CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-017 Definitief Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

Besluitvormende raad 5 februari 2026, gemeente GoesBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen37.792 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

4 alinea's met “grondgebied”: 19 87 106 128

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

Ruimte voor vrede, veiligheid en bescherming

Datum:

19-12-2025

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

Colofon

Postadres

Postbus 20701 2500 ES 'S-GRAVENHAGE

Aantal pagina's:

181

Pagina 2 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie |

Inhoud

Ruimte voor vrede, veiligheid en bescherming 5 1

Leeswijzer 7

2

Aanpassingen na het ontwerp 8

3 3.1 3.2 3.3

Waarom een Nationaal Programma Ruimte voor Defensie? 9 De krijgsmacht en zijn ruimtebehoefte 9 Niet alles kan in het buitenland 10 Actief op het eigen grondgebied12

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Doel, uitgangspunten en positionering van het NPRD 14 Doel van het NPRD: voldoende ruimte voor de krijgsmacht 14 Uitgangspunten 14 NPRD binnen het nationale ruimtelijke beleid 14 Juridische context 15 Monitoring en actualisatie 16

5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Participatie 17 Snel en zorgvuldig 17 Proces tot ontwerpprogramma 17 Participatie na het uitbrengen van het ontwerpprogramma 19 Vaststelling programma NPRD en uitvoering 20 Extra zienswijzeprocedure voor 9 behoeften met aanvullend onderzoek 20

6 6.1 6.2 6.3

Huidig ruimtegebruik van Defensie in Nederland Huidig ruimtebeslag Defensie 21 Bestaande terreinen maximaal benutten 23 Uitbreidingen parallel aan dit programma 23

7 7.1 7.2 7.3

Samengaan met andere ruimtelijke belangen 26 Noodzaak tot brede ruimtelijke weging 26 Meekoppelen waar mogelijk, oplossen waar nodig 27 Samengaan van belangen op provinciaal en regionaal niveau 32

8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5

Aangewezen locaties voor uitbreiding 33 Trechteringsproces 33 Definitief aangewezen locaties bovenregionale behoeften 35 Definitief aangewezen locaties locatiespecifieke behoeften 54 Spreiding van ruimtebeslag 79 Verdeling van ruimtebeslag 81

9

Ontwerp-voorkeursalternatieven voor 9 specifieke behoeften 84

10 10.1 10.2 10.3 10.4

Realisatiestrategie 92 Uitvoering op hoog tempo 92 Met een waardig perspectief voor grondeigenaren 94 Met oog voor andere ruimtelijke belangen 96 Met aandacht voor leefbaarheid en de omgeving 96

21

Pagina 3 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

10.5

Binnen kaders van uitvoerbaarheid 97

11 11.1 11.2 11.3

Detailkaarten definitief aangewezen locaties en ontwerpvoorkeursalternatieven 100 Definitieve locaties bovenregionale behoeften 100 Definitief aangewezen locatie, locatiespecifieke behoeftes 135 Detailkaarten ontwerp-voorkeursalternatieven voor 9 specifieke behoeften 159

12

Specifieke realisatiestrategie per behoefte 165

13

Afkortingenlijst 180

Pagina 4 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

Ruimte voor vrede, veiligheid en bescherming

Voorwoord De Deltawerken beschermen Nederland tegen het water en bestaan uit verschillende elementen die allemaal even belangrijk zijn. Ontbreekt er eentje, dan faalt het hele systeem. Op deze manier kan men ook naar het Nationale Programma Ruimte voor Defensie kijken. Dit programma – het programma met de grootste uitbreiding voor Defensie sinds 1935 – richt zich op de fysieke èn milieuruimte. Een groot aantal elementen vormt samen het benodigde systeem om in de huidige tijd te kunnen beschermen wat ons dierbaar is. Door een grillig internationaal politiek klimaat, moet Defensie groeien naar een grotere, sterkere en slimmere krijgsmacht. Door deze groei kan zij sneller, vaker en langer worden ingezet en wordt er voor gezorgd dat we gereed zijn voor het conflict van de toekomst. De groei en de ontwikkeling geldt niet alleen voor het aantal mensen, en zeker ook nieuw materieel en technologische ontwikkelingen. Het zijn deze ontwikkelingen die in de toekomst in belangrijke mate het strijdtoneel bepalen. En voor dit alles heeft Defensie meer ruimte nodig. Het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie In 2023 is Defensie gestart met het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD); een programma waarmee voor 57 behoeften fysieke en milieuruimte is gezocht binnen Nederland. Het NPRD kan men vergelijken met de Deltawerken.

Deze behoeften vormen een collectief geheel en zijn noodzakelijk voor training, huisvesting en opslag van materieel en voorraden. Op deze wijze wordt onze krijgsmacht in staat gesteld om in de snel veranderende wereld te beschermen

wat ons dierbaar is.

De afgelopen periode is door het team een zorgvuldig en transparant proces doorlopen om te komen tot de noodzakelijke ruimte voor de invulling van deze behoeften. Onafhankelijke onderzoeken zijn verricht naar de gevolgen voor het milieu. Dit onderzoek, het planMER, is meegenomen in de besluitvorming over de gewenste locaties. Tevens zijn veel gesprekken gevoerd met diverse partijen, zijn er bijeenkomsten georganiseerd voor de inwoners en hebben de betrokkenen zienswijzen in kunnen dienen. Nu, 2 jaar later, kan ik met gepaste trots zeggen dat dankzij het zorgvuldige en transparante proces en de open en eerlijke gesprekken die we hebben gevoerd, het NPRD is vastgesteld door het kabinet. Voor negen behoeften is in de afgelopen periode nog aanvullend onderzoek verricht. Deze negen behoeften zijn nu als ontwerp voorkeursalternatief vastgesteld door het kabinet en worden in het eerste kwartaal van 2026 ter inzage gelegd. Multifunctioneel gebruik ruimten in Nederland In een dichtbevolkt land als Nederland speelt het multifunctioneel gebruik van ruimte een steeds belangrijkere rol. Het is onvermijdelijk dat wij, als beleidsmakers, uitgaan van een integrale benadering waarin verschillende belangen hand in hand kunnen gaan. Denk bijvoorbeeld aan terreinen waar onder andere munitie-opslag, natuurbehoud, militaire oefenvelden en agrarisch gebruik elkaar overlappen.

Deze gedeelde ruimte vereist een goede afweging tussen veiligheid, biodiversiteit,

Pagina 5 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

operationele paraatheid en voedselproductie. Door gezamenlijk beheer en creatieve ruimtelijke oplossingen kunnen wij de potentie van elk stuk grond maximaliseren zonder dat één functie ten koste gaat van een andere. Het beroep dat Defensie doet op de ruimte in Nederland kan op plaatsen heel ingrijpend zijn. In sommige gebieden zijn straks niet altijd alle functies meer mogelijk die daar nu nog bestaan, en in een beperkt aantal gebieden zal bewoning op afzienbare termijn niet meer mogelijk zijn. De impact van deze beslissing voor de betrokkenen is enorm. Wij, Defensie, zijn ons hiervan sterk bewust en hechten er daarom aan om, vanuit zorgvuldigheid, zo snel als mogelijk duidelijkheid te bieden over het perspectief voor bewoners, ondernemers en andere betrokken partijen in deze gebieden. In de volgende fase, de realisatiefase, richten we een proces in, inclusief benodigde ondersteuning, dat zo goed mogelijk recht doet aan deze impact. Tot slot Tot slot wil ik ook nog kort stilstaan bij de vele keukentafelgesprekken die ik samen met mijn collega’s heb gevoerd, de vele bezoeken aan bedrijfslocaties en de wandelingen door akkers.

In die intieme en vaak inspirerende uitwisseling van ideeën en gedachten ontstond een groeiend besef: namelijk dat het beschermen wat ons dierbaar is, Nederlanders ook iets kost en soms het meest gekoesterde bezit dat iemand kan hebben: een fijne plek om te werken, wonen en leven. Deze werkelijkheid vraagt om een houding van nabuurschap, inlevend vermogen en menselijk begrip. Alleen door open te staan voor de zorgen en wensen van alle betrokkenen, van boeren tot natuurliefhebbers, van militairen tot buurtbewoners, kunnen wij streven naar een evenwichtige toekomst waarin zowel mens, bedrijf, voedselzekerheid als natuur worden gerespecteerd en gekoesterd. De veiligheid en de weerbaarheid van onze samenleving zijn een verantwoordelijkheid van ons, Defensie, en van alle Nederlanders. Samenwerking is hierbij essentieel. We hopen op uw begrip en medewerking.

