2025-295 Raadsmemo Stand van zaken Zeeuwse Muziekschool
Tekst van het document
Z0F38B07661
MEMO
Van College van B&W
1. Inleiding Met deze memo informeren wij u over de recente ontwikkelingen bij de Zeeuwse Muziekschool (ZMS) en KCE Oosterschelderegio (onderdeel van ZMS). De organisatie staat voor belangrijke veranderingen die gevolgen hebben voor governance, financiën en cultuureducatie in de regio. Hieronder schetsen wij de huidige stand van zaken, de vervolgstappen en de te verwachten financiële impact. 2. Zeeuwse Muziekschool – vervolgonderzoek en transitie 2.1 Vervolgonderzoek door Blueyard Het eerder uitgevoerde onderzoek naar de toekomst van de ZMS krijgt een noodzakelijke vervolgfase. Dit vervolgonderzoek wordt opnieuw uitgevoerd door adviesbureau Blueyard. Onderdeel hiervan is: • het uitwerken van een scenario waarin de huidige Gemeenschappelijke Regeling (GR) wordt omgezet naar een stichting; • het in beeld brengen van organisatorische, juridische en financiële consequenties; • het bepalen van wat nodig is om de transitie zorgvuldig en realistisch uit te voeren. 2.2 Uittreding Tholen en Reimerswaal De gemeenten Tholen en Reimerswaal hebben het voornemen om uit te treden. De financiële impact hiervan wordt meegenomen in het vervolgonderzoek. Dit kan effect hebben op de bijdrage van de resterende gemeenten of op de toekomstige positionering van de ZMS. 3. KCE Oosterschelderegio en Cultuureducatie 3.1.
Positie van KCE binnen de Zeeuwse Muziekschool KCE Oosterschelderegio is organisatorisch onderdeel van de Zeeuwse Muziekschool (ZMS). Vanuit die positie voert KCE cultuureducatie uit voor scholen in de regio. KCE werkt daarbij op twee sporen: 1. Reguliere cultuureducatie Dit omvat advisering aan scholen, deskundigheidsbevordering, lokale projecten, verbinding met culturele aanbieders en ondersteuning bij leerlijnen. Deze activiteiten worden door gemeenten gefinancierd en kennen een relatief flexibele structuur. 2. Cultuureducatie met Kwaliteit (CMK) CMK is een landelijke meerjarenregeling van het Fonds voor Cultuurparticipatie (FCP), gericht op kwaliteitsontwikkeling van cultuureducatie in het basisonderwijs. Daarbinnen gelden strikte eisen voor: • inhoudelijke en administratieve kwaliteit van projectplannen; • monitoring (o.a. via EVI); • deskundigheidsbevordering; • tijdige besteding en verantwoording; • naleving van landelijke en provinciale afspraken. CMK vraagt daarom om een stevige, stabiele en juridisch goed geborgde organisatie.
Aan Gemeenteraad Goes Datum
Onderwerp Stand van zaken ZMS Q4 2025 Registratienummer Z25.268192 / D25.1453676 Pagina 1
3.2. Rol van Cultuurkwadraat als penvoerder In Zeeland wordt CMK uitgevoerd via één provinciaal consortium, met Cultuurkwadraat (C2) als penvoerder. C2 is eindverantwoordelijk voor: • toetsing en goedkeuring van projectplannen; • monitoring van voortgang en besteding; • financiële en inhoudelijke verantwoording richting FCP en provincie; • het waarborgen van kwaliteit en rechtmatigheid. KCE is uitvoeringspartner en dient projectplannen in bij C2. Pas na goedkeuring mogen middelen worden ingezet en kan uitvoering starten. 3.3. Ingebrekestelling van KCE en vastgestelde tekortkomingen Op 29 november heeft Cultuurkwadraat KCE formeel in gebreke gesteld, op basis van structurele problemen in de uitvoering van CMK4. a. Achterstand in uitvoering en besteding In de eerste helft van 2025 was nog geen activiteitenbudget besteed, terwijl ruim de helft van de uren al was gedeclareerd. b. Onvoldoende of onjuiste projectplannen De brief van 28 november benoemt dat meerdere door KCE gecommuniceerde bedragen niet overeenkomen met de werkelijk ingediende plannen, en dat plannen niet voldoen aan de kwaliteits- en prestatieafspraken uit het werkplan CMK4. Het gaat o.a. om: • ontbrekende of incorrecte financiële onderbouwing; • verouderde of niet-realistische planningen; • onvoldoende aansluiting op de CMK-doelen; • ontbrekende borging en kwaliteitscriteria. c.
