2026-032 Aandacht knelpunten gehandicapten parkeerkaart autoluwe binnenstad
Tekst van het document
Kloetinge, 4 februari 2026.
Geachte leden van de gemeenteraad van Goes,
Namens (oud)-politiemensen met een geldige gehandicaptenparkeerkaart (GPK) vragen wij uw aandacht voor knelpunten die in de praktijk ontstaan rond de autoluwe binnenstad van Goes. Wij constateren dat de combinatie van (a) afnemende feitelijk bruikbare gehandicaptenparkeerplaatsen, (b) ingewikkelde uitzonderingen en uitvoeringsregels, en (c) toenemende digitalisering van toegang en handhaving, leidt tot onzekerheid, extra drempels en in sommige gevallen feitelijke uitsluiting van mensen met een beperking. Wij schrijven u vanuit twee perspectieven. Wij kennen handhaving van binnenuit én wij ervaren nu zelf wat er misgaat wanneer regels niet eenduidig, uitlegbaar en uitvoerbaar zijn. Binnen onze achterban zijn zowel houders van een bestuurderskaart als van een passagierskaart (waaronder rolstoelgebruikers). Voor deze groepen gaat het niet om “gemak”, maar om basisvoorwaarden om noodzakelijke bestemmingen te kunnen bereiken: zorg, winkels, dienstverlening, familie en deelname aan het maatschappelijk leven. Daarbij speelt nog iets dat de druk op Goes vergroot: in Zeeland verdwijnen in dorpen steeds vaker basisvoorzieningen, waardoor inwoners verder moeten reizen voor zaken als supermarkt, school en huisarts. Daarmee neemt de afhankelijkheid van (aangepast) autovervoer richting voorzieningenkernen toe.
Dat maakt het des te belangrijker dat Goes de bereikbaarheid en het parkeren voor mensen met een beperking feitelijk borgt, ook voor bezoekers van buiten de gemeente. Wij benadrukken vooraf: het knelpunt is niet primair of GPK-houders in theorie een ontheffing kúnnen krijgen. In de huidige situatie kan in beginsel ontheffing worden verleend, ook aan niet-inwoners. Het gaat om de vraag of het totaalpakket aan maatregelen en de uitvoeringspraktijk in Goes nog leidt tot feitelijke toegankelijkheid: kunnen mensen met een beperking daadwerkelijk, veilig en voorspelbaar hun bestemming bereiken en parkeren, zonder onevenredige administratieve of digitale barrières? 1) Feitelijke parkeerbaarheid: afname en onbruikbaarheid van GPK-plaatsen Wij zien dat het aantal vrij toegankelijke gehandicaptenparkeerplaatsen afneemt en dat een deel van de gemarkeerde plaatsen in de praktijk niet voldoet voor rolstoelgebruik of veilige transfer. Enkele concrete voorbeelden: •
Vlasmarkt: eerder zijn twee gehandicaptenparkeerplaatsen opgeheven.
•
Damplein: er zijn vier gehandicaptenparkeerplaatsen, waarvan één kentekengebonden is gemaakt en daardoor niet langer vrij beschikbaar is voor andere GPK-houders.
•
Beestenmarkt: het aantal gehandicaptenparkeerplaatsen is verminderd. De overgebleven plaats is feitelijk onbruikbaar door een lantaarnpaal ter hoogte van het rechterportier, waardoor de deur niet ver genoeg open kan en transfer/veilig uitstappen niet mogelijk is.
•
Algemeen: niet alle gemarkeerde gehandicaptenparkeerplaatsen voldoen aan functionele eisen (voldoende ruimte naast het voertuig, vlakke ondergrond, vrije uitstap-/transferzone). De feitelijk bruikbare capaciteit ligt dus lager dan het aantal markeringen suggereert.