Gijs Tuinman Staatssecretaris van Defensie

Pagina 6 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

1

Leeswijzer

Defensie zal in de toekomst nadrukkelijker in de leefomgeving aanwezig zijn. Met het groeien van de krijgsmacht groeit de noodzaak voor ruimte om te kunnen opleiden, oefenen en trainen, zowel in het buitenland als in Nederland. De krijgsmacht wordt uitgebreid, met materiaal, terreinen, wapens en mensen. Dit Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) beschrijft de noodzakelijke ruimtelijke uitbreidingsbehoefte van Defensie in Nederland die voortkomt uit deze groei van de krijgsmacht. De totale ruimtelijke uitbreidingsbehoefte is gebaseerd op 57 deelbehoeften vanuit de verschillende defensieonderdelen. In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) zijn deze behoeften in december 2023 openbaar gemaakt. Via het NPRD kiest het kabinet voor deze behoeften de voorkeurslocatie voor de ruimtelijke inpassing binnen Nederland. Dit NPRD bestaat uit de volgende onderdelen: -

-

-

-

-

-

-

-

-

In hoofdstuk 2 wordt aangegeven op welke onderdelen dit definitieve NPRD ten opzichte van het ontwerp NPRD is aangepast. De geopolitieke situatie in Europa en de wereld verandert in rap tempo, met grote implicaties voor de veiligheid binnen Nederland. Hoofdstuk 3 beschrijft de noodzaak voor de ruimtelijke uitbreidingsbehoefte van Defensie om de krijgsmacht in de noodzakelijke staat van paraatheid te brengen tegen de huidige en toekomstige dreigingen. Hoofdstuk 4 omschrijft waarom is gekozen voor dit NPRD. Het doel en de uitgangspunten van het NPRD, bijvoorbeeld de juridische context, de reikwijdte en het vervolg, worden hier beschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op hoe de participatie van de verschillende betrokken partijen in de samenleving bij dit NPRD is georganiseerd. Dit gaat onder andere over de periode van zienswijzen, het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie MER) en verdere betrokkenheid bij de definitieve vaststelling van het NPRD. Hoofdstuk 6 beschrijft het reeds bestaande ruimtebeslag van Defensie. Ook wordt ingegaan op uitbreidingsprojecten die al gestart zijn voor de aanvang van het NPRD. Ruimte binnen Nederland is schaars en er zijn veel urgente ruimtevragen.

Hoofdstuk 7 beschrijft hoe het NPRD zich verhoudt tot de andere rijksbrede opgaven in het ruimtelijk domein, waarbij wordt ingegaan op de verhouding tot de Nota Ruimte en de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Hoofdstuk 8 bevat de definitieve aangewezen uitbreidingslocaties. Het gaat hierbij om zowel de behoeften met een bovenregionale afweging, als locatiespecifieke behoeften. In hoofdstuk 9 worden de voorkeurslocaties/alternatieven voor de overige negen behoeften, waar tussen ontwerp en definitief NPRD verder onderzoek voor moest worden gedaan, beschreven. Deze voorkeurslocaties worden in ontwerp aangeboden. Hoofdstuk 10 schetst een doorkijk naar de uitvoering van het NPRD. In hoofdstuk 11 zijn de detailkaarten voor de behoeften met een ruimtelijke impact opgenomen. Het betreft hierbij zowel de behoeften waar een definitieve locatie voor is gekozen, als de ontwerp-voorkeurslocaties. Tot slot is in hoofdstuk 12 een overzicht van de realisatiestrategie per behoefte opgenomen.

Pagina 7 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

2

Aanpassingen na het ontwerp

Het ontwerp NPRD dat in mei 2025 is uitgebracht, is ter inzage gelegd en is aangeboden aan de Tweede Kamer en aan de Commissie MER. De reacties in deze drie sporen hebben op verschillende plaatsen tot aanpassing van het programma geleid. In dit hoofdstuk wordt op hoofdlijn geduid wat de belangrijkste aanpassingen zijn geweest tussen het ontwerp en het definitieve programma NPRD. De ontvangen zienswijzen op het ontwerp NPRD hebben op een aantal onderdelen tot aanpassing van het ontwerp geleid. In de Nota van Antwoord is aangegeven op welke onderdelen dit is gebeurd. Deels betreft dit aanpassingen van de ontwerp voorkeurslocaties. In hoofdstuk 8 zijn deze aanpassingen verwerkt. Daarnaast hebben de zienswijzen ook op een aantal punten geleid tot aanpassing of verduidelijking van de verdere aanpak die Defensie wil volgen. In het Nota-overleg met de Tweede Kamer over het ontwerp NPRD in september 2025 zijn 16 moties aangenomen. In dit definitieve NPRD is de reactie op de moties verwerkt, inclusief verwijzing naar de betreffende motie. De Commissie MER heeft in oktober advies uitgebracht over het planMER. In de Aanvulling op het planMER (aanvullend onderzoek) is toegelicht hoe en op welke onderdelen dit advies doorwerking heeft gekregen in het planMER. Voor 9 specifieke behoeften heeft nog verdiepend onderzoek plaatsgevonden.

Dit onderzoek is opgenomen in het Addendum bij het planMER. Voor elk van deze behoeften kon op basis van dit onderzoek een ontwerp-voorkeurslocatie worden aangewezen. Deze zijn opgenomen in hoofdstuk 9. De reacties in de drie sporen hebben geleid tot aanpassing van de begrenzing van een aantal voorkeurslocaties. Voor negen behoeften is nu op basis van aanvullend onderzoek een ontwerp voorkeurslocatie aangewezen. Ten opzichte van het ontwerp NPRD zijn er geen defensiebehoeften afgevallen. Daarmee blijft de behoefte aan een nieuw terrein voor het opleiden, oefenen en trainen met explosieven de enige behoefte die niet kon worden ingevuld met het NPRD. Daarnaast zijn er zes behoeften die gedeeltelijk worden ingevuld en twee behoeften waarvoor de noodzaak is komen te vervallen. In hoofdstuk 8 en 9 wordt dit per behoefte gespecificeerd.

Pagina 8 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

3

Waarom een Nationaal Programma Ruimte voor Defensie?

3.1

De krijgsmacht en zijn ruimtebehoefte

3.1.1

De krijgsmacht moet voorbereid zijn De afgelopen decennia hebben zich gekenmerkt door een periode van relatieve geopolitieke stabiliteit. Sinds eind jaren tachtig van de vorige eeuw, heeft Europa jarenlang het zogenaamde vredesdividend kunnen innen. Met het wegvallen van het Warschau Pact en de Sovjet-Unie verschoof de focus van de Nederlandse defensieorganisatie van collectieve verdediging tegen een existentiële dreiging naar het bevorderen van de internationale rechtsorde en stabiliteit en inzet; vooral ook buiten Europa. Het accent van de activiteiten van Defensie heeft daardoor met name gelegen op twee van de drie hoofdtaken: ‘het bevorderen van de (internationale) rechtsorde en stabiliteit’ en het ‘ondersteunen van civiele autoriteiten en leveren van bijstand bij rampen en crises’. Vrijheid, veiligheid en welvaart zijn echter niet vanzelfsprekend. Sinds de Russische inval in Oekraïne in 2022 is gebleken hoezeer de veiligheid van Europa onder druk staat. Daarnaast verslechtert de wereldwijde veiligheidssituatie door de gevolgen van hybride dreigingen, institutioneel wantrouwen, toenemende schaarste van grondstoffen, migratie en klimaatverandering. Daarom is ook Nederland dichterbij de betrokkenheid bij een oorlog dan het in lange tijd is geweest. Grootschalige militaire conflicten zijn weer voorstelbaar geworden.

