CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

047. Bijlage 5 2200546r01a 221109, definitief

Besluitvormende raad 19 september 2024, gemeente GoesBij agendapunt: Bestemmingsplan Wilhelminadorp-Zuid7.720 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport 2200546.r01a Wilhelminadorp Zuid Locatie specifiek onderzoek spuitzone

www.SPAWNP.nl

Rapport 2200546.r01a Wilhelminadorp Zuid Locatie specifiek onderzoek spuitzone

Datum Opdrachtgever Behandeld door Adviseur Goedgekeurd

: : : : :

9 november 2022 Gemeente Goes De heer ing. M. de Witte De heer ing. D.J. Hobert De heer ing. L.F.A. Theuws

Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Hoenderkamp 20 | 7812 VZ EMMEN | 0591 238 110

info@SPAWNP.nl | SPAWNP.nl ISO 9001:2015

| kvk 0909.2661 | btw NL8053.02.530.B01

SPA WNP ingenieurs

INHOUD

2200546.r01a

PAGINA

1

INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Beoogde situatie

3 3 3 4

2

KADER 2.1 Algemeen 2.2 Blootstellingsroutes 2.3 Spuitzone 2.4 Toelatingsprocedure 2.5 EFSA OPEX model 2.6 Ontwikkelingen

5 5 5 5 7 7 8

3

LOCATIESPECIFIEKE SITUATIE 3.1 Huidige- en planologische situatie 3.2 Praktijksituatie 3.3 Gewasbeschermingsmiddelen

10 10 11 12

4

BEOORDELING BLOOTSTELLINGSRISO’S EN GEZONDHEIDSEFFECTEN 4.1 EFSA model 4.2 Resultaten 4.3 Discussie 4.4 Advies 4.5 Beoordeling beoogde situatie

15 15 15 16 17 18

5

CONCLUSIE EN AANBEVELING

19

BIJLAGEN 1

Literatuurlijst

2

Overzicht berekeningen EFSA-model

Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van SPA WNP ingenieurs. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij SPA WNP ingenieurs gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem dat is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.

Pagina 2

SPA WNP ingenieurs

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding

2200546.r01a

In opdracht van de gemeente Goes is een locatie specifiek onderzoek spuitzone uitgevoerd ten behoeve van de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk in Wilhelminadorp. In de directe omgeving van het plangebied bevindt zich op minder dan 50 meter afstand een agrarisch perceel, waarop het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet is uitgesloten. Het doel van dit onderzoek is te bepalen of de nieuwe woonwijk op de beoogde locatie mogelijk is in relatie tot risico’s voor de volksgezondheid, vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift van het naastgelegen agrarisch perceel. Eveneens wordt hiermee onderzocht of de voorgenomen ontwikkeling leidt tot een belemmering van de in de omgeving aanwezige agrarische bedrijfsvoering. 1.2

Ligging plangebied Het plangebied ligt aan de zuidwestzijde van de kern Wilhelminadorp en grenst aan de noorden oostzijde aan woonbebouwing. Aan de zuidzijde bevindt zich een perceel met een bosbestemming. Aan de westzijde grenst het plangebied aan een agrarisch perceel. Het plangebied is in de huidige situatie in gebruik als agrarisch perceel. Afbeelding 1 geeft een weergave van het plangebied in de huidige situatie. Afbeelding 1: Ligging plangebied

Pagina 3

SPA WNP ingenieurs

1.3

2200546.r01a

Beoogde situatie De gemeente Goes heeft het voornemen het plangebied te ontwikkelen tot woonwijk. In het voorlopig ontwerp wordt uitgegaan van een woonwijk met een totaal aantal van 51 woningen. Met de ontwikkeling worden voor drift gevoelige functies/bestemmingen gerealiseerd. Afbeelding 2: Beoogde situatie

Pagina 4

SPA WNP ingenieurs

2

KADER

2.1

Algemeen

2200546.r01a

Bij het mogelijk maken van een nieuwe voor drift gevoelige bestemming in de nabijheid van bestemmingen, die het toepassen van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet uitsluiten, is aandacht voor spuitzones nodig. Dit in verband met de risico’s voor de volksgezondheid, vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift. Met de term drift wordt de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel bedoeld, die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Drift is een belangrijke en directe bron van luchtverontreiniging, waardoor mens en dier in contact kunnen komen met gewasbeschermingsmiddelen. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of ouderen, kan drift risico’s voor de gezondheid inhouden. 2.2

Blootstellingsroutes De blootstellingsroutes en bronnen zijn bij pesticiden goed in kaart gebracht door de Gezondheidsraad1(1) De belangrijkste bronnen zijn: · huidblootstelling (dermaal) · luchtwegblootstelling (inhalatoir) · spijsverteringsblootstelling (oraal) Veel pesticiden worden door de huid heen opgenomen in het lichaam. Huidblootstelling kan optreden door druppeldrift (directe blootstelling) of aanraking van oppervlakten waarop pesticiden terecht zijn gekomen (indirecte blootstelling, via betreding van gebied met spuitdepositie buiten de boomgaard of insleep van middel naar de woning). Blootstelling via de lucht gebeurt door inademing van druppeldrift en vluchtige verbindingen (direct) of kleine stofdeeltjes waarop pesticiden aanwezig zijn (indirect). Door consumptie van gewassen, eigen teelt of gekocht, kunnen resten pesticiden het lichaam binnenkomen. Voor jonge kinderen kan ook bij spelen in de (speel)tuin sprake zijn van blootstelling via het in de mond stoppen van voorwerpen of de eigen hand. Een piekmoment, waarbij relatief grote hoeveelheden pesticide in de omgeving van omstanders en omwonenden gebracht wordt, is tijdens bespuitingen.

2.3

Spuitzone Er is geen wettelijk kader waarin een afstand wordt gereguleerd tussen gevoelige functies ten behoeve van het verblijf van mensen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

1 Verwijzingen (cijfer) in dit onderzoek zijn weergeven in bijlage 1

Pagina 5

SPA WNP ingenieurs

2200546.r01a

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden In de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden staat omschreven dat eenieder verplicht is om op zorgvuldige wijze om te gaan met gewasbeschermingsmiddelen, biociden, de daarbij behorende werkzame stoffen of daarbij gebruikte toevoegingsstoffen, alsmede restanten daarvan of de aangebroken verpakkingen. Het is daarbij verboden een werkzame stof, die niet is opgenomen in een toegelaten gewasbeschermingsmiddel, te gebruiken, tenzij de stof is goedgekeurd als basisstof op grond van artikel 23 van verordening (EG) 1107/2009. Activiteitenbesluit Het Activiteitenbesluit milieubeheer stelt eisen aan de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen in de open teelt. Op basis van artikel 3.78a, lid 1 van het Activiteitenbesluit is vastgelegd dat bij het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen bij de teelt van gewassen en op braakliggend land in de open lucht een techniek wordt gebruikt die een driftreductie bereikt van ten minste 75% (DRT 75). Deze verplichting geldt voor het gehele perceel, ongeacht de aanwezigheid van een watergang. Verder geldt dat het verboden is gewasbeschermingsmiddelen bij een windsnelheid groter dan vijf meter per seconde te gebruiken. Naast de verplichte driftreductie zijn er in het Activiteitenbesluit op grond van artikel 3.79 lid 2 teeltvrije zones gereguleerd ter bescherming van het oppervlaktewaterlichaam.

