052. raadsvoorstel beleid warmtetransitie definitief
Tekst van het document
Raadsvoorstel Datum vergadering Agendapunt Zaaknummer Onderwerp
: : : :
Portefeuillehouder Programma Opgesteld door: Afdeling
: : :
Z23.170644 / D24.1180941 beleid warmtetransitie J. Veldhuizen Ruimte en economie Emiel de Vis Omgeving & Economie
Gevraagd besluit -vaststellen van het Warmtetransitiebeleid 2024; -een claim voor warmtetransitie leggen op de reserve duurzaam bouwen van € 380.000 Juridische grondslag Een uitvoeringsplan is een plan om de gebouwde omgeving in een gebied aardgasvrij te maken, of zoals nu binnen gemeente Goes- als tussenstap naar aardgasvrij-ready. Het maken van een uitvoeringsplan is niet wettelijk verplicht. Maar wil (of moet?) je als gemeente in de toekomst gebruik maken van je aanwijsbevoegdheid, dan heb je met een uitvoeringsplan een stevige onderbouwing in handen. Met de aanwijsbevoegdheid kan je als gemeente gebieden aanwijzen waar op een redelijke termijn de levering van aardgas wordt gestopt. Zover is het nog niet. De uitvoeringsplannen die wij nu voor ogen hebben richten zich primair op het aardvrij-ready maken door woningen eerst voldoende goed geïsoleerd te krijgen.
Aanleiding Om de klimaatdoelen te halen heeft het rijk maatregelen bedacht. Eén van die maatregelen is het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Het is de bedoeling dat alle gebouwen en woningen vanaf 2050 geen gebruik meer maken van aardgas. De uitvoering van deze maatregel heeft het rijk overgedragen aan de gemeenten. Deze moeten om de 5 jaar een Transitie Visie Warmte (TVW) opstellen. In deze visie wordt met de op dat moment aanwezige kennis geschetst hoe je deze panden op termijn aardgasvrij kan maken. Hierbij wordt naast de technische voorwaarden ook naar de laagst maatschappelijke kosten gekeken. Dit krijgt vervolgens zijn beslag in uitvoeringsplannen op wijk- of dorpsniveau. De TVW is echter te abstract om direct te vertalen naar (wijk)uitvoeringsplannen én -hoewel er wel financiële aspecten in zijn opgenomen- de het visiedocument onvoldoende zicht geeft op beschikbare middelen. Deze zijn ook nog niet structureel in de gemeentelijke begroting opgenomen en/of in de al wel beschikbare middelen "gelabeld". De benodigde concretisering krijgt vorm in bijgaand beleidsstuk dat hierbij ter vaststelling wordt aangeboden. Dit beleid is vervolgens leidend voor wat er in de (wijk)uitvoeringsplannen wordt aangepakt.
Resultaat De uitvoeringsplannen die wij nu voor ogen hebben richten zich primair op het aardvrij-ready maken door woningen eerst voldoende goed geïsoleerd te krijgen. De gemeente heeft hierbij de regie, maar een uitvoeringsplan wordt altijd gemaakt sámen met de partners. Als gemeente maken we in het kader van de verduurzamingsopgave dus uitvoeringsplannen voor vastgoed dat niet van ons is,
Agendapunt Pagina 2
namelijk de particuliere woningen. Wat we met die uitvoeringsplannen willen bereiken is helder. Of dat ook lukt niet, want uiteindelijk beslist een woningeigenaar zelf wat die met de woning doet.
ARGUMENTEN Opgave De verduurzamingsopgave vraagt een hoge investering. Niet alleen van de gemeente, maar vooral van pandeigenaren. Door in het beleidsplan concreet te maken welke middelen de gemeente hiervoor beschikbaar heeft, kunnen daaraan haalbare en realistische doelen en maatregelen worden gekoppeld. Met andere woorden: wat willen we bereiken en wat gaat dat kosten? Daarmee wordt eveneens duidelijk gemaakt waar de gemeente wel-en-niet-van-is. Met name dat laatste is van belang bij de uitleg naar pandeigenaren toe: wat komt er op hen af, wat mogen zij daarbij van de gemeente verwachten en waar ligt hun eigen verantwoordelijkheid? Maar ook: wat hebben de pandeigenaren (van de gemeente) nodig? Afbakening De afbakening van de doelgroepen voor dit beleid is tweeledig. Enerzijds is deze gebaseerd op de vraag op wie het is gericht, anderzijds is er het thermische vertrekpunt dat panden allereerst geschikt moeten zijn (of worden) om zonder aardgas te verwarmen. Dat betekent dat deze panden beter geïsoleerd moeten worden. Nieuwbouw en sommige jonge wijken en uitbreidingsplannen (bijvoorbeeld Mannee en Ouverture) blijven daarom buiten beeld omdat die al aardgasvrij zijn. Qua leeftijd ligt de “ondergrens” ongeveer bij wijken die vanaf 2005 zijn gebouwd. Volgens het toen geldende bouwbesluit zijn die al geschikt voor een all-electric warmtevoorziening.