Nederland moet voorbereid zijn op deze dreigingen, ook op de korte termijn. Het verdedigingsniveau in Nederland moet voldoende afschrikkende werking hebben om te voorkomen in een grootschalig militair conflict te raken, ook met andere agressors dan nu voorzien. In dit tijdsgewricht heeft Defensie de taak om de veiligheidsbelangen van het Koninkrijk te verdedigen, en te voorzien in wat de NAVO van Nederland verwacht. Na de Koude Oorlog is de aandacht voor de militaire paraatheid afgenomen tot een niveau waarbij Defensie, in het licht van de huidige dreigingen, niet in staat is om de nationale veiligheid, en dat van bondgenoten, te garanderen. De veranderende geopolitieke situatie vereist dat de krijgsmacht binnen afzienbare tijd op het niveau wordt gebracht dat zij hiertoe goed in staat is, zowel op de korte als op de langere termijn. De focus van Defensie is daarom meer dan voorheen komen te liggen op hoofdtaak 1: ‘beschermen van het eigen grondgebied en dat van bondgenoten’. Dit vraagt om een krijgsmacht die gevechtsgereed, snel inzetbaar, interoperabel en schaalbaar is, én beschikt over een stevig voortzettingsvermogen. Europese bondgenoten, waaronder Nederland, moeten gereed zijn om het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied te verdedigen.

In NAVO- en EU-verband wordt ook meer van Nederland gevraagd (zie de capability targets CT25 van de NAVO uit 2025 en het Strategisch Kompas van de EU van 2022). Ondertussen blijft het handhaven en bevorderen van de internationale rechtsorde en de ondersteuning van civiele autoriteiten, onder meer bij rampen en crises, van onverminderd belang. In de afgelopen en huidige kabinetsperiode is, en wordt, daarom fors geïnvesteerd in een toekomstbestendige krijgsmacht die sneller, vaker en langer kan worden ingezet. Dit maakt een transformatie mogelijk die de paraatheid en inzetbaarheid verhoogt, de gevechtskracht gericht versterkt en de wendbaarheid van de organisatie verbetert. Dit ondersteunt Nederland in het aangaan van een nieuw type

Pagina 9 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

verplichtingen in internationaal verband, zoals het NATO Force Model (NFM) van de NAVO, gericht op reactievermogen, paraatheid en gevechtskracht. Defensie investeert in haar mensen, het materieel en de faciliteiten en werkt aan de versterking van de militaire capaciteiten, samen met haar partners. Veiligheid is niet alleen een verantwoordelijkheid van Defensie, maar van de gehele samenleving. Veiligheid is een gedeelde verantwoordelijkheid van overheden, vitale sectoren, bedrijven, kennisinstellingen, het maatschappelijk middenveld en de burger. Samenwerking is essentieel, ook om in relatief korte tijd op te kunnen schalen. 3.1.2

De krijgsmacht heeft ruimte nodig Defensie is op dit moment al in de fysieke leefomgeving aanwezig en zal dat in de toekomst nadrukkelijker zijn. Met het groeien van de krijgsmacht groeit namelijk ook de noodzaak voor ruimte om te kunnen opleiden, oefenen en trainen, zowel in het buitenland als in Nederland. De lessen uit de oorlog in Oekraïne laten zien dat meer en soms ook anders moet worden geoefend, met meer focus op een grootschalig conflict. Elkaar kunnen beschermen binnen het NAVO-bondgenootschap betekent in elkaars ruimte aanwezig zijn, en daar de infrastructuur op hebben ingericht. Dit houdt in dat vaker, ook met bondgenoten, in Nederland zal worden geoefend en getraind. Nederland is een relatief dichtbevolkt land. Dit betekent dat vaker zal worden geoefend in de bebouwde omgeving. Dit vergroot de getraindheid van de krijgsmacht en de weerbaarheid van onze samenleving, maar leidt ook tot effecten die in de directe leefomgeving van inwoners merkbaar zullen zijn. Een Kamermotie (van lid Boswijk) 1 roept Defensie ook op tot meer oefeningen van de krijgsmacht in het straatbeeld, om zo de band tussen paraatheid van de krijgsmacht en de samenleving te versterken. Met de groei van de krijgsmacht en de toename van activiteiten wordt invulling gegeven aan deze motie.

De investeringen van Defensie in moderner en meer materieel hebben ook een impact op het ruimtegebruik van Defensie. De komende jaren wordt bijvoorbeeld flink geïnvesteerd in de vervanging, uitbreiding en aanschaf van materieel, nieuwe vaar- vlieg- en voertuigen, raketartillerie, onderzeeboten en drones. Dit vraagt op verscheidene plekken om meer fysieke ruimte en om meer milieuruimte.

3.2

Niet alles kan in het buitenland Het proces van gereedstelling van de krijgsmacht gebeurt op verschillende schaalniveaus. Dit begint bij individuele paraatheid van het personeel (niveau 1), loopt van kleine eenheden via grotere eenheden naar collectieve paraatheid van samengestelde eenheden op het niveau van een divisie (niveau 7) en een legerkorps (niveau 8). Nederland beschikt over de middelen en oefen- en trainingsgebieden die nodig zijn voor paraatheid op de lage schaalniveaus. Maar Nederland heeft niet de middelen en de oefen- en trainingsgebieden om te trainen op een hoger schaalniveau van paraatheid en op collectieve paraatheid van samengestelde eenheden. Door beperkte fysieke- en manoeuvreerruimte, bijvoorbeeld op terreinen en in de lucht, en beperkende regelgeving in Nederland, trainen eenheden op deze schaal vaak in het buitenland. De recente focus op hoofdtaak 1 vraagt, ook in het licht van moderne – vaak hybride – oorlogsvoering, dat met steeds grotere eenheden en met geïntegreerd optreden wordt geoefend. In de schaal die Defensie hanteert voor optredensomvang 1

Zie Kamerstuk 36 124, nr. 49, vergaderjaar 2023-2024, Tweede Kamer

Pagina 10 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

gaat het hierbij om niveaus 4 (compagnie), 5 (bataljon) en hoger. Dit zijn veelal grotere verbanden van optreden dan het verband waarin de expeditionaire eenheden, die bij de andere hoofdtaken van Defensie passen, optreden. Vanwege de omvang is het niet altijd realistisch om binnen Nederland veelvuldig op schaalniveaus hoger dan niveau 5 te oefenen. Om aan de grondwettelijke taken te kunnen voldoen is de Nederlandse krijgsmacht daarom sterk afhankelijk van samenwerking met haar bondgenoten. De Nederlandse krijgsmacht opereert, met eenheden en ondersteunend personeel, voor een zeer groot deel – ongeveer de helft van al haar activiteiten – reeds in het buitenland. Vliegers worden bijvoorbeeld vrijwel volledig in de VS opgeleid, de landmacht opereert in nauw verband met NAVO-bondgenoten in Duitsland en is in NAVO-verband actief in de Baltische staten en de marine is vrijwel over de hele wereld actief (ook in de Baltische en Middellandse Zee). Van alle oefeningen van de Nederlandse krijgsmacht oefent meer dan de helft van alle marinierseenheden en 60% van de vlooteenheden in het buitenland, traint de landmacht 60% van al haar oefenmandagen in het buitenland en wordt 40% van alle vlieguren van de luchtmacht in het buitenland gemaakt.

Met de veranderde dreiging in Europa is het de verwachting dat vaker in internationaal verband, vaak in het buitenland maar ook in Nederland, zal worden geoefend. Een voorbeeld hiervan is de NAVO-oefening “Steadfast Defender” in o.a. Litouwen. Aan deze samengestelde oefening (van 32 landen) deden in mei 2024 90.000 militairen mee, waarvan 5.000 Nederlandse militairen. Deze oefening zal elke 3 jaar uitgevoerd worden. Een voorbeeld in Nederland is de NAVO-oefening “Ramstein Flag”, waarbij van 31 maart tot 11 april 2025 grootschalig internationaal is geoefend met jachtvliegtuigen en diverse schepen.

Aantal oefeningen van de Nederlandse krijgsmacht in andere landen in 2024 Naast dat oefenen in het buitenland voor de Nederlandse krijgsmacht heel belangrijk is, zitten er ook nadelen aan. Optreden in het buitenland leidt tot de verwachting van andere landen dat zij voor oefeningen ook in Nederland terecht kunnen.

