CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

20050 - Evaluatie POH 2022 (002)

Besluitvormende raad 14 juli 2022, gemeente GoesBij agendapunt: Lijst van toezeggingen4.126 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie POH Jeugd en Gezin en hoe verder Aanleiding Sinds 2015 is de jeugdhulp gedecentraliseerd naar de gemeenten. Een van de gedachten achter de decentralisatie was dat gemeenten deze jeugdzorg beter en efficiënter zouden kunnen organiseren, omdat zij dichter bij de jongeren en hun gezinnen staan en daardoor eerder en effectiever voor de juiste zorg zouden kunnen zorgen. Daardoor zou duurdere, meer gespecialiseerde zorg op termijn voorkomen kunnen worden. Een van de maatregelen die gemeenten hiervoor inzetten is de Praktijkondersteuner Jeugd bij de Huisarts (POH jeugd). Dit is ook een van de aanbevolen maatregelen die uit het rapport ‘Stelsel in Groei’ van Andersson Elffers Felix (AEF)(2020) is gekomen als een effectieve maatregel om meer grip te krijgen op het budget. De besparing wordt volgens AEF met name veroorzaakt door een substitutie-effect: de POH jeugd kan lichte hulp verlenen en daarmee een verwijzing voorkomen. De maatregel heeft daarnaast een positief effect op ervaringen van kinderen, jongeren en ouders, en kan helpen bij normaliseren. Als nadeel wordt aangegeven dat voor deze maatregel gemeenten wel afhankelijk zijn van de bereidheid van de huisartsen om hieraan mee te werken. Ook in Goes zetten we deze maatregel in en is deze opgenomen als onderdeel van de pijlers normalisatie en zakelijkheid in het focusplan.

Opzet POH Jeugd en Gezin in Goes In juni 2020 heeft het college besloten om de pilot POH Jeugd en Gezin structureel te maken bij de toen deelnemende huisartsenpraktijken Huisartsencentrum Goes en SenS en uit te gaan breiden naar de andere huisartsenpraktijken in Goes. (advies Z19.044721/D20.652827). De functie van POH Jeugd en Gezin bestond in Goes enerzijds uit een POH Jeugd en opvoedhulp en anderzijds een POH Jeugd GGZ. De opzet was om de functie van POH Jeugd en opvoedhulp in te vullen door een jeugdconsulent en de POH Jeugd GGZ door externen. Om de uitbreiding te kunnen realiseren werden er extra middelen beschikbaar gesteld voor de inzet van een POH Jeugd GGZ en de huur van ruimten in de huisartsenpraktijken. Daarnaast heeft het CJG extra uren gekregen om de functie van POH Jeugd en Opvoedhulp te kunnen vervullen (advies doorontwikkeling CJG). Doel is: - Verbinding tussen de huisarts en het CJG te verbeteren; - meer directe sturing, doordat er minder directe doorverwijzingen *) van de huisarts richting jeugdhulp gaan; - de jongeren dichtbij in een vertrouwde omgeving ondersteunen, waardoor de doorverwijzingen verminderen (normalisatie) en indien nodig tijdig, passende jeugdhulp in wordt gezet. We zijn de pilot gestart met één praktijk en na een jaar heeft een tweede praktijk zich aangesloten. Vanaf 2020 is besloten te gaan uitbreiden naar de andere huisartsen.

De uitbreiding gaat niet in één keer, maar vindt in stapjes plaats. Er is sprake van een groeimodel en we doen hier nu een tussentijdse evaluatie op dit model. *) we krijgen meer zicht en kunnen meer invloed uitoefenen op inzet van passende jeugdhulp. Op directe doorverwijzingen hebben we geen enkele invloed.

