052. Warmtetransitiebeleid definitief
Tekst van het document
WARMTETRANSITIEBELEID 2024
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024
Inhoud 1. INLEIDING.............................................................................. 2 2. AANLEIDING..........................................................................2 3. WETTELIJKE CONTEXT.............................................................3 4. FINANCIËLE MIDDELEN...........................................................3 5. BELEID IN GOES.....................................................................4 5.1 Wat willen we bereiken? (en wat niet)...................................................................................................... 4 5.2 Flankerend beleid..................................................................................................................................... 6 5.2.1 Zonnepanelen op monumenten en beschermd stads- & dorpsgezicht...........................................................6 5.2.2 Verduurzaming van recreatief vastgoed...........................................................................................................7 5.3 Klimaatprogramma.................................................................................................................................. 7 5.4 RES.......................................................................................................................................................... 8
6. WAT KOST HET?.....................................................................9 7. AFBAKENING DOELGROEPEN...................................................9 7.1 Wetgeving en regelingen kantoor- en bedrijfspanden.............................................................................10 7.2 Gemeentelijke vastgoed......................................................................................................................... 10 7.3 Maatschappelijk vastgoed...................................................................................................................... 10 7.4 Beveland Wonen.................................................................................................................................... 11
8. HOE GAAN WE DAT DOEN?....................................................11 8.1 Wat zijn inhoudelijke vertrekpunten?..................................................................................................... 11 8.2 Wat is onze rol?...................................................................................................................................... 11 8.3 Hoe geven we participatie vorm?............................................................................................................ 12
BIJLAGE 1 EUROPESE GREEN DEAL............................................14 BIJLAGE 2 LANDELIJKE KLIMAATWET EN KLIMAATAKKOORD.........14 BIJLAGE 3 LANDELIJKE IMPLEMENTATIE EUROPESE KLIMAATWET. 15 BIJLAGE 4 WARMTEWET............................................................15 BIJLAGE 7 DUURZAAMHEIDSREGELINGEN VOOR PARTICULIERE WONINGEIGENAREN.................................................................18 BIJLAGE 8 WETGEVING & REGELINGEN KANTOOR- EN BEDRIJFSPANDEN.....................................................................22 BIJLAGE 9 MAATSCHAPPELIJK VASTGOED...................................29 BIJLAGE 10 UITGEWERKTE ENQUÊTE RESULTATEN.......................30
1 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024 1.
INLEIDING Om de klimaatdoelen te halen heeft het rijk maatregelen bedacht. Eén van die maatregelen is het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Het is de bedoeling dat alle gebouwen en woningen vanaf 2050 geen gebruik meer maken van aardgas. De uitvoering van deze maatregel heeft het rijk overgedragen aan de gemeenten. Deze moeten om de 5 jaar een Transitie Visie Warmte (TVW) opstellen. In deze visie wordt met de op dat moment aanwezige kennis geschetst hoe je deze panden op termijn aardgasvrij kan maken. Hierbij wordt naast de technische voorwaarden ook naar de laagst maatschappelijke kosten gekeken. Dit krijgt vervolgens zijn beslag in uitvoeringsplannen. Door het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) is in 2019 een onderzoek verricht. Daaruit blijkt dat 43 procent van de Nederlandse huiseigenaren destijds niet van plan was om binnen vijf jaar de woning te verduurzamen. De belangrijkste reden hiervoor is dat gewacht werd op actie vanuit de overheid. Vooral op meer financiële ondersteuning. Inmiddels kennen veel gemeenten subsidieregelingen. Daarnaast zijn er landelijk loketten voor aanvragen en wordt er ingezet op het vergroten van ‘leencapaciteit’.
Hoewel het logisch lijkt dat die houding door stijgende energieprijzen en een groter aanbod aan ‘instrumenten’ aan verandering onderhevig is, is het van belang om bij het opstellen van uitvoeringsplannen te onderzoeken welke behoefte er bij de bewoners is zodat bij de verduurzaming van woningen kan worden ingespeeld op wat er nodig is om het doel te halen. Momenteel is het wetsvoorstel Gemeentelijke instrumenten warmtetransitie in voorbereiding. Indien deze wet in werking treedt, krijgt de Transitievisie warmte een juridische basis onder de Omgevingswet. Het Rijk kan dan specifieke instructieregels stellen voor de inhoud van de transitievisie. De term Transitie Visie Warmte wordt vervangen door Warmteprogramma. Meer informatie hierover volgt wanneer mogelijk. De beoogde datum van inwerkingtreding is juli 2024. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat eind 2026 de tweede versie van de transitievisies gereed zullen zijn.
2.
AANLEIDING De aanleiding voor voorliggend beleidsplan is dat de TVW te abstract is om direct te vertalen naar uitvoeringsplannen én -hoewel er wel financiële aspecten in zijn opgenomenhet onvoldoende zicht geeft op beschikbare middelen. Deze zijn ook nog niet structureel in de gemeentelijke begroting opgenomen. Dat is belangrijk omdat de verduurzamingsopgave een erg hoge investering vraagt. Niet alleen van de gemeente, maar vooral van de eigenaren van panden. Door in dit beleidsplan concreet te maken welke middelen de gemeente hiervoor beschikbaar heeft, kunnen daaraan haalbare en realistische doelen en maatregelen worden gekoppeld. Met andere woorden: wat willen we bereiken en wat gaat dat kosten? Daarmee wordt eveneens duidelijk gemaakt waar de gemeente wel-en-niet-van-is. Met name dat laatste is van belang bij de uitleg naar pandeigenaren toe: wat komt er op hen af, wat mogen zij daarbij van de gemeente verwachten en waar ligt hun eigen verantwoordelijkheid? Maar ook: wat hebben de pandeigenaren (van de gemeente) nodig?
2 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024 Met voorliggend beleidsplan wordt antwoord gegeven op bovenstaande vragen. Zodat het gemeentebestuur hier keuzes in kan maken en de ambtelijke organisatie op basis daarvan met de wijken concrete uitvoeringsplannen kan maken. 3.
WETTELIJKE CONTEXT Op de duurzaamheidsopgave zijn meerdere wetten van toepassing of worden van toepassing. Dat maakt het soms lastig hoe hier mee om te gaan, want nog niet vastgestelde wetten kunnen tijdens het vaststellingsproces nog worden aangepast. Vooralsnog gaan we in dit beleidsplan uit van de laatste informatie die hierover bekend is. Dit is gebaseerd op de huidige Europese en landelijke wetgeving. Ten behoeve van de leesbaarheid zijn desbetreffende wetten in de bijlagen kort toegelicht. Het betreft: Europese Green Deal (bijlage 1) Landelijke Klimaatwet en Klimaatakkoord (bijlage 2) Landelijke Implementatie Europese klimaatwet (bijlage 3) Wet collectieve warmte (voorheen Warmtewet) (bijlage 4) Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) (bijlage 5) Omgevingswet (bijlage 6)
4.
FINANCIËLE MIDDELEN Naast de wettelijke context spelen financiële aspecten een belangrijke rol. Primair vooral voor de woningeigenaren, maar uiteraard ook voor de gemeente. Welke middelen staan ons ter beschikking om de uitvoeringsplannen te realiseren? In de decembercirculaire (2019) zijn Rijksmiddelen beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling van de Transitievisie warmte en de eerste Uitvoeringsplannen (UP). Aanvullend heeft gemeente Goes voor de ontwikkeling van de Transitievisie een landelijke subsidie aangevraagd en toegekend gekregen. De Regionale Structuur Warmte is vanuit de RES bekostigd. Met de resterende middelen uit de decembercirculaire kunnen we een start maken met de uitvoering en doorvertaling van de Transitievisie Warmte. Na vaststelling van de Transitie Visie Warmte is er door het Rijk nogmaals een bedrag uitgekeerd voor de uitvoering van de warmtetransitie, de besteding daarvan ligt overigens vast. Beide (rest)budgetten bedragen samen ongeveer € 500k. Daarnaast hebben we de reserve Duurzaam Bouwen, die ingezet kan worden. Het saldo hiervan is circa € 380k. Tevens zijn er CDOKE-middelen van jaarlijks € 7 ton voor komende drie jaar, waarvan € 2 ton (per jaar) is bedacht voor de dekking van personele kosten voor de Uitvoeringsplannen.
