CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Doorkijk 2025 1

Beeldvormende raad 30 mei 2024, gemeente GoesBij agendapunt: VRZ2.777 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Geacht college, Hierbij ontvangt u onze financiële en beleidsmatige doorkijk voor de begroting 2025. Net als vorig jaar brengen wij u graag op de hoogte van de ontwikkelingen voor 2025 en de financiële vertaling daarvan. Het Algemeen Bestuur van VRZ heeft op 15 december kennisgenomen van de ontwikkelingen uit de doorkijk en het Dagelijks Bestuur de opdracht gegeven de punten uit de doorkijk te verwerken in de conceptbegroting 2025. Wij verzoeken u deze doorkijk ter informatie door te geleiden naar uw gemeenteraad. De komende jaren zien wij dat de druk op gemeenten in financiële zin verder zal toenemen. Ook met het oog op de vorming van een nieuw kabinet zijn de verwachtingen ten aanzien van de toename van de middelen voor decentrale overheden een punt van zorg. Desalniettemin willen wij graag met deze doorkijk een aantal ontwikkelingen schetsen. Bij de opgenomen beleidsvoornemens hebben wij de mogelijkheden voor de omzetting van oud beleid voor nieuw beleid onderzocht. We zijn tot de conclusie gekomen dat om onze dienstverlening op niveau te houden een aantal extra kosten onvermijdelijk zijn. Deze kosten zijn momenteel nog niet volledig in te schatten en worden daarom verder uitgewerkt in de programmabegroting 2025. Daarnaast schetsen wij een aantal onzekerheden die mogelijk tot meerkosten leiden in de begroting 2025. Algemene financiële ontwikkelingen •

•

•

•

Ten tijde van het opstellen van deze doorkijk, en straks bij het opstellen van de programmabegroting 2025, hebben wij nog geen duidelijk beeld over de cao-ontwikkeling voor 2025. De huidige cao heeft een looptijd tot 1 mei 2024. Daarna wordt duidelijk wat het toekomstig perspectief wordt ten aanzien van de totale loonkosten. Voor de loon- en prijsbijstelling 2025 wachten we de VZG-richtlijn af. De afgelopen jaren stonden in het teken van oplopende energieprijzen en materiaalkosten. Hoewel de energieprijzen lijken te stabiliseren, zal bij het aanbesteden van nieuwe energiecontracten pas duidelijk worden wat de definitieve kosten worden. Vanuit de bijgestelde VZG-richtlijn 2023 hebben we het budget voor gas al met 150.000 verhoogd. Hiermee proberen we het risico van de bovengemiddelde prijsstijging zelf op te vangen. Het ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) heeft een voorgenomen besluit genomen om de Veiligheidsregio onderdeel te maken van de vitale infrastructuur. Dit heeft grote consequenties in de breedte van de organisatie. Het is nog niet duidelijk of we hiervoor vanuit het Rijk een financiële tegemoetkoming krijgen. Risico met betrekking tot PFAS: VRZ heeft een schadeclaim in verband met PFAS ontvangen. De afwikkeling hiervan loopt nog. Afhankelijk van verdere ontwikkeling wordt bezien of de vorming van een voorziening vanaf 2023 nodig is.

Dit kan ook gevolgen hebben voor de begroting 2025.

Ontwikkelingen toekomstbestendige brandweerzorg In juli 2023 is, als onderdeel van het programma Brandweerzorg 2030 het nieuwe dekkingsplan vastgesteld, op basis van de nieuwe landelijke systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden. Het plan kijkt niet alleen naar opkomsttijden, maar ook naar factoren als slagkracht bij opschaling, werkdruk (alarmeringsfrequentie) en paraatheid. Het biedt een nulmeting van waar we staan met de 1

