CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

070. Beleidskader inwoner- en overheidsparticipatie definitief

Besluitvormende raad 19 december 2024, gemeente GoesBij agendapunt: Beleidskader Inwoner- en overheidsparticipatie3.566 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inwoner- en overheidsparticipatie Beleidskader gemeente Goes

Oktober 2024

2

Beleidskader inwoner- en overheidsparticipatie

De gemeente Goes wil een betrokken en toegankelijke overheid zijn, die dicht bij haar inwoners staat. Ons participatiebeleid helpt daarbij. We geloven in een open, transparante en laagdrempelige overheid, waarin inwoners en bestuurders in vertrouwen samenwerken. We streven naar toenemende betrokkenheid van inwoners door hen de kans te bieden mee te praten, mee te denken, mee te doen en mee te beslissen – we kunnen de opgaven die op ons af komen immers niet alleen oplossen.

Achtergrond Afgelopen jaren is er hard gewerkt om participatie vorm te geven, en er zijn veel voorbeelden van participatieprocessen waaraan inwoners op verschillende manieren hebben meegedaan. Participatie toepassen wordt steeds vanzelfsprekender en het onderwerp blijft zich ontwikkelen. Dit vraagt om een lerende houding van alle betrokkenen. Niet alleen lokaal zijn er wensen om te blijven ontwikkelen, ook vanuit de landelijke overheid zijn er nieuwe verwachtingen en verplichtingen; denk aan de Omgevingswet en de Wet versterking participatie op decentraal niveau. Al deze ontwikkelingen vormden de aanleiding om nieuw participatiebeleid op te stellen in de gemeente Goes. Dit beleidskader schetst onze visie op participatie. We beschrijven onze ambitie en onze uitgangspunten. In de participatieleidraad Het Goese gesprek en de participatieverordening worden de uitgangspunten uit dit beleidskader vertaald naar een praktische en een juridische uitwerking.

Wat is participatie? Er zijn veel ideeën over wat participatie betekent, waarom je het zou inzetten en wat je ermee kan bereiken. Inwoners, belangenverenigingen, bedrijven, (maatschappelijke) organisaties, ambtenaren, bestuurders en politici hebben allemaal op een of andere manier te maken met participatie. Participatie wordt bovendien toegepast op verschillende schaalniveaus en op diverse thema’s en vraagstukken. Er bestaan daardoor allerlei beelden en ideeën over participatie. In Goes gebruiken we onderstaande definitie: “Het betrekken van inwoners en andere belanghebbenden bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid, plannen en projecten, en (het door de gemeente ondersteunen van) maatschappelijke initiatieven met impact op de lokale samenleving.” We zien participatie als een manier om samen met inwoners te komen tot nieuw beleid, plannen en projecten. Dit gaat verder

dan alleen informeren; participatie houdt in dat inwoners daadwerkelijk kunnen meepraten, meedenken of meedoen. Eenzijdig informeren valt niet onder deze definitie van participatie. Wel is tijdig, duidelijk en volledig informeren een randvoorwaarde om tot een succesvol participatieproces te komen. Of we participatie toepassen, hangt af van hoeveel invloed inwoners kunnen hebben, wat de impact van het beleid, plan of project is en of de kosten in verhouding staan tot wat het oplevert. We maken onderscheid tussen twee ‘soorten’ participatie: inwonerparticipatie en overheidsparticipatie. Het grootste verschil daarbij is wie het initiatief neemt. Voor inwonerparticipatie gebruiken we de definitie: “Het op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners en andere belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid, plannen en projecten.” Bij overheidsparticipatie nemen inwoners of andere betrokkenen het initiatief. De definitie die we hanteren is: “De manier waarop de gemeente ondersteuning of een bijdrage geeft aan initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties of andere betrokkenen, gericht op het creëren van maatschappelijke meerwaarde.” In dit beleidskader gebruiken we de term ‘inwoners’.

Daarmee bedoelen we ook andere belanghebbenden, zoals (belangen) verenigingen, (maatschappelijke) organisaties, bedrijven en andere partijen met een lokaal belang.

