CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-192 Raadsmemo Kaderrichtlijn Water

Besluitvormende raad 9 juli 2026, gemeente GoesBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen3.223 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Z11CEA01EA9

RAADSMEMO In deze memo wordt weergegeven wat de Kaderrichtlijn Water (KRW) is en wat er in dat kader inmiddels is gedaan. Wat de rol van de gemeente was en inmiddels is geworden en hoe de Zeeuwse gemeenten die rol invullen. Daarnaast wordt er in deze memo in gegaan op de eventuele consequenties als de doelen van de KRW niet worden gehaald. Wat is de KRW De KRW is de afkorting van de Europese Kaderrichtlijn Water. Het doel van de richtlijn is om een gezond aquatisch ecosysteem te behouden binnen de Europese Unie. Het gaat dus om het realiseren en behouden van chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlakte- en grondwater. De KRW is een Europese richtlijn die op 22 december 2000 van kracht is geworden. Het is een richtlijn voor de waterbeheerders. In ons geval voor Rijkswaterstaat als beheerder van Rijkswateren, het Waterschap Scheldestromen (en Brabantse Delta) voor het binnendijks oppervlaktewater en de Provincies voor de grondwaterkwaliteit en kwantiteit. In het stroomgebied is ook een Internationale Scheldecommissie (ISC), waarin Frankrijk, Nederland, de Belgische federale regering en de gewesten Wallonië, Brussel en Vlaanderen vertegenwoordigd zijn. Doelen De KRW vereist dat in 2015 (met mogelijk uitstel tot 2027) de kwaliteit van het water tenminste ‘goed’ is.

Er moet in ieder geval sprake zijn van gezond water waarin vissen, amfibieën, insecten en waterplanten zich thuis voelen en dat de wateren niet verontreinigd zijn met chemische verontreinigingen. Om dit te toetsen is er in elk afvoergebied een waterlichaam bepaald wat gemonitord wordt. Een waterlichaam is een onderscheiden oppervlaktewater of grondwatergebied van aanzienlijke omvang. Dat kan een gedeelte van de watergangen naar het pompgemaal zijn, maar kan dus ook bijvoorbeeld de Grevelingen zijn. Als het maar een op zichzelf staand water is. In het hele stroomgebied Schelde zijn 39 waterlichamen aangewezen als KRW waterlichaam waarin het oppervlaktewater gemonitord wordt. Een overzicht hiervan kunt u bekijken onder deze link naar de kaartviewer van Het Waterkwaliteitsportaal. Daar vindt u ook de grondwaterlichamen en de monitoringslocaties. Met het monitoren wordt bekeken in hoeverre de gewenste toestand van het oppervlaktewater en grondwater is bereikt. Daarvan zijn factsheets beschikbaar onder deze link: KRWfactsheets | Het Waterkwaliteitsportaal . Overigens niet alle doelen worden vastgesteld in de KRW zelf. Een groot aantal ecologische doelen worden door de provincie(s) vastgesteld in het Regionaal Waterprogramma.

Van College van B&W Aan Gemeenteraad Goes Datum 11 mei 2026 Onderwerp Raadsmemo Kaderrichtlijn Water Registratienummer Z26.292012 / D26.1620867 Pagina 1

Wat is er gedaan sinds de vaststelling KRW? De KRW gaf aan dat er voor 2010 een maatregelenprogramma moest zijn met als doel de normen en doelen van de KRW te kunnen halen. Het maatregelenprogramma is per stroomgebied opgesteld. De Zeeuwse gemeenten vallen onder het stroomgebied Schelde. Behalve dat wij zelf het oppervlaktewater vervuilen, krijgen we natuurlijk ook de nodige vervuiling uit Vlaanderen en Frankrijk. Er dient daarom ook veel afstemming plaats te vinden met het buitenland. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat de Schelde en kanaal Gent-Terneuzen over de grens met België en vanuit Frankrijk al zodanig vervuild is, dat er geen verontreiniging toegevoegd kan worden in Vlaanderen en Nederland om de doelen en normen te halen. De formulering en uitwerking van de maatregelen gebeurt in het stroomgebied beheerplan Schelde. Daarin staan de maatregelen van Waterschap Brabantse Delta (voor West-Brabant), Waterschap Scheldestormen, Provincie Zeeland en Rijkswaterstaat. Voor de gemeenten stonden bij de start van de KRW geen maatregelen in het stroomgebied beheerplan. In eerste instantie was de rol van de gemeenten daarin beperkt. Wel zijn de gemeenten in die beginperiode druk geweest met het verbeteren van de waterkwaliteit door het realiseren van de basisinspanning voor de riolering, waaronder het terugdringen vervuiling door overstorten.

