2026-090 Ontwikkeling Industrie Z2025-00003345 - reactie Stichting
Tekst van het document
Het college van B&W van de gemeente Goes M.A. de Ruyterlaan 2 4461GE Goes Betreft: Reactie aanvraag omgevingsvergunning Z2025-00003345 Goes, 24 maart 2026 Geacht college, Namens de Stichting Behoud Leefbaarheid ’s-Heer Hendrikskinderendijk wenden wij ons tot u naar aanleiding van de aanvraag omgevingsvergunning voor de realisatie van een grootschalig industrieel bedrijfsverzamelgebouw op het perceel ’sHeer Hendrikskinderendijk 71, te Goes (4461DV). De stichting vertegenwoordigt een brede groep omwonenden en betrokkenen uit de directe omgeving van de ’s-Heer Hendrikskinderendijk en heeft als doel het beschermen en versterken van de leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en het karakter van het historisch gegroeide woonlint. Breder maatschappelijk belang en leefbaarheid De voorgenomen ontwikkeling raakt niet alleen individuele omwonenden, maar heeft een substantiële impact op de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van het gebied als geheel. Dit staat op gespannen voet met meerdere beleidskaders, waaronder: o o o
de gemeentelijke Omgevingsvisie Goes 2040; het geldende bestemmingsplan Goes West; en de uitgangspunten zoals verwoord in het toekomstvisie 2050 van de gemeente Goes.
Het bestemmingsplan Goes West benadrukt expliciet dat het dient als sturend kader voor behoud van ruimtelijke kwaliteit en leefkwaliteit. Daarnaast wordt de ’s-Heer Hendrikskinderendijk daarin aangemerkt als een gebied met cultuurhistorische en landschappelijke waarde, waarbij behoud en versterking van het groene en historische karakter centraal staat. Het betreft hier een woonomgeving waarin: o rust, veiligheid en ruimtelijke kwaliteit centraal staan; o sprake is van een historisch gegroeid lint met een kleinschalig karakter; o bewoners in toenemende mate zorgen uiten over de druk op de leefomgeving; o al jaren in toenemende mate het bijzondere welstandsgebied onder druk lijkt te staan. De voorgenomen ontwikkeling – een grootschalig industrieel complex met 19 bedrijven, 38 industriële bedrijfsruimten, circa 50 parkeerplaatsen en laad -en los deuren – staat naar onze mening haaks op deze uitgangspunten en leidt tot een structurele functieverzwaring die niet past binnen deze context. Cumulatieve effecten en bestaande druk op de omgeving De stichting maakt zich ernstige zorgen over de cumulatieve effecten van: o toevoeging van 19 (industriële) bedrijven; o toename van verkeersbewegingen en parkeerdruk; o reeds bestaande overlastsituaties in de omgeving (waaronder ZRT, momenteel in onderzoek bij de RUD); o toenemende druk op luchtkwaliteit, milieu en leefbaarheid.
Deze stapeling van effecten dient nadrukkelijk in samenhang te worden beoordeeld. Dit volgt ook uit het uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening, waarbij niet alleen individuele effecten, maar ook cumulatieve belasting moet worden meegewogen. Afwijking van richtafstanden en ruimtelijke inpassing De afstand tussen het bedrijfsperceel en omliggende woningen bedraagt: o Circa 21 meter tot aan ’s-Heer Hendrikskinderendijk 77, o Circa 26 meter tot aan ’s-Heer Hendrikskinderendijk 79, o Circa 33 meter tot aan ’s-Heer Hendrikskinderendijk 81, o Circa 37 meter tot aan ’s-Heer Hendrikskinderendijk 83, o Circa 42 meter tot aan ’s-Heer Hendrikskinderendijk 89, o Circa 46 meter tot aan ’s-Heer Hendrikskinderendijk 91, o Circa 48 meter tot aan ’s-Heer Hendrikskinderendijk 93, o Circa 47 meter tot aan ’s-Heer Hendrikskinderendijk 65. Terwijl volgens de VNG-handreiking een richtafstand van 50 meter geldt voor milieucategorie 3.2. Er wordt derhalve bij alle omliggende woningen afgeweken van deze richtafstand, in sommige gevallen zeer significant. Een dergelijke afwijking vereist een zwaarwegende, inzichtelijke en deugdelijk gemotiveerde onderbouwing, die naar onze mening op dit moment ontbreekt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft herhaaldelijk geoordeeld dat afwijking van de in de VNGbrochure opgenomen richtafstanden slechts toelaatbaar is indien de gemeente deugdelijk en concreet motiveert dat ondanks die afwijking sprake blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Indien een dergelijke onderbouwing ontbreekt, is sprake van strijd met een goede ruimtelijke ordening. Gelet op de omvang van de afwijkingen in onderhavig plan, alsmede de cumulatie van bedrijfsactiviteiten, is een dergelijke motivering des te noodzakelijk. Daarnaast roept de omvang van het gebouw (circa 50 x 20 x 8 meter) ernstige vragen op ten aanzien van: o de landschappelijke inpassing; o het historisch lintkarakter; o en het geldende welstandsbeleid. Verkeer en toekomstige ontwikkeling van de infrastructuur De verkeerskundige gevolgen zijn onvoldoende inzichtelijk gemaakt, mede in relatie tot mogelijke toekomstige ontwikkelingen zoals een nieuwe verbindingsweg richting Klein Frankrijk. Gelet op het bestaande verkeerssysteem, waarbij woonstraten primair een verblijfsfunctie hebben, dient zorgvuldig te worden beoordeeld of deze ontwikkeling hiermee verenigbaar is. Participatie en bestuurlijke afweging De stichting is van mening dat het participatieproces zowel door de initiatiefnemer als door de gemeente onvoldoende zorgvuldig is verlopen.
Wij constateren dat: o participatie pas laat in het proces is gestart; o inhoudelijke vragen van bewoners aantoonbaar onbeantwoord zijn gebleven; o bewoners onjuist zijn geïnformeerd (onder andere over mogelijke woningbouw); o er sprake is geweest van situaties waarbij bewoners zich geïntimideerd voelden door de ontwikkelaar; o het participatieproces niet is voortgezet na wijzigingen in het plan; o en dat er geen structureel overleg met de stichting heeft plaatsgevonden.
Daarnaast heeft de stichting – evenals individuele bewoners – herhaaldelijk aangeboden om in gesprek te gaan met het college en/of de wethouder over een passende invulling van deze locatie. Deze handreikingen zijn tot op heden onbeantwoord gebleven. Gelet op het feit dat de stichting tientallen huishoudens vertegenwoordigt én dat ook raadsfracties hebben aangedrongen op overleg, is de stichting van mening dat: ➢
de gemeente Goes onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht in het besluitvormingsproces.
Dit roept fundamentele vragen op over de evenwichtigheid van de belangenafweging. Oproep tot zorgvuldigheid en dialoog De stichting is niet principieel tegen ontwikkeling, maar pleit nadrukkelijk voor: o een passende invulling van de locatie; o behoud van leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit; o behoud van de oorspronkelijke landschappelijke kenmerken; o bevorderen van een groene -en milieuverantwoorde omgeving op -en rondom de dijk; o en een open en constructieve dialoog tussen gemeente en omgeving. Wij blijven van mening dat een gesprek tussen gemeente, bewoners, initiatiefnemer en vertegenwoordigers van de Stichting kan bijdragen aan een beter gedragen en meer toekomstbestendige oplossing. Verzoek om onderliggende onderzoeken en stukken Om de voorgenomen ontwikkeling en de gevolgen daarvan voor de leefomgeving zorgvuldig te kunnen beoordelen, verzoekt de stichting het college om de volgende onderzoeken, rapportages en onderliggende stukken beschikbaar te stellen: a)
Milieu en leefomgeving akoestisch onderzoek (inclusief cumulatieve geluidsbelasting); onderzoek naar luchtkwaliteit (fijnstof, stikstof en overige emissies); onderzoek naar stofhinder, met name in relatie tot bedrijfsactiviteiten; eventuele milieueffectrapportages of milieutechnische onderbouwingen; beoordeling van de effecten op de gezondheid van omwonenden; Verkeer en infrastructuur verkeerskundige onderbouwing van het plan; inzicht in het aantal te verwachten verkeersbewegingen (per etmaal); specifieke verkeersanalyse van het parkeerterrein (19 bedrijven); onderzoeken naar de verkeersafwikkeling via Klein Frankrijk; eventuele studies naar toekomstige infrastructurele ontwikkelingen (waaronder mogelijke verbindingen richting de ’s-Heer Hendrikskinderendijk); c) Ruimtelijke onderbouwing o landschappelijk inpassingsplan; o welstandsadvies en toetsing; o planologische onderbouwing van de aard en omvang van de bedrijvigheid; o onderbouwing van de milieucategorieën en het feitelijk toegestane gebruik; d) Cumulatie en omgeving o integrale beoordeling van cumulatieve effecten (geluid, verkeer, milieu); o eventuele onderzoeken naar bestaande overlastsituaties in de omgeving (waaronder ZRT); e) Overig o participatieverslagen en verslagen van informatiebijeenkomsten; o alle overige documenten die ten grondslag liggen aan de aanvraag en de beoordeling daarvan.
o o o o o b) o o o o o
De stichting verzoekt u deze stukken tijdig te verstrekken, zodat een zorgvuldige beoordeling van de aanvraag mogelijk is en de rechtspositie van omwonenden adequaat kan worden bepaald. De stichting verzoekt u deze stukken tevens te verstrekken voorafgaand aan besluitvorming, zodat deze nog inhoudelijk kunnen worden betrokken. Bij het ontbreken van (een deel van) deze stukken kan naar onze mening niet worden vastgesteld dat sprake is van een zorgvuldig voorbereid besluit. Aanvullend De stichting verzoekt het college om: o de maatschappelijke en ruimtelijke impact van deze ontwikkeling in samenhang te beoordelen; o de afwijking van richtafstanden en de cumulatieve effecten expliciet te motiveren; o de belangen van omwonenden en de leefbaarheid van het gebied zwaar te laten meewegen; o en alsnog in overleg te treden met de stichting om te verkennen of een beter passende invulling mogelijk is. Tot slot De stichting spreekt de wens uit dat dit dossier met de nodige zorgvuldigheid en bestuurlijke aandacht wordt behandeld, zodat een evenwichtige en toekomstbestendige afweging kan worden gemaakt. Wij zijn vanzelfsprekend bereid om onze visie nader toe te lichten in een gesprek. Wij behouden ons echter uitdrukkelijk alle rechten en weren voor. Hoogachtend, Stichting Behoud Leefbaarheid ’s-Heer Hendrikskinderendijk R. Nelis Voorzitter
M. Sinke Bestuurslid
____________________________
____________________________
T. Wols Secretaris
A. Nelis Bestuurslid
____________________________
____________________________