2026-017 Nota van Antwoord op ontwerp NPRD
Tekst van het document
van voertuigbewegingen. Ook wordt bij de ruimtelijke inpassing rekening gehouden met ecologische waarden. Waar mogelijk worden mitigerende maatregelen getroffen om verstoring van natuur te voorkomen of te beperken. Het aantal weergeven woningen in de tabellen van het achtergrondrapport is foutief. Het gaat om 20 gebouwen die geregistreerd zijn in het BAG, maar het gaat inderdaad om 9 woningen in planMER deel A en B. Dit wordt aangepast in de tabel. Defensie begrijpt de zorgen over de technische en waterhuishoudkundige uitdagingen bij bouwen in (zeer) diepe polders met zware klei en hoge grondwaterstanden. De opmerkingen over funderingscomplexiteit, hogere kosten en langere doorlooptijden worden serieus genomen. Bij de locatiekeuze voor de nieuwe kazerne zijn meerdere alternatieven tegen elkaar afgewogen. Daarbij zijn ook bodemgesteldheid, waterhuishouding en bouwtechnische haalbaarheid meegenomen. De genoemde factoren hebben niet geleid tot een andere uitkomst van deze afweging. De gevolgen voor bouw en onderhoud worden meegenomen in de verdere uitwerking van het ontwerp en de planning. Daarbij wordt gestreefd naar een robuuste en toekomstbestendige inrichting van de locatie. Defensie begrijpt dat er zorgen kunnen ontstaan over de ligging van het terrein en de mogelijke gevolgen voor veiligheid, bereikbaarheid en milieu.
Bij de locatiekeuze is een zorgvuldige afweging gemaakt tussen verschillende factoren, waaronder militaire bruikbaarheid, waterveiligheid, ruimtelijke inpassing en bestaande infrastructuur. Uit deze afweging blijkt dat deze locatie, ondanks de ligging onder NAP, het meest kansrijk is voor de Kazerne voor Ondersteunende Eenheden. Bij de verdere uitwerking wordt uiteraard rekening gehouden met de geldende
Gezonde en veilige leefomgeving
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Klimaatadaptatie
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Klimaatadaptatie
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Pagina 50 van 863
Definitief | 19-12-2025
89
De indiener wijst erop dat een kazerne onder NAP in tijden van conflict een makkelijk doelwit kan zijn en vraagt om strategische onderbouwing voor de locatiekeuze en vraagt zich af hoe inwoners, dieren en bedrijven worden beschermd bij een aanval of dijkdoorbraak.
90
De indiener vraagt zich af of oefenen verantwoord is bij hevige regenval en hoge grondwaterstanden en verzoekt om nadere onderbouwing en onderzoek.
91
De indiener stelt voor om het perspectief ‘water en bodem sturend’ expliciet bij de onderzoeken te betrekken, inclusief emissies op het watersysteem.
wet- en regelgeving. Risico’s op het gebied van waterveiligheid, geluid en leefomgeving worden waar nodig nader onderzocht en beperkt. Defensie begrijpt dat er zorgen kunnen ontstaan over de ligging van het terrein en de mogelijke gevolgen voor veiligheid, bereikbaarheid en milieu. Bij de locatiekeuze is een zorgvuldige afweging gemaakt tussen verschillende factoren, waaronder militaire bruikbaarheid, waterveiligheid, ruimtelijke inpassing en bestaande infrastructuur. Uit deze afweging blijkt dat deze locatie, ondanks de ligging onder NAP, het meest kansrijk is voor de behoefte concentreren en versterken ondersteunende eenheden. Bij de verdere uitwerking wordt uiteraard rekening gehouden met de geldende wet- en regelgeving. Risico’s op het gebied van waterveiligheid, geluid en leefomgeving worden waar nodig nader onderzocht en beperkt. Defensie begrijpt dat er zorgen kunnen ontstaan over de ligging van het terrein en de mogelijke gevolgen voor veiligheid, bereikbaarheid en milieu. Bij de locatiekeuze is een zorgvuldige afweging gemaakt tussen verschillende factoren, waaronder militaire bruikbaarheid, waterveiligheid, ruimtelijke inpassing en bestaande infrastructuur. Uit deze afweging blijkt dat deze locatie, ondanks de ligging onder NAP, het meest kansrijk is voor de behoefte concentreren en versterken ondersteunende eenheden.
Bij de verdere uitwerking wordt uiteraard rekening gehouden met de geldende wet- en regelgeving. Risico’s op het gebied van waterveiligheid, geluid en leefomgeving worden waar nodig nader onderzocht en beperkt. In het planMER was "water en bodem sturend" een van de beoordelingscriteria. De keuze voor een locatie is gebaseerd op een brede afweging van ruimtelijke, operationele en maatschappelijke factoren. Bij uitwerking van een inrichtingsvoorstel in de
Klimaatadaptatie
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Klimaatadaptatie
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Klimaatadaptatie
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Pagina 51 van 863
Definitief | 19-12-2025
92
De indiener verzoekt om actuele gegevens (bijv. de meest recente bodemdalingskaart) te gebruiken en de gevolgen daarvan in onderzoek mee te nemen.
93
De indiener geeft aan dat de locatiekeuze mogelijk strijdig is met beleidsuitgangspunten (zoals de Nota Ruimte/criteria voor diepe polders) en vraagt om een toelichting.
94
De indiener uit kritiek op de transparantie en communicatie rond plannen, betwist klimaatuitgangspunten en vraagt om publieke verantwoording.
vervolgfase zal water en bodem sturend wederom een leidend principe zijn en zullen de relevante partners voor het water- en bodemsysteem, zoals waterschap en Rijkswaterstaat, in een vroeg stadium worden betrokken. Bij de uitwerking van de kazerne in de vervolgfase zullen wij de meest actuele gegevens gebruiken als we op basis van een concreet inrichtingsvoorstel de effecten op bijvoorbeeld bodemdaling onderzoeken. Defensie heeft zorgvuldige afstemming gezocht met andere ministeries en Rijksprogramma's, waaronder de Nota Ruimte. De keuze voor een locatie is gebaseerd op een brede afweging van ruimtelijke, operationele en maatschappelijke factoren. Bij uitwerking van een inrichtingsvoorstel in de vervolgfase zal water en bodem sturend wederom een leidend principe zijn, en zullen de relevante partners voor het water- en bodemsysteem, zoals waterschap en Rijkswaterstaat, in een vroeg stadium worden betrokken. De uitgangspunten binnen het NPRD en ook de uitbreiding van Defensie sluiten daarmee aan bij de beleidsuitgangspunten van het Rijk. De uitbreiding van Defensie is op zijn beurt ook opgenomen in de Nota Ruimte. Defensie onderschrijft het belang van tijdige communicatie en een transparant proces en neemt de kritiek van indiener op het proces tot nu toe serieus. Voor wat betreft de klimaatuitgangspunten geldt dat de Commissie MER als onafhankelijk orgaan het planMER getoetst.
Daarbij wordt zowel gekeken naar de aanpak, het detailniveau, de kwaliteit van de informatie en gevonden en beargumenteerde conclusies. Uit dit toetsingsadvies blijkt niet dat Defensie onjuiste aannames en gegevens in het planMER over het klimaat heeft opgenomen. Wel geeft de Commissie MER aan Defensie
Klimaatadaptatie
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Klimaatadaptatie
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Klimaatadaptatie
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Pagina 52 van 863
Definitief | 19-12-2025
95
De indiener vraagt of ophoging nodig is en zo ja, hoeveel meter om de beoogde bebouwing waterveilig te kunnen realiseren.
96
De indiener vraagt zich af hoe er specifiek voor het landelijk gebied rekening wordt gehouden thema's zoals water, bodem en klimaat.