Teeltvrije zones zijn zones langs het oppervlaktewaterlichaam, waar het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet is toegestaan. Het aanhouden van een teeltvrije zone is afhankelijk van het oppervlaktewaterlichaam en het type gewas. Bij de teelt van appelen, peren en overige pit- en steenvruchten bedraagt de breedte van een teeltvrije zone ten minste 4,50 meter. Een zone van drie meter mag worden aangehouden bij het gebruik van een spuittechniek, welke tenminste een driftreductie van 90% bereikt of wanneer een biologische productiemethode wordt toegepast. Jurisprudentie Op basis van jurisprudentie wordt in de praktijk een spuitzone voor een voor driftgevoelige bestemming2 aangehouden van 50 meter, gemeten vanaf de bestemmingsgrens. Deze 50 meter is in diverse uitspraken van de Raad van State (bijvoorbeeld de uitspraak van 23 september 2009 in zaak nr. 200900570/1/R2 of 21 april 2021 in zaak nr. 201903692/1R4) als “in het algemeen niet onredelijk” bevonden en geldt als een vaste richtafstand waar gemotiveerd van kan worden afgeweken. Een kleinere afstand is mogelijk, mits dat goed onderbouwd wordt. De 50 meter richtafstand heeft zijn oorsprong in het Streekplan 1996 van de Provincie Gelderland en is derhalve al meer dan 25 jaar oud.

In die tijd was de regelgeving met betrekking tot het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen beperkt en was er veel minder sprake van toepassing van bijvoorbeeld drift reducerende spuitdoppen, zoals thans is geregeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer.

2 Daaronder wordt verstaan: een bestemming voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden

gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt.

Pagina 6

SPA WNP ingenieurs

2200546.r01a

Daarnaast moet hierbij de kanttekening worden gemaakt dat de richtafstand uitgaat van toepassing van gewasbeschermingsmiddelen zonder enige vorm van drift reducerende voorzieningen in het overdrachtsgebied, zoals een windhaag. Ook de toelatingsprocedure van gewasbeschermingsmiddelen was destijds minder streng en door minder regels omgeven dan ten tijde van dit onderzoek het geval is. 2.4

Toelatingsprocedure In de toelatingsprocedure van gewasbeschermingsmiddelen is veel aandacht voor risico’s voor de menselijke gezondheid, die uit het voorgestelde gebruik van een middel kunnen voortvloeien. Een aparte beoordeling van de risico’s voor omwonenden maakt in ons land onderdeel uit van de toelatingsprocedure. Het tekstblok hierna is overgenomen uit de brief 20L5LO21Ot49 van 21 oktober 2015 van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), met als onderwerp: herbeoordeling van bestaande middelen voor gewasbescherming op het gezondheidsrisico voor omwonenden. Vanaf 1 januari 2016, de ingangsdatum van de nieuwe Europese richtlijnen, zal het Ctgb de humaan toxicologische beoordeling voor omwonenden en omstanders als volgt invullen bij de beoordeling van nieuwe aanvragen voor stoffen en middelen: het EFSA-model zal de basis zijn voor de risicobeoordeling; waar nodig zal de hiervoor omschreven verfijning op basis van aanvullende gegevens, overige modellen (de Britse en Duitse methoden) of expert judgement worden ingevuld. Het College heeft uit de herbeoordeling de conclusie getrokken dat het gebruik van de reeds toegelaten middelen ook op basis van het nieuwe model veilig is. ln de resultaten van dit onderzoek ziet het College dan ook geen noodzaak om in te grijpen in de toelatingsvoorwaarden van deze middelen.

2.5

EFSA OPEX model Voor de beoordeling van de locatie specifieke situatie is in dit onderzoek gebruikt gemaakt van het EFSA OPEX rekenmodel (hierna EFSA-model). Het EFSA-model is onderdeel van de handreiking voor beoordeling van blootstelling en pesticiden van de European Food Safety Authority (EFSA). Met het model kan de maximale blootstelling van mensen aan gewasbescherming worden bepaald tijdens en na het toepassen van een middel. Het gaat hierbij om mensen die het middel toepassen, mensen die werken in behandeld gewas, omstanders en omwonenden. Zoals weergeven in het tekstblok in de vorige paragraaf is het EFSA-model ook de basis voor het Ctgb voor beoordeling van nieuwe aanvragen en middelen. De handreiking en het rekenmodel zijn tot stand gekomen met bijdragen van experts uit alle Europese landen op basis van diverse onderzoeksgegevens en wetenschappelijke studies. Bij de totstandkoming van het EFSA-model is uitgegaan van meerdere modellen, onder andere EURO POEM2 en databases. Ten aanzien van omwonenden en landbouwgrond is gebruik gemaakt van BREAM3. Voor omwonenden en boomgaarden is gebruikt gemaakt van Lloyd et al4. Het EFSA-model geeft inzicht in de hierna weergegeven bronnen.

Deze bronnen zijn overeenkomstig de door de Gezondheidsraad1 aangegeven belangrijkste bronnen: · huidblootstelling (dermaal) · luchtwegblootstelling (inhalatoir) · spijsverteringsblootstelling (oraal)

Pagina 7

SPA WNP ingenieurs

2200546.r01a

Het model kan zowel neerwaartse bespuiting, als opwaartse bespuiting (maatgevend) modelleren. Voor onkruidbestrijding gaat het model automatisch uit van een neerwaartse bespuiting. Voor machinale bespuiting gaat het model uit van 50% drift reducerende spuittechnieken, hetgeen lager is dan de in het Activiteitenbesluit milieubeheer geldende verplichting van 75% (artikel 3.78a) of 90% (artikel 3.80). De driftreductie in het model is niet aan te passen. Bij de beoordeling van de berekeningsresultaten op basis van het EFSA-model dient daarom bedacht te worden dat de uitkomsten worstcase zijn5. Het model gaat voor de hand-mondblootstelling voor kinderen uit van de Modified Californian Method6 7 en data van de Environmental Protection Agency van de Verenigde Staten8. De blootstelling aan dampen zijn in het model berekend op basis van Britse9 en Duitse10 methoden. 2.6

Ontwikkelingen Onderzoek bestrijdingsmiddelen en omwonenden Naar aanleiding van advies van de Gezondheidsraad1 is, in opdracht van de ministeries van Infrastructuur en Milieu en Economische Zaken, het Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden (OBO) uitgevoerd11. Het onderzoek is uitgevoerd bij omwonenden van bollenpercelen, omdat in die teelt relatief intensief gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden. Het onderzoek heeft zich gericht op neerwaartse bespuiting en niet op zij- en opwaartse bespuiting, zoals in de fruitteelt. Naar aanleiding van het onderzoek OBO heeft het Ctgb advies uitgebracht aan de staatssecretaris van I&W en de minister van LNV (d.d. 4 april 2019). De overall conclusie is dat het onderzoek naar de blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen van omwonenden van landbouwgebied laat zien dat onder realistische gebruiksomstandigheden de veilige grenswaarden niet worden overschreden. Dit betekent dat omwonenden geen gezondheidsrisico’s lopen.

