A3 Amendement Voorkomen Concurrentie Westerschans Met Binnenstad - Nieuw Goes
Tekst van het document
Amendement Voorkomen Concurrentie Westerschans Met Binnenstad De raad van Goes, in vergadering bijeen op 11 november 2021. Constaterende dat: ➢ Het bestemmingsplan Westerschans Fase 2 detailhandel mogelijk maakt; ➢ Tijdens de beeldvormende raad van 07-10-2021 gezegd is dat een winkel voor duikspullen zich hier wil vestigen, maar de komst van deze winkel nog niet zeker is; ➢ De Westerschans in de Detailhandelsvisie Goes 2017 is aangewezen als een van de wijkwinkelcentra; ➢ In de Detailhandelsvisie de volgende visie staat: ‘’Het brandpunt van ontwikkelingen en initiatieven, zoals nieuwbouw, herstructurering, kwalitatieve versterking en uitbreiding ligt in de binnenstad en Marconistraat.’’ (p. 15 in 1); ➢ In de Detailhandelsvisie onder het kopje ‘Wijkwinkelcentra: behouden en positie niet ondermijnen’ de volgende zin staat: ‘’Een schaalsprong die de verzorgingsfunctie van de centra overschrijdt, is ongewenst.’’ (p. 19 in 1); ➢ In de Detailhandelsvisie het volgende advies staat: ‘’Het is van belang dat het voorgenoemde beleid en de (beoogde) winkelstructuur zijn juridische verankering krijgt in bestemmingsplannen. Zo kan gestuurd worden op de in deze visie neergelegde wenselijke winkelstructuur en kan handhaving gestalte krijgen.’’ (p.
20 in 1); ➢ Veel panden in de binnenstad leeg staan; ➢ In het marktonderzoek in de Detailhandelsvisie Goes 2017 constateringen en verwachtingen staan beschreven die tot zorgen baren (zie de toelichting), zoals dat: o Ondanks een toenemend inwoneraantal de prognose is dat het aantal fysieke bestedingen en de totale omzet in de branche ‘Recreatief (mode en luxe)’ zullen teruglopen (p. 27 in 1); ➢ Er drie winkelmotieven zijn te onderscheiden: boodschappen doen (wijkcentra), recreatief winkelen (stadscentra) en doelgerichte aankopen (PDV/GDV clusters) (p. 13 in 1). Overwegende dat: ➢ Een winkel voor duikspullen een zeer specialistische winkel is en tot de doelgerichte winkels behoort; ➢ Het mogelijk maken van ‘detailhandel’ in het bestemmingsplan Westerschans Fase 2 ertoe kan leiden dat een winkel uit de branche ‘recreatief (mode en luxe)’ zich nu of later op deze plek gaat vestigen; ➢ Branchering, wat het uitsluiten van bepaalde soorten detailhandel inhoudt, in bestemmingsplannen mogelijk is (zie de toelichting die bij dit amendement is gevoegd); ➢ Een ontwikkeling waarbij een winkel uit de branche ‘recreatief (mode en luxe)’ zich op de Westerschans gaat vestigen ongewenst is vanwege het ondermijnen van de ambities uit de Detailhandelsvisie 2017 welke als doel heeft om de binnenstad te versterken.
Besluit: ➢ Bij het raadsbesluit ‘Bestemmingsplan Westerschans Fase 2’ het volgende besluitpunt toe te voegen: ‘in artikel 3 van de regels een brancheringsregel op te nemen zodat winkels uit de branche ‘recreatief (mode en luxe)’ geweerd kunnen worden van de Westerschans Fase 2’. En gaat over tot de orde van de dag. Namens de fractie van Nieuw Goes, Onno van de Velde 1 https://goes.raadsinformatie.nl/document/5890544/1/Agendapunt_10_Detailhandelsvisie_Goes_2017
Motie is AANGENOMEN (13-10) Voor: CDA, Partij voor Goes, GL, Nieuw Goes, PvdA Tegen: VVD, SGP-CU en D66
Toelichting bij het Amendement Voorkomen Concurrentie Westerschans Met Binnenstad Dit document bevat de toelichting op het Amendement Voorkomen Concurrentie Westerschans Met Binnenstad die tijdens de raadsvergadering van 11 november 2021 zal worden ingediend. Het is juridisch mogelijk om bepaalde winkelcategorieën uit te sluiten in een bepaald gebied. Dit wordt ‘branchering’ genoemd. De mogelijkheid tot branchering is geregeld in Artikel 3.1.2, 2e lid onder b van het Besluit Ruimtelijke Ordening. Door branchering kan detailhandel naar soort of omvang worden uitgesloten door een brancheringsregel vast te leggen in een ruimtelijk besluit zoals een bestemmingsplan of omgevingsvergunning.
