CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-089 RAZeeland Verdiepingsdocument compressed

Besluitvormende raad 8 mei 2025, gemeente GoesBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen15.111 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

1

Verdiepingsdocument op

concept Ruimtelijk Arrangement Zeeland DOCUMENT 2 VAN 2

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

2

COLOFON

Met medewerking van:

Imme van der Leij Max Colpa Gerard van Santen Inge Noten Loris Haddad Fotografie www.beeldbank.zeeland.nl Kaart en beeldmateriaal Arcadis Februari 2025 Beeld voorpagina: Aerial view of a protective dyke against high sea levels, the Netherlands - Bron: Adobe Stock, corlaffra

VERDIEPINGSDOCUMENT OP POST-CORONA VERSNELLINGSPLAN ZEELAND CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT “ZEELAND IN TRANSITIE!” ZEELAND

3

Inhoudsopgave Uitwerking per afspraak

4

Fiche Basisafspraken Fiche Behoud en versterking Zeeuwse identiteit Fiche Kustverdediging en waterveiligheid Fiche Leefbare steden en regio’s Fiche Energie en (circulaire) economie Fiche Landelijk gebied

4 10 12 16 20 28

Indicatief overzicht deelnemers per afspraak (definitief in mei)

34

Bijlage A: Het Zeeuws waardenkader

36

Bijlage B: Notitie productbeeld en proces Ruimtelijk Arrangement, Definitief

40

Bijlage C: Andere trajecten en beleidsstukken

56

Fiche Basisafspraken Fiche Behoud en versterking van de Zeeuwse identiteit Fiche Kustverdediging en waterveiligheid Fiche Leefbare steden en regio’s Fiche Energie en (circulaire) economie Fiche Landelijk gebied

Landelijk gebied Leefbare steden en regio’s Kustverdediging en waterveiligheid Energie en circulaire economie

34 34 34 34 35 35

58 40 41 41

4

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

5

Fiche Basisafspraken

1. Rijk en regio zorgen ervoor dat nieuwe ruimteclaims bijdragen aan meerdere doelen om structurele veranderingen te realiseren. (ook wel: De Zeeuwse werkwijze) 1a. In de visiefase: Rijk en regio benutten ontwerpend onderzoek vroeg in het proces bij gebiedsgerichte processen voor de inpassing van nationale opgaven. Hierbij gebruiken we gebiedsbiografieën (waaronder archeologie en cultureel erfgoed) als basis en worden recreatie en toerisme, net als andere ruimtevragen, standaard in het proces meegenomen. (bijvoorbeeld bij energie- en grondstoffentransitie en kustverdediging) 1a-1. Rijk (onder leiding van OCW) en regio stellen samen gebiedsbiografieën op voor gebieden in Zeeland, en een overkoepelende gebiedsbiografie voor heel Zeeland. 1a-2. RCE en OCW houden het overzicht over de effecten van alle nationale opgaven op cultuur en erfgoed in Zeeland, en koppelen dit actief terug aan de provincie. 1b. In de planvormingsfase: Rijk en regio richten het planvormende proces zo in dat erfgoed in een vroeg stadium betrokken wordt bij de uitwerking van de opgave, en er wederzijdse versterking plaatsvindt tussen de opgave en het erfgoed. 1c. In de uitvoeringsfase: Rijk en regio zorgen ervoor dat bij ontwikkelingen die schade aan erfgoed kunnen veroorzaken, deze in eerste instantie zoveel mogelijk moeten worden beperkt.

In het geval dat dit niet kan, wordt er gezocht naar passende compensatie.

Beeld: Terras Parlevinker Retranchement - Bron: www.beeldbank.zeeland.nl, Marcelle Davidse

Aanleiding en context De ruimteclaims die op Zeeland afkomen, hebben grote impact, passen niet allemaal overal en hebben verschillende tempo’s. Om te zorgen voor weloverwogen ontwikkelingen, zijn gerichte keuzes en regie noodzakelijk. De onderlinge samenhang, impact en effecten van verschillende ruimtelijke opgaven zijn nog niet altijd duidelijk. Daarom spreken we af om in samenhang ruimtelijke opgaven en keuzes af te wegen. We zetten daarbij in op meervoudig ruimtegebruik en het meekoppelen van kansen, zodat we de ruimtedruk verlichten. Bijvoorbeeld via integrale gebiedsinrichtingen of tijdelijke ontwikkelingen die structureel bijdragen aan een opgave. Dat doen we met ontwerpend onderzoek als standaard (samen)werkwijze bij (de visievormende fase van) ruimtelijke ontwikkelingen. Zo werken we op een integrale manier aan de toekomst van Zeeland, kortom: de Zeeuwse werkwijze. Ontwerpend onderzoek is een methode om met verschillende partijen gelijkwaardig aan tafel te zitten en gezamenlijk te onderzoeken welke ruimtelijke keuzes prioriteit krijgen. Voor succesvol ontwerpend onderzoek is een gezamenlijk beeld van het proces en duidelijke randvoorwaarden van provincie en gemeenten nodig. Het visietraject voor Zeeland 2050 kan hieraan bijdragen. Rijk en regio maken daarom afspraken over hoe nieuwe ruimteclaims meerdere doelen dienen en gecoördineerd worden.

Daarbij heeft de Zeeuwse werkwijze bijzondere aandacht voor de Zeeuwse identiteit en erfgoed. Door de nationale opgaven die op de provincie afkomen, dreigen deze te worden versnipperd. Een integraal overzicht van de impact van deze opgaven op erfgoed in Zeeland ontbreekt. Door het inzetten van

6

gebiedsbiografieën (inclusief erfgoed en cultuurhistorie) en recreatie en toerisme als uitgangspunten in het ontwerpend onderzoek, wordt aandacht voor de impact van de nationale opgaven op deze belangrijke ruimtelijke aspecten van Zeeland geborgd.

Eerste actie De eerste actie is om kaders op te stellen voor het inzetten van ontwerpend onderzoek en het gebruik van gebiedsbiografieën (afspraak 1a en 1a-1). Deze kaders bepalen de schaalgrootte van projecten waarbij een gebiedsbiografie nodig is. Hiermee wordt overmatig gebruik en inefficiënte besteding van tijd en budget voorkomen. Onderdeel van deze kaders is het in kaart brengen van de effecten van nationale opgaven op erfgoed in Zeeland. Voor uitvoering is een inventarisatie nodig van nationale opgaven in Zeeland en een plan voor efficiënte monitoring van de totale impact, zonder belangrijke details te verliezen. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) neemt hierover de leiding en zet haar expertise in voor een complete monitoringsaanpak.

Uitvoering afspraak Bij de verdere uitvoering zorgen we voor het structureel inzetten van ontwerpend onderzoek en gebiedsbiografieën bij gebiedsgerichte processen. Het is essentieel dat alle betrokken partijen begrijpen dat deze instrumenten geen optie zijn, maar een vast onderdeel van het vooronderzoek bij ruimtelijke projecten. De afspraak is voltooid wanneer ontwerpend onderzoek en gebiedsbiografieën structureel en effectief worden gebruikt in gebiedsprocessen, waarbij de historische, landschappelijke en

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

cultuurhistorische waarden volledig worden meegenomen in de ruimtelijke ordening. Daarvoor creëren we een totaalbeeld door informatiestromen te bundelen, inzicht in de meerjarenplanning te krijgen en ruimtelijke prioriteiten af te stemmen. Een eigenaar coördineert het proces binnen een sterk netwerk. Naast erfgoed blijft ook het cultuurhistorisch landschap centraal staan. Structurele samenwerking tussen de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), OCW en de regio is nodig, zowel voor de monitoring als de communicatie van bevindingen. Het Interbestuurlijk Toezicht (IBT) speelt hierin een sleutelrol door monitoring en terugkoppeling naar Rijk en regio te faciliteren, zodat erfgoedwaarden richting kunnen blijven geven. Het verdere verloop van de afspraak vereist het doorzetten van de structurele samenwerking zodat het meenemen van erfgoed ook in de planvormingsfase gedaan wordt. Tevens wordt er nagedacht over passende vormen van compensatie, mocht er toch schade aan erfgoed worden veroorzaakt.