Pagina 11 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

Daarnaast heeft het internationaal opleiden, oefenen en trainen grote gevolgen voor het personeel, dat vaak voor langere tijd structureel in het buitenland actief is. Het is in veel gevallen onvermijdelijk dat personeel jaarlijks een aantal maanden naar het buitenland moet om te oefenen of nog langer op missie is. Structureel voor langere tijd weg van huis zijn brengt een grote last voor militair personeel mee en trekt een wissel op relaties en op het (gezins-)leven in Nederland. Dat heeft een negatief effect op de aantrekkelijkheid van Defensie als werkgever, leidt tot onvervulde vacatures en daarmee tot capaciteitsproblemen. Dit heeft weer een effect op de verdedigbaarheid van het land. Het is daarom noodzakelijk dat Defensie zorg draagt voor personeel en mensen de mogelijkheid geeft om een gezond (gezins-)leven thuis, in Nederland op te bouwen. Veelvuldig incidenteel oefenen in het buitenland leidt daarnaast tot hoge kosten (o.a. transport en personele kosten) en tot minder efficiënte inzet van personeel (inzet in het buitenland voor een aaneengesloten periode wordt gevolgd door periode van verlof). Daarnaast raakt oefenen in het buitenland de inzet van materieel. Voor een oefening in het buitenland, ongeacht de duur, moet het materieel meestal al weken vooraf aangeleverd worden en komt het ook pas weken na afloop terug.

Hierdoor is de krijgsmacht in Nederland voor langere tijd van minder materieel afhankelijk. De Nederlandse krijgsmacht moet vanwege deze redenen dus ook over voldoende oefenruimte in Nederland beschikken. 3.3

Actief op het eigen grondgebied De verschuiving in hoofdtaken vraagt dat de Nederlandse krijgsmacht niet alleen inzetbaar is in het buitenland, binnen en buiten Europa, maar ook op eigen grondgebied. Bondgenootschappelijke samenwerking, zowel in NAVO- als EUverband, vraagt om gereedstaande eenheden in Nederland om aan de internationale verplichtingen te kunnen voldoen (bijvoorbeeld in het kader van het NFM, Host Nation Support (HNS) en beveiliging). Ook voor het oefenen op kleinere schaalniveaus (tot niveau 5) is meer ruimte nodig in Nederland. De omvang van oefenterreinen is te klein voor de benodigde wijze van optreden, en optreden met nieuwe middelen. Voor meerdere oefenterreinen geldt dat ze door het veranderde optreden niet meer geschikt zijn om op niveau 4 te trainen, terwijl ze daar in het verleden wel geschikt voor waren. Defensie moet op deze schaalniveaus ook tegelijkertijd op meerdere locaties kunnen oefenen. Om de paraatheid te waarborgen zijn grotere oefenterreinen ook voor de lagere schaalniveaus in Nederland dus noodzakelijk. Voor de militaire mobiliteit is Nederland daarnaast een belangrijke schakel in het Europees netwerk, als aanland- en doorvoerplaats voor bondgenoten, en op het gebied van energiestructuur. Nederland heeft haar infrastructuur ook hierop ingericht. Zeehavens, spoorwegen en vliegvelden zijn berekend op het verwerken van grote hoeveelheden.

Nederland is daarom in het kader van HNS een belangrijke doorvoerplek voor de aankomst van materieel, munitie en ook personeel van over zee en door de lucht verder Europa in. Daarbij komt dat Nederland steeds meer afhankelijk zal worden van een kwetsbare infrastructuur voor energie en data. Het is belangrijk dat Defensie in staat is om zowel in oorlogstijd als vredestijd gegarandeerd over deze vitale infrastructuur te beschikken en in staat is om deze te beschermen. Met het oog hierop is ruimte nodig voor havens, munitiedepots, en andere logistiek. Hierin zal binnen Nederland moeten worden voorzien. De focus op hoofdtaak 1 maakt uitbreiding van Defensie in Nederland noodzakelijk. Immers, om effectief het NAVO-verdragsgebied te kunnen verdedigen, zal dit ook realistisch geoefend moeten worden. Meer fysieke ruimte, milieuruimte, Pagina 12 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

geluidsruimte en ander ruimtegebruik is nodig. Met de vergroting van de krijgsmacht en haar activiteiten in Nederland zijn ook meer verblijf-, opleidings-, trainings- en oefenlocaties nodig in Nederland.

Pagina 13 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

4

Doel, uitgangspunten en positionering van het NPRD

4.1

Doel van het NPRD: voldoende ruimte voor de krijgsmacht Het doel van het NPRD is het scheppen van de noodzakelijke fysieke ruimte en ruimtelijke voorwaarden voor de paraatheid en instandhouding van een groeiende krijgsmacht in Nederland. Dit betreft ook de verwezenlijking van de infrastructuur voor het huisvesten, opleiden en oefenen van de krijgsmacht. De focus van noodzakelijke paraatheid kan met de tijd variëren. Op dit moment en de komende jaren zal een zware nadruk liggen op de paraatheid voor hoofdtaak 1.

4.2

Uitgangspunten

4.2.1

Integrale weging De uitbreiding en versterking van de krijgsmacht leidt tot een grotere aanspraak op de omgeving. De ruimte voor huidige activiteiten van Defensie zijn geborgd in de NOVI en de regels van het Rijk; in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl), luchthavenbesluiten en het Omgevingsbesluit. De nieuwe activiteiten die in dit programma zijn opgenomen, zijn op nationaal niveau afgewogen tegen andere belangen die ruimte vragen. Ook voor andere belangen zijn nationale programma’s in voorbereiding. De omvang van de ruimtelijke opgaven is dusdanig groot dat het Rijk onder leiding van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) werkt aan de actualisatie van de NOVI, onder de noemer Nota Ruimte. In deze Nota Ruimte maakt het kabinet afgewogen keuzes over deze nationale belangen en bewaakt op landelijk niveau de samenhang en ruimtelijke kwaliteit. In de Nota Ruimte worden die ruimtelijke keuzes gemaakt voor de perioden tot 2030, 2050 en 2100. De integraal afgewogen ruimtevraag van Defensie wordt opgenomen in de Nota Ruimte. In het voorontwerp Nota Ruimte heeft de ruimtebehoefte van Defensie al een prominente plaats gekregen.

4.2.2

Principes van ruimtelijke kwaliteit Bij de inpassing van de ruimtebehoefte van de nationale belangen hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die ook voor de Nota Ruimte leidende principes zijn voor een rechtvaardige verdeling van de schaarse ruimte en van lusten en lasten: • • •

‘recht doen aan volgende generaties: niet afwentelen’, ‘recht doen aan schaarste: combineren waar mogelijk’ ‘recht doen aan eigenheid: gebiedskenmerken centraal’.

Ook voor het NPRD vormen deze principes uitgangspunten. Hoofdstuk 6 ‘Samengaan met andere ruimtelijke belangen’ duidt hoe deze uitgangspunten zijn verwerkt in dit programma. 4.3

NPRD binnen het nationale ruimtelijke beleid Dit NPRD hangt niet alleen inhoudelijk (zie daarvoor hoofdstuk 6), maar ook functioneel samen met de NOVI, de Nota Ruimte die in voorbereiding is en met andere nationale ruimtelijke programma’s. Deze functionele samenhang wordt hierna beschreven.

Pagina 14 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

4.3.1

Programma onder de geldende nationale omgevingsvisie De NOVI is de nationale ruimtelijke koepelnota die op dit moment ‘vigerend’ is voor het Nederlandse grondgebied. In deze koepelnota staan de nationale ruimtelijke belangen opgeschreven, waarvoor op nationaal niveau voorrang wordt gevraagd bij de inrichting van Nederland. Het NPRD heeft het specifieke nationale belang ‘zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten’ dat is benoemd in de NOVI, uitgewerkt tot een thematisch programma dat de voor militaire activiteiten benodigde voetafdruk in Nederland vastlegt. Het NPRD geeft de aanspraak weer die de krijgsmacht maakt op de leefomgeving op het land, op de zee en in de lucht, en maakt de ruimtelijke consequenties van de hoofdtaken van Defensie inzichtelijk en transparant. Het NPRD maakt voorspelbaar op welke manier Defensie de komende tijd ruimtelijk zal handelen in gebieden waar uitbreidingen worden gerealiseerd. Het NPRD beschrijft niet alleen de uitbreidingsruimte die voor militaire activiteiten nodig is, maar zet ook het bestaande ruimtebeslag (ook milieuruimte) voort. Deze voortgezette borging van ruimte voor militaire activiteiten in Nederland bouwt op algemene beleidsuitspraken die zijn gedaan in het verleden. 2 Deze beleidsuitspraken blijven een belangrijke onderlegger voor de nationale kaders en regelgeving zoals in het Bkl.