Ook zijn er op diverse plaatsen natuurvriendelijke oevers binnen de bebouwde kom gerealiseerd in samenwerking met het Waterschap. De specifieke doelen voor de kwaliteit van een water hangen af van het soort water. Is het een beek of een kanaal of een watergang. Ieder watertype heeft zijn eigen na te streven doelen en normen. Zo zijn de normen voor zoute en brakke wateren anders dan voor de zoete wateren. Er leven namelijk hele andere organismen in brakwater dan in zoet water. Veel binnendijks oppervlaktewater in Zeeland valt onder het type M30 (zwak brakke wateren) of M31 (kleine brakke tot zoute wateren) en moeten aan de specifieke doelen daarvoor voldoen. Het type oppervlaktewater is terug te vinden op de eerdergenoemde factsheets. In 2009 is een stroomgebiedsbeheerplan (SGBP) gemaakt voor de periode tot 2015 (6 jaar). Dit plan gaf inzicht in de toestand van het water. Zo komen alle maatregelen en acties van de waterbeheerders, afgestemd op elkaar samen, die ertoe moeten leiden dat de norm van de KRW gehaald worden. Omdat Europa ook wel door had dat het behalen van de normen voor 2015 niet haalbaar zou zijn door bijvoorbeeld onevenredige kosten of technische onmogelijkheid, kreeg ieder land de mogelijkheid om het behalen van de doelen met 2 planperiodes te verlengen tot uiterlijk 22 december 2027. Wel moest er iedere 6 jaar een nieuw Stroomgebiedsbeheerplan worden opgesteld.

Dit bood de mogelijkheid om het actieplan bij te stellen, eventueel gemotiveerd de doelen aan te passen en gaf inzicht hoever men was van het einddoel: een goede toestand en kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. Inmiddels werken we dus al aan het derde stroomgebied beheerplan dat loopt tot 22 december 2027.

Datum 11 mei 2026 Onderwerp Raadsmemo Kaderrichtlijn Water Registratienummer Z26.292012 / D26.1620867 Pagina 2

Aan het eind van deze periode moeten we dus voldoen aan de normen en gestelde doelen Stand van zaken KRW Alhoewel er dus al verschillende jaren hard gewerkt wordt om de doelen te halen, ziet het er naar uit dat dit niet volledig gaat lukken. Uit de meetgegevens die zijn gebruikt voor de tussenevaluatie in 2024 blijkt dat aan 80% van de normen wordt voldaan. De laatste 20% zorgt er echter voor dat nu nog geen van de oppervlaktewaterlichamen in Nederland een ‘goede toestand’ haalt (Uitleg tussenevaluatie KRW | Informatiepunt Leefomgeving). Dit komt mede door het “one-out-all-out”principe, waarbij alle stoffen moeten voldoen voor een goede toestand. Inmiddels is er door het Waterschap gewerkt aan aanpassingen van rioolwaterzuiveringsinstallaties, zijn er oevers aangepast en natuurlijker geworden waardoor ze bijdragen aan een betere waterkwaliteit. Er zijn vispassages gekomen om te zorgen dat vissen niet meer tegen gehouden worden door kunstwerken, maar in principe het hele waterlichaam kunnen gebruiken. Sinds de inwerkingtreding van de KRW (2000) zijn door de landbouw verschillende maatregelen genomen. Zo wordt er minder mest gebruikt, waardoor er minder mest uitspoelt naar het oppervlaktewater. Er worden minder (gevaarlijke) gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Er wordt verder vanaf de watergang gesproeid, waardoor er minder stoffen in het oppervlaktewater terecht kunnen komen.