3 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024 Hieruit moeten werkzaamheden ten behoeve van uitvoering “klimaatakkoord-breed 1” uitgevoerd worden, met die restrictie dat ze (bijna) alleen bedoeld zijn voor personele inzet. Voorts zijn er de jaarlijkse NIP-gelden (Nationaal Isolatie Programma). Deze bestaan uit vier modules en zijn alleen inzetbaar voor woningen met een energielabel D t/m G. Deze bedragen € 1 mln voor 2023, en er is een restant uit 2022 van circa € 1 ton. De NIP-regeling loopt door tot 2030, jaarlijks blijft er naar verwachting ongeveer € 1 mln beschikbaar.
5.
BELEID IN GOES
5.1
Wat willen we bereiken? (en wat niet) Bij het verduurzamen van woningen is de aanbeveling om de trias energetica aan te houden. Dit willen we overdragen aan onze inwoners. Deze bestaat uit drie stappen: 1. Gebruik zo min mogelijk Energie Bespaar energie met andere gewoontes. Zet bijvoorbeeld de CV een graadje lager en haal stekkers uit het stopcontact als je apparaten niet gebruikt. Verwarm alleen de ruimtes waar je veel bent en sluit tussendeuren. Denk hierbij ook aan kleine maatregelen zoals bijvoorbeeld tochtstrippen, brievenbusborstels en radiatorfolie. Vervolgens is het van groot belang om je huis goed te isoleren om het warmteverlies te beperken.
Bron: www.ideewinkel.nl Stap 2: Maak slim gebruik van (fossiele) energie Energie die na isolatie nodig is voor de verwarming van het huis en voor warm water wordt bij voorkeur duurzaam opgewekt. Voor warm water en verwarming zijn er veel duurzame oplossingen. Als het niet anders kan, gebruik dan zo min mogelijk aardgas. Stap 3: Duurzame energie 1
Voorbeelden zijn: Uitvoering NIP, Circulaire Economie, communicatie, bijdrage regionale inzet projectleiders. 4 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024 Gebruik zonnepanelen en kleine windmolens om te voorzien in eigen schone energie. Is hier geen ruimte voor, of mag dat niet op die locatie? Doe dan mee met projecten die zonnepanelen op openbare gebouwen plaatsen. Of kies voor een duurzame energieleverancier. De allergroenste energieleveranciers leveren bijna alleen maar stroom die is opgewekt met windmolens en zonnepanelen. In Goes is de eerste TVW uit 2021 vooral gericht op maatregelen waarmee de komende jaren woningen voorbereid worden op de transitie met spijtvrije maatregelen. Dit betekent vooral ISOLEREN en waar mogelijk kan (als volgende stap) een hybride of warmtepomp worden geïnstalleerd. Wij hebben een informatiecentrum, waar inwoners op weg worden geholpen met het verduurzamen van hun woning. Het Bespaarhuis is zodanig ingericht dat de route van trias energetica gevolgd wordt. Vanuit het rijk is in het conceptwetsvoorstel dat nu bij de Tweede Kamer ligt aangegeven dat er vanaf de volgende TVW een planning moet worden opgenomen, wanneer welke wijk aardgasvrij wordt. Hiervoor krijgt de gemeente dan aanvullende bevoegdheden. Hoewel via het Omgevingsplan het daadwerkelijk aanwijzen van wijken die aardgasvrij worden theoretisch al wel mogelijk is, doen we dit nu niet.
Omdat er enerzijds nog te veel stappen genomen moeten worden om dit überhaupt te kunnen bereiken, anderzijds zal het aanwijzen via het omgevingsplan in de praktijk geen eenvoudige opgave zijn 2. Dit is nu niet realistisch. In de huidige voorliggende fase van het totale verduurzamingsproces richten we ons nu op het aardgasvrij geschikt maken van panden. In 2026 zijn we verplicht een nieuwe transitievisie warmte vast te stellen (1x per vijf jaar). Hierin nemen we de nieuwe wetsontwikkelingen mee. In het daaropvolgende beleidsplan (2027) wordt dan gefocust op afkoppeling van wijken conform de dan geldende wet- & regelgeving. Zo nodig worden er dan ook weer nieuwe uitvoeringsplannen gemaakt. Met het nu stimuleren van isolatiemaatregelen willen we een haalbare ondergrens bereiken door pandeigenaren te helpen met het isoleren van hun woningen zodat de stap naar aardgasvrij op een logisch moment daarna gemaakt kan worden. De aanbevolen ondergrens die ook bij het nationaal isolatieprogramma wordt gehanteerd sluit aan op de normen die het Rijk heeft bepaald voor het verkrijgen van ISDE-subsidie. Deze kunnen in de loop van de tijd wijzigen. Hierbij houden we ons aan de meest recente waarden voor het verkrijgen van ISDE-subsidie.
2
Het opstellen van een omgevingsplan is een forse uitdaging. Er moeten namelijk veel aspecten worden uitgewerkt. Hoe moet een gebodsbepaling in het omgevingsplan precies komen te luiden? Kan een gebodsbepaling afhankelijk gesteld worden van CO2-uitstoot van een huishouden of de staat van een woning? Wanneer is voldaan aan de gebodsbepaling? Valt onder een woning ook de bijbehorende tuin, waardoor ook klimaatadaptie een rol speelt? En dan hebben we het nog niet over praktische haken en ogen. Denk bijvoorbeeld aan de beschikbare apparatuur, materialen en mankracht voor de uitvoering én handhaving daarop.
5 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024
Bron: Rapport standaard en streefwaardes bestaande woningbouw, Nieman, 2021
5.2
Flankerend beleid
5.2.1 Zonnepanelen op monumenten en beschermd stads- & dorpsgezicht Het plaatsen van zonnepanelen is grotendeels vergunningsvrij, behalve in het beschermd stads/dorpsgezicht en bij aangewezen monumenten. Juist binnen de beschermde gezichten liggen veelal oudere slecht geïsoleerde panden met een hoog energieverbruik, waar de wens voor zonnepanelen groot is. Binnen de gemeente Goes hebben we daarom welstandscriteria opgesteld voor de beoordeling van zonnepanelen in die gebieden. De uitzondering hierop zijn de woningen in de Smallegangesbuurt. Gelet op het type woningen
6 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024 uit de jaren 80, kunnen deze behandeld worden als de woningen die buiten het beschermd stadsgezicht liggen. Uitgangspunt is dat er aan de voorzijde geen zonnepanelen geplaatst mogen worden. Aan de achterzijde en zijkant zijn er wel zonnepanelen mogelijk, ook als deze aan de achterzijde naar de weg gekeerd zijn. Daarvoor zijn richtlijnen opgesteld, zodat de zonnepanelen zoveel mogelijk passend bij de woning geplaatst kunnen worden. Denk daarbij aan een zorgvuldig ontworpen legplan, waarbij de panelen allemaal in dezelfde richting liggen, en helemaal zwarte panelen (zonder aluminium rand). Ook moet er altijd wat afstand zitten tussen de panelen en de nok of dakrand van het dak. Voor het aanbrengen van zonnepanelen in het beschermde stads/dorpsgezicht of bij een monument is een vergunningaanvraag noodzakelijk. 5.2.2 Verduurzaming van recreatief vastgoed Het is voor vakantie- of recreatiewoningen verplicht om een energielabel te hebben. Vanaf 1 januari 2024 wordt hierop gecontroleerd. Ook is het verplicht om het energielabel te vermelden in alle advertenties en uitingen op social media. In opdracht van de Zeeuwse gemeenten is een onderzoeksrapport opgesteld over het verduurzamen van recreatief vastgoed. 5.3
Klimaatprogramma Het klimaatprogramma beschrijft de samenwerking en de inzet die Goes pleegt op het halen van de doelstellingen zoals genoemd in de Klimaatwet. Omdat de ontwikkelingen rondom klimaat snel gaan, kiezen we voor programmatisch werken. Snel veranderende omstandigheden vragen om flexibiliteit. Waar vaste structuren andere lijnen hanteren, kun je met programmatisch werken tijdelijk en flexibel samenwerken, over afdelings- en organisatiegrenzen heen. Het klimaatprogramma wordt momenteel geactualiseerd. In grote lijnen zal er inhoudelijk weinig veranderen. In het klimaatprogramma werken we vanuit 5 thema’s
Bij ieder thema spannen we ons in op: a. Bewustwording b. Samenwerking c. Eigen organisatie
7 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024 5.4
RES Zeeland was in oktober 2020 de eerste regio in Nederland met een vastgestelde RES 1.0. Momenteel wordt gewerkt aan de RES 2.0. Deze wordt in oktober/november 2024 ter besluitvorming voorgelegd aan de raad. In het proces van RES 1.0 naar RES 2.0 omarmen we een praktische aanpak en bouwen we voort op de eerdere afspraken en successen. Het streven om het energiesysteem van Zeeland te hervormen is onontkoombaar in de transitie naar een duurzame wereld. Vermindering van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en overschakelen naar hernieuwbare bronnen is cruciaal gezien het veranderende klimaat. De sterk toegenomen energieprijzen en de daardoor steeds hoger wordende energierekening vergroten de urgentie daartoe. De Regionale Energiestrategie (RES) is een instrument om met maatschappelijke betrokkenheid een overgang naar duurzame energie te bereiken. De RES beschrijft de strategie die de regio hanteert om de regionale energiedoelstellingen te behalen, met een blik op 2030 en een vooruitblik naar 2050. Ook is de RES een manier om de samenwerking tussen alle stakeholders te organiseren zoals lokale overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers en samen te komen tot gedragen keuzes. RES 1.0 was een solide set aan afspraken met een langetermijnperspectief. Het grootste deel van de RES 1.0 is dan ook nog altijd actueel.