4.3.2

NPRD en Nota Ruimte Het kabinet werkt aan een nieuwe nationale omgevingsvisie met als titel: de ‘Nota Ruimte’. Deze zal de functie van ruimtelijke nationale koepelnota overnemen van de NOVI. Het nationale belang ‘zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten’ zal worden voortgezet in deze nieuwe Nota Ruimte. Vanaf het moment dat de Nota Ruimte de NOVI vervangt zal het NPRD een thematische uitwerking van de Nota Ruimte vormen. In dit NPRD is de uitbreidingsbehoefte van Defensie voor het uitvoeren van de hoofdtaken afgewogen tegen andere, vaak urgente, belangen en ruimtebehoeften die daaruit voortkomen. In hoofdstuk 7 zal de inhoudelijke relatie tussen de Nota Ruimte en het NPRD verder worden beschreven.

4.4

Juridische context

4.4.1

Programma onder de Omgevingswet Het NPRD is een programma als bedoeld in artikel 3.4 en 3.5 van de Omgevingswet, een onverplicht programma waarmee het Rijk zich verbindt aan het rijksbeleid dat daarin is vastgelegd. Waar doorwerking van beleidsuitspraken naar ruimtelijke besluiten van andere overheden noodzakelijk is, zullen meer bindende instrumenten uit het Omgevingsstelsel worden gekoppeld aan de beleidsuitspraken, bijv. bij de borging van zogenaamde outer horizontal surfaces (OHS; beperkingengebieden rond vliegbases) en laagvlieggebieden voor helikopters. In het stelstel van het Omgevingsrecht kunnen in een thematisch uitwerkingsprogramma de grondslagen worden opgenomen om juridisch bindende instrumenten in werking te stellen om het beleid in het programma te borgen.

4.4.2

Geografische reikwijdte Net als de NOVI en Nota Ruimte heeft het NPRD, als instrument onder de Omgevingswet, alleen betrekking op ruimtelijke functies en activiteiten in Europees Nederland. De ruimtelijke activiteiten die noodzakelijk zijn voor de paraatheid

2 Structuurschema Militaire Terreinen (SMT, kamerstukken II 1985/1986. 16 666 nr. 34) en Tweede structuurschema militaire terreinen (Tweede Kamer, vergaderjaar 2001–2002, 28 114, nr. 1): Hierin zijn verschillende categorieën militair ruimtebeslag geduid, en afzonderlijke militaire voorzieningen die van grote betekenis zijn voor het defensiebeleid en het nationale ruimtelijk beleid.

Pagina 15 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

worden echter niet allemaal geborgd in instrumenten van de Omgevingswet. Het gaat dan om: ruimtelijke behoeften in het middelhoge en hogere luchtruim (boven 2km hoogte), ruimtelijke behoeften in het Caribisch deel van het Koninkrijk (op de BES-eilanden en de Caribische landen binnen het Koninkrijk), ruimtelijke behoeften in de Noordzee, (deels) buiten het 12-mijlsgebied en tijdelijk of niet-structureel gebruik van locatie(s). Voor de meeste van deze ruimtelijke behoeften worden aparte sporen doorlopen zoals het Programma Luchtruimherziening en het Programma Noordzee 2028-2033, die elk eigen voorbereidingstrajecten kennen, waar ook een MER (milieueffectrapportage) onderdeel van kan zijn. Vanwege de ruimtelijke samenhang met andere activiteiten en locaties zijn in dit programma wel verschillende ruimtelijke behoeften op de Noordzee opgenomen. Voor het Caribisch gebied doorloopt Defensie een intern traject waarbij, waar nodig, afstemming gezocht wordt met betrokken departementen in Nederland en de bevoegde gezagen van de eilanden. 4.5

Monitoring en actualisatie

4.5.1

Monitoring van het effectbereik Onder meer via de periodieke rapportage Stand van Defensie zal worden gerapporteerd over de realisatie van de doelstelling van het programma, over de effecten daarvan op de leefomgeving, en over de mate waarin de randvoorwaarden worden gewaarborgd. Dit maakt het mogelijk om bij te sturen op factoren die van invloed zijn op de realisatie van dit programma.

4.5.2

Actualisatie Veranderende actualiteit, veranderde prioritering van activiteiten in Nederland en daarbuiten en aanpassingen in de budgettering van de krijgsmacht kunnen leiden tot een aanvullende ruimtebehoefte van de krijgsmacht en tot een actualisatie of uitbreiding van dit programma. Ook kan de monitoring van het effectbereik van het NPRD aanleiding geven om het NPRD, of een deel daarvan, te actualiseren. Afhankelijk van de aard van de actualisatie kan een nieuw plan-milieueffectrapport (planMER) daarbij passend zijn.

Pagina 16 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

5

Participatie

5.1

Snel en zorgvuldig Dit programma vraagt om het vrijmaken en anders inrichten van ruimte. Alle ruimte in Nederland heeft al een functie en is over het algemeen niet vrij beschikbaar voor een nieuwe functie of nieuw gebruik. Het beroep dat Defensie doet op de ruimte in Nederland kan op plaatsen heel ingrijpend zijn. In gebieden zullen niet alle functies meer mogelijk zijn die daar nu nog bestaan, en in enkele gebieden zal bewoning op afzienbare termijn niet meer mogelijk zijn. De impact op betrokkenen van deze beslissing is enorm. Vanwege de impact op de persoonlijke levenssfeer van mensen en op hun bedrijven moet de urgentie en de noodzaak om deze claim op gebieden te leggen heel zorgvuldig afgewogen worden. Zorgvuldigheid vraagt tijd. Het proces dat Defensie doorloopt om deze zorgvuldigheid te garanderen is beschreven in dit hoofdstuk. Tegelijkertijd leidt juist een langdurig proces tot een lange periode van onzekerheid voor mensen die door deze ruimteclaim geraakt worden. Defensie is zich hiervan sterk bewust en hecht er daarom aan om, met de waarborg van zorgvuldigheid, toch ook zo snel als mogelijk duidelijkheid te kunnen bieden over het perspectief voor bewoners, ondernemers en anderen in de gebieden waar dit programma over gaat.

5.2

Proces tot ontwerpprogramma

5.2.1

Notitie Reikwijdte en Detail, zienswijzen en Nota van Antwoord Defensie heeft in december 2023 een start gemaakt met het NPRD door een NRD te publiceren waarin het NPRD en het begeleidende planMER-onderzoek zijn aangekondigd. De NRD bevatte de inventarisatie van de ruimtelijke uitbreidingsbehoeften van Defensie en de mogelijke zoeklocaties hiervoor. Na de publicatie van deze NRD konden burgers, maatschappelijke organisaties, bedrijven en instellingen gedurende acht weken (twee weken langer dan de verplichte termijn in verband met de kerstperiode) een zienswijze inbrengen op de voorgestelde reikwijdte en het voorgestelde detailniveau van het NPRD (en het op te stellen planMER). Ook zijn relevante bestuursorganen van de buurlanden (Duitsland, België, Frankrijk, Engeland en Denemarken) geïnformeerd. Er zijn ruim 2.200 zienswijzen op de NRD ingediend. Deze zijn op 31 mei 2024 beantwoord en gepubliceerd in een Nota van Antwoord (NvA). Naar aanleiding van de zienswijzen zijn aanvullende thema’s, beoordelingsaspecten en locatiealternatieven toegevoegd aan het planMER, bijvoorbeeld de effecten op paardenhouderijen, specifieke woningbouwplannen en enkele specifieke functies binnen een zoeklocatie. Ook de inpasbaarheid van luchtvaartbehoeften in het luchtruim en de effecten op andere luchtruimgebruikers zijn als criterium toegevoegd.