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

7

Fiche Basisafspraken

2. Rijk en regio zetten in op een integrale financiële aanpak (zoals ontschotten of gebiedsgerichte financiering) om meerdere doelen te bereiken en het effect van de middelen te vergroten. 2a. Rijk en provincie uniformeren de inzet van hun middelen en brengen deze samen in een gebiedsportemonnee om middelen breder in te zetten en zo met dezelfde middelen een groter doelbereik te behalen. 2b. Rijk en regio onderzoeken hoe in de Wijkaanpak kansen vanuit economische ontwikkeling, klimaatadaptatie en energieen grondstoffentransitie kunnen worden benut, zodat ze bijdragen aan de leefbaarheid en toekomstbestendige woningvoorraad. En daarmee verder te gaan als dit positief blijkt.

Aanleiding en context In het kader van meervoudig ruimtegebruik en vanwege de samenhang tussen ruimtelijke opgaven met ruimteclaims in Zeeland, is bundeling van ruimte en budgetten wenselijk. Op dit moment ontbreekt echter een duidelijke definitie en vorm voor zo’n bundeling, evenals coördinatie op nationale middelen voor gebiedsontwikkeling. Dit zorgt ervoor dat bundeling van budgetten lastig is en het niet duidelijk is of en welke meerwaarde een bundeling kan betekenen. Strategisch overleg binnen het Rijk en tussen Rijk en provincie is nodig om bundeling mogelijk te maken. Zo kunnen via een integrale aanpak meerdere doelen worden bereikt en wordt de impact van middelen vergroot.

Eerste actie De start is het maken van een overzicht van alle beschikbare regionale, nationale en Europese middelen. Zo krijgen we inzicht in beoogde (nationale) investeringen in Zeeuwse regio’s en mogelijke koppelkansen. Tegelijk worden beoogde ruimteclaims voor

nationale opgaven in Zeeland in beeld gebracht. Dit gebeurt in een interdepartementale stuurgroep, om gerichte sturing te geven aan het meekoppelen van opgaven en doelen. Door vanuit projectdoelen en opgaven te werken, koppelen we financieringsstromen en zetten we integrale budgetten in voor meerdere doelen. We spreken af om te komen tot een pilot, waar we deze financiering in de praktijk kunnen brengen.

Uitvoering afspraak De koppeling met Zeeland 2050 en de Regionale Investeringsagenda’s (RIA’s) (instrument in NOVEX-gebieden) wordt gebruikt om de inzet op een gebiedsbudget te versterken. Daarnaast benutten we het financieringsoverzicht voor NOVEX-gebieden dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) momenteel opstelt. De eerste tastbare resultaten komen voort uit pilots die als onderdeel van deze afspraak worden gedefinieerd.

8

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

Fiche Basisafspraken

3. Rijk en regio gaan strategisch afstemmen over de efficiënte inzet van rijksgronden. Daarvoor benutten we het kavelruilbureau en breiden we de doelstelling van het bureau uit. Aanleiding en context Voor het realiseren van nationaal en provinciaal beleid speelt grondbezit en grondinstrumentarium een belangrijke rol. Daarom zetten we in op: • (strategische) afstemming over de locatie van (toekomstige) doelen in een gebied; • afstemming over inzet van beschikbaar grondinstrumentarium (zoals het kavelruilbureau van de provincie Zeeland); • en afstemming over elkaars grondposities en deskundigheid.

Eerste actie De eerste actie is om tot concrete afspraken met het Rijk te komen over bovengenoemde punten en voorwaarden voor het inzetten van grondeigendommen. Hiervoor benutten we het driehoeksoverleg. Deelnemers van het driehoeksoverleg zijn: gemeenten, provincie, het Rijksvastgoedbedrijf en de voormalige afdeling grondzaken van het ministerie van VRO.

Uitvoering afspraak Voor bredere inzet van grondbezit en grondinstrumentarium is overzicht van de beleidsdoelstellingen voor alle te realiseren doelen noodzakelijk. We breiden daarom de doelstelling van het kavelruilbureau uit en zorgen ervoor dat we structureel afstemmen over elkaars grondposities en de brede inzet daarvan.

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

9

Fiche Basisafspraken

4. Rijk en regio zorgen voor betere data-uitwisseling, zodat deze meer kan worden gebruikt voor onder andere monitoring en digital twinning. Aanleiding en context Tegenwoordig werken nationale en internationale organisaties voornamelijk digitaal. Dit heeft impact op de manier waarop informatie wordt opgeslagen. De fysieke leefomgeving wordt tegenwoordig ook digitaal vormgegeven. Daarbij komt het voor dat de manier van dataopslag, de mogelijkheden om data wel of niet te delen, of de beschikbaarheid van gegevens, leiden tot vertragingen en miscommunicatie tussen verschillende overheden. Eén van de overkoepelende doelen van programma NOVEX (waar het Ruimtelijk Arrangement als instrument onderdeel van is), is het verbeteren van de samenwerking tussen Rijk en regio op de ruimtelijke ordening. Goede, passende en snelle data-uitwisseling tussen betrokken partijen is daarvoor essentieel. Betere uitwisseling van data draagt ook bij aan gelijkmatige werkwijzen en duidelijkere afspraken. Hierdoor vinden we antwoorden op vragen zoals: meten we in millimeters of in meters? Hoe slaan we de fysieke leefwereld digitaal op? Hoe creëren we een digital twin? Dit draagt ook bij aan de mogelijkheden om de afspraken in het Ruimtelijk Arrangement te monitoren.

Daarnaast draagt de uitwisseling van data bij aan een ruimere beschikbaarheid van data voor onderzoek waarover we afspraken maken in dit Arrangement.

Sea Port District. Daarnaast kunnen we leren van andere provincies die hier al verder mee zijn, zoals de provincie Noord-Brabant.

Uitvoering afspraak

Eerste actie

Bij uitvoering van deze afspraak en de uitwerking hoe de uitwisseling van data kan worden verbeterd, is belangrijk om rekening te houden met de openbaarheid en gevoeligheid van de informatie. Voor het Rijk is het belangrijk om kennis op te doen over haar specifieke (on) mogelijkheden in het delen van data, monitoring en voor het creëren van een digital twins.

De eerste actie is om zoveel mogelijk kennis op te doen bij Rijk en regio over hoe wij in de huidige situatie omgaan met dataopslag, data delen en het vormen van digital twins. Een aantal specifieke voorbeelden hiervan zijn het Zeeuws Archief en de Foorprint Atlas van het North

Daarnaast is het bij het creëren van digital twins belangrijk om inzicht te krijgen in de gelaagdheid van het landschap. Hierbij kan ook de relatie gelegd worden met het grondbeleid.

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

10 Fiche Behoud en versterking Zeeuwse identiteit

5. Rijk en regio onderzoeken welke nog niet beschermde vormen van erfgoed en objecten we van belang vinden voor de identiteit en het verhaal van Zeeland. En hoe dit erfgoed bestendig kan worden gemaakt voor toekomstige ontwikkelingen. Aanleiding en context

Uitvoering afspraak

Het is belangrijk om alle vormen van erfgoed en objecten die van belang zijn voor de identiteit en het verhaal van Zeeland te beschermen. Momenteel is dit nog niet het geval, waardoor erfgoed kwetsbaar is voor toekomstige ontwikkelingen. We onderzoeken daarom welke vormen van erfgoed en objecten aanvullend beschermd moeten worden. Vervolgens maken we een concreet plan hoe we dit erfgoed bestendig gaan maken voor toekomstige ontwikkelingen.

Uit de inventarisatie met prioritering volgt een lijst van de beschermde vormen van erfgoed en objecten die van belang zijn voor de identiteit en het verhaal van Zeeland. Er ontbreekt nu ook een strategie om deze bestendig te maken voor toekomstige ontwikkelingen. Daarom is een belangrijke vervolgstap om een strategie op te stellen die handen en voeten geeft aan het bestendig maken van erfgoed en objecten. Hoe dit precies vormgegeven wordt en welke tijdlijn hieraan hangt, zal later volgen. Dit is afhankelijk van de uitkomsten van de eerste stap (inventarisatie).

