CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-019 Evaluatie Participatiebeleid Het Goese Gesprek

Besluitvormende raad 5 februari 2026, gemeente GoesBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen5.022 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Het Goese Gesprek Evaluatie van 1 jaar nieuw participatiebeleid

2

Inleiding In 2024 maakte de gemeente Goes nieuw beleid voor inwoner- en overheidsparticipatie. Dit deden we omdat we participatie verder wilden ontwikkelen. Ook kwamen

• De Omgevingswet (in werking sinds 1 januari 2024), die participatie bij besluiten over de fysieke omgeving benadrukt. • De Wet versterking participatie op decentraal niveau (in werking sinds 1 januari 2025), die de betrokkenheid van inwoners bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid van decentrale overheden versterkt.

Dit doen we volgens ons eigen ‘Goese gesprek’. Per stap laten we voorbeelden zien van verschillende doorlopen participatieprocessen. Onze belangrijkste ervaringen en geleerde lessen staan centraal. We kijken onder andere naar de manier waarop we participatieprocessen organiseerden en wat dit opleverde. Dat noemen we Inwonerparticipatie. Daarna volgt Overheidsparticipatie. Hoe ging de gemeente om met maatschappelijke initiatieven, het uitdaagrecht en de rol van de raad en het college? We sluiten af met de geleerde lessen en onze plannen voor het komende jaar.

Met het nieuwe beleid legt gemeente Goes een stevige basis om inwoners te betrekken bij beslissingen en open te staan voor initiatieven uit de samenleving. Ieder jaar biedt het college van burgemeester en wethouders één keer een evaluatieverslag Participatie aan de gemeenteraad.

Met deze rapportage gaan we met elkaar en met de gemeenteraad in gesprek over wat goed ging en wat beter kan in participatieprocessen. Zo blijven we in vertrouwen samenwerken aan een open, transparante en laagdrempelige gemeente waarin we gericht en gestructureerd blijven leren, ontwikkelen én participeren.

er nieuwe landelijke verwachtingen en verplichtingen, zoals:

Verordening Artikel 14 Evaluatie en monitoring 1. De uitvoering en werking van deze verordening – en het daarmee samenhangende participatiebeleidskader en participatieleidraad: Het Goese gesprek – wordt eenmaal per jaar geëvalueerd. Het college van burgemeester en wethouders zendt hiertoe een verslag aan de raad en bespreekt dit met de raad.

2. Ten behoeve van de evaluatie verzamelt het college van burgemeester en wethouders systematisch informatie over de wijze waarop participatieprocessen zijn georganiseerd, wat participatie heeft opgeleverd en heeft gekost, de wijze waarop is omgegaan met maatschappelijke initiatieven en het uitdaagrecht, de rolinvulling door raad en college, en de belangrijkste ervaringen en geleerde lessen. Hierbij worden zowel organisatoren als deelnemers van participatieprocessen betrokken.

3

Inwoner en Overheidsparticipatie • Beleidskader • Verordening

Inwonerparticipatie • Goese gesprek - Leidraad • Gereedschapskist - Handreiking (plan van aanpak) - Middelen - Goes praat mee - Voorbeelden

Overheidsparticipatie

Wettelijke verplichtingen

• Wijkcontactpersonen gemeente - Rol en taakomschrijving • Dienstverlening - Handelingskader - Afwegingskader - Klantroute

• Wet algemeen bestuur • Wet participatie op decentraal niveau • Omgevingswet • Uitvoering WMO

Inwonerparticipatie We participeerden het afgelopen

Wat goed werkt zijn de formats die we

jaar in allerlei vormen. Niet alleen

gebruiken voor onze projectplannen

in projecten, maar ook in reguliere

en raads- en collegevoorstellen

processen. Dit varieert van input

waarin participatie een vast item is.

leveren in de Dorpsvisies tot een

Dit helpt om hierover na te denken.

kleine verandering in de straat door rioleringswerkzaamheden. Het nieuwe beleid geeft hierin richting maar we blijven leren.

Volgens onze eigen leidraad ‘Het Goese gesprek’ geven we voorbeelden uit trajecten1. Ook laten we zien wat we het afgelopen jaar hebben gedaan én geleerd.

1. We gebruiken hier bewust het woord trajecten. Met trajecten bedoelen we projecten, processen of een combinatie daarvan.