Het Ctgb ziet daarom geen reden om in te grijpen in de toegelaten middelen en geeft daarbij het volgende aan: “Beide onderzoeken bevestigen dat de door het Ctgb gebruikte beoordelingsmethodieken en de daarin gehanteerde Europese modellen voor verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen naar de omgeving (omwonenden, grond, moestuingewassen) robuust zijn; de feitelijke blootstelling blijkt immers lager te zijn dan de berekende blootstelling, die de basis vormt voor de toelating van de middelen.” Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden In vervolg op het OBO-onderzoek, heeft de Gezondheidsraad d.d. 29 juni 202012 advies uitgebracht over de actuele stand van kennis over de gezondheidsrisico’s van blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen. Het advies heeft zich specifiek gericht op drie vragen: 1. of er naar aanleiding van het OBO onderzoek aanvullend onderzoek nodig is; 2. in hoeverre de toelatingsprocedure voor gewasbeschermingsmiddelen aanpassing behoeft; 3. of er een relatie is tussen gewasbeschermingsmiddelen en Parkinson.

Pagina 8

SPA WNP ingenieurs

2200546.r01a

Uit het advies volgt dat meer epidemiologisch gezondheidsonderzoek op korte termijn niet tot duidelijkheid leidt over gezondheidseffecten van gewasbeschermingsmiddelen, zeker niet als het gaat om chronische gezondheidseffecten die zich pas op latere leeftijd manifesteren. Verbetering van de toelatingsprocedure is nodig ten aanzien van stapeling, maar dat is complex en kost veel tijd. Daarom pleit de commissie voor toepassing van het voorzorgsbeginsel en adviseert ze om vooral de aanpak van verduurzaming van de gewasbescherming voort te zetten en te intensiveren. Streven naar een zo laag mogelijke blootstelling aan chemische gewasbeschermingsmiddelen is het uitgangspunt. Verder stelt de Gezondheidsraad dat het blootstellingsonderzoek in de bollenteelt (OBO) het inzicht heeft vergroot in het relatieve belang van de verschillende routes, waarlangs omwonenden worden blootgesteld. Aangegeven is dat het aanbeveling verdient om te verifiëren in hoeverre de bevindingen voor de bollenteelt ook representatief zijn voor andere teelten, in het bijzonder de fruitteelt waarin zij- en opwaarts wordt gespoten. Ten aanzien van de toelatingsprocedure adviseert de Gezondheidsraad om in internationaal verband verder te werken aan de verbetering van de toelatingsprocedure.

In het bijzonder aan de beoordeling van mogelijke effecten op de hersenontwikkeling van ongeboren en jonge kinderen en het risico op neurodegeneratieve aandoeningen, zoals de ziekte van Parkinson. Risico’s, die voortvloeien uit blootstelling vanuit verschillende bronnen of aan combinaties van stoffen, laten zich moeilijk betrekken bij een toelatingssysteem voor individuele producten. Een pragmatische oplossing is volgens de commissie de invoering van een extra veiligheidsfactor (‘allocatiefactor’) van nader te bepalen grootte, die de kans verkleint dat de gezamenlijke blootstelling vanuit verschillende bronnen en routes (werk, omgeving, voeding, particulier gebruik) en aan combinaties van gewasbeschermingsmiddelen gezondheidsschade veroorzaakt. Ten tijde van dit onderzoek zijn geen nieuwe inzichten of uitkomsten over het voorgaande bekend.

Pagina 9

SPA WNP ingenieurs

3

LOCATIESPECIFIEKE SITUATIE

3.1

Huidige- en planologische situatie

2200546.r01a

Het plangebied is in de huidige situatie in gebruik als agrarisch perceel. Voor het plangebied en het agrarisch perceel geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2010’ van de gemeente Goes. In afbeelding 4 is het plangebied (globaal omlijnd) en de directe omgeving weergeven. Het plangebied en de omgeving zijn op basis van beide bestemmingsplannen aangewezen als ‘agrarisch’. Binnen deze bestemming is het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en het aanplanten van een boomgaard niet uitgesloten. Wel is het aanplanten van fruitbomen buiten bestaande boomgaarden binnen een zone van 50 meter rondom woonen verblijfsrecreatie, zonder vergunning, verboden. Afbeelding 3: Huidige situatie plangebied

Afbeelding 4: Uitsnede vigerende verbeelding bestemmingsplan

Pagina 10

SPA WNP ingenieurs

2200546.r01a

In de toekomstige situatie wordt door de gemeente vastgelegd dat een strook van 50 meter op de agrarische gronden alleen gebruikt mag worden voor akkerbouw, overige teelt wordt uitgesloten. 3.2

Praktijksituatie Meteorologie Op basis van waarnemingen met een weersstation wordt voor de locatie specifieke situatie uitgegaan van een overheersende ‘westzuidwestenwind’. De gemiddelde windsnelheid bedraagt circa 5,1 meter per seconde13. De metingen van het weerstation stammen uit de periode februari 2006 t/m augustus 2022 en worden om die reden als representatief beschouwd. Relevante percelen Op basis van de planologische situatie en de praktijksituatie is de conclusie dat kadastrale percelen 776, 777, 778 en 779 de dichtstbijzijnde agrarische percelen zijn. Wegens het gelijke karakter en het relatief kleine formaat van enkele percelen, worden deze percelen als geheel beoordeeld als ‘westelijke percelen’. Afbeelding 5: Relevante agrarische percelen (vetgedrukt) omgeving plangebied

776 778

777

779

Pagina 11

SPA WNP ingenieurs

2200546.r01a

Westelijke percelen Aan de westzijde grenst het plangebied aan een agrarisch perceel. Op basis van de locatie specifieke situatie blijkt dat er binnen de percelen bruine bonen worden geteeld. Hierdoor is er in de praktijksituatie sprake van neerwaartse toepassing van chemische gewasbeschermingsmiddelen. In het verleden zijn er op het perceel onder andere ook tarwe, uien en aardappelen geteeld. Het dichtstbijzijnde westelijke perceel grenst direct aan het plangebied, waardoor de afstand tussen de westelijke percelen en het plangebied nul meter bedraagt. Afbeelding 6: Locatie specifieke situatie westelijke percelen

3.3

Gewasbeschermingsmiddelen De vaste richtafstand van 50 meter is in de open teelt met name van belang voor boomkwekerijen en boomgaarden, omdat gewasbeschermingsmiddelen daarbij niet alleen neerwaarts worden gespoten (onkruidbestrijding), maar ook zij- en opwaarts (voorkomen en bestrijden schimmels en plaagdieren). Omdat bij opwaarts spuiten de vloeistof op een grotere hoogte vrijkomt en er daardoor meer kans is op verspreiding, veroorzaakt het opwaarts spuiten de meeste drift en is om die reden maatgevend voor gezondheidsrisico’s. Door veranderende wetgeving rond gewasbeschermingsmiddelen is het toegestane middelengebruik beperkt. Naar functie kunnen de volgende middelen worden onderscheiden: · Fungiciden (bestrijding schimmels) · Insecticiden (bestrijding insecten) · Herbiciden (onkruidbestrijding) Per middel verschilt het gehalte aan werkzame stof en daardoor ook de toedieningshoeveelheid per hectare. Het Ctgb biedt een database14 waarin alle soorten gewasbeschermingsmiddelen zijn opgenomen, inclusief de wettelijke gebruiksvoorschriften. Aangezien het een teler vrij staat alle, voor betreffende teelt toegelaten, middelen te gebruiken, is het minder zinvol te kijken naar uitsluitend het huidige specifiek gebruik. Gebruikelijk is het om een worst case benadering aan te houden, die uitgaat van de qua toxiciteit meest risicovolle werkzame stof die toegelaten is.

