080. Q&A governance
Tekst van het document
Q&A Governance
Nr. 1.
Vraag/opmerking Welk probleem wordt opgelost met deze nieuwe gemeenschappelijke regeling (GR)? Wat is de noodzaak ervan?
Antwoord In de eerste plaats gaat het de gemeenten om het realiseren van kwalitatief goede en passende hulp en ondersteuning voor de inwoners van Zeeland. De lokale structuren vormen hiervoor de basis. Het realiseren van een passend zorglandschap vraagt echter om samenwerking, dat kunnen de individuele gemeenten niet alleen. Deze samenwerking wordt via de GR Sociaal Domein en Jeugdregio Zeeland (hierna: GR Sociaal Domein Zeeland) goed vastgelegd. Directe aanleidingen zijn: 1. De regionale opgaven in het sociaal domein nemen toe. Al in 2007 zijn centrumgemeenten aangewezen voor maatschappelijke opvang. In 2015 zijn ook voor beschermd wonen centrumgemeenten aangewezen. In Zeeland is Vlissingen centrumgemeente. Een recenter voorbeeld is de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (een aanpassing van de Jeugdwet), die naar verwachting 1 januari 2026 in werking treedt. Daarin worden jeugdregio’s verplicht binnen een GR bepaalde taken voor jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering uit te voeren. Zeeland is zo’n jeugdregio. Een formele bestuurlijke structuur met duidelijke afspraken wie waarover gaat, ondersteunt de regionale samenwerking. 2. Het samenbrengen van regionale beleids- en uitvoeringscapaciteit verstevigt de integrale aanpak en advisering en is (kosten)effectief.
Er zijn meerdere praktische aanleidingen waarin dit duidelijk wordt: - De ambtelijke en bestuurlijke (overleg)structuur is historisch gegroeid en daardoor niet altijd logisch (wie begrijpt het schema ‘Zeeuwse samenwerking sociaal domein’ nog?) Ook werkt het
2.
Is een GR de beste oplossing voor dit probleem?
3.
Waarom bouwen we voort op GR SWVO en maken we niet een nieuwe GR?
versnippering van beleid voor het sociaal domein in de hand waar dat steeds meer integraal en domeinoverstijgend zou moeten worden. - Voorstellen op BWMOVO en sociale veiligheid moeten, bij gebrek aan een regionaal (Zeeuws) bestuurlijk orgaan met beslissingsbevoegdheid, via het OZO aan colleges worden voorgelegd. Dit kost veel tijd en capaciteit. - De Inkoop jeugd daarentegen heeft een bestuurscommissie met vergaande gedelegeerde bevoegdheden. Er is een apart portefeuillehoudersoverleg Jeugd, waardoor dit onderwerp niet in het OZO sociaal domein wordt besproken. Dit werkt het integraal kijken tegen, terwijl dit in het sociaal domein heel relevant is. Een gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam is de beste oplossing om bestuurlijke besluitvorming te regelen en de ambtelijke capaciteit goed te organiseren. Bovendien is het vanuit de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht de samenwerking op inkoop van specialistische jeugdzorg regionaal in een GR te regelen. Andere vormen van regionale samenwerking bieden niet de kans om zowel ambtelijk als bestuurlijk integraal, domeinoverstijgend samen te werken met formele beslissingsbevoegdheid voor alle gemeenten, grip op de regionale budgetten en een robuuste organisatie.
Het voorstel voor een nieuwe GR op inkoop en toezicht jeugdhulp, BW, MO en VO, is gestrand op de vrees dat deze GR onvoldoende robuust is als organisatie vanwege de kleine omvang. Voortbouwen op GR SWVO heeft 3 voordelen: 1. De organisatie SWVO is al ruim 30 jaar een betrouwbare en goed functionerende organisatie die, behalve voor 7 gemeenten, ook de uitvoering van taken voor de 13 gemeenten faciliteert (CZW Bureau).