basisbrandweerzorg in Zeeland en gebruiken we als instrument om bestuur en management beter in staat te stellen beleid te maken en besluiten te nemen over de inrichting van de brandweerzorg. Daarbij zien wij voor 2025 de volgende ontwikkelingen: Risicogerichte paraatheid Om beter inzicht te geven in de werkelijk prestaties van de brandweer is het nodig de paraatheid verder door te vertalen. Paraatheid is het gereed zijn om te kunnen handelen wanneer dat nodig is. Voor de brandweer betekent dit het beschikbaar hebben van mensen en middelen op de juiste plek en op het juiste moment. We noemen dit risicogerichte paraatheid. Dit vraagt sturing op beschikbaarheid van gekwalificeerde mensen (vrijwilligers, dagdienst-medewerkers, preparatie- en beheermedewerkers), betrouwbaar materieel, betrouwbare data, en dienstenniveau overeenkomst. Robuustheid brede brandweerorganisatie Het is nodig om de robuustheid van onze brandweerorganisatie te verbeteren, om het huidige niveau van paraatheid te blijven garanderen en op termijn te verbeteren. Dit komt enerzijds omdat de vrijwilligheid onder druk staat. Anderzijds speelt ook de balans tussen de koude (beheersmatige) organisatie en de warme (operationele organisatie) een rol.

De koude organisatie biedt een te smalle basis om, boven op de beheersmatige taken, duurzaam 50 piketofficieren en daarbij voor vier locaties een dagdienstbezetting te leveren met de kennis en expertise die daarbij op alle vlakken nodig is. Een nadere analyse is nodig om tot een steviger model te komen. Deze (vervolg)opdracht pakken we op binnen het programma Brandweerzorg 2030, dekking vindt plaats binnen onze begroting. Daarnaast zien we dat voor de onderwerpen logistieke dienstverlening, industriële veiligheid, nieuwe risico’s vanuit de veilige energietransitie en innovatie ook incidenteel extra capaciteit nodig is om de kwaliteit voldoende te borgen. Bij innovatie kunt u denken aan de ontwikkeling op het gebied van digitale verkenningen met behulp van drones. Wij zoeken hiervoor dekking binnen de eigen begroting. Opleiding en talentontwikkeling Paraatheid vraagt om voortdurende aanwas van nieuw talent en het opleiden en getraind houden van onze mensen. We richten ons daarom op het versterken van de afdeling vakbekwaamheid en het ontwikkelen van een visie op ons Regionaal Opleidingsinstituut (ROI). Deze visie moet aansluiten bij de landelijke ontwikkelingen van Brandweer Nederland en het NIPV waar een wijziging van het onderwijsstelsel wordt doorgevoerd.

Daarnaast is het noodzakelijk de jeugdbrandweer steviger verankeren in de organisatie om daarmee voor een deel van toekomstige aanwas vrijwilligers verzekerd te zijn. Hiervoor is breder onderzoek nodig. Om mee te gaan in de landelijke ontwikkelingen zien wij een kostenstijging voor de transitie Jeugdbrandweer van € 50.000 (incidenteel). Ook het ROI verdient een herijking en meer robuustheid. Wat blijven we zelf doen? Welke allianties zijn mogelijk? Voor een praktisch onderzoek naar de mogelijkheden voorzien wij een extra kostenpost van € 35.000 (incidenteel). Voor deze kosten zoeken we dekking binnen de eigen begroting. De begroting 2024 voorziet in extra geld voor opleidingen. Dat geeft de ruimte om te kunnen blijven opleiden in samenwerking met externe partijen. Niettemin blijven de prijzen van opleiders stijgen, zijn aanvullende nieuwe opleidingsmaterialen nodig en blijven in- en uitstroom onzekere factoren. Niet uit te sluiten is daarom dat de begroting hiertoe in 2024 opnieuw overschreden wordt om de brandweerzorg in stand te houden. Dit kan een bijstelling in 2025 vragen. 2

Brandweermaterieel en -materiaal Voor 2025 blijven de kapitaallasten door actualisering en temporisering van het vervangingsplan naar verwachting nog binnen het structurele begrotingsniveau. Op termijn lopen de kapitaallasten naar verwachting op € 3,8 mln. naar circa € 7 mln. De al langer bekende, oplopende lijn hangt vooral samen met de gefaseerde vervanging van tankautospuiten op de 64 Zeeuwse brandweerposten. De voorbereidingen voor de aanbesteding zijn gestart. Levering van de 1e tranche wordt nu voorzien in 2026. De investeringsbegroting is in 2024 bijgesteld met 20% om kostenstijgingen in de markt op te vangen. Uit recente gegevens blijkt dat een bijstelling naar 35% voor sommige vervangingsinvesteringen meer reëel lijkt. Omdat prijsstijgingen moeilijk in te schatten zijn, zijn de gevolgen hiervoor nog onzeker. In de begroting 2024 was al rekening gehouden met een rente voor nieuwe, langlopende financiering van 4%. Dat lijkt vooralsnog reëel. Het uitfaseren PFAS-houdend schuim vraagt om technische aanpassingen van het materieel en het afstoten van voorraden PFAS-houdend schuim. We gaan er vooralsnog vanuit dat de gereserveerde middelen in de bestemmingsreserve hiervoor toereikend zijn.

