2026-175 Signaal over autoluw beleid, toegankelijkheid en gelijke behandeling in Goes
Tekst van het document
Geacht college en geachte leden van de gemeenteraad, Graag vraag ik uw aandacht voor het bijgevoegde signaaldocument over de knelpunten die mensen met een beperking in Nederland ondervinden bij parkeren, toegang en mobiliteit. Voor Goes is dit geen algemene of theoretische kwestie. Juist binnen het autoluwe gebied laat het huidige beleid zien hoe bereikbaarheid en mobiliteit voor mensen met een beperking in belangrijke mate afhankelijk worden van gemeentelijke keuzes. Dat raakt direct aan toegankelijkheid, gelijke behandeling en praktische bruikbaarheid. In gesprekken met medewerkers van de gemeente is aangegeven dat Parkeren Plus niet wenselijk wordt geacht, omdat buitenlandse vakantiegangers dan buiten de regeling zouden vallen, terwijl zij in het huidige systeem wel een vergunning kunnen krijgen. Daarmee kiest Goes er echter ook voor om de eigen inwoners met een beperking uit te sluiten van de voordelen van Parkeren Plus in de steeds groter wordende groep gemeenten die dit systeem gebruiken. Juist bij deelname zouden inwoners van Goes ook in andere Parkeren Plus-gemeenten van die regeling kunnen profiteren. Dat maakt het beleid onevenwichtig.
Er wordt rekening gehouden met een beperkte groep incidentele bezoekers van buiten, terwijl de eigen inwoners met een beperking daardoor worden uitgesloten van een bredere en meer uniforme voorziening die in steeds meer gemeenten beschikbaar komt. Daar komt bij dat Goes in 2022 al heeft aangegeven deel te nemen aan het Nationaal Parkeer Register. Juist daarom roept het vragen op dat nu wordt vastgehouden aan een lijn die feitelijk afwijkt van de ontwikkeling naar meer landelijke afstemming en digitale toegankelijkheid. Tegen die achtergrond is moeilijk uit te leggen waarom de voordelen van aansluiting voor de eigen inwoners niet zwaarder wegen. Ook is aangegeven dat binnen het huidige systeem tweemaal een waarschuwing kan worden gegeven, terwijl Parkeren Plus die mogelijkheid, voor zover ons bekend, niet kent. Dat kan echter moeilijk als zelfstandig argument gelden om van aansluiting af te zien. Indien de bebording duidelijk en op de wettelijk voorgeschreven wijze is aangebracht, zoals hierover ook met medewerksters van de gemeente is gesproken, behoort voor weggebruikers voldoende kenbaar te zijn welk regime geldt. In dat geval is een afzonderlijke waarschuwingsmogelijkheid naar mijn mening niet noodzakelijk.
Als de gemeente daarnaast ook voor buitenlandse bezoekers of vakantiegangers een goede oplossing wenselijk vindt, ligt het meer voor de hand om bestuurlijk aan te dringen op verdere ontwikkeling en verruiming van dergelijke systemen. Daarnaast zou een praktische oplossing kunnen zijn om de gehandicaptenparkeerplaatsen aan de Singelstraat buiten het autoluwe gebied te laten vallen, zodat daar zonder ontheffing kan worden geparkeerd. Dat zou in elk geval een direct bruikbare voorziening opleveren voor mensen die anders tegen deze beperking aanlopen. Het kan niet de bedoeling zijn dat het ontbreken van een volledige oplossing voor alle categorieën gebruikers ertoe leidt dat de eigen inwoners van Goes buiten een groeiend en praktisch bruikbaar systeem worden gehouden. Ik verzoek u daarom om het beleid binnen het autoluwe gebied, en in het bijzonder de keuze om niet aan te sluiten bij Parkeren Plus, opnieuw en nadrukkelijk te beoordelen op toegankelijkheid, evenwichtigheid, uitvoerbaarheid en de gevolgen voor de eigen inwoners met een beperking.
Ik hoop dat u dit onderwerp bestuurlijk en politiek wilt agenderen. Goes is wat mij betreft een concrete casus die laat zien waarom meer uniformiteit en een betere afstemming op de belangen van mensen met een beperking noodzakelijk zijn. Met vriendelijke groet,
Martin Slingenberg. Namens de werkgroep Parkeren en Mobiliteit voor mensen met een beperking, Kapelseweg 15 4481 PC Kloetinge 0031612137295.