97
De indiener maakt zich zorgen over onomkeerbare aantasting van de kernkwaliteiten van het gebied, waaronder openheid, biodiversiteit en infrastructuur door de schaal en aard van de kazerne.
mee dat de risico’s van klimaatverandering meer navolgbaar in de locatiekeuzes moet worden verwoord/meegenomen. Klimaat krijgt dan ook, net als andere belangen, aandacht in het vervolgtraject van het NPRD. Ook in het vervolgproces is nog steeds het streven naar een transparant en navolgbaar proces mede in het licht van publieke verantwoording. Defensie begrijpt de zorgen over bouwtechnische uitdagingen in diepe polders. Bij de locatiekeuze zijn meerdere alternatieven afgewogen. De genoemde bodemomstandigheden hebben niet geleid tot een andere uitkomst van deze afweging. Er zijn op dit moment geen plannen om het terrein op te hogen; daar wordt geen noodzaak toe gezien. Bouwen waterhuishoudkundige maatregelen worden meegenomen in de verdere uitwerking van het ontwerp. Defensie begrijpt de vraag hoe bij de ontwikkeling van de kazerne rekening wordt gehouden met thema’s zoals water, bodem en klimaat, specifiek in het landelijk gebied. Deze thema’s zijn van groot belang en vragen om extra aandacht in de vervolgfase van het project. De zienswijze onderstreept het belang van deze aanpak en wordt meegenomen in het vervolgproces. Defensie begrijpt de zorgen over mogelijke aantasting van de kernkwaliteiten van het gebied, zoals openheid, biodiversiteit en de bestaande infrastructuur.
De schaal en aard van de kazerne betekenen een ingrijpende ruimtelijke verandering, en dat vraagt om zorgvuldigheid. Defensie erkent de landschappelijke waarde van het gebied en houdt hier bij het ontwerp nadrukkelijk rekening mee, net zoals bij thema’s als natuur en mobiliteit. De kazerne zal leiden tot meer vervoersbewegingen en ruimtelijke druk, maar Defensie streeft naar een inpassing die de omgeving respecteert en waar mogelijk versterkt.
Klimaatadaptatie
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Klimaatadaptatie
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Landschap en erfgoed
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Pagina 53 van 863
Definitief | 19-12-2025
98
De indiener maakt zich zorgen om de archeologische waarden en vindplaatsen in het gebied en vraagt om KNA-conform archeologisch onderzoek met publieksparticipatie en bescherming van cultuurhistorische waarden in relatie tot het landschap.
99
De indiener vraagt zich af hoe terreinophoging zich verhoudt met de openheid en natuurlijke hoogteverschillen in het landschap en stelt voor om ontgravingen en ophogingen zoveel mogelijk te vermijden bij de inrichting van het terrein.
100
De indiener geeft aan dat de grootschalige ontwikkeling afbreuk doet aan het open polderlandschap, de ruimtelijke kwaliteit en de identiteit van het gebied en vraagt zich af of dit meegenomen wordt.
101
Indiener geeft aan negatieve effecten te verwachten, op zowel ruimtelijk als sociaal vlak.
Samen met lokale en regionale partijen wordt gewerkt aan een gebiedsproces waarin alle opgaven zoals inpassing, natuur en infrastructuur een plek krijgen. De zienswijze onderstreept het belang van deze integrale benadering en wordt meegenomen in het vervolgproces. In de vervolgfase zal het plan in een gebiedsproces op transparante wijze verder uitgewerkt worden in een inrichtingsvoorstel met aandacht voor landschappelijke inpassing en cultuurhistorische waarden. Op basis van dit concrete inrichtingsvoorstel zal verdiepend archeologisch onderzoek plaatsvinden. Defensie begrijpt de zorg over het effect van terreinophoging op de openheid en natuurlijke hoogteverschillen in het landschap. De wens om ontgravingen en ophogingen zoveel mogelijk te vermijden bij de inrichting van het terrein is duidelijk en wordt serieus genomen. Bij het ontwerp en de inrichting van nieuwe locaties wordt gestreefd naar een ruimtelijke inpassing die zoveel mogelijk aansluit bij de bestaande landschappelijke kenmerken. In het planMER zijn de alternatieven onderling vergeleken op het criterium landschap. Hierbij wordt voor alle locaties een negatief effect voorzien, omdat zij in open polderlandschap liggen. Bij de uitwerking van het inrichtingsvoorstel in de volgende fase is de landschappelijke inpassing een belangrijk aandachtspunt.
In het gebiedsproces wordt ruimte gemaakt om daarin met ons mee te denken. Defensie erkent de zorg over ruimtelijke en sociale gevolgen. Bij het concentreren van ondersteunende eenheden wordt nadrukkelijk gekeken naar de impact op de omgeving. In het Ontwerp-NPRD zijn maatregelen opgenomen om hinder te beperken. De zienswijze wordt meegenomen bij het verder uitwerken van deze maatregelen in
Landschap en erfgoed
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Landschap en erfgoed
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Landschap en erfgoed
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Landschap en erfgoed
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Pagina 54 van 863
Definitief | 19-12-2025
102
Indiener maakt zich zorgen om de leefomgeving van omwonenden en recreanten die gebruik maken van het gebied en geeft aan dat de komst van Defensie niet ten koste mag gaan van lokale (duurzaamheids)ambities en ontwikkelingen.
103
Indiener vraagt zich af of de impact van activiteiten zoals mobiliteit, lichtemissies en geluid op omringende gebieden met landschappelijke waarden (zoals Arkemheen en Veluwerandmeren) ook is meegenomen. De indiener stelt dat de bestaande infrastructuur kwetsbaar en ontoereikend is (smalle wegen, beperkte invalswegen) en dat intensivering zonder forse investeringen onverantwoord is.
104
overleg met regionale partners. Defensie begrijpt de zorgen over de impact van de kazerne op de leefomgeving van omwonenden en recreanten en andere ruimtelijke ontwikkelingen. Defensie streeft naar een zorgvuldige inpassing van de kazerne, waarbij de omgeving niet alleen wordt ontzien, maar waar mogelijk ook wordt versterkt. In de vervolgfase van het project wordt nadrukkelijk rekening gehouden met bestaande functies en belangen in de regio. Deze gebieden liggen op grotere afstand en ondervinden geen noemenswaardige impact door de behoefte concentreren en versterken ondersteunende eenheden. Het aspect mobiliteit is als onderdeel onderzocht in het planMER. Daarbij is vastgesteld dat de komst van de nieuwe kazerne leidt tot een beperkte verslechtering van de bestaande verkeerssituatie. De druk op de infrastructuur neemt bovendien verder toe door andere ruimtelijke ontwikkelingen in de regio, zoals de woningbouwopgave. Om die reden is mobiliteit als aandachtspunt opgenomen in het NPRD. Defensie onderkent de zorgen over structurele verkeersknelpunten, zoals bij knooppunt Hoevelaken, de N301/N305 en de Nijkerkerbrug. Deze zorgen worden serieus genomen. Defensie werkt samen met de regio welke randvoorwaarden nodig zijn met betrekking tot de mobiliteit en de doorstroming op aan- en afvoerwegen richting Flevoland.
Daarbij wordt ook gekeken naar uitstralingseffecten en ontwikkelingen in de naastgelegen provincies, zoals verkeer van en naar Nijkerk in combinatie met de intensivering van activiteiten in Stroe en Ermelo. Defensie zal naar aanleiding hiervan in gesprek gaan met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Landschap en erfgoed
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Landschap en erfgoed
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Mobiliteit
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Pagina 55 van 863
Definitief | 19-12-2025
105
De indiener maakt zich zorgen over de beperkte capaciteit, storingsgevoeligheid en openingsregimes van de Nijkerkerbrug/sluis; nu al ontstaan files en met ~7.000 medewerkers en zwaar materieel dreigt een verkeersinfarct. Men vraagt om structurele oplossingen (verbreding/vaste brug/aquaduct) en wijst op neveneffecten voor Natura 2000 en de A28/A1.
106
De indiener geeft aan dat Zeewolde-Spiekweg en N301 nu al vaak vaststaan en dat lokale kruispunten in Nijkerk (o.a. Patroonstraat, Nijverheidsstraat, Watergoorweg, Amersfoortseweg) onvoldoende capaciteit en verkeersveiligheid bieden; men vraagt om concrete maatregelen, goede fasering en realistische verkeersverdeling voor de beoogde locatie.