4.
Waarom is dit voorstel beter dan het voorstel medio 2024?
5. 6.
Is het een besparingsopgave? Gaat het geld opleveren of meer geld kosten?
De robuustheid is hierdoor geen issue meer, alle Zeeuwse taken én mensen die deze taken voor de gemeenten uitvoeren, vormen de basis voor de nieuwe regeling. De organisatie Sociaal Domein Zeeland heeft door het voortbouwen op SWVO geen kleine omvang. 2. Het is mogelijk om ook taken voor een deel van de gemeenten in dezelfde GR op te nemen. Daarmee kunnen de taken die een deel van de Zeeuwse gemeenten afnemen bij SWVO worden gecontinueerd. 3. Het is juridisch praktischer, minder ingewikkeld en minder tijdrovend om de GR SWVO als basis te nemen en om te bouwen naar een GR voor de 13 gemeenten, dan om een nieuwe GR te stichten. Bij liquidatie van een GR moeten namelijk alle contracten worden beëindigd en opnieuw worden aangegaan. Het vorige voorstel is afgewezen omdat een kleine organisatie, alleen gericht op inkoop en toezicht, onvoldoende robuust is. In de nieuwe opzet worden ook alle taken die het CZW bureau uitvoert en de coördinerende taken van het programmateam ZSSD bij de nieuwe GR belegd. Hierdoor wordt versnippering van taken opgelost en de sturing en besluitvorming op Zeeuwse beleidsondersteuning vereenvoudigd en verbeterd. Nee Er zijn incidentele kosten voor het inrichten van de organisatie. Ook de structurele kosten stijgen iets ten opzichte van de kosten van de huidige organisaties/teams, al is het bedrag per gemeente beperkt.
Meer informatie hierover staat in de financiële paragraaf. Na inwerkingtreding van de GR streven we naar een zo veel mogelijk gelijkblijvende begroting. Daarvoor zetten we in op het ontwikkelen van slimmere producten en diensten tegen (gemiddeld) lagere kosten per inwoner.
7.
Wat zijn de frictiekosten?
8.
Wat worden de organisatiekosten?
9.
Blijven we binnen de huidige begrotingen?
10.
Delegatie of mandaat?
11.
College- voor raadsregeling?
12.
Bevoegdheden AB en DB
13.
Wat is de positie en rol van het OZO?
14.
Hoe zit het met de verbinding SD en publieke gezondheid?
15.
Doorontwikkeling sociaal domein/ IZAAZWA?
Zo proberen we de verwachte groei in de zorgvraag op te vangen. Dit is uitgevraagd bij IJZ/GGD. De ambtelijke werkgroep heeft het overzicht recent ontvangen. Hierover vindt nader overleg plaats. In het extra OZO Sociaal Domein van 13 november is het overzicht beschikbaar. De organisatiekosten staan in de financiële paragraaf en worden in 2026 uitgewerkt in de vorm van een begroting. De organisatiekosten zullen incidenteel toenemen, ook is mogelijk een incidentele financiële compensatie nodig door ontvlechting van IJZ uit de GGD. Deze kosten zullen meegenomen moeten worden naar de begroting 2027. De ontwikkeling van de GR sociaal domein heeft naar verwachting geen effect op de kosten van de taken die al uitgevoerd worden, zoals jeugdzorg of BWMO, tenzij de colleges besluiten extra taken of bevoegdheden op of over te dragen aan de GR. Een dergelijk besluit staat los van het inrichten van de GR an sich. Het voorstel is om de basistaken via delegatie te regelen en de plustaken via mandaat. Zie gespreksnotitie. GR Sociaal Domein Zeeland wordt een collegeregeling. Het AB is beslissingsbevoegd. Het DB is klein en ziet toe op de agendering van stukken voor het AB en is aanspreekpunt voor de directie op de bedrijfsvoeringsaspecten. Het OZO Sociaal Domein blijft bestaan als de GR in werking is getreden. De rol van het OZO Sociaal Domein zal wel veranderen.
