CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

047. Bijlage 3 Ecologie Quick Scan

Besluitvormende raad 19 september 2024, gemeente GoesBij agendapunt: Bestemmingsplan Wilhelminadorp-Zuid3.621 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTITIE

Gemeente Goes tav. de heer L. Openneer M.A. de Ruijterlaan 2 4461 GE Goes

DATUM:

17 mei 2022

ONS KENMERK:

22-0009/22.03319/IngHR

UW KENMERK:

opdrachtverlening dd. 1 maart 2022

AUTEUR:

drs. ing. I. Hille Ris Lambers

PROJECTLEIDER:

drs. ing. I. Hille Ris Lambers

STATUS:

versie 1.1

CONTROLE:

drs. D. Emond

Notitie quickscan beschermde soorten woningbouwontwikkeling, Wilhelminadorp

en

gebieden

De gemeente Goes is voornemens om op een landbouwperceel aan de zuidwestelijke zijde van Wilhelminadorp woningbouw te realiseren. Bureau Waardenburg heeft op basis van een oriënterend veldonderzoek (dd. 28 maart 2022) en bronnenonderzoek de effecten van deze ingreep op beschermde soorten beoordeeld in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).

Conclusie Conclusie Wnb – onderdeel soortenbescherming Op basis van de beschikbare informatie kan geen uitsluitsel worden gegeven over de betekenis van de aanwezige beplanting (houtwallen) voor vleermuizen, wezel, hermelijn, konijn en haas. Om hierover uitsluitsel te kunnen geven, is nader onderzoek nodig. Indien het plangebied van betekenis is voor deze soort(en), kan naar het oordeel van het bevoegd gezag een ontheffing van de Wnb noodzakelijk zijn. Bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden dient daarnaast rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van broedende vogels om negatieve effecten op deze soorten - en daarmee overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb - te voorkomen. Door buiten de periode maart- augustus te werken, worden effecten op broedende vogels voorkomen. Notitie quickscan beschermde soorten en gebieden woningbouwontwikkeling, Wilhelminadorp

1

Tenslotte vormt het plangebied leefgebied voor enkele algemeen voorkomende beschermde soorten grondgebonden zoogdieren en amfibieën. De ontwikkeling van watergangen en beplantingen in het kader van de voorgenomen woningbouw kunnen deze soorten treffen. Het gaat om soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt voor overtreding van verbodsbepalingen bij werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Een ontheffing is dus niet nodig. Conclusie Wnb – onderdeel gebiedenbescherming (Significante) effecten op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden worden uitgesloten vanwege de afstand tot deze gebieden (> 1km) en de invloedssfeer van de werkzaamheden, die niet verder zal reiken dan circa 100 m. (Effecten van) stikstofdepositie zijn niet onderzocht. Deze conclusies worden hieronder toegelicht.

Toelichting Plangebied Het plangebied betreft een vierkante akker met een oppervlakte van 17.471 m2. Ten tijde van het veldonderzoek lag de akker braak. Aan noordzijde van het plangebied bevindt zich een perceelsloot en een houtwal met goed ontwikkelde elzen; deze behoren tot het plangebied. Net ten noorden daarvan ligt een berm met grazige vegetatie en de bestaande bebouwing van Wilhelminadorp. Aan de oostzijde van het plangebied bevindt zich een perceelsloot en daarachter, buiten het plangebied, de bestaande bebouwing van Wilhelminadorp. Aan de westzijde van het plangebied bevinden zich nog meer akkers. Aan de zuidzijde van het plangebied staat een houtwal met diverse struweel- en boomsoorten. Ten zuiden van de houtwal bevindt zich een perceelsloot. Deze houtwal en de watergang behoren tot het plangebied. Ten zuiden van het plangebied voor de woningbouw bevindt zich een groenzone met een oppervlakte van 12.840 m2. Ten behoeve van de bouw is een tijdelijke bouwweg voorzien door dit perceel; de exacte ligging daarvan is nog niet bekend. In dit perceel staan solitaire populieren in een weide. Ten zuiden van (buiten) de groenzone bevindt zich een waterpartij; deze blijft onaangetast. Ten behoeve van de bouwweg wordt mogelijk een enkele boom gekapt.