Er worden spoelplaatsen gerealiseerd. Daar kan het agrarisch materieel schoongespoten worden, zonder de kans dat dit afvalwater in de sloot verdwijnt. Maar het blijkt nog niet genoeg. Voor de chemische normen is namelijk bepaald dat volgens het hierboven al genoemde “one out, all out principe”, alle stoffen moeten voldoen aan de vastgestelde normen. Is er één stof die niet voldoet, dan voldoet het totale oppervlaktewaterlichaam niet. En ook de ecologische toestand van een water verander je niet zo snel. Voor de KRW-grondwaterlichamen is de situatie rooskleuriger en is de situatie al goed of wordt verwacht dat die op 22 december 2027 goed zal zijn. KRW-impulsprogramma en rol gemeente Omdat de waterbeheerders constateren dat met het huidige tempo de doelen niet voor 22 december 2027 gehaald worden, is het Rijk gekomen met een impulsprogramma. Er is extra geld beschikbaar gesteld. Alles wordt in het werk gesteld om de doelen toch te gaan halen. Alle mogelijke oorzaken voor de verontreiniging moeten worden aangepakt. Er ontstaat mogelijk vervuiling als de capaciteit van de riolering door een hevige stortbui te klein is, en dan ontlast wordt door de overstorten die daarvoor gemaakt zijn. Dan komt er ongezuiverd, weliswaar door het vele regenwater wel verdund rioolwater in de watergang terecht. Bij een goede riolering komt dat gemiddeld 6 maal per jaar voor.

De volumes en de vervuilingsgraad kunnen sterk variëren afhankelijk van de hoeveelheid neerslag, duur van

Datum 11 mei 2026 Onderwerp Raadsmemo Kaderrichtlijn Water Registratienummer Z26.292012 / D26.1620867 Pagina 3

droge periode voor een extreme bui etc. Na het op orde brengen van de riolering (uitvoering van de basisinspanning) is de verwachting dat in veel situaties de invloed van een overstorting voor wat betreft de nutriënten zeer lokaal is. Voor de chemische stoffen, medicijnresten is dat echter niet bekend. Een van de mogelijke oorzaken die voor de verontreiniging zorgt zijn de indirecte lozingen op het riool. Behalve huishoudens lozen ook bedrijven hun afvalwater op de riolering. Deze indirecte lozingen zijn of vergunningsplichtig of vallen onder een Algemene Maatregel van Bestuur. Afhankelijk van soort bedrijf is of de gemeente of de provincie bevoegd gezag. De Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland (RUD) voert dit voor gemeenten en provincie uit. Het afvalwater gaat naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Hier wordt het water gezuiverd, voordat het effluent weer terecht komt in een watergang of rijkswater. Niet alle verontreiniging kan echter door de RWZI verwijderd worden. In de praktijk blijkt dat er soms meer of andere stoffen worden geloosd dan waar vergunning voor is verleend. Enerzijds kan dat komen doordat de vergunningverlening verouderd is en niet meer geheel adequaat is voor de soort en de toegestane hoeveelheden die via de riolering afgevoerd mogen worden. Anderzijds kan het komen doordat bedrijven zich niet houden aan de regels.

Om te zorgen dat er geen onnodige (grote) verontreinigingen in het afvalwater in het riool komen, wordt nu aan de Nederlandse gemeenten en provincies gevraagd om te onderzoeken of er verkeerde lozingen door bedrijven plaatsvinden. In principe moeten we controleren of alle afgegeven lozingsvergunningen adequaat zijn en ook nageleefd worden. Aanpak Zeeuwse gemeenten Als Zeeuwse gemeenten pakken we dit gezamenlijk aan met Provincie, Waterschap, Rijkswaterstaat en de RUD. Er is opdracht verleend aan een bedrijf dat een (hotspot)tool heeft ontwikkeld. De hotspotanalyse dient als hulpmiddel voor bronopsporing, beleidsvorming en prioritering binnen de VTH-keten. De aanpak sluit aan bij het waterkwaliteitsbeleid en de regionale samenwerking binnen het Zeeuwse gedeelte van het Schelde Stroomgebied. De eerste resultaten laten het volgende zien.