Daarnaast is naar aanleiding van zienswijzen meer gedetailleerde informatie betrokken in het planMER-onderzoek over de invloed op (toekomstige) energienetwerken. Het aspect piekbelasting is toegevoegd aan het onderzoek bij de luchtvaartgerelateerde behoeften en is in algemene zin beschouwd in het planMER. Een ander gevolg van de zienswijzen is dat ten aanzien van het thema gezondheid in het planMER ingegaan wordt op de relatie met de WHO-advieswaarden en dus verder gekeken wordt dan alleen naar normen uit nationale wet- en regelgeving. Naar aanleiding van deze zienswijzen zijn in de planMER de verschillen in kosten van de alternatieven op hoofdlijnen, relatief ten opzichte van elkaar, in beeld gebracht. Veel zienswijzen vroegen tenslotte om concretisering van de vaak nog grote

Pagina 17 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

zoekgebieden in de NRD. Deze gebieden zijn in de NvA en later in de Nota van Reactie (NvR) concreter gemaakt. 5.2.2

Advies Commissie MER bij de NRD De Commissie MER heeft dit advies in mei 2024 gepubliceerd 3. De Commissie constateerde in het advies dat het NPRD tot besluiten met grote milieueffecten kan leiden en heeft waardering uitgesproken over het niet gebruiken van de wettelijke uitzonderingspositie van Defensie om een MER achterwege te laten. De Commissie heeft om meer aandacht voor milieu, natuur en concurrerende ruimteclaims gevraagd. Volgens de Commissie moest de MER duidelijk en tijdig antwoord geven op de volgende vragen: -

Wat is de milieuruimte die Defensie vraagt en is die milieuruimte in principe aanwezig? Zijn keuzes vanuit milieu gezien haalbaar en uitvoerbaar? Welke milieuoptimalisaties zijn mogelijk en hoe kunnen negatieve effecten worden beperkt?

In het planMER, dat gelijktijdig met dit ontwerpprogramma is gepubliceerd, is aangegeven hoe met deze adviezen van de Commissie MER is omgegaan. 5.2.3

Gebiedsbijeenkomsten en Nota van Reactie Na het verschijnen van de NvA zijn in juni en juli 2024 in alle provincies gebiedsbijeenkomsten georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomsten heeft Defensie toegelicht op welke onderdelen het onderzoek naar aanleiding van de NvA is aangevuld en zijn de resultaten tot dan toe uit het milieuonderzoek gedeeld. Tijdens deze gebiedsbijeenkomsten was ruimte voor deelnemers om aanvullende inzichten mee te geven. In totaal zijn bij deze bijeenkomsten 2.500-3.000 bezoekers aanwezig geweest. De opkomst varieerde van 25 tot 500 personen per bijeenkomst. Deze variatie weerspiegelde de omvang van de behoeften in de specifieke provincie en de vragen en zorgen die hierover leven. Defensie heeft in aanvulling op de NvA uit deze bijeenkomsten de onderstaande punten opgehaald en verwerkt in het planMER: -

Aanvullende onderzoeksthema’s. Aanvullende locatie-alternatieven.

Deze punten van reactie zijn gebundeld in een Nota van Reactie (NvR). In de NvR is daarnaast toegelicht dat bij veel betrokkenen een grote behoefte bestond om zo snel mogelijk duidelijkheid te krijgen als een locatie-alternatief niet verder wordt onderzocht. Daarnaast heeft de Tweede Kamer Defensie opgeroepen om de informatievoorziening rond de uitbreidingsplannen van Defensie te verbeteren, zonder vertraging in de uitvoering van het programma op te lopen. 4 Naar aanleiding hiervan zijn op 12 november en 12 december 2024 Kamerbrieven verstuurd om zo spoedig mogelijk duidelijkheid te creëren over de resultaten van de eerste trechtering. In die brieven is aangegeven welke locatie-alternatieven door Defensie niet verder worden onderzocht. Direct betrokkenen en andere overheden zijn daarover zoveel mogelijk rechtstreeks geïnformeerd. Met betrekking tot de locatie-alternatieven voor de behoefte Munitieopslag SnelInzetbare-Capaciteit (SIC) in het mijnbouwschadegebied in Groningen (locatie-

3 4

Adviezen - Commissiemer.nl Kamerstuk 36 124, nr. 51, vergaderjaar 2023-2024, Tweede Kamer. Pagina 18 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

alternatieven Slochteren, Luddeweer en Tjuchem) is door het kabinet toegezegd dat deze drie locaties definitief niet verder in overweging worden genomen. 5.3

Participatie na het uitbrengen van het ontwerpprogramma

5.3.1

Terinzagelegging Op 23 mei 2025 is het ontwerp NPRD met bijbehorende planMER-onderzoek gepubliceerd. Met de publicatie is een periode van zes weken gestart om zienswijzen in te dienen. Er zijn 1.960 zienswijzen ingediend. Die zienswijzen zijn door Defensie in de vorm van een NvA beantwoord, zoals ook na de NRD is gedaan. Deze NvA wordt tegelijkertijd met het definitieve NPRD gepubliceerd. De zienswijzen hebben op verschillende plaatsen tot inhoudelijke wijzingen geleid in het voorliggende programma. Hoofdstuk 2 bevat de hoofdlijnen van de aanpassingen tussen het ontwerp en het definitieve programma.

5.3.2

Tweede Kamer Op 8 september 2025 heeft de Tweede Kamer het ontwerp NPRD behandeld. Daarbij zijn 16 moties aangenomen. Deze moties zijn verwerkt en afgedaan in het definitieve programma.

5.3.3

Omgeving Gelijktijdig aan de publicatie van het ontwerp NPRD zijn kaveleigenaren die door de plannen geraakt worden, persoonlijk geïnformeerd. Zij worden door een vast contactpersoon, een rentmeester, geïnformeerd over de effecten van het programma en de mogelijkheden voor aankoop, compensatie en verplaatsing. Tevens zijn na de publicatie meerdere webinars over de voorkeursalternatieven voor de bovenregionale behoeften georganiseerd. Halverwege juni 2025 zijn in iedere provincie informatiebijeenkomsten georganiseerd om mensen te informeren over het ontwerpprogramma.

5.3.4

Advies Commissie MER bij het NPRD Het planMER bij het ontwerpprogramma is ook voorgelegd aan de Commissie MER. In oktober heeft de commissie haar advies uitgebracht 5. Over het algemeen stelt de commissie dat Defensie de milieugevolgen van de Defensieplannen goed en systematisch heeft onderzocht en spreekt waardering uit voor het verzette werk. De Commissie stelt daarnaast ook vast dat nog niet alle informatie bekend is. Defensie heeft daarom in de ontwerpfase aanvullende onderzoeken ingesteld. Dit betreft negen behoeften. Daarom wil Defensie de omgeving nog in de gelegenheid stellen om op de 9 behoeften een zienswijze in te dienen, zie hieronder voor verdere proces. Op een aantal andere punten is het planMER naar aanleiding van het advies van de Commissie MER voor besluitvorming aangevuld. Belangrijk punt betreft de verdieping van informatie over eventuele cumulatie van activiteiten op de Veluwe en De Wadden. De verwachting is dat dit niet leidt tot aanpassing van voorkeurslocaties, maar het is belangrijk dat het kabinet deze informatie nog zorgvuldiger kan meewegen voor deze kwetsbare gebieden. Voor een ander deel zien de aanbevelingen van de commissie MER op de uitvoeringsfase van het NPRD.

5

https://www.commissiemer.nl/adviezen/3779 Pagina 19 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

Daarin zullen zaken nader worden uitgewerkt in projecten-MER waar dit aan de orde is. 5.4

Vaststelling programma NPRD en uitvoering Het ontwerpprogramma is naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen en advies Commissie MER aangepast. Het definitieve programma NPRD is vastgesteld en aangeboden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Hierna volgt de fase van realisatie van de behoeften, waarbij een participatieproces wederom onderdeel van het project bij de uitvoering kan vormen.