4

1

Wanneer in gesprek? De ruimte voor een waarde van participatie In deze eerste stap bepalen we hoeveel ruimte er is voor participatie: kunnen inwoners er nog iets van vinden? Soms moet iets gebeuren en kan het maar op één manier. Soms kun je de gespreksdoelen ook bereiken door goed te communiceren. Een volledig participatieproces is dan niet nodig.

Niet participeren Dit kwam mooi terug in een rioleringsproject in de Zuidvlietstraat in Goes-West. De werkzaamheden waren ‘vergunningsplichtig’. Volgens de Omgevingswet moet dan herleidbaar en aantoonbaar zijn waarom we wel of niet kiezen voor participatie. Omdat het alleen om rioleringswerkzaamheden ging, de inrichting hetzelfde bleef en er weinig tijd was voor de werkzaamheden begonnen, kozen we ervoor om zorgvuldig te informeren en niet te participeren. Omdat er geen participatie was, gaven we bewoners, ondernemers en de wijkvereniging op tijd duidelijke informatie. We wilden hiermee het draagvlak voor het project vergroten. In de communicatie namen we nadrukkelijk mee: • Wat is de aanleiding en het doel van het project? • Wat gaat er de komende periode gebeuren, wat is het traject? • Wat zijn de gevolgen voor inwoners/ondernemers? • Wie is het aanspreekpunt voor vragen?

Hoe dit is uitgepakt? We kregen geen reacties van omwonenden, de wijkvereniging of bedrijven. Of daarmee iedereen tevreden was, weten we natuurlijk niet maar we ontvingen in ieder geval geen klachten. Een nabijgelegen school nam contact op. Daar zijn we persoonlijk langs geweest, wat goed is ontvangen. Ook organiseerden we een informatiebijeenkomst in het wijkgebouw, waar ongeveer tien mensen aanwezig waren. Dat verliep positief. Recent startte de aannemer met de werkzaamheden en neemt de communicatie met de omgeving verder over.

Wel participeren Programma Duurzaamheid is een voorbeeld waarbij we, na afweging, wél een participatietraject zijn gestart. Dit programma is grotendeels opgesteld uit voorgaand en al vastgesteld beleid. Gevoelsmatig zagen we ruimte voor participatie en voelden we de noodzaak. Tegelijk kwam ook de terechte vraag: “Maar waarover dan en hoeveel ruimte is er nog?”. We kwamen tot de conclusie dat uitgaan van bestaand en al vastgesteld beleid ook kan betekenen dat je je als gemeente spreekwoordelijk blind staart. We wilden weten wat inwoners en stakeholders belangrijk vinden bij dit thema. Samen met hen keken we naar wat missen we nog? Wat doen we al? Wat houden we dan nog over? Om daar vervolgens op in te gaan zetten. Het participatieproces bleek van waarde! Onder andere dankzij dit proces kwamen er toch nieuwe acties in het uitvoeringsprogramma.

5

2

Waarom in gesprek? Het doel van je gesprek Een goed gesprek helpt om elkaars standpunten beter te snappen. Zo begrijpen we waarom inwoners iets vinden en begrijpen zij waarom wij uiteindelijk bepaalde keuzes maken. Er zijn verschillende redenen om in gesprek te gaan met inwoners. Bijvoorbeeld om (ervarings) kennis op te halen, te horen wat er speelt, om nieuwe ideeën te krijgen of om meer begrip of steun te krijgen voor beleid, plan of project. En soms is een ‘gewoon’ gesprek ook prima.

Project Graaffstraat In 2025 vervingen we in de Graaffstraat en omgeving in Goes Oost de rioleringen vernieuwden we de bestrating. Om inwoners te informeren over de werkzaamheden, was er een inloopavond. We hoorden wat zij van de plannen vonden en haalden input op. Hoewel in grote lijnen al veel vaststond, konden inwoners op bepaalde details aangeven wat ze graag anders zouden zien. Zoals de plek van een lantaarnpaal of het verschuiven van een parkeerplek.