Landelijk, maar ook regionaal, wordt in het kader van de uitvoeringsplannen vaak ingestoken om met de buurt in gesprek te gaan en samen naar een nieuwe vorm van alternatieve verwarming toe te werken, bijvoorbeeld een lokaal warmtenet en/of grootschalige overgang naar warmtepompen. Echter, aan die aanpak kleven twee problemen: alternatieve verwarming is vrijwel altijd afhankelijk van het elektriciteitsnetwerk, dat gaat met de huidige netcongestie voorlopig geen succes worden. En de (on)geschiktheid om op wijkniveau alternatieve verwarming toe te passen. Dan moeten al die panden wel eerst voldoende goed geïsoleerd zijn. Bij de vraag "voor wie?" onderscheiden we verschillende doelgroepen: bedrijfspanden, gemeentelijk & maatschappelijk vastgoed en woningen. Gemeente Goes heeft een routekaart waarin de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed is opgenomen. Daaronder vallen ook gebouwen van het primair en speciaal onderwijs. Die hebben uiteraard wel een relatie met de doelstellingen van de warmtetransitie, maar vallen dus niet onder de (wijk)uitvoeringsplannen omdat in hun verduurzaming al een traject is voorzien. Voor het maatschappelijke vastgoed heeft het Rijk geld beschikbaar gesteld aan provincies voor een zogenaamd 'ontzorgingsprogramma'. In Zeeland heet dat programma KlimOp. Voor bedrijfspanden is er separate wetgeving, energiebesparing is daar een onderdeel van.
Zij moeten verplicht maatregelen nemen. Hiervoor zijn er verschillende regelingen op landelijk en regionaal niveau, daarnaast zet gemeente Goes sinds twee jaar een duurzaamheidscoach in. Omdat dit dus voor bedrijven al grotendeels is geregeld, vallen zij ook niet onder dit beleidsplan. Dan blijven de woningen over. Daarin onderscheiden we particuliere woningen en vastgoed van de
Agendapunt Pagina 3
woningcorporatie. De huurwoningen worden al door de woningcorporatie van duurzaamheidsmaatregelen voorzien. Per saldo blijven dan de particuliere woningen over die onvoldoende geïsoleerd zijn om all-electric (of vorm van lage temperatuur verwarming) te verwarmen. Dit zijn doorgaans woningen die een energielabel C of slechter hebben. Hier richt bijgaand beleidsstuk zich op. Dit mes snijdt aan twee kanten: isoleren leidt tot een lager aardgasverbruik (dus minder CO²uitstoot) en we stomen wijken zo goed als mogelijk klaar om in de toekomst daadwerkelijk over te stappen naar een alternatieve verwarmingsvorm. Bovendien is isoleren een "altijd-goed-maatregel", die nog steeds overeind staat tussen de onzekerheid die wordt veroorzaakt door netcongestie en het gedoe rondom de salderingsregeling. Zodat pandeigenaren hier nog 'veilig' in kunnen investeren: isolatie verdient zichzelf terug en hoe eerder je het toepast, hoe meer rendement het oplevert. Isolatie slijt immers niet. Rol gemeente Een uitvoeringsplan is een plan om de gebouwde omgeving in een gebied aardgasvrij te maken, of zoals nu binnen gemeente Goes- als tussenstap naar aardgasvrij-ready. Het maken van een uitvoeringsplan is niet wettelijk verplicht. Maar wil (of moet?) je als gemeente in de toekomst gebruik maken van je aanwijsbevoegdheid, dan heb je met een uitvoeringsplan een stevige onderbouwing in handen.