Pagina 12

SPA WNP ingenieurs

2200546.r01a

In de toekomstige situatie wordt door de gemeente vastgelegd dat een zone van 50 meter op de agrarische gronden alleen gebruikt mag worden voor akkerbouw, overige teelt wordt uitgesloten. Hierdoor zijn in dit onderzoek de risico’s voor de volksgezondheid, vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift, in beeld gebracht op basis van de praktijksituatie en de toekomstige planologische situatie. Dit betekent dat is uitgegaan van een neerwaartse bespuiting van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Naast de werkzame stof Captan zijn in dit onderzoek ook andere representatieve middelen nader beschouwd. Daarnaast heeft de eigenaar van de agrarische percelen ook inzicht gegeven in de gebruikte gewasbeschermingsmiddelen. Ook deze middelen zijn verwerkt in dit onderzoek. Azoxystrobin Azoxystrobin is de werkzame stof van de fungicide Ortiva, dat preventieve bescherming biedt tegen schimmelvorming. Ortiva heeft sinds 2000 een toelating en werkt onder andere tegen meeldauw, maar is ook werkzaam op andere schimmels. Op basis van het gebruiksvoorschrift15 blijkt dat het middel onder andere gebruikt mag worden in bedekte teelt, boomkwekerijgewassen en de vaste plantenteelt. Benfluralin Benfluralin is de werkzame stof in de herbicide Bonalan. Het middel werkt tegen grassen en ander onkruid.

Op basis van het gebruiksvoorschrift16 blijkt dat het middel onder andere gebruikt mag worden in de teelt van peulvruchten en de vaste plantenteelt. Bentazon Bentazon is de werkzame stof in de herbicide Basagran. Het middel werk tegen een groot aantal tweezaadlobbige onkruiden. Op basis van de gebruiksvoorschriften17 blijkt dat het middel wordt ingezet bij onder andere de teelt van granen, mais en bonen zonder peul. Captan Captan is een middel voor de bestrijding van een groot aantal schimmels. De fungicide is breed inzetbaar18 en de werkzame stof in verschillende producten, zoals Captosan en Merpan. Captan is voor de gezondheid de maatgevende werkzame stof vanwege de toxiciteit, het toegestane maximale gebruik en toegestane gebruik in een kaalblad situatie. Op basis van het gebruiksvoorschrift blijkt dat het middel onder andere mag worden gebruikt in appel- en perenboomgaarden, bolbloemen, boomkwekerijgewassen en zachtfruit. Clomazone Clomazone is de werkzame stof in de herbicide Centium 360 CS. Het middel werkt tegen een groot aantal eenjarige breedbladige onkruiden. Op basis van de gebruiksvoorschriften19 blijkt dat het middel wordt ingezet bij de teelt van consumptieaardappelen, bieten, peulvruchten, wortelen, koolgewassen, asperges en een aantal kleine gewassen.

Pagina 13

SPA WNP ingenieurs

2200546.r01a

Flonicamid Flonicamid is een middel voor de bestrijding van insecten. Het middel wordt toegepast ter bestrijding van bladluizen en is de werkzame stof van het product Teppeki. Het middel is toegestaan voor gebruik in onder andere boomkwekerijgewassen, aardappelen en appel- en boomgaarden20. Fluopicolide & Propamocarb Fluopicolide & Propamocarb zijn de werkzame stoffen in de fungicide Infinito. Het middel biedt bescherming tegen blad- en stengelphytophthora. Op basis van de gebruiksvoorschriften21 blijkt dat het middel wordt ingezet bij onder andere de teelt van aardappelen en bloemkoolachtigen. Glyfosaat De werkzame stof glyfosaat is onderdeel van het product Clinic N en betreft een herbicide dat wordt ingezet als totaal onkruidbestrijdingsmiddel. Op basis van de gebruiksvoorschriften22 blijkt dat het middel onder andere wordt ingezet bij akkerbouwgewassen en fruitgewassen.

Pagina 14

SPA WNP ingenieurs

2200546.r01a

4

BEOORDELING BLOOTSTELLINGSRISO’S EN GEZONDHEIDSEFFECTEN

4.1

EFSA model In dit onderzoek is voor de gezondheidseffecten uitgegaan van de gewasbeschermingsmiddelen, zoals genoemd in paragraaf 3.3. De parameters van de modelinvoer zijn gebaseerd op EFSA-documenten23 en gebruiksvoorschriften van het Ctgb. Een overzicht van de invoergegevens is opgenomen in bijlage 2 van deze rapportage. Voor de beoordeling van de resultaten is in dit onderzoek de langdurige blootstelling op kinderen van 1 tot 3 jaar aangehouden. Hiermee is invulling gegeven aan het voorzorgsprincipe, omdat kinderen in het algemeen kwetsbaarder zijn dan volwassenen voor verontreinigende stoffen. Bij kinderen is er daarnaast een hogere opnamekans, bijvoorbeeld via blootstelling door huidcontact met bespoten oppervlak en/of opname via hand-mond contact. Er is niet uitgegaan van het betreden van het bespoten perceel door omwonenden, omdat de beoordeling zich richt op de mogelijke blootstelling bij de drift gevoelige bestemming in het plangebied.

4.2

Resultaten Tabel 1 hierna geeft een weergave van de Acceptable Operator Exposure Level (AOEL). De AOEL is in beginsel bedoeld voor de toepasser van gewasbeschermingsmiddelen, maar wordt worstcase ook gehanteerd voor blootstelling aan omwonenden. De gezondheidskunde referentiewaarde AOEL gaat uit van een veiligheidsmarge van tenminste 100%. Indien het percentage blootstelling onder de 100% blijft, dan wordt het blootstellingsniveau als acceptabel beschouwd. Het resultaat in tabel 1 betreft de som van de percentages van de relevante blootstellingsroutes en is gebaseerd op het minimale watervolume. Tabel 1: Resultaten Acceptabele Operator Exposure Level (AOEL) Resident Child op 5 meter afstand Werkzame stof

Gewasbeschermingsmiddel

Percentage*

Azoxystrobin

Ortiva

0,48

Benfluralin

Bonalan

7,8

Bentazon

Basagran

53,9

Captan

Merpan spuitkorrel

22,6

Clomazone

Centium 360 CS

12,3

Flonicamid

Teppeki

18

Fluopicolide & Propamocarb

Infinito

8,08

Glyfosaat

Clinic N

2,6

*som van bloostelling dermaal / inhalatoir / oraal EFSA model Op basis van de hiervoor weergegeven resultaten blijkt dat de in de praktijk en planologische situatie meest gebruikte en de voor het gezondheidsrisico maatgevende gewasbeschermingsmiddelen, op een afstand van vijf meter, niet leiden tot een overschrijding van de AOEL. Het blootstellingspercentage van de afzonderlijke gewasbeschermingsmiddelen blijft namelijk onder de 100%.