Notitie quickscan beschermde soorten en gebieden woningbouwontwikkeling, Wilhelminadorp

2

Figuur 1

Ligging plangebied (rood omkaderd). De door bouwverkeer te passeren groenzone is aangegeven met zwarte arcering (Esri Nederland, Community Map Contributors | Esri Nederland, beeldmateriaal.nl | Esri Nederland, Kadaster | Esri Nederland, AHN)

Notitie quickscan beschermde soorten en gebieden woningbouwontwikkeling, Wilhelminadorp

3

Voorgenomen ingreep Informatie over de voorgenomen ingreep is aangeleverd door de gemeente Goes. De voorgenomen ingreep betreft de ontwikkeling van woningbouw. Op het terrein worden circa 40 woningen gebouwd. Er wordt gewerkt met een gesloten grondbalans; ten behoeve van de woningbouw wordt dus geen grond aangevoerd. Wel worden kabels en leidingen en infrastructuur ten behoeve van de bouw aangebracht. Na aanbrengen van de woningen worden verhardingen (ontsluiting) en groenvoorzieningen aangebracht. Uitvoerings- en gebruiksfase De uitvoering is voorzien in 2024. Met de ontwikkeling is een bouwperiode van circa 3-4 jaar gemoeid. Hierbij wordt gemotoriseerd materieel ingezet zoals vrachtwagens, kraanmachines, graafmachines. In de gebruiksfase maken bewoners onder andere gebruik van centrale verwarming en auto’s. Omdat de ontsluiting via de bestaande kern van Wilhelminadorp is voorzien, zal in het aangrenzend (westelijk) agrarisch buitengebied geen betreding of ontsluiting plaatsvinden. Wettelijk kader Wnb – onderdeel soortenbescherming Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de soortenbescherming zoals opgenomen in de Wnb. Bij toepassing van de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en Beschermingsregime andere soorten.

Voor een aantal landelijk algemeen voorkomende soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren van het Beschermingsregime andere soorten heeft de provincie Zeeland een vrijstelling van verbodsbepalingen verleend voor werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Voor andere beschermde soorten geldt geen vrijstelling en kan een ontheffing nodig zijn als de werkzaamheden leiden tot overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb. Wnb – onderdeel gebiedenbescherming Op ruim een kilometer ten noorden van het plangebied bevindt zich Natura 2000-gebied Oosterschelde (Figuur 2). Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand. Natura 2000-gebied Oosterschelde is aangewezen voor habitattypen, habitatsoorten, broedvogels en niet-broedvogels. Het betreft vegetatietypen en soorten die horen bij een intergetijdengebied en binnendijks gelegen gebieden. Binnendijks worden langs de oever van de Oosterschelde karrevelden, inlagen en kreekrestanten tot het gebied gerekend. Deze gebieden bestaan voornamelijk uit vochtige graslanden en open water.

Notitie quickscan beschermde soorten en gebieden woningbouwontwikkeling, Wilhelminadorp

4

Houtwal aan de noordzijde van het plangebied; links gezien vanaf west, rechts vanaf zuidoost.

Zicht vanaf oost richting de zuidelijke houtwal en groenzone (l) en richting noordwest over de akker (r ).

Zicht op de perceelsloot en bebouwing van Wilhelminadorp vanaf zuidoost, richting noord. Notitie quickscan beschermde soorten en gebieden woningbouwontwikkeling, Wilhelminadorp

5

Figuur 2.

Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden.

Toetsing aan het beleid ten aanzien van het NNN Het plangebied ligt op circa 500 m ten opzichte van het terreinen die behoren tot het NNN (figuur 3). Omdat het NNN in Zeeland geen externe werking kent, worden effecten op natuurdoelen van het NNN uitgesloten.

Notitie quickscan beschermde soorten en gebieden woningbouwontwikkeling, Wilhelminadorp

6

Figuur 3.

Ligging van het plangebied ten opzichte van terreinen die onderdeel vormen van het NNN.