Met de aanwijsbevoegdheid kan je als gemeente gebieden aanwijzen waar op een redelijke termijn de levering van aardgas wordt gestopt. Zover is het nog niet. De uitvoeringsplannen die wij nu voor ogen hebben richten zich primair op het aardvrij-ready maken door woningen eerst voldoende goed geïsoleerd te krijgen. De gemeente heeft hierbij de regie, maar een uitvoeringsplan wordt altijd gemaakt sámen met de partners. Als gemeente maken we in het kader van de verduurzamingsopgave dus uitvoeringsplannen voor vastgoed dat niet van ons is, namelijk de particuliere woningen. Wat we met die uitvoeringsplannen willen bereiken is helder. Of dat ook lukt niet, want uiteindelijk beslist een woningeigenaar zelf wat die met de woning doet. We leggen onszelf dus min of meer een inspanningsverplichting op, waarbij we trachten de woningeigenaren te bewegen om over te gaan tot het (voldoende) isoleren van hun woning. Dat gaat langs de route van de verleiding, want vooralsnog is er geen sprake van verplichtingen. Onze rol is vooral procesmatig, maar niet minder belangrijk én intensief. De gemeentelijke taken omvatten: 1. 2. 3. 4.
Informeren; Stimuleren; Faciliteren; Kanaliseren.
Ad a) Het duurzaamheidstaakveld is doorlopend in ontwikkeling, zowel op het gebied van techniek (bijv. netcongestie) als op regelgeving (bijv. salderingsregeling). Maar ook ten aanzien van financiële constructies, met het komen en gaan van subsidie- en leenregelingen. Woningeigenaren zien door de spreekwoordelijke bomen het bos niet meer, tegelijkertijd is het bos ook nog eens doorlopend in beweging. De gemeente kan een rol spelen in de informatievoorziening. Dat doen we al met het Bespaarhuis, dat zou ook ingezet kunnen worden voor specifiek gericht acties. Het verkrijgen van informatie is tweerichtingsverkeer. Het ophalen welke informatiebehoefte er is, hoort daar ook bij.
Agendapunt Pagina 4
Ad b) We proberen woningeigenaren zoveel als mogelijk te stimuleren om (daar waar dat nodig is) in te zetten op isolatie. Enerzijds door inzet van instrumenten zoals subsidies, anderzijds door te proberen olievlekwerking op te laten treden waarbij succesverhalen worden gedeeld. De gemeente voorziet daarbij in de verbinding. Ad c) De gemeente kan en gaat niet de isolatie in huizen van derden aanbrengen en betalen. Wel kunnen we middelen inzetten om ervoor te zorgen dat woningeigenaren minder drempels ervaren. Bijvoorbeeld door goede maatwerkadviezen (welke maatregelen zijn in woning nodig?) te organiseren en tegen een lager tarief mogelijk te maken. Of het inschakelen van een inkoopbureau om bewoners met collectieve inkoop te helpen. Daarnaast hebben wij uiteraard zelf ook subsidieregelingen. Ad d) Naast een woud aan regelingen zijn er ook meerdere partijen die op dit gebied actief zijn. Organisaties zoals Energiek Zeeland en Zmf hebben ook duurzaamheidsactiviteiten in onze wijken en dorpen. Daarbij is er snel sprake van overlap (bijv. warmtescans van woningen). Wie-doet-wat-en-iswaarvan is dan de vraag. De gemeente kan hier regie in nemen, ter voorkoming dat inwoners ook hier door de bomen het bos niet meer zien.
Kanttekeningen Het grootste risico voor de warmtetransitie lijkt momenteel de netcongestie te zijn. Door echter komende jaren in te steken op isolatie, zit dat nog niet in de weg. Sterker nog, het biedt een kans om de focus juist meer op isoleren te leggen. Waarmee een solide basis wordt gelegd voor opvolgende stappen die daadwerkelijk tot het loskomen van aardgas leiden. En die op de korte termijn ook een lager aardgasverbruik zouden moeten genereren. Daar tegenover staat dat bij het uitdragen van de boodschap rondom de overgang naar aardgasvrij de netcongestie -en de termijnen die gemoeid zijn met het oplossen ervan- zeker niet helpen. Een ander groot risico is de onzekerheid die speelt rondom huidige regelingen zoals bijvoorbeeld de salderingsregeling. Uit de enquête blijkt dat er bij woningeigenaren best bereidheid is om in duurzaamheidsmaatregelen te investeren mits die betaalbaar zijn, maar dat onzekerheid over de financiële haalbaarheid funest is voor het zetten van die stappen. Echter, beide risico's zijn op gemeentelijk niveau zeer beperkt beïnvloedbaar.