Waarover gaat dit beleid niet? Dit beleid gaat niet over het ‘meedoen in de maatschappij (participatiesamenleving)’, hoewel het daar natuurlijk wel raakvlakken mee heeft. Het gaat hier dus ook niet over de participatiewet. Dit beleid gaat verder niet over democratisering in het algemeen en ook niet over formele inspraak, behalve hetgeen geregeld in de participatieverordening. Duidelijke communicatie, goede dienstverlening en het zijn van een dienstbare overheid zijn randvoorwaarden om dit beleid uit te voeren. Deze elementen creëren de basis voor vertrouwen tussen inwoner en overheid, wat nodig is om succesvol te participeren. Ook het zijn van een responsieve overheid – een overheid die actief luistert, initiatief herkent en ondersteunt – is een noodzakelijke randvoorwaarde voor

Beleidskader inwoner- en overheidsparticipatie

3

samenwerken met inwoners. Dit zijn belangrijke ambities, maar gaan verder dan participatie an sich en vallen daarmee buiten dit participatiebeleid. 2. Hoe is dit beleid tot stand gekomen? Participatie is niet nieuw; we gaan al veel langer met inwoners in gesprek. Vanaf 2019 is vanuit het project Goes Meedoen gewerkt aan kaders en uitgangspunten voor participatie. De werkgroep Bestuurlijke Vernieuwing maakte spelregels voor participatie, die de gemeenteraad vaststelde. Ook is de methodiek van het Goese Gesprek ontwikkeld. Het Goese Gesprek geeft een aantal stappen en vragen die ambtenaren en andere organisatoren van een participatieproces helpen bij het vormgeven van dit proces. Het project Goes Meedoen is in 2021 formeel afgerond. Sindsdien werken we met een programmatische aanpak waarin wordt benadrukt dat participatie een groeimodel is waarbij we uitgaan van lerend vermogen. Met dit beleidskader en bijbehorende leidraad en verordening bouwen we dan ook voort op deze eerdere uitgangspunten, maar kijken we tegelijk kritisch naar de zaken die in de praktijk minder goed blijken te werken. Bij het maken van dit beleid hebben we naast de geleerde lessen vanuit de ervaring met eerdere participatieprocessen, ingezet op gesprekken met inwoners en belangenverenigingen. Er is een uitgebreid inwonersonderzoek gedaan.

In samenwerking met Ipsos I&O zijn 5.000 inwoners uitgenodigd hun mening te geven via een vragenlijst waar uiteindelijk 1.122 inwoners op hebben gereageerd. Daarna organiseerden we vier kwalitatieve focusgroepen om dieper op de resultaten van de vragenlijst in te gaan. Los daarvan zijn er verschillende gesprekken geweest met belangenverenigingen, inclusief wijk- en dorpsverenigingen. Ook zijn de uitgangspunten van de gemeenteraad getoetst in twee interactieve sessies. De ambtelijke organisatie is bevraagd via een vragenlijst en ook hier is later in sessies duiding aan gegeven. Op basis van deze opgehaalde informatie en de eerdere ervaringen is een conceptversie van het participatiebeleid opgesteld. Deze is breed gedeeld met inwoners, belangenverenigingen en andere betrokkenen. Er zijn twee avondbijeenkomsten geweest om hier verder over door te praten: één specifiek met belangenverenigingen en één avond met verschillende inwoners. Op basis daarvan is het beleid op een aantal punten verduidelijkt. Ook zijn er door inwoners belangrijke aandachtspunten meegegeven voor de uitvoering: het is goed om alles op te schrijven, maar het is nog belangrijker om dit in de praktijk te brengen.

Juridisch kader Het juridisch kader wordt gevormd door: 1. de wijziging van Artikel 150 en Artikel 170 in de

Gemeentewet in het kader van de Wet versterking participatie op decentraal niveau zoals vastgesteld op 5 juni 2024 en de daarin genoemde afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht; de bepalingen betreffende participatie in de Omgevingswet inwerking getreden op 1 januari 2024.