Project Dorpsvisies Bij grotere trajecten gaat het vaak om een combinatie van doelen. Dit zagen we goed bij het maken van de Dorpsvisies. Elke Dorpsvisie, en daarmee ook de bijbehorende

participatie, heeft als doel om met inwoners, ondernemers, partijen en de gemeente zicht te krijgen op de belangrijkste uitdagingen en kansen voor het dorp. De Dorpsvisies moeten onderlinge samenhang én een duidelijke relatie met de gemeente hebben. De doelen van de Dorpsvisies vormden ook de redenen om het gesprek aan te gaan: 1. We versterken de samenwerking in het gebied: de maatschappelijke opgaven in onze dorpen vragen om een goede samenwerking en nieuwe balans tussen inwoners, initiatiefnemers, marktpartijen en overheden. Zo zorgen we samen voor een vitale toekomst van een dorp. Daarom stellen we de Dorpsvisies op samen met mensen in en buiten het gemeentehuis. Dat motiveert om daarna ook daadwerkelijk aan de slag te gaan met de uitvoering. 2. Met de dorpen het verhaal van Goes en de regio versterken: om dat goed te kunnen doen, moeten we weten wat er in elk dorp speelt. Daarom gebruiken we de ervaringskennis van inwoners en lokale betrokkenen. 3. Dorpen die elkaar versterken: elk met een eigen verhaal. Ieder dorp heeft zijn eigen geschiedenis en identiteit. Ze zijn verschillend en vullen elkaar aan. Het proces geeft ruimte voor nieuwe ideeën. Zo komen er dus meerdere doelen samen. Door niet alleen input op te halen, maar door het samen te doen met inwoners, ontstaat er draagvlak én komen er nieuwe ideeën naar boven.

6

3

Waarover in gesprek? Het onderwerp en de ruimte voor invloed Een cruciale, maar ook een lastige stap. Het betrekken van inwoners, ondernemers, bezoekers en andere belanghebbenden, zodat het resultaat breed gedragen wordt en aansluit bij de wensen en behoeften van de omgeving, is belangrijk. Als gemeente erkennen we het belang van participatie. Tegelijk zien we dat het vertrouwen van inwoners in de (lokale) overheid kwetsbaar is. In deze fase moeten we goed opletten dat we geen beloften doen die we niet waar kunnen maken, bijvoorbeeld door wetgeving. Het is dus belangrijk om rekening te houden met emoties en geen verkeerde verwachtingen te wekken. We zagen deze afweging bij zowel het project Afvalproeven als het ontwerp van de openbare ruimte bij Omnium/Scalda.

Project Afvalproeven In 2025 zijn we in een aantal wijken en dorpen gestart met proeven met een andere manier van afvalinzameling. Zo wilden we samen met inwoners gaan onderzoeken wat wel en wat niet werkt. Er zijn strenge kwaliteitseisen voor afvalinzameling om goed te kunnen recyclen. Dat betekent dat er weinig ruimte is om het afvalbeleid te veranderen. Tegelijk raakt afval iedereen en ligt de oplossing voor minder afval en meer recycling in een goede samenwerking met inwoners. Wat doe je dan wel als er ook al veel vast ligt? We hebben gekozen om dat in de praktijk te gaan ervaren. Vandaar de afvalproeven. Wat werkt wel en wat werkt niet met verschillende inzamelsystemen? Maar ook: hoe en waar is maatwerk nodig? Een gezin met kinderen in de luiers heeft een andere afvalbehoefte dan iemand die alleen woont. Door daarover in gesprek te gaan en samen te doen, halen we input op die we meenemen in de ontwikkeling van nieuw afvalbeleid.

Openbare ruimte Omnium/Scalda Bij het ontwerp van de openbare ruimte rond Omnium/Scalda was het ook een uitdaging om te bepalen waar bewoners precies op kunnen participeren. Dit omdat er sprake is van een verkeersplan in dit gebied. De keuze voor het verkeersplan is in de basis vooral een technische afweging die zich daarom niet goed leent voor participatie. Voor het ontwerp van de openbare ruimte rondom het Omnium zelf is het wél waardevol om wensen te verzamelen. Het participatieplan en het projectplan zijn vervolgens ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd. De wethouder, projectleider en gemeenteraad besloten samen om de verkeerskundige ontsluiting toch mee te nemen in het participatietraject via een ‘leeg canvas’ model. Het uiteindelijke besluit zal genomen worden door experts, maar we nemen input vanuit inwoners wel mee en wegen dat zorgvuldig af in wat wel of niet kan. Hoewel de uitkomsten van participatie bij het schrijven van deze evaluatie nog niet bekend zijn, laat dit wel een mooi samenspel zien in de politieke, bestuurlijke en ambtelijke driehoek.