107
De indiener wijst op bestaande filedruk op A28/A1 en het fileknooppunt Hoevelaken; extra verkeer door de kazerne en intensiveringen elders vragen om regionale maatregelen en afstemming (bv. met woningbouw) om verslechtering van de bereikbaarheid te voorkomen.
Het aspect mobiliteit is als onderdeel onderzocht in het planMER. Daarbij is vastgesteld dat de komst van de nieuwe kazerne leidt tot een beperkte verslechtering van de bestaande verkeerssituatie waaronder de Nijkerkersluis. De druk op de infrastructuur neemt bovendien verder toe door andere ruimtelijke ontwikkelingen in de regio, zoals de woningbouwopgave. Om die reden is mobiliteit als aandachtspunt opgenomen in het NPRD. Defensie onderkent de zorgen over de Nijkerkersluis. Deze zorgen worden serieus genomen. Defensie werkt samen met de regio welke randvoorwaarden nodig zijn met betrekking tot de mobiliteit en de doorstroming op aan- en afvoerwegen richting Flevoland. Defensie zal naar aanleiding hiervan in gesprek gaan met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het aspect mobiliteit is als onderdeel onderzocht in het planMER. Daarbij is vastgesteld dat de komst van de nieuwe kazerne leidt tot een beperkte verslechtering van de bestaande verkeerssituatie. Op delen van de betrokken trajecten is nu al sprake van verkeerscongestie. De druk op de infrastructuur neemt bovendien verder toe door andere ruimtelijke ontwikkelingen in de regio, zoals de woningbouwopgave. Om die reden is mobiliteit als aandachtspunt opgenomen in het NPRD. Defensie onderkent de zorgen over structurele verkeersknelpunten.
Samen met provincies en gemeenten in Flevoland en Gelderland, en andere verantwoordelijke partijen, werkt Defensie aan een robuust mobiliteitsplan. Het aspect mobiliteit is als onderdeel onderzocht in het planMER. Daarbij is vastgesteld dat de komst van de nieuwe kazerne leidt tot een beperkte verslechtering van de bestaande verkeerssituatie. Op delen van de betrokken trajecten is nu al sprake van verkeerscongestie. De druk op de infrastructuur
Mobiliteit
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Mobiliteit
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Mobiliteit
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Pagina 56 van 863
Definitief | 19-12-2025
108
De indiener stelt voor om OV substantieel te verbeteren: doortrekken Intercity Amersfoort–Nijkerk–Harderwijk (2×/uur) met keervoorziening Harderwijk, opwaarderen stations en een volwaardige hubfunctie; busverbindingen zijn nu ontoereikend en MER-teksten over frequenties zijn onjuist—er is behoefte aan een realistisch modal-splitplan om verkeer te verleggen van de weg naar OV/fiets.
109
De indiener stelt voor om (lease)autologistiek en parkeren te verplaatsen naar een locatie nabij de snelweg, zodat verkeersbewegingen op/naar het kazerneterrein verminderen en schaarse ruimte op het terrein vrijkomt.
110
De indiener bekritiseert de MER/planMER-onderbouwing: onjuist “huidig” basisjaar (2018), rekenen met 2030 i.p.v. 2040, te lage verkeersgeneratie en onduidelijke I/C-presentatie; gevraagd wordt om een robuuster, toekomstvast mobiliteitsonderzoek met passende modellen.
111
De indiener geeft aan dat Oosterwold (A27-ontsluiting) mobiliteit technisch toekomstbestendiger is en minder effecten heeft op lokale kernen en natuur; men vraagt om de keuze open te houden en beide locaties volledig en eerlijk te vergelijken.
neemt bovendien verder toe door andere ruimtelijke ontwikkelingen in de regio, zoals de woningbouwopgave. Om die reden is mobiliteit als aandachtspunt opgenomen in het NPRD. Defensie onderkent de zorgen over structurele verkeersknelpunten. Samen met provincies en gemeenten in Flevoland en Gelderland, en andere verantwoordelijke partijen, werkt Defensie aan een robuust mobiliteitsplan. Er is nog geen beeld van de wijze waarop de kazerne via het OV ontsloten wordt. Defensie ondersteunt de oproep om in te zetten op een robuuste OV-verbinding. In het gebiedsproces zullen de gesprekken hierover plaats gaan vinden. De MER concludeert dat met de huidige OVverbindingen in de nabijheid van de voorkeurslocatie, de werknemer in belangrijke mate afhankelijk zal zijn van de auto. Defensie streeft er wel naar de modal split te verbeteren. Defensie dankt de indiener voor de suggestie om autologistiek en parkeren te verplaatsen richting de snelweg. Deze suggestie wordt niet verder uitgewerkt, omdat Defensie op dit moment geen aanleiding ziet om deze functies los te koppelen van het kazerneterrein. Defensie heeft het enige bruikbare verkeersmodel van Flevoland gebruikt voor de analyses. Hierbij is het basisjaar wel 2018, maar is de huidige situatie op 2024 geent. De verkeersgeneratie is een worst-case aanname en dus nog hoog ingeschat, dit in verband met binnenslapers.
Echter, er is een aanvullend verkeersonderzoek uitgevoerd voor de Aanvulling van het planMER met een actueler model. In het planMER is op verschillende manieren inzichtelijk gemaakt hoe de locaties verschillen van elkaar. Ook de genoemde punten zijn daarin opgenomen. Het kabinet heeft de locatie ZeewoldeSpiekweg aangewezen als locatie voor deze behoefte.
Mobiliteit
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Mobiliteit
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Mobiliteit
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Mobiliteit
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Pagina 57 van 863
Definitief | 19-12-2025
112
113
De indiener stelt juist dat Oosterwold onvoldoende is ontsloten op hoofdassen, dat wegen smal zijn en agrarisch verkeer domineert; men vreest verkeersonveiligheid en extra druk op secundaire wegen. De indiener verwacht omvangrijke (dure) ingrepen—van verbredingen tot een nieuwe brug of aquaduct—en vraagt om de noodzaak, kosten, hinder en fasering vooraf helder te onderbouwen.
114
De indiener voorziet hinder voor campings en recreatieve voorzieningen door extra verkeer en bouwlogistiek en vraagt om mitigerende maatregelen en zorgvuldige routekeuze.
115
De indiener maakt zich in algemene zin zorgen over structurele toename van verkeer, meer files en afnemende bereikbaarheid en vraagt om randvoorwaarden en tijdige maatregelen vóór realisatie.
Defensie dankt de indieners voor de zienswijze. Het alternatief Oosterwold om meerdere redenen niet de voorkeursalternatief geworden.
Mobiliteit
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Defensie begrijpt de zorgen over de mogelijke omvang en kosten van infrastructurele ingrepen, zoals verbredingen, een nieuwe brug of een aquaduct. Ook de vragen over hinder en fasering zijn terecht en worden serieus genomen. In deze fase van het NPRD zijn nog niet alle maatregelen uitgewerkt. De noodzaak, kosten, uitvoerbaarheid en mogelijke overlast van infrastructurele aanpassingen worden in het vervolgtraject nader onderzocht. Defensie begrijpt de zorgen over mogelijke hinder voor campings en recreatieve voorzieningen door extra verkeer en bouwlogistiek. Bij de uitvoering van werkzaamheden wordt gestreefd naar het zoveel mogelijk beperken van overlast. De aanbeveling om mitigerende maatregelen te treffen en zorgvuldig om te gaan met routekeuze wordt meegenomen in de verdere uitwerking van het NPRD. Daarbij wordt ook afgestemd met lokale partijen. Het aspect mobiliteit is als onderdeel onderzocht in het planMER. Daarbij is vastgesteld dat de komst van de nieuwe kazerne leidt tot een beperkte verslechtering van de bestaande verkeerssituatie. Op delen van de betrokken trajecten is nu al sprake van verkeerscongestie. De druk op de infrastructuur neemt bovendien verder toe door andere ruimtelijke ontwikkelingen in de regio, zoals de woningbouwopgave. Om die reden is mobiliteit als aandachtspunt opgenomen in het NPRD.