Eerste actie De eerste actie is een regionale inventarisatie van kennis die er al ligt over het erfgoed van Zeeland. We zorgen voor een lijst die de prioritering onderling aangeeft, omdat niet alles kan worden beschermd. Een belangrijk aandachtspunt is dat bij het prioriteren een representatieve groep meedenkt.

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

Fiche Behoud en versterking Zeeuwse identiteit

6. Rijk en regio zorgen ervoor dat de waardevolle landschappen in Zeeland (zoals Walcheren en Kop van Schouwen) op worden genomen in de ontwerp-Nota Ruimte, en die samen met het reeds opgenomen Zuid-Beveland en de Zwinstreek te versterken. Aanleiding en context De bescherming van de Zeeuwse cultuurhistorische landschappen is van groot belang, maar wettelijke bescherming als ‘waardevolle landschappen’ ontbreekt nog. We spreken daarom af om als waardevolle landschappen Walcheren en Kop van Schouwen op te nemen in de ontwerp-Nota Ruimte, naast de reeds opgenomen landschappen van Zuid-Beveland en de Zwinstreek. Ook spreken we af alle genoemde waardevolle Zeeuwse landschappen te versterken. Hiermee zetten we de eerste stappen naar volledige bescherming.

Eerste actie De eerste actie is het opnemen van de landschappen Walcheren en Kop van Schouwen in de ontwerp-Nota Ruimte.

Uitvoering afspraak Naast het extra benoemen van de twee waardevolle landschappen spreken we af om de vier genoemde landschappen te gaan versterken. Hiervoor mist een concreet plan en wettelijke bescherming. In samenwerking met het Rijk zorgen we dat er een plan komt om dit te bereiken, bijvoorbeeld door de kernkwaliteiten in een gebiedsbiografie op te nemen.

11

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

12 Fiche Kustverdediging en waterveiligheid

7. Rijk en regio starten een integrale en gebiedsgerichte werkwijze ten aanzien van de opgave voor waterkerende landschappen in Zeeland. (ook wel: De Zeeuwse werkwijze) 7a. Rijk en regio voeren een quickscan uit om knelpunten en aandachtspunten te kunnen benoemen vanuit kustverdediging die zoekgebieden van andere ruimtelijke opgaven raken. 7b. Rijk en regio onderzoeken hoe de actualisering van de reserveringszones (en veranderend instrumentarium) in het kader van de zeespiegelstijging andere prioritaire opgaven raken richting de toekomst.

Aanleiding en context De Zeeuwse kustverdediging is een onderwerp dat veel ruimtelijke opgaven raakt. We passen de Zeeuwse werkwijze uit de basisafspraken toe om met een integrale manier van denken tot een gebiedsgerichte werkwijze te komen. We zetten deze werkwijze waar passend in op waterkerende landschappen, zoals bij verkenningen en gebieden waar experimenteerruimte is. Daarom worden de twee onderzoeken (afspraak 7a en 7b) uitgevoerd.

Eerste actie De eerste actie is het opzetten van de twee onderzoeken zodat deze parallel aan elkaar lopen. Er worden duidelijke kaders opgesteld die het schaalniveau en het doel van de onderzoeken helder definiëren. Hiermee richten we een efficiënt proces in dat zoveel mogelijk gebruik maakt van bestaande kennis. We gaan met het Rijk in gesprek om onderzoekscapaciteit en kennis af te stemmen.

Uitvoering afspraak Om tot de gebiedsgerichte werkwijze te komen, is een belangrijk aandachtspunt het verwerken van de opgedane kennis tot een integrale aanpak. Een belangrijk aandachtspunt is het faciliteren van de omschakeling van sectoraal naar integraal denken. Ontschottenbij gebiedsgerichte werkwijzen vereist niet alleen commitment van het Rijk, maar ook nauwe samenwerking met andere partners. Daarom benutten we inzichten uit pilots om onze kennis over integraal en gebiedsgericht werken aan te vullen.

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

13

Fiche Kustverdediging en waterveiligheid

8. Rijk en regio gaan in pilotgebieden, aan de hand van de principes van meerlaagse veiligheid, de veiligheid van de huidige situatie verbeteren en optimaliseren. Aanleiding en context

Uitvoering afspraak

Gevolgen van externe ontwikkelingen, zoals klimaatverandering, vragen een nieuwe manier van denken over waterveiligheid. Het toepassen van de principes van meerlaagse veiligheid bieden een kans om de huidige veiligheid te verbeteren en te optimaliseren. Hiervoor zijn pilotgebieden nodig om lessen te leren over nieuwe vormen van waterveiligheid.

Na het aanwijzen van de pilotgebieden, wordt een plan van aanpak gemaakt voor het toepassen van de principes van meerlaagse veiligheid. De verzamelde kennis over het inzetten van deze principes kan vervolgens worden toegepast in heel Zeeland en Nederland. Daarom is het van belang om lokale kennis en lessen breed te benutten. Belangrijke partners bij het leren en benutten van de uitkomsten zijn het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Rijkswaterstaat. De afspraak is voltooid als de resultaten van de pilots zijn opgeleverd en invulling kunnen geven aan een helder plan om de veiligheid in Zeeland te verbeteren en te optimaliseren, aan de hand van de principes van meerlaagse veiligheid.

Eerste actie De eerste actie is dat de betrokken partijen samen pilotgebieden aanwijzen waar de toepassing van meerlaagse veiligheid een meerwaarde vormt voor de omgeving.

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

14 Fiche Kustverdediging en waterveiligheid

9. Rijk en regio gaan in pilotgebieden, aan de hand van zeewaartse kustversterking, verkennen hoe natuurdoelen, waterberging, leefkwaliteit en economische ontwikkeling kunnen worden versterkt door zandsuppletie voor waterveiligheid. Aanleiding en context

Uitvoering afspraak

Het inzetten van zandsuppletie voor waterveiligheid draagt bij aan nationale doelen zoals natuur, economische ontwikkeling, waterberging en leefkwaliteit. We wijzen pilotgebieden aan om hierin de voordelen verder te onderzoeken.

Om de (mogelijke) bijdrage van zandsuppletie aan verschillende nationale doelen duidelijk in kaart te brengen, zijn een aantal pilotgebieden nodig om dit te onderzoeken. Naast de noodzaak voor deze pilotgebieden, is een steviger draagvlak voor de inzet van zandsuppletie voor bredere doeleinden gewenst. Wij zetten daarom in op nauwe samenwerking met het Rijk rond de voordelen van bredere inzet van zandsuppletie.

Eerste actie De eerste actie is het aanwijzen van geschikte pilotgebieden.Tijdens de (aanloop naar het komen tot een) aanwijzing communiceren we de impact van het pilot met de omgeving.

Beeld: Zandsuppletie Noordzeekust - Bron: Adobe Stock, Marc Beeld rechts: Land van Saefthinge - Bron: www.beeldbank.zeeland.nl, Felice Buonadonna

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

15

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

16 Fiche Leefbare steden en regio’s

10. Rijk en regio stellen samen met het netwerk een verstedelijkingsstrategie op voor Zeeland, gericht op het behoud van voorzieningen en het inzetten op de spiraal van groei. Daarbij willen we op de korte termijn inspelen op de beschikbare middelen ten behoeve van de verstedelijkingsgebieden. Aanleiding en context

Uitvoering afspraak

Voor het behouden van de hoogwaardige leefkwaliteit en stimuleren van gezonde groei van Zeeland is een gedragen verstedelijkingsstrategie nodig. Deze strategie zorgt voor sturing van ruimtelijke opgaven zoals wonen, mobiliteit, voorzieningen en economie. Deze stellen we gezamenlijk met het Rijk op om tot een strategie te komen die goed is voor Zeeland. We richten ons op: • wat Zeeland nodig heeft om bij te dragen aan nationale opgaven; • het creëren van een eigen visie voor Zeeland.

