijvoorbeeld de toiletgroep en duurzaamheidsmaatregelen.

5.5.3 op p. 41

Dit betreft geen technische vraag met betrekking tot de jaarrekening.

NG

30

De opbrengsten van de toeristenbelasting in 2021 is ongeveer € 101.000 lager uitgevallen. Kunt u dit kopje verder toelichten dan de 2 regels die er nu staan?

p. 52

NG

31

p. 53

NG

32

De lokale lastendruk voor Goese bedrijven ligt boven het Zeeuwse gemiddelde. Zijn er financiële mogelijkheden om deze lastendruk te verlagen tot onder het Zeeuwse gemiddelde? Welke (rente) risico’s ziet u door de rappe stijging van de rente (zowel Euribor als 10-jaars IRS)?

NG

33

Kunt u een aantal voorbeelden geven van de grootste geïdentificeerde risico’s (uit de groep van 125 risico’s)?

p. 55 en p. 56

p. 61

In het voorjaar 2021 zijn de toeristische ondernemers geconfronteerd met het verlengen van de lockdown vanuit 2020 en oplopende besmettingen van de derde golf. Het einde van de lockdown kwam in juni 2021 pas in zicht. Dat betekent dat de bezetting in het voorjaar (voorjaarsvakantie, Pasen, hemelvaart en Pinksteren) fors lager is geweest. Deze mindere overnachtingen vertalen zich in een lagere opbrengst toeristenbelasting. De lokale lastendruk voor bedrijven wordt bepaald door de onroerendezaakbelasting en rioolheffing voor niet-woningen. Het verlagen tot onder het Zeeuws gemiddelde kan door de bovengenoemde tarieven voor niet-woningen te verlagen. Na enkele jaren van zeer lage rentestanden zien we de rentestanden weer stijgen. De regelgeving legt gemeenten de renterisiconorm op. Deze norm bepaald de maximale herfinanciering /renteherzieningen binnen één jaar, met als doel het renterisico te beperken. De ruimte onder deze norm laat het goed beheerste renterisico van de gemeente zien. Een voorwaarde hiervoor is een goed gespreide leningenportefeuille. Ook voor de toekomst houden we rekening met de hogere rentestanden. De financiële vertaling hiervan maakt onderdeel uit van de begroting.

- Fluctuaties gemeentefonds (trap-op-trap-af systematiek met de Rijksbegroting) - Aanspraak maken financiers op door de gemeente gegarandeerde leningen - Aanvullende bijdragen gemeenschappelijke regelingen

NG

39

A6: RUD: In het rapport van de commissie Van Aartsen zijn 10 aanbevelingen geformuleerd voor verbetering van het Nederlandse VTH stelsel. Wat is het Nederlands VTH-stelsel en welke 10 aanbevelingen zijn er gedaan? Het huidige stelsel functioneert niet goed en wordt gekenmerkt door fragmentatie en vrijblijvendheid. Kunt U een voorbeeld noemen?

Blz. 77 A6

Het huidige VTH-stelsel vindt zijn oorsprong in het rapport ‘De tijd is rijp’ van de Commissie Herziening handhavingsstelsel VROM-regelgeving (commissie-Mans) uit 2008. De commissie-Mans deed een aantal voorstellen om aan deze versnippering en vrijblijvendheid een einde te maken. De uitwerking van het huidige VTH-stelsel is in 2016 opgenomen in paragraaf 5.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en is in 2017 verder uitgewerkt in het Besluit Omgevingsrecht (Bor) en in de ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor). Als fundament onder dit stelsel zijn omgevingsdiensten ingesteld, met vier centrale kenmerken: 1. verlengd lokaal bestuur als staatsrechtelijke basisvorm, 2. uitvoering van VTH op afstand van het politiek-bestuurlijk gezag, 3. kwalitatief en kwantitatief robuuste inrichting, 4. eenheid van uitvoeringsbeleid op regionaal niveau. De commissie Aartsen is van oordeel dat het stelsel niet goed functioneert en niet voldoet aan de oorspronkelijke bedoeling van de commissie-Mans. De verbeteringen in de toepassing en uitvoering van het omgevingsrecht sinds de commissie-Mans leveren onvoldoende resultaat op. Het stelsel wordt -nog steeds- gekenmerkt door fragmentatie en vrijblijvendheid. Het belangrijkste gevolg is dat omgevingsdiensten hun rol niet kunnen invullen zoals de bedoeling is.