Visie en ambitie Inwoners staan voorop. Met ons beleid willen we aansluiten bij de leefwereld van inwoners. Het betrekken van en samenwerken met inwoners is het uitgangspunt bij plannen, projecten, initiatieven en beleidsontwikkeling. We zetten niet alleen in op participatie bij grootschalige plannen en projecten of nieuw beleid. Juist ook bij de dagelijkse dingen die we doen is het belangrijk te beseffen dat we als gemeente deel zijn van een netwerk en dat we het samen doen. Ook in dagelijkse werkzaamheden staan we in contact met inwoners en andere belanghebbenden. Deze ambitie betekent dat inwoner- en overheidsparticipatie steeds verder in elkaar overgaan en samenwerken de norm wordt. We werken toe naar een Goese samenleving waarin we samen werken aan de opgaves die we hebben en ieder een eigen rol heeft in het geheel. Wederkerigheid is daarin belangrijk. We bouwen aan duurzame relaties gebaseerd op wederzijds vertrouwen. Als we het doen, dan doen we het goed. Dat kenmerkt de Goese participatieaanpak. Dit wil niet zeggen dat we alles in één keer goed doen. Het betekent dat we vooraf een goede afweging en duidelijke keuzes maken en het proces zorgvuldig doen. Zo voorkomen we dat we participatie inzetten als vinkje. Ondoordacht aan een participatieproces beginnen terwijl er geen ruimte of duidelijk doel is, zorgt achteraf alleen maar voor teleurstelling.

Baadt het niet, dan schaadt het wel. We hebben altijd oog voor proportionaliteit en efficiëntie. Zo houden we een goede balans tussen wat een participatieproces kost (niet alleen vanuit de gemeente, maar ook vanuit de inwoner) en wat het oplevert. Het gaat niet alleen om tijd, maar ook om de onderlinge relatie en duurzaam vertrouwen. Participatie is altijd maatwerk. Er is geen blauwdruk voor participatie. Per traject moeten we zorgvuldig afwegen of we participatie toepassen en hoe we dit doen. Om deze afweging te kunnen maken, werken we met een participatieleidraad: Het Goese gesprek. Bij sommige thema’s zal een standaard werkwijze mogelijk zijn, maar vaak is de

4

Beleidskader inwoner- en overheidsparticipatie

situatie toch net anders. Wat het doel, de vorm en de doelgroep ook zijn – de uitgangspunten blijven hetzelfde. Om hier vorm aan te geven werken we volgens vier leidende principes.

Leidende principes Leidende principes zijn ‘vuistregels waardoor je weet dat je de goede dingen doet, op zo’n manier dat ze helpen om de beoogde maatschappelijke effecten te bereiken’.1 Binnen inwoner- en overheidsparticipatie helpen de leidende principes om onze belangrijkste waarden niet uit het oog te verliezen. De leidende principes zijn gebaseerd op de Democratische Waarden uit de Spelregels participatie gemeente Goes die de gemeenteraad in 2019 heeft vastgesteld. Deze zijn samengevoegd en opnieuw geformuleerd. Hierin namen we ook de resultaten van het inwonersonderzoek en de gesprekken met de belangenverenigingen mee. Zo zijn vier leidende principes ontstaan:

We doen ons best de juiste mensen te betrekken We bieden verschillende manieren om mee te praten en mee te denken. We hebben daarbij aandacht voor inwoners in een kwetsbare situatie. We nemen inwoners serieus We willen een gelijkwaardig gesprek waarbij iedereen even belangrijk is. We kijken ook hoe inwoners zelf kunnen bijdragen. We zijn open en transparant We zijn duidelijk en eerlijk over het proces. We leggen uit welke keuzes we maken en waarom. Samen ontdekken en leren we We zijn niet bang om nieuwe dingen uit te proberen. We leren van wat er goed en niet goed gaat.

Deze leidende principes vormen een gezamenlijk kompas. We gebruiken dit kompas bij de keuzes die we maken, participatieprocessen die we lopen en evaluaties die we uitvoeren. Op deze manier helpen de leidende principes om ons beleid duidelijker en gerichter te maken. We beginnen bij onze eigen keuzes en werkwijzen en delen ze met onze partners. Hieronder leggen we de leidende principes één voor één uit en vertellen we hoe we deze in de praktijk toepassen.

1

Leidende principes vormen een gezamenlijk kompas | Movisie -

www.movisie.nl/artikel/leidende-principes-vormen-gezamenlijk-kompas

We doen ons best de juiste mensen te betrekken Wie de ‘juiste’ mensen zijn, kan per project of fase verschillen. We maken onderscheid tussen inwoners die zelf geraakt worden door het beleid en inwoners die door hun (ervarings) kennis kunnen bijdragen aan de kwaliteit van het beleid, plan of project. We zijn blij met inwoners die mee willen praten en denken over zaken die hen of hun leefomgeving raken, maar meedoen is nooit verplicht.