Pagina 15

SPA WNP ingenieurs

4.3

2200546.r01a

Discussie Meteorologie Het is een goed gebruik om bij toepassing van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet te spuiten bij een windrichting in de richting van driftgevoelige functies. Desondanks staat het de toepasser vrij om hier geen gehoor aan te geven. De ligging van de beschouwde agrarische percelen zijn ten opzichte van de overheersende windrichting ongunstig voor wat betreft de kans op eventuele verspreiding van drift tot in het plangebied en de mogelijke blootstelling daaraan. Op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer geldt een verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij een windsnelheid groter dan vijf meter per seconde. Hierbij wordt voor de windsnelheid bij neerwaartse bespuitingen uitgegaan van een windsnelheid gemeten op twee meter hoogte. Bij op- en zijwaartse bespuitingen wordt uitgegaan van één meter boven de gemiddelde boomhoogte. Het EFSA-model rekent met een vaste windsnelheid van 2,7 meter per seconde. Die waarde is gebaseerd op metingen in een veldgewas onder acceptabele spuitcondities24. Ook voor het Nederlandse klimaat is deze windsnelheid als representatief te beschouwen. Voor de locatie specifieke situatie geldt dat er sprake is van een gemiddeld hogere windsnelheid. Cumulatie In de huidige beoordelingsmethodiek voor toelating, die het Ctgb gebruikt, wordt geen rekening gehouden met het gelijktijdig gebruik van meerdere middelen.

EFSA25 heeft geconcludeerd dat de gezondheidsrisico’s vanwege gelijktijdige blootstelling aan meerdere gewasbeschermingsmiddelen gering zijn, omdat er geen bewijs is dat bepaalde werkzame stoffen elkaar versterken. Het wordt aannemelijk geacht dat chemische stoffen, die verschillen in werkingsmechanisme, elkaar niet beïnvloeden en dat stoffen elkaar enkel versterken als het werkingsprincipe gelijk is. Wel is het zo dat het onderzoek op dit vlak niet is afgerond. Hetgeen ook door het RIVM11 is aangegeven. Uit de in paragraaf 4.2 gepresenteerde resultaten, op basis van een worstcase benadering, blijkt dat blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen, als gevolg van drift op een afstand van vijf meter van het gewas, in dit geval uit de bestemmingsgrens, niet leidt tot een overschrijding van de AOEL. De leemte in kennis ten aanzien van cumulatie wordt echter beschouwd als een onzekerheid. Om die reden wordt voor onderhavige locatie specifieke situatie, op basis van de meest actuele inzichten26 en in lijn met jurisprudentie27, uit voorzorg een correctiefactor van 2 toegepast op het berekende blootstellingspercentage.

Daarbij wordt opgemerkt dat in de keuze voor de hoogte van de correctiefactor rekening is gehouden met het volgende: · Het is niet gebruikelijk, of zelfs zeer uitzonderlijk, dat meerdere gewasbeschermingsmiddelen met dezelfde werkzame stof of stoffen tegelijkertijd worden gespoten. De reden daarvan is, dat verhoging van de dosering tot boven de toepassingsnorm per middel niet tot een betere bescherming van het gewas of bestrijding van de plaag leidt. De werking van het middel wordt er met andere woorden niet beter door. · Gewasbeschermingsmiddelen zijn kostbaar en worden vanuit bedrijfseconomische redenen zuinig toegepast. In spuitadviezen van professionele partijen is geen sprake van een dosering aan werkzame stof die hoger is dan de toepassingsnorm van het Ctgb. In tabel 2 zijn de resultaten op een afstand van vijf meter gepresenteerd met toepassing van de vermenigvuldigingsfactor.

Pagina 16

SPA WNP ingenieurs

2200546.r01a

Tabel 2: Locatie specifieke resultaten Acceptabele Operator Exposure Level (AOEL) Resident Child op vijf meter afstand Werkzame stof

Gewasbeschermingsmiddel

Percentage*

Factor

Percentage gecorrigeerd

Azoxystrobin

Ortiva

0,48

2

0,96

Benfluralin

Bonalan

7,8

2

15,6

Bentazon

Basagran

53,9

2

107,8

Captan

Merpan spuitkorrel

22,6

2

45,2

Clomazone

Centium 360 CS

12,3

2

24,6

Flonicamid

Teppeki

18

2

36

Fluopicolide & Propamocarb

Infinito

8,08

2

16,16

Glyfosaat

Clinic N

2,6

2

5,2

* zie tabel 1 Op basis van tabel 2 blijkt dat, met inachtneming van de vermenigvuldigingsfactor, voor uitsluitend het middel Basagran, niet voldaan kan worden aan de gezondheidskundige norm van 100%. 4.4

Advies Op basis van de resultaten blijkt dat op een afstand van vijf meter er voor één middel niet voldaan wordt aan de gezondheidskundige norm van 100%. Om die reden is onderzocht wat de blootstelling op een grotere afstand dan vijf meter is. In tabel 3 hierna zijn de resultaten op een afstand van 10 meter gepresenteerd met toepassing van de vermenigvuldigingsfactor. Tabel 3: Resultaten AOEL Resident Child op 10 meter afstand op basis factor cumulatie Werkzame stof

Gewasbeschermingsmiddel

Percentage*

Factor

Percentage gecorrigeerd*

Azoxystrobin

Ortiva

0,46

2

0,92

Benfluralin

Bonalan

6,4

2

12,8

Bentazon

Basagran

43,4

2

86,8

Captan

Merpan spuitkorrel

17,1

2

34,2

Clomazone

Centium 360 CS

11,6

2

23,2

Flonicamid

Teppeki

17,1

2

34,2

Fluopicolide & Propamocarb

Infinito

6,66

2

13,32

Glyfosaat

Clinic N

2,1

2

4,2

Op basis van tabel 3 blijkt dat, met inachtneming van de vermenigvuldigingsfactor, op een afstand van 10 meter voldaan wordt aan de gezondheidskundige norm van 100%.