Transitie naar datagestuurd werken Nieuwe risico's met betrekking tot de energietransitie en de sterk toenemende complexiteit van omgevingsfactoren dwingt onze organisatie tot het verbeteren van de operationele informatievoorziening om adequaat en veilig te kunnen opereren. Het versterken van de informatievoorziening vraagt ontsluiting van nieuwe databronnen en het ontwikkelen van verschillende risico- en omgevingsanalyses. Waar mogelijk wordt aansluiting en synergie gezocht bij de ontwikkelingen binnen het programma voorbereide crisisorganisatie en het programma informatievoorziening. Ontwikkelingen risicobeheersing Ontwikkelingen als de energietransitie, de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen vragen een heroriëntatie binnen het domein risicobeheersing. We maken de transitie van advisering naar meer voorlichting, controle en toezicht. De woningnood en het feit dan mensen steeds langer in hun woning blijven wonen vraagt om meer aandacht voor de categorie woongebouwen. Dit is terug te zien in onze nieuwe systematiek voor de meerjarencontroleplanning en een nieuwe aanpak zoals werken met een brandweerman in de wijk. De realisatie van nieuwe kerncentrales vraagt op termijn naar verwachting veel aandacht. Het complexe bouwtraject kost veel menskracht en tijd van de adviseurs, die dan niet kan worden ingezet voor andere werkzaamheden.

We verwachten dat voor de duur van de bouw extra formatie nodig is. Waarvan naar verwachting de kosten gedekt worden door het Rijk, anders vergt het andere prioriteitstelling. Ontwikkelingen voorbereide crisisorganisatie Verhoging BDUR-uitkering voor versterking crisisbeheersing en informatiegestuurd werken

3

De afgelopen jaren zijn veiligheidsregio’s geconfronteerd met extra taken. Zoals bekend zijn hiervoor extra middelen toegekend door de structurele verhoging van de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDUR). Vanaf 2023 is voor de versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening voor Zeeland 1,4 miljoen euro beschikbaar, oplopend naar 2,6 miljoen euro in 2026. Deze ophoging is bedoeld voor de versterking van de crisisbeheersing en informatievoorziening en het is daarom niet toegestaan de gemeentelijke bijdragen hiermee te verlagen. Met deze extra middelen geven we invulling aan de opdracht in ons meerjarenbeleidsplan met een realisatieplan. Hiervoor hebben we thema’s en ontwikkelsporen opgesteld. De thema’s zijn afgeleid van de door het bestuur vastgestelde prioritaire risico’s en richten zich op het beperken van de impact op de Zeeuwse samenleving. In de ontwikkelsporen verbeteren we onze werkwijzen, sturingsprincipes en organisatiestructuren voor de crisisorganisatie, afgestemd op de (toekomstige) behoeftes. Ook sluiten we aan op de landelijke doelstellingen. In de periode 2023-2026 breiden we onze formatie uit met 15 fte om invulling te geven aan de activiteiten binnen het realisatieplan.

Voor de realisatie van het plan is daarnaast een inspanning noodzakelijk op het gebied van HRM (onder meer arbeidsmarktcommunicatie, werving), facilitair (huisvesting), communicatie en ICT. De uitvoering van de activiteiten op het gebied van informatiegestuurde veiligheid worden, waar nodig, gekoppeld aan de projecten opgenomen in het programma informatievoorziening. In 2025 werken we verder aan de uitvoering van ons realisatieplan ‘voorbereide crisisorganisatie’. Voorlopig is het beeld dat alle geplande activiteiten en formatie-uitbreiding gedekt worden uit de bestaande begroting en door de inzet van de extra BDUR-gelden. De bedragen zijn tot eind 2024 vastgesteld. Voor de jaren 2025 en 2026 kan nog een (neerwaartse) wijziging plaatsvinden als gevolg van aanpassing in landelijke of bovenregionale afspraken. Ontwikkelingen bedrijfsvoering Versterken van het informatielandschap De doorontwikkeling van de digitale omgeving wordt komende tijd steeds belangrijker. In 2025 ontwikkelen we ons informatielandschap door. Twee belangrijke ontwikkelingen zijn: •