Indicatoren voor succes Dit document bevat een evaluatie, zowel op basis van ervaringen van de partijen, als op basis van cijfers. We hebben tenslotte gezegd dat de POH Jeugd en Gezin een succes is als:

1

1. De POH-er stimuleert dat passende hulp wordt ingezet en er binnen 7 werkdagen een POHer beschikbaar is; 2. De POH-er minimaal 75% van de cliënten ziet/spreekt die bij de huisarts terecht komt met hulpvragen; 3. Minimaal 50% van de cliënten die de POH-er spreekt, wordt behandeld door de POH-er zelf of een andere voorliggende voorziening. De andere maximaal 50% van de cliënten wordt alsnog doorverwezen naar de GGZ of andere passende jeugdhulp; 4. De POH-er samenwerking stimuleert met andere partners (welzijn, jeugdarts, jeugdverpleegkundige, onderwijs, medisch specialist, etc). Randvoorwaarde voor deze vier succesfactoren is de bereidheid van de huisarts om samen te werken en de kwaliteit van het contact tussen de huisarts en de POH-er. Periode na uitbreiding tot nu We zijn deze periode gestart met het beeld dat de POH Jeugd en Gezin uit twee medewerkers bestond, een POH Jeugd GGZ en een POH Jeugd en Opvoedhulp. De POH Jeugd GGZ zou door een externe partij worden ingevuld, de POH Jeugd en Opvoedhulp door een Jeugdconsulent van het CJG. Dit zou bij de reeds deelnemende huisartsenpraktijken (Huisartsencentrum Goes en SenS) geleidelijk worden gedaan. In de periode na de zomer 2020 is er bij het CJG geleidelijk aan op basis van de doorontwikkeling extra formatie bijgekomen.

Daarna zijn ook de andere huisartsenpraktijken benaderd zijn om eveneens een POH Jeugd en Gezin op te nemen in hun praktijk. Gebleken is toen dat de nieuwe huisartsenpraktijken er de voorkeur aan gaven om één persoon werkzaam te laten zijn binnen hun praktijk. Daarbij bleek het gebrek aan tijd bij de huisartsen en daarnaast ook ruimte vaak een lastige. Uiteindelijk hebben de gesprekken opgeleverd dat er bij drie nieuwe huisartsenpraktijken een POH Jeugd en Opvoedhulp mocht starten. Huisartsen Binnekamp, Oorschot en Gevaert sloten zich aan. Hiermee hebben 15 huisartsen inmiddels de mogelijkheid om een POH-er in te zetten. In 2022 zijn er 6 huisartsen die nog geen POH-er hebben (in 2021 waren dit er 5, er is in 2022 1 nieuwe huisarts bijgekomen). Door de coronamaatregelen, waardoor sommige praktijken beperkt open waren, en de extra werkdruk die deze periode ook gaf bij de huisartsen werd de start en de daadwerkelijke inzet bij deze huisartsen wel bemoeilijkt. De POH Jeugd GGZ medewerkers zijn in de tussentijd beiden gestopt vanwege een andere baan. Er zijn diverse gesprekken gevoerd, maar het invullen van een POH Jeugd GGZ op korte termijn bleek niet mogelijk omdat er geen capaciteit beschikbaar was bij de externe partners. Daarbij gaven de huisartsen ook hier aan graag één persoon binnen hun praktijk te willen en niet twee.

Daarom is er voor gekozen om eerst de POH Jeugd en opvoedhulp goed neer te zetten. De jeugdconsulenten, die deze rol vervullen, hebben daarbij de mogelijkheid om ook met de gedragsdeskundige die bij het CJG betrokken is te bevragen en haar deskundige inbreng te gebruiken in bepaalde casussen. Op deze wijze krijgen ze ook op de GGZ casussen ondersteuning. Daarnaast is er overleg mogelijk met de POH GGZ Volwassenen die meestal in de praktijken ook aanwezig zijn. Evaluatie: Met de meeste huisartsen vinden regelmatig gesprekken plaats over de voortgang en hoe de ervaringen met de POH-er in de praktijk zijn. Tevens zijn er gesprekken met de POH-ers apart, maar ook gezamenlijk gevoerd om te kijken hoe de ervaringen zijn en waar de verbeterpunten liggen. Samenwerking met huisartsen en directe doorverwijzingen Huisartsen hebben de bevoegdheid om een client direct naar jeugdhulp door te verwijzen, zonder tussenkomst van de gemeente / het CJG. De gemeente kan op zo’n moment niet anders dan dit 2

