063. Raadsvoorstel Beheerplan Civiele Kunstwerken 2025-2029
Tekst van het document
Raadsvoorstel Datum vergadering Agendapunt Zaaknummer Onderwerp
: : : :
Portefeuillehouder Programma Opgesteld door: Afdeling
: : :
19 december 2024 Z24.206527 / D24.1241065 Beheerplan Civiele Kunstwerken 2025-2029 S. Meulblok Ruimte en economie Hendrik Bakker Openbare ruimte (GIB)
Gevraagd besluit 1. Het Beheerplan 2025-2029 voor de Civiele Kunstwerken vast te stellen; 2. Een structureel budget van € 39.250 beschikbaar te stellen ten laste van het begrotingssaldo en daarvoor de 1e begrotingswijziging 2025 vast te stellen. Juridische grondslag De gemeente Goes is verantwoordelijk voor adequaat beheer van haar kapitaalgoederen, waaronder haar civiele kunstwerken. In het “Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten” is vastgelegd dat er voor het beheer een meerjarenprogramma beschikbaar moet zijn. Voor de periode van 2025-2029 is hiervoor een beheerplan opgesteld. Aanleiding Het areaal civiele kunstwerken binnen gemeente Goes bestaat uit 131 civieltechnische kunstwerken en 365 kleinere objecten. Civiele kunstwerken zijn onder andere bruggen, viaducten, onderdoorgangen en duikers. Onder kleine kunstwerken vallen onder meer trappen, plantenbakken en hekwerken. Het gaat hier dus niet om kunst in de openbare ruimte. Om te zorgen dat dit areaal effectief en efficiënt wordt onderhouden is het belangrijk om over een actueel beheerplan te beschikken. Het huidige beheerplan loopt in 2024 af. Hiertoe is dit beheerplan geactualiseerd voor de periode van 2025 tot en met 2028 met een doorkijk tot 2034.
In het voorliggende beheerplan worden vragen beantwoord en inzichtelijk gemaakt als: wat is het te beheren areaal (Wat beheren we?), welke beheerkaders en kwaliteitskaders er worden gehanteerd (Wat moeten we en wat willen we?) en wat dit allemaal qua kosten met zich meebrengt (Wat gaat het kosten?). wat het effect is van het tijdelijk verlagen van de dotatie aan de voorziening Civiele Kunstwerken (Blijven we binnen de vastgestelde kwaliteitsniveaus?). Resultaat De gemeente Goes staat voor Schoon, Veilig en Heel. Dit is in het voorliggende beheerplan vertaald naar meetbare Conditie- en Verzorgingsscores volgens de NEN2767. Het kernwinkelgebied in Goes heeft het hoogste kwaliteit: Goes Plus. Aan alle andere civiele kunstwerken is het Goes Standaard niveau toegekend, wat overeenkomt met het Conditie- en Verzorgingsscore 2. De gestelde kwaliteitsniveaus worden behaald. Met het vaststellen van het voorliggende beheerplan zal er voldoende aandacht zijn en blijven voor “veilig, heel en schoon”. Argumenten Afstemming van werken en belangen Op het moment van de laatste inspectie (2023) van het gehele areaal bleek dat vrijwel alle civiele kunstwerken voldoen aan de gestelde kwaliteitsniveaus of al in de onderhoudsplanningen zijn opgenomen.
Agendapunt Pagina 2
De afgelopen jaren zijn er diverse civiele kunstwerken bijgekomen. Een voorbeeld hiervan is de spooronderdoorgang Van Hertumweg. Maar ook zijn er in diverse inspectierondes verscholen civiele kunstwerken gevonden die niet eerder in een beheerplan waren ondergebracht. Bijvoorbeeld sterk overgroeide duikers, of objecten die niet binnen andere beheerplannen zijn ondergebracht. Een voorbeeld hiervan zijn de kanonnen in de binnenstad. Zo zijn er dit jaar ruim 20 objecten toegevoegd, welke nu ook binnen het voorliggende beheerplan zijn meegenomen. Een goede en duidelijk planning van het onderhoud is cruciaal. Daarmee worden de kosten inzichtelijk en kan er tijdig afstemming gevonden worden met andere werken in de openbare ruimte. Het beheerplan voorziet hierin. Verminderde dotatie 2024 t/m 2027 Uit het voorliggende beheerplan blijkt dat een vermindering van de dotatie tot een geringe vermindering zal leiden in de kwaliteit van de civiele kunstwerken. In dat kader is uitgezocht of een dergelijke kwaliteitsvermindering binnen de gestelde marges blijft. Door binnen de bandbreedte van de gesteld kwaliteiten te dalen, is de verminderde dotatie tot en met 2027 haalbaar. Echter is dit na 2027 niet langer haalbaar en zal er, om op het afgesproken kwaliteitsniveau te kunnen blijven, teruggekeerd moeten worden naar de normale dotatie.