Het Regiobureau Zeeland en programmateam ZSSD spreken hierover door en formuleren een advies voor de bestuurders. De verbinding tussen het sociaal domein en publieke gezondheid is heel belangrijk. In verschillende actielijnen wordt op inhoud samengewerkt aan de doelen. De inrichting van GR Sociaal Domein Zeeland verandert hier niets aan. In het OZO Sociaal Domein van 9 oktober wordt besproken of de uitvoering van
16.
Hoe zit het met de organisatie van de bedrijfsvoering?
17.
De aankomende verkiezingen vragen extra zorgvuldigheid op de besluitvorming. Hoe loopt het proces?
18.
Wat is het proces als besluitvorming niet lukt voor de verkiezingen?
IZA/AZWA (al bij de start) als taak wordt opgenomen in GR Sociaal Domein Zeeland, of dat deze taak voorlopig een gemandateerde taak bij gemeente Goes blijft. We adviseren een team in te richten voor staf- en PIOFACH-taken. In aanloop naar de nieuwe organisatie wordt hier een definitieve keuze over gemaakt. Het is de bedoeling dat de gemeenteraden tussen medio december 2025 en uiterlijk 2 maart 2026 een zienswijze indienen op het voorstel van een nieuwe GR Sociaal Domein Zeeland. Dit is het belangrijkste besluit, waarbij de raden hun wensen en bedenkingen kunnen meegeven. Voor die tijd gaat de ambtelijke werkgroep alle gemeenteraden langs om ze mee te nemen in het proces, zodat de raadsleden goed geïnformeerd zijn over aanleiding, doel en opzet. De nieuwe raden zullen uiteindelijk in juni/juli 2026 de definitieve toestemming geven op het voorstel. Dit is naar verwachting meer een formaliteit. De raden kunnen hun toestemming alleen onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang (artikel 1, vierde lid, van de Wgr). Ze kunnen het besluit niet amenderen. Dan moeten de nieuwe colleges en raden het besluitvormingsproces doorlopen. Dit levert zoveel vertraging op dat 1-12027 niet langer haalbaar is als start van de nieuwe GR. Dit is heel vervelend vanwege 2 onderdelen: 1.
Er is een nauwe samenhang met de vorming van de GR GGD/VRZ vanwege de ontvlechting van IJZ uit de GGD. Het is kostbaar en voor medewerkers ingrijpend als IJZ eerst een jaar in deze fusie mee moet lopen en dan alsnog moet ontvlechten en opgenomen worden in een andere organisatie. Het gaat met name om overheadkosten die de GGD/VRZ dan nog een periode heeft voor de medewerkers van IJZ. Tegelijkertijd ontvlechten en
19.
Positie en invloed raden
20.
Raadsadviescommissie? Raadsklankbordgroep?
21.
Samenwerking, synergie tussen de domeinen
invlechten is een stuk eenvoudiger en efficiënter. 2. Voor de inkoop jeugdhulp streven we vooralsnog naar nieuwe contracten per 1-1-2028. Het is te risicovol om op dezelfde datum én over te gaan naar een nieuwe organisatie (met nieuwe systemen etc.) én met nieuwe contracten te beginnen. Uitstel van de governance met 1 jaar betekent dan automatisch uitstel van de nieuwe contractperiode met 1 jaar. Omdat de nieuwe regeling een collegeregeling wordt, blijft de kaderstellende rol van de gemeenteraden intact. Het is binnen de Wgr al geregeld dat raden een zienswijze geven op de begroting van een GR. In de regeling wordt de mogelijkheid op genomen om een raadsadviescommissie in te stellen. De Wgr schrijft voor dat alle 13 raden hier unaniem mee moeten instemmen (artikel 24a, eerste lid, van de Wgr). Een raadsklankbordgroep kan op lokaal niveau worden geregeld, dat is aan het college en raad van betreffende gemeente. De rol en invloed van raden is geregeld in de Wgr. De grip van raden verbetert: er worden geen raadsbevoegdheden (meer) overgedragen, wat bij de huidige GR SWVO nog wel het geval is. Daarnaast kiezen we niet voor het beleggen van taken bij een bestuurscommissie. Daardoor vervalt het huidige knelpunt van ‘dubbele delegatie’ (door de colleges aan het AB en door het AB aan de bestuurscommissie).