Wij betrekken alle Zeeuwse gemeenten in een gedegen proces om tot de verstedelijkingsstrategie te komen. Wij dragen zorg voor eigenaarschap, organisatiekracht, een trekker en een kopgroep vanuit de Zeeuwse gemeenten. Zo komen we tot concrete plannen. We sturen op een gedeelde visie vanuit Zeeland, en nemen deze mee in het gesprek met het Rijk om tot een passende verstedelijkingsstrategie te komen.

Eerste actie De eerste actie is om met het Rijk aan tafel te zitten om zo de nationale opgaven voor Zeeland met de verstedelijkingsvisie van Zeeland af te stemmen. Wij leveren een startdocument met een duidelijk verhaal en een gedeelde visie op de opgave.

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

17

Fiche Leefbare steden en regio’s

11. Rijk en regio gaan rond de tafel om met tijdelijke huisvestingsmaatregelen vervolgens permanente woningbouw, voorzieningen, essentiële infrastructuur, en bereikbaarheid en nabijheid te realiseren en te versterken. Aanleiding en context

Uitvoering afspraak

Voor de realisatie van een aantal nationale opgaven die kunnen landen in Zeeland zijn tijdelijke huisvestingsmaatregelen nodig. Het omzetten van tijdelijke voorzieningen in permanente woningbouw, voorzieningen en bereikbaarheidsmaatregelen draagt bij aan de verbetering van de leefkwaliteit in Zeeland. Het is een duurzame bijdrage aan het landelijk woningtekort. Deze omslag vraagt een integrale werkwijze waarbij nu al wordt nagedacht over het potentie van tijdelijke maatregelen richting de toekomst.

We hebben behoefte aan een trekker die na de brede inventarisatie van kansen en mogelijkheden van tijdelijke maatregelen, concrete acties voor het omzetten tot permanente verbeteringen organiseert. Dit kan via ronde tafel gesprekken, met als doel om heldere kaders op te stellen voor tijdelijke huisvestingsmaatregelen. Hiermee wordt vroegtijdig richting gegeven aan de realisatiefase van nationale opgaven in Zeeland. We sturen op een ambtelijk concept begin 2026.

Eerste actie De eerste actie is om scherp te krijgen welke nationale opgaven tijdelijke huisvestingsmaatregelen vragen. Hierna onderzoeken we welke koppelkansen vanuit regionale opgaven verbonden kunnen worden aan deze tijdelijke maatregelen.

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

18 Fiche Leefbare steden en regio’s

12. Rijk en regio zetten in op behoud van het voorzieningenniveau, door de kritische ondergrens te bewaken. Hiervoor benutten we het in ontwikkeling zijnde bereikbaarheidspeil. 12a. Rijk en regio doen onderzoek naar hoe we deze ondergrens kunnen definiëren, en wat het bewaken hiervan betekent voor Zeeland. 12b. Rijk en regio doen onderzoek naar de invloed van het woonbeleid op de leefkwaliteit en op het voorzieningenniveau. 12c. Rijk en regio maken op basis van deze onderzoeken maatwerkafspraken over maatregelen die bijdragen aan het behoud van het voorzieningenniveau.

Aanleiding en context Het is van groot belang voor Zeeland om de leefbaarheid en leefkwaliteit voor haar inwoners te behouden. Het bewaken van het voorzieningenniveau boven de kritische ondergrens is hiervoor cruciaal. Om hierop te kunnen sturen, onderzoeken we hoe deze kritische ondergrens te definiëren, en wat het behoud van deze kritische ondergrens voor Zeeland betekent. We gebruiken hiervoor het in ontwikkeling zijnde bereikbaarheidspeil, die ontwikkeld wordt door het Rijk als uitwerking van de Mobiliteitsvisie 2050. Het bereikbaarheidspeil is een aanvullende methodiek om de staat van de bereikbaarheid van voorzieningen te bewaken. Het gaat daarbij om het op peil houden of brengen van de bereikbaarheid van de belangrijkste voorzieningen en banen en om de leveringszekerheid van essentiële goederen. Dit bereikbaarheidspeil heeft daarmee een signaleringsfunctie, waarbij we de methodiek toepassen op de Zeeuwse context. Signalen uit het bereikbaarheidspeil vormen de aanleiding om opgaven rondom voorzieningen aan te pakken.

het woonbeleid op de leefkwaliteit en het voorzieningenniveau. Op basis van deze informatie en de Zeeuwse context, komen we tot maatwerkafspraken over het voorzieningenniveau, en bijbehorende nabijheid en bereikbaarheid. Vanuit het Rijk wordt actief de samenwerking met de regio gezocht, en waar mogelijk sluiten we aan bij Elke Regio Telt, ander (rijks)beleid en investeringslogica op Rijksniveau.

Eerste actie De eerste actie is het uitzetten van de twee onderzoeken (12a en 12b) over de kritische ondergrens en de invloed woonbeleid op het voorzieningeniveau. Succesfactoren voor deze onderzoeken zijn heldere afspraken over de kaders en het schaalniveau. Ook benutten we reeds bekende informatie en onderzoeken uit de regio zoals het in ontwikkeling zijnde bereikbaarheidspeil.

Is (zeer) tevreden met voorzieningen (% inwoners)* Winkels voor dagelijkse levensbehoeften Overige winkels Scholen Zorgvoorzieningen Sportvoorzieningen (zaal, veld, zwembad) Culturele voorzieningen (musea, voorstellingen, concerten) Vrijetijdsvoorzieningen Speeltuin voor kinderen Openbare ontmoetingsplekken

Voor het behouden van het voorzieningenniveau is een integrale blik van meerwaarde. Daarom onderzoeken we ook de invloed van

0%

20%

40% 50% 60%

Bron: Bereikbare voorzieningen - Leven in Zeeland (2021) Beeld rechts: De Oude Molen - Bron: www.beeldbank.zeeland.nl, Ria Overbeeke

80%

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

Uitvoering afspraak De resultaten van de onderzoeken dragen bij aan de benodigde definitievorming en vergroten onze actuele kennis over de samenhang tussen beleidsdomeinen. De resultaten geven richting aan de maatwerkafspraken met het Rijk om het voorzieningenniveau in Zeeland te verbeteren. Om te komen tot deze afspraken is vertegenwoordiging vanuit de verschillende Zeeuwse gemeenten van belang. Trekkers vanuit de gemeenten gaan samen met provincie en het Rijk in gesprek. Hiervoor worden de resultaten vanuit de onderzoeken benut. Deze worden half 2025 verwacht. Halverwege 2026 hebben Rijk en regio vervolgens maatwerkafspraken gemaakt over het behoud van het voorzieningenniveau in Zeeland.

19

20

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

21

Fiche Energie en (circulaire) economie

13. Rijk en regio brengen de impact van huidige keuzes in de energie- en grondstoffentransitie voor de ruimtelijke economische keuzeruimte voor Zeeland van de komende tien tot twintig jaar in beeld. (ook wel: De Zeeuwse werkwijze) 13a. Rijk en regio blijven doorlopend in gesprek over fysieke aanpassingen aan het energiesysteem in Zeeland en het nationale netwerk, om zicht te houden op de ruimtelijke consequenties vanaf 2030. 13b. Rijk en regio zetten schetsateliers/ontwerpend onderzoek in voor het besluitvormingsproces over de uitbreiding van het energiesysteem in Zeeland. Dit om gezamenlijke keuzes over ruimtelijke prioriteringen en afwegingen inzichtelijk te maken. 13c. Rijk en regio stellen onderzoeksbudget beschikbaar voor de optimale inpassing van het toekomstig energiesysteem, voor zover het gaat om nationale doelen die invulling krijgen in Zeeland (zoals SPUK’s). (ook wel: De Zeeuwse werkwijze)

Aanleiding en context De energie- en grondstoffentransitie gaat gepaard met uitbreidingen van de energieinfrastructuur, zoals hoogspanning, aanlanding Wind op Zee en de mogelijke komst van nieuwe kerncentrales. Dit heeft grote impact op de fysieke leefomgeving in Zeeland. De impact van het toekomstig energiesysteem op de ruimtelijk (economische) ontwikkelruimte van Zeeland is nog onduidelijk. Daarnaast betekent de sectorale sturing op de energie- en grondstoffentransitie dat afwegingen met andere ruimtelijke opgaven en doelen momenteel nog beperkt worden gemaakt. Om zorgvuldig sturing te kunnen geven aan de nationale opgaven die landen in Zeeland, is het belangrijk om inzicht te krijgen in de impact van keuzes op de ruimtelijke ontwikkelrichtingen in Zeeland voor de komende tien tot twintig jaar. Dit vraagt integrale afwegingen over de inpassing van het energiesysteem. Wij benutten hiervoor de Zeeuwse werkwijze met ontwerpend onderzoek.