Defensie onderkent de zorgen over structurele verkeersknelpunten. Samen met provincies en gemeenten in Flevoland en Gelderland, en andere verantwoordelijke partijen zoals het ministerie van Infrastructuur
Mobiliteit
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Mobiliteit
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Mobiliteit
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Pagina 58 van 863
Definitief | 19-12-2025
116
De indiener geeft aan dat specifieke knelpunten (zoals de Nijkerkerbrug en de Koningsweg) en de draagkracht van N- en rijkswegen eerst moeten worden aangepakt; waar nodig dient asfalt te worden vervangen door beton voor zwaar materieel.
117
De indiener maakt zich zorgen over aantasting en verstoring van nabijgelegen Natura 2000-gebieden (o.a. Polder Arkemheen en de Veluwerandmeren), door bouw- en gebruiksfase van de kazerne, extra verkeer (o.a. N301) en oefenactiviteiten (geluid/zicht/lichthinder), en vraagt om zorgvuldige passende beoordeling, mitigatie en/of heroverweging van de locatie.
118
De indiener geeft aan dat het gebied onderdeel is van het Natuurnetwerk Nederland en een cruciale verbindingszone vormt (o.a. Horsterwold, Stille Kern), en vreest versnippering en verlies van natuurwaarden; verzoekt behoud, inpassing buiten NNN-grenzen en een natuurinclusieve uitwerking.
en Waterstaat, werkt Defensie aan een robuust mobiliteitsplan. Het aspect mobiliteit is als onderdeel onderzocht in het planMER. Daarbij is vastgesteld dat de komst van de nieuwe kazerne leidt tot een beperkte verslechtering van de bestaande verkeerssituatie. Op delen van de betrokken trajecten is nu al sprake van verkeerscongestie. De druk op de infrastructuur neemt bovendien verder toe door andere ruimtelijke ontwikkelingen in de regio, zoals de woningbouwopgave. Om die reden is mobiliteit als aandachtspunt opgenomen in het NPRD. Defensie onderkent de zorgen over structurele verkeersknelpunten. Deze zorgen worden serieus genomen. Samen met provincies en gemeenten in Flevoland en Gelderland, en andere verantwoordelijke partijen zoals het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, werkt Defensie aan een robuust mobiliteitsplan en eventuele maatregelen. In het planMER en de Passende Beoordeling zijn aantasting en verstoring van Natura 2000-gebieden benoemd. De verwachting is dat dit alleen gaat om stikstofeffecten, overige effecten worden niet verwacht. Ten aanzien van stikstofdepositie geldt dat door verdwijnen van landbouwgrond er mogelijkheden zijn voor saldering als mitigerende maatregel (met inachtneming van de regelgeving hierbij). Dit is benoemd in de Passende Beoordeling en zal in een vervolgfase nader uitgewerkt worden.
Defensie begrijpt de zorgen over mogelijke versnippering van natuurwaarden en de impact op het Natuurnetwerk Nederland, waaronder belangrijke verbindingszones zoals het Horsterwold en de Stille Kern. In het NPRD is het belang van natuurcompensatie en ruimtelijke inpassing benoemd. In de vervolgfase wordt gekeken naar behoud van natuurwaarden,
Mobiliteit
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Natuur
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Natuur
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Pagina 59 van 863
Definitief | 19-12-2025
119
120
De indiener wijst op risico’s voor biodiversiteit en beschermde soorten (o.a. das, damhert, grutto) door habitatverlies, barrièrewerking (hekken/infrastructuur) en verstoring; vraagt gedegen ecologische onderbouwing, soortenonderzoek en herstelmaatregelen. De indiener waarschuwt voor lichthinder en nachtelijke verstoring van natuur en stilte, mede in relatie tot kwetsbare vogel- en zoogdiersoorten, en stelt voor lichtarme inrichting/maatregelen ter bescherming van donkerte.
121
De indiener vraagt zich af of de stikstofeffecten volledig en juist zijn berekend (bouw- én gebruiksfase), wijst op de positie van PAS-melders en beperkingen van (intern/extern) salderen, en pleit tegen uitzonderingsposities voor Defensie.
122
De indiener stelt voor om alternatieve locaties (o.a. Oosterwold, ’t Harde, Lelystad Airport, Ermelo/Stroe, Oostvaardersplassen) te verkiezen/onderzoeken vanwege minder natuurimpact en betere ontsluiting.
een natuurinclusieve uitwerking en het voorkomen van versnippering. Het planMER-onderzoek is gericht geweest op de locatiekeuze. Na het besluit van de Tweede Kamer eind 2025, volgt een gebiedsproces. De door de indiener opgebrachte punten worden dan verder onderzocht en uitgewerkt. Defensie begrijpt de zorgen over mogelijke lichthinder en nachtelijke verstoring van natuur en stilte, zeker in relatie tot kwetsbare vogel- en zoogdiersoorten. Deze zorgen worden serieus genomen. In de vervolgfase en in de gebruiksfase van de kazerne wordt, waar het kan, rekening gehouden met het beperken van lichthinder. Defensie streeft naar een inrichting die de duisternis zoveel mogelijk respecteert, bijvoorbeeld door het toepassen van lichtarme maatregelen en gerichte verlichting. Waar dit technisch en operationeel mogelijk is, worden deze maatregelen toegepast om negatieve effecten op natuur en omgeving te beperken. In het planMER en de Passende Beoordeling is stikstofdepositie beschouwd. Hierbij geldt dat door verdwijnen van landbouwgrond er mogelijkheden zijn voor saldering als mitigerende maatregel (met inachtneming regelgeving hierbij). Dit is benoemd in de Passende Beoordeling en zal in een vervolgfase nader uitgewerkt worden. Defensie heeft momenteel geen uitzonderingspositie.
Defensie waardeert het meedenken over de locatiekeuze voor de nieuwe kazerne en erkent de zorgen die zijn geuit over de impact op natuur, landschap, recreatie, inwoners en agrariërs. De keuze voor Zeewolde-Spiekweg is zorgvuldig tot stand gekomen. In het planMER zijn meerdere alternatieven onderzocht en vergeleken. Mede op basis van het planMER is Zeewolde-Spiekweg
Natuur
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Natuur
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Natuur
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Natuur
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Pagina 60 van 863
Definitief | 19-12-2025
123
De indiener stelt voor om natuurcompensatie en natuurinclusieve inpassing (bijv. via een Ecologische Samenwerkingsovereenkomst) primair binnen het defensieterrein te realiseren en geen extra landbouwgrond aan te spreken.
124
Indiener vraagt of het klopt dat zijn/haar pand net ten westen van het voorkeursalternatief voor de nieuwe kazerne is ingetekend voor een ecologische verbinding. De indiener verzoekt aan te geven hoe het natuurbelang wordt geborgd en hoe een bijdrage wordt geleverd aan de versterking van de recreatiefunctie.
125
126
De indiener vindt de locatiekeuze ongeschikt vanwege natuurvernietiging en/of andere redenen.
het voorkeursalternatief geworden. De concentratie van ondersteunende eenheden op één plek is noodzakelijk om de samenhang binnen de krijgsmacht te versterken. Dit draagt aan het versterken van de operationele capaciteiten. Defensie begrijpt de zorgen over mogelijke versnippering van natuurwaarden en de impact op het Natuurnetwerk Nederland, waaronder belangrijke verbindingszones zoals het Horsterwold en de Stille Kern. In het NPRD is het belang van natuurcompensatie en ruimtelijke inpassing benoemd. In de vervolgfase wordt gekeken naar behoud van natuurwaarden, een natuurinclusieve uitwerking en het voorkomen van versnippering. Defensie heeft geen plannen voor een ecologische verbinding buiten het ingetekende gebied van het Voorkeursalternatief. Defensie begrijpt de zorgen over het behoud van natuurwaarden en de wens om de recreatiefunctie in het gebied te versterken. Deze punten zijn belangrijk en worden meegenomen in de verdere uitwerking van het project. In het NPRD is natuurcompensatie als aandachtspunt opgenomen. Uit de planMER blijkt dat compensatie nodig zal zijn. In de vervolgfase wordt daarom nadrukkelijk aandacht besteed aan natuurcompensatie en ruimtelijke inpassing. De locatie biedt hiervoor voldoende ruimte, zodat negatieve effecten kunnen worden beperkt en waar mogelijk gecompenseerd.