Doordat inkoop en beleidsdiensten organisatorisch bij elkaar komen, neemt de samenwerking, integrale benadering en synergie toe. We zien dat landelijk in toenemende mate wordt gestuurd op gezinsgerichte, domeinoverstijgende samenwerking, bijvoorbeeld in het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Om dat goed te kunnen doen, is het essentieel dat medewerkers nauw met elkaar
22.
Overlegstructuur, wie gaat waarover?
23.
Takendiscussie SWVO, weten wat je wilt inkopen
24.
Hoe zit het met de lokale autonomie/ beleid?
25.
Beleidsbevoegdheid gemeenten t.o.v. nieuwe GR?
(kunnen) samenwerken. Dat gaat het beste als ze onderdeel zijn van één organisatie met één identiteit. Dit is ook helpend in de samenwerking met aanbieders, inwoners en andere partners. Het AB beslist over alle zaken die op- of overgedragen zijn aan de GR. Het lokale primaat staat echter voorop. Een goede overlegstructuur tussen de uitvoeringsorganisatie van de GR en de gemeenten, is van groot belang. De uitwerking van deze structuur wordt na 13 november vormgegeven, samen met alle betrokkenen. Tijdens het proces naar een nieuwe GR Sociaal Domein Zeeland, is gebleken dat er binnen de gemeenten die deelnemen aan het SWVO onduidelijkheid bestaat over begrippen, zoals het begrip beleidsvorming. Het is aan de SWVO gemeenten om hier eenduidige afspraken over te maken. In de GR Sociaal Domein Zeeland wordt één op één overgenomen wat tussen de zeven gemeenten is afgesproken. Er worden geen nieuwe beleidsafspraken verwerkt, behalve als betreffende gemeenten uitdrukkelijk hiertoe besloten hebben. Het beleidsprimaat ligt bij de individuele gemeenten en blijft hier ook liggen. Dit wordt gerealiseerd door de kaderstellende bevoegdheid bij de gemeenteraad te houden. Zij stellen regiovisies en beleidskaders vast, ook als deze regionale afspraken bevatten. Dit vormt de basis voor de beleidsdiensten (beleidscoördinatie en -uitvoering) voor (sub)regionale taken in de GR.
Goede samenwerking is het sleutelwoord. Regionaal beleid staat ten dienste van de afzonderlijke gemeenten en kan alleen bestaan door goede samenwerking met die gemeenten. Aansluiting op het lokale beleid is een onmisbare randvoorwaarde. Zie antwoord op vraag 24. Verder: het past binnen de beleidsbevoegdheid van de raden om ook medezeggenschap te hebben in de lokale bijdragen aan het formuleren van regionaal beleid. Hier zit
26.
Hoe geven we vorm aan de ambtelijke advisering?
27.