Met name omdat langdurig bezuinigen op groot onderhoud leidt tot hogere faal- en herstelkosten op langere termijn en verhoging van de kosten voor het uit voeren van meer klein onderhoud. Doordat er gestuurd gaat worden op een inboet op de kwaliteit (binnen de bandbreedtes) maakt dit een Meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) extra belangrijk. Hierdoor kunnen onderbouwde keuzes gemaakt worden over waar de kwaliteit verantwoord kan worden verlaagd, zonder dat er onveilige situaties ontstaan. Kortom dat we binnen redelijke bandbreedtes blijven voldoen aan Veilig, Heel en Schoon. Beschikbaar stellen van extra exploitatiebudget Het oude beheerplan is grondig tegen het licht gehouden, waarbij de onderverdeling tussen groot- en klein onderhoud duidelijker is gemaakt. Het groot onderhoud blijft volledig binnen de voorziening en het klein onderhoud wordt volledig ondergebracht in de exploitatie. Deze overheveling is echter onvoldoende om al het klein onderhoud uit te kunnen voeren. Hiertoe is structureel 39.250 euro per jaar extra nodig om te kunnen blijven voldoen aan de gestelde normen voor Veilig, Heel en Schoon. Binnen deze verhoging is ook het onderhoud opgenomen van de, dit jaar toegevoegde, ruim 20 “verscholen” civiele kunstwerken. Hier is, bij toekenning van het extra exploitatiebudget, ook geen verzoek tot areaaluitbreiding nodig.
Kanttekeningen Niet te voorspellen risico’s Het weer (klimaat) en regelgeving verandert, op een wijze die lastig is in te schatten. Bij nieuwe regelgeving of nieuw beleid, kunnen aanpassingen in onderhoud of aan de objecten zelf kosten met zich meebrengen, die niet in het beheerplan zijn ondergebracht. Deze kosten zullen wanneer deze ontstaan via de begrotingscyclus worden aangemeld. Beperkte flexibiliteit Met de planmatige aanpak (Beheerplan incl. MJOP), is er geen ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Elke euro is verbonden aan een maatregel voor onderhoud. Met als doel: aan de vastgestelde kwaliteitsniveaus te blijven voldoen. Periodiek wordt er in de voorziening gespaard om grotere onderhoudsuitgaven te kunnen financieren. Dit kan een ogenschijnlijk overmatig saldo aan geld in de investering tot gevolg hebben. Spaargeld dat echter een duidelijk essentieel doel heeft in de nabije toekomst. Elke verandering, ontwikkeling of besluit zal dan ook gepaard moeten gaan met een berekening van de effecten daarvan op de voorziening en exploitatie.
Agendapunt Pagina 3
Tijdelijk verlaagde dotatie en interval vergroten van klein onderhoud De tijdelijke verlaagde dotatie zal voornamelijk leiden tot het minder reinigen van de civiele kunstwerken. Dit zal de hoge verzorgingsscore van de civiele kunstwerken gaan verlagen. Dit heeft aldus het directe effect dat de civiele kunstwerken minder "Schoon" zullen gaan ogen. Indirect zorgt vervuiling van de civiele kunstwerken ook voor een versnelde achteruitgang van de conditie van deze civiele kunstwerken. Het verlagen van de reinigingsfrequentie kan tijdelijk zonder grote gevolgen, zeker als dit hoofdzakelijk minder kwetsbare bouwdelen betreft. Structureel is dit zeer onwenselijk. Op termijn zal dan niet meer aan het (beeld)kwaliteitsbeeld kunnen worden voldaan. Naast het aanzicht van de gemeentelijke civiele kunstwerken en de korter wordende levensduur van de civiele kunstwerken, gaat ook de veiligheid van het gebruik achteruit. Bijvoorbeeld door algen glad wordende vlonders, welke niet tijdig gereinigd kunnen worden. Het begroot tekort dekken met een kwaliteitsverlaging Indien besloten wordt om de begrote 39.250 euro per jaar niet toe te kennen. Kan dit alleen opgevangen worden door het wijzigen van de intervallen van klein onderhoud. In het beheerplan is hiertoe een scenario uitgewerkt.