Deze afspraken vormen de basis voor deze RES 2.0. Tegelijkertijd is de wereld ook veranderd: de schaarste op het elektriciteitsnet is enorm toegenomen, de fluctuerende gasprijzen vragen om versnelling in de aanpak en ook op andere vlakken zien we veranderingen. Dit vraagt op onderdelen om herziening. In RES 2.0 verschuift de focus van vooral grootschalige wind- en zonne-energie naar het integrale energiesysteem, waarvan elektriciteit, gebouwde omgeving en andere sectoren integraal onderdeel uitmaken. In de RES 2.0 worden de volgende thema’s uitgewerkt: Elektriciteit, Gebouwde omgeving, Mobiliteit. Hieronder volgt een korte beschrijving van de gebouwde omgeving: Ambitie • 100% CO2-neutraliteit in de Zeeuwse gebouwde omgeving in 2050 Slimme oplossingen • 32% van de woningen voor 2030 isoleren (± 59.000 woningen) • 11% van de niet-woningen naar minimaal label C isoleren (5.300 niet-woningen) met focus op de slechtste energielabels D, E, F, G • Warmtepompen • Restwarmte die vrijkomt als bijproduct van een industrieel proces of een energiecentrale • Warmte-koude opslag (WKO) in de ondergrond • Warmtenetten voor transport van restwarmte of hernieuwbare energiebronnen • Forse energiebesparing bij bedrijven en organisaties • Toezicht en handhaving op Informatieplicht bedrijven en label C kantoren intensiveren
8 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024 6.
WAT KOST HET? Gerekend over drie jaar is er totaal aan structurele en incidentele middelen bijna € 4,6 mln beschikbaar. Eind 2026 moet er een nieuwe transitievisie warmte zijn vastgesteld. Aan de hand daarvan volgt een daarop gebaseerde beleidsaanpassing. De beschikbare middelen voor de uitvoeringsplannen worden daarom over een periode van drie jaar verdeeld. De totale besteding over deze drie jaar is als volgt opgezet, budgetten kunnen indien nodig worden uitgewisseld voor zover de regels dat toestaan. toepassing (bestaande) subsidies (waarvan ook gebruik wordt gemaakt)
adviezen
omschrijving Deelname aan collectieve inkoopprocessen van Duurzaam Bouwloket, waarbij er circa € 2750,van de aankoop wordt gesubsidieerd (Alleen NIP2022) Subsidieregeling zonder collectieve inkoop, waarbij voor maximaal € 1.700 wordt vergoed voor aanschaf en installatie van in de regeling opgenomen maatregelen Een Doe-het-zelf-subsidieregeling vergelijkbaar met de subsidieregeling zonder collectieve inkoop, waarbij de installatie door de aanvrager zelf wordt gedaan. Momenteel is de subsidie € 1.700,Maatwerk advies op hoofdlijn en begeleiding bij het nemen van de volgende stappen. Gedeeltelijke vergoeding van Energie Prestatie Advies op maat (EPA-advies) Gedeeltelijke vergoeding (subsidie) voor specialistische adviezen voor monumenten Duurzaam Bouwloket (digitale & telefonische vraagbaak voor subsidiecheck en andere duurzaamheidsvragen) Bespaarhuis gemeente Goes Gebruik warmtescan camera’s; opleiding voor vrijwilligers
Project kosten
Bezetting projectteam en monitoring & verwerking resultaten Bijeenkomsten en communicatiemiddelen/uitingen Subsidiëring van begeleiding van participatietrajecten gericht op warmtetransitie Nader in te vullen subsidiëring participatieve wijk- en dorp initiatieven, anders dan isoleren Totaal *=kkosten worden vanuit regulier klimaatbudget betaald.
7.
budget € 2.300.000
€ 1.304.000 € 40.000 € 0*
€ 0* € 0*
€ 600.000 € 126.000 € 200.000 € 40.000 € 4.610.000
AFBAKENING DOELGROEPEN 9 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024 De afbakening van de doelgroepen is tweeledig. Enerzijds is deze gebaseerd op de doelstelling om geen aardgas meer te gebruiken, anderzijds op het thermische vertrekpunt dat woningen allereerst geschikt moeten zijn (worden) om zonder aardgas te verwarmen. Dat betekent dus deze woningen beter geïsoleerd moeten worden. Nieuwbouw en sommige jonge wijken en uitbreidingsplannen (bijvoorbeeld Mannee en Ouverture) blijven daarom buiten beeld omdat die al aardgasvrij zijn. De “ondergrens” ligt ongeveer bij wijken die vanaf 2005 zijn gebouwd. Volgens het toen geldende bouwbesluit zijn die al geschikt zijn voor “all-electric” warmtevoorziening. 7.1
Wetgeving en regelingen kantoor- en bedrijfspanden Bedrijven en instellingen hebben vanuit de Wet milieubeheer (WM) en Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verplichtingen om schade aan het milieu te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Energiebesparing is een onderdeel van deze wetgeving (zie bijlage 8 voor verplichtingen van bedrijven). Bedrijven die niet meer vergunning plichtig zijn volgens de Wabo, vallen onder de werking van het Activiteitenbesluit. In het Activiteitenbesluit (artikel 2.15) staan de verplichte energiebesparende maatregelen opgenomen met een terugverdientijd van 5 jaar (of minder). Vanaf 1 juli 2019 hebben bedrijven van bepaalde omvang en/of activiteiten hierover informatieplicht. Voor bedrijven zijn er verschillende bestaande regelingen zoals expert-platform vanuit RES Zeeland, Duurzaam Bouwloket, Zon-op-dak-loket, SOS-dockwise. Daarnaast zet gemeente Goes sinds twee jaar een duurzaamheidscoach in. Daarbij komt op korte termijn een susidieregeling voor het verkrijgen van adviezen voor mkb. Omdat dit dus voor bedrijven al is geregeld, vallen bedrijven niet onder dit beleidsplan.