7

4

Met wie in gesprek? De doelgroepen In deze stap staan we zorgvuldig stil bij wie allemaal betrokken is of moet worden bij het proces. De meeste projectleiders maken een uitgebreide stakeholderanalyse. Dit is een lijst met alle doelgroepen en partijen. Per groep geven we aan hoe ze meedoen en op welke manier. Vaak betrekken we ook wijk- en dorpsverenigingen. Zij zijn vaak niet alleen zelf een betrokken partij, maar een onmisbare schakel om andere doelgroepen te vinden en te bereiken. We zagen dit onder meer terug bij het maken van de visie Sociale Basis. Hiervoor betrokken we verschillende partijen op diverse manieren: 1. Gemeenteraad: medio 2025 was er een werksessie met de raad. Daarin bepaalden we wat wel en niet onder de sociale basis valt. In een sessie met collega’s vanuit het fysieke domein keken we hoe het fysieke en sociale domein elkaar kunnen versterken. 2. Samenwerkingspartners: We organiseerden een inputsessie met onder andere de GGD, SMWO, GR De Bevelanden en het CJG. Zij gaven waardevolle input over de afbakening van de sociale basis en vertelden hoe zij hun rol nu en in de toekomst zien. 3. Inwoners: tijdens het event Goes bezig voor Jou konden inwoners hun suggesties en wensen delen op een ideeënmuur.

Zoals het aanpakken van onveilige situaties (bijvoorbeeld snel rijdende fietsers), meer openbare ontmoetingsplekken, meer groen in de stad, betere communicatie en informatievoorziening, aandacht voor mantelzorgers, meer activiteiten voor jeugd en het behoud van belangrijke buurtplekken. Daarnaast werd benadrukt dat omkijken naar elkaar, laagdrempelige ontmoetingsplekken en samenwerking tussen inwoners en gemeente cruciaal zijn.

Kinderparticipatie Het is belangrijk dat kinderen en jongeren hun mening mogen geven over zaken die hen aangaan. Dit staat in artikel 122 van het Kinderrechtenverdrag. We willen dan ook serieus luisteren naar wat een kind te zeggen heeft en hen zo goed mogelijk betrekken bij beslissingen die hen aangaan. Dit doen we als gemeente vaak als we een nieuwe speeltuin willen aanleggen. In 2025 deden we dit ook bij twee grotere trajecten: de visie op de Sociale Basis tijdens het event Goes bezig voor Jou en bij het maken van de Dorpsvisies. En uiteraard noemen we hier ook het kindercollege. Speeltuinen In Eindewege vormen we de speelplek om naar een meer natuurlijke speelplek met minder toestellen. Aan alle kinderen in Eindewege vroegen we om in een lege plattegrond hun ideeën en wensen te tekenen. Tijdens een middag in het Arendshuis mochten ze hun plan toelichten en daarna aten we samen. De ideeën namen we mee in het ontwerp. De nieuwe speelplek komt er eind december 2025. In Kloetinge konden kinderen voor de herinrichting van de speelplek Oostmolenpark en de Jachthuisstraat stemmen op één van de drie ontwerpen. De Vereniging Dorpsbelangen Kloetinge inventariseerde de wensen en behoeften van de kinderen en hun ouders. Beide speelplekken zijn in 2025 aangelegd.

2. Kinderrecht 12: Luisteren naar de mening van kinderen | UNICEF

8

De Stamperiusschool in Wilhelminadorp nam het initiatief om samen met alle leerlingen na te denken over de toekomst van hun dorp en vooral over de speelplek. Alle kinderen van groep 1 t/m 8 maakten een tekening, plattegrond of knutselwerk van speeltoestellen die ze graag willen. En er was een echte tentoonstelling waarvoor ze de ouders en ook de gemeente uitgenodigden. In elke klas konden de kinderen duidelijk vertellen wat ze graag willen en ook hoe ze het liefst spelen. Ze tekenden klimhuisjes, kabelbanen, waterspeelplekken en een klauterparcours. Maar ook schommels, duikelrekken en glijbanen. Na de slotpresentatie kreeg de wethouder alle plannen mee. Die ideeën gebruiken we bij het ontwerp van een nieuwe speelplek, maar komen ook terug in de Dorpsvisies. Een mooi voorbeeld waarbij we een participatietraject met kinderen zelfs dubbel kunnen inzetten! Tot slot organiseerden we in Goes Oost een stemfeestje voor de kinderen bij de speelplek ’t Puttertje. De kinderen uit de buurt konden die middag (en later die week ook op school) hun stemformulier in de stembus doen. Zo konden zij kiezen welk speeltoestel er komt in plaats van de voetbalkooi. Dit nieuwe toestel is inmiddels neergezet. Verder gaven de kinderen uit de buurt van de speelplek Hertogenhof/ Prinsenhof input voor de inrichting. Er zijn nu twee ontwerpen waaruit ze kunnen kiezen.