De 3480 waterkwaliteit relevante bedrijven zijn voor 95% indirecte lozers. De overige directe lozers vallen onder het bevoegd gezag van het Waterschap of Rijkswaterstaat. Binnenkort wordt verder ingezoomd op deze selectie waardoor de groep bedrijven mogelijk nog kleiner kan worden

Datum 11 mei 2026 Onderwerp Raadsmemo Kaderrichtlijn Water Registratienummer Z26.292012 / D26.1620867 Pagina 4

Datum 11 mei 2026

De hotspotanalyse combineert verschillende databronnen tot één geïntegreerde en herleidbare database. De belangrijkste bouwstenen zijn:  Bedrijfsinformatie uit het KvK-register (SBI-codes, adres- en werknemersgegevens);  Stoffenlijsten per branche uit de ZZS-navigator (RIVM) en de KRWlijsten (prioritaire en specifiek verontreinigende stoffen);  Ruimtelijke koppelingen van postcode en adres via hoofdrioolgemaal en rioleringsgebied naar RWZI;  Aanvullende labels zoals bevoegd gezag, directe lozers, en aanwezigheid in de Emissieregistratie. Door de gegevens te combineren kunnen we achterhalen welke bedrijven welke soort stoffen lozen. Door deze informatie te verbinden met de aanwezige verontreinigingen in bepaalde waterlichamen kan achterhaald worden welke bedrijven mogelijk een bijdrage leveren aan de overschrijdingen van de KRWnormen en wordt duidelijk bij welke bedrijven het zinvol is om de vergunningen te bezien en monitoring uit te voeren. Als daaruit blijkt dat niet voldaan wordt aan de vergunning (doordat niet de best beschikbare techniek wordt toegepast bijv.) moet de vergunning worden herzien. Het kan nodig zijn dat door bemonstering vastgesteld moeten worden welk bedrijf zich eventueel niet houdt aan de vergunning. Al met al een complex proces wat de nodige tijd zal vergen. Dit zal zeker niet voor 22 december 2027 zijn afgerond.

Stand van zaken aanpak indirecte lozingen Voor de opdracht voor het ontwikkelen en inrichten van de tool hebben we als gemeenten bijdragen beschikbaar gesteld. Na deze werkzaamheden ontstaat er een beter beeld om hoeveel bedrijven het gaat die mogelijk het afvalwater verontreinigen met stoffen waardoor de KRW-norm voor die stoffen niet gehaald wordt. Dan ontstaat pas inzicht in de grootte van het werkpakket wat daar uit gaat komen. De werkzaamheden rond de milieuvergunningverlening hebben de gemeente en de Provincie uitbesteed aan de Omgevingsdienst Zeeland (voorheen RUD). Zij zullen deze werkzaamheden moeten gaan uitvoeren. In de strategie voor het Uitvoerings- en Handhavingsbeleid Zeeland 2025-2028 is de KRW opgenomen. Afhankelijk van het aantal probleemsituaties (indirecte lozers die stoffen lozen, waardoor de KRW-normen worden overschreden) zullen prioriteiten gesteld moeten worden. Zo nodig zal daarvoor dan ook het benodigde budget beschikbaar gesteld moet worden. De hoogte van het benodigde budget zal dit jaar bekend worden. Wat betekent het als Nederland op 22 december 2027 niet voldoet aan de KRW? De Kaderrichtlijn Water (KRW) verplicht alle EU-lidstaten om uiterlijk in 2027 te zorgen voor een goede waterkwaliteit.

Nederland ligt voor veel doelen op koers, maar vooral bij nutriënten, gewasbeschermingsmiddelen, enkele metalen en sommige biologische doelen blijven overschrijdingen bestaan. Voor deze onderdelen is een beroep op uitzonderingen juridisch minder sterk wanneer maatregelen technisch wel mogelijk zijn, maar onvoldoende worden uitgevoerd. Als Nederland onterecht gebruikmaakt van uitzonderingsgronden, kan de Europese Commissie een inbreukprocedure starten. Dit

Onderwerp Raadsmemo Kaderrichtlijn Water Registratienummer Z26.292012 / D26.1620867 Pagina 5

kan leiden tot forse boetes en dwangsommen. Daarnaast kunnen belangenorganisaties naar nationale rechters stappen. Een rechter kan dan besluiten dat overheden sneller of aanvullende maatregelen moeten treffen.