Zaak ‘Appingedam’ gaf duidelijkheid Over een kwestie in Appingedam heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) in 2018 een tussenuitspraak en in 2019 een definitieve uitspraak gedaan. In Appingedam wilde een vastgoedeigenaar aan de rand van de stad een winkel verhuren aan de Bristol. De gemeente Appingedam wilde dit niet toestaan omdat reguliere detailhandel op die locatie geweerd werd. Op die locatie (het ‘Woonplein’) waren alleen grote winkels toegestaan, zoals een bouwmarkt en woonwinkel. Hiertoe was in het bestemmingsplan een brancheringsregel opgenomen. Uiteindelijk volgde een rechtszaak die voor heel Nederland duidelijkheid heeft gecreëerd over de mogelijkheden voor gemeenten om een brancheringsregel op te nemen. De uitspraken van het Europese Hof van Justitie en de AbRS in de zaak Appingedam zijn hierbij van belang. Het Hof van Justitie heeft bevestigd dat: ▪ Detailhandel in goederen onder de Europese Dienstenrichtlijn valt; ▪ Het doel om een stadscentrum leefbaar te houden en leegstand te voorkomen in het belang van een goede ruimtelijke ordening een dwingende reden van algemeen belang vormt die een brancheringsregeling rechtvaardigt; ▪ Die brancheringsregeling in overeenstemming moet zijn met de genoemde Dienstenrichtlijn.
3 voorwaarden In dit verband gaat het om Artikel 15 lid 3 van de Europese Dienstenrichtlijn. Daarin staan de volgende drie voorwaarden: ▪ Discriminatieverbod: de eisen mogen geen onderscheid maken naar nationaliteit of voor vennootschappen de plaats van hun statutaire zetel; ▪ Noodzakelijkheid: de eisen moeten gerechtvaardigd zijn om een dwingende reden van algemeen belang; ▪ Evenredigheid: de eisen moeten geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken, de eisen mogen niet verder gaan dan nodig is om dat doel te bereiken en dat doel moet dan niet met andere, minder vergaande maatregelen kunnen worden bereikt.
Discriminatieverbod en Noodzakelijkheid Bij de tussenuitspraak in 2018 concludeerde de AbRS dat in de zaak ‘Appingedam’ geen sprake was van discriminatie. De hoge leegstand in het centrum alsmede het doel om dat gebied voor de consument aantrekkelijk te houden, vormden een dwingende reden van algemeen belang die branchering in andere winkelgebieden rechtvaardigt. Hiermee was ook voldaan aan de voorwaarde van noodzakelijkheid. Evenredigheid Echter er kon nog niet voldaan worden aan de voorwaarde van evenredigheid. De gemeente deed namelijk uitsluitend een beroep op ‘’algemene ervaringsregels’’, zoals dat het mogen vestigen van detailhandel buiten het centrum, met lagere huren en meer parkeermogelijkheden, tot gevolg heeft dat de leegstand in het centrum toeneemt. Dit had tot gevolg dat de AbRS niet kon beoordelen of de brancheringsregels evenredig waren. Daarom heeft de gemeente Appingedam een half jaar de tijd gekregen om de evenredigheid van de brancheringsregels in het bestemmingsplan alsnog te onderbouwen. Dat kan door hiervoor bij stap 1 ‘’resultaten van onderzoek naar de effectiviteit van ruimtelijk detailhandelsbeleid op landelijk, provinciaal of lokaal niveau, of gegevens ontleend aan Koopstromenonderzoek’’ te gebruiken. Bij stap 2 moet beoordeeld worden in welke mate deze onderzoeken toepasbaar zijn op de specifieke lokale situatie.
In 2019 volgde de definitieve uitspraak. De AbRS heeft uitgesproken dat de gemeente Appingedam reguliere detailhandel mag weren van het Woonplein aan de rand van de stad. De AbRS schrijft dat het ‘’onderzoek aannemelijk heeft gemaakt dat de brancheringsregels effectief zijn voor de situatie in Appingedam, en niet verder gaan dan nodig is om te voorkomen dat het stadscentrum minder leefbaar wordt door toenemende leegstand.’’.