Representativiteit We zijn ons bewust van eventuele oververtegenwoordiging van een deel van de samenleving bij participatie. Daarom hebben we aandacht voor het betrekken van inwoners die normaal minder geneigd zijn om mee te praten en denken en gebruiken we passende methodes om hen te bereiken. Bij de meeste participatieprocessen is het simpelweg niet mogelijk om iedereen te spreken. We letten op de stille meerderheid en proberen een representatieve groep deelnemers mee te laten doen. Met representativiteit bedoelen we een goede afspiegeling van degenen die geraakt worden door het beleid, plan of project. In de praktijk biedt dit echter geen garantie dat alle perspectieven in beeld komen. Dit beseffen we en we hebben hier aandacht voor bij het maken van onze keuzes.

De rol van belangenverenigingen Binnen participatieprocessen is er vaak een rol voor belangenverenigingen. Formeel is een belangenvereniging een vereniging die opkomt voor de belangen van een bepaalde groep met een duidelijk omschreven doel en een specifiek maatschappelijk nut. Dit kan een groep zijn georganiseerd rond een bepaald thema, maar dit kan ook een wijk- of dorpsvereniging zijn. Belangenverenigingen kunnen een belangrijke gesprekspartner zijn. Niet alleen staan zij in direct contact met hun achterban, ook kunnen ze specialistische (ervarings)kennis meebrengen. Soms kunnen belangenverenigingen ook een spreekbuis zijn voor mensen die zelf niet rechtstreeks kunnen of willen meepraten. We werken in ieder geval samen met belangenverenigingen als wordt voldaan aan één of meer van onderstaande voorwaarden: • de achterban van deze vereniging een belangrijke benoemde doelgroep is en het niet lukt om deze doelgroep rechtstreeks vragen te stellen; • specialistische (ervarings)kennis nodig is om de participatievraag te beantwoorden en de vereniging deze kennis heeft; • de vereniging een rol kan en wil spelen in het vervolgtraject, bijvoorbeeld door een project of beleid (mede) uit te voeren.

Beleidskader inwoner- en overheidsparticipatie

We streven er altijd naar belangenverenigingen op tijd te informeren als er een participatieproces komt waarin hun achterban een belangrijke doelgroep is. We zien alle belangenverenigingen als gelijkwaardige partner zonder dat zij een verlengde van de gemeente zijn. Ons uitgangspunt is dat we (waar mogelijk) uitgaan van zelforganiserend vermogen. Met zelforganiserend vermogen bedoelen we: “Het vermogen van belangenverenigingen om hun eigen structuur op te zetten en te onderhouden waarbij hoort: zelfstandig doelen stellen, ideeën bedenken, plannen maken en overleggen organiseren zonder ondersteuning van de gemeente.” Dit betekent dat belangenverenigingen zelf verantwoordelijk zijn voor het actief betrekken en informeren van hun achterban. Belangenverenigingen moeten hun best doen de meningen en ideeën van de hele achterban in beeld te hebben en de juiste personen aan tafel zetten om deze belangen te vertegenwoordigen zonder belangenverstrengeling. Als gemeente faciliteren we en staan we open voor het gesprek met alle belangenverenigingen. We willen deze belangenverenigingen beter in beeld brengen, een goede en blijvende relatie met hen opbouwen en duidelijke werkafspraken maken over de rol en samenwerking per belangenvereniging.

Voor doelgroepen die onvoldoende zelforganiserend vermogen bezitten, maar die we wel als een belangrijke doelgroep zien, onderzoeken we of we hen op een andere manier kunnen ondersteunen.

We nemen inwoners serieus Het serieus nemen van inwoners lijkt een open deur, maar wordt nog niet altijd zo ervaren door deelnemers van participatieprocessen. Dit terwijl we inwoners als gelijkwaardige gespreks- en samenwerkingspartner zien. We gaan bij participatieprocessen uit van wederkerigheid. Dat betekent dat we als gemeente een open houding aannemen en het gesprek nieuwsgierig en geïnteresseerd ingaan. We nemen ideeën serieus en kijken daarbij hoe inwoners zelf kunnen bijdragen aan de oplossing. Ons beleid, plannen en projecten zijn er immers voor onze inwoners.