De commissie is van oordeel dat het stelsel op de volgende punten tekortschiet. ● Onafhankelijkheid van de omgevingsdiensten bij het uitvoeren van hun taak, is ten onrechte ondergeschikt gemaakt aan nabijheid bij het bevoegd gezag. ● Omgevingsdiensten zijn onvoldoende robuust om vanuit professionele distantie hun rol te kunnen spelen, door een combinatie van: • een te kleine schaal van een aantal diensten, • negatieve effecten van outputfinanciering op handhaving en kennisontwikkeling en deskundigheidsbevordering, • te grote diversiteit in het takenpakket waardoor een regionale handhavingsstrategie niet van de • grond komt.

● Informatie-uitwisseling en kennisontwikkeling zijn onder de maat voor het opbouwen van deskundigheid en voldoende specialisatie. Laat staan dat deze zijn toegesneden op de toekomstige vraagstukken waar bevoegd gezag en omgevingsdiensten mee te maken krijgen. ● Het interbestuurlijk toezicht op een behoorlijke en rechtmatige uitvoering van medebewindstaken zoals VTH is over de gehele linie zwak ontwikkeld; de meest in het oog springende lacune is het geheel ontbreken van (extern) toezicht op het functioneren van de omgevingsdiensten: het toezichtsgat. Het interbestuurlijk toezicht functioneert onvoldoende om de noodzakelijke checks en balances te garanderen. ● Regie door het Rijk ontbreekt, stelselverantwoordelijkheid door de bewindspersoon is in de huidige vorm een fictie. Het bovenstaande heeft uiteindelijk geleid tot de volgende aanbevelingen: a. De ondergrens voor de omvang van de omgevingsdiensten verhogen b. Kwaliteit verbeteren en afstemmen op aard van inrichtingen c. Meer prioriteit, capaciteit en inzet voor strafrechtelijke handhaving en vervolging. d. Hetzelfde basistakenpakket voor elke omgevingsdienst e. Landelijke normfinanciering in plaats van lokale outputfinanciering f. Verplichting tot informatie-uitwisseling en investeren in kennisontwikkeling en kennisdeling g.

Eén uitvoerings- en handhavingsbeleid, en één uitvoeringsprogramma op basis van één risicoanalyse per regio h. Versterking van de positie van de directeur door verplicht mandaat en herzien van de benoemingsprocedure i. Inrichten van Rijkstoezicht op omgevingsdiensten j. Advisering en uitvoeringstoets door omgevingsdiensten over omgevingsplannen

NG

43

Op pagina 85 staat de Raamovereenkomst Prestatieafspraken de Bevelanden 2020-2023 genoemd. Wanneer worden de prestatieafspraken voor 2023 door het college vastgesteld? Wordt de raad hier binnenkort nog in meegenomen, bijv. d.m.v. een presentatie of technisch beraad?

p. 85

De prestatieafspraken worden in december van elk jaar door het college vastgesteld. Het proces voor 2023 gaat als volgt: Voor 1 juli geeft Beveland Wonen aan wat haar voorgenomen bijdrage aan het volkshuisvestingbeleid voor 2023 wordt, het zogenoemde bod. Op basis van het bod worden de prestatieafspraken uitgewerkt. In het derde kwartaal 2022 wordt de raad minimaal via een raadsmemo geïnformeerd over de evaluatie, voortgang en opstellen van de jaarafspraken met Beveland wonen. In september kan hierover een bijeenkomst met de raad plaats vinden. Dit kan ik combinatie met het bijpraten van de raad over de ontwikkelingen op het gebied van wonen. Het is aan de agendacommissie/raad om dat te bepalen. Inzet verkeerregelaars, extra schoonmaakkosten openbare ruimte openbaar toiletten en voorzieningen parkeergarage. Borden, belijning en overige voorziening binnenstad.

