2026-179 Uitblijvende klachtbehandeling en structurele zorgen over bestuurlijk handelen gemeente Goes
Tekst van het document
Aan: Gemeente Goes M.A. De Ruijterlaan 2 4461 GE Goes Van: Fam. Nelis ’s-Heer Hendrikskinderendijk 77 4461 DV Goes Goes, 18 juni 2026 Betreft: Herhaald verzoek om voortgang klachtbehandeling – uitblijven reactie sinds 1 april 2026 Geachte heer Caljouw, Naar aanleiding van ons eerdere contact over de klachtbehandeling rondom het dossier ’s-Heer Hendrikskinderendijk 77 te Goes wend ik mij opnieuw tot u. Een afschrift van deze e-mail zend ik aan de Nationale Ombudsman. Tot op heden heb ik geen reactie ontvangen op mijn e-mail van 1 april 2026. In die e-mail heb ik u bericht dat wij, gelet op de omvang van het dossier, de relevante klaagschriften en ontvangen reacties gebundeld via Google Drive zouden aanleveren. Tevens heb ik u gewezen op de uitspraak van de bestuursrechter van 5 maart 2026 inzake Wooprocedure BRE 26/360. Daarbij heb ik benadrukt dat een zorgvuldige en volledige klachtbehandeling noodzakelijk blijft en dat wij uw voorstel voor het inplannen van een hoorzitting met belangstelling tegemoetzien. Sindsdien is het stil gebleven. Gelet op de ernst van het dossier, de duur van de klachtbehandeling en de eerdere correspondentie acht ik het noodzakelijk om de gang van zaken nogmaals chronologisch uiteen te zetten: Tijdlijn Klachtbehandeling ▪
▪
▪
▪
▪
Op 24 september 2025 heb ik een eerste formele klacht ingediend over het handelen en nalaten van de gemeente Goes in het damwanddossier. Die klacht zag onder meer op het uitblijven van adequate reactie, het ontbreken van een veiligheidstoets, tegenstrijdige informatie en bestuurlijke nalatigheid. Op 6 oktober 2025 heb ik een aanvullende klacht ingediend. Deze had onder meer betrekking op de wijze van reageren, de toonzetting, het ontbreken van zorgvuldige bestuurlijke opvolging en het uitblijven van een adequate behandeling van de eerder gemelde zorgen. Op 4 november 2025 heb ik opnieuw een aanvullende klacht ingediend, mede naar aanleiding van nieuwe feiten die uit het Woo-dossier naar voren waren gekomen. Vervolgens heb ik op 27 november 2025 een uitgebreider klaagschrift ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. Op 22 december 2025 ontving ik van u bericht dat u nadere informatie had ingewonnen en de klachtencommissie had geraadpleegd. Daarbij stelde u een hoorzitting op 27 januari 2026 voor. Omdat op 29 januari 2026 het kort geding tegen de gemeente gepland stond, heb ik u laten weten dat behandeling vóór die zitting naar mijn mening niet wenselijk was, maar dat wij de klachtenprocedure nadrukkelijk wilden voortzetten. Op 24 december 2025 heeft u procedureel gereageerd en verwezen naar het beoordelingskader van de klachtencommissie en artikel 9:8 Awb.
Op 20 januari 2026 heb ik vervolgens bevestigd dat de civiele procedure geen invloed heeft op ons voornemen om de klachtenprocedure voort te zetten, en dat wij bereid zijn om in overleg een datum voor de hoorzitting af te stemmen.
▪
▪ ▪
Op 16 februari 2026 heeft u bericht dat u in overleg met de commissie een datum zou bepalen voor behandeling van de klacht(en). Daarbij vroeg u om toezending van alle klaagschriften en ontvangen reacties, zodat het klachtdossier compleet kon worden gemaakt. Op 9 maart 2026 heeft u daarop een rappel gestuurd. Op 1 april 2026 heb ik u geantwoord. In die reactie heb ik aangegeven dat wij de relevante klaagschriften en ontvangen reacties gebundeld via Google Drive zouden aanleveren. Ook heb ik u gewezen op de uitspraak van de bestuursrechter van 5 maart 2026 in de Woo-procedure BRE 26/360, en toegelicht waarom die uitspraak relevant is voor een zorgvuldige en volledige behandeling van onze klachten. Ik heb daarbij uitdrukkelijk aangegeven dat wij uw voorstel voor het inplannen van een hoorzitting met belangstelling tegemoetzien.
Op deze e-mail van 1 april 2026 heb ik tot op heden geen enkele reactie ontvangen. Dat is moeilijk te verenigen met een zorgvuldige, voortvarende en onafhankelijke klachtbehandeling. Wij hebben de gemeente en de klachtencommissie steeds ruim de gelegenheid gegeven om de zaak ordentelijk binnen de gemeentelijke klachtenstructuur te behandelen. Inmiddels ontstaat echter het beeld dat de klachtbehandeling niet slechts vertraagd is, maar feitelijk is stilgevallen. Woo Daar komt bij dat de onderliggende informatiepositie nog steeds niet op orde is. Naar onze mening zijn alle drie de Woo-verzoeken nog altijd niet correct en niet volledig afgehandeld. Wij missen nog steeds stukken waar expliciet om is verzocht, terwijl uit reeds verstrekte informatie blijkt, althans aannemelijk volgt, dat aanvullende documenten, interne communicatie en besluitvorming moeten bestaan. Dat raakt rechtstreeks aan de zorgvuldigheid van de klachtbehandeling. Een klacht over bestuurlijk handelen kan immers niet volledig en controleerbaar worden beoordeeld wanneer het onderliggende dossier onvolledig blijft.