Inwoners als gelijkwaardige gesprekspartner Deelnemers aan participatieprocessen vinden het belangrijk dat hun inbreng serieus genomen wordt en zij als een gelijkwaardige gesprekspartner worden gezien. Inwoners hebben een eigen kijk op wat er gebeurt in hun omgeving en zijn ‘de ogen, oren en voelsprieten’2 van de gemeente. Ze hebben een waardevol eigen perspectief dat soms anders is dan

2

Ipsos I&O, Inwonersparticipatie in gemeente Goes (augustus 2024), p 36.

5

bestuurlijke en ambtelijke perspectieven. Een deel van de inwoners ervaart soms echter dat ze door de ‘man met de kennis’3 worden ingehaald – ze hebben het gevoel dat hun eigen kennis en ervaringen minder waard zijn dan die van professionals. Ook is het voor sommigen lastig om ideeën of meningen goed onder woorden te brengen, zeker wanneer het om ingewikkeldere onderwerpen gaat. Om deze inwoners de kans te geven mee te praten, zetten we in op laagdrempelige participatie. Dit doen we door het proces zo in te richten dat het onderwerp en de wijze waarop dit besproken wordt aansluit bij de leefwereld en het kennisniveau van inwoners. Daarnaast is goede dienstverlening een belangrijke randvoorwaarde om als gemeente toegankelijk te zijn.

Inwoners als samenwerkingspartner Bij de meest verregaande vormen van participatie worden inwoners niet enkel gezien als gesprekspartner om kennis en informatie bij op te halen, maar zien we ze als partner waarmee we samenwerken aan onze doelen. Dit kan in de vorm van co-creatie waarbij inwoners bijvoorbeeld deel uitmaken van dezelfde werkgroep als de gemeente. Een stap verder is wanneer inwoners zelf een maatschappelijk initiatief beginnen en de gemeente hen daarbij helpt. Dan is er geen sprake meer van inwonerparticipatie, maar wordt de term overheidsparticipatie gebruikt. De gemeente kan maatschappelijke initiatieven ondersteunen door: • het (eventueel tijdelijk) ter beschikking stellen van ruimtes of huisvesting; • het beschikbaar stellen van een aanjaagbudget, subsidie of andere financiële middelen; • de inzet van ambtelijke expertise, netwerken of ondersteuning; • andere vormen van ondersteuning. Deze manier van samenwerken vraagt om een cultuuromslag, alsook duidelijke afspraken over hoe we samenwerken en naar maatschappelijke initiatieven kijken.

Het uitdaagrecht Via het uitdaagrecht kunnen inwoners een taak of voorziening van de gemeente (deels) overnemen. Het uitdaagrecht (ook bekend als Right to Challenge), geeft inwoners en lokale organisaties de mogelijkheid om de gemeente te vragen om zelf een taak of dienst van de gemeente (deels) te doen. Dit kan als ze denken dat ze het slimmer, beter, goedkoper of anders kunnen doen. Het uitdaagrecht biedt ruimte voor creativiteit, deskundigheid en het enthousiasme van inwoners. Het zorgt ervoor dat inwoners meer betrokken zijn en versterkt de

3

Ipsos I&O, Inwonersparticipatie in gemeente Goes (augustus 2024), p 38.

6

onderlinge band tussen inwoners. Uiteindelijk kan het leiden tot een betere, efficiëntere uitvoering van publieke taken met meer maatschappelijke waarde en steun onder inwoners. Dit vraagt om een andere manier van denken en werken met wederzijds vertrouwen als uitgangspunt.

We zijn open en transparant Als gemeente willen we open en transparant zijn. Inwoners vinden goede informatie belangrijk om mee te kunnen denken en praten. Uitgangspunt is dat we bij nieuw beleid, plannen en projecten altijd informeren waar mogelijk. Ook tijdens een participatieproces willen inwoners weten wat er speelt en welke keuzes gemaakt worden. Dit sluit aan bij de behoefte om als serieuze gesprekspartner gezien te worden.