NG

44

We lezen dat er voor €35.000 aan meerkosten was voor ‘Aanvullende maatregelen binnenstad’. Welke maatregelen betreft dit?

p. 90

NG

45

p. 90

Van de restpost van € 139.000 zijn de drie grootste posten: - Lagere invorderingsopbrengsten Sabewa door verlenen uitstel betalingen € 25.000 - Bijdrage cultuurfonds Zeeland € 19.297 - Plaatsen brandweer units Troelstralaan € 17.879

NG

46

Het bedrag aan ‘Overige meerkosten < € 25.000’ van €139.000 is nogal fors vergeleken met de andere drie posten aan meerkosten. We hoeven geen tot op de euro gedetailleerd overzicht, maar wat zijn de belangrijke uitgaven van die €139.000? Wat houdt die begrotingswijziging Diftar in? Dat er €119.000 in de algemene reserve is gestort? Zo ja, hoe komt het dat dat bedrag over is?

p. 97 en ad 10 p. 99

NG

47

We lezen dat er in 2021 minder activiteiten vanuit het onderwijsachterstandenbeleid zijn geweest, waardoor er een incidenteel voordeel is van €265.000. Waarom zijn er minder activiteiten geweest? Komt dat geheel door de Coronacrisis of zijn er nog andere oorzaken?

p. 98 en ad 23 p. 100

Het klopt dat er een storting in de algemene reserve heeft plaatsgevonden voor dit bedrag. Dit is conform de in juli 2017 bij het raadsvoorstel “Vaststelling afvalbeleidsplan gemeente Goes” vastgestelde begrotingswijziging, op basis waarvan ten behoeve van tarief egalisatie in eerdere jaren juist middelen aan de algemene reserve waren onttrokken. Deze jaarlijkse mutatie op de algemene reserve komt hiermee ten einde (vanaf 2022 is hier geen sprake meer van). Er zijn in 2021 extra Rijksmiddelen ontvangen, maar het was al knap dat we in de corona periode het reguliere onderwijsachterstanden budget uit te geven. Door corona waren er minder mogelijkheden om het uit te geven.

NG

48

Het subsidiebudget voor het onderhoud van Het Omnium van €630.000 is niet benut en daarom in de gemeentelijke onderhoudsvoorziening gebouwen gestort. Maar waarom is dat bedrag niet benut? Is er in 2021 minder onderhoud gepleegd aan Het Omnium dan de bedoeling was?

p. 98 en ad. 24 p. 100

NG

49

p. 97 en p. 98

NG

50

Er is een afwaardering van de boekwaarden van de verkochte gebouwen van €280.000, terwijl de verkoopopbrengsten van de verkochte gebouwen €357.000 bedragen. De gemeente heeft dus meer voor de gebouwen ontvangen dan de boekwaarden hoog waren? We zien €51.000 aan incidentele baten voor de aanpak van zwerfafval. De €100.000 die hiervoor gereserveerd is, is dus voor minder dan de helft gebruikt? Zo ja, waarom is dat? En wat gaat er nu met die €51.000 gebeuren? Wordt dat in 2022 ingezet voor de bestrijding van zwerfafval? Overigens is er bij de beschrijving van ad 31 tekst niet leesbaar door een te klein tekstvak.

p. 98 en ad. 31 p. 100

Het bedrag van € 630.000 is gebaseerd op het meerjarig onderhoudsplan. Dus wat is er jaarlijks nodig om voor nu en de toekomst om het onderhoud aan de accommodatie Omnium te kunnen betalen. Dit bedrag is jaarlijks gelijk. Wat in een bepaald jaar niet ingezet wordt, wordt in de voorziening gestort zodat het wel beschikbaar blijft voor het Omnium onderhoud. Het besluit om jaarlijks € 630.000 beschikbaar te stellen voor onderhoud is eind 2020 genomen. Voor 2020 was het onderhoudsbedrag dus pas eind 2020 beschikbaar. Dat bedrag is in 2021 ingezet voor onderhoud. Doordat diverse onderhoudsprojecten niet direct konden worden uitgevoerd, zijn deze later, in 2022 ingepland. In 2021 is het traject voor de overdracht van het vastgoed naar de gemeente afgerond. Het bedrag van € 630.000 dat dus niet is ingezet is in 2022 wordt in de gemeentelijke onderhoudsvoorziening gestort met als oormerk Omnium. Dat is correct.