accepteren en deze inzet bekostigen. Voor de inzet van de POH-er en het gebruik hiervan zijn we als gemeente afhankelijk van de bereidheid en het enthousiasme van de huisartsen om hieraan mee te werken. In de praktijk zien we dat de samenwerking tussen de huisartsen en POH-er tijd nodig heeft om zich te ontwikkelen. Wat kun je voor elkaar en de cliënten betekenen? De bereidheid om samen te werken is de basis. Ervaren wordt dat het belangrijk is dat de POH-er wordt gezien in de praktijk en regelmatig contact heeft met de huisarts. Hierdoor wordt de samenwerking beter en vermindert het aantal directe doorverwijzingen vanuit de huisartsen. Niet altijd is dit het geval. Dit ligt soms aan drukte in de praktijk zelf, of er een goede ruimte is, corona en het al dan niet aanwezig mogen zijn in de praktijk, de grootte van de praktijk of het nog niet echt een plek verworven hebben binnen de praktijk of bij de huisarts. In 2021 waren er 20 huisartsen in Goes, in 2022 zijn dit er 21. Bij 15 huisartsen zit inmiddels een POH-er in de praktijk. De grote van de praktijken verschilt. Het onderstaande overzicht laat zien dat er gemiddeld 12 directe doorverwijzingen per huisarts zijn van huisartsen met een POH (184/15). Bij de huisartsen zonder POH zijn dit er 16 per huisarts (80/5). Duidelijk is dat bij huisartsen met een POH sprake is van minder directe doorverwijzingen.

Een aantal huisartsen laten inmiddels al hun jeugdvragen via de POH Jeugd en Opvoedhulp lopen.

80

122

184

264

Directe verwijzingen 2021

Directe verwijzing onbekend

Directe verwijzingen vanuit totaal 20 HA

15 HA met POH

5 HA zonder POH

In het staatje is tevens te zien dat er 122 directe doorverwijzingen zijn waarvan het onbekend is wie de verwijzer is. De zorgaanbieders moeten de naam van de verwijzer invullen. Hier worden ze wel op aangesproken, maar helaas gebeurt het nog te vaak niet, vandaar een redelijk aantal onbekenden. Dit betreffen wel medisch specialisten, en hoeven niet noodzakelijk huisartsen te zijn. Als we er vanuit gaan dat alle onbekende verwijzers huisartsen in Goes zijn komt het totaal aantal directe verwijzingen naar jeugdhulp op 386. Dit is ongeveer 13% van het totaal aantal verwijzingen (2959, cognos) waarbij jeugdhulp wordt ingezet. Kanttekening hierbij is dat in de coronajaren ook meer vraag is ontstaan. Er zijn meer aanmeldingen dan waarschijnlijk in een pandemievrij jaar te zien zouden zijn. Van de 386 verwijzingen zijn er 287 verwijzingen naar jeugd-ggz (74%), merendeel GGZ a-specifiek. Op zich logisch omdat de huisartsen minder tijd hebben om te doorgronden wat de vraag precies is, laten ze dit aan de jeugdhulpaanbieder over. De POH-er die doorverwijst zet veel gerichtere jeugdhulp in.

3

Doorverwijzing van huisartsen naar POH Jeugd en opvoedhulp De coronamaatregelen hebben de start van de POH-ers bemoeilijkt. In de ene praktijk kon de nieuwe POH-er eerder starten dan in de andere praktijk. Daarnaast mochten in sommige huisartsenpraktijken de POH-ers niet altijd aanwezig zijn. Hierdoor werden de doorverwijzingen naar de POH minder. Dit beeld is dus vertekend. Vanwege privacy willen we de huisartsenpraktijken ook niet apart in beeld brengen. Het percentage is per huisarts verschillend. Gesteld kan worden dat bij de huisartsenpraktijken waar het goed loopt ongeveer 50-65% van de cliënten met jeugd en opvoedvragen via de POH-ers loopt. Bij een vijftal huisartsen lopen inmiddels nagenoeg alle casussen via de POH-er. Dit zal echter pas in 2022 goed in de cijfers te zien zijn. Huisartsen geven aan meer inzicht te hebben in wat het CJG doet en de POH-er voor ze kan betekenen. Voorheen waren de huisartsen alleen maar doorverwijzers naar jeugdhulp, terwijl ze nu in de praktijk wat voor hun cliënten kunnen bieden. Ze geven aan dat dit door hun cliënten erg gewaardeerd wordt. De clientwaardering is niet expliciet getoetst. Naarmate het aantal doorverwijzingen van de huisarts naar de POH-er stijgt komt er wel een knelpunt in het aantal uren wat de POH-er heeft.