Vergelijkbare signalen over gemeentelijk handelen Verder ontvangen wij inmiddels ook vanuit de directe omgeving (mede via de stichting Behoud Leefbaarheid ’s-Heer Hendrikskinderendijk, waar ik bestuurder ben) signalen die wijzen op bredere zorgen over de handelwijze van de gemeente Goes in dit dossier en in andere kwesties. Zo zijn wij inmiddels in contact met de Actiegroep Ronda Gosaplein en overwegen wij ook toenadering te zoeken tot de heer Jaap van Dijk van ’t Velde, mede gelet op de recente berichtgeving over de kwestie rond de nieuwbouw van het ziekenhuis en de daarbij spelende planologische en bestuurlijke discussie. Ook rond de voorgenomen ontwikkeling van industriële en bedrijfsmatige activiteiten aan de ’s-Heer Hendrikskinderendijk bereiken ons vergelijkbare signalen van bewoners. Net als in het dossier Ronda Gosaplein lijkt daarbij sprake van inwoners die zich onvoldoende gehoord voelen, die stellen onjuist of onvolledig te zijn geïnformeerd, die moeite ervaren om inhoudelijk contact met de gemeente te krijgen en die de indruk hebben dat hun belangen onvoldoende worden meegewogen. Provincie Zeeland Wij benadrukken dat bovengenoemde dossiers inhoudelijk en juridisch losstaan van ons eigen dossier.
Tegelijkertijd zien wij in de terugkerende aard van deze signalen wel een bredere bestuurlijke lijn die serieuze vragen oproept over de wijze waarop de gemeente Goes omgaat met bewoners, participatie, informatievoorziening, Woo-verzoeken, klachtbehandeling en bestuurlijke verantwoording. Juist daarom overwegen wij om de signalen uit deze verschillende dossiers, samen met ons eigen dossier, te bundelen tot één groter feitenoverzicht en dit aan te leveren bij de Provincie Zeeland in het kader van interbestuurlijk toezicht. Indien binnen de gemeente Goes geen zichtbare verbetering, correctie of oplossing tot stand komt, achten wij het noodzakelijk dat deze bredere problematiek op provinciaal niveau wordt beoordeeld. Landelijke onderzoeksjournalistiek Daarnaast deel ik u mee dat ons dossier, mede naar aanleiding van berichtgeving in het Algemeen Dagblad, inmiddels ook onder de aandacht is gekomen van landelijke televisiemedia. Een
gerenommeerde, landelijk bekende onderzoeksjournalist heeft ons uit eigen beweging benaderd en onderzoekt op dit moment de bredere gang van zaken rond dit dossier, waaronder de wijze waarop de gemeente Goes met klachten, Woo-verzoeken, bewonerssignalen en bestuurlijke verantwoordelijkheid omgaat. Voor zover de redactie dit journalistiek en redactioneel passend acht, bestaat het voornemen om dit onderzoek rond het voorjaar van 2027 uit te zenden. Dat is voor ons geen doel op zichzelf. Wij hebben steeds geprobeerd de zaak via de reguliere bestuurlijke, juridische en klachtprocedures te laten verlopen. Juist daarom achten wij het des te zorgelijker dat de klachtbehandeling sinds mijn e-mail van 1 april 2026 feitelijk stil lijkt te liggen. Een zorgvuldige, volledige en controleerbare behandeling binnen de klachtenprocedure is onder deze omstandigheden noodzakelijker dan ooit. Ik verzoek u daarom om uiterlijk binnen 7 dagen na dagtekening van deze e-mail schriftelijk te bevestigen: 1. of de klachtencommissie onze klachten nog inhoudelijk in behandeling heeft; 2. wanneer de hoorzitting wordt ingepland; 3. welke stukken volgens u op dit moment onderdeel uitmaken van het klachtdossier; 4. of de uitspraak van de bestuursrechter van 5 maart 2026 en de nog openstaande Wookwesties worden betrokken bij de beoordeling van de klachtbehandeling; 5.
waarom op mijn e-mail van 1 april 2026 niet is gereageerd. Bij uitblijven van een inhoudelijke reactie binnen deze termijn zie ik mij genoodzaakt dit uitblijven van voortgang expliciet mee te nemen in onze melding aan de Nationale Ombudsman en, indien wij daartoe overgaan, in het bredere dossier richting de Provincie Zeeland. Ondanks het voorgaande benadrukken wij dat onze voorkeur nog altijd uitgaat naar een zorgvuldige, minnelijke en transparante afronding van dit klachtendossier. Wij staan open voor een inhoudelijk gesprek en voor een hoorzitting waarin de openstaande punten op een wederzijds respectvolle en gelijkwaardige manier kunnen worden besproken. Wij hopen dat langs die weg alsnog recht kan worden gedaan aan de ernst van onze klachten, zonder dat verdere escalatie noodzakelijk is. Daarvoor is wel nodig dat de klachtbehandeling daadwerkelijk wordt voortgezet, dat het dossier volledig en controleerbaar is, en dat onze zorgen inhoudelijk worden beoordeeld. Ik zie uw inhoudelijke reactie met belangstelling tegemoet. Met vriendelijke groet, René Nelis
CC: Nationale Ombudsman CC: College van B&W van de gemeente Goes