7.2
Gemeentelijke vastgoed In de routekaart van de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed is een scope opgenomen. Hierbinnen vallen de gebouwen die in gemeentelijk bezit zijn, gebouwen van organisaties die een financiële relatie hebben met de gemeente (welke in verhouding staat met de verduurzamingsopgave) en de gebouwen van het primair en speciaal onderwijs. Deze hebben wel een relatie met het beleid voor de warmtetransitie, maar vallen dus niet onder de uitvoeringsplannen.
7.3
Maatschappelijk vastgoed Er is een achterstand op het gebied van verduurzaming van buurthuizen, sportaccommodaties, zorginstellingen en andere maatschappelijk vastgoed. Voor de eigenaren van klein maatschappelijk vastgoed is verduurzaming vaak een uitdaging, omdat zij vaak niet over de kennis of middelen beschikken om hiermee aan de slag te gaan. Om deze achterstand in te lopen heeft het Rijk geld beschikbaar gesteld aan provincies voor een ‘ontzorgingsprogramma’. De Provincie Zeeland helpt eigenaren van klein maatschappelijk vastgoed via het Klimaatontzorgingsprogramma KlimOp. 10 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024
7.4
Beveland Wonen Er is structureel afstemming met Beveland Wonen, de woningcorporatie staat voor dezelfde opgave. Er liggen kansen om kennis te delen en ervaringen uit te wisselen. Beveland Wonen denkt na over een voorbeeldwoning waar hun huurders, maar ook anderen, kunnen zien wat het isoleren om het lijf houdt. Het tot stand laten komen van synergie bij het treffen van fysieke maatregelen, ligt niet in de lijn der verwachtingen. De bedrijven die dit soort werkzaamheden voor Beveland Wonen uitvoeren, staan niet open voor ‘meelifters’ op de contracten die de woningcorporatie met hen heeft.
8.
HOE GAAN WE DAT DOEN?
8.1
Wat zijn inhoudelijke vertrekpunten? De periode waar de huidige TVW op ziet loopt tot en met 2025. In 2026 moet er een nieuwe visie komen. Om in deze relatief korte termijn vooruitgang te boeken is focus nodig. Die wordt gelegd op het geschikt maken van woningen om zonder aardgas te kunnen verwarmen. Dit betekent dat woningen voldoende goed moeten zijn geïsoleerd. Dat is waar we ons in deze fase op richten: de basis op orde. In 2026, bij het opmaken van de volgende Transitievisie Warmte, zal -afhankelijk van de stand van zaken dan- meer worden gekeken naar alternatieve verwarmingsbronnen. Indien tussentijds burgerinitiatieven ontstaan die vooruitlopen, dan kunnen die in de uitvoeringsplannen (als pilot) worden meegenomen. Maar ze zijn geen basisvoorwaarde. Om het risico van versnippering te voorkomen zal wanneer zich dat voordoet een duidelijke demarcatie worden aangebracht, ter borging van de gekozen vertrekpunten.
8.2
Wat is onze rol? Als gemeente hebben we in het kader van de verduurzamingsopgave vanuit het Rijk de verplichting om uitvoeringsplannen te maken voor vastgoed dat niet van ons is, namelijk de particuliere woningen. Wat we met die uitvoeringsplannen willen bereiken is helder. Of dat lukt weten we niet op voorhand, want uiteindelijk beslist een woningeigenaar zelf wat die met de woning doet. We hebben dus min of meer een inspanningsverplichting, waarbij we trachten de woningeigenaren te bewegen om over te gaan tot het (voldoende) isoleren van hun woning. Dat gaat langs de route van de verleiding, want vooralsnog is er geen sprake van verplichtingen. Onze rol is vooral procesmatig, maar niet minder belangrijk én intensief.
De gemeentelijke taken omvatten: 11 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024 a) Informeren; b) Stimuleren; c) Faciliteren; d) Kanaliseren. Ad a) Het duurzaamheidstaakveld is doorlopend in ontwikkeling, zowel op het gebied van techniek (bijv. netcongestie) als op regelgeving (bijv. salderingsregeling). Maar ook ten aanzien van financiële constructies, met het komen en gaan van subsidie- en leenregelingen. Woningeigenaren zien door de spreekwoordelijke bomen het bos niet meer, tegelijkertijd is het bos ook nog eens doorlopend in beweging. De gemeente kan een rol spelen in de informatievoorziening. Dat doen we al met het Bespaarhuis, dat zou ook ingezet kunnen worden voor specifiek gericht acties. Het verkrijgen van informatie is tweerichtingsverkeer. Het ophalen welke informatiebehoefte er is, hoort daar ook bij. Ad b) We proberen woningeigenaren zoveel als mogelijk te stimuleren om (daar waar dat nodig is) in te zetten op isolatie. Enerzijds door inzet van instrumenten zoals subsidies, anderzijds door te proberen olievlekwerking op te laten treden waarbij succesverhalen worden gedeeld. De gemeente voorziet daarbij in de verbinding. Ad c) De gemeente kan en gaat niet de isolatie in huizen van derden aanbrengen en betalen. Wel kunnen we middelen inzetten om ervoor te zorgen dat woningeigenaren minder drempels ervaren.
Bijvoorbeeld door goede maatwerkadviezen (welke maatregelen zijn in woning nodig?) te organiseren en tegen een lager tarief mogelijk te maken. Of het inschakelen van een inkoopbureau om bewoners met collectieve inkoop te helpen. Daarnaast hebben wij uiteraard zelf ook subsidieregelingen. Ad d) Naast een woud aan regelingen zijn er ook meerdere partijen die op dit gebied actief zijn. Organisaties zoals Energiek Zeeland en Zmf hebben ook duurzaamheidsactiviteiten in onze wijken en dorpen. Daarbij is er snel sprake van overlap (bijv. warmtescans van woningen). Wie-doet-wat-en-is-waarvan is dan de vraag. De gemeente kan hier regie in nemen, ter voorkoming dat inwoners ook hier door de bomen het bos niet meer zien. 8.3
Hoe geven we participatie vorm? Tijdens de totstandkoming van voorliggend beleidsstuk is via enquête op Goes Praat Mee gericht contact gezocht met de doelgroepen die hiervoor in aanmerking komen. Hieraan is uitgelegd wat de warmtetransitie inhoudt en bij hen opgehaald wat zij denken hiervoor nodig te hebben. Deze opbrengst is meegenomen (en gewogen) in dit beleidsvoorstel. Zie bijlage 10 voor de uitkomsten van de enquête. Uit de enquête blijkt een beperkte groep <25% de zaken op isolatiegebied goed voor elkaar te hebben. Dit zijn de hogere labels. Die lijken ook beter geïnformeerd te zijn over isolatie of 12 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024 hebben die behoefte niet meer. Er is echter een grote groep van ongeveer de helft van de respondenten die aangeeft “zoekende” te zijn. Die vinden isoleren belangrijk, maar twijfelen om volgende stappen te zetten. Veel respondenten geven aan over onvoldoende informatie te beschikken, maar ook onzekerheid over wat haalbare keuzes zijn weerhoudt ze van het doen van investeringen in isolatie. Op basis van het vastgestelde beleid, gaan we vervolgens in de wijken en dorpen samen met de particuliere woningeigenaren een uitvoeringsplan maken met diegenen die daarvoor open staan. De wijk- en dorpsraden wordt gevraagd daar ook een rol in te spelen.
13 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024 Bijlage 1 Europese Green Deal In 2030 moet de vermindering van uitstoot van broeikasgassen 55 procent bedragen ten opzichte van de uitstoot in 1990. Volgens de Commissie zou de EU in 2050 klimaatneutraal moeten zijn, evenals klimaatbestendig. Op 11 december 2019 presenteerde klimaatcommissaris Frans Timmermans de Europese Green Deal. Het belangrijkste onderdeel van de plannen is het optekenen van een eerste Europese klimaatwet. In deze wet is vastgelegd dat de EU voor 2050 volledig klimaatneutraal behoort te zijn. Om dit te bereiken is een overgang naar een circulaire economie noodzakelijk. Om deze overgang te ondersteunen is op 14 juli 2021 een reeks aan maatregelen gepresenteerd, onder de noemer 'Fit for 55'. Om de EU voor 2050 klimaatneutraal te maken, is er een routekaart uitgestippeld met een hele reeks aan maatregelen. De Europese Green Deal bestrijkt alle sectoren van de economie, met name vervoer, energie, landbouw en infrastructuur, maar ook bijvoorbeeld de ICT. De Green Deal is een kapstok voor concrete maatregelen. Het eerste grote pakket aan maatregelen is 'Fit for 55'. Maatregelen lopen uiteen van het instellen van strenge normen voor energiezuinige gebouwen en het aanscherpen van het emissiehandelssysteem tot het tegengaan van ontbossing en verduurzaming van de landbouw.