De uren in de praktijk worden ingezet voor de afspraken / gesprekken die worden ingepland, in sommige gevallen is dit passend, in sommige gevallen niet. Het aantal benodigde uren verschilt per omvang en samenstelling van de praktijk en het aantal doorverwijzingen wat gedaan wordt. Naast spreekurentijd dient er echter ook tijd te worden geïnvesteerd in het contact met de huisartsen, voorbereiding van het gesprek, rapportage, tijd om inzicht te krijgen in het netwerk, afstemming met de partners (onderwijs, GGD, etc) en voor een goede doorverwijzing. Deze taken worden nu niet in de daarvoor beschikbaar gestelde POH-uren gedaan, maar in de reguliere CJG-uren. Dit knelpunt wordt zowel door de huisartsen als de POH-ers zelf benoemd. Daarnaast is er nu voor gekozen om één POH-er te koppelen aan een praktijk. Huisartsen vinden dit fijn, ze willen graag maar te maken hebben met één extra persoon, maar het zorgt wel voor een kwetsbare positie bij ziekte, vakantie of uitval. Dit terwijl continuïteit als erg belangrijk wordt gezien door de huisartsen. Ondersteuning POH of alsnog doorverwijzing? In het volgende overzicht is te zien of de begeleiding door de POH-ers zelf heeft plaatsgevonden, ze naar het voorliggende veld zijn gegaan of dat er alsnog een verwijzing naar jeugdhulp heeft plaatsgevonden.

Inzet POH Jeugd en opvoedhulp 2021 6% 37%

38%

19% Zelf opgevolgd

Voorliggend veld

Doorverwezen naar jeugdhulp

Gestopt

Te zien is dat 38% van de cliënten die bij de POH langs komen alsnog wordt doorverwezen naar jeugdhulp, 56% wordt door de POH opgepakt of naar het voorliggende veld toe geleid. Hiermee 4

wordt ruimschoots voldaan aan de verwachting dat van alle doorverwijzingen naar de POH Jeugd en Gezin slechts 50% alsnog doorverwezen wordt naar de JGGZ. De POH voorziet daarmee in een voorziening die voorliggend is op geïndiceerde jeugdhulp. Het AEF rapport geeft aan dat uit onderzoek is gebleken dat iets meer dan 40% van de kinderen die door de POH jeugd gezien wordt niet doorverwezen wordt naar specialistische jeugdhulp. Bij ons ligt dit percentage met 56% dus hoger. De POH-ers geven aan dat er nog wel verschillende werkwijzen per praktijk zijn, wat betreft rapporteren en de mogelijkheid om het wel of niet delen van gegevens. Maar ook zijn er onderling verschillen in het invullen van de rol. Wat pakken ze zelf op of niet, moment van doorzetten, wel of geen overbruggingszorg. De rolverduidelijking dient verbeterd te worden. Samenwerking met andere partners en inzet passende hulp Uit de gesprekken met de POH-er blijkt dat er rondom de cliënt een goede samenwerking met andere partners is (welzijn, onderwijs, etc.). Hier wordt ook gebruik gemaakt van de samenwerking die er ligt op basis van het scholenproject. De contacten zijn hierdoor verbeterd en men zoekt elkaar makkelijker op met een vraag of signaal. De samenwerking leidt tot een breder inzicht in wat er nodig is binnen het gezin en voor het inzetten van betere passendere hulp.

De huisartsen die veel gebruik maken van de POH zijn van mening dat er nu doelgerichter, doelmatiger wordt doorverwezen. Volgens de huisartsen heeft de POH meer tijd voor het gesprek dan de huisarts en kan de vraag dus beter in beeld brengen. Daarnaast heeft de POH een brede kijk op het zorglandschap en meer zicht op verwijsmogelijkheden, wachttijden en welke zorg het beste past bij de client. De POH kan door haar directe verbinding met het CJG sneller reageren en ook voor de terugkoppeling naar de huisarts zorgdragen. De directe verbinding met het CJG wordt als zeer waardevol gezien. Kortom de huisartsen zijn tevreden over de inzet van de POH-ers. Ingeschatte omvang van de besparing In het advies over de uitbreiding is voor het structureel maken van de POH Jeugd en gezin een bedrag van € 118.520,- beschikbaar gesteld. Hierin waren de kosten voor de externe professionals en de locatiekosten meegenomen. De ureninzet (34 uur) van de jeugdconsulenten van het CJG in de rol van de POH Jeugd en opvoedhulp werden toen niet meegerekend, omdat deze bij de doorontwikkeling van het CJG waren meegenomen. Inmiddels wordt er dus alleen gewerkt met jeugdconsulenten van het CJG. In de berekening is dan ook hiervan uitgegaan. De besparing van de inzet van de POH-er zit bij de inzet Jeugd GGZ en Jeugdhulp ambulant. Hiervoor kan de volgende gemiddelde trajectprijs voor Goes worden berekend.