Daarnaast wordt in de voorgenomen gebiedsgerichte aanpak ook gekeken naar bredere ruimtelijke opgaven, waaronder recreatie. Defensie begrijpt de zorgen over mogelijke versnippering van natuurwaarden en de impact op het Natuurnetwerk Nederland, waaronder belangrijke verbindingszones zoals het Horsterwold en de Stille Kern. In het Ontwerp-
Natuur
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Natuur
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Natuur
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Natuur
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Pagina 61 van 863
Definitief | 19-12-2025
127
De indiener waarschuwt voor het onomkeerbaar verlies van zeer vruchtbare poldergrond en de negatieve gevolgen daarvan voor voedselzekerheid en duurzaamheid.
128
De indiener geeft aan dat aanwezige campings, het Scoutinglandgoed, stranden en recreatieve rust en routes (o.a. randmeren/Horsterwold/Stille Kern) ernstig zal worden aangetast.
129
De indiener verwacht extra druk op de lokale woningmarkt, risico op waardedaling en onvoldoende nabijgelegen huisvestingsmogelijkheden voor personeel.
130
De indiener maakt bezwaar tegen onteigening en het nationaal voorkeursrecht en wijst op het wegvallen van bedrijfscontinuïteit en opvolgingskansen.
NPRD is het belang van natuurcompensatie en ruimtelijke inpassing benoemd. In de vervolgfase wordt gekeken naar behoud van natuurwaarden, een natuurinclusieve uitwerking en het voorkomen van versnippering. In het planMER blijkt dat alternatieven op het criterium landbouw vergelijkbaar scoren. Bij de verdere uitwerking van het inrichtingsvoorstel in de vervolgfase zal nader gekeken welke mogelijkheden er zijn om in het ontwerp optimalisaties en/of mitigerende maatregelen toe te passen. Het planMER laat inderdaad zien dat het alternatief Zeewolde-Spiekweg de laagste score heeft op het criterium recreatie. Op het totaal van criteria komt ZeewoldeSpiekweg desalniettemin als voorkeursalternatief naar voren. Bij de verdere uitwerking van het inrichtingsvoorstel in de vervolgfase zal, in een gebiedsproces, onderzocht worden hoe de negatieve effecten kunnen worden gemitigeerd en/of koppelkansen mogelijk zijn. Defensie begrijpt de zorgen over mogelijke druk op de lokale woningmarkt door huisvesting voor personeel als gevolg van de nieuwe kazerne en militairmedegebruik van Lelystad Airport. Deze ontwikkeling sluit aan bij de bredere woningbouwopgave in de regio. In Flevoland zijn grootschalige woningbouwprojecten voorzien, waarmee ook de huisvestingsmogelijkheden voor defensiepersoneel worden vergroot.
Defensie blijft hierover met de andere medeoverheden in gesprek ook tijdens de vorming van de gezamenlijke gebiedsvisie om de inpassing zorgvuldig te laten verlopen. Defensie begrijpt dat het vestigen van een voorkeursrecht en de aankondiging van onteigening vragen oproept. Deze instrumenten raken aan het element van eigendom en worden daarom alleen weloverwogen ingezet. Wat betreft de voorkeursrechten geldt dat deze zijn neergelegd in afzonderlijke besluiten
Ruimtegebruik
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Ruimtegebruik
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Ruimtegebruik
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Ruimtegebruik
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Pagina 62 van 863
Definitief | 19-12-2025
131
De indiener vraagt om veilige oversteekvoorzieningen voor fietsers/voetgangers (bijv. bij een ei-rotonde) en bescherming van schoolroutes.
132
Indiener vraagt om de locatiekeuze voor de kazerne ter concentratie en versterking van ondersteunende eenheden te heroverwegen vanwege diverse redenen (o.a. toekomstvisie Zeewolde, de unieke
van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en hebben daarom een eigen rechtsbeschermingsprocedure. Dit betekent dat personen die bezwaar hebben tegen een voorkeursrecht dit kenbaar kunnen maken in reactie op het besluit tot vaststellen van het voorkeursrecht. Vervolgens kan indien nodig beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter. De desbetreffende voorkeursbesluiten van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening hebben eind mei 2025 voor zes weken ter inzage gelegen. In die periode was het mogelijk om bezwaar te maken. Omdat indiener aangeeft bezwaar te maken tegen het voorkeursrecht, is deze doorgestuurd richting de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening als bevoegd gezag voor het voorkeursrecht. Wat betreft onteigening geldt dat Defensie zorgvuldig per locatie zal nagaan of het toepassen van onteigening een passend middel is. Defensie houdt zich daarbij aan de geldende wet- en regelgeving. Voordat Defensie over zal gaan tot het starten van een onteigeningsprocedure, zal Defensie eerst proberen om er gezamenlijk uit te komen in de zogenoemde minnelijke fase. Er zal dus in goed overleg gesproken worden over de mogelijkheden om overeenstemming te bereiken alvorens wordt overgegaan tot het inzetten van onteigening.
In de vervolgfase zal het plan in een gebiedsproces op transparante wijze verder uitgewerkt worden in een inrichtingsvoorstel. Hierbij zal nadrukkelijk aandacht zijn voor de ontsluiting van het kazerneterrein en het waarborgen van verkeersveiligheid voor fietsers en voetgangers. Defensie waardeert het meedenken over de locatiekeuze voor de nieuwe kazerne en erkent de zorgen die zijn geuit over de impact op natuur, landschap, recreatie, inwoners en agrariërs. De keuze
Ruimtegebruik
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Ruimtegebruik
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Pagina 63 van 863
Definitief | 19-12-2025
waarden en kwatsbaarheden van het randmerengebied en impact op natuur, landschap, recreatie, inwoners en agrariers) en/of draagt daarbij alternatieve (defensie)locaties aan, zoals Ermelo en Stroe.
133
De indiener maakt zich zorgen over stress en schade bij vee en het voortbestaan van paarden- en melkveebedrijven (bijv. melkafname), inclusief mogelijke economische schade.
134
Indiener stelt het Horsterwold als locatiekeuze voor de kazerne t.b.v. de concentratie en versterking van ondersteunende eenheden voor.
135
De indiener vraagt bevestiging van een eerder gedane belofte op/rondom Ermelo omtrent het uitblijven van nieuwbouw op de stormbaan en de plaatsing van het hekwerk. Ook nu Ermelo (mogelijk) wordt uitgebreid.
136
De indiener stelt voor om te kiezen voor spreiding of bestaande kazernes op hoger gelegen locaties (boven NAP), zoals op de Veluwe.
voor Zeewolde-Spiekweg is zorgvuldig tot stand gekomen. In het planMER zijn meerdere alternatieven onderzocht en vergeleken. Mede op basis van het planMER is Zeewolde-Spiekweg het voorkeursalternatief geworden. De concentratie van ondersteunende eenheden op één plek is noodzakelijk om de samenhang binnen de krijgsmacht te versterken. Dit draagt aan het versterken van de operationele capaciteiten. Defensie erkent de zorgen. Deze punten worden meegenomen in de gebiedsgerichte aanpak. Defensie handelt conform de geldende wet- en regelgeving. Dit betekent dat monitoring plaatsvindt waar dat wettelijk vereist is, en dat schadeherstel of compensatie wordt toegepast wanneer daar aanleiding toe is. De invulling hiervan gebeurt in overleg met bevoegde gezagen en betrokken partijen. Defensie waardeert het voorstel om het Horsterwold te overwegen als locatie voor de concentratie en versterking van ondersteunende eenheden. In het planMER-onderzoek zijn meerdere alternatieven onderzocht. Uit de vergelijking blijkt dat het alternatief Zeewolde-Spiekweg de minste impact heeft op de omgeving en het beste aansluit bij de operationele behoeften van Defensie. Op basis van deze analyse heeft Defensie het kabinet geadviseerd om Zeewolde-Spiekweg als voorkeursalternatief aan te wijzen. Defensie ziet geen reden om dit voorkeursalternatief te wijzigen.