Omdat de doelen steeds iets strenger worden richting 2030 en 2050 zullen er regelmatig nieuwe normen en nieuwe actieplannen worden voorgesteld door de Commissie. Bijlage 2 Landelijke klimaatwet en klimaatakkoord Nederland steunt het streven naar een klimaatneutrale Unie in 2050 en in grote lijnen ook de uitwerking ervan in de Green Deal. In Nederland is er een klimaatwet en een klimaatakkoord opgesteld. Het Klimaatakkoord gaat over de maatregelen die we de komende jaren nemen om dit doel te halen. Het verschil met het Klimaatakkoord is dat in de Klimaatwet nu alle officiële afspraken staan (de doelstellingen en het proces om deze te bewaken). In het Klimaatakkoord staan de door ruim honderd partijen besproken plannen en maatregelen waarmee we die doelen willen gaan halen. Bron: concept klimaatbeleid 2023-2027
14 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024 Bijlage 3 Landelijke Implementatie Europese klimaatwet Met dit wetsvoorstel worden de reductiedoelen voor emissies van broeikasgassen in de Nederlandse Klimaatwet in overeenstemming gebracht met die in de Europese Klimaatwet. In deze Europese klimaatwet zijn de reductiedoelen voor emissies van broeikasgassen voor de Europese Unie aangescherpt en in een verordening vastgelegd. De doelen in de Nederlandse klimaatwet mochten niet verschillen met de Europese klimaatwet. Het doel van 95% reductie in Nederland wordt vervangen door klimaatneutraliteit in 2050. Het streefdoel van 49% reductie in 2030 wordt vervangen door een streefdoel van 55%. Het wetsvoorstel is op 4 juli 2023 door de eerste kamer aangenomen (Implementatie Europese klimaatwet (36.169) - Eerste Kamer der Staten-Generaal).
Bijlage 4 Warmtewet Het kabinet werkt aan een opvolger van de Warmtewet. De officiële naam hiervan is de Wet collectieve warmtevoorziening. De nieuwe wet heeft meerdere doelen. Ten eerste is de prijs van warmte nu omstreden. Deze is gekoppeld aan de prijs van aardgas. Wanneer aardgas duurder wordt, wordt stadswarmte ook duurder. Dit terwijl de overheid warmte juist ziet als duurzaam alternatief voor aardgas. Ook is vaak onduidelijk hoe energieleveranciers hun tarieven precies berekenen. En dus ook of zij geen onredelijk hoge winsten maken. De nieuwe wet bepaalt dat de tarieven worden gebaseerd op de daadwerkelijke kosten van warmtebedrijven plus een maximaal winstpercentage. Verder moet de nieuwe wet op verschillende manieren de aanleg van warmtenetten bevorderen. Ook regelt hij dat regionale en lokale overheden meer zeggenschap over de aanleg van warmtenetten en de levering van de warmte krijgen. Gemeenten bepalen straks waar warmtenetten komen. De nieuwe Warmtewet moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld. De bedoeling is dat deze 1 januari 2025 in werking treedt.
15 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024 Bijlage 5
Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) Het wetsvoorstel voor de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) is erop gericht om gemeenten de bevoegdheden te geven die nodig zijn om regie te voeren in de wijk- of gebiedsgerichte aanpak van de warmtetransitie. Eén van de belangrijkste daarvan is de aanwijsbevoegdheid. De aanwijsbevoegdheid is de mogelijkheid die gemeenten krijgen om in het omgevingsplan binnen hun grondgebied gebieden aan te wijzen die overgaan op een duurzame warmtevoorziening en waar het aardgastransport dus op termijn eindigt. Het wetsvoorstel Wgiw geeft de juridische grondslag om in het omgevingsplan regels op te nemen over de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Het wijzigt daarvoor delen van de Omgevingswet en de huidige Gaswet. Het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie is de uitvoeringsregeling die bij de Wgiw hoort. Dit besluit vult belangrijke onderdelen van het wetsvoorstel Wgiw nader in. Volgens het Klimaatakkoord moest elke gemeente uiterlijk in 2021 een transitievisie warmte opstellen. De transitievisie warmte gaat met de ingang van de Wgiw gelden als verplicht programma onder de Omgevingswet. De naam verandert dan in warmteprogramma. Het warmteprogramma moet minstens elke 5 jaar worden herzien.
Dat betekent dat het eerste verplichte warmteprogramma uiterlijk op 31 december 2026 moet zijn vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Dat warmteprogramma moet voldoen aan alle eisen die de Omgevingswet én de Wgiw eraan stellen. Warmteprogramma’s en transitievisies warmte die zijn vastgesteld vóór de inwerkingtreding van de Wgiw moeten voldoen aan de eisen die gesteld worden in het overgangsrecht. Alleen dan kunnen ze gelden als verplicht programma onder de Omgevingswet. Voldoet het warmteprogramma of de transitievisie warmte niet aan het overgangsrecht? Dan moet het college een nieuw warmteprogramma vaststellen als ze een wijk willen aanwijzen die van het aardgas af gaat.
16 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024 Bijlage 6
Omgevingswet Op 1 januari 204 is de veelbesproken Omgevingswet in werking getreden. Deze wet bevat regels die gaan over de gehele fysieke leefomgeving, waarbij duurzame ontwikkeling een belangrijk uitgangspunt is. Onder de Omgevingswet is het mogelijk om een programma op te stellen. Dit beleidskader kan worden uitgewerkt aan de hand van de Omgevingsvisie, of los daarvan. De gemeente kan in de Omgevingsvisie duurzaamheidsdoelstellingen opnemen. Bijvoorbeeld verduurzamen van woningen in een bepaalde wijk. Het programma bevat uitwerkingsmogelijkheden van maatregelen hiervoor. Het programma kan bijvoorbeeld (ook) een subsidiestelsel bevatten. Het omgevingsplan biedt mogelijkheid om verduurzaming af te dwingen wanneer het stimuleren van woningeigenaren geen effect heeft. Anders dan bij het bestemmingsplan, kunnen in een omgevingsplan namelijk gebodsbepalingen worden opgenomen. Niet om eigenaren te dwingen een totaal andere functie te realiseren, wel om duurzaamheidsmaatregelen aan woningen (of andere gebouwen) af te dwingen. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de uitputtende rijksregels over gebouwen uit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL). Alleen via maatwerkregels kan hiervan worden afgeweken en de mogelijkheid ontstaan om eisen te stellen aan energieverbruik, en dus CO2-uitstoot, van gebouwen.
Op het moment dat de gemeente hier maatwerkvoorschriften heeft gesteld is het mogelijk om deze te doen handhaven. Voor bestaande gebouwen geldt hoofdstuk 3 van het BBL. Bestaande gebouwen hoeven niet te voldoen aan de nieuwbouweisen. Dit geldt in zijn algemeenheid ook voor gebouwen die aangepast worden: bij een verbouwing of een wijziging van het gebruik hoeft er ook niet aan de nieuwbouweisen te worden voldaan. Dit is geregeld in hoofdstuk 5 van het BBL. Artikel 3.7 van het BBL geeft echter het bevoegd gezag de mogelijkheid een eigenaar te verplichten wel voorzieningen te treffen die ervoor zorgen dat de staat van een bouwwerk op een hoger niveau komt te liggen dan het niveau bestaande bouw. Dit betreft dus de bevoegdheid om voor een bestaand gebouw een hoger voorzieningenniveau te eisen, tot maximaal het nieuwbouwniveau. Artikel 3.7 van het BBL kan alleen toegepast worden indien dit noodzakelijk is. Een noodzaak kan zijn om de doelstelling uit het klimaatakkoord van Parijs uit 2015 te halen.