Methodiek onderzoek Wnb – onderdeel soortenbescherming Voorliggende toetsing in het kader van de Wnb is opgesteld op basis van een eenmalig veldbezoek, de huidige ter beschikking staande kennis en inschattingen van deskundigen. Effecten zijn bepaald en beoordeeld op basis van de functie van het plangebied van beschermde soorten en de voorgenomen ingreep. Voor een actueel overzicht van beschermde soorten die in de regio voorkomen is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd op 26 maart 2022. Bij het raadplegen van de NDFF is uitgegaan van een zoekgebied met een straal van ca. drie km Notitie quickscan beschermde soorten en gebieden woningbouwontwikkeling, Wilhelminadorp

7

om het plangebied en gegevens tot vijf jaar oud. Daarnaast is, voor zover nodig, gebruik gemaakt van achtergronddocumentatie (zie literatuurlijst). Het plangebied is op 28 maart bezocht. Tijdens het terreinbezoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, nesten, holen, uitwerpselen, haren, etc). Op basis van terreinkenmerken en expert judgement is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. Toetsing aan Wnb onderdeel gebiedenbescherming Het plangebied ligt op ruime afstand van de Oosterschelde, fungeert als akker met intensief agrarisch gebruik. De natuurlijke functies zijn tot een minimum zijn teruggedrongen door de teelt van gewassen. Terreinen buiten Natura 2000-gebieden kunnen op grond van externe werking van belang zijn (en een beschermde betekenis hebben) voor soorten waarvoor instandhoudingsdoelen zijn bepaald. Dat kan het geval zijn voor niet-broedvogels (zoals grauwe gans) die terreinen buiten het Natura 2000-gebied gebruiken om te foerageren. Het plangebied kan in de periode dat zich gewassen op de akker bevinden gebruikt worden door foeragerende ganzen. Het plangebied heeft geen wezenlijke betekenis als foerageergebied voor niet-broedvogels van de Oosterschelde.

Als foerageergebied zijn in de wijde omgeving vele akkers beschikbaar. Het plangebied heeft daarom geen functie voor de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied of andere Natura 2000-gebieden. De werkzaamheden kunnen leiden tot (tijdelijke) verstoring door geluid, licht en trillingen. Natura 2000-gebieden liggen echter op zodanig grote afstand van het plangebied dat verstoring als gevolg van aanleg en gebruik niet aan de orde zijn (Krijgsveld et al., 2022). Daarom zijn indirecte effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van verstoring door licht, geluid, beweging en trillingen op deze gebieden op voorhand uit te sluiten. De woningbouw kan leiden tot extra stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats van Natura 2000-gebieden als gevolg van de inzet van materieel en de extra verkeersbewegingen. Ook in de gebruiksfase zal de woningbouw leiden tot extra verkeersbewegingen en gebruik van cv. Effecten van additionele depositie zijn niet berekend in onderhavige studie. Toetsing aan Wnb onderdeel soortbescherming Functie van het plangebied voor beschermde soorten Planten Uit de NDFF is de beschermde naakte lathyrus en bokkenorchis bekend. Naakte lathyrus is een zeer zeldzame vlinderbloemige van lichte bodems en zonnige standplaatsen en stond van oudsher vaak in graanakkers en klavervelden. De waarnemingen van deze soort komen vooral uit de bebouwde kom van Goes.

Bokkenorchis komt voor in bestendig beheerde, stikstofarme bermen en graslanden. Het plangebied en naastgelegen terrein zijn

Notitie quickscan beschermde soorten en gebieden woningbouwontwikkeling, Wilhelminadorp