Voorbeeld van benodigd onderzoek In de zaak ‘Appingedam’ heeft het onderzoek de evenredigheid van de brancheringsregels aangetoond. Om meer concreet aan te geven om wat voor onderzoek het dan gaat, worden hier enkele voorbeelden gegeven die in deze zaak daadwerkelijk gebruikt zijn. ▪
Zo is gebruik gemaakt van de ‘Retail Risk Index’ van Locatus: ‘’In paragraaf 3.3.4 wordt, op basis van een analyse van het leegstandsrisico volgens de zogeheten Retail Risk Index van Locatus in kernwinkelgebied van plaatsen met een omvang van 10.000 tot 30.000 inwoners, onderzocht of de omvang van het aandeel centrumbranches (mode & luxe) buiten de centrumgebieden de kans op leegstand in de centrale winkelgebieden beïnvloedt. Geconcludeerd wordt dat een groeiend winkelaanbod in centrumbranches buiten de centrale en ondersteunende winkelgebieden resulteert in een hoger risicoprofiel van (winkel)panden in het centrale winkelgebied.’’;
▪
Ook is verwezen naar het Koopstromenonderzoek Randstad 2016. Dit onderzoek is gebruikt om te onderzoeken ‘’of er een verband bestaat tussen de vertegenwoordiging van de branchegroep mode & luxe in een winkelgebied, en het bezoekmotief, de waardering van het winkelaanbod, de bezoekfrequentie en de bezoekduur’’. De conclusies zijn dat ‘’naarmate mode & luxe in centrumgebieden beter vertegenwoordigd is, consumenten het winkelaanbod hoger waarderen, het winkelgebied frequenter bezoeken en hun bezoekduur langer is’’.
Vervolgens worden in het onderzoek specifieke gegevens voor Appingedam aangehaald, bijvoorbeeld: ▪ Over het percentage leegstand in Appingedam: ‘’Vergeleken met vergelijkbare centra (op basis van inwonertal) wordt geconcludeerd dat de
leegstand fors boven het gemiddelde ligt. In Appingedam staat meer dan een kwart van de panden in het centrum leeg, in de provincie Groningen ligt het leegstandspercentage van verkooppunten in centra gemiddeld op 10%.’’; ▪
Over de gevolgen wanneer de branchebeperking zou worden losgelaten: ‘’In paragraaf 3.5.3 staat dat als de branchebeperking op het Woonplein wordt losgelaten, in principe alle soorten detailhandel mogelijk zijn in het winkelgebied. In de praktijk zal het gaan om verplaatsing van bestaande aanbieders, waardoor de leegstand in het centrum mogelijk nog groter wordt.’’. Reeds uitgevoerde onderzoeken voor Goes Zoals hierboven beschreven, kan de evenredigheid worden aangetoond door ‘’resultaten van onderzoek naar de effectiviteit van ruimtelijk detailhandelsbeleid op landelijk, provinciaal of lokaal niveau, of gegevens ontleend aan Koopstromenonderzoek’’ te gebruiken en bij stap 2 te beoordelen in welke mate deze onderzoeken toepasbaar zijn op de specifieke situatie. De vraag is in welke mate Goes reeds over deze gegevens beschikt. Voor de Detailhandelsvisie Goes 2017 zijn immers de nodige onderzoeken uitgevoerd, die als bijlage 1 en 2 bij deze visie zijn opgenomen. Er is onder meer onderzoek gedaan naar de marktmogelijkheden en draagvlak voor detailhandel: ‘’We beschrijven in deze paragraaf het huidig en toekomstig functioneren van de detailhandel in Goes. De conclusies geven inzicht in het functioneren van het winkelaanbod en geven bovendien aan hoeveel distributieve uitbreidingsruimte, dan wel overaanbod, er bestaat in de markt.