Een groter interval kan resulteren in een onvoldoende verzorgingsscore (Schoon) en in snellere degradatie van de technische staat (Veilig en Heel). Dit reële risico brengt daarmee een verminderende levensduur van kwetsbare constructieonderdelen en hoger kosten voor groot onderhoud met zich mee op de langere termijn. Graffiti Buiten het beheerplan, is een speciaal risico begroot. Het risico op ongewenste graffiti op civiele kunstwerken. Hiertoe wordt jaarlijks (onder grootboeknummer 62100411) 85.700 euro gereserveerd. Tot op heden blijkt dit bedrag afdoende voor de verwijdering van de graffiti. Financiën Het huidig beheerplan Civiele kunstwerken (2020 - 2024) omvat zowel klein- als groot onderhoud. Beide zijn destijds in de voorziening ondergebracht. Financiële wetgeving (BBV) bepaalt echter dat deze soorten onderhoud gesplitst moeten worden in exploitatie (klein onderhoud) en in een onderhoudsvoorziening (groot onderhoud). Het nieuwe beheerplan (2025 - 2029) houdt hier rekening mee. De neutrale overheveling van budgetten groot onderhoud (dotatie aan voorziening) naar klein onderhoud (financiering exploitatie) is verwerkt in de 1e begrotingswijziging 2025. Investeringen Investeringen worden via de kadernota ingebracht en maken geen onderdeel uit van het beheerplan. In het beheerplan is hiertoe een overzicht opgenomen in bijlage B.
Voorziening De onderstaande tabel geeft het verloop van de voorziening aan.
De voorziening blijft positief met een dotatie van: - 103.000 euro in de jaren 2025, 2026 en 2027, en - 171.000 euro in 2028 en jaarlijks in de jaren daarna. De dotatie is hiermee 171.000 euro per jaar lager dan bij het voortzetten van de dotatie vanuit het oude beheerplan. Dit bedrag vertegenwoordigt het klein onderhoud dat moet worden overgeheveld uit de voorziening naar de exploitatie.
Agendapunt Pagina 4
Exploitatie De onderstaande tabel geeft per jaar de benodigde bedragen voor de exploitatie.
Met het uit de voorziening vrijkomende deel voor klein onderhoud blijft er een tekort van ongeveer 39.250 euro per jaar. Door dit tekort op te heffen met een verhoging van het exploitatiebudget kan het vastgestelde onderhoudsniveau blijvend in stand gehouden kan worden. Maar ook kunnen de in 2024 aan het beheerplan toegevoegde civiele kunstwerken op dit niveau worden gebracht en onderhouden. Er zijn geen grote gevolgen voor het weerstandvermogen. Duurzaamheid In de uitvoering van projecten voor civiele kunstwerken zijn de thema’s duurzaamheid en participatie van belang. Beleidsuitgangspunten op het gebied van duurzaamheid en participatie komen verder vooral aan de orde bij vervangingen. Deze worden projectmatig aangepakt. In het beheerplan wordt rekening gehouden met de wettelijke minimumeisen ten aanzien van duurzaamheid bij inkopen. Bij elk vervangingsproject wordt gezocht naar kansen om op het gebied van circulariteit, duurzaamheid en klimaatadaptief te werken. Participatie met omwonenden en bedrijven is onderdeel van de aanpak van deze projecten. Dergelijke vervangingen vallen onder vervangingsinvesteringen. Communicatie & Participatie De nieuwswaarde is laag. Hoe wordt aan participatie uitvoering gegeven? Het beheerplan betreft een financieel/technische doorrekening van het meerjarig onderhoud aan bestaande civiele kunstwerken op basis van eerder vastgesteld beleid.
Kansen voor participatie liggen in de aanloop naar en tijdens de uitvoering van de uit het beheerplan voortvloeiende werken. Bij werken worden alle belanghebbenden standaard geïnformeerd. Wordt het onderhoud of de vervanging grootschaliger en/of gecombineerd met andere beleidsvelden (een integrale aanpak), dan wordt er een project geformuleerd, waarbinnen een participatieplan onderdeel van de opdracht zal zijn. Uitvoering Aan de hand van het voorliggende beheerplan zullen jaarlijks uitvoeringsplannen worden opgesteld en vastgesteld door uw College, waarbinnen de meerjarenplanning vanuit het beheerplan wordt uitgedetailleerd. Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Goes,
mr. H.E. Schild Secretaris
C.H. van den Bos Burgemeester