Financiën Voor de financiële dekking wordt voor een relatief klein deel gebruik gemaakt van "eigen" middelen (alleen reserve duurzaam bouwen) en voor het overgrote deel van rijksregelingen en doeluitkeringen (ca € 4,2 mln waarvan eventuele overschotten weer terug gestort moeten worden). Met beoogde aanpak trachten we dus de beschikbare subsidieregelingen zo optimaal mogelijk te benutten. Het verkrijgen van deze subsidiemiddelen is al geregeld, voor de toepassing ervan gelden voorwaarden. Het betreft CDOKE en Nationaal Isolatie Programma-middelen waarover de besteding ervan jaarlijks via de SISA bij de jaarrekening verantwoording wordt afgelegd. Er wordt in dit voorstel dus geen goedkeuring gevraagd voor de inzet van (de te ontvangen) subsidie, want dat is binnen de subsidieregeling al geregeld, maar alleen geduid over welke financiële context we het hebben.
Agendapunt Pagina 5
Mocht de realisatie van de uitvoeringsplannen dusdanig succesvol zijn dat deze (subsidiemiddelen) middelen niet toereikend zijn, dan zal daarvoor zo tijdig mogelijk een (raads)voorstel voor worden opgesteld wat de keuze biedt om als gemeente zelf extra middelen toe te voegen of te wachten op een volgende tranche van de subsidies. Vooralsnog gaan we uit van de bestaande middelen en zijn die taakstellend. De beoogde uitgaven en bijbehorende dekking ziet er voor de komende drie jaar als volgt uit: BEOOGDE UITGAVEN FINANCIËLE DEKKING Bezetting projectteam en monitoring € 600.000 CDOKE-middelen: € 2 ton per jaar € 600.000 & verwerking resultaten (uit jaarlijks budget van € 770k) Bijeenkomsten, communicatie uitingen, campagne
€ 126.000
NIP-regeling, restant uit 2022
€ 126.000
Subsidiëring van begeleiding van participatietrajecten gericht op warmtetransitie Nader in te vullen subsidiëring participatieve wijk- en dorp initiatieven anders dan isoleren Gedeeltelijke vergoeding/subsidie voor specialistische adviezen voor monumenten subtotaal
€ 200.000
Reserve duurzaam bouwen
€ 280.000
€ 280.000
subtotaal
€ 280.000
subsidieregeling collectieve inkoopprocessen (max 2.750 vergoeding)
€ 2.300.000
Nationaal Isolatie Programma (NIP-regeling): Deze bedraagt € 1 mln voor 2023.
€ 3.000.000
€ 40.000
€ 40.000
subsidieregeling zonder collectieve inkoop (max € 1.700 vergoeding)
De NIP-regeling loopt door tot 2030, jaarlijks blijft er naar verwachting ongeveer € 1 mln beschikbaar.
doe-het-zelf-subsidieregeling zonder collectieve inkoop (max € 1.700 vergoeding) maatwerkadvies op hoofdlijn en begeleiding bij vervolgstappen Gedeeltelijke vergoeding van Energie Prestatie Advies op maat
€ 1.304.000
Rijksuitkeringen voor uitvoering warmtetransitie (deels restbudget)
€ 504.000 € 100.000 € 3.604.000 € 4.608.000
subtotaal
€ 3.604.000
Reserve duurzaam bouwen subtotaal
totaal
€ 4.608.000
totaal
De CDOKE-middelen zijn alleen toepasbaar voor personele inzet. De bezetting van het projectteam wordt uit een gedeelte van de CDOKE-middelen gebruikt. Het resterende budget wordt voor andere duurzaamheidstaken ingezet.