Pagina 17

SPA WNP ingenieurs

4.5

2200546.r01a

Beoordeling beoogde situatie Op basis van de resultaten wordt er, ten aanzien van de nieuwe driftgevoelige bestemming in het plangebied, een spuitzone van minimaal 10 meter geadviseerd. Uit de locatiespecifieke situatie is gebleken dat de westelijke percelen op nul meter afstand van het plangebied liggen. Echter, op basis van de beoogde situatie, blijkt dat de afstanden tussen de agrarische percelen en de voor driftgevoelige bestemmingen/functies niet aan elkaar grenzen. Tussen de westelijke percelen en het plangebied is namelijk voorzien in de aanleg van een weg en een verlenging van de noordelijke watergang met een bomenrij in de slootberm, waardoor de afstand tussen de westelijke percelen en de toekomstige tuinen van de woningen circa 16,5 meter bedraagt. Daarbij is het uitgangspunt dat de zone met de sloot en de weg geen voor drift gevoelige functie is, doordat langdurig menselijk verblijf ter plaatse niet aannemelijk is. De volgende afbeelding geeft een overzicht. Afbeelding 7: Afstand westelijke percelen tot plangebied

16,5 m

Pagina 18

SPA WNP ingenieurs

5

2200546.r01a

CONCLUSIE EN AANBEVELING In opdracht van de gemeente Goes is een locatie specifiek onderzoek spuitzone uitgevoerd ten behoeve van de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk in Wilhelminadorp. In de directe omgeving van het plangebied bevindt zich op minder dan 50 meter afstand een agrarisch perceel, waarop het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet is uitgesloten. Met het onderzoek is bepaald of de nieuwe woningen op de beoogde locatie mogelijk zijn, in relatie tot risico’s voor de volksgezondheid. Dit vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift van naastgelegen agrarisch percelen. Voor de beoordeling van de locatie specifieke situatie is in dit onderzoek gebruikt gemaakt van het EFSA rekenmodel. In dit locatie specifieke onderzoek is uitgegaan van het gebruik van voor het gezondheidsrisico representatieve gewasbeschermingsmiddelen, die voor de naastgelegen agrarische percelen zijn toegelaten en de wijze van toepassen daarvan. Daarbij is rekening gehouden met de locatie specifieke en maatgevende planologisch toegestane situatie. Op basis van de resultaten uit dit onderzoek blijkt dat de gewasbeschermingsmiddelen, op een afstand van vijf meter, leiden tot een overschrijding van de AOEL. Het blootstellingspercentage van de afzonderlijke gewasbeschermingsmiddelen is namelijk boven de 100% voor één middel.

Bij een afstand van 10 meter vindt er geen overschrijding van het AOEL plaats. Voor de 10 meter zone dient uitgegaan te worden van de afstand tussen de agrarische perceelsgrens en de grens van de driftgevoelige bestemming. Op basis van de beoogde situatie betekent dit dat ten opzichte van alle onderzochte agrarische percelen aan het advies voldaan wordt. De percelen liggen weliswaar op nul meter afstand, maar door de invulling van het plangebied liggen de driftgevoelige functies/bestemmingen (tuinen) op een afstand die ruimer is dan 10 meter. Het dichtstbijzijnde agrarische perceel ligt op 16,5 meter van driftgevoelige functies/bestemmingen. Op basis van dit advies is het wooninitiatief op de beoogde locatie mogelijk, in relatie tot risico’s voor de volksgezondheid, vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen, via drift vanuit de agrarische percelen. Ook wordt de bedrijfsvoering en toekomstige ontwikkelingsmogelijkheid van de agrarisch ondernemers niet belemmerd, als gevolg van de beoogde ontwikkeling.

SPA WNP ingenieurs

Pagina 19

BIJLAGEN

SPA WNP ingenieurs

2200546.r01 Bijlage 1.1

Literatuurlijst 1 Gezondheidsraad, gewasbescherming en omwonenden, januari 2014, I-828-11Hvd/pm/887-K1 2 Van Hemmen JJ, 2008. Addendum to the TNO Report V7333: effective personal protective equipment

(PPE). Default setting of PPE for registration purposes of agrochemical and biocidal pesticides. Covering the literature published in the period 2005 to early 2008. TNO Quality of Life, TNO Chemistry, Food & Chemical Risk Analysis, Chemical Exposure assessment, Zeist, The Netherlands. 3 Gebaseerd op:

Butler Ellis MC, Lane AG, O’Sullivan CM, Miller PCH and Glass CR, 2010a. Bystander exposure to pesticide spray drift: new data for model development and validation Biosystems Engineering, 107, 162– 168. Butler Ellis MC and Miller PCH, 2010. The Silsoe Spray Drift Model: a model of spray drift for the assessment of non-target exposures to pesticides. Biosystems Engineering, 107, 169–177. Glass CR, Mathers JJ, Harrington P, Miller PCH, Butler Ellis C and Lane A, 2010. Generation of field data for bystander exposure and spray drift with arable sprayers. Aspects of Applied Biology, 99, 271–276. Glass CR, Mathers JJ, Hetmanski MT, Sehnalova M and Fussell RJ, 2012. Development of techniques to measures vapour concentrations of pesticides to determine potential bystander & resident exposure. Aspects of Applied Biology, 114, 79–86. 4 Lloyd GA, Bell GJ, Samuels SW, Cross JV and Berry AM, 1987. Orchard sprayers: comparative operator

exposure and spray drift study. Agricultural Science Service, Agricultural Development and Advisory Service, Ministry of Agriculture Fisheries and Food, UK.:

5 EFSA, Guidance on the assessment of exposure of operators, workers, residents and bystanders in risk

assessment for plant protection products, EFSA Journal 2014;12(10):3874, 25

6 Fuller R, Klonne D, Rosenheck L, Eberhart D, Worgan J and Ross J, 2001. Modified California Roller for

measuring transferable residues on treated turfgrass. Bulletin of Environmental Contamination and Toxicology, 67, 787–794.

7 Rosenheck L, Cowell J, Mueth M, Eberhart D, Klonne D, Norman C and Ross J, 2001. Determination of a

standardized sampling technique for pesticide transferable turf residues. Bulletin of Environmental Contamination and Toxicology, 67, 780–786.

8 US EPA (US Environmental Protection Agency), 2001. Science Advisory Council for Exposure, policy

number 12, recommended revisions to the standard operating procedures (SOPs) for residential exposure assessments. Office of Pesticide Programs, Health Effects Division, Washington, DC, USA.