Verkeerde communicatie naar scholen Uit de bijgevoegde mailwisseling blijkt dat KCE richting scholen ten onrechte heeft gecommuniceerd dat de vertraging bij Cultuurkwadraat lag, terwijl C2 meerdere keren had aangegeven dat plannen nog moesten worden aangepast door KCE. Dit leidde tot: • verwarring bij scholen, • vertraging in projecten, • afname van vertrouwen. d. Beperkte uitvoerbaarheid door aanbieders Meerdere aanbieders, waaronder Cinezee, Melden dat projecten in 2025 niet meer (volledig) kunnen worden uitgevoerd door het ontbreken van tijdige goedkeuring. Hierdoor schuiven projecten noodgedwongen door naar 2026 en komt de meerjarige planning onder druk te staan. e. Structureel karakter (vergelijkbaar met 2024) C2 constateert expliciet dat deze problematiek sterk lijkt op de vergelijkbare vertragingen en knelpunten in 2024. Dit maakt duidelijk dat het gaat om een structureel organisatorisch probleem, niet een incidentele vertraging. f. Formele ingebrekestelling en juridische basis Op basis van het “Addendum kosten voor gemene rekening (uitvoeringsovereenkomst CMK4)” is KCE formeel in gebreke gesteld.
Datum
Onderwerp Stand van zaken ZMS Q4 2025 Registratienummer Z25.268192 / D25.1453676 Pagina 2
3.4. Gevolgen voor de Oosterschelderegio De ingebrekestelling en vastgestelde tekortkomingen leiden tot belangrijke risico’s: 1. Niet-tijdige uitvoering in 2025–2026 Een aanzienlijk deel van de geplande activiteiten kan niet binnen de geldende periode worden uitgevoerd, waardoor 2026 begint met een achterstand. 2. Vertrouwensschade bij scholen en aanbieders Door onjuiste communicatie en wisselende planningen ervaren scholen en aanbieders onzekerheid. 3. Onderbesteding en risico op terugvordering Zonder goedgekeurde plannen kunnen middelen niet worden besteed, met risico’s voor de landelijke en provinciale verantwoording. 4. Financiële risico’s voor gemeenten Cultuurkwadraat geeft aan dat coördinatiekosten die niet kunnen worden doorbelast vanwege uitblijvende realisatie niet op KCE verhaalbaar zijn en daarom bij de gemeenten terechtkomen. Het risico bedraagt minimaal € 20.000 voor 2025 en kan oplopen wanneer in 2026 opnieuw vertraging ontstaat. 5. Structurele organisatorische kwetsbaarheid KCE kampt met langdurige uitval van een ervaren CMK-medewerker en onvoldoende structurele borging. Tijdelijke versterking lost dit niet op. 3.5.