Definieer het verschil tussen beleidsuitvoering en beleidsvorming.
een dubbelrol in de zin van mede vormgeven aan via college respectievelijk ambtelijke organisatie, alsmede vaststellen van regionaal beleid nadat het vanuit de samenwerkingsprocessen is opgesteld. Net als nu binnen de Zeeuwse samenwerking sociaal domein, blijft de ambtelijke advisering bij de gemeenten liggen. Het is wel verstandig om de advisering onderling af te stemmen. De voorbereiding van de advisering ligt, net zoals nu het geval is, vaak bij de regionale beleidscapaciteit. Er zijn grofweg drie fasen in een beleidsproces: • Beleidsvoorbereiding: verzamelen en analyseren van informatie om beleid goed voor te bereiden. • Beleidsvorming: het vaststellen van doelen, plannen en regels op basis van de voorbereiding. • Beleidsuitvoering: het uitvoeren van de plannen en regels in de praktijk. In de regionale samenwerking is het belangrijk goed af te spreken waar welk deel belegd is en wie wat doet. Punt is dat dit niet met een schaartje te knippen is, omdat dit per beleidsproces kan verschillen. Het gaat om onderlinge samenwerking en coproductie om tot het beste resultaat te komen.
Uitgaande van het (hierboven al genoemde) uitgangspunt dat beleidskaders (regiovisies, nieuw beleid) altijd door de afzonderlijke gemeenteraden worden vastgesteld, gaat het in de samenwerking tussen de GR en de gemeenten over de afspraken die gemaakt worden over ieders rol en taak bij de uitwerking van deze kaders. Door samen te werken in werk- en projectgroepen, af te stemmen in kernteams en afstemmingsoverleggen en de advisering bij de gemeenten te beleggen (met ondersteuning van de GR), wordt vorm gegeven aan gezamenlijke beleidsvorming en -uitvoering.
28.
Hoe krijg je een werkbare scheiding tussen beleidsvorming en –uitvoering?
29.
Wat betekent deze GR voor de ambtelijke werkdruk? Veel (beleids)capaciteit gaat nu naar regionale overleggen.
30.
Hoe kunnen we het aantal ambtelijke en bestuurlijke overleggen verminderen? Blijft inkoop reguliere Wmo een eigen keuze van elke gemeente? Gaan de 13 gemeenten besluiten t.a.v. de Wmo nemen? Wat is de samenhang met de ontwikkelingen GR GGD/VRZ en GR publiek vervoer?
31. 32. 33.
34. 35.
Hoe worden we meegenomen in het vervolg en kunnen we input leveren (bijv. op de verdeelsleutels)? Wat is het verschil tussen een bestuurscommissie en een adviescommissie?
Kort gezegd: beleidsvorming bepaalt het “wat” en “waarom”, beleidsuitvoering regelt het “hoe” en “door wie”. Die scheiding moet per situatie worden aangebracht. Zie ook het antwoord op vraag 27. De invulling daarvan pakken we als projectteam op in Q3/Q4 2025, samen met gemeenten. De Zeeuwse samenwerking sociaal domein, de werkgroepen CZW-bureau en de afstemming tussen 13 of een deel van de gemeenten maakt hier onderdeel vanuit. We willen ook hier werken vanuit de vier E's: eenduidig, eenvoudig, effectief en efficiënt. We streven naar minder ambtelijke drukte, maar er zal inzet nodig blijven vanuit gemeente voor een goede verbinding tussen het lokale en regionale. Zie antwoord op vraag 29. Ja Nee, behalve als het om BW en opvang gaat. De inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland wordt ontvlochten uit de GR GGD en ondergebracht in de nieuwe GR Sociaal Domein Zeeland. Omdat de GR GGD/VRZ per 1-1-2027 willen fuseren, is het belangrijk dat IJZ op dezelfde datum ondergebracht wordt bij GR sociaal domein. Enkele taken en bevoegdheden die momenteel zijn overgedragen aan GR SWVO gaan over naar de GR publiek vervoer. Er zullen met regelmaat fysieke brede overleggen worden georganiseerd, waarin deze zaken worden besproken. Volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is het verschil tussen een bestuurscommissie en een adviescommissie als volgt: •
Bestuurscommissie (artikel 25 van de Wgr): Dit is een commissie die namens het bestuur (bijvoorbeeld een gemeenschappelijke regeling)
•
36.
Waarom alleen een adviescommissie voor jeugdhulp en SWVO? Hoe werkt het in de andere modules?