22

Eerste actie De eerste actie is doorlopend in gesprek blijven over fysieke aanpassingen aan het energiesysteem. Middels de Zeeuwse werkwijze starten wij met gebiedsgerichte ontwerpateliers (ontwerpend onderzoek) waarmee de aanpassingen aan het energiesysteem in samenhang met andere opgaven worden onderzocht. In dit onderzoek zijn onder andere de gebiedsbiografieën en de Energievisie Zeeland belangrijke (ruimtelijke) uitgangspunten.

Uitvoering afspraak Een governance met vaste overleg-, afstem- en beslismomenten is noodzakelijk. Hiermee kunnen de noodzakelijke gezamenlijke keuzes gemaakt worden, die door het ontwerpend onderzoek zijn geprioriteerd. Afspraken over het mogelijk gebruik van scenario’s in het ontwerpend onderzoek, keuzes over het schaalniveau (thematisch, gebiedsgericht, detailniveau), besluitvorming, verantwoordelijkheden, en de verhouding van ontwerpend onderzoek tot voorkeursbeslissing zijn belangrijke succesfactoren. Onderzoek hoe ontwerpend onderzoek onderdeel kan worden van de projectprocedures en daarin juridisch geborgd kan worden, is onderdeel van deze afspraak.

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

Voor ontwerpend onderzoek naar de optimale inpassing van het toekomstige energiesysteem, voor zover het gaat om nationale doelen die invulling krijgen in Zeeland, is onderzoeksbudget beschikbaar. Randvoorwaardelijk voor het ontwerpend onderzoek is dat partijen de juiste beslisinformatie aanleveren, zodat op bestuurlijk niveau de juiste keuzes kunnen worden gemaakt. De Zeeuwse werkwijze met overleg tussen Rijk en provincie is een doorlopend en continue proces. Het resultaat van het ontwerpend onderzoek is een helder beeld over de vraag en het aanbod in het energiesysteem richting 2050, en inzicht in de transport- en opslagbehoefte. Daarmee kan het energiesysteem zorgvuldig en in samenhang met huidige opgaven worden ingepast.

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

23

Fiche Energie en (circulaire) economie

14. De regio stelt in navolging van het Rijk een ruimtelijke economische strategie op (waaronder ruimte voor circulaire economie) om de nationale economische ontwikkelingen goed te laten landen. Als belangrijke basis voor de hierna te maken samenwerkingsafspraken over de uitvoering van gedeelde doelen, stemmen regio en Rijk de ruimtelijke economische visie van het Rijk en de regionale strategie op elkaar af. Aanleiding en context Voor de ontwikkeling van de Zeeuwse economie is voldoende ruimte nodig. De opgave is hoe we daar als regio in kunnen voorzien. Vragen die daarbij spelen, zijn hoe we het programmeringsproces inrichten, welke economische ruimtevraag we wel en niet een plek willen bieden in Zeeland, op welke locatie, onder welke voorwaarden, en welk instrumentarium we inzetten om dit te realiseren. Er zijn al veel lopende ontwikkelingen ten aanzien van de wisselwerking tussen energie en economie, zoals bij North Sea Port District. Er is daarom behoefte aan het doorbouwen van een gedeeld beeld van de ruimtelijke economische strategie in Zeeland, ook vanwege de impact van de grote aanpassingen van het energiesysteem in de (nabije) toekomst.Een circulair wordende economie is een belangrijk onderdeel van deze strategie. Hierbij benutten we de uitkomsten uit het ontwerpend onderzoek over de uitbreiding van het energiesysteem in Zeeland (afspraak 13).

Vanwege de nationale energiedoelen voor Zeeland, moet de Zeeuwse ruimtelijke economische strategie goed op de nationale visie worden afgestemd. Dit om te voorkomen dat de nationale economische visie haaks zou staan op de ruimtelijke economische strategie van Zeeland.

Eerste actie De eerste stap is een gezamenlijk beeld creëren van de toekomstige

economie van Zeeland en het aandeel dat de circulaire economie hierbinnen inneemt, om vervolgens de ruimtelijke impact hiervan te onderzoeken. Hiervoor is het belangrijk om de bestaande overleggen en lopende processen rondom dit thema inzichtelijk te maken en bij elkaar te brengen. We wijzen hiervoor een trekker aan die activiteiten op het gebied van bedrijvigheid enerzijds en circulaire economie anderzijds aan elkaar koppelt. De regio stelt mede op basis hiervan een ruimtelijke economischestrategie op, in samenhang met de uitbreiding van het energiesysteem in Zeeland. In deze strategie is ook aandacht voor het economisch profiel van bestaande bedrijventerreinen. Met de ruimtelijke economische strategie van de regio en de visie van het Rijk maken we afspraken over de gedeelde ambities en doelen ten aanzien van de ruimte voor economie. Doel is om in een volgende actualisatie van het Ruimtelijk Arrangement toe te werken naar concrete uitvoeringsafspraken.

Uitvoering afspraak Momenteel staat de vraag uit bij het ministerie van Economische Zaken (EZ) om af te stemmen over de ruimtelijk economische strategie van Zeeland. De provincie zet in op een plan van aanpak om tot deze strategie te komen in 2025.

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

24 Fiche Energie en (circulaire) economie

15. Rijk en regio garanderen veilig transport van waterstofdragers, zodat de huidige omgevingsen leefkwaliteit niet in het geding zijn en geen belemmering vormt voor de toekomstige omgevings- en leefkwaliteit (waaronder potentiële woningbouwlocaties) langs het spoor. 15a. Rijk en regio onderzoeken hoe veilig transport van waterstofdragers (per buis, schip en trein) mogelijk is, zodat dit transport niet ten koste gaat van de externe veiligheid in Zeeland. 15b. Rijk en regio onderzoeken hoe bij nieuwe of veranderende activiteiten het transport van gevaarlijke stoffen (zoals ammoniak) kan worden opgenomen in de regelgeving. Dit zodat vroegtijdig belemmeringen van andere opgaven in de afwegingen en keuzes worden meegenomen.

Aanleiding en context In Zeeland staat de externe veiligheid rond het spoor momenteel onder druk. Het recente routeringsbesluit1 van het Rijk heeft weinig betekenis voor Zeeland, omdat er in Zeeland slechts één spoor beschikbaar is. Duidelijkheid over de afweging tussen transport van gevaarlijke stoffen enerzijds, en het realiseren van andere maatschappelijke opgaven (zoals woningbouw) anderzijds, is noodzakelijk en urgent. Dit komt door toenemend waterstoftransport, onder andere via waterstofdragers zoals ammoniak, vanuit North Sea Port aanverwante industriële ontwikkelingen. Duidelijkheid schept helderheid over de belemmeringen voor andere opgaven en houdt rekening met externe veiligheid in de huidige situatie.

1

Eerste actie We maken een praatplaat om de problematiek op een eenvoudige en duidelijke manier uit te leggen, zodat de knelpunten in beeld komen. We maken afspraken met het Rijk hoe veilige woningbouw rond het spoor kan worden gerealiseerd, vanwege externe veiligheid van gevaarlijke stoffen. Immers betreft het hier verschillende bevoegdheden. Naast de inzet vanuit verschillende gemeenten om zo snel mogelijk vanuit het Rijk meer duidelijkheid over veilige woningbouw rond het spoor te verkrijgen, leggen we met deze afspraak de basis voor langjarige samenwerking met het Rijk rondom externe veiligheid.