17 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024 Bijlage 7
Duurzaamheidsregelingen voor particuliere woningeigenaren
Voor een overzicht van alle actuele subsidieregelingen voor onze inwoners wordt verwezen naar de subsidiecheck van Duurzaam Bouwloket. Duurzaam Bouwloket is een digitaal loket voor alle vragen over isoleren van woningen en subsidies. Hier zijn alle Zeeuwse gemeenten bij aangesloten. Hieronder volgt een overzicht van de op dit moment mogelijke subsidies voor woningeigenaren. Nationaal Isolatie Programma Voor de uitvoering van het Nationaal Isolatie Programma (NIP) komt van 2022 tot en met 2023 € 13,4 miljoen beschikbaar voor de Zeeuwse gemeenten. Gemeente Goes heeft NIP 2022 en 2023 aangevraagd en het volledige bedrag is toegekend. De uitvoering hiervan is momenteel in voorbereiding. De uitvoering wordt regionaal opgepakt door het NIPprojectteam. Door het NIP-projectteam zijn vijf modules uitgewerkt: 1. ontzorging met een onafhankelijk technisch/financieel advies voor het verduurzamen van de woning; 2. subsidie voor doe-het-zelvers om isolatiemateriaal te kopen; 3. subsidie om isolatiemaatregelen door bedrijven uit te laten voeren; 4. collectieve inkoop van isolatiemaatregelen bij bedrijven; 5. isolatie Team Zeeland. Zij komen langs voor het aanbrengen van kleine maatregelen, zoals radiatorfolie, tochtstrips, brievenbusborstel etc. Wij hebben ervoor gekozen alle modules af te nemen en hiervoor 100 % van het budget in te zetten.
De vijfde module voldeed achteraf niet aan de voorwaarden van de regeling. Deze wordt ondergebracht bij de aanpak van energiearmoede. Energiearmoede In 2022 is er een specifieke uitkering van het Rijk beschikbaar gekomen om huishoudens die te maken hebben met energiearmoede te adviseren over energie gerelateerd gedrag en te ondersteunen bij het nemen van energiebesparende maatregelen. Hiervoor zijn energiecoaches aangesteld. Na het bezoek van een energiecoach kan een afspraak gemaakt worden met Isolatie Team Zeeland. Zij komen langs voor het aanbrengen van kleine maatregelen, zoals radiatorfolie, tochtstrips, brievenbusborstel etc. In dit project wordt samengewerkt met de vijf Bevelandse gemeenten. Subsidies bij innovatieve trajecten of bij aanleg warmtenet Bij uitvoering van een innovatieve maatregelen, zoals bijvoorbeeld het gebruik van nieuwe biobased isolatiematerialen, een experimentele aanpak of bij de aanleg van een warmtenet zijn vaak landelijke of Europese subsidies voorhanden. Voorbeelden hiervan zijn PAW (Proeftuin Aardgasvrije Wijken), Interreg, OP-Zuid. Hier zal bij de uitvoering naar gekeken worden, zodat mogelijke kansen gegrepen worden.
Subsidieregeling Verduurzaming voor Vereniging van Eigenaren (SVVE) Als een Vereniging van Eigenaars (VvE) van plan is het gebouw te verduurzamen met bijvoorbeeld het nemen van energiebesparende maatregelen of het aanschaffen van een
18 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024 warmtepomp kan hiervoor subsidie aangevraagd worden. De SVVE is voor (gemengde) VvE’s, woonverenigingen en wooncoöperaties. De SVVE bestaat uit: Subsidie voor energieadvies Subsidie voor verduurzamingsmaatregelen Daarnaast verstrekt het Nationaal Warmtefonds voor de verduurzaming van VvE’s laagrentende leningen in de vorm van een Energiebespaarlening. Het RVO voorziet in een gratis oriënterend gesprek met een adviseur. Die adviseert over de subsidievariant(en) en alle vervolgstappen. Energiebespaarlening voor VVE’s Met de VvE Energiebespaarlening kunnen energiebesparende maatregelen in of aan het appartementencomplex direct uitgevoerd worden, zonder de reserveringen aan te spreken. De maandelijkse energiekosten gaan omlaag en het wooncomfort voor de bewoners wordt verbeterd. Om een VvE Energiebespaarlening te kunnen afsluiten, moet er aan bepaalde voorwaarden voldaan worden: De VvE bestaat uit tenminste 8 wooneenheden. Bij de aanvraag voor een VvE Energiebespaarlening wordt geen rente afgegeven en reservering ten laste van het Warmtefonds gedaan. Zodra de VvE de besluitvormende vergadering uitschrijft, geeft het Warmtefonds een rentepercentage af met een geldigheidstermijn van maximaal 6 maanden. Aflossing op basis van maandannuïteit. Het geleende bedrag wordt gestort in een bouwdepot.
Verstrekking door middel van een notariële akte van geldlening. Notariskosten zijn voor rekening van de VvE. De lening heeft een omvang van minimaal € 25.000,- (met een maximum van € 30.000,- per appartementsrecht betreffende een wooneenheid). Uitzonderingen op het maximale leenbedrag per appartementsrecht zijn het Zeer Energiezuinige Pakket (maximaal € 50.000,-) en ZEP+/Nul op de Meter (maximaal € 65.000,-). De VvE Energiebespaarlening kan ook gebruikt voor de aanschaf van zonnepanelen. Maar alleen in combinatie met een andere energiebesparende maatregel. Er kan maximaal 75% van de VvE Energiebespaarlening worden gebruikt voor het financieren van zonnepanelen (en eventueel de thuisbatterij). De andere 25% van het leenbedrag moet de VvE investeren in andere maatregelen van de maatregelenlijst. Duurzame Monumenten-Lening Een Duurzame Monumenten-Lening is een laagrentende lening die wordt verstrekt aan een eigenaar van een rijksmonument die het pand wil verduurzamen. Als zekerheid wordt het recht van hypotheek op het monument gevestigd. Er kunnen eventueel ook aanvullende zekerheden gevraagd worden. Nadat het aanbod is geaccepteerd wordt bij de notaris de hypotheekakte getekend. De hoogte van de lening is afhankelijk van de investeringen in energiebesparende maatregelen. De lening wordt aangevraagd op basis van de investeringen in energiebesparende maatregelen.
De betrokken aannemer en/of installateur kruist deze aan 19 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024 op basis van de maatregelenlijst op de Verklaring Energiebesparing Rijksmonument. Deze Verklaring Energiebesparing Rijksmonument bepaalt de grondslag (maximale hoogte) van de lening. Voorwaarden: U bent eigenaar van een rijksmonument, of de aanvrager betreft een VvE van een rijksmonumentaal woon- en/of appartementencomplex. De werkzaamheden zijn nog niet gestart. De Verklaring Energiebesparing Rijksmonument is door de betrokken aannemer/installateur ondertekend. Eigenaar: minimaal € 2.500 en maximaal € 100.000. VvE: minimaal € 25.000 en maximaal € 300.000 (inclusief lening van het Restauratiefonds voor restauratie). Maximaal € 25.000 per appartementsrecht. U heeft een omgevingsvergunning of een verklaring van de gemeente dat een vergunning niet nodig is. De kredietbeoordeling is positief. Energiebespaarlening van het Warmtefonds De Energiebespaarlening is een aantrekkelijke mogelijkheid waarmee eigenaar-bewoners energiebesparende investeringen voor hun eigen woning kunnen financieren. Afhankelijk van hoeveel energie verbruikt wordt, kan de besparing genoeg zijn om de maandelijkse betaling van de Energiebespaarlening te dekken. Belangrijke aandachtspunten: Je moet eigenaar en bewoner zijn van een bestaande woning.