Kosten Jeugd GGZ Aantal unieke cliënten

€ 2.563.067 782 € 3.278

Kosten Jeugdhulp ambulant Aantal unieke cliënten

€ 3.348.241 681 € 4.917

Gemiddelde trajectprijs

€

4.097

Bron: monitor jeugdhulp 2021 - Inkooporg Zlnd

5

Uitgangspunten berekening: * Berekening is gedaan op basis van 100 doorverwijzingen en de percentages uit de tabel inzet POH * Uitgegaan wordt van een gemiddelde trajectprijs GGZ / Jeugdhulp ambulant van € 4.000,* Een bepaald percentage zou ook door de huisarts zijn doorverwezen naar het voorliggende veld; aanname 20 %. * De huisarts zou dus 80 doorverwijzingen hebben gedaan Kosten inzet Jeugdhulp zonder POH Kosten inzet Jeugdhulp met POH Besparing inzet jeugdhulp

80 trajecten * € 4.000,38 trajecten * € 4.000,-

€ 320.000,00 € 152.000,00 € 168.000,00

Kosten POH Jeugd en opvoedhulp (uren jeugdconsulent en kosten gebruik ruimten)

€ 86.000,00

Besparing door inzet POH

€ 82.000,00

56 cliënten hebben ondersteuning gekregen door de POH Jeugd en opvoedhulp of het voorliggende veld Daarnaast levert de inzet van betere en passendere hulp een forse besparing op. Deze is echter lastig te becijferen. Uit gesprekken met de POH-ers blijkt dit echter wel.

Resumé behaalde resultaten Aan het begin hebben we gesteld dat de POH Jeugd en opvoedhulp succesvol zou zijn als: 1. De POH-er stimuleert dat passende hulp wordt ingezet en er binnen 7 werkdagen een POHer beschikbaar is; De 7 werkdagen wordt gehaald, naarmate het aantal doorverwijzingen stijgt komt hier wel een knelpunt. Door extra tijd voor verdiepende gesprekken en de brede kennis van de sociale kaart, wordt passendere hulp ingezet. Enerzijds zorgt de POHervoor dat er niet onnodig zware ondersteuning wordt ingezet (normalisatie) en anderzijds weet men tijdig op te schalen als dat nodig is. 2. De POH-er minimaal 75% van de cliënten ziet/spreekt die bij de huisarts terecht komt met hulpvragen; Dit wordt over 2021 niet gehaald. Een percentage van ongeveer 50-65% wordt doorverwezen naar de POH Jeugd en Gezin. Bij de huisartsen waar de mate van bereidheid groot is om samen te werken met de POH-er zien we hier een toename. Hier wordt het percentage inmiddels wel behaald. 3. Minimaal 50% van de cliënten die de POH-er spreekt, wordt behandeld door de POH-er zelf of een andere voorliggende voorziening.

De andere maximaal 50% van de cliënten wordt alsnog doorverwezen naar de GGZ of andere passende jeugdhulp; Dit wordt behaald, ongeveer 38 % van de cliënten die bij de POH-er terecht komen wordt alsnog doorverwezen naar jeugdhulp, 56% wordt door de POH opgepakt of naar het voorliggende veld toe geleid. 4. De POH samenwerking stimuleert met andere partners (welzijn, jeugdarts, jeugdverpleegkundige, onderwijs, medisch specialist, etc). Dit gebeurt. Waarbij er ook verbindingen worden gelegd op basis van het scholenproject.