Defensie begrijpt het belang van eerdere toezeggingen over het uitblijven van nieuwbouw op de stormbaan en de plaatsing van het hekwerk. De uitbreiding van ondersteunende eenheden op of rond Ermelo verandert deze afspraak niet. Defensie waardeert het meedenken over de locatiekeuze en begrijpt de zorg over het plaatsen van een kazerne onder zeeniveau. Waterveilig-
Ruimtegebruik
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Ruimtegebruik
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Ruimtegebruik
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Water
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Pagina 64 van 863
Definitief | 19-12-2025
137
De indiener geeft aan dat de huidige en toekomstige drinkwatervoorziening (druk, leveringszekerheid en ruimte voor nieuwe winningen/ASV) onder druk kan komen en dat afstemming met het drinkwaterbedrijf nodig is.
138
De indiener vraagt aandacht voor risico’s op aantasting van de grondwaterkwaliteit, kwel en peilbeheer door bouw en gebruik van de kazerne.
heid is een belangrijk aandachtspunt, zeker in een regio als Flevoland. Bij de locatiekeuze is een zorgvuldige afweging gemaakt tussen verschillende factoren, waaronder militaire bruikbaarheid, waterveiligheid, ruimtelijke inpassing en bestaande infrastructuur. Uit deze afweging blijkt dat deze locatie, ondanks de ligging onder NAP, het meest kansrijk is voor de kazerne voor ondersteunende eenheden. Bij uitwerking van een inrichtingsvoorstel in de volgende planfase zal water en bodem sturend wederom een leidend principe zijn, en zullen de relevante partners voor het water- en bodemsysteem, zoals waterschap en Rijkswaterstaat, in een vroeg stadium worden betrokken. Risico’s op het gebied van waterveiligheid, geluid en leefomgeving worden waar nodig nader onderzocht en beperkt. Defensie neemt de zorgen over druk op de huidige en toekomstige drinkwatervoorziening, waaronder leveringszekerheid, ruimte voor nieuwe winningen en autonome strategische voorzieningen (ASV) serieus. Defensie erkent het belang van een robuuste en betrouwbare drinkwatervoorziening voor de omgeving. Er zijn contacten met het drinkwaterbedrijf. In de uitvoeringsfase wordt het gesprek vervolgd over mogelijke effecten en ruimtelijke behoeften. Deze afstemming is gericht op het tijdig identificeren van knelpunten en het gezamenlijk zoeken naar passende oplossingen.
Defensie zal zich te allen tijden houden aan de geldende wet- en regelgeving hieromtrent zoals de kaderrichtlijn water en het drinkwaterbesluit. Defensie is het eens met de genoemde risico's door indiener en zal vroegtijdig starten met een (geo)hydrologisch onderzoek en hierover met het waterschap contact opnemen. Defensie zal zich te allen tijden houden aan de geldende wet- en regelgeving
Water
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Water
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Pagina 65 van 863
Definitief | 19-12-2025
139
De indiener stelt voor om afvalwaterstromen aan te sluiten en te zuiveren via het waterschap en vraagt te borgen dat KRW-doelen en oppervlaktewaterkwaliteit niet worden verslechterd.
140
De indiener wijst op ontwerpen hydrologische effecten (ophoging, hoge grondwaterstand, badkuipwerking) en wil dat maatregelen en onderbouwing met onderzoek worden uitgewerkt. De indiener maakt zich zorgen over effecten op landbouwgronden en recreatie/toerisme (o.a. Scouting/camping) inclusief mogelijke water gerelateerde hinder of vervuiling.
141
142
De indiener maakt zich zorgen over het plaatsen van een kazerne onder NAP en de gevolgen van een (opzettelijke) dijkdoorbraak of overstroming—waarbij Flevoland, vitale voorzieningen en omliggende woongebieden in gevaar kunnen komen en evacuaties nodig kunnen zijn. Wie kan er verantwoordelijk worden gesteld mocht er een aanval op de kazerne zijn en de inwoners van Flevoland in gevaar en/of gedupeerd gera-
hieromtrent zoals de kaderrichtlijn water en het drinkwaterbesluit. Defensie is gebonden aan wet- en regelgeving, waaronder ook de bepalingen van de Kaderrichtlijn Water. Indien er significante negatieve effecten op de waterkwaliteit te verwachten zijn door toedoen van militaire activiteiten, dan zal Defensie met de desbetreffende waterkwaliteitsbeheerder - veelal het waterschap -in gesprek gaan om te bezien welke preventieve en mitigerende maatregelen getroffen kunnen worden. Defensie is het eens met de genoemde risico's door indiener en zal vroegtijdig starten met een (geo)hydrologisch onderzoek en hierover met het waterschap contact opnemen. Defensie begrijpt de zorgen over mogelijke effecten van defensieactiviteiten op landbouwgronden, recreatie en toerisme, waaronder campings en scoutinglocaties. Ook de zorg over water gerelateerde hinder of vervuiling wordt serieus genomen. Deze punten zijn belangrijk en worden meegenomen in de verdere uitwerking van het programma. Defensie streeft ernaar om negatieve effecten op landbouw en recreatie zoveel mogelijk te beperken. In de gebiedsgerichte aanpak wordt gekeken naar bredere ruimtelijke opgaven, waaronder recreatie, natuur en waterkwaliteit. Daarbij wordt gezocht naar een zorgvuldige balans tussen militaire inzet en de kwaliteit van de leefomgeving.
Het overstromingsrisico is in het planMER beoordeeld en daarmee is het ook een onderdeel geweest van de afweging tussen de verschillende varianten. Defensie begrijpt de zorgen over het plaatsen van een kazerne onder NAP en de mogelijke risico’s bij een dijkdoorbraak of overstroming. Waterveiligheid is en blijft een belangrijk aandachtspunt, zeker in een regio als Flevoland. De komst van de kazerne verandert
Water
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Water
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Water
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Water
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Pagina 66 van 863
Definitief | 19-12-2025
ken? M.a.w. hoe wordt de veiligheid gewaarborgd? En is er een calamiteitenplan en/of compensatieregeling en wilt u deze met ons delen?
143
De indiener stelt dat de ligging onder NAP strategisch erg kwetsbaar is. Een tegenstander kan doelbewust een dijkdoorbraak forceren met onevenredig veel schade tot gevolg.
144
De indiener geeft aan dat er voor de beschikbaarheid van drinkwater in Oosterwold een ontwikkeling moet plaatsvinden ongeacht of de kazerne er wel of niet komt. Door dergelijke ontwikkelingen is Oosterwold een geschiktere locatie dan nu naar voren komt.
145
De indiener geeft aan regelmatig problemen te ervaren
niets aan de bestaande situatie ten opzichte van de zeespiegel, maar onderstreept wel het belang om de regio blijvend goed te beschermen tegen overstromingsrisico’s. Bij de locatie-uitwerking zal conform geldende wet- en regelgeving worden voorzien in een calamiteitenplan, risicobeoordeling en integratie met civiele hulpverlening – dit valt echter buiten de scope van het NPRD, dat is kaderstellend. Als het gaat om een compensatieregeling bij schade aan de omgeving door een aanval valt dit ook buiten het beleidskader van het NPRD. Tegelijkertijd blijft Defensie, samen met andere betrokken partijen, aandacht houden voor een veilige inpassing. Defensie begrijpt dat er zorgen kunnen ontstaan over de ligging van het terrein en de mogelijke gevolgen voor veiligheid, bereikbaarheid en milieu. Bij de locatiekeuze is een zorgvuldige afweging gemaakt tussen verschillende factoren, waaronder militaire bruikbaarheid, waterveiligheid, ruimtelijke inpassing en bestaande infrastructuur. Uit deze afweging blijkt dat deze locatie, ondanks de ligging onder NAP, het meest kansrijk is voor de behoefte concentreren en versterken ondersteunende eenheden. Bij de verdere uitwerking wordt uiteraard rekening gehouden met de geldende wet- en regelgeving. Risico’s op het gebied van waterveiligheid, geluid en leefomgeving worden waar nodig nader onderzocht en beperkt.