Er kan minimaal €1.000 en maximaal € 25.000 lenen (bij een ZEP maximaal € 50.000 en bij een NOM maximaal € 65.000). Geen bovengrens leeftijd: aanvragen ook mogelijk voor 75+'ers. 100% zonnepanelen is ook mogelijk. Rente van 0% voor eigenaar-bewoners met verzamelinkomen minder dan €60.000. De Provincie Zeeland heeft besloten de energieaanpak van woningen te stimuleren door de reguliere rentetarieven van die leningen nog eens met 0,5% tot 0,7 % te verlagen. Dat is mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage uit de Regio Deal Zeeland. Duurzaam en langer thuis De lening Duurzaam en Langer Thuis is bedoeld voor het verduurzamen of levensloopbestendig maken van een bestaande woning, óf allebei. Met een energiebesparende of duurzame aanpassing kan energierekening verlaagd worden én wordt het milieu een handje geholpen. Door een levensloopbestendige aanpassing kan men bovendien langer in de eigen woning blijven wonen. Er bestaan drie verschillende leenvormen. Dit om zoveel mogelijk woningeigenaren in Goes te helpen. Voor alle leenvormen geldt als voorwaarde dat minimaal één maatregel van de maatregelenlijst onderdeel moet zijn van de voorgenomen investering.
De verschillende leenvormen zijn: Consumptieve lening (rentepercentage 1,6 %, maximale leeftijd 75 jaar); Hypothecaire lening (rentepercentage 1,6 – 2,0 %, geen leeftijdsbeperking); Verzilverlening (rentepercentage 1,7 %, Minimale leeftijd 10 jaar vóór de wettelijke AOWleeftijd (58+), geen maximum leeftijd). 20 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024
Het is een revolverend fonds (fonds vult zichzelf weer door aflossing verstrekte leningen), waardoor er niet altijd middelen beschikbaar zijn. Daarnaast wordt onderzocht of het mogelijk is om het fonds aan te vullen met nieuwe middelen. Laag BTW-tarief De arbeidskosten voor het aanbrengen van het isolatiemateriaal aan vloeren, muren en daken bij woningen ouder dan 2 jaar vallen onder het 9%-tarief. Deuren, kozijnen en riet zijn voorbeelden van zaken die niet gelden als isolatiemateriaal. De (isolatie)materialen vallen wel onder het 21%-tarief. Andere werkzaamheden zoals bijvoorbeeld sloopwerk voorafgaand aan het isoleren, het installeren van zonwering of het bouwen van een dakkapel vallen onder het 21%-tarief. 0% BTW op zonnepanelen De BTW op zonnepanelen is per 1-1-2023 afgeschaft. Landelijke subsidieregeling voor isolatie, warmtepompen en zonneboilers (ISDE) Als je eigenaar bent van een koopwoning en als deze woning je hoofdverblijf is, dan kan er gebruik gemaakt worden van de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE). Jaarlijks komt er een nieuw budget beschikbaar en worden de hoogtes van de subsidiebedragen opnieuw vastgesteld. De ISDE-subsidie loopt door tot 2030.
21 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024 Bijlage 8
Wetgeving & regelingen kantoor- en bedrijfspanden
Wanneer een bedrijf daarnaast energie-audit plichtig (EED) is dient eenmaal per 4 jaar gerapporteerd te worden, dit gebeurt d.m.v. de EED energie-audit (Europese EnergieEfficiency Richtlijn). Een Energie-audit plichtig bedrijf is van toepassing voor bedrijven met meer dan 250 fte (inclusief deelnemingen van of in partnerondernemingen en verbonden ondernemingen) of een jaaromzet van €50 miljoen of balanstotaal van meer dan €43 miljoen. Van de energie-audit kan afgeweken worden voor bedrijven die meedoen aan een meerjarenafspraak (MJA3 convenant). Er wordt binnen het Activiteitenbesluit onderscheid gemaakt in 3 soorten bedrijven: Niet meldingsplichtige bedrijven (Type A), meldingsplichtige bedrijven (type B) en omgevingsvergunningplichtige bedrijven (type C). De energiebesparingseis volgens het Activiteitenbesluit geldt alleen voor type A en B bedrijven bij een bepaald energiegebruik. Type A bedrijven met een jaarlijks elektra verbruik van minder dan 50.000 kWh én een jaarlijks aardgasverbruik van minder dan 25.000m3 hoeven niet te voldoen aan de energiebesparingseis. In het beleidsprogramma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving van het Rijk is aangekondigd dat de energiebesparingsplicht wordt verruimd met maatregelen voor het opwekken van hernieuwbare energie.
Locaties die onder de energiebesparingsplicht vallen krijgen vanaf 2023 te maken met een geactualiseerde Erkende Maatregelenlijst (EML), waar ook CO2-reducerende technieken zoals zonnepanelen op komen te staan, indien die zich binnen 5 jaar terugverdienen. Het toezicht op de energiebesparingsplicht wordt aangescherpt en wordt in zijn geheel ondergebracht in het basistakenpakket van de omgevingsdiensten. Heeft een bedrijf een jaarlijks energiegebruik vanaf 10 miljoen KWh elektriciteit of 170.000 m3 aardgas(equivalent) en valt dit bedrijf onder de energiebesparingsplicht of onder de milieuregels van het Rijk? Dan heeft het bedrijf een onderzoeksplicht. Zij zijn dan verplicht om een bedrijfsspecifiek energiebesparingsonderzoek uit te (laten) voeren en hierover te rapporteren. Label C verplichting kantoren Per 1 januari 2023 moeten bestaande kantoren minimaal label C hebben, dit staat gelijk aan een minimumwaarde voor primair fossiel energiegebruik van 225 kWh/m 2/j, bepaald volgens de NTA 8800. Vanaf 2030 wordt gestreefd naar label A. Veel kantoren voldoen nog niet aan deze verplichting of hebben geen energielabel, wanneer niet het label C behaald wordt mag het gebouw niet meer worden gebruikt. Bij een renovatie naar label C kan het interessant zijn om ook al te onderzoeken welke stappen er gezet dienen te worden naar label B of zelfs label A.
De verplichting is niet van toepassing als de kantoorfunctie kleiner is dan 50% van het totale gebruiksoppervlakte en de kantoorfunctie kleiner is dan 100m2. Ook bij monumenten of maatregelen die benodigd zijn om tot label C komen een terugverdientijd hebben van meer dan 10 jaar. 22 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024 Toezicht en handhaving RUD Zeeland/ vergunningen – de RUD en DCMR hebben de opdracht om energiebesparing en CO2-reductie op te nemen in omgevingsvergunningen en ook op deze onderwerpen te handhaven. Onder de Omgevingswet gaat vanaf 1 januari 2024 de energiebesparingsplicht en CO2-reductieplicht rechtstreeks werken, ook voor bedrijven die onder de CO2emissiehandel (ETS) vallen. Handhaving Label C Verplichting kantoren valt in principe onder bouwbeleid gemeenten. Met een aantal Zeeuwse gemeente wordt gewerkt aan een handhavingsprotocol. Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) voor zakelijke gebruikers. Met de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) kan voor zakelijke gebruikers een gebouw of te verhuren woning verduurzaamd worden. Dat kan met een warmtepomp en een zonneboiler. VvE's kunnen voor een appartementengebouw naast een warmtepomp en zonneboiler ook subsidie krijgen voor een centrale aansluiting op een warmtenet. Voor bedrijven is daarnaast tot en met 31 december 2023 subsidie beschikbaar voor kleinschalige windturbines en zonnepanelen. Algemene voorwaarden: Een geldig KVK-nummer (uitzondering voor particuliere commerciële verhuurders als het gaat om een warmtepomp en zonneboiler). Subsidieaanvraag voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst.