We kijken naar de dagelijkse sector en de niet-dagelijkse sector. We kijken ook nog naar enkele doelgericht bezochte functies.’’ Mogelijk beschikt de gemeente over nog meer onderzoeken. Constateringen en Verwachtingen Goes In de Detailhandelsvisie Goes 2017 staan onder meer de volgende constateringen en verwachtingen: ▪
Onder het onderwerp ‘Bestedingen’: ‘’Als gevolg van internetverkopen verwachten we dat de bestedingen in de fysieke detailhandel met circa 5-10% teruglopen. Voor niet-dagelijks dalen de bestedingen naar €2.300’’ per hoofd per jaar [van €2.495] (p. 24 in 1);
▪
Over de niet-dagelijkse detailhandel: ‘’Op basis van bovenstaande berekening blijkt dat de nietdagelijkse detailhandel in Goes – net als op andere plekken in Nederland – in zwaar weer verkeert. Feitelijk staat de bedrijfsvoering onder druk door structureel lagere omzetten dan noodzakelijk voor economisch goed functioneren.’’ (p. 26 in 1);
▪
Wederom over de niet-dagelijkse detailhandel: ‘’Op basis van de verwachte ontwikkelingen in de detailhandel is de verwachting dat naar de toekomst de marktmogelijkheden niet verder versterken, maar eerder verzwakken. Op basis van deze conclusie is groei (in aanbod) niet opportuun en zal de komende jaren moeten worden bezien waar centra worden ingedikt of meters uit de markt gehaald kunnen worden.’’ (p. 26 in 1);
▪
In de tabel staat over de branche ‘Recreatief (mode en luxe)’ dat het aantal fysieke bestedingen ondanks een stijgend aantal inwoners gaat afnemen, waardoor ook de totale omzet af zal nemen. Er staat: ‘’In het recreatieve segment zien we dat er nu al enige ‘druk’ is op de omzetten. Dit segment heeft veel last van online winkelen. Naar de toekomst verwachten we dat de omzetten steeds meer onder druk komen te staan en dat er winkels zullen (moeten) verdwijnen.’’ (p. 27 in 1);
▪
Over het huidig functioneren (2017): ‘’De leegstand in de binnenstad van Goes (19,5%) is hoger dan gemiddeld voor dit type winkelgebied (16,3%) en ook ruim boven frictieniveau.’’ (p. 33 in 1);
▪
Over de kwalitatieve aspecten (2017): ‘’De binnenstad kent geen absolute trekkers (in winkelaanbod) die voor veel/extra traffic kunnen zorgen. De vraag is of een dergelijke absolute trekker in de toekomst zich wel in Goes zal vestigen. Wel kan de nieuwe horecazaak Slot Oostende (bierbrouwerij) als een trekker in de binnenstad gaan functioneren.’’ (p. 33 in 1);
▪
Over de toekomstwaarde: ‘’Als we kijken naar de kwetsbaarheid van branches voor internetverkoop, valt op dat er relatief veel modezaken in Goes zitten. Dit is een branche waar relatief veel internetaankopen worden gedaan vergeleken met de dagelijkse branche. Dit kan een bedreiging vormen voor fysieke modewinkels in de binnenstad van Goes in de toekomst.’’ (p. 34 in 1);
▪
In de visie worden 3 fases onderscheiden. Goes bevindt zich in fase 2. Er staat o.a.: ‘’Tegelijkertijd zien we dat de leegstand hoog is en er trekkers zijn weggevallen in het centrum. Dit is een indicatie dat het gebied langzaam aan het afglijden is.’’ (p. 35 in 1)
Andere zaken Appingedam is niet de enige zaak waar de brancheringsregel terecht is toegepast. Ook in het Gelderse Twello is de onderbouwing van de evenredigheidstoets geslaagd. In deze zaak uit 2018 ging het om het openen van een winkel in het vroegere tuinbouwgebied van Twello, op 3 kilometer van het centrum van Twello. De gemeente weigerde een omgevingsvergunning te verlenen omdat detailhandel buiten het centrum tot een afname van de leefbaarheid en meer leegstand in het centrum leidt. De rechtbank schreef: ‘’De brancheringsregel is dan ook geschikt om het nagestreefde doel te bereiken.’’ Een ander voorbeeld is een zaak uit Tilburg, ook uit 2018. Hier wilde een retailer een detailhandel en showroom voor fietsen realiseren. Het bestemmingsplan stond echter alleen perifere detailhandel met een minimale oppervlakte van 1000 m2 toe. De retailer ging in hoger beroep en deed hierbij een beroep op de voorwaarde van evenredigheid uit de Dienstenrichtlijn. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de retailer zelf moet onderbouwen waarom hier niet aan voldaan werd. Verder oordeelde de ABRS dat de retailer dit ‘’onvoldoende geconcretiseerd’’ heeft en schrijft: ‘’Het hoger beroep is ongegrond.
De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd, voor zover aangevallen.’’ Gebruikte bronnen Voor het amendement en de toelichting is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: https://www.binnenlandsbestuur.nl/bestuur-en-organisatie/nieuws/appingedam-uitspraak-geeftduidelijkheid.10279970.lynkx https://www.plasbossinade.nl/kennis-delen/blogs-vlogs/branchering-en-detailhandel-duidelijk Tussenuitspraak zaak ‘Appingedam’: https://www.raadvanstate.nl/@9177/gemeente-appingedam/ Definitieve uitspraak zaak ‘Appingedam’: https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/@116691/appingedam-mag/ https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/@116671/201309296-6-r3/ Uitspraken zaken ‘Twello’ en ‘Tilburg’: https://www.catchlegal.nl/branchering-in-ruimtelijke-besluiten-de-lessen-van-appingedam/ https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:3864
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2018:3471 Detailhandelsvisie Goes 2017: 1https://goes.raadsinformatie.nl/document/5890544/1/Agendapunt_10_Detailhandelsvisie_Goes_2017