5.5

Extra zienswijzeprocedure voor 9 behoeften met aanvullend onderzoek Met het ontwerp NPRD, d.d. 23 mei 2025, heeft het kabinet voor negen specifieke behoeften vastgesteld dat er nader onderzoek nodig was voordat een ontwerp voorkeursalternatief kon worden aangewezen. Dat onderzoek is tussen ontwerp en definitief NPRD uitgevoerd. Op basis daarvan is tegelijkertijd met het vaststellen van het NPRD voor ieder van deze negen specifieke behoeften ook een ontwerp voorkeursalternatief vastgesteld. In hoofdstuk 9 wordt de onderbouwing voor deze negen voorkeursalternatieven gegeven op basis van het onderzoek. Na vaststelling van de ontwerp voorkeursalternatieven met het NPRD zullen deze, samen met het bijbehorende addendum op het planMER, formeel ter inzage worden gelegd. Ook voor deze negen behoeften zullen er informatiebijeenkomsten worden georganiseerd. Op basis van de opgedane inzichten uit die participatieronde is het mogelijk dat het besluit op elementen nog wordt aangepast. Vervolgens zal de Tweede Kamer worden geïnformeerd over de definitief aangewezen locaties voor invulling van de negen specifieke behoeften, waarmee het NPRD gecomplementeerd wordt.

Pagina 20 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

6

Huidig ruimtegebruik van Defensie in Nederland

Het huidige ruimtebeslag van Defensie in Nederland is van groot belang voor de uitvoering van defensieactiviteiten. Nieuwe inzichten en gewijzigde omstandigheden geven op plekken wel aanleiding om die ruimte anders te verdelen, functies en gebruik te bundelen en het gebruik van die ruimte te verduurzamen. In de afgelopen decennia heeft Defensie veel bezit en gebruiksruimte afgestoten. De krimp van de krijgsmacht leidde ook tot krimp in beschikbare ruimte. Vliegvelden, kazernes en oefenterreinen zijn in de loop der tijd benut voor andere maatschappelijke functies. Belangrijke voorbeelden zijn de ontwikkeling van kazernes in verschillende steden tot woonlocaties of onderwijsinstellingen. Ook is een deel van de terreinen teruggegeven aan de natuur. De extra ruimtebehoefte waar met dit NPRD invulling aan wordt gegeven is dus niet zozeer extra groei maar herstel van de ruimtebehoefte die past bij een krijgsmacht die voorbereid moet zijn op de huidige taken. De extra ruimte die nodig is voor de militaire activiteiten in Nederland kan niet worden ingepast zonder rekenschap te geven aan het bestaande ruimteprofiel van Defensie omdat activiteiten onlosmakelijk met elkaar samenhangen. Daarom wordt in dit hoofdstuk het huidige ruimtebeslag van Defensie geschetst. Dit ruimtebeslag zal worden voortgezet en een logisch geheel vormen met de voorgenomen uitbreiding. 6.1

Huidig ruimtebeslag Defensie Defensie beschikte in 2023 in totaal over circa 340 objecten, met een totale terreinoppervlakte van ongeveer 35.000 hectare. Een object bestaat meestal uit vele gebouwen, werken en terreinen. De vastgoedportefeuille telt circa 11.000 gebouwen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 6 miljoen m2. Een kwaliteitsimpuls is hierbij veelal nodig. Bijna 300 gebouwen hebben een monumentenstatus. Defensie is in alle provincies vertegenwoordigd, maar niet overal in gelijke mate. Het militaire gebruik van deze faciliteiten in een dichtbevolkt land zoals Nederland heeft gevolgen voor de omgeving. De activiteiten kunnen voor overlast zorgen, bijvoorbeeld op gebied van milieu. Waar Defensie zich in Nederland vestigt of juist vertrekt, leidt dat bovendien vaak tot economische gevolgen voor de desbetreffende regio in de vorm van directe en indirecte werkgelegenheid. De ruimtelijke keuzes die Defensie maakt, spelen dus tevens een belangrijke rol in de relatie tussen de krijgsmacht en de samenleving. Het directe ruimtegebruik van Defensie betreft, naast de gebouwde omgeving, zoals kazernes en lucht- of zeehavens, ook een omvangrijk terreinbestand.

De op de kaart weergegeven gebieden met een militair object omvatten oefenterreinen, zeehavens, luchthavens, kazernes, schietbanen op het vasteland (waarvan sommige onveilige terreinen hebben die deels ook boven water liggen), oefen- en schietgebieden op de grote wateren, objecten voor de brandstofvoorziening, zend- en ontvanginstallaties, radarstations en munitieopslagplaatsen. De weergave is niet uitputtend. Rondom sommige van die terreinen zijn gebieden aangewezen waar geen activiteiten mogen plaatsvinden die de bruikbaarheid van het militaire object kunnen belemmeren. Dit is niet zichtbaar gemaakt op de kaart, maar is wel indirect ruimtegebruik. Het indirect ruimtegebruik voor de nationale veiligheid en militaire activiteiten betreft gebieden buiten de defensieterreinen waarbij militaire activiteiten beslag leggen op de gebruiksruimte in de fysieke leefomgeving. Hierbij kan gedacht worden aan geluidszones, externe veiligheidszones, bouwbeperkingen rondom

Pagina 21 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

vliegvelden, laagvliegoefengebieden en -routes en radarverstoringsgebieden met beperkingen voor de plaatsing van hoge objecten zoals windmolens. Ook op de grote wateren, waaronder de Noordzee, liggen militaire oefengebieden of is er sprake van indirect ruimtebeslag door defensieactiviteiten.

Overzicht kazernes, haven en luchtmachtbases 2023

Pagina 22 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

6.2

Bestaande terreinen maximaal benutten De mogelijkheden die de bestaande defensieterreinen bieden voor de inpassing van de behoeften worden doorlopend onderzocht. Efficiënt benutten van bestaande infrastructuur en ruimte heeft de voorkeur boven het zoeken van een geheel nieuwe locatie. Vanuit deze invalshoek is ook steeds bezien in hoeverre de NPRD-behoeften op bestaande terreinen en locaties gerealiseerd zouden kunnen worden Of het mogelijk en wenselijk is om op bestaande locaties activiteiten uit te breiden en projecten te realiseren is afhankelijk van de activiteit en van de specifieke locatie en situatie. Als extra activiteiten bijvoorbeeld niet binnen de vergunde milieuruimte passen, of gebouwen en objecten op bestaande terreinen die cultureel erfgoed zijn, en als zodanig beschermd worden, niet altijd te verenigen zijn met nieuwe manieren van gebruik of de eisen van nieuw materieel, kan het mogelijk blijken te zijn om met herschikking tot een betere inrichting te komen. Als optimaliseren niet goed mogelijk is kan extra ruimte nodig zijn. Ook de overgang naar modern materieel voor oefening en opleiding vraagt om extra vergunningsruimte, vanwege toegenomen kalibers van wapens en munitie.

Het vergroten van de hoeveelheden materieel en voorraden en daarmee het vergroten van de bestaande (milieu)ruimte is niet zondermeer mogelijk of wenselijk op alle locaties vanwege andere functies of belangen rondom defensieterreinen. Maar ook de verdeling van lusten en lasten van defensieactiviteiten over Nederland kan aanleiding zijn om voor bepaalde activiteiten naar een nieuwe locatie uit te wijken.

6.3

Uitbreidingen parallel aan dit programma Voor een aantal uitbreidingsprojecten van Defensie is de besluitvorming al een stap verder of zijn de werkzaamheden reeds gaande, en deze projecten maken daarmee op afzienbare termijn onderdeel uit van het ruimtebeslag van de krijgsmacht in Nederland. Deze projecten vormen geen onderdeel van het NPRD. Het gaat om de volgende uitbreidings- en vastgoedprojecten: •

Revitalisatie van de kazernecomplexen in Assen en Havelte Het bestuurlijk voornemen is met de Tweede Kamer gedeeld om de kazernes in deze regio te concentreren en revitaliseren. Dit is het resultaat van een gezamenlijke visie met de regio op de invulling van de kazernes in Assen en Havelte, met oog voor verschillende belangen. Het project bevindt zich in de fase van nadere uitwerking en voorbereiding. De uitbreidingsruimte is beperkt, maar moet wel planologisch geborgd worden.

