CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-040 Aanvulling Inschatting ecologisch onderzoek sHHkinderendijk71

Besluitvormende raad 12 maart 2026, gemeente GoesBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken716 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inschatting benodigd ecologisch onderzoek op het perceel aan de ’s Heer Hendrikskinderendijk 71 te Goes. Datum: 12 februari 2026 Op verzoek van de Stichting Behoud Leefbaarheid ’s Heer Hendrikskinderendijk heeft N.J. Honingh van ecologisch adviesbureau Melk en Honingh een inschatting gemaakt van de noodzaak voor het uitvoeren van ecologisch onderzoek op dit perceel. De stichting heeft gerede twijfel of dit onderzoek in het kader van de Omgevingswet wel is uitgevoerd t.b.v. de sloop van de bebouwing op het perceel en het rooien van struweel en geboomte. Deze werkzaamheden staan gepland in week 8 (19 februari 2026). Op basis van de rapportage uit de Beschermde Soorten Indicator (BeSI) is er onderzoek nodig naar de mogelijke aanwezigheid van broedvogels, zoogdieren en andere diersoorten en hun mogelijk aanwezige verblijfplaatsen. Een vooronderzoek of quickscan onderzoek deze mogelijkheden en is dus volgens deze BeSI-rapportage noodzakelijk. De rapportage van de quickscan met daarin de aanwijzingen van de BeSI maken onderdeel uit van een Omgevingswetvergunning. De rapportage van de BeSI is beschikbaar als bijlage. Op basis van beeldmateriaal van het internet en aangeleverde foto’s van de stichting kan het volgende worden gesteld: -Het woonhuis en de aangebouwde boerderij/schuur en bijgebouwen zijn mogelijk geschikt als verblijfplaats voor de huismus.

Huismussen broeden graag onder de eerste en tweede rij dakpannen boven de dakgoot; deze jaarrond bezette verblijfplaatsen zijn wettelijk beschermd. -De beplanting op het perceel maakt mogelijk deel uit van essentieel leefgebied van de huismus (zgn. kwetterbosjes); dit leefgebied is wettelijk beschermd. -Het woonhuis en de aangebouwde boerderij/schuur zijn mogelijk geschikt als verblijfplaats van gierzwaluw, huiszwaluw en boerenzwaluw; gierzwaluwen broeden onder dakpannen mits deze vanaf de onderkant of zijkant toegankelijk zijn. Huiszwaluwen broeden in zelfgemaakte nesten onder overstekken en boerenzwaluwen broeden het liefst binnen in het gebouw als dit toegankelijk is (bijv. een open raam). Verblijfplaatsen van gierzwaluwen zijn jaarrond beschermd; verblijfplaatsen van huis- en boerenzwaluw zijn dat in sommige gevallen ook. Dit wordt door de ecoloog nader bepaald i.s.m. de situatie ter plaatse. Hetzelfde geldt voor de mogelijke aanwezigheid van de spreeuw. -De bebouwing lijkt ook geschikt als mogelijke verblijfplaats voor vleermuizen; mogelijk bevinden deze zich achter dakranden of zelfs op de zolder van de boerderij/schuur. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond beschermd.

-De erfbeplanting (bomen, struweel, grasland) is geschikt leefgebied voor vleermuizen en daarmee wettelijk beschermd als er een relatie kan worden gelegd tussen verblijfplaatsen in de buurt en dit leefgebied. -Mogelijk is de boerderij/schuur toegankelijk (geweest) voor kerkuilen. Kerkuilen komen ook voor in delen van de stedelijke omgeving. Het leefgebied rondom de bebouwing is weliswaar beperkt, maar geschikt als jachtbiotoop voor kerkuilen. -Het perceel rond de gebouwen is geschikt als leefgebied voor kleine zoogdieren zoals de egel. Het is nog niet duidelijk of de egel van de lijst van vrijstellingen van de verboden van

1

de Omgevingswet (door de provincie Zeeland) is gehaald. Zo ja, dan is zowel de egel als zijn leefgebied wettelijk beschermd. -Andere dieren zoals amfibieën en kleine zoogdieren zijn beschermd vanwege de zorgplicht. Tijdens werkzaamheden moet er rekening worden gehouden met deze dieren door hen op te sporen en uit de gevarenzone te verwijderen. -Overige broedvogels en hun nesten zijn beschermd tijdens hun broedperiode. -Wettelijk beschermde plantensoorten worden door de BeSI niet verwacht. Tijdens het vooronderzoek of quickscan wordt gekeken naar openingen en mogelijke verblijfplaatsen onder dakpannen en (spouw)muren, betimmering etc. Er wordt ook gekeken naar gebruikssporen (veren, nestmateriaal, braakballen, keutels, restanten van nesten etc.). Deze aanwijzingen geven al dan niet aan of er nader onderzoek moet plaatsvinden. Conclusie: uit de BeSI blijkt dat er een vooronderzoek of quickscan uitgevoerd moet worden. De kans is zeer waarschijnlijk dat er naar sommige soorten nader onderzoek moet worden uitgevoerd om de aanwezigheid van deze soorten en hun verblijfplaatsen vast te stellen, danwel uit te sluiten.

Afbeelding 1: In woonhuis en boerderijgebouw/schuur zijn mogelijk geschikte verblijfplaatsen van huismus, gierzwaluw, huiszwaluw, boerenzwaluw en vleermuizen.

2

Afbeelding 2: Deze coniferenhaag bijvoorbeeld is mogelijk onderdeel van het essentieel leefgebied van de huismus.

Afbeelding 3: Ook in de bijgebouwen zijn mogelijk verblijfplaatsen van wettelijk beschermde soorten aanwezig; het erf als geheel is mogelijk geschikt leefgebied van vleermuizen e.d.

Schoondijksedijk 35 4438 AE Driewegen 06-12883834 info@melkenhoningh.nl Bank: NL51 TRIO 0786 8048 23 | KvK: 69037930 | BTW: NL 0021 29319 B07

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16611274/1