Goes bezig voor jou Kinderen deden mee aan activiteiten waarbij ze een superheld maakten die bijdraagt aan de sociale basis. Ook gaven ze hun mening over zinvolle activiteiten in de buurt. De kinderen willen vooral plekken waar iedereen mee kan doen en waar je anderen kunt ontmoeten. Ze maken zich zorgen om mensen die eenzaam zijn of thuis weinig hebben. Ze stemden op ideeën zoals samen eten in de buurt, feestjes voor kinderen die dat thuis niet kunnen vieren, sportdagen voor iedereen en extra hulp op school. Ze vinden het belangrijk dat niemand wordt buitengesloten en dat iedereen gelijke kansen krijgt. Dorpsvisies In de zomervakantie sloten we aan bij de Kindervakantieweken in Wolphaartsdijk en Oud-Sabbinge. Op grote kleurplaten tekenden 30 kinderen hun droom voor de toekomst van het dorp. De meeste kinderen zijn nu al blij met wat er is. Hun dorp voelt fijn en compleet. Ze spelen graag met elkaar buiten en vinden dat er veel leuks te doen is. Maar als je mag dromen, is een openbaar zwembad of zelfs een waterpark met glijbanen op het Veerse Meer wel gaaf! Ook bezochten we de Kindervakantieweken in ’s-Heer Arendskerke en Eindewege. Tussen het huttenbouwen door, praatten 30 kinderen over hun droom voor het dorp. ’s-Heer Arendskerke voelt voor hen als een rustige, groene plek waar je fijn kunt spelen. Dat gebeurt nu vooral in hun eigen tuin.

Dus het zou leuk zijn als er ook in het dorp gezellige ontmoetingsplekken zijn en een winkeltje waar je iets lekkers kunt halen om samen op te eten tijdens een picknick. Kindercollege In Goes is er ook een kindercollege. Dit college valt onder de onafhankelijke stichting Goes marketing en daar weer onder de werkgroep Goes Kinderstad. Dit college heeft één keer per jaar een lunchoverleg met het college en bestaat uit 3 leden. In dit overleg delen zij hun doelen en wensen met het college. Op 22 oktober gaven ze aan zich graag in te zetten voor het samen met de wethouder organiseren van een (korfbal)toernooi of het vergroenen en inclusiever maken van school- en speeltuinen.

9

5

Hoe in gesprek? De methode en de vorm Er zijn veel verschillende manieren om inwoners te betrekken: online of in het echt, één keer of vaker, op een simpele of uitgebreide manier, één op één of in een grote groep, enzovoorts. Deze stap hangt nauw samen met de stappen 3 en 4. Over welke vragen ga je in gesprek, met wie en op welke manier? De meeste projectleiders maken een uitgebreide stakeholderanalyse in de vorm van een matrix waarin de stappen 3, 4 en 5 samenkomen. Ook proberen we altijd een mix van methodes in te zetten. Zo hebben inwoners meer dan één manier om mee te praten en denken. We zagen dit goed bij het maken van de mobiliteitsvisie. Deze visie laat zien hoe we het verkeer in de toekomst willen organiseren en verbeteren. Dit gaat over veel gebruikers en soorten vervoer. Daarom gebruikten we een mix van methodes om zoveel mogelijk inwoners te bereiken én te betrekken. De middelen waren: 1. Een digitale enquête op Goes praat mee: maar liefst 470 respondenten gaven input op Goes praat mee. Deze grote respons kwam door een social media campagne en de hulp van samenwerkingspartners die de oproep verspreidden. 2. Pop up: Op 2 strategische (drukke) plekken in de gemeente stonden we met een koffie(food)truck. Dit trok de aandacht: we spraken op een laagdrempelige manier 130

voorbijgangers. We stelden enkele open vragen lieten mensen op een kaartafbeelding van Goes een exacte locatie positief of negatief pin-pointen. Dit gebeurde op de marktdag op dinsdagmiddag (Grote Markt) en ’s avonds bij Sportpark ’t Schenge. 3. Focusgroepen: na de enquête en de Pop up was er een focusgroep over ‘vervoersarmoede’. Maar liefst 113 geïnteresseerden wilden meedoen, maar er was plaats voor 10 personen. De 103 anderen nodigden we uit de bewonersavond. 4. Bijeenkomsten met belangengroepen: We spraken met meerdere groepen in aparte bijeenkomsten en/of afspraken. Denk aan ondernemers en dorpsverenigingen, de fietsenbond, het OOG, de seniorenvereniging (Bondenberaad Groot Goes). 5. Gesprekken met regiopartners: We overlegden met buurgemeenten, provincie, Rijkswaterstaat en met de ZLTO. 6. Informatiecarrousel gemeenteraad: Tijdens de informatiecarrousel op 15 mei 2025 namen we de gemeenteraad mee in de plannen en konden zij hun opvattingen meegeven. 7. Bewonersavond: Tijdens het event ‘Goes bezig voor jou’ van 10 tot en met 12 juni konden inwoners hun mening geven over de plannen.