•

Nieuwe kazerne Korps Commandotroepen te Roosendaal, Nispen Voor de nieuwe kazerne voor het Korps Commandotroepen is een bestuurlijk akkoord getekend door de betrokken overheden. Daarnaast zijn de grondeigenaren over de plannen van een nieuwe kazerne geïnformeerd, is een voorkeursrecht gevestigd en is de projectlocatie openbaar gemaakt. De komende twee jaar staan in het teken van verdiepende (vervolg-)onderzoeken en participatie met de omgeving en verwerving van gronden.

•

Regio Schaarsbergen De mogelijkheden voor revitaliseren van de kazerne van de 11e Luchtmobiele Brigade zijn verkend. Defensie gaat zich de komende maanden met het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), de gemeentes Arnhem en Ede en de provincie Gelderland verder verdiepen in de haalbaarheid van het revitaliseren van de kazerne van de 11e Luchtmobiele Brigade.

•

Concentreren eenheden in de regio Soesterberg Defensie heeft met de provincie Utrecht, de gemeenten Amersfoort, Leusden, Soest, Zeist, het waterschap Vallei en Veluwe en het Hoogheemraadschap de

Pagina 23 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

Stichtse Rijnlanden het ‘Bestuurlijk Akkoord A-Z’ getekend, waar clustering en concentreren van eenheden en in Soesterberg en omgeving onderdeel van is. Op dit moment wordt gewerkt aan de afronding van het gebiedsperspectief , dat kaders en richting geeft aan een samenhangende uitwerking van alle opgaven in het gebied. Defensie is daarbinnen een prioritair thema. Partijen hebben de intentie om het gebiedsperspectief te gebruiken als bouwsteen voor omgevingsbeleid en de inpassing in de kerninstrumenten van de Omgevingswet. Dit is van groot belang voor Defensie om de behoefte aan groei in dit gebied nu en in de toekomst mogelijk te maken. De partijen hebben de intentie om het gebiedsperspectief als vertrekpunt te zien om de samenwerking voort te zetten en daarmee uitvoering te willen geven aan het Gebiedsperspectief. Daarvoor wordt een nieuw bestuursakkoord voorbereid dat begin 2026 wordt verwacht. Vooruitlopend op de totstandkoming van het gebiedsperspectief zijn afspraken gemaakt over de volgende concrete projecten waarvan is afgesproken dat de voorbereiding reeds kan starten (of reeds in uitvoering zijn): -

Logistiek Centrum Soesterberg (LCS) Technology Center Land (TCL) Revitalisering Bernhardkazerne (BHK) Verhuizing van 45 Pantserinfanteriebataljon en 434 Herstelpeloton naar Soesterberg

•

Kop van Noord-Holland en de Nieuwe Haven te Den Helder Defensie, provincie Noord-Holland en gemeente Den Helder werken samen aan een betere leefbaarheid, bereikbaarheid en economie in de regio en de modernisering en transitie van de Koninklijke Marine. Via deze civiel-militaire samenwerking krijgt de marine meer ruimte om te groeien, onder andere door het vervangen en verplaatsen van de Moormanbrug en de ontwikkeling van nieuwe legering in Den Helder om ruimte te maken voor nieuwe activiteiten in de marinehaven zelf.

•

Operationeel Hoofdkwartier Krijgsmacht De locatie van TNO in Rijswijk heeft de potentie om de huidige kazernes in de regio Den Haag te ontlasten en biedt ontwikkelruimte om lopende behoeften te realiseren. De wensen voor een NLD JFC, groei DCC en de groei van de HRB in de regio Den Haag, kunnen niet worden opgevangen binnen de huidige vastgoedportefeuille. De verwerving van de locatie is in voorbereiding en met de gemeente Rijswijk is de samenwerking gestart om de opgave voor deze locatie samen verder uit te werken, daarbij rekening houdend met de belangen van de gemeente en de ontwikkelingen in de omgeving.

•

Baanrenovatie Eindhoven Vanaf februari 2027 zal de start- en landingsbaan van vliegbasis Eindhoven worden gerenoveerd, waardoor deze blijft voldoen aan de militaire eisen voor vliegvelden. Deze renovatie verbetert de veiligheid en operationele inzetbaarheid van de basis. Naast werkzaamheden aan de baan zelf gaat het ook om: - het verbreden van de zijkanten van de start- en landingsbaan; Maatregelen ter vermindering van wateroverlast op het banenstelsel; Een Vliegtuig Afrem Installatie voor gevechtsvliegtuigen; . En de aanleg van een 'Oostrolbaan', een extra taxibaan die het aantal baankruisingen vermindert en zo de efficiëntie en veiligheid verbetert.

Deze lopende projecten zijn net als de behoeften in dit programma van groot belang voor de gereedstelling van de krijgsmacht. Net als bij de realisatie van de behoeften in dit programma is er ook bij de lopende uitbreidingen noodzaak om de uitvoering te versnellen, binnen de mogelijkheden die juridische kaders en zorgvuldigheid van het proces daarvoor bieden. Ook in de lopende projecten worden de mogelijkheden Pagina 24 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

maximaal verkend om de doorloopsnelheid van de ruimtelijke procedures en het bouwproces te vergroten en de uitvoering te versnellen.

Pagina 25 van 181

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 19-12-2025

7

Samengaan met andere ruimtelijke belangen

Nederland heeft te maken met veel urgente ruimtevragen. Naast ruimte voor veiligheid is er ook de noodzaak voor ruimte voor landbouw, energie, wonen en meer. Defensie is daarom niet de enige ruimtevrager binnen Nederland. In een land waar ruimte steeds schaarser wordt, is het noodzakelijk dat er transparante, integrale en afgestemde keuzes over de inpassing van de vele en urgente ruimtelijke behoeften worden gemaakt. Daarbij is het van belang dat verschillende behoeften zoveel mogelijk op elkaar worden afgestemd en dat deze, waar dit kan, gecombineerd worden. Op deze wijze kan op rijksniveau de regie op de ruimte genomen worden waarbij de verschillende behoeften op elkaar worden afgestemd. Dit hoofdstuk licht toe hoe vanuit het NPRD tot een goede afweging is gekomen met de andere nationale en regionale opgaven in het ruimtelijk domein. Daarbij wordt ingegaan op de afstemming tussen de verschillende nationale programma’s en het NPRD (ook in het kader van de ruimtelijke samenwerking tussen het Rijk en de regio, zoals de NOVEX-samenwerking met de provincies) en het NPRD met de Nota Ruimte. In het ontwerp Nota Ruimte zijn de verschillende ruimtelijke opgaven op elkaar afgestemd en wordt richting gegeven aan de invulling van de ruimte in Nederland.

Ook in het planMER dat voor het NPRD is opgesteld, is expliciet onderzocht in hoeverre locatie-alternatieven botsen met andere ruimtelijke functies (zowel bestaand als reeds vastgelegd in plannen en beleid). 7.1

Noodzaak tot brede ruimtelijke weging Ruimtelijke opgaven in Nederland zijn ingewikkelder dan de afgelopen decennia. Nederland is voller. Ruimte is schaarser. Naast veiligheid moet ook de kwaliteit van leven en de leefomgeving beschermd worden, ook op de langere termijn. Urgente maatschappelijke opgaven vragen extra ruimte. En deze ruimtedruk raakt plekken die nu ook al een functie hebben, zoals landbouw en natuur. Bij de inpassing van de ruimtebehoeften van Defensie zijn de afwegingsprincipes vanuit de NOVI uitgangspunten. Juist vanwege de schaarste is het belangrijk oog te hebben voor mogelijkheden om ruimtebeslag te combineren. Militaire oefenterreinen kunnen bijdragen aan andere maatschappelijke behoeften. Denk aan mogelijkheden voor agrarisch medegebruik, 6 stiltegebieden voor ontwikkeling van de natuur, het opslaan van grondwater, en militair medegebruik van civiele luchthavens. Dit zijn allemaal mogelijkheden op zowel bestaande als nieuwe terreinen. Defensie heeft bij het bepalen van de ruimtebehoefte zorgvuldig gekeken voor welke activiteiten er extra ruimte nodig is in Nederland en waar dit dan het beste een plek kan krijgen. Voor veel activiteiten vindt die uitbreiding plaats op of in de nabijheid van bestaande terreinen en locaties. Voor een aantal behoeften zijn nieuwe locaties onderzocht omdat deze niet op bestaande locaties geaccommodeerd kunnen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16512336/1