Dit vertaalt zich rechtstreeks in langere loop- en rolafstanden, extra rondrijden en het missen van noodzakelijke afspraken. 2) Autoluw beleid: toegang is niet hetzelfde als kunnen parkeren Een (digitale) ontheffing kan toegang tot het autoluwe gebied mogelijk maken, maar vervangt niet de noodzaak van voldoende, vrij toegankelijke en feitelijk bruikbare gehandicaptenparkeerplaatsen nabij bestemmingen. Als de parkeerdruk toeneemt en het aanbod afneemt of onbruikbaar is, ontstaat alsnog een praktisch probleem: je mag er wel in, maar je kunt er niet passend en veilig parkeren. Daarnaast vragen wij aandacht voor de uitvoerbaarheid van uitzonderingen en regels in de praktijk. Vooral bij passagierskaarten en wisselende bestuurders/voertuigen (mantelzorg, familie, vervangend vervoer) moeten regels voorspelbaar en eenvoudig blijven. Onduidelijkheid over toegang tijdens venstertijden, kentekengebruik en handhaving leidt direct tot rechtsonzekerheid en onnodige spanning bij gebruikers. Wij hebben bovendien kennisgenomen van de mededeling dat digitale handhaving is uitgesteld omdat de gebruikte webapp nog niet goed functioneert. Dat onderstreept dat de uitvoering (nog) niet stabiel genoeg is om als harde voorwaarde in de praktijk te laten “landen”.
3) Parkeergarages zijn voor hoge aangepaste voertuigen vaak géén gelijkwaardig alternatief In discussies over parkeercapaciteit wordt regelmatig verwezen naar parkeergarages als alternatief. Voor een relevante groep GPK-houders geldt echter dat parkeergarages niet vanzelfsprekend bruikbaar zijn. Veel aangepaste (rolstoel)bestelauto’s en andere hogere voertuigen lopen aan tegen doorrijhoogte, bochtstralen, hellingen en beperkte manoeuvreerruimte. Daarmee kan een papieren “alternatief” in de praktijk feitelijk ontbreken. Daarom is een helder onderscheid nodig tussen:
•
totaal parkeeraanbod (op papier), en
•
bruikbaar parkeeraanbod voor GPK-houders (in de praktijk).
Als de gemeente Parkeergarage Centrum en Parkeergarage Stadspoort wil meetellen als alternatief voor mensen met een beperking, moet zij publiek en verifieerbaar aantonen dat deze garages bruikbaar zijn voor hoge aangepaste voertuigen. Dat vereist minimaal: •
de doorrijhoogte per inrit/route (eenduidig gepubliceerd);
•
het aantal en de ligging van de GPK-plaatsen (inclusief route naar lift/uitgang);
•
de praktische bruikbaarheid van de route in de garage (helling, bochten, maatvoering/manoeuvreerruimte).
Voor de toetsing stellen wij een eenvoudige, praktijkgerichte norm: een parkeergarage kan pas als gelijkwaardig alternatief worden meegeteld als deze minimaal circa 2,10 meter doorrijhoogte biedt (bij voorkeur 2,20 meter i.v.m. variatie en opbouwen zoals rails/lift/dakvoorzieningen) én de route en maatvoering bruikbaar zijn voor grotere aangepaste voertuigen. Als dit niet aantoonbaar is, kunnen deze garages niet als gelijkwaardig alternatief worden meegewogen en moeten voldoende maaiveld-GPKplaatsen nabij bestemmingen worden geborgd. 4) Rechtszekerheid en handhaafbaarheid: minder uitzonderingen, heldere regels Uit handhavingservaring volgt een eenvoudige les: hoe ingewikkelder het stelsel van uitzonderingen, zones en tijdvensters, hoe groter de kans op misverstanden en conflict. Als burgers vooraf meerdere websites moeten raadplegen om te begrijpen wat geldt, of als toezichthouders ter plekke moeten interpreteren welke lokale uitzondering van toepassing is, dan is het systeem niet op orde. Dat is slecht voor de rechtszekerheid én slecht voor de handhaafbaarheid. Juist daarom is het belangrijk dat Goes – binnen de eigen beleidsruimte – kiest voor eenvoud, voorspelbaarheid en zo min mogelijk uitzonderingen die in de praktijk tot fouten en boetes leiden.