Datum 11 mei 2026

Voor bedrijven zijn de risico’s minder eenduidig. Bedrijven die afhankelijk zijn van schoon water kunnen hinder ondervinden als uitzonderingsgronden langdurig worden ingezet. Voor bedrijven die bijdragen aan waterverontreiniging kunnen vergunningen strenger worden of activiteiten mogelijk niet doorgaan. Ook op enige afstand van een waterlichaam kunnen lozingen gevolgen hebben, bijvoorbeeld via het riool. Hoe groot het risico is, verschilt per locatie, type activiteit en effect op het betreffende waterlichaam.

Registratienummer Z26.292012 / D26.1620867

Projecten of lozingen die de waterkwaliteit verslechteren in een waterlichaam dat al niet aan de normen voldoet, lopen extra risico op juridische procedures. Toch betekent dit niet dat alle activiteiten onmogelijk worden: lozingen mogen soms nog, mits deze niet leiden tot een voorzienbare verslechtering. Ook in waterlichamen waar doelen wél zijn gehaald, gelden strikte voorwaarden om nieuwe overschrijdingen te voorkomen. Met het KRW-impulsprogramma werken overheden aan het verkleinen van deze risico’s. Vervolg na 2027 Het is op 22 december 2027 niet afgelopen. Inmiddels zijn er meer (duizenden) probleemstoffen aangetroffen die nog niet eerder meegenomen werden in de KRW. Zoals medicijnresten en PFAS en overige Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Ook na 2027 zal er verder gewerkt moeten gaan worden om de kwaliteit van het oppervlaktewater en het grondwater te verbeteren. Er wordt inmiddels dan ook hard gewerkt aan een stroomgebied beheerplan 4 voor het stroomgebied Schelde. Inmiddels krijgt deze steeds meer vorm. De gemeenten zijn hierin nu wel partij en zullen dus ook aan moeten geven wat in de periode 2028-2033 door hen gedaan gaat worden om de waterkwaliteit te verbeteren. Op dit moment wordt als gemeentelijke inzet gedacht aan de volgende maatregelen:     

De focus ligt op maatregelen binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving. Bronaanpak als leidend principe. Verontreiniging door indirecte lozingen zoveel mogelijk bij de bron aanpakken door opsporing en aanpak van de bron van de verontreiniging. Monitoring en analyse om de verontreinigingsbronnen op te sporen. Bezien en eventueel herzien van vergunningen en het opstellen van maatwerkvoorschriften. De KRW-doelen borgen met verankering in de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma en het omgevingsplan.

Als aan te geven Resultaatdoelstellingen 2028–2033 wordt aan het volgende gedacht: Aan het einde van de planperiode streven de gemeenten naar:  Volledig inzicht in de aard, omvang en herkomst van indirecte lozingen binnen het stedelijk gebied;

Onderwerp Raadsmemo Kaderrichtlijn Water

Pagina 6

  

Een maatregelenpakket dat juridisch en technisch is onderbouwd, waarvan de uitvoering is gestart of planmatig is opgenomen in gemeentelijke begrotingen; Geactualiseerde vergunningen en toezichtstrategieën, afgestemd op de KRW-prioriteiten; Een structurele samenwerkingsstructuur met ketenpartners, gericht op kennisdeling, voortgangsbewaking en gezamenlijke besluitvorming.

Mogelijkheden die bij toekomstige ontwikkelingen toegepast kunnen worden Tot slot kan er door te anticiperen voorkomen worden dat het water verontreinigd wordt. Het gaat dan om: Preventieve maatregelen richting ruimtelijke ontwikkeling  Afkoppelen van schoon hemelwater bij nieuwbouw (al

  

verplicht, maar aandacht voor renovatie en bestaande wijken). Voorkomen nieuwe verontreinigingsbronnen bij uitbreiding van woonwijken, bedrijven of bedrijventerreinen. Toepassen van duurzame bouwmaterialen die geen schadelijke stoffen uitlogen. Integreren van waterkwaliteitsmaatregelen in omgevingsvisies, -programma’s en -plannen.