8

(als intensief gebruikte akker in een poldergebied op zeeklei) niet geschikt voor naakte lathyrus, bokkenorchis of andere beschermde soorten. In de groenzone komen algemene grassen en kruiden voor van voedselrijke bodems. De ondergroei van de houtwallen is niet vlakdekkend onderzocht maar op grond van de aanwezige soorten in de vegetatie (braam, brandnetel, look-zonder-look, fluitenkruid) wordt het voorkomen van beschermde soorten ook hier uitgesloten. Ongewervelden Uit de ruime omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen van beschermde ongewervelden bekend (NDFF, 2022). Het voorkomen van beschermde ongewervelden in het plangebied wordt uitgesloten. Vissen Uit de ruime omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen van beschermde vissen bekend (NDFF, 2022). Vanwege de beperkte waterkolom, matige waterkwaliteit (en mogelijk brak water) wordt het voorkomen van beschermde vissen in sloten in en rondom het plangebied uitgesloten. Amfibieën Indien de sloten brak zijn, vormen deze daardoor geen geschikt voortplantingswater voor amfibieën. Indien de sloten niet brak zijn, kunnen ze voor beperkte aantallen algemeen voorkomende (niet- kritische) amfibieën gebruikt worden voor de voortplanting. Vanwege de naastgelegen agrarisch gebruikte akker is de waterkwaliteit beperkt en de geschiktheid daardoor gering.

In tuinvijvers in omliggende tuinen komen de algemeen voorkomende amfibieën vermoedelijk voor. In de houtwallen kunnen deze soorten geschikt landhabitat vinden. De akker heeft nauwelijks tot geen betekenis voor amfibieën. Voor deze soorten geldt een vrijstelling voor overtreding van verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen. Op grond van verspreidingsgegevens (NDFF) en het veldonderzoek wordt geconcludeerd dat het plangebied géén betekenis heeft voor andere beschermde soorten amfibieën. Reptielen Uit de ruime omgeving van het plangebied zijn geen reptielen bekend (NDFF, 2022). Een uitzondering is een locatie in Kattendijk; hier komen muurhagedis en hazelworm voor. Dit betreft uitgezette dieren. Het plangebied en ruime omgeving is niet geschikt voor reptielen; intensief gebruikte akkers en houtwallen vormen geen geschikt leefgebied. Het voorkomen van reptielen in het plangebied wordt uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Uit de ruime omgeving van het plangebied zijn de volgende beschermde grondgebonden zoogdieren bekend: haas, konijn, bunzing, wezel, hermelijn, woelrat, egel. Alle genoemde zoogdieren zijn van het ‘Beschermingsregime andere soorten’. Voor de meest soorten geldt dat er een vrijstelling is voor overtreding van verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen. Haas, konijn, wezel en hermelijn zijn in de provincie Zeeland niet vrijgesteld.

Notitie quickscan beschermde soorten en gebieden woningbouwontwikkeling, Wilhelminadorp

9

Het plangebied vormt (geschikt) leefgebied voor haas. In de houtwallen, ondergroei en groenzone kunnen de volgende soorten voorkomen: bunzing, egel, wezel, hermelijn, bosmuis, veldmuis, rosse woelmuis. In de houtwal en op de akker kunnen veldmuis, haas en konijn voorkomen. Konijn kan burchten hebben in de houtwal aan de zuidzijde van het plangebied. Haas kan eveneens gebruik malen van de houtwal en groenzone. Ook kleine marterachtigen zoals bunzing, hermelijn en wezel kunnen verblijfplaatsen hebben in deze houtwal. Kleine marterachtigen hebben veelal grote territoria (meerdere ha). Verspreid over het territorium hebben ze schuilplaatsen; vanwege de grote hoeveelheid oud hout en stronken (dekking) en de rustige ligging is de zuidelijke houtwal zeer geschikt. Vanwege de beperkte alternatieve locaties met dekking in het polderlandschap kan de houtwal van wezenlijke betekenis zijn voor wezel, bunzing en / of hermelijn. Op grond van verspreidingsgegevens (NDFF) en het veldonderzoek wordt geconcludeerd dat het plangebied géén betekenis heeft voor andere beschermde soorten grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen Uit de ruime omgeving zijn waarnemingen van gewone dwergvleermuis bekend (NDFF, 2022). Rust- en verblijfplaatsen Vanwege afwezigheid van gebouwen in het plangebied zijn verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen uitgesloten.