Wat als KCE CMK toch blijft uitvoeren? Wanneer KCE binnen de huidige ZMS-structuur verantwoordelijk blijft voor CMK, moeten de gemeenten rekening houden met: • structurele risico’s op vertragingen in uitvoering en goedkeuring; • blijvende onzekerheid in kwaliteitsborging; • herhaling van eerdere problemen (2024–2025); • financiële risico’s die kunnen neerdalen bij de gemeenten; • een gebrek aan vertrouwen bij scholen en aanbieders; • risico dat doelstellingen van de vierjarige regeling CMK4 (2025– 2028) niet worden gehaald. Geconcludeerd moet worden dat continuering onder de huidige voorwaarden niet zonder aanzienlijke risico’s is. 3.6. Noodoplossing: tijdelijke borging van CMK via Cultuurkwadraat Om continuïteit voor scholen te garanderen en risico’s voor gemeenten te beperken, wordt voorgesteld om de programmatische CMK-taak tijdelijk onder te brengen bij Cultuurkwadraat. KCE blijft betrokken als lokale uitvoeringspartner voor ateliers en reguliere cultuureducatie. Deze stap: • borgt kwaliteit en rechtmatigheid; • creëert rust in het onderwijsveld; • voorkomt financiële risico’s bij gemeenten; • geeft ruimte om te werken aan een structurele toekomstoplossing. 3.7. Toekomstgericht: structurele heroriëntatie op de positie van KCE Het eerdere onderzoek naar de toekomst van de Zeeuwse Muziekschool adviseert om KCE organisatorisch te ontkoppelen van de muziekschool.
Dit sluit aan bij de knelpunten die uit de CMK4problematiek naar voren komen. Voor de toekomst bestaan meerdere potentiële scenario’s:
Datum
Onderwerp Stand van zaken ZMS Q4 2025 Registratienummer Z25.268192 / D25.1453676 Pagina 3
1. Regionale samenwerking met Cultuurpunt Walcheren Deze optie past binnen Zeeuwse samenwerking, sluit aan bij bestaande expertise en bouwt voort op aanbevelingen uit het rapport ’t Slootje (een onderzoek naar de toekomstbestendige organisatie van cultuureducatie op Walcheren, waarin verschillende scenario’s zijn uitgewerkt voor versterking van governance, samenwerking en kwaliteit.”) Hiermee ontstaat één sterker regionaal centrum voor Walcheren + Oosterschelde. 2. Een zelfstandige regionale stichting voor cultuureducatie (het “eigen Toonbeeld”-model) Dit is vergelijkbaar met Toonbeeld Terneuzen: • eigen bestuur en governance; • duidelijke scheiding tussen muziekonderwijs en cultuureducatie; • stabiele basis voor CMK en regulier aanbod; • herkenbaarheid binnen de regio. • Uit te breiden met cultuurparticipatie 3. Een Zeeuws breed model Een gezamenlijke provinciale educatieorganisatie met lokale uitvoeringskracht en een gezamenlijke backoffice. Dit kan aantrekkelijk zijn voor toekomstige landelijke regelingen. 4. Een hybride model Bijvoorbeeld één Zeeuwse backoffice (administratie, CMK, monitoring) gecombineerd met lokale teams voor uitvoering en relatiebeheer. Het vervolgonderzoek naar de toekomst van KCE binnen de nieuwe ZMS-structuur zou deze opties in 2026–2027 moeten uitwerken, mede op basis van bestuurlijke voorkeuren van de deelnemende gemeenten. 4.
Financiële ontwikkelingen 2026 De ZMS heeft aangegeven dat: • het vervolgonderzoek duurder uitvalt dan eerder begroot; • recente CAO-ontwikkelingen leiden tot hogere personeelslasten. De exacte financiële consequenties worden momenteel door de ZMS in kaart gebracht. Wanneer deze informatie beschikbaar is, wordt dit verwerkt in de begrotingswijzigingen voor 2026 en wordt de raad hierover separaat geïnformeerd. 5. Vervolgstappen • Blueyard voert de vervolgfase van het onderzoek uit (planning volgt). • Na afronding: bespreking met deelnemende gemeenten en besluitvorming over het vervolgtraject. • Uitwerking KCE-scenario’s en tijdelijke borging van CMK bij Cultuurkwadraat. • Opstellen begrotingswijzigingen 2026 zodra financiële gegevens bekend zijn. 6. Slot Wij houden u op de hoogte van de vervolgstappen en informeren u opnieuw wanneer de resultaten van het vervolgonderzoek beschikbaar zijn.
Datum
Onderwerp Stand van zaken ZMS Q4 2025 Registratienummer Z25.268192 / D25.1453676 Pagina 4