Agendapunt Pagina 6
Bij de totstandkoming van de uitvoeringsplannen stimuleren we het gebruik van subsidies zoals die in het vierde blok bij de dekking van bovenstaande overzicht zijn opgenomen. Deze bestaande regelingen richten zich op isoleren worden door inwoners aangevraagd. Het is dus niet zo dat de gemeente hier zelf vrij over kan beschikken. Met de uitvoeringsplannen worden inwoners gestimuleerd om subsidie aan te vragen. De financiële afwikkeling gaat weliswaar via de gemeente, de gemeente kan echter niet zelfstandig over deze middelen beschikken. In die zin is de gemeente alleen het uitvoeringsorgaan dat zorgt voor toetsing aan de spelregels en die de uitkering van het subsidiebedrag doet. Wanneer er gelden na de looptijd van de regeling overblijven, gaan die terug naar het rijk. De bedragen zijn indicatief aan het financiële overzicht toegevoegd. Vanuit de reserve duurzaam bouwen (3e blok uit schema) dekken we (subsidiale) activiteiten die nodig zijn om tot de uitvoeringsplannen te komen en die niet vanuit de NIP-subsidies gedekt mogen worden. Het precieze verloop van de bestedingen laat zich lastig voorspellen. Daarom wordt voorgesteld, zoals dat gebruikelijk is voor meer klimaatsubsidies, de bestedingen en dekking daarvan uit beschikbare subsidies budget-neutraal te verwerken via de jaarlijkse Bestuursrapportage op basis van de dan beschikbare informatie over werkelijke bestedingen.
Uiteraard binnen de grenzen van de beschikbare (subsidie)middelen en het warmtetransitiebeleid 2024. De eerder ontvangen rijksuitkeringen voor warmtetransitie van € 504.000 zijn reeds budgettair aanwezig (al enige jaren onderdeel geweest van budgetoverheveling/resultaatbestemming). Tenslotte geldt dit eveneens voor de effectuering van de voorgestelde claim op de reserve Duurzaam bouwen. Dit zal voor het eerst bij de Bestuursrapportage 2025 aan de orde komen op basis van dan beschikbare informatie over het verloop van de bestedingen en daarbij separaat en transparant aan college en raad worden voorgelegd.
Duurzaamheid De warmtetransitie maakt onderdeel uit van het totale scala aan maatregelen en activiteiten dat op het gebied van duurzaamheid wordt aangepakt.
Communicatie & Participatie Wie zijn de betrokken bij dit raadsbesluit? Tijdens de totstandkoming van voorliggend beleidsstuk is via enquête op Goes Praat Mee gericht contact gezocht met de doelgroep die hiervoor in aanmerking komt. Hieraan is uitgelegd wat de warmtetransitie inhoudt en bij hen opgehaald wat zij denken hiervoor nodig te hebben. Deze opbrengst is meegenomen (en gewogen) bij het opstellen van dit beleidsvoorstel (Zie bijlage 10 van beleidsstuk voor de uitkomsten van de enquête). Het is lastig om met de particuliere woningeigenaren die de doelgroep vormen, in contact te komen en (langdurig) te blijven. Daarom wordt momenteel een 'overall-strategie' met begeleidende (wijk)campagne(s) uitgedacht om dit te bewerkstelligen. De aanpak gaat per wijk/dorp en is maatwerk. Dat geldt ook voor de communicatie die hiermee vergezeld gaat.
Hoe wordt aan participatie uitvoering gegeven? Op basis van het vastgestelde beleid, gaan we vervolgens in de wijken en dorpen samen met de particuliere woningeigenaren die daar voor open staan een uitvoeringsplan maken (en uitvoeren). De wijk- en dorpsraden wordt gevraagd daar ook een rol in te spelen.
Agendapunt Pagina 7
Voor drie wijken en twee dorpen wordt ook Buurkracht ingeschakeld. Buurkracht vervult de rol van buurtprocesbegeleider richting de buurt om participatie van de inwoners te stimuleren. Hierbij hoort het mobiliseren en activeren van initiatiefnemers, het vormen van een buurtteam en het begeleiden van dit team. De expertise van Buurkracht richt zich op het ondersteunen van een buurtteam bij het efficiënt en doelgericht organiseren van een buurtactie (bijvoorbeeld gezamenlijke aanvraag subsidie en inkoop energiemaatregelen) en het meenemen en enthousiasmeren van buurtbewoners rondom dit aanbod. De kracht van deze aanpak schuilt in het vertrouwen dat buren hebben in hun buren in combinatie met de begeleiding die Buurkracht biedt. Hierna volgt een tweede fase waarin de nadruk ligt op het in beweging houden van de bewoners via logische vervolgacties.
Uitvoering De wijk- en dorptrajecten worden conform het vastgestelde beleid vanaf de tweede helft van 2024 aangepakt om tot uitvoeringsplannen te komen, te beginnen met 's Heer Hendrikskinderen, 's Heer Arendskerke, Goes Oost, Goes Zuid en Goese Polder. Het al aangevangen traject in Kloetinge wordt voortgezet.
Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Goes,
mr. H.E. Schild Secretaris
C.H. van den Bos Burgemeester