9 RD (The Chemical Regulation Directorate, UK), 2008. Bystander Exposure Guidance. 10 Martin S, Westphal D, Erdtmann-Vourliotis M, Dechet F, Schulze-Rosario C, Stauber F, Wicke H and

Chester G, 2008. Guidance for exposure and risk evaluation for bystanders and residents exposed to plant protection products during and after application Journal für Verbraucherschutz und Lebensmittelsicherheit, 3, 272–281. 11 RIVM, onderzoek Bestrijdingsmiddelen en omwonenden, april 2019, RIVM rapport 2019-0052 12 Gezondheidsraad, vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden, juni 2020, rapport 2020/1 13 Windfinder.com, Waarnemingen 02-2006 t/m 08-2022 station Wilhelminadorp

Pagina 1

SPA WNP ingenieurs

2200546.r01 Bijlage 1.2

14 https://toelatingen.ctgb.nl/nl/authorisations

15 Ctgb gebruiksvoorschrift Ortiva, 30 juni 2022 16 Ctgb gebruiksvoorschrift Bonalan, 22 juni 2022 17 Ctgb gebruiksvoorschrift Basagran, 31 december 2021 18 Ctgb gebruiksvoorschrift Merpan Spuitkorrel, 10 juni 2022

19 Ctgb gebruiksvoorschrift Centium 360 CS, 10 juni 2022 20 Ctgb gebruiksvoorschrift Teppeki, 8 april 2022

21 Ctgb gebruiksvoorschrift Infinito, 7 oktober 2022 22 Ctgb gebruiksvoorschrift Clinic N, 31 december 2021 23 Gebaseerd op:

-

European Food Safety Authority (EFSA). (2010). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance azoxystrobin. EFSA Journal 2010;8(4):1542

-

European Food Safety Authority (EFSA). (2022). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance benfluralin. EFSA Journal 2022;20(9):7556

-

European Food Safety Authority (EFSA). (2015). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance bentazone. EFSA Journal 2015;13(4):4077

-

European Food Safety Authority (EFSA). (2020). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance captan. EFSA Journal 2020;18(9):6230

-

European Food Safety Authority (EFSA). (2007). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance clomazone. EFSA Scientific Report 109,1-73

-

European Food Safety Authority (EFSA). (2010). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance flonicamid. EFSA Journal 2010; 8(5):1445

-

European Food Safety Authority (EFSA). (2009). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance fluopicolide. EFSA Scientific Report 299,1-158

-

European Food Safety Authority (EFSA). (2015). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance glyphosate. EFSA Journal 2015;13(11):4302

24 Department for Enviornment, Foord & Rural Affairs. Health and Safety Executive Code of practice for

using protection products.

25 EFSA Journal 2013;11(7):3293 26 Gebaseerd op:

Reffstrup,T.K., Larsen,J.C., and Meyer,O. (2010). Risk assessment of mixtures of pesticides. Current approaches and future strategies. Regul. Toxicol. Pharmacol., 56 (2), 174-192.

Scientific Opinion on the identification of pesticides to be included in cumulative assessment groups on the basis of their toxicological profile. EFSA Journal, 11(7), 131, 2013. 27 Uitspraak 201903692/1/R4, d.d.24 april 2021 ECLI:NL:RVS:2021:851

Pagina 2

SPA WNP ingenieurs

Ortiva

2200546 Bijlage 2.1

Exposure assessment for operator, worker, resident and bystander Product: Ortiva OPEX version: 0.3.22 17 October 2022

SPA WNP ingenieurs

Ortiva

2200546 Bijlage 2.2

1. Information on product and active substance(s) Product name

Ortiva

Formulation type

Soluble concentrates, emulsifiable concentrate, etc.

Product category

Other

Name of active substance

Azoxystrobin

Concentration of active substance [g a.s./l or kg]

250

AOEL [mg/kg bw/day]

0.2

AAOEL [mg/kg bw] Inhalation absorption [%]

100

Oral absorption [%]

100

Dermal absorption [%] (concentrate)

0.3

SPA WNP ingenieurs

Ortiva

2200546 Bijlage 2.3

2. Assessed uses Use s

Crop s

Max. applicatio n rate of Uni the t product [l or kg/ha]

Use 1

Field crops

1 l/ha

3

10

200

800 Outdoor

Downward spraying

Normal

Vehiclemounted

50

Use 2

Field crops

1 l/ha

3

10

200

800 Outdoor

Downward spraying

Normal

Vehiclemounted

50

Interval Max. no. of between application multiple s application s [days]

Min. volum e water [l/ha]

Max. volum Indoor/outdo e or water [l/ha]

Applicatio n method

Type of cultivatio n

Applicatio n technique

Drift reductio n [%]

SPA WNP ingenieurs

Bonalan

2200546 Bijlage 2.4

Exposure assessment for operator, worker, resident and bystander Product: Bonalan OPEX version: 0.3.22 18 October 2022

SPA WNP ingenieurs

Bonalan

2200546 Bijlage 2.5

1. Information on product and active substance(s) Product name

Bonalan

Formulation type

Soluble concentrates, emulsifiable concentrate, etc.

Product category

Herbicide

Name of active substance

Benfluralin

Concentration of active substance [g a.s./l or kg]

180

AOEL [mg/kg bw/day]

0.11

AAOEL [mg/kg bw] Inhalation absorption [%]

100

Oral absorption [%]

100

Dermal absorption [%] (concentrate)

2

SPA WNP ingenieurs

Bonalan

2200546 Bijlage 2.6

2. Assessed uses Use s

Crop s

Max. applicatio n rate of Uni the t product [l or kg/ha]

Use 1

Field crops

8 l/ha

1

NA

200

400 Outdoor

Downward spraying

Normal

Vehicle50 mounted

Use 2

Field crops

8 l/ha

1

NA

200

400 Outdoor

Downward spraying

Normal

Vehicle50 mounted

Interval Max. no. of between application multiple s application s [days]

Min. volum e water [l/ha]

Max. volum Indoor/outdo e or water [l/ha]

Applicatio n method

Type of cultivatio n

Applicatio Drift n reductio technique n [%]

SPA WNP ingenieurs

Basagran

2200546 Bijlage 2.7

Exposure assessment for operator, worker, resident and bystander Product: Basagran OPEX version: 0.3.22 18 October 2022

SPA WNP ingenieurs

Basagran

2200546 Bijlage 2.8

1. Information on product and active substance(s) Product name

Basagran

Formulation type

Soluble concentrates, emulsifiable concentrate, etc.

Product category

Herbicide

Name of active substance

Bentazon

Concentration of active substance [g a.s./l or kg]

480

AOEL [mg/kg bw/day]

0.13

AAOEL [mg/kg bw] Inhalation absorption [%]

100

Oral absorption [%]

100

Dermal absorption [%] (concentrate)

25

SPA WNP ingenieurs

Basagran

2200546 Bijlage 2.9

2. Assessed uses Use s

Crop s

Max. applicatio n rate of Uni the t product [l or kg/ha]

Use 1

Field crops

2 l/ha

2

7

100

400 Outdoor

Downward spraying

Normal

Vehiclemounted

50

Use 2

Field crops

2 l/ha

2

7

100

400 Outdoor

Downward spraying

Normal

Vehiclemounted

50

Interval Max. no. of between application multiple s application s [days]

Min. volum e water [l/ha]

Max. volum Indoor/outdo e or water [l/ha]

Applicatio n method

Type of cultivatio n

Applicatio n technique

Drift reductio n [%]

SPA WNP ingenieurs

Merpan spuitkorrel

2200546 Bijlage 2.10

Exposure assessment for operator, worker, resident and bystander Product: Merpan spuitkorrel OPEX version: 0.3.22 18 October 2022

SPA WNP ingenieurs

Merpan spuitkorrel

2200546 Bijlage 2.11

1. Information on product and active substance(s) Product name

Merpan spuitkorrel

Formulation type

Wettable granules, soluble granules

Product category

Other

Name of active substance

Captan

Concentration of active substance [g a.s./l or kg]