Uitvoering afspraak Allereerst onderzoeken we hoe veilig transport van waterstofdragers mogelijk is, welke niet ten koste gaat van externe veiligheid in Zeeland. Ook verknopen we verschillende lopende gesprekken door de samenwerking te zoeken met andere provincies waar dit speelt. Regie is wenselijk, en wordt via een bestaande tafel georganiseerd waar betrokken provincies met verschillende departementen kunnen spreken (bijvoorbeeld via het Clusteroverleg, of als vast agendapunt in de Stuurgroep Nationaal Programma Verduurzaming Industrie).

Het doel van het Routeringsbesluit is waar mogelijk het vervoer van gevaarlijke stoffen te verschuiven naar de Betuweroute om op die manier de overschrijdingen van de risicoplafonds aan te pakken. Bron: www.internetconsultatie.nl/routeringsbesluit_gevaarlijke_stoffen_spoor

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

Voor Zeeland is het van belang scherp te krijgen wat de keuzes zijn voor veilig transport van waterstofdragers per buisleiding of transport per schip. We kijken wat de Nationale Strategie betekent voor Zeeland en leggen daarmee de knelpunten en consequenties op tafel. Vervolgens maken we vanwege het nationale belang van waterstof, op basis van de knelpunten en consequenties vervolgafspraken met het Rijk. Het uitgangspunt hierbij is een actieve rol en medewerking van de betrokken ministeries om gezamenlijk met de provincie Zeeland en de betrokken gemeenten inzichtelijk te maken wat de (toekomstige) volumes voor transport zijn, en de impact daarvan, om te blijven onderzoeken op welke manier de aanleg van een ammoniakbuisleiding kan worden gerealiseerd. Zeker gezien de situatie in Zeeland waar geen alternatieve routes zijn wat betreft vervoer per spoor en water. Op korte termijn, direct na het tekenen van het Ruimtelijke Arrangement, worden de eerste gesprekken zoals hierboven benoemd, ingericht. In december 2025 ligt er een gezamenlijk plan van aanpak voor de korte termijn.

Beeld: Industrie in Zeeland - Bron: www.beeldbank.zeeland.nl, Sky Pictures

25

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

26 Fiche Energie en (circulaire) economie

16. Rijk en regio gaan de beschikbaarheid van zoetwater voor industriële productieprocessen vooraf toetsen en daarmee borgen in besluitvorming over vergunningverlening. Aanleiding en context

Uitvoering afspraak

Er is toenemende vraag naar zoetwater voor industriële productieprocessen en daardoor zal de schaarste sterker toenemen. Zoetwaterbeschikbaarheid is geen gegeven, en Zeeland is voor haar zoetwatervoorziening afhankelijk van externe aanvoer. Aangezien zoetwater daarmee een verdelingsvraagstuk tussen verschillende vragers is, is het wenselijk om bij het vergunningverleningsproces voor bedrijfsactiviteiten mee te wegen of er voldoende zoetwater beschikbaar is. Bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor haar zoetwatervoorzieningen en kunnen er zelf tijdig voor zorgen dat er genoeg zoetwater beschikbaar is voor de gewenste productieprocessen. Daarmee is water onderdeel van het vestigingsklimaat.

Aandacht voor de verschillende kwaliteiten van zoetwater voor verschillende watervragers is een belangrijk punt bij de uitwerking van deze toets. Hiervoor is expertise over zoetwater in relatie tot industriële productieprocessen noodzakelijk. Ook is behoefte aan expertise die de impact van zoetwaterbeschikbaarheid op waterstofproductie inzichtelijk kan maken. Aangezien de ontwikkelrichting van de zoetwatervraag samenhangt met een circulair wordende economie, is aansluiting bij de ruimtelijk economische strategie van de provincie Zeeland wenselijk.

Eerste actie We voeren een stakeholderanalyse uit en onderzoeken de huidige wet- en regelgeving voor zoetwater in vergunningverlening (en de rol van het bevoegd gezag). Zo zorgen we voor inzicht in de risico’s en de randvoorwaarden om zoetwaterbeschikbaarheid mee te nemen in besluitvorming voor de vergunningverlening van industriële productieprocessen. Mogelijk is de Omgevingstoets een instrument.

Beeld rechts: Bathse brug over het Schelde-Rijnkanaal - Bron: www.beeldbank.zeeland.nl, Ria Overbeeke

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

27

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

28 Fiche Landelijk gebied

17. Rijk en regio geven duidelijkheid over de rol van Zeeland in de voedselproductie. 17a. Rijk en regio brengen aan de hand van klimaatscenario’s in beeld wat de uitdagingen op korte, middellange en lange termijn zijn voor de landbouw. Hiermee maken we inzichtelijk wanneer we op ontwikkelingen moeten inspringen in de tijd.

Aanleiding en context Agrariërs en provincie hebben grote behoefte aan duidelijkheid over hoe de toekomst eruitziet voor de huidige (vormen van) landbouw. Vanwege de invloed van verschillende (externe) factoren, zoals zoetwaterbeschikbaarheid en de ontwikkeling van de markten, is een goed beeld over de mogelijkheden op korte, middellange en lange termijn gewenst. Om hierover duidelijkheid te krijgen, is het nodig dat het Rijk een uitspraak doet over de gewenste schaalgrootte van landbouwbedrijven en -productie. We zorgen hierdoor voor sociaaleconomisch perspectief voor de Zeeuwse agrariërs.

Eerste actie Een eerste stap naar perspectief voor Zeeuwse agrariërs is een duidelijke definitie van wat het Rijk verstaat onder hoogwaardige landbouw, en uitspraak van het Rijk over de rol van Zeeland in de voedselproductie en binnen het landelijk perspectief voor Nederland. Daarnaast stellen we als provincie vast wat wij willen produceren in Zeeland. Dat doen wij door een duidelijk en gezamenlijk beeld over de wensen uit de regio te creëren. Belangrijke aspecten hierbij zijn bijvoorbeeld leefomgeving, vitaliteit en andere regionale prioriteiten. Door middel van het opzetten van regiobedrijven als pilotgebieden of experimenten hebben we mogelijkheden om te onderzoeken of we inzetten op hoogwaardige kwaliteit, en of er ambitie is om een specifiek regioproduct te ontwikkelen.

Uitvoering afspraak Bij de uitvoering van deze afspraak is het belangrijk om marktwerking en de rol van Zeeland hierin continu in ogenschouw te houden. Onderzoek naar de uitdagingen voor de landbouw aan de hand van klimaatscenario’s maakt inzichtelijk wanneer keuzes nodig zijn om in te springen of bij te sturen op ontwikkelingen. Onder andere deze aspecten zijn belangrijke bouwstenen voor het handelingsperspectief voor de toekomstige landbouwproductie in Zeeland.

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

29

Fiche Landelijk gebied

18. Rijk en regio nemen bij ruimtelijke ontwikkelingen meekoppelkansen mee voor het realiseren van groenblauwe dooradering (GBDA), het herstel van hydrologie (moerassen) en natuurherstel. Aanleiding en context Grote landelijke projecten, zoals doorontwikkeling van het energiesysteem en mogelijke waterstofontwikkeling, maar ook de toenemende ruimtevraag van recreatie en toerisme, hebben impact op het Zeeuwse landelijk gebied. Vanwege de beperkte ruimte en de noodzaak om leefkwaliteit te versterken, kunnen deze ruimtelijke opgaven niet zonder integrale benadering en een goede groenblauwe dooradering (GBDA) worden gerealiseerd. Voor een gezonde fysieke leefomgeving, is het GBDA een randvoorwaarde. We doen dit door het opzetten van een natuurnetwerk en een basisstrategie om deze te verbeteren.

Eerste actie Onze eerste actie is om een duidelijke definitie van de ruimtelijke kwaliteit van een groenblauwe dooradering vast te stellen. Daarbij is het belangrijk dat het Rijk actief aansluit bij de lopende pilots in Zeeland om betrokkenheid en samenwerking te versterken. We starten daarom samen met de pilot Groenblauwe Dooradering in Reimerswaal, waarbij het Rijk meedenkt en bijdraagt aan de uitvoering.

Uitvoering afspraak Voor uitvoering van deze afspraak is het van belang dat de provincie in gesprek gaat met het Rijk om de normen van een groenblauw netwerk te bepalen. Dit zal waarschijnlijk via het gebiedsprogramma van de provincie verlopen en mogelijk ook via het Nationaal Hervormingsprogramma (NHV).

30

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

Fiche Landelijk gebied

19. Rijk en regio verankeren uitkomsten van het onderzoek ‘Verdieping beschikbaarheid zoetwater en vermindering stikstof’ in normeringsbeleid. Aanleiding en context Stikstofdepositie is een grote uitdaging voor de natuurkwaliteit in Nederland enerzijds, en voor de realisatie van verschillende ruimtelijke opgaven anderzijds. Er zijn verschillende (natuur) gebieden in Zeeland die stikstof kunnen opslaan. Het is mogelijk dat deze opslagcapaciteit vermindert wanneer de waterstand daalt. Op dit moment loopt een onderzoek naar de meerwaarde van de beschikbaarheid van zoetwater voor de vermindering van stikstof. Wanneer de uitkomsten van het onderzoek daar aanleiding toe geven, worden deze verankerd in normeringsbeleid.

Eerste actie Vooruitlopend op de eerste resultaten van het onderzoek betrekken we het Rijk om duidelijkheid te verkrijgen over uitvoeringsmogelijkheden om de normering in werking te laten treden. Landelijke samenhang en aansluiting met andere provincies en bodemsoorten is zinvol.

Uitvoering afspraak Voor het onderzoek en de doorlooptijd hiervan is een grove tijdlijn bekend. De eerste onderzoeksresultaten worden verwacht in 2027. De vergelijking met andere provincies en bodemsoorten vindt plaats in 2028. De voorbereiding voor besluitvorming vindt plaats in 2029. De eerste uitkomsten worden verwacht in 2030. Na afronding worden de uitkomsten uitgedragen aan de betreffende sectoren (middels communicatie), en worden de uitkomsten geformuleerd in beleid indien die daar aanleiding toe geven. Deze afspraak is voltooid wanneer de uitkomsten eventueel geformuleerd zijn in beleid, de normering wordt gehandhaafd in een gebied en een subsidieregeling in werking is gesteld.

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

31

Fiche Landelijk gebied

20. Rijk en regio onderzoeken de huidige balans van de totale zoetwatervraag en die van de toekomst. We kijken daarvoor naar de jaargemiddelden en door het jaar heen. 20a. Rijk en regio bepalen de juridische status van regenwater en water in de ondergrond, en koppelen deze aan het zoetwater afwegingskader (in de maak) als hulpmiddel bij het verdelingsvraagstuk voor verschillende watervragers. 20b. Rijk en regio nemen geen-spijt maatregelen om efficiënt met regenwater om te gaan door opslag, hergebruik en besparing van (gebiedseigen) water.

Aanleiding en context Zoetwaterbeschikbaarheid is een verdelingsvraagstuk. Vanwege toenemende zoetwaterschaarste is inzicht in toekomstige scenario’s, en de huidige en toekomstige zoetwaterbalans gedurende het jaar cruciaal. Deze afspraak komt voort uit het Zeeuws gebiedsprogramma en heeft als doel inzicht te verkrijgen in de zoetwatervraag voor alle ruimtelijke opgaven en ruimtevragers. Specifiek bij de landbouw is zoetwaterbeschikbaarheid gedurende het jaar momenteel al een grote opgave. Een afspraak over de juridische status van zoetwater en een bijbehorend afwegingskader voor watervragers kan perspectief bieden. Op basis van het onderzoek en de juridische afspraak wordt inzichtelijk welke geenspijt maatregelen mogelijk zijn om efficiënt met regenwater om te gaan.

Eerste actie We maken afspraken met het Rijk over de samenwerking bij de benodigde onderzoeken naar de totale zoetwaterbalans, de juridische status van regenwater en de mogelijkheden van geen-spijt maatregelen. Hiervoor is een duidelijke opdrachtgever bij het Rijk en toewijzing van een onderzoeksbudget nodig.

Uitvoering afspraak Een scherpe onderzoeksopzet is cruciaal voor het verkrijgen van de juiste inzichten. We nemen daarom ook expliciet de zoetwatervraag van de industrie mee. Bestaande onderzoeken (zoals Living Labs) en de invloed van de toekomstige Deltabeslissing (2026) zijn ook onderdeel van de onderzoekscope. Andere aandachtspunten zijn: • de waarde van zoutwater ten opzichte van zoetwater en hoe deze optimaal kan worden benut; • de vermindering van de zoetwatervraag; • de definitie van adaptatie in de context van waterbeheer; • de mogelijkheid voor de regio om financiering te ontvangen voor zelfvoorzienendheid; • en zoutminnende oplossingen. Voor de geen-spijt maatregelen zijn onderzoeken en experimenten voor wateropslag relevant.

32

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

Fiche Landelijk gebied

21. Het Rijk creëert een aanspreekpunt voor de regio om rijksbeleid voor recreatie en toerisme te coördineren. Aanleiding en context De recreatiesector in Zeeland is van groot belang voor de provinciale en de nationale economie. De veelzijdigheid van de sector en de verschillende uitdagingen waar de recreatiesector mee te maken heeft (permanente bewoning, natuurkwaliteit, ondermijning etc.), maken de beleidscontext voor de sector complex. Daarom is er behoefte aan één centraal aanspreekpunt bij het Rijk. Het doel hiervan is een betere en helderdere samenwerking tussen het Rijk, de provincie en gemeenten.

Eerste actie We stellen een Rijkscoördinator aan, die met een integrale aanpak de verschillende belangen en opgaven gaat verbinden. Deze Rijkscoördinator kan daarmee ook vanuit het Rijk de gewenste aandacht geven aan de sector. Deze sector is immers ontzettend belangrijk voor de Zeeuwse en Nederlandse economie. Het is nog niet duidelijk welk departement als eerste aanspreekpunt moet fungeren. Dit moet worden vastgesteld om effectief van start te kunnen gaan.

Uitvoering afspraak Een gezamenlijk beeld over de belangrijkste aandachtspunten voor de sector, vormt de basis voor verdere stappen. Ook voor andere provincies is een eenduidig aanspreekpunt rond recreatie en toerisme mogelijk een belangrijk vraagstuk. Daarom leggen we verbindingen met andere regio’s waar dit vraagstuk speelt en stemmen we af. Hierdoor halen we vragen op en leren we van elkaar. Uiterlijk in april 2025 is de Rijkscoördinator of het aanspreekpunt bekend, zodat helder is wie verantwoordelijk is voor de coördinatie en communicatie binnen en vanuit het Rijk.