10

6

Na het gesprek Evalueren en vervolg Participatie stopt niet na het gesprek of na besluitvorming. Soms heeft een project een duidelijk begin en een eind, maar soms ook niet. Ook na het gesprek moeten we letten op belangrijke momenten in de uitvoering en hoe we deelnemers daarbij betrekken. Dit vraagt onder meer om met de deelnemers zelf het proces te evalueren en vragen hoe ze op de hoogte willen blijven van een vervolg. We zien in de meegenomen trajecten in deze evaluatie dat we deze stap nog niet goed uitvoeren. Vaak vergeten we de evaluatie of maken we geen goede afspraken over het vervolg. Dit moet zeker beter en pakken we in 2026 op.

Overheidsparticipatie Overheidsparticipatie betekent dat de overheid (in dit geval de gemeente) zich aansluit bij initiatieven die uit de samenleving komen. Bijvoorbeeld vanuit een inwoner, een buurtinitiatief of een maatschappelijke organisatie. Kenmerkend aan overheidsparticipatie is dat de gemeente een ondersteunende, faciliterende en gelijkwaardige rol aanneemt. Ze stuurt niet en neemt de initiatieven niet over.

In ons beleid en verordening is het uitgangspunt dat overheidsparticipatie is gericht op het creëren van maatschappelijke meerwaarde. In de verordening zijn we helder over de criteria waaraan een voorstel moet voldoen en wanneer we dit toekennen en/of afwijzen. De praktijk is echter weerbarstiger. In het afgelopen jaar werkten we daarom aan een duidelijke leidraad voor ons beleid en verordening, net als bij inwonerparticipatie. Initiatief in de Goese Polder In een eerste stap deed het Instituut Publieke Waarden in de Goese Polder een klein participatief actieonderzoek om te kijken waar overheidsparticipatie wel kan slagen. Dit actieonderzoek begon met gesprekken en bijwonen van relevante bijeenkomsten. Daarna volgden we een buurtinitiatief. Hoe dat ging, is hier te zien: https://m.youtube.com/watch?v=AP4Ok8NpITg

11

Inwonerparticipatie draait om het betrekken van inwoners bij gemeentelijke plannen en initiatieven. Overheidsparticipatie gaat erom hoe de gemeente zelf deelneemt aan of ondersteunt bij initiatieven die vanuit de gemeenschap komen. Dit versterkt de kracht van de gemeenschapen benut lokale oplossingen, vaak vanuit ervaring met maatschappelijke vraagstukken. Uit dit voorbeeld, onze eigen ervaringen en wat wijk- en dorpsverenigingen zeggen, merken we samen (inwoners en ambtenaren) dat burgerinitiatieven in Goes vaak lang duren binnen de gemeentelijke organisatie. Bureaucratie zorgt voor obstakels en succes hangt soms te veel af van individuele ambtenaren. Wijkcontactpersonen van de gemeente zijn nu vooral ‘doorgeefluik’, en hebben beperkt beslissingsruimte en tijd. Buurkracht Een tweede ervaring is de pilot ‘Buurkracht’ in Kloetinge. Buurkracht helpt bewoners en gemeenten om samen buurten duurzamer, zorgzamer, groener, veiliger, mooier en gezelliger te maken3. Door begeleiding brengen ze buurten van onderop in beweging en zitten daarmee op het snijvlak van inwoner en overheidsparticipatie. We zien dat de pilot, juist door het aansluiten bij het initiatief van inwoners zelf, concrete resultaten oplevert en verbinding op gang brengt in de buurt. Dat is mooi! Tegelijk staan we als gemeente in deze fase ook op afstand, waar we eigenlijk meer verbinding wensen.

Dit komt deels door de opzet en ook deels om dat we zelf als gemeente nog lerende zijn. Hoe we onze rol als gemeente in de driehoek met een externe partij en inwoners beter vorm kunnen geven willen we graag meenemen in een volgende stap.