De tekst is inderdaad abusievelijk weggevallen als gevolg van een te klein tekstvak. De gemeenteraad heeft € 100.000 beschikbaar gesteld, waarvan c.a. € 25.000 reeds was besteed in 2020. Via resultaatbestemming 2020 werd destijds een budget van € 75.000 overgeheveld naar 2021. Deze middelen zijn in 2021 bijna volledig ingezet. De genoemde incidentele bate had dus wat hoger opgenomen moeten worden. Dit volledige budget is ingezet voor de aanpak van zwerfvuil. Met name extra inzet op het foodcourt. De uitgaven hiervan zijn geboekt op regulier groenonderhoud in plaats van op het budget voor zwerfvuil.

NG

51

NG

52

SG P/C U

Het gerealiseerde resultaat is een stuk positiever dan begroot (2.756.000 gerealiseerd versus 1.338.000 begroot) en het jaarrekeningresultaat is €589.000. Welke bestemmingen krijgen deze extra financiële middelen (denk bijvoorbeeld aan aflossen schulden)? De langlopende schulden van de gemeente zijn ten opzichte van 2020 afgenomen. In hoeverre is het financiële beleid om deze schulden de komende jaren in eenzelfde tempo te laten afnemen? Wat wij graag zouden zien is een kostenoverzicht over 2021 betreffende de opvang van asielzoekers in de Zeelandhallen en de vergoeding door COA die Goes daarvoor heeft ontvangen. 1. Welke kosten heeft de gemeente Goes gemaakt in 2021 voor opvang van asielzoekers in de Zeelandhallen. 2. Welke vergoeding is daarvoor ontvangen van COA 3. Wat zijn de uiteindelijke kosten/ wat is er eventueel over na de berekening

VV D

Ze zouden graag de gemeentelijke opgave hebben van het aantal omgevingsvergunningen die wij in 2021 hebben verstrekt.

p. 95

De raad heeft de bevoegdheid om het resultaat te bestemmen. In het raadsvoorstel is een voorstel opgenomen voor budgetoverheveling.

p. 125

Er is geen beleid om de schulden af te laten nemen. De omvang van de gemeentelijke schuld volgt hierin de gemaakte keuzes uit de begroting.

1. De gemeente Goes heeft geen kosten gemaakt voor de opvang van de asielzoekers in de Zeelandhallen. 2. In april 2022 zijn wij door het COA geïnformeerd over de vergoeding van de asielzoekers in onze gemeente. Over 2021 ontvangen wij een éénmalige vergoeding van € 11.345,00 i.v.m. voorlichting over de opvang. Daarnaast wordt er een vergoeding ontvangen o.b.v. het aantal opvangplaatsen. Over 2021 ontvangen we over de periode 27-92022 tm 31-12-2022 een bedrag van € 18.767,10. Omdat dit bedrag ten tijde van het opstellen van de jaarrekening 2021 nog niet bekend was, zal dit in 2022 verantwoord worden. 3. Totaal ontvangen we een bedrag van € 30.112 over 2021. Hier staan geen kosten tegenover. Ook over 2022 zullen we nog een vergoeding ontvangen. We zullen hierover rapporteren in de bestuursrapportage. In 2021 zijn er 550 omgevingsvergunningen aangevraagd.

D6 6

Modelinge vraag immateriele vaste activa

In de nota waarderen en afschrijving (in 2021 vastgesteld door de raad) is één subcategorie voor de IVA opgenomen: kosten voor onderzoek en ontwikkeling. De afschrijvingstermijn is 4 jaar na het moment van afronding/in gebruik name. Eind 2021 bestaat de boekwaarde uit twee IVA’s te weten de Binnenstad en Marconigebied. Deze zijn beiden nog niet afgerond/in gebruik genomen waardoor er nog geen sprake is van afschrijvingslasten. De subcategorie overige immateriële vaste activa is een investeringskrediet voor aandachtslocatie Hoofdstraat. Deze hoort eigenlijk thuis onder de materiële vaste activa. Dit wordt in 2022 gecorrigeerd. Ook de waarderingsgrondslagen voor de immateriële vaste activa passen we aan in de jaarrekening 2022.

D6 6

Aantallen ontvangen kwijtscheldingen van de afgelopen 4 jaar (Sabewa Zeeland)

Jaar 2021 2020 2019 2018

Aantal ontvangen kwijtscheldings - verzoeken 1.230 970 942 991

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11642007/1