37.
Kan het AB wel alle zaken aan in de vergadertijd? Het is een omvangrijk takenpakket in deze GR!
38.
Alles bij 1 portefeuillehouder in het AB, hoe gaat dit werken?
bepaalde bestuurlijke taken en bevoegdheden uitvoert. Een bestuurscommissie kan beslissingen nemen. Het algemeen bestuur draagt bepaalde taken en bevoegdheden aan de commissie over. Adviescommissie (artikel 24 van de Wgr): Dit is een commissie die het bestuur ondersteunt door advies uit te brengen. Een adviescommissie heeft geen besluitvormende bevoegdheid; zij geeft alleen aanbevelingen en helpt bij het voorbereiden van besluitvorming.
Kortom, een bestuurscommissie neemt namens het bestuur besluiten en voert taken uit, terwijl een adviescommissie alleen advies geeft zonder zelf beslissingen te nemen. Er is aangegeven ‘in ieder geval’ en adviescommissie voor jeugdzorg en SWVO-taken in te stellen. Er wordt nog nagedacht over de andere modules. Dat klopt. Een van de wensen is de bestuurlijke drukte te verminderen. Er zal dus kritisch moeten worden gekeken naar de agenda en de advisering zal goed moeten zijn. De adviescommissies zullen gaan helpen om slagvaardig te vergaderen in het AB. In de adviescommissies kunnen andere portefeuillehouders plaats nemen dan in het AB. De portefeuillehouders jeugd bijvoorbeeld komen allemaal samen in de adviescommissie. Dit bevordert de gezamenlijke kennis en uitwisseling van de specifieke ontwikkelingen op het gebied van de jeugdzorg. De adviescommissie brengt een gekwalificeerd advies uit aan het AB. Het maakt het makkelijker voor het AB lid om een besluit te nemen, ongeacht welke portefeuille deze heeft. Verder wordt er een beroep gedaan op het goed hanteren van de uitgangspunten van collegiaal bestuur, m.a.w. in het college wordt onderling
39.
Hoe gaat het werken bij een crisis zoals Intervence?
40.
Is er een GO/NO GO moment? Kunnen gemeenten er nog van afzien?
41.
Komt de centrumgemeentefunctie van Vlissingen met de oprichting van de nieuwe GR te vervallen? Of blijft Vlissingen centrumgemeente? Hoe gaat de geldstroom lopen. Blijft dit wat het is, of verandert dit?
uitgewisseld en het standpunt bepaald dat door het AB lid wordt uitgedragen. De huidige werkwijze bij crisis wordt opgenomen in de nieuwe GR. Centraal daarin staat het landelijke draaiboek ’Continuïteit jeugdhulp’. Het GO/NO GO moment is na het extra OZO Sociaal Domein van 13 november 2025 als alle colleges de stukken voorgelegd krijgen. Ultimo beslist ieder college voor zichzelf. Vlissingen blijft centrumgemeente voor beschermd wonen (BW), maatschappelijke opvang (MO) en vrouwenopvang (VO). De middelen voor BW zitten in een integratie-uitkering, die voor MO en VO in een decentralisatieuitkering. Op grond van artikel 13 van de Financiële-verhoudingswet maken deze uitkeringen deel uit van de algemene middelen van een gemeente. Wettelijk gezien kan een GR dus niet worden aangewezen als ‘centrumgemeente’. Vlissingen blijft de budgetbeheerder van de middelen BW, MO en VO. Op grond van de partnerschapsafspraken BW en opvang 2024 zijn de dertien Zeeuwse gemeenten eigenaar van deze middelen (het regiobudget en bijbehorende (bestemmings)reserve). Vlissingen ontvangt de middelen van het Rijk, maar het AB van de GR besluit over de besteding ervan. Het college van Vlissingen is formeel beslissingsbevoegd en besluit in overeenstemming met het besluit van het AB.