6

Op drie van de vier punten is succes behaald. Gesteld kan worden dat inhoudelijk de partijen de voordelen en meerwaarde zeker zien en ze het graag willen voortzetten. Daarnaast is er ook financieel gezien een voordeel. Dit voldoet ook aan de verwachtingen die zijn uitgesproken in het focusplan, die een besparing in 2021 van € 40.000,- beoogd op de jeugdhulp door inzet van een POHer en in de jaren daarna structureel € 50.000,-.

Hoe nu verder Bij de doorontwikkeling van het CJG en het verder uitbreiden van de POH-rol van het CJG zijn duidelijke keuzes gemaakt. Uit de eerder evaluatie bleek dat het beleggen van de POH-rol voor Jeugd en Opvoedhulp bij derden zorgde voor stagnatie bij de overdracht naar het CJG en de inzet van jeugdhulp. Er is toen voor gekozen om de POH-rol zelf uit te laten voeren door het CJG. Voordeel is dat de samenwerking met huisarts wordt versterkt door er zelf te zitten en er kan sneller passende jeugdhulp worden ingezet. Dit betekende wel dat we als CJG ook lichte ondersteuning zouden gaan bieden, 3 tot 5 gesprekken. Het strikt houden aan onze basisrol als regisseur / toeleider naar jeugdhulp voldoet niet aan de wensen van de huisartsen en past niet bij de POH-rol zoals die was neergezet. We willen jongeren en hun ouders dichtbij in hun vertrouwde omgeving ondersteunen. We staan nog steeds achter deze keuze en deze keuze wordt ook bevestigd door het AEF rapport die deze maatregel aanbeveelt aan de gemeenten. Gesteld kan worden dat gezien bovenstaande evaluatie er zeker nog ruimte is om de POH-er verder te onwikkelen, zowel kwalitatief als kwantitatief. De belangrijkste ontwikkel- en verbeterpunten: Kwaliteit en continuïteit - Afbakening en duidelijkheid in rol POH. De uitvoering is nu nog (te) veel persoonsgebonden.

Wat pakken ze zelf op of niet, moment van doorzetten, wel of geen overbruggingszorg. En willen we echt alle cliënten zien, of is het goed als de huisarts een deel gewoon zelf blijft doorverwijzen? Dit betekent namelijk iets in onze inzet. Hoe ver gaan we in onze rol en wanneer hebben we welke rol (POH / CJG)? Wat gaan we doen? De huidige rol van POH jeugd en opvoeding aanscherpen op uniform handelen door middel van training, aanscherpen van het 3-5 gesprekkenmodel, gerichte POH- intervisie en het maken van een afwegingskader wanneer wel/niet ondersteuning te bieden; -

Voldoende capaciteit. Dit knelt omdat in de urenberekening alleen rekening gehouden is met de directe consultatie-tijd met cliënten en niet voor indirecte tijd (voorbereiding gesprek, rapportage, tijd om inzicht te krijgen in netwerk en afstemming met partners, contact met de huisartsen en voor een goede doorverwijzing). Hierbij kan onderscheid worden gemaakt in de directe POH-rol, waarin lichte ondersteuning wordt gegeven en de samenwerking met de huisarts en de rol als CJG-er wanneer er een doorverwijzing naar passende jeugdhulp plaatsvind binnen de huisartsenpraktijk. Dit heeft ook te maken met het punt hiervoor. Daarbij komt dat gezien het aantal directe doorverwijzingen dat nog gedaan wordt, het maximum van de doorverwijzingen nog niet is bereikt. Hier zit nog potentieel. Wat gaan we doen? In eerste instantie extra uren inzetten voor uren die direct gebonden zijn aan de uitvoering van de POH-rol. Op basis van urenregistratie kan dit ongeveer ingeschat worden op 1,5 keer de huidige capaciteit. Dit betekent in de praktijk een uitbreiding van 20 uur. Daarnaast op basis van de hierbij genoemde kwaliteitsslag, het aantal doorverwijzingen en eventuele uitbreiding bekijken hoeveel uren er nog nodig zijn.