De groenzone met solitaire populieren vormt geschikt foerageergebied voor vleermuizen. De populieren zijn nog relatief jong en hebben geen holten. Verblijfplaatsen van boombewonende soorten zijn hier uitgesloten. In de houtwal aan de zuidkant van het plangebied staan een aantal beuken met spechtenholten in de stam. Een oude wilg heeft ook losse schors en scheuren in de stam. Deze holten vormen mogelijk verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen. Dergelijke holten kunnen gedurende het gehele jaar worden gebruikt; als winter-, zomer, paar- en kraamverblijfplaats. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn beschermd. Foerageergebied en vliegroute De houtwallen aan noord- en zijde van het plangebied zijn geschikt als foerageergebied voor diverse soorten vleermuizen; vanwege de openheid van de rest van het landschap vormen de houtwallen belangrijke plekken met dekking, voedsel (insecten) en luwte. Het plangebied ligt in open agrarisch polderlandschap; struwelen en opgaande beplantingen zijn zeer schaars. De houtwallen kunnen vanwege de beperkte alternatieven in de ruime omgeving van wezenlijke betekenis zijn als foerageergebied. Ook als vliegroute zijn de houtwallen geschikt; het vormen structureren in het landschap.

Vleermuizen maken gebruik van sonar bij hun oriëntatie; vanwege afwezigheid van andere structurerende elementen kunnen de houtwallen van wezenlijke betekenis zijn als essentiële vliegroute tussen verblijfplaats en foerageergebied (en een beschermde functie hebben op grond van de Wet natuurbescherming).

Notitie quickscan beschermde soorten en gebieden woningbouwontwikkeling, Wilhelminadorp

10

Vogels Tijdens het veldbezoek zijn groene specht en grote bonte specht waargenomen, voor deze soorten is de zuidelijke houtwal zeer geschikt als broedhabitat. Verder zijn andere holtebroedende soorten zoals kool- en pimpelmees waargenomen. Nesten van vogels met een jaarrond beschermde nestplaats1 zijn niet vastgesteld in de houtwallen of in de solitaire populieren in de groenzone. Op grond hiervan wordt de aanwezigheid van nesten van vogels met een jaarrond beschermde nestplaats uitgesloten. De beide houtwallen vormen geschikt broedbiotoop voor algemeen voorkomende vogels (merel, houtduif, zwartkop, fitis, heggenmus) waarvan de nestplaats niet jaarrond beschermd is. Effecten van de ingreep - onderdeel soortbescherming Planten, ongewervelden, vissen, reptielen Als gevolg van de ontwikkeling van het perceel treden geen effecten op op beschermde planten, ongewervelden of vissen omdat deze niet voorkomen in het plangebied. Amfibieën Als gevolg van het dempen van sloten, kappen van de houtwallen en aanleg van een tijdelijke bouwweg treden effecten op op beschermde amfibieën van het ‘Beschermingsregime andere soorten’. Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en is dus geen ontheffing nodig.

Het betreft algemeen voorkomende soorten (lokaal, regionaal en landelijk) en het aantal dieren dat potentieel gemoeid is met de (lokale) ingreep is beperkt. De gunstige staat van instandhouding van deze soorten is daarom niet in het geding. Grondgebonden zoogdieren Als gevolg van de kap van houtwallen en aanleg van een tijdelijke bouwweg treden mogelijk effecten op op grondgebonden zoogdieren van het ‘Beschermingsregime andere soorten’. Voor soorten als bosmuis, veldmuis en egel geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en is dus geen ontheffing nodig. Dit zijn algemeen voorkomende soorten (lokaal, regionaal en landelijk) en het aantal dieren dat potentieel gemoeid is met de (lokale) ingreep is beperkt. De gunstige staat van instandhouding van deze soorten is daarom niet in het geding. Voor konijn, haas en kleine marterachtigen (wezel en hermelijn) geldt geen vrijstelling. Als gevolg van het kappen van de houtwallen gaan mogelijk verblijfplaatsen van deze soorten verloren. Om effecten van de voorgenomen ingreep in te schatten, is het noodzakelijk nader onderzoek te doen naar de betekenