CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-089 Raadsmemo resultaten afvalproeven

Besluitvormende raad 28 mei 2026, gemeente GoesBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen3.224 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Z101F5879E7

RAADSMEMO Met deze memo wordt u ingelicht over de resultaten van de afvalproeven die plaatsvonden tussen april 2025 en februari 2026. Zoals vermeld in de Raadsmemo 2025-266: Afvalontwikkelingen 2025-2026 zijn de resultaten van deze proeven belangrijke input voor de herevaluatie van het afvalbeleid dat in 2026 zal plaatsvinden.

Doel van de proeven In het afvaluitvoeringsplan 2025-2026 (dd 18-12-2024) werd het doel van de afvalproeven als volgt geformuleerd: [het doel van de afvalproeven] is om de effecten in beeld te brengen op met name het gebied van de kwaliteit van de afvalstromen en effecten op de buitenruimte en de ervaring van het serviceniveau door inwoners. Daarnaast wordt met de uitvoering van de proeven geïnventariseerd wat de knelpunten en succesfactoren zijn binnen de verschillende afvalsystemen en welke (aanvullende) maatregelen nodig zijn om een inzamelsysteem effectief te maken. Naast een beschrijving van de proeven en benodigde inzamelvoorzieningen richt dit afvaluitvoeringsplan zich ook op welke wijze de inwoners worden betrokken (communicatie en participatie) en hoe vorm wordt gegeven aan controle en handhaving binnen de verschillende proeven. De resultaten van de afvalproeven worden volgens deze uitgangspunten geformuleerd. Eventuele aanvullende inzichten uit de proeven worden ook opgenomen.

Van College van B&W Aan Gemeenteraad Datum 3 maart 2026 Onderwerp Resultaten Afvalproeven Registratienummer Z26.280077 / D26.1511552 Pagina 1

Opzet van de afvalproeven Locaties De afvalproeven vonden plaats tussen april 2025 en februari 2026 in vijf gebieden in de gemeente. In elk gebied werd een verschillende proef uitgevoerd: Inhoud Proef # Gebied Vierwekelijks restafval inzamelen, extra breng Goese Diep voorziening voor PMD 1 Vierwekelijks restafval inzamelen + PMD huis-aan-huis (Deel) Goes-Oost & Mannee inzamelen met zakken 2 PMD huis-aan-huis inzamelen met een extra container (Deel) buitengebied Wolphaartsdijk (kliko) 3 Omgekeerd inzamelen, het restafval zelf wegbrengen, Oud-Sabbinge PMD aan huis inzamelen in container (kliko) 4 GFT wekelijks inzamelen 5 Wilhelminadorp Verzamelde Data Om de een antwoord te geven op de uitgangspunten van de afvalproeven werd op verschillende manieren data verzameld: Inzamelingsmethode Opmerkingen Analyses van de samenstelling van een willekeurige steekproef huishoudelijk afval. Restafval: totaal 15 Afvalsorteeranalyses steekproeven in maart

Meldingen Fixi Enquete vooraf: april 2025 Enquete achteraf - januari 2026 Data Diftar - inzameling restafval met rolcontainers Data Diftar - inzameling restafval met pasjes ondergrondse containers

Inloopavonden

E-mailcorrespondentie Formulier Website Afvalproeven

Feedback uit klankbordgroepen

(nulmeting), augustus en november 2025 PMD: totaal 9 steekproeven voor de verschillende inzamelsystemen. Opgehaald in de periode april 2025 tot februari 2026 Respons: 214 deelnemers Respons: 91 deelnemers aanvullende data over 2025 aanvullende data over 2025 Specifieke feedback van inwoners bij de inloopavonden voorafgaand aan de proeven. In totaal werden 6 inloopavonden georganiseerd. Specifieke klachten of verzoeken, maatwerk, etc. In totaal 50 correspondenties. 99 ingestuurde berichten. In twee gebieden waren klankbordgroepen, met 6 bijeenkomsten in totaal.

Beperkingen van de data Door de opzet van de dataverzameling kennen de afvalproeven een aantal beperkingen: • Beperkt aantal steekproeven voor de afvalsorteeranalyses. o Sorteeranalyses zijn erg duur, daarom werd het aantal steekproeven beperkt. o Er waren niet altijd nulmetingen beschikbaar. Hier is het soms lastig om voor-na effecten zichtbaar te maken. • Beperkte respons op de enquêtes, vooral bij de enquête achteraf. o Daarnaast is de respons ongelijk verdeeld in de proefgebieden. De respons is te laag om de kwantitatieve data te gebruiken1. Kwalitatieve data (feedback en toelichtingen) zijn uiteraard wel bruikbaar. • Verstoringen van het ‘experiment’ door maatwerk. Het was essentieel dat deelnemers aan de proeven hun afval nog steeds op een werkbare manier kwijt konden. Daarom moest soms maatwerk geleverd worden, wat de data kan verstoren. • Het verzamelen van betrouwbare data over afvalinzameling is ingewikkeld.

1

Vragen waar een cijfer moet worden gegeven, zoals “Hoe bevalt de afvalinzameling tijdens de afvalproeven? Geef een cijfer 1 t/m 10”

Datum 3 maart 2026 Onderwerp Resultaten Afvalproeven Registratienummer Z26.280077 / D26.1511552 Pagina 2

o

o o

Er zijn veel factoren die het aanbiedgedrag van inwoners beïnvloeden: weer, seizoen, vakanties, sociaaleconomische achtergrond… Toeval: Als een steekproef wordt genomen net na een verhuis of een straatfeest, kan dit data sterk vertekenen. Gewicht en volume. Sorteeranalyses gaan uit van gewicht, waardoor ‘zware’ fracties zoals GFT een groot aandeel hebben, terwijl ze in volume minder omvangrijk zijn.

We zien met name in de sorteeranalyses een enorme variantie optreden tussen de steekproeven. Deze factoren samen betekenen dat er voorzichtig moet omgesprongen worden met conclusies. Deze kunnen niet zomaar worden gegeneraliseerd. Waar mogelijk is aanvullende data gebruikt om inzichten te verrijken.

De resultaten Om een leesbaar geheel te bieden worden de resultaten puntsgewijs besproken in lijn met de uitgangspunten van het afvaluitvoeringsplan 2025: effecten op kwaliteit en op de buitenruimte, ervaringen van inwoners en knelpunten van de inzamelmethodes. 1) Wekelijks GFT inzamelen wordt door inwoners als fijn ervaren, maar de winst op vlak van kwaliteit van de afvalstromen lijkt beperkt. Proefgebied: Wilhelminadorp Inwoners zijn erg positief over de wekelijkse inzameling van het GFT, vooral in de warme maanden leidt dit tot minder overlast (stank, ongedierte). Er is een duidelijk effect op de kwaliteit van het restafval, al blijft het aandeel GFT in het restafval in dit gebied nog steeds hoog met 37% (gedaald van 46% in de nulmeting). Dit kan erop wijzen dat aanvullend beleid mogelijk is (bijvoorbeeld: beter informeren over wat er bij het GFT mag). Operationeel lijkt een wekelijkse inzameling GFT (te) intensief; de ingezamelde tonnages waren -met uitzondering van de zomermaanden- erg laag. 2) Inzameling van PMD in zakken levert betere kwaliteit PMD, maar wordt als erg hinderlijk ervaren. Proefgebied: Mannee & (Deel) Goes-Oost In de proefgebieden waar PMD werd ingezameld met zakken was de kwaliteit van het PMD opmerkelijk beter (21% stoorstoffen) ten opzichte van de bestaande brengsystemen (30%). In de restafvalstroom is het aandeel PMD echter gelijk gebleven (~10%).

Datum 3 maart 2026 Onderwerp Resultaten Afvalproeven Registratienummer Z26.280077 / D26.1511552 Pagina 3

De inzameling met zakken werd door een aanzienlijk deel van de inwoners van deze proefgebieden als erg hinderlijk ervaren. In zowel de enquêtes, het formulier op de website als bij de meedenkgroepen wezen inwoners op de ongewenste effecten: het te vroeg aanbieden van de zakken door inwoners leidt tot ongedierte en vervuiling van het straatbeeld, grotere gezinnen kunnen de hoeveelheid PMD niet goed kwijt, het bewaren van zakken in huis leidt tot overlast. De proef vond plaats in twee gebieden, waarbij in Goes-Oost met kroonringen werd gewerkt2 en in Mannee de zakken gewoon aan de straatkant werden geplaats. Met name de kroonringen lokken uit dat bewoners ruim vóór het inzamelingsmoment de PMD-zak eerder aanbieden. Het ongenoegen van een aantal inwoners in dit gebied leidde in de zomer van 2025 tot onder meer een artikel in de PZC. Het eerder negatief beeld van deze inzamelmethode kwam ook in de enquête achteraf naar boven. Voor dit proefgebied waren er veel respondenten; er werden vooral veel nadelen benoemd. Uit de meedenkgroepen kwam wel tot uiting dat er een zekere gewenning ontstond aan de nieuwe afvalmethodes. Echter bleek ook dat bewoners zelf oplossingen gaan bedenken: zelf een extra rolcontainer aanschaffen voor PMD, PMD wegbrengen naar supermarkten of in een andere wijk, etc. Operationeel vormt de inzameling van PMD in zakken geen probleem; dit gaat vlot.

Het gebruik van doorzichtige zakken maakt controle eenvoudig. 3) Inzameling van PMD in rolcontainers levert waarschijnlijk betere kwaliteit op dan brengsystemen en wordt positief ervaren Proefgebied: Buitengebied & Wolphaartsdijk In het proefgebied waar PMD werd ingezameld met rolcontainers was de kwaliteit van het PMD gelijk (29% stoorstoffen) aan die van het bestaande brengsysteem (30% stoorstoffen). Dit is in lijn met landelijk onderzoek. Echter: binnen de 3 steekproeven was de variantie erg groot: 13%, 32% en 44%. Goede PMD-kwaliteit met rolcontainers is dus mogelijk, maar vergt extra inspanning. Operationeel is inzameling met rolcontainers goed te doen; controle is echter moeilijk. Door de inwoners wordt de inzameling met rolcontainers als vrij positief ervaren. Inwoners van het proefgebied vonden het fijn niet langer zelf het PMD weg te moeten brengen en plaats voor een extra rolcontainer vormde geen probleem. Deze proef is 2

Ringen waar de PMD zakken aan gehangen kunnen worden

Datum 3 maart 2026 Onderwerp Resultaten Afvalproeven Registratienummer Z26.280077 / D26.1511552 Pagina 4

echter in het buitengebied uitgevoerd; in stedelijk gebied ligt dit mogelijks anders door beperktere woonruimte. 4) Omgekeerd inzamelen leidt tot significant beter restafval, maar wordt wisselend ervaren Proefgebied: Oud-Sabbinge In het proefgebied waar omgekeerd werd ingezameld (restafval wegbrengen; PMD in een rolcontainer huis-aan-huis) leidde de proef tot aanzienlijk beter scheiden van afval. Van bijna alle recyclebare stromen daalde het aandeel in het restafval; PMD in het bijzonder halveerde (14%-7%). Het aandeel niet-recyclebaar steeg van 13% naar 22%. Dit zou kunnen wijzen op een sterk positief effect van deze inzamelmethode op de kwaliteit van het afval3. De ervaring van de inwoners is zeer wisselend. Een groep respondenten vond de inzamelmethode hinderlijk: zelf wegbrengen van het restafval wordt als een grotere moeite gezien, onder andere omdat het zwaarder is dan PMD. Sommige respondenten gaven aan dat omgekeerd inzamelen ertoe leidt dat restafval langer in huis moet worden bewaard, wat overlast kan veroorzaken. Daarnaast maken zij zich zorgen over hogere kosten bij het aanbieden van restafval in het brengsysteem in vergelijking met de huidige inzameling4.

Dit komt doordat inwoners, om overlast in huis te beperken, kleinere hoeveelheden per keer aanbieden (minder dan de beoogde 50 liter) en daardoor vaker gebruikmaken van de voorziening, waardoor de kosten kunnen oplopen. Tot slot was er ongenoegen over praktische aspecten: moeilijker bereikbare toegang van de verzamelcontainer, scheurende afvalzakken, het niet kwijt kunnen van groter afval, technische defecten…Uit de meedenkgroepen bleek dat vooral ouderen hiermee worstelen. Andere respondenten waren echter uitgesproken positief en ondervonden geen nadelen maar eerder voordelen: onder andere veel minder restafval en het makkelijk kwijt kunnen van het (volumineuze) PMD. 5) Vierwekelijks inzamelen van restafval is haalbaar (maar maatwerk is nodig)

3

De redenering daarbij kan zijn dat het restafval zelf wegbrengen meer moeite kost, waardoor inwoners aangespoord worden beter te scheiden. 4 De kost voor beide systemen is in principe gelijk: met een rolcontainer kan 250l afval per keer aangeboden worden en kost vijf keer zoveel als het brengsysteem (50l per keer).

Datum 3 maart 2026 Onderwerp Resultaten Afvalproeven Registratienummer Z26.280077 / D26.1511552 Pagina 5

In alle proefgebieden werd het vierwekelijks inzamelen van restafval ingevoerd. De ervaringen van inwoners was daarbij erg positief: 90% van de respondenten gaf aan dat het zou lukken om restafval vierwekelijks in te zamelen. Sommige inwoners gaven aan met enkele ledigingen per jaar al toe te komen. Dit wordt bevestigd uit de data van aanbieding van de rolcontainers restafval (diftar). Hieruit blijkt dat in 2025 twee derde van de huishoudens nu al vierwekelijks of minder hun rolcontainer aanbiedt. Maar 10% biedt haar rolcontainer consequent tweewekelijks aan. Wel vragen sommige inwoners om maatwerk: voor jonge gezinnen vormen luiers een probleem. Ook zijn er twijfels over de zomermaanden en bij de feestdagen, waar een vierwekelijkse inzameling tot overlast zou kunnen leiden. 6) Er bestaan misverstanden over het afvalbeheer van de gemeente In de enquêtes werd bewust ruimte gelaten om een bredere kijk op de inzamelmethodes te geven. Ook in de meedenkgroepen dachten inwoners mee over het afvalbeleid van de gemeente. Een aantal misverstanden kwamen daarbij opvallend vaak naar voren: • “De gemeente verdient aan ons afval” Inwoners lijken niet op de hoogte dat de afvalstoffenheffing niet meer dan kostendekkend mag zijn en dat de gemeente er dus niet aan mág verdienen. • “Sorteren heeft geen zin, daarna komt het toch op een grote hoop”.

Deze misvatting lijkt te ontstaan omdat sommige (voornamelijk grootstedelijke) gemeenten met nascheiding werken, een fundamenteel andere aanpak. • “Goes moet overstappen op nascheiding, de resultaten zijn dan veel beter.” Bij nascheiding gaat het alleen om PMD; andere stromen zoals papier, textiel en GFT zijn achteraf niet te scheiden. Het wordt vooral toegepast in grote steden waar bronscheiding onvoldoende kwaliteit oplevert. Waar mogelijk heeft bronscheiding de voorkeur, omdat dit betere resultaten geeft, dat is ook het uitgangspunt van Verpact. Deze misverstanden kunnen leiden tot een beperkte motivatie om goed afval te scheiden. 7) Minder dan 100kg/inwoner/jaar is haalbaar De gegevens over alle sorteeranalyses samen geven een beeld van de samenstelling van het ingezamelde restafval.

Datum 3 maart 2026 Onderwerp Resultaten Afvalproeven Registratienummer Z26.280077 / D26.1511552 Pagina 6

Datum 3 maart 2026

Samenstelling Restafval Geaggreerde data van 15 steekproeven

Onderwerp Resultaten Afvalproeven Registratienummer Z26.280077 / D26.1511552

Overig; 16%

Pagina 7 Elektrische Apparaten; 1% Hout; 2%

GFT; 35%

Puin en Keramiek; 2%

Textiel; 6%

Metalen; 2% Glas; 3%

PMD; 9%

OPK; 5%

Hygiënisch Papier; 18%

Daaruit blijkt dat 34% van het restafval momenteel niet gerecycled kan worden (16% overig en 18% hygiënisch papier5). De overige fracties zouden dus wél gescheiden aangeboden kunnen worden. In 2025 bedroeg de hoeveelheid ingezameld restafval ongeveer 120kg/inwoner6. Dit zou dus theoretisch gereduceerd kunnen worden tot 41kg. Inwoners vinden afvalscheiding belangrijk en zeggen goed te scheiden, maar de cijfers geven een ander beeld. In de enquêtes antwoordt 97% van de respondenten dat ze precies weten welk afval in welke container mag. Bij de vraag “Welke afvalstromen scheidt u” antwoordt meer dan 90% de hoofdstromen Glas-PMD-Papier-GFT-Textiel consequent te scheiden7. Ook geeft het grote merendeel aan het belang van afval scheiden in te zien. Echter, uit de bovenstaande grafiek blijkt dat nog steeds aanzienlijke hoeveelheden van deze stromen bij het restafval terecht komen.

5

Hygiënisch papier kan reeds voor 95% gerecycled worden, maar het ontbreekt landelijk nog aan voldoende verwerkingscapaciteit. Dit ontwikkelt zich echter snel. 6 Exclusief grof huishoudelijk afval van de milieustraat, ongeveer 25kg/inwoner/jaar. In totaal spreken we dus van 145kg/inwoner/jaar./ 7 Een uitzondering hierop is PMD, waar een aantal respondenten aangeven niet goed te weten wat bij PMD mag. Er is sinds 1 januari 2026 een nieuwe wel/nietlijst van kracht. Alle inwoners ontvingen midden februari een brief met deze nieuwe lijst.

Een belangrijke vraag is dus hoe we inwoners beter kunnen informeren en/of sensibiliseren over afvalscheiding.

Datum 3 maart 2026 Onderwerp Resultaten Afvalproeven

De resultaten – inzichten uit participatie Voorafgaand aan de proeven werd een Participatie & Communicatieplan opgesteld. Tijdens de proeven werden bewoners goed geïnformeerd en actief betrokken, om inzicht te krijgen in hun behoeften en ervaringen. Hiertoe werden inloopavonden en meedenkgroepen opgezet en werd intensief naar de inwoners gecommuniceerd. Omgekeerd konden bewoners laagdrempelig contact opnemen met de afvalcoach via e-mail, een speciaal ingerichte website en fixi. In de enquête aan het eind van de proef is gevraagd naar de beleving van communicatie en participatie. De 91 respondenten gaven het traject gemiddeld een 3,9 op 5. De inzichten op gebied van de inzamelingsmethodes werden in eerdere paragrafen verwerkt. Inzichten uit het participatie & communicatietraject (het proces) zijn hieronder opgenomen. Brieven en inloopavonden Naar aanleiding van de brieven en de inloopavonden vooraf aan de proeven, reageerden tientallen inwoners. Veelal met praktische vragen maar vooral ook om zorgen rond overlast en ongemak te uiten. In een aantal proefgebieden vielen inwoners erover dat deelname aan de proef verplicht was en dat ze niet eerder waren geconsulteerd. Vooral de inloopavonden in gebieden met grote veranderingen qua inzamelmethodes werden bezocht, in andere gebieden was de opkomst erg beperkt.

Tijdens de inloopavonden werden maatwerkoplossingen besproken (extra inzamelrondes voor zwerfvuil, voorzieningen voor luierafval, coaching) om zo goed mogelijk tegemoet te komen aan specifieke problemen. Het informeren van inwoners per brief verliep over het algemeen goed en werd gewaardeerd door inwoners. Voor het afsluiten van de proeven kwam de brief voor sommigen laat wat leidde tot onduidelijkheid. Reacties via website en mail Via de speciaal ingerichte website voor de afvalproeven kon een formulier worden ingevuld, waarvan intensief gebruik is gemaakt (99 reacties in totaal). Toen de bezorging van PMD-zakken voorafgaand aan de proef niet goed verliep, werd dit door veel inwoners via deze weg kenbaar gemaakt. Voorafgaand uitten inwoners hun zorgen over haalbaarheid en betaalbaarheid van de verschillende inzamelmethodes, inzichten die later herhaald werden in enquêtes en meedenkgroepen. Ook tijdens de proef kwamen reacties, met name in het proefgebied waar PMD in zakken werd ingezameld. Op alle meldingen is gereageerd en waar nodig is hulp of maatwerk geboden. Zo is onder meer een extra afvalpas verstrekt bij veel

Registratienummer Z26.280077 / D26.1511552 Pagina 8

(luier)afval, coaching bij afvalscheiding aangeboden, zijn containers op afroep geleegd en is ter plaatse direct opgeruimd of gecontroleerd. In Goes-Oost is extra communicatie ingezet om het vroegtijdig ophangen van zakken tegen te gaan. De (communicatie-)aanpak werd gewaardeerd door inwoners: persoonlijk contact, korte lijnen en snel reageren helpen bij het oplossen van frustratie en leidt tot wederzijds begrip. Een direct telefoonnummer of e-mailadres helpt inwoners sneller op weg. Meedenkgroepen Er zijn twee meedenkgroepen gevormd: één van 6 inwoners in Mannee en één van 6 inwoners in Oud-Sabbinge. Deze gebieden zijn gekozen omdat daar de meest ingrijpende proeven plaatsvonden. Daarnaast hebben enkele inwoners hun opmerkingen via e-mail gedeeld. Het vergde een aanzienlijke inspanning om deelnemers voor de meedenkgroepen te werven. Elke meedenkgroep kwam drie keer samen. In beide groepen was de sfeer prettig maar kritisch. Vooral de eerste sessies werden druk bezocht, waarbij kritische vragen gesteld en beantwoord werden. De latere sessies waren niet representatief omdat er te weinig deelnemers waren. Er komt nog een laatste bijeenkomst waarbij de groepen hun tips en tops voor het participatie- en communicatieplan en het nieuwe afvalbeleid kunnen geven.

Goes Praat Mee – Enquêtes Voor de afvalproeven werd het participatieplatform Goes praat mee ingezet om informatie op te halen en de uitkomsten te delen. Via het platform werden twee enquêtes uitgezet: een aan het begin van de proeven (214 respondenten) en een aan het einde (91 respondenten). Het opmerkelijk lagere aantal respondenten -ondanks meerdere herinneringen- voor de tweede enquête vormt een groot probleem voor de interpretatie van de resultaten. Voor sommige gebieden waren er te weinig respondenten. Inwoners gaven aan dat ze het platform niet gebruiken omdat ze hun persoonlijke gegevens moeten invullen, dit kan bijdragen aan de lagere respons. Samenvattend kunnen we zeggen dat het communicatie- en participatietraject aanvullend op deze proeven nuttig was. Intensief communiceren en snel reageren leiden tot begrip en draagvlak. Maatwerk waar nodig werd gewaardeerd door de inwoners, al leidde het tot lagere betrouwbaarheid van de uitkomsten. Deze aanpak was echter nodig om voldoende draagvlak voor het uitvoeren van de proeven te vinden. Aandachtspunten zijn de hoge administratieve last (met name voor de afvalcoach van de gemeente) om dit in goede banen te leiden. Daarnaast blijkt dat inwoners overtuigen om deel te nemen aan enquêtes en meedenkgroepen een grote inspanning vergt en de inzet na verloop van tijd sterk afneemt.

Datum 3 maart 2026 Onderwerp Resultaten Afvalproeven Registratienummer Z26.280077 / D26.1511552 Pagina 9

Conclusie & verdere stappen De afvalproeven hebben een aanzienlijke inspanning van de deelnemende inwoners gevraagd, maar de resultaten -hoewel kritisch te evalueren op betrouwbaarheid- bieden belangrijke inzichten in opties voor nieuw beleid. De data geven een goede indicatie over wat de effecten kunnen zijn van bepaalde beleidsopties op kwaliteit van het afval, de buitenruimte en het serviceniveau voor de inwoners. De proeven geven ook inzicht in waar knelpunten zitten, en hoe de inwoners kijken naar de uitdagingen rond afval(scheiding). In de Raadsmemo 2025-266: Afvalontwikkelingen 2025-2026 werden een aantal trends belicht die het noodzakelijk maken het afvalbeleid van de gemeente in 2026 te herevalueren. De uitkomst van deze proeven is hiervoor waardevolle input.

Datum 3 maart 2026 Onderwerp Resultaten Afvalproeven Registratienummer Z26.280077 / D26.1511552 Pagina 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16760036/1