7

-

Kwetsbaarheid in continuïteit. Vaak maar één POH-er gekoppeld aan een praktijk, wat zorgt voor een kwetsbare positie; Wat gaan we doen? Een pool van POH-ers maken, die elkaar kunnen ondersteunen bij extra werkdruk en ook van elkaar kunnen overnemen indien gewenst en noodzakelijk bij bijvoorbeeld langdurige ziekte of vakantie. Niet iedere huisartsenpraktijk wil echter verschillende gezichten zien;

-

Goede informatie-uitwisseling. Er zijn nog verschillende werkwijzen per praktijk met betrekking tot rapporteren en privacy. (Voor) kennis over eerdere en lopende ondersteuning is een voorwaarde voor een goede aanpak, triage en doorverwijzing. De rol en positie van de POH-ers verschilt nog per praktijk. Wat gaan we doen? We hebben overeenkomsten, die hierbij helpend zijn, maar het blijft maatwerk. Het gesprek hierover blijven voeren is belangrijk. Inzetten van zorgdomein (zie hieronder) kan eveneens helpend zijn;

-

POH-Jeugd GGZ. Er wordt nu geen POH-Jeugd GGZ ingezet, zou dit tot verbetering leiden? De POH-ers geven aan voldoende te hebben aan de ondersteuning van de gedragsdeskundige en niet specifiek behoefte te hebben aan aparte POH Jeugd GGZ. Huisartsen vinden één persoon fijner, ook gezien ruimte en inzet die het van hen vraagt. Wat gaan we doen? Voorgesteld wordt vooralsnog geen aparte POH Jeugd GGZ in te zetten en de gedragsdeskundige indien nodig wat extra uren te geven voor de ondersteuning. Dit dient flexibel te zijn en binnen het huidige financiële kader te passen.

Kwantiteit - Uitbreiding enthousiaste huisartsen over POH. Huisartsen zijn onafhankelijk van gemeente en kunnen zelf beslissen of ze wel, niet of minder gebruik maken van de POH. Bij voortzetten en uitbreiding is de medewerking van de huisartsen een randvoorwaarde. Beperkte capaciteit en ruimte is een probleem wat hierbij genoemd wordt. Daarnaast wil niet iedere huisarts dat er gebruik wordt gemaakt van het huisartsensysteem wat ze gebruiken in de praktijk. Wat gaan we doen? Eerst inzetten op de bovengenoemde kwaliteitsslag bij de huisartsen waar we reeds aanwezig zijn. Dit zorgt ook voor meer inzicht in de benodigde ureninzet. Op basis daarvan geleidelijk uitbreiden naar de andere huisartsen. Daarnaast al wel reeds het instrument zorgdomein inzetten voor praktijken waar POH-er niet in huisartsensysteem kan en praktijken waar er nog geen POH-er is of waar de POH-er niet fysiek aanwezig kan zijn door ruimtegebrek. Zorgdomein is een tool voor verwijzingen die huisartsen gebruiken; hierin kan ook terugkoppeling plaatsvinden, enz; op deze wijze meer mogelijkheid tot sturing/monitoring. De doorverwijzingen worden dan door de POH-er opgepakt die verbonden is aan de betreffende huisarts of, indien de betreffende huisarts geen POH-er heeft, door de jeugdconsulenten in hun basis CJG-rol als doorverwijzer naar jeugdhulp.

Dit geeft ons ook extra inzicht in de noodzaak van het wel of niet fysiek aanwezig zijn bij de huisarts. Advies: - Continuering POH Jeugd en opvoeding en vooralsnog geen aparte POH Jeugd GGZ inzetten; - Binnen het huidige financiële kader (€ 93.520,- *) een kwaliteitsslag maken. Dit doen we door de huidige rol van de POH-er aan te scherpen en te verbeteren (training en intervisie) 8

en extra uren in te zetten voor het op peil brengen van de uren POH Jeugd en opvoedhulp en inzet gedragsdeskundige. Op moment dat kwaliteitsslag is gedaan volgt uitbreiding naar andere praktijken. *) Dit is het reeds beschikbare bedrag op post 66700540 preventie / innovatie jeugd van € 118.520,- minus de ingeschatte locatiekosten (€ 25.000,-). Bedrag van € 93.520,- is bedoeld voor extra uren Jeugdconsulenten (36 uur max schaal 9 in dec. ongeveer € 76.500,-), extra uren gedragsdeskundige, intervisie en training. Momenteel 34 uur POH beschikbaar. Benodigde directe uitbreiding 20 uur.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11665860/1