8. Oplegnotitie nota grondbeleid en nota kostenverhaal
Tekst van het document
Griffier van de Raad Oplegnotitie Naam voorstel
073. Nota grondbeleid en Nota kostenverhaal
Voorstel agendering
Agendacommissie
26 augustus 2021
Technisch beraad: aangeboden is om voor dit onderwerp, in combinatie met het Ambitiedocument Wonen, een technisch beraad te organiseren. Beeldvormende raad
7 oktober 2021
Oordeelsvormende raad
21 oktober 2021
Besluitvormende raad
11 november 2021
Te verzenden
Raadsbreed via het Ris
Verzenddatum
19 augustus 2021
Griffier
F.J. de Kok MSc
06 - 23 98 98 32
Inhoudelijk ambtenaar
J. Poortvliet
Zie lijst contactpersonen (Notubiz-vergadermappen)
Portefeuillehouder
drs. J. de Goffau / drs. C. Pille
Relevante stukken
- Raadsvoorstel en -besluit - Nota grondbeleid
f.de.kok@goes.nl
Inhoudelijk De gemeente Goes heeft behoefte aan een nota grondbeleid waaraan getoetst kan worden door de gemeenteraad. De gemeente heeft goede ervaringen met zowel het actief als faciliterend grondbeleid maar wil de richtinggevende kaders voor ruimtelijke ontwikkelingen vastleggen in een nota grondbeleid. Daarnaast wordt in de nota beschreven hoe de gemeente binnen haar instrumentele, informatieve, financiële en organisatorische kaders werkt met betrekking tot grondbeleid.
Aanleiding
De nota kostenverhaal is een uitvloeisel van de nota grondbeleid en legt de werkwijze vast rondom het kostenverhaal. Op die manier wordt voor iedereen duidelijk op welke wijze moet worden gehandeld bij kostenverhaal. Grondbeleid is een middel om ruimtelijke doelen te realiseren. Het biedt de gemeenteraad een kader waarin een brede afweging over ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvindt, waarin alle relevante doelen en waarden worden afgewogen om meerwaarde voor de gemeente te bereiken. Grondbeleid heeft een instrumenteel karakter: er worden geen nieuwe doelen bepaald, maar het is dienend aan doelen en ambities, zoals bijvoorbeeld de Omgevingsvisie. In de nota grondbeleid worden verschillende fundamentele keuzes vastgesteld.
Bevoegdheid
Gemeenteraad
Wat is het voorstel?
De raad besluit: 1. de nota grondbeleid vast te stellen. 2. de nota kostenverhaal vast te stellen. 3. expliciet als onderdeel van deze nota’s de volgende keuzes vast te leggen: a. De gemeente kiest voor “opgavegericht grondbeleid”; b. Tijdens de initiatief- en haalbaarheidsfase van een ontwikkeling worden de ruimtelijke-, financiële- en beleidsmatige kaders vastgelegd; c. Wanneer de gemeente besluit een actief grondbeleid te voeren, is minnelijke verwerving het uitgangspunt. Mocht het nodig zijn, dan kan de gemeente het onteigeningsinstrumentarium inzetten. Daarnaast kan de gemeente mogelijke grondspeculaties in het exploitatiegebied voorkomen door een voorkeursrecht gemeenten te vestigen (Wvg); d. Het College van B&W krijgt financieel mandaat voor een jaarlijks budget van maximaal € 5.000.000 voor strategische aankopen; e. De gemeenteraad stelt tweemaal per jaar de geactualiseerde grondexploitaties vast door middel van een Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG); f. Het minimum van de reserve bouwgrond wordt bepaald op basis van risico-analyse, toekomstige claims en de verschuldigde vennootschapsbelasting (VPB). Voor de grondexploitaties maken we kwantitatieve risicoanalyses; g. De kaderstelling rond het grondprijsbeleid wordt vastgelegd in de jaarlijkse grondprijsbrief.
Uitgangspunt voor het bepalen van marktconforme grondprijzen door het college is de residuele grondwaardemethodiek en de comparatieve methode; h. De gemeente streeft altijd naar het sluiten van een overeenkomst met private initiatiefnemers op vrijwillige basis (anterieure overeenkomst); i. Afdrachten bij uitbreidingslocaties: • reserve bouwgrondexploitatie: 5% van de basisgrondprijs of 2,5% van de uitgifteprijs van niet-woningen; • reserve bovenwijkse voorzieningen: 3% van de basisgrondprijs of uitgifteprijs van niet-woningen; • reserve duurzaam bouwen: 4,5% van de opbrengst ten behoeve van woningbouw; • voor appartementen wordt uitgegaan van dezelfde percentages over de opbrengsten bouwgrond; • reserve stimuleringsmaatregelen duurzaamheid bedrijventerreinen: 1,5% van de opbrengst ten behoeve van bedrijvigheid; j. Afdrachten bij inbreidingslocaties: • reserve bouwgrondexploitatie: 3% van de basisgrondprijs of 1,5% van de uitgifteprijs van niet-woningen; • reserve bovenwijkse voorzieningen: 1,5% van de basisgrondprijs of uitgifteprijs van niet-woningen; • reserve duurzaam bouwen: 4,5% van de opbrengst ten behoeve van woningbouw; • voor appartementen wordt uitgegaan van dezelfde percentages over de opbrengsten bouwgrond; • reserve stimuleringsmaatregelen duurzaamheid bedrijventerreinen: 1,5% van de opbrengst ten behoeve van bedrijvigheid.
Kosten en dekking
Overige informatie
Het college krijgt het mandaat om voor € 5.000.000 per jaar strategische aankopen te doen, mits dit een acceptabel risiconiveau kent. In de nota grondbeleid wordt beschreven hoe wordt omgegaan met risicomanagement in de verschillende fases van bouwgrondexploitatie. In de nota kostenverhaal staat beschreven hoe de fondsvorming vanuit de ontwikkelingen bouwgrond plaatsvindt. De nota grondbeleid en de nota kostenverhaal wijken op een aantal punten af ten opzichte van de financiële verordening artikel 212 (FV) en de nota reserves en voorzieningen. De afwijkende punten zullen via een addendum bij de FV en de nota reserves en voorzieningen na besluitvorming door de raad worden opgenomen.