Weten wat er in de gemeente speelt Inwoners zijn graag op de hoogte van wat er in de gemeente speelt. Ook als ze niet direct willen meepraten over een onderwerp, vinden zij het prettig om geïnformeerd te worden. Dit vergroot het vertrouwen in de gemeente en geeft een beter beeld van wat de gemeente doet. Het geeft inwoners de kans om ook zonder georganiseerd participatieproces betrokken te blijven. Ook bij processen waar geen ruimte is voor inbreng van inwoners of andere belanghebbenden, wordt goede informatievoorziening zeer gewaardeerd.

Toegankelijke informatie tijdens en na een participatieproces Bij participatieprocessen maken we vooraf een plan. We informeren inwoners waarover ze mee kunnen praten, wat de kaders zijn en delen een voorlopige planning. Inwoners verwachten dat de gemeente vanaf het begin duidelijk uitlegt wie welke rol heeft en wat de verantwoordelijkheden zijn. Zij willen ‘een afgebakend participatieproces waarin gemeente Goes wederzijdse rollen en verantwoordelijkheden op voorhand helder communiceert richting inwoners.’4 Het is niet altijd mogelijk om vooraf alles vast te leggen. Participatie is een dynamisch proces. Soms gebeuren er dingen die je niet van tevoren had verwacht en waardoor je plannen moet aanpassen. Tijdens een participatieproces zorgen we voor een goede informatievoorziening. Dat kan gaan over veranderingen in het proces, het delen van verslagen, beschikbaar stellen van data en (planning van) besluitvorming. Tijdens en na het traject leggen we uit waarom we bepaalde beslissingen nemen en hoe de inbreng van deelnemers hierin is meegewogen. Inwoners geven aan begrip te hebben voor het complexe afwegen van verschillende belangen. Zolang de gemeente open is over deze afwegingen, snappen inwoners in de meeste gevallen dat hun input niet altijd één op één terugkomt in het uiteindelijke plan, project of beleid. 4

Ipsos I&O, Inwonersparticipatie in gemeente Goes (augustus 2024), p7.

Beleidskader inwoner- en overheidsparticipatie

Samen ontdekken en leren we Participatie vraagt vaak om een nieuwe manier van werken en een andere basishouding. Hier hoort bij dat we de ruimte hebben om nieuwe dingen uit te proberen en fouten te maken. Dit betekent dat we als gemeente continue blijven leren en groeien.

Vernieuwen en ontwikkelen Participatie is constant in ontwikkeling. We willen daarin meegaan waar dit past bij de Goese ambitie en werkwijze. We hebben oog voor innovatieve participatiemethodes en durven deze uit te proberen. Daarbij blijft het vraagstuk altijd leidend. We werken naast de participatieleidraad Het Goese gesprek met een praktische gereedschapskist die we blijven aanvullen met nieuwe en bestaande manieren om inwoners te betrekken en met hen samen te werken.

Het evalueren van participatieprocessen Blijven leren betekent dat we doorlopend evalueren. We maken evalueren een vast onderdeel van de manier waarop we participeren. We kijken daarbij naar de geleerde lessen en de ervaringen van betrokken partijen. Tijdens evaluaties kijken we ook naar proportionaliteit: hoe verhoudt de (tijds) investering van het participatieproces zich tot hetgeen dit heeft opgeleverd? Het is eenvoudiger te meten wat een participatieproces kost aan geld, tijd en inzet (van zowel organisatoren als deelnemers) dan het is om te meten wat participatie oplevert aan kwaliteit, vertrouwen en het voorkomen van potentiële vertraging later. Bij het evalueren zijn we ons daarvan bewust.

Jaarlijkse rapportage In een jaarlijkse rapportage gaan we het participatiebeleid evalueren. Dit doen we samen met de organisatoren en deelnemers van verschillende participatieprocessen. In deze rapportage staan de belangrijkste ervaringen en geleerde lessen centraal. We kijken hierin onder andere naar de wijze waarop we participatieprocessen organiseerden en wat participatie opleverde en kostte. Ook kijken we naar hoe we omgingen met maatschappelijke initiatieven en het uitdaagrecht en de rolinvulling door raad en college. Op basis van deze rapportage gaan we in gesprek over de succesverhalen en verbetermogelijkheden in participatieprocessen. Zo blijven we komende jaren in vertrouwen samenwerken aan een open, transparante en laagdrempelige gemeente waarin we gericht en gestructureerd blijven ontwikkelen en participeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14732282/1