•

Wij maken gebruik van een vakbekwaamheid-systeem om de bekwaamheid van onze operationele medewerkers effectief te registeren en te borgen. De huidige leverancier gaat de doorontwikkeling van het product beëindigen, waardoor we genoodzaakt zijn een nieuw vakbekwaamheid-systeem te verwerven. De implementatie vraagt een eenmalige investering van € 60.000 waarvoor we dekking zoeken binnen onze begroting. Komende jaren geven we de documentaire informatievoorziening verder vorm, zodat informatie efficiënt, vindbaar en volgens de juiste richtlijnen en normen wordt opgeslagen. Om te zorgen dat informatie duurzaam digitaal toegankelijk blijft, is een aantal veranderingen in onze informatiehuishouding nodig. We gaan van documentgericht naar zaakgericht werken. Dit vraagt naast de implementatie van een nieuw document managementsysteem, procesafspraken, het opzetten van een kwaliteitssysteem en het creëren van bewustzijn bij medewerkers. De implementatie vraagt een eenmalige investering van € 60.000 waarvoor we dekking zoeken binnen onze eigen begroting. We verwachten dat dit in de toekomst een structurele kostenbesparing gaat opleveren. 4

Licenties business intelligence (BI) Een sterke BI-voorziening is nodig in onze transitie naar een informatiegestuurde organisatie. De komende jaren ontwikkelen we dit verder, zodat steeds meer stuur- en verantwoordingsinformatie beschikbaar komt voor het maken van beleid en het realiseren van effectieve besluitvorming. Het verder ontwikkelen en breed beschikbaar en toepasbaar maken van BI vraagt een uitbreiding van het huidige licentiemodel. Toetreding vitale infrastructuur Het ministerie van J&V heeft een voorgenomen besluit genomen om de Veiligheidsregio onderdeel te maken van de vitale infrastructuur. Met de toetreding tot de vitale infrastructuur is het organiseren van 24/7 monitoring (Security Operations Centre, SOC) en incidentrespons (Cyber Emergency Response Team, CERT) om de continuïteit van incidentbestrijding en crisisbeheersing te kunnen waarborgen noodzakelijk. Landelijk wordt vanuit het NIPV een sectorale SOC/CERT vormgegeven waarbij de regio’s naar verwachting vanaf 2025 kunnen aansluiten. De jaarlijkse kosten per regio worden geschat op circa € 300.000. Over de dekking vindt nog landelijk overleg plaats. Mobile Device Management Veiligheidsregio’s zijn verplicht te voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheden (BIO). De BIO schrijft Mobile Device Management (MDM) als belangrijke maatregel voor.

De implementatie van MDM maakt het mogelijk dat we informatiedragers als telefoons, tablets en laptops centraal kunnen installeren, configureren, beheren en beveiligen. Beheer en exploitatie van MDM vraagt een extra inspanning. Komende periode onderzoeken we of dit binnen de huidige formatie kan worden gerealiseerd of dat uitbreiding van formatie noodzakelijk is. Huisvesting en duurzaamheid Onze medewerkers en vrijwilligers moeten in een veilige, duurzame en aantrekkelijke werkomgeving hun werk doen. Dat betekent dat de kwaliteit van huisvesting op orde moet zijn. Wij constateren dat in een groot aantal gevallen huisvesting niet meer voldoet aan de daaraan te stellen eisen en dat ons jaarlijks beschikbare budget hiervoor structureel tekortschiet. Concreet zijn op vier thema’s investeringen noodzakelijk: • Onderhoudsplanning. Onze gebouwen zijn verouderd en zorgen voor ons als gebruiker voor veel onderhoudskosten. Daarnaast voldoen ze niet aan een veilige en schone werkomgeving conform arbo-eisen. In onze begroting is € 150.000 budget opgenomen voor het onderhoud van 64 brandweerposten en 1 hoofdlocatie. Onze verwachting is dat dit budget komende jaren niet toereikend is. Om een beter beeld te krijgen laten we onderzoek uitvoeren. Hierna bepalen we met het bestuur het ambitieniveau van het onderhoud. Daarna wordt duidelijk wat dit betekent voor de onderhoudskosten.