Drinkwater is een van de aandachtspunten waar Defensie aandacht voor heeft in de ruimtelijke procedure. Wat dit punt betreft is er geen onderscheid tussen Oosterwold en Zeewolde-Spiekweg, maar het is in beide gevallen een aandachtspunt (net als de omgang met waterzuivering, energiebeschikbaarheid etc.) voor beide locaties. Dit leidt dus niet tot een andere aangewezen locatie. De plannen van Defensie mogen niet leiden tot problemen
Water
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Water
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Water
Versterken en concentreren
Pagina 67 van 863
Definitief | 19-12-2025
met de watertoevoer en vreest dat de plannen van Defensie kunnen leiden tot nog meer problemen met de watertoevoer. Kan Defensie garanderen dat de uitbreidingsplannen geen invloed hebben op de watervoorziening?
146
De indiener vraagt zich af wie er verantwoordelijk gesteld kan worden mocht er een aanval op de kazerne zijn en de inwoners van Flevoland in gevaar en/of gedupeerd raken. Is er een calamiteitenplan en/of compensatieregeling?
147
De indiener stelt dat effecten op waterkwaliteit onderzocht moeten worden en dat er geen directe of indirecte negatieve invloed mag zijn op de Europese Kaderrichtlijn Water doelen en/of waterkwaliteit.
148
De indiener vraagt of in het Ontwerp-NPRD de Aanvullend Strategische Voorraden (ASV'S) die door de provincies zijn aangewezen voor toekomstige drinkwaterwinning op te nemen in de MER. De voorkeurslocatie voor de kazerne in Zeewolde ligt in het ASVgebied van Flevoland. Bij de ontwikkeling van nieuwe drinkwaterwinningen worden de ASV-gebieden aangevuld met een ander beschermingsregime.
of aandachtspunten rondom watervoorziening bij anderen. Dit is een uitgangspunt bij de verdere ontwikkeling van de kazerne. Defensie zal zich te allen tijden houden aan de geldende wet- en regelgeving hieromtrent zoals de kaderrichtlijn water en zal contact houden met het drinkwaterbedrijf. Het Ontwerp NPRD is een strategisch programma en bevat zelf geen planologische besluiten, maar vormt een kader voor latere besluitvorming. De Staat der Nederlanden, waaronder ook Defensie, is primair verantwoordelijk voor de veiligheid van Nederland. Bij de locatie-uitwerking zal conform geldende wet- en regelgeving worden voorzien in een calamiteitenplan, risicobeoordeling en integratie met civiele hulpverlening – dit valt echter buiten de scope van het huidige onderzoek Als het gaat om een compensatieregeling bij schade aan de omgeving door een aanval valt dit ook buiten het beleidskader van het NPRD. Defensie is gebonden aan wet- en regelgeving, waaronder ook de bepalingen van de kaderichtlijn water. Indien er significante negatieve effecten op de waterkwaliteit te verwachten zijn door toedoen van militaire activiteiten, dan zal Defensie met de desbetreffende waterkwaliteitsbeheerder - veelal het waterschap -in gesprek gaan om te bezien welke preventieve en mitigerende maatregelen getroffen kunnen worden.
In het MER zijn de zoneringen die opgenomen zijn in de Nota Ruimte (bij het opstellen van het MER is gewerkt met de voorontwerp Nota Ruimte) getoetst. Hierin zijn de ASV's van de provincies verankerd. Bij locatie Zeewolde-Spiekweg geldt een ASV: dit is meegenomen in het onderzoek. Om deze reden geldt een beoordeling licht negatief (0/-) voor locatie Zeewolde-Spiekweg.
ondersteunende eenheden
Water
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Water
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Water
Versterken en concentreren ondersteunende eenheden
Pagina 68 van 863
Definitief | 19-12-2025
5.1.2
II Extra locatie grootschalige munitieopslag
2 ID 149
Samengevatte vraag De indiener wijst er op dat twee mogelijke woningbouwlocaties in Punthorst (deels) binnen de C-zone vallen en dat dit in de MER ontbreekt; daarmee wordt gevraagd om expliciete verwerking van woningbouwbeperkingen. De indiener benadrukt tevens het algemene belang van wonen binnen de Rijksraakvlakken-context.
150
De indiener maakt zich zorgen over het ontbreken van samenhang tussen het munitiedepot en andere plannen (woningbouw, veilige oversteek Gorterlaan, opheffen spoorflessenhals Zwolle–Meppel) en vraagt wanneer en hoe dit tot één consistent geheel wordt gesmeed.
151
De indiener geeft aan dat huidige inspanningsverplichtingen moeten worden omgezet in helder geformuleerde resultaatverplichtingen in een bestuursovereenkomst, met duidelijke timing en communicatie tussen partijen.
Antwoord Defensie wil de indiener bedanken voor de scherpe blik op het NPRD. Als er inderdaad mogelijke woningbouwlocaties in Punthorst binnen de C-zonering van het munitiecomplex vallen, is dat niet op voorhand problematisch. Binnen de C-zone gelden enkele voorwaarden ten aanzien van gevels voor bepaalde functies. Hier zal in de uitwerking van de woningbouwlocaties dan rekening mee moeten worden gehouden. Na vervolgonderzoek wat in de aanvulling op het planMER is opgenomen blijkt dat de C zonering bij de aangewezen locatie Staphorst overeenkomt met de huidige C zonering waardoor de gemeente Staphorst in zijn plannen hier al rekening mee heeft kunnen houden. Het ontwerp van het NPRD vormt de eerste stap in de planvorming voor een nieuw munitiedepot. Dit programma schetst de eerste ruimtelijke voorwaarden en kaders, maar is nog geen uitgewerkt bouwplan. De definitieve vaststelling van het NPRD is het startpunt voor verdere uitwerking en realisatie. In het gebiedsproces daarna wordt nog nadrukkelijk gekeken naar de afstemming met andere plannen in de regio. Bij de verdere planvorming wordt samengewerkt met betrokken overheden en partijen. Daarbij is het doel om de ruimtelijke samenhang zo goed als mogelijk te versterken. Uitgangspunt bij de uitwerking en samenwerking is het Staphorster-bod waarin o.a. de oversteek Gorterlaan is opgenomen.
Defensie hoort de oproep om inspanningsverplichtingen om te zetten in resultaatverplichtingen met duidelijke afspraken. De uitwerking van bestuurlijke afspraken, inclusief timing en communicatie, zal volgen na de publicatie van het NPRD. Daarbij wordt in overleg met nationale en regionale partners gekeken hoe
Hoofdthema (Rijks)Raakvlakken
Ruimtebehoefte Extra locatie grootschalige munitieopslag
(Rijks)Raakvlakken
Extra locatie grootschalige munitieopslag
(Rijks)Raakvlakken
Extra locatie grootschalige munitieopslag
Pagina 69 van 863
Definitief | 19-12-2025
152
De indiener vraagt extra aandacht voor een veilige inrichting en exploitatie van het depot (o.a. signalen uit Rekenkamer en KMCGS).