Beeld: Blauwe slaapstrandhuisjes Nollestrand Vlissingen - Bron: www.beeldbank.zeeland.nl, Xander Koppelmans

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

33

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

34

Indicatief overzicht deelnemers per afspraak (definitief in mei) Fiche Basisafspraken

Fiche Kustverdediging en waterveiligheid

1. Betrokken partijen: Provincie, Interbestuurlijk Toezicht, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, natuurverenigingen, Smart Delta Resources Trekker: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

7. Betrokken partijen: Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Waterschap Scheldestromen, provincie Trekker: Samenwerkingsverband Rijk en provincie

2. Betrokken partijen: Overleg Zeeuwse Overheden (provincie, gemeenten, waterschappen), het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Trekkers: Nog niet bekend 3. Betrokken partijen: Rijk, provincie, gemeenten, kavelruilbureau. Trekker: Provincie 4. Betrokken partijen: Nog niet bekend Trekker: Nog niet bekend

Fiche Behoud en versterking Zeeuwse identiteit 5. Betrokken partijen: Rijk, provincie en gemeenten Trekker: Provincie 6. Betrokken partijen: Rijk, provincie en gemeenten Trekker: Provincie

8. Betrokken partijen: Rijkswaterstaat, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Waterschap Scheldestromen, provincie Trekker: Nog niet bekend 9. Betrokken partijen: Rijkswaterstaat, Waterschap Scheldestromen, gemeenten (waar pilot onder valt), provincie, privaat (ondernemers), terreinbeherende organisaties Trekker: Nog niet bekend

Fiche Leefbare steden en regio’s 10. Betrokken partijen: Provincie, het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, het ministerie van Economische Zaken, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Z5 (kopgroep), kleinere gemeenten, inwoners, Waterschap Scheldestromen, woningcorporaties Trekker: Provincie en kopgroep 11. Betrokken partijen: Rijk, provincie Trekker: Provincie

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

12. Betrokken partijen: Provincie, Rijk, HZ Kenniscentrum Zeeuwse samenleving Trekker: Provincie (met regionale trekkers uit gemeenten)

Fiche Energie en (circulaire) economie

35

Fiche Landelijk gebied 17. Betrokken partijen: Nog niet bekend Trekker: Nog niet bekend

13. Betrokken partijen: Provincie Zeeland, het ministerie van Economische Zaken, het ministerie van Klimaat en Groene Groei, Rijkswaterstaat, Zeeuws Gemeenten Duurzaamheidsoverleg, Stedin, TenneT, Smart Delta Resources/Cluster Energie Strategieën, Gasunie, Europese Unie Trekker: Provincie (met regionale trekkers uit gemeenten), het ministerie van Klimaat en Groene Groei

18. Betrokken partijen: Nog niet bekend Trekker: Nog niet bekend

14. Betrokken partijen: Provincie, gemeente Reimerswaal, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Zeeuws Duurzaamheidsoverleg Trekker: Nog niet bekend

20. Betrokken partijen: Nog niet bekend Trekker: Nog niet bekend

15. Betrokken partijen: Gemeente, provincie(s), Rijk (verschillende departementen), North Sea Port, Smart Delta Resources Trekker: Provincie 16. Betrokken partijen: Gemeente, provincie(s), Rijk (verschillende departementen), North Sea Port, Smart Delta Resources Trekker: Provincie

19. Betrokken partijen: Provincie, Waterschap Rusthoeve, ZLTO, Rijk Trekker: Provincie (nu), Rijk (uitvoering).

21. Betrokken partijen: Nog niet bekend Trekker: Nog niet bekend

Scheldestromen,

36

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

37

Bijlage A: Het Zeeuws waardenkader

Beeld: Radartoren Ossenisse - Bron: www.beeldbank.zeeland.nl, Ton Stanowicki

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

38

Zeeland heeft door haar ligging en kenmerken een rol in de nationale opgave, maar er is niet voor alle opgaven ruimte. Er is een leidraad nodig om te bepalen op welke opgaven en ruimtevragen Zeeland in wil zetten. Daar is het Zeeuws waardenkader voor opgesteld. Het waardenkader helpt ook bij het formuleren van bijbehorende voorwaarden. Het Zeeuws waardenkader geeft het kader mee waarbinnen de afspraken van het Ruimtelijk Arrangement moeten passen. Het waardenkader geeft het frame om het gesprek met het Rijk te voeren. Hiermee creëren we een eenduidig en herkenbaar verhaal, waarmee telkens opnieuw de ruimtevragen worden afgewogen om zo Zeeland robuust, leefbaar en aantrekkelijk te houden. Om tot een gedeeld beeld te komen om op de ruimtevragen adequaat en proactief te kunnen reageren, is het Zeeuws waardenkader opgesteld. De Zeeuwse waarden zijn niet nieuw. Ze komen o.a. voort uit de Zeeuwse Omgevingsvisie, de Toekomstvisie Zeeland 2040, de merkstrategie, de werksessies voor het Ruimtelijk Arrangement (waaronder de denktanksessie met Jouw Zeeland) en het

coalitieakkoord Met Zeeland, voor Zeeland. Met deze input is tot de volgende waarden gekomen: • • • • •

volhoudbaarheid; rentmeesterschap; verscheidenheid; nuchterheid; stap voor stap.

Het waardenkader kan door de provincie en betrokken partijen benut worden voor zowel de afspraken met het Rijk als de afspraken in de regio. De waarde verscheidenheid biedt daarbij in het bijzonder ruimte voor regionale invulling. Het Zeeuws waardenkader is niet exclusief bedoeld voor één partij of het proces van het Ruimtelijk Arrangement, maar kan door alle betrokken partijen gebruikt worden. Samengevat ziet het waardenkader er als volgt uit:

VERDIEPINGSDOCUMENT OP CONCEPT RUIMTELIJK ARRANGEMENT ZEELAND

De eerste twee waarden, volhoudbaarheid en rentmeesterschap gaan over het waarom. Volhoudbaarheid en rentmeesterschap liggen in het verlengde van elkaar. Volhoudbaarheid gaat over de inzet in het heden en hoe die voor onbetaalde tijd voort kan bestaan. Rentmeesterschap richt zich op de nalatenschap, het voorkomen van het afschuiven van problemen naar de toekomst of de rest van de wereld.

Volhoudbaarheid: De inzet is op ontwikkelingen die zowel nu volhoudbaar zijn of zich kunnen doorontwikkelen naar een volhoudbaar alternatief. We doen wat we zelf kunnen doen en zoeken samenwerking om barrières weg te nemen. Zo werken we aan de robuustheid van Zeeland en een circulaire economie. Is een ontwikkeling niet volhoudbaar dan wordt er ruimte geboden aan tijdelijke oplossingen zodat adaptatie mogelijk is. Met deze werkwijze hebben partijen de mogelijkheid om stapsgewijs naar een volhoudbaar model te groeien.

Rentmeesterschap: We zijn ons bewust van onze nalatenschap en wegen die mee bij onze beslissingen. We doen wat we kunnen om problemen aan te pakken en niet door te schuiven naar toekomstige generaties of andere regio’s. Goed rentmeesterschap betekent ook het behoud van Zeeuwse kenmerken zoals het historisch erfgoed en het open landschap. Goed rentmeesterschap kan erom vragen beslissingen te nemen die op korte termijn pijn doen, maar op lange termijn goed zijn voor Zeeland. De derde waarde, verscheidenheid, betreft het wat: de identiteit van Zeeland die zich kenmerkt door verscheidenheid. Het is een erkenning dat de opgaven in de regio’s om een verschillende aanpak vragen.

39

Verscheidenheid: Zeeland is divers en kenmerkt zich door een grote verscheidenheid aan landschappen, inwoners en bedrijvigheid. De eilandenstructuur van Zeeland draagt door de regionale identiteit bij aan de verscheidenheid. Kenmerkend is ook de verscheidenheid in schaalgrootte. Zo is er ruimte voor grootschalige, industriële ontwikkelingen zoals het North Sea Port District en voor het MKB. Bij deze diversiteit past het gebiedsgericht invullen van vraagstukken waarbij de leefkwaliteit en landschappelijke waarden worden versterkt. Trots zijn onze inwoners en ondernemers op hun eigen, regionale identiteit. De laatste twee waarden gaan over het hoe. Hoe gaan we om met de veranderingen die op Zeeland afkomen? De waarden nuchterheid en stap voor stap zijn beide praktisch. Dat past bij de Zeeuwen.

Nuchterheid: Nuchterheid is weten we waar we invloed op hebben en waarop niet. We zijn zelfbewust en ambitieus, doen niet aan luchtfietserij en nemen onze verantwoordelijkheid. Klimaatverandering en de transities brengen onzekerheden met zich mee. Omgaan met die onzekerheden doen we door aan te geven wat er in Zeeland kan, wat wij zelf doen en ook wat er niet mogelijk is. We zijn geworteld in de Zeeuwse klei en richten onze blik vooruit, zodat we veranderingen aan zien komen en kunnen anticiperen. Met een leefbare toekomst voor Zeeland voor ogen doen we wat we kunnen om daaraan bij te dragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15457332/1