Installatie van het apparaat is in Nederland. De warmtepomp, zonneboiler, zonnepanelen en of windturbine wordt in gebruik genomen binnen 12 maanden nadat de beslissing over de subsidieaanvraag is ontvangen. Bij het vaststellen van de subsidie is een bewijs nodig dat een bouwinstallatiebedrijf het apparaat heeft geïnstalleerd. Factuur en betaalbewijs van de aanschaf en de installatie zijn nodig. Het apparaat mag niet binnen een jaar na de datum van de vaststelling van de subsidie verwijderd of verkocht worden. Wanneer voor een maatregel gebruik wordt gemaakt van de ISDE, kan er voor die installatie/maatregel geen gebruik meer worden gemaakt van andere (overheids)subsidies. Het stapelen van ISDE met gemeentelijke of provinciale subsidies is alleen voor woningeigenaren mogelijk. ISDE voor kleinschalige windturbines zakelijke gebruikers Met de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) kan voor zakelijke gebruikers een gebouw verduurzaamd worden met een subsidie die loopt tot en met 31 december 2027. Voorwaarden: Zakelijke partijen komen in aanmerking voor subsidie voor kleinschalige windturbines.
Dit geldt voor alle rechtspersonen, maar ook een maatschap, stichting, vof en cv.
23 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024 Een windturbine moet een minimaal rotoroppervlak hebben van 50 m 2. Het project mag
uit meerdere windturbines bestaan, maar iedere turbine heeft een minimaal rotoroppervlak van 50 m2. De windturbines laten aansluiten op het elektriciteitsnet door middel van een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van 3*80 A (kleinverbruikersaansluiting). Bij het aanvragen van de subsidie toont men aan dat er een omgevingsvergunningsaanvraag voor het windturbineproject is aangevraagd. Bij het indienen van uw vaststelling van de subsidie is men in het bezit van deze omgevingsvergunning. De installatie wordt uitgevoerd door een bouwinstallatiebedrijf. Er wordt een subsidie aangevraagd voordat er een koopovereenkomst wordt gesloten met de leverancier van de windturbine. De windturbine dient in gebruik te worden genomen binnen 24 maanden nadat de beslissing over de verlening van de subsidieaanvraag is ontvangen. Er is geen recht op subsidie als er al eerder subsidie is verstrekt voor de kleinschalige windturbine op de locatie.
BENG Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw geldt, dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Advies Initiatieven en partijen in Zeeland die ondernemers helpen bij de energietransitie: Voor individuele bedrijven: RES – Expertplatform Het Expertplatform ondersteunt bedrijven met energie besparen. Door een inventarisatie van de energiebesparingen in het productieproces en bij de verduurzaming van gebouwen kunnen de experts je voorzien van advies. Het gaat dan in eerst instantie om de quick-wins. Dat zijn de maatregelen, waarmee je direct op energie bespaart en waarbij je de investering snel terugverdient. En de inventarisatie van de mogelijkheden die meer ingrijpend zijn. Ondernemers kunnen bij het Expertplatform terecht voor: Inventarisatie energiebesparing; Advies en begeleiding; Hulp bij een technisch en financieel verduurzamingsplan; Hulp bij toetsing en aanvraag subsidies. Het expertplatform heeft een groot netwerk vanuit Impuls Zeeland. Zo hebben ze op een natuurlijke manier goed contact met veel bedrijven. Het Expertplatform richt zich met name op de grotere verbruikers.
Duurzaamheidscoach gemeente Goes Gemeente Goes heeft Marsaki ingeschakeld in de rol van duurzaamheidscoach om ondernemers vrijblijvend te coachen bij zowel grote als kleine duurzaamheidsvraagstukken. Voor meer inzicht in de mogelijkheden van een bedrijf zijn tevens energiescans beschikbaar gesteld. Het energieverbruik van het bedrijfsgebouw en productieproces wordt daarmee gedetailleerd in kaart gebracht, met mogelijkheden tot besparing en verdere 24 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024 verduurzaming. De scans zijn gesubsidieerd, normaal kost deze duurzaamheidsscan € 3.000,-. Met de subsidie kost de scan € 1.000,-. Duurzaamheidscoach bedrijvenpark Deltaweg De duurzaamheidscoach bedrijven Deltaweg is aangesteld door de gemeente Goes om bedrijven die zich (willen) gaan vestigen op bedrijvenpark Deltaweg te ondersteunen en begeleiden op het gebied van duurzaamheid. Daarbij is de voornaamste rol van de duurzaamheidscoach om bedrijven te coachen naar bij voorkeur een drie sterren BREEAMcertificering van het bedrijfsgebouw. De duurzaamheidscoach helpt de ondernemer op weg door te informeren en inzicht te geven in het certificeringsprocessen. De ondernemers dienen zelf een eventueel certificeringtraject te doorlopen. De duurzaamheidscoach vervult daarmee niet vanuit de gemeente de rol van duurzaamheidsmanager, expert of assessor. De duurzaamheidscoach is ook beschikbaar voor advies over duurzaamheidsaspecten zoals materiaalgebruik en het opwekken en besparen van energie en warmte. Daarnaast onderzoekt de duurzaamheidscoach of er zich samenwerkingsmogelijkheden voordoen tussen de bedrijven op het gebied van circulaire economie, zoals hergebruik van warmte of materialen.
Rabobank collectief verduurzamen Rabobank heeft verschillende tools waarmee ondernemers gratis inzage krijgen in de verduurzamingsmogelijkheden voor het vastgoed op basis van big data. De tool is beschikbaar op aanvraag voor collectieven, zoals bijvoorbeeld bedrijventerreinen. De tool werkt via de pilaren: energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie & biodiversiteit. Duurzaam bouwloket Het duurzaam bouwloket is een loket voor bouwkundig advies. DEB, MKB-Nederland, het rijk en lokale bedrijven zijn betrokken partijen. Ondernemers kunnen ondersteuning krijgen doormiddel van een online scan, informatie over wet- & regelgeving, informatie over subsidies en regelingen en hulp bij de uitvoering. https://ondernemer.duurzaambouwloket.nl Zon op dak loket Via de zon-op-dak aanpak worden ondernemers volledig ontzorgd bij een zonnepanelen project. Ondernemers worden ondersteund bij het opstellen van een businesscase en vervolgens begeleid tijdens het traject. Er wordt onder andere rekening gehouden met subsidies, energieverbruik, netcongestie, verzekering en constructie. SOS Dockwize Het SOS programma is voor ondernemers die nu op zoek zijn naar noodhulp en ondernemers die willen werken aan de toekomstbestendigheid. Het team wordt gevormd door experts/business coaches (o.b.v. inhuur met financiering vanuit Provincie) aangevuld met collega’s vanuit Dockwize.
Pilot Transitiecoaches KicMPI (Kennis- en innovatienetwerk voor maintenance in de procesindustrie) KicMPi heeft een aanpak ontwikkeld om bedrijven te ondersteunen in hun (energie)transitie. Deze aanpak is tot stand gekomen op basis van input van ondernemers 25 van 37
Warmtetransitiebeleid gemeente Goes 2024 en feedback van stakeholders zoals Provincie Zeeland, Impuls Zeeland, RES Zeeland, North Sea Ports en Smart Delta Resources. Ook succesvolle ervaringen met Data Coaches in WestBrabant en opgedane kennis en ervaring in het Expertplatform van het Zeeuws Energieakkoord hebben aan de ontwikkeling van de aanpak bijgedragen. In de aanpak staat de Transitiecoach centraal. Deze ervaren, onafhankelijke expert is de gesprekspartner voor de ondernemer. Samen met de ondernemer wordt de energiehuishouding van het bedrijf besproken, beschikbare informatie (bijvoorbeeld een EED) verzameld en op basis van een eerste inschatting een aantal kansrijke projecten geïdentificeerd. De Transitiecoach neemt de cases mee naar de Transitietafel en bespreekt deze met andere Transitiecoaches. Gezamenlijk bepalen zij voor elke case de meest geschikte oplossing of oplossingsrichting. Ook doen ze waar mogelijk suggesties voor leveranciers. Zo wordt de inhoudelijke ervaring uit verschillende sectoren én kennis van het leveranciersnetwerk gebundeld. De Transitiecoach bespreekt het resultaat met de ondernemer en adviseert in de verdere uitvoering. Het is vervolgens aan de ondernemer om van zijn case een succesvol project te maken. Energieservicepunt Zeeland Het Energieservicepunt Zeeland is een platform voor lokale duurzame energie-initiatieven.