• Duurzaamheid. In 2030 moeten we voldoen aan de landelijke opgave van 49% CO₂ reductie. Hiervoor willen wij een CO₂-ladder op te stellen om de effecten van onze inspanningen op dit terrein te volgen. Dat begint met het (laten) uitvoeren van een nulmeting. Daarnaast elektrificeren we ons wagenpark op een natuurlijk vervangingsmoment, waarvoor we nu de facilitaire infrastructuur met laadpalen realiseren. De geraamde kosten hiervoor bedragen € 150.000. Gebouwaanpassingen voeren we in 5

•

•

samenspraak met de gemeenten uit. Deels komen deze kosten terecht bij de gemeenten als eigenaar van de gebouwen (groot onderhoud) en voor een deel bij VRZ (klein onderhoud). Dit verwerken wij in onze investeringsplanning 2025 inclusief doorrekening van de jaarlijkse kapitaallasten. Bouwkundige omgeving. Om te kunnen blijven voldoen aan de eisen voor een aantrekkelijke en veilige werkomgeving voor medewerkers en vrijwilligers zijn inspanningen gewenst. Intern hebben wij gekeken naar de locaties en een lijst opgesteld van locaties die niet meer aan de hedendaagse bouwkundige eisen voldoen. Op basis van de gemaakte afspraken ligt de verantwoordelijkheid hiervoor bij verschillende gemeenten. In een extra bijeenkomst van het algemeen bestuur in februari 2024 wordt het onderwerp huisvesting in brede zin besproken. De kantoorlocaties. We zijn nog aan het onderzoeken welke aanpassingen in de kantoren en kantoorinrichting nodig zijn om uitvoering te geven aan onze huisvestingsvisie. Door middel van een gap-analyse wordt in beeld gebracht wat het verschil is tussen de huidige en gewenste situatie. In 2024 start op een tweetal locaties een experiment hiermee, waarbij flexibele inrichting en aanpassingen aan het gebouw een aannemelijke uitkomst zijn. Deze ervaringen kunnen van invloed zijn op de andere kantoorlocaties. De financiële vertaling wordt in de begroting 2025 nader onderbouwd.

Mens en organisatie Het is steeds belangrijker om onze medewerkers te behouden en te ontwikkelen en bij de invulling van vacatures de juiste mensen aan te trekken. We willen een aantrekkelijke en veilige werkgever zijn. Maatschappelijke thema's als diversiteit, inclusie, duurzaamheid en vitaliteit zijn bepalend voor een ontwikkelgericht personeelsbeleid. Vanuit het landelijk netwerk veiligheidsregio's worden tools ontwikkeld om eerdergenoemde thema's lokaal uit te werken. Komende periode wordt een nieuw functiewaarderingssysteem HR21 geïmplementeerd. De kosten die hieruit voortkomen voor eventuele herinpassing van functies zijn nog niet bekend. Rechtmatigheid Vanaf 2023 is het Dagelijks Bestuur wettelijk verplicht een rechtmatigheidsverantwoording af te geven in de jaarrekening. Dit stelt structureel extra rechtmatigheidseisen aan interne beheersing en met name aan de inrichting en toetsing hiervan. Vanuit beoordeling door de accountant is gebleken dat de beschikbare formatie om dit uit te voeren te minimaal is. Om in 2025 te kunnen blijven voldoen aan de extra eisen is structurele formatie-uitbreiding noodzakelijk en daarbij ook budget voor incidentele inhuur als het gaat om complexe onderwerpen. Vervolgproces Op basis van de uitgangspunten uit de doorkijk wordt de conceptbegroting 2025 opgesteld.

Na behandeling in het Algemeen Bestuur in april 2024 start de zienswijzeprocedure, waarbij de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld worden hun zienswijze te geven. De begroting 2025 wordt voor 15 september 2024 vastgesteld.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14221533/1