Volgende stap Uit beide voorbeelden blijkt dat we de manier waarop we nu omgaan met overheidsparticipatie kunnen verbeteren. De ervaringen zijn nu vooral uit één wijk en één dorp. Daarom willen we in een vervolgstap juist verschillende gemeenschappen betrekken. Zo zien we de kracht als de knelpunten van overheidsparticipatie. De gemeente Goes wil daarom onderzoeken hoe overheidsparticipatie nu gaat, hoe inwoners dit ervaren en wat nodig is om dit verder te professionaliseren en structureel te verankeren in de organisatie. Met het onderzoek willen we een breed en representatief beeld krijgen van de praktijk. We letten bewust op de diversiteit binnen de gemeente: van de stad tot de zes dorpskernen, van centrumwijken tot meer landelijke gebieden. We nemen daarin nadrukkelijk(er) mee welke werkzame praktijken (en goede voorbeelden) er zijn, in Goes en vergelijkbare gemeenten. Zo kunnen we overheidsparticipatie structureel, professioneel en toekomstgericht inrichten. Bijvoorbeeld in een leidraad en afwegingskader. De eerste resultaten van die stap delen we begin 2026 met de raad. Kleine hulp, groot resultaat Betekent dit dat we dan nu niks doen? Nee, zeker niet! Ook nu al sluiten we graag aan bij initiatieven waar dit kan. Zie onderstaand bericht uit Kattendijke. Daar startten inwoners een initiatief voor een beweeggroep en vroegen ons om hulp.

De gemeente hielp hen daarbij op weg door het in contact brengen met een commerciële aanbieder. Kleine hulp, groot resultaat!

Hallo Marjolein, Even een informeel berichtje uit Kattendijke. Het beweeggroepje loopt goed tot nu toe. Ilona en ik hebben er zelf ook aardigheid in en de deelnemers tot nog toe ook. Een foto ter illustratie en kom gerust eens meedoen! Bedankt voor de ondersteuning ! Groet van Ilona en Bea uit Ka ttendijke Donderdag om 14.00 uur 3. Buurkracht: de grootste kracht van Nederland!

12

Geleerde lessen Samen ontdekken en leren we Participatie vraagt vaak om een nieuwe manier van werken en een andere basishouding. Hier hoort bij dat we de ruimte hebben om nieuwe dingen uit te proberen en fouten te maken. Zo blijven we als gemeente continue leren en groeien. Inwonerparticipatie Sinds 1 januari 2025 is de Wet participatie decentraal niveau van kracht. Voor deze datum hadden wij ons beleid en verordening op orde wat met recht een prestatie genoemd mag worden. Tegelijk maakt dit het ook nog ‘vers’. In december 2024 stelden we ons nieuwe beleid vast, vanaf februari 2025 introduceerden we onze gereedschapskist in en met de teams. Eigenlijk zijn we dus nog maar een half jaar onderweg. In dat half jaar zien we dat 5 van de 6 stappen uit onze leidraad goed verlopen. Daar kunnen en mogen we trots op zijn. Veel trajecten zijn immers niet nieuw, maar al in gang gezet vóór december 2024. We kunnen concluderen dat we goed op weg zijn en zien zeker ook geleerde lessen: • We evalueren participatietrajecten nog onvoldoende. Dit moeten we beter gaan regelen. Participatie stopt immers niet na een besluit, maar is een voortdurend proces. • We moeten alert blijven op tijdige en duidelijkere communicatie en het maken van goede afspraken daarover.

Aangegeven wordt dat inwoners hopen dat de ideeën ook daadwerkelijk tot actie leiden of dat we, als iets onverhoopt nog niet direct tot actie kan leiden, duidelijker zijn in hoe het vervolgproces verloopt en wanneer participanten weer door ons geïnformeerd worden. • We bereiken nog niet iedereen. Sommige mensen ervaren het registreren op het platform Goes Praat Mee als een drempel om mee te denken.