5) Digitalisering: hulpmiddel, geen voorwaarde – borg een niet-digitaal alternatief Digitalisering kan ondersteunen (kentekenparkeren, scanauto’s, digitale ontheffingen), maar mag nooit een voorwaarde worden om rechten te kunnen uitoefenen. Niet iedereen is digitaal vaardig, beschikt over een geschikte smartphone, of kan apps bedienen door motorische of cognitieve beperkingen. Een volwaardig alternatief zonder app-plicht, zonder DigiD-drempels en zonder extra handelingen per parkeeractie is noodzakelijk om uitsluiting te voorkomen. 6) Privacy en gegevensverwerking: dataminimalisatie en transparantie
Digitale regelingen leiden al snel tot omvangrijke registraties van kaart- en kentekengegevens. Juist omdat ontheffingen breed worden verleend, is dataminimalisatie essentieel. Wij vragen de gemeente om publiek en begrijpelijk te onderbouwen: •
onder welk juridisch kader de verwerking plaatsvindt (AVG of Wpg);
•
welke gegevens strikt noodzakelijk zijn;
•
bewaartermijnen;
•
toegangsrechten en beveiligingsmaatregelen;
•
en hoe betrokkenen hun rechten kunnen uitoefenen (inzage, correctie, bezwaar).
7) Verzoek aan de gemeenteraad: agenderen en concreet bijsturen Wij verzoeken u dit onderwerp te agenderen en het college om een schriftelijke, inhoudelijke reactie te vragen met concrete verbetermaatregelen en een tijdpad. Concreet vragen wij u om het college te laten: 1. Inventariseren hoeveel gehandicaptenparkeerplaatsen in en rond de binnenstad aanwezig zijn en hoeveel daarvan feitelijk bruikbaar zijn voor rolstoeltransfer, op basis van objectieve criteria. 2. Borgen dat het aantal feitelijk bruikbare gehandicaptenparkeerplaatsen niet verder afneemt zonder aantoonbaar gelijkwaardige vervanging. 3. Realiseren van minimaal zes (6) extra, aantoonbaar bruikbare gehandicaptenparkeerplaatsen in/aan de rand van de binnenstad, met voldoende ruimte naast het voertuig. 4. Verduidelijken van regels rond toegang (incl. venstertijden), parkeren, kentekengebruik en handhaving, zodat gebruikers en toezichthouders precies weten waar zij aan toe zijn. 5. Borgen van een praktisch werkbare uitvoering voor situaties met wisselende voertuigen/bestuurders en vervangend vervoer, zonder onnodige drempels. 6. Onderbouwen (schriftelijk en publiek) van de gegevensverwerking: grondslag, noodzakelijke gegevens, bewaartermijnen, toegangsrechten en beveiliging, met toepassing van dataminimalisatie. 7.
Inrichten van een volwaardig niet-digitaal alternatief: zonder app-plicht, zonder DigiD-drempels en zonder extra handelingen per parkeeractie. 8. Specifiek over parkeergarages als “alternatief”: publiek en toetsbaar vastleggen of Parkeergarage Centrum en Parkeergarage Stadspoort feitelijk bruikbaar zijn voor hoge aangepaste voertuigen (minimaal 2,10 m doorrijhoogte, bij voorkeur 2,20 m, plus
route/maatvoering). Indien dit niet aantoonbaar is, borg dan voldoende maaiveldGPK-plaatsen nabij bestemmingen. Wij zijn bereid om signalen en praktijkvoorbeelden schriftelijk nader toe te lichten. Met vriendelijke groet, Namens meerdere (oud)-politiemensen met een geldige gehandicaptenparkeerkaart (GPK), Martin Slingenberg Kapelseweg 15 4481 PC Kloetinge +31 6 12137295