800

AOEL [mg/kg bw/day]

0.25

AAOEL [mg/kg bw] Inhalation absorption [%]

100

Oral absorption [%]

100

Dermal absorption [%] (concentrate)

0.8

SPA WNP ingenieurs

Merpan spuitkorrel

2200546 Bijlage 2.12

2. Assessed uses Max. applicati on rate of the Unit product [l or kg/ha]

Max. no. of applicati ons

Interval between multiple applicati ons [days]

Min. volume water [l/ha]

Max. volume Indoor/o water utdoor [l/ha]

Applicati on method

Type of cultivati on

Applicati Drift on reductio techniqu n [%] e

Uses

Crops

Use 1

Orchards

1.8 kg/ha

15

7

500

1440 Outdoor

Upward spraying

Normal

Vehicle50 mounted

Use 2

Orchards

1.8 kg/ha

15

7

500

1440 Outdoor

Upward spraying

Normal

Vehicle50 mounted

SPA WNP ingenieurs

Centium 360 CS

2200546 Bijlage 2.13

Exposure assessment for operator, worker, resident and bystander Product: Centium 360 CS OPEX version: 0.3.22 18 October 2022

SPA WNP ingenieurs

Centium 360 CS

2200546 Bijlage 2.14

1. Information on product and active substance(s) Product name

Centium 360 CS

Formulation type

Soluble concentrates, emulsifiable concentrate, etc.

Product category

Herbicide

Name of active substance

Clomazone

Concentration of active substance [g a.s./l or kg]

360

AOEL [mg/kg bw/day]

0.133

AAOEL [mg/kg bw] Inhalation absorption [%]

100

Oral absorption [%]

100

Dermal absorption [%] (concentrate)

100

SPA WNP ingenieurs

Centium 360 CS

2200546 Bijlage 2.15

2. Assessed uses Use s

Crop s

Max. applicatio n rate of Uni the t product [l or kg/ha]

Use 1

Field crops

0.25 l/ha

1

NA

200

400 Outdoor

Downward spraying

Normal

Vehiclemounted

50

Use 2

Field crops

0.25 l/ha

1

NA

200

400 Outdoor

Downward spraying

Normal

Vehiclemounted

50

Interval Max. no. of between application multiple s application s [days]

Min. volum e water [l/ha]

Max. volum Indoor/outdo e or water [l/ha]

Applicatio n method

Type of cultivatio n

Applicatio n technique

Drift reductio n [%]

SPA WNP ingenieurs

Teppeki

2200546 Bijlage 2.16

Exposure assessment for operator, worker, resident and bystander Product: Teppeki OPEX version: 0.3.22 18 October 2022

SPA WNP ingenieurs

Teppeki

2200546 Bijlage 2.17

1. Information on product and active substance(s) Product name

Teppeki

Formulation type

Wettable granules, soluble granules

Product category

Other

Name of active substance

Flonicamid

Concentration of active substance [g a.s./l or kg]

500

AOEL [mg/kg bw/day]

0.025

AAOEL [mg/kg bw] Inhalation absorption [%]

100

Oral absorption [%]

100

Dermal absorption [%] (concentrate)

7.46

SPA WNP ingenieurs

Teppeki

2200546 Bijlage 2.18

2. Assessed uses Use s

Crops

Max. applicatio n rate of Unit the product [l or kg/ha]

Use 1

Orchard s

0.14

kg/h a

3

21

200

1000 Outdoor

Upward spraying

Normal

Vehiclemounted

50

Use 2

Orchard s

0.14

kg/h a

3

21

200

1000 Outdoor

Upward spraying

Normal

Vehiclemounted

50

Max. no. of applicatio ns

Interval between multiple applicatio ns [days]

Min. volum e water [l/ha]

Max. volum Indoor/outdo e or water [l/ha]

Type of Applicatio Drift Applicatio cultivatio n reductio n method n technique n [%]

SPA WNP ingenieurs

Infinito

2200546 Bijlage 2.19

Exposure assessment for operator, worker, resident and bystander Product: Infinito OPEX version: 0.3.22 18 October 2022

SPA WNP ingenieurs

Infinito

2200546 Bijlage 2.20

1. Information on product and active substance(s) Product name

Infinito

Formulation type

Soluble concentrates, emulsifiable concentrate, etc.

Product category

Other

Name of active substance

Fluopicolide

Concentration of active substance [g a.s./l or kg]

62.5

AOEL [mg/kg bw/day]

0.05

AAOEL [mg/kg bw] Inhalation absorption [%]

100

Oral absorption [%]

100

Dermal absorption [%] (concentrate)

0.24

Name of active substance

Propamocarb

Concentration of active substance [g a.s./l or kg]

625

AOEL [mg/kg bw/day]

0.05

AAOEL [mg/kg bw] Inhalation absorption [%]

100

Oral absorption [%]

100

Dermal absorption [%] (concentrate)

0.24

SPA WNP ingenieurs

Infinito

2200546 Bijlage 2.21

2. Assessed uses Use s

Crop s

Max. applicatio n rate of Uni the t product [l or kg/ha]

Use 1

Field crops

1.6 l/ha

5

7

200

400 Outdoor

Downward spraying

Normal

Vehiclemounted

50

Use 2

Field crops

1.6 l/ha

5

7

200

400 Outdoor

Downward spraying

Normal

Vehiclemounted

50

Interval Max. no. of between application multiple s application s [days]

Min. volum e water [l/ha]

Max. volum Indoor/outdo e or water [l/ha]

Applicatio n method

Type of cultivatio n

Applicatio n technique

Drift reductio n [%]

SPA WNP ingenieurs

Clinic N

2200546 Bijlage 2.22

Exposure assessment for operator, worker, resident and bystander Product: Clinic N OPEX version: 0.3.22 18 October 2022

SPA WNP ingenieurs

Clinic N

2200546 Bijlage 2.23

1. Information on product and active substance(s) Product name

Clinic N

Formulation type

Soluble concentrates, emulsifiable concentrate, etc.

Product category

Herbicide

Name of active substance

Glyfosaat

Concentration of active substance [g a.s./l or kg]

360

AOEL [mg/kg bw/day]

0.1

AAOEL [mg/kg bw] Inhalation absorption [%]

100

Oral absorption [%]

100

Dermal absorption [%] (concentrate)

1

SPA WNP ingenieurs

Clinic N

2200546 Bijlage 2.24

2. Assessed uses Use s

Crop s

Max. applicatio n rate of Uni the t product [l or kg/ha]

Use 1

Field crops

6 l/ha

1

NA

150

400 Outdoor

Downward spraying

Normal

Vehiclemounted

50

Use 2

Field crops

6 l/ha

1

NA

150

400 Outdoor

Downward spraying

Normal

Vehiclemounted

50

Interval Max. no. of between application multiple s application s [days]

Min. volum e water [l/ha]

Max. volum Indoor/outdo e or water [l/ha]

Applicatio n method

Type of cultivatio n

Applicatio n technique

Drift reductio n [%]

Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Hoenderkamp 20 | 7812 VZ EMMEN | 0591 238 110

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14419912/1