Overheidsparticipatie Het afgelopen jaar hebben we belangrijke stappen gezet richting een meer transparant, inclusief en samenhangend participatiebeleid. Met het beleidskader Inwoner- en overheidsparticipatie (oktober 2024), de participatieverordening en leidraad ‘Het Goese gesprek’ formuleerden we kaders en uitgangspunten om inwoners actief te betrekken bij beleid, plannen en projecten. Inwonerparticipatie wordt daarmee steeds meer als vanzelfsprekend gezien. Er is groeiende aandacht voor laagdrempelige communicatie, representativiteit en het opbouwen van duurzame relaties tussen overheid en samenleving. Tegelijk zoeken we nog naar manieren om zelf actiever en responsiever mee te doen met wat er al leeft in de samenleving: overheidsparticipatie. Cultuuromslag Participatie door gemeenten is niet nieuw. Toch werd pas in 1992 inspraak verankerd in de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Algemene wet bestuursrecht4. Daarmee verviel de vrijblijvendheid en werden (lokale) overheden verplicht om te werken met een inspraakverordening. Na verloop van tijd groeide het besef dat de betrokkenheid van bewoners verder kan en soms moet gaan dan alleen inspraak bij de voorbereiding van beleid. Daarom is er de ‘Wet versterking participatie decentraal niveau’. Deze wet zorgt ervoor dat inwoners meer invloed krijgen ook tijdens en na beleid, en niet alleen in de voorbereiding.

Deze wet wil een verandering in de manier van werken en borgt deze ook. In de praktijk zien we die cultuuromslag ook. Met ‘Het Goese gesprek’ geven we inwoners een duidelijke rol en zijn we helder hoeveel ruimte ze krijgen. Ook kiezen we er bewust voor om te blijven leren en ruimte te geven aan deze verandering. Dit vraagt niet alleen iets van onze inwoners maar ook van onszelf in de driehoek politiek (gemeenteraad) – bestuurlijk (college) en ambtelijk (ambtenaren gemeente Goes). Leren en ruimte geven aan de cultuuromslag kan soms op gespannen voet staan met een toezichthoudende en/of wettelijke taak.

4. Van inspraakverordening naar participatieverordening (1992) | Kennisknooppunt Participatie.

13

Vervolg 2026 en verder Vernieuwen en ontwikkelen Participatie is constant in ontwikkeling. We willen daarin meegaan waar dit past bij de Goese ambitie en werkwijze. We hebben oog voor innovatieve participatiemethodes en durven deze uit te proberen. Daarbij blijft het vraagstuk altijd leidend. We werken naast de participatieleidraad ‘Het Goese Gesprek’ met een praktische gereedschapskist. Die blijven we aanvullen met nieuwe en bestaande manieren om inwoners te betrekken en met hen samen te werken. In lijn met deze tekst uit ons beleidskader stellen we onszelf, naast blijvende doorontwikkeling en borging in de (ambtelijke) organisatie, de volgende doelen:

1. We gaan inzetten op een grotere representatie van inwoners: we willen een zo representatief mogelijke groep inwoners bereiken, in het bijzonder ook mensen die niet meedoen aan traditionele participatietrajecten. Hierbij spelen we in op groepen in de samenleving die bijvoorbeeld het online platform Goes Praat Mee niet weten te vinden of daar de drempel ervaren, maar denk ook aan participatie van jongeren. 2. We leveren in 2026, in lijn met ons beleid, een afwegings- en handelingskader voor overheidsparticipatie op. Hierin leggen we nadrukkelijk de relatie met dienstverlening en geven we een antwoord op hoe we initiatieven uit de samenleving ondersteunen en creëren we eenduidigheid in handelen. Dit doen we door afspraken te maken over waar het initiatief op de juiste plek in onze organisatie binnenkomt en wanneer we wel of niet een rol voor de gemeente zien bij een initiatief vanuit de samenleving. In dit kader nemen we specifiek een route voor het uitdaagrecht op (Right to challenge). 3. We zetten proactief in op innovatieve vormen van participatie. We zien in het land mooie initiatieven ontstaan zoals het Huis van Actief Burgerschap of de vorming van Participatiehubs. We willen deze ontwikkelingen niet alleen volgen, maar in 2026 ook uitproberen.

14

2025 – Gemeente Goes Auteur: Tamara Klaassen i.s.m. Annique Elenbaas,

Met dank aan: Joan Veldhuizen (wethouder), Tom de Landmeter, Caroline Bin, Harmke

Jacoliene van Weele en Marijn Riemens

Kooman, Igor Quik, Emiel de Vis, Helen Roskam, Dini Osté, Tom de Koning, Lieke

Vormgeving en lay-out: Yann Sinke, Buro Cinq

Rovers, Anne-Maaike van Tiggele, Marjolein Zevenbergen en Sheila van Berkel.

Stadskantoor

Postadres

T 14 0113

M.A. de Ruijterlaan 2

Postbus 2118

E stadskantoor@goes.nl

4461 GE Goes

4460 MC Goes

www.goes.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16520164/1