153
De indiener (TenneT) wijst op risico’s voor leveringszekerheid bij warmtestraling ≥ 3,5 kW/m² en (explosie)overdruk ≥ 0,2 bar, vraagt regie zodat vitale infrastructuur buiten risicocontouren blijft, en verzoekt om onderbouwing dat de verbinding Zeyerveen–Hessenweg geen risico loopt en om voortgezet overleg.
dit zorgvuldig en transparant kan worden vormgegeven. Een veilige, robuuste en rechtstreekse aansluiting op het hoofdwegennet (A28) en een veilige spoorwegovergang is nodig voor de omgeving, voor het verbeteren van de omgevingsveiligheid en voor de beleving daarvan. Hierdoor kunnen de kernen van gemeente Staphorst in de toekomst meer dan nu worden ontzien van militair munitietransport en overige zwaar transport. Om dit te bereiken is het Staphorster Bod het uitgangspunt voor de realisatie van de grootschalige munitieopslag. Defensie, provincie Overijssel en de gemeente Staphorst trekken hierin samen op en maken afspraken over programmatische aanpak. Defensie hecht groot belang aan een veilige omgang met munitie. Daarom wordt bij de inrichting en exploitatie van deze munitieopslaglocatie strikt voldaan aan geldende wet- en regelgeving. Dit betreft onder meer voorschriften op het gebied van arbeidsveiligheid, externe veiligheid en milieubescherming. De signalen van de Algemene Rekenkamer en het KMCGS worden meegenomen bij de verdere uitwerking van het project en bij de toetsing van veiligheidsmaatregelen. De zorg over dit onderwerp wordt meegenomen in de verdere besluitvorming. Daarbij blijft veiligheid een randvoorwaarde bij elke stap in het proces.
Defensie begrijpt de zorg van TenneT over de risico’s voor leveringszekerheid en de wens om vitale infrastructuur buiten risicocontouren te houden. In het planMER zijn de afstanden tussen de onderzochte alternatieven en hoogspanningsverbindingen beoordeeld. De verbinding Zeyerveen–Hessenweg ligt buiten de C-zone van het explosieaandachtsgebied. Daarmee is er geen risico op warmtestraling of overdruk voor deze verbinding. Defen-
(Rijks)Raakvlakken
Extra locatie grootschalige munitieopslag
(Rijks)Raakvlakken
Extra locatie grootschalige munitieopslag
Pagina 70 van 863
Definitief | 19-12-2025
154
De indiener vraagt zich af of (en onder welke voorwaarden) verbouwing van de woonboerderij, uitbreidingen, plaatsing mantelzorgwoning en andere aanpassingen nog mogelijk zijn binnen de contouren; verzoekt om creatief meebewegen (bijv. verleggen bouwblok) en financiële compensatie voor extra kosten.
155
De indiener stelt voor om een calamiteitenplan op te stellen voor o.a. kerosinelekken en andere incidenten, met bijzondere aandacht voor (grond)waterbeschermingsgebieden en intrekgebieden op de Veluwe.
156
De indiener (TenneT) vindt dat nieuwe vitale infrastructuur en installaties deze buiten de risicocontouren moet blijven. Ook vindt indiener dat munitieopslagen op het (huidige en toekomstige) hoogspanningsnet goed onderbouwd dienen te worden. Indiener blijft graag met Defensie in gesprek over de toekomstige invulling van munitieopslagen nabij ons hoogspanningsnet. De indiener betoogt dat de (plan)MER onjuistheden, omissies en onvolledige effecten bevat (veiligheid, bodem, oppervlaktes), waardoor Staphorst te positief wordt beoordeeld en verzoekt om correctie en herweging vóór besluitvorming.
157
158
De indiener geeft aan dat essentiële milieu- en natuurvragen integraal en tijdig moeten worden onderzocht (advies
sie blijft in overleg met TenneT en andere betrokken partijen om de veiligheid van vitale infrastructuur te waarborgen. In de vervolgfase wordt deze afstemming voortgezet, zodat eventuele aandachtspunten tijdig kunnen worden meegenomen. Wanneer de woonboerderij van de indiener in de C-zonering ligt, betekent niet dat er geen ontwikkelingen mogelijk zijn. Wel gelden er enkele specifieke eisen, waarover indiener in contact kan treden met de gemeente. Mocht de indiener schade ondervinden dan kan diegene daarvoor een beroep aanvraag doen op nadeelcompensatie. In het geval de indiener nu al woont in een C zone dan zal er zeer waarschijnlijk geen schade gecompenseerd worden omdat het huidig gebied hetzelfde blijft en dus het nu al niet is toegestaan. Defensie dankt indiener voor zijn suggestie en kan bevestigen dat op munitiecomplexen alleen munitie wordt opgeslagen. Specifieke waterbescherming is derhalve, anders dan in het geval van brandbare vloeistoffen, niet benodigd. Defensie deelt de opvatting dat nieuwe vitale infrastructuur en installaties buiten risicocontouren moeten blijven. Defensie blijft graag in goed overleg met TenneT over de toekomstige invulling van munitieopslagen. Het doel is om samen te zorgen voor een veilige en betrouwbare energievoorziening en een robuuste defensie-infrastructuur.
In het planMER zijn de acht mogelijk geschikte locaties in Nederland op dezelfde wijze op basis van dezelfde criteria met elkaar onderzocht en met elkaar vergeleken conform een vooraf bekend gesteld onderzoeksmethodiek. Dit leidt tot een transparante en onderbouwde locatiekeuze. De keuze wordt derhalve ook niet heroverwogen. Defensie neemt de zorg over milieu en natuur serieus. Het advies van de Commissie MER wordt zo goed mogelijk
(Rijks)Raakvlakken
Extra locatie grootschalige munitieopslag
(Rijks)Raakvlakken
Extra locatie grootschalige munitieopslag
(Rijks)Raakvlakken
Extra locatie grootschalige munitieopslag
Algemene zienswijze
Extra locatie grootschalige munitieopslag
Algemene zienswijze
Extra locatie grootschalige munitieopslag
Pagina 71 van 863
Definitief | 19-12-2025
Commissie m.e.r.) en maakt zich zorgen over de haast, die zorgvuldigheid en rechten van inwoners kan schaden.
159
De indiener stelt voor om de 35/35-variant en ondergrondse/alternatieve vormgeving volwaardig mee te nemen, met deugdelijk kaartmateriaal en een eerlijke vergelijking, omdat baten hiervan in de MER zijn onderschat.
160
De indiener vraagt om duidelijke, correcte oppervlaktes en verzoekt om een harde limiet (max. 70–71 ha) zonder latere uitbreiding; tevens wijst men erop dat 70 ha meer grondverwerving/compensatie vergt dan 35 ha.
161
De indiener vraagt zich af wat de strategische meerwaarde van Staphorst is t.o.v. alternatieven en betwijfelt of forse natuurschade valt te legitimeren zonder overtuigende militaire argumentatie.
162
Indiener is van mening dat bij een 70 ha munitiedepot veel meer extra grond nodig is (potentieel rond 50 ha) ten opzichte van de 35 ha optie. Dit is niet in de MER-beoordeling verwerkt. De voordelen van de 35/35 optie zijn in de MER
verwerkt in het planMER-onderzoek, terug te vinden in de aanvulling op het planMER. Deze resultaten vormen de basis voor het NPRD. Defensie ziet dat snelheid niet ten koste mag gaan van zorgvuldigheid. Het proces volgt vaste stappen en wordt in overleg met regionale partners uitgevoerd. Zo blijven rechten van inwoners en kwaliteit van besluitvorming geborgd. Actie wordt ondernomen door de onderzoeken integraal te gebruiken en door de planning zo in te richten dat zorgvuldigheid vooropstaat. Het alternatief van twee depots van elk 35 hectare is afgevallen bij de eerste trechtering (november 2024), omdat uit het planMER-onderzoek blijkt dat de winst die het oplevert bij de verschillende locaties vele malen kleiner is dan de impact doordat er op twee plekken negatieve effecten optreden. Defensie begrijpt de zorg over de omvang van de extra locatie voor grootschalige munitieopslag. Het belang van een duidelijke grens wordt erkend. Het planMERonderzoek brengt de effecten van verschillende oppervlaktes in beeld. Bij het aanwijzen van de locatie Staphorst wordt vastgehouden aan het aantal hectares dat uit deze onderzoeken volgt. De mogelijke gevolgen van een groter oppervlak, zoals extra grondverwerving en compensatie, maken onderdeel uit van de verdere onderzoeken en realisatie.