Aanpak diffuse bronnen:   

Actualiseren en aanscherpen van eisen voor gewasbescherming en groenbeheer. Beperken uitspoeling vanaf wegen, bedrijventerreinen en landbouwgronden. Sturen op materiaalgebruik in de buitenruimte (bijv. vermijden PAK houdende materialen).

Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH)    

Bedrijven actief informeren over KRW-normen en hulp via het KRW-Self Assessment. Striktere toets op ZZS, medicijnresten en chemische emissies bij vergunningverlening Intensief toezicht op risicobronnen en foutaansluitingen op de riolering bij aanleg. Vergunningen voor indirecte lozingen tijdig actualiseren en KRW-proof maken.

Natuur- en watersysteemmaatregelen  Natuurvriendelijke oevers en kreekherstel stimuleren (ook binnen stedelijk gebied).  Verbeteren waterdoorstroming en verbinden waterlichamen.  Aanleggen van bufferzones tegen uitspoeling naar watergangen. Monitoring en kennis  Lokaal supplement op KRW-monitoring mogelijk maken, i.s.m. waterschap.  Snelle terugkoppeling van meetgegevens naar agrariërs en bedrijven om gedrag aan te passen.

Datum 11 mei 2026 Onderwerp Raadsmemo Kaderrichtlijn Water Registratienummer Z26.292012 / D26.1620867 Pagina 7

Samenvatting De KRW is een in de Nederlandse wetgeving verankerde Europese Richtlijn die in 2000 is gestart. Vanaf 2009 wordt al door middel van Stroomgebiedsbeheerplannen aan verbetering van de waterkwaliteit gewerkt. Ondanks dat er al het nodige is gedaan, voldoen de (Zeeuwse) wateren nog niet aan al de doelen en normen voor het kwaliteitslabel ‘goed’. De verwachting is dat dit ook nog niet zal zijn op 22 december 2027, de datum waarop de doelen gerealiseerd moeten zijn. De 6jaarljikse cyclus met doelen, maatregelen, monitoring, toetsing en verantwoording loopt permanent door. Er wordt daarom nu gewerkt aan een stroomgebiedsbeheerplan 2028-2033. Op dit moment worden er veel inspanningen verricht om toch zover mogelijk te komen met het behalen van de doelen. Daarvoor worden alle mogelijke verontreinigingen aangepakt. Vanaf 2025 worden ook de gemeenten actief betrokken in verband met de verontreinigingsbron van het oppervlaktewater door de indirecte lozingen. Deels via de uitstoot van het effluent van de rioolwaterzuiveringsinstallatie, maar mogelijk ook deels door overstorten van de riolering of (foutaansluitingen op) hemelwaterlozingen. Daarom is nu door de Zeeuwse gemeenten een start gemaakt met het doorlichten van de vergunningen voor de indirecte lozingen op de riolen door de bedrijven.

Op dit moment wordt gewerkt aan het maken van een selectie van de bronnen/bedrijven die de verontreinigende stoffen kunnen lozen gezien hun activiteiten. De vergunning van deze bedrijven zal dan gecontroleerd (bezien) worden of ze up-to-date zijn om ze daarna eventueel te actualiseren (herzien). Daarnaast zal via bemonstering na gegaan moeten worden of de lozingsvergunningen ook wordt nageleefd. Op dit moment is nog niet inzichtelijk wat de meerkosten voor deze VTH-taken voor de gemeenten zullen zijn. Dit wordt in 2026 in beeld gebracht. Deze werkzaamheden lopen door ook na 2027. De exacte consequenties voor het niet halen van de doelen voor 22 december 2027 zijn nog niet bekend. Bij beroep tegen ontwikkelingen met een wateractiviteit kan het mogelijk gevolgen hebben, afhankelijk van de aard van de activiteit en de lokale situatie. Bij nieuwe ontwikkelingen is het van belang maatregelen te treffen die verslechtering van waterlichamen voorkomen.

Datum 11 mei 2026 Onderwerp Raadsmemo Kaderrichtlijn Water Registratienummer Z26.292012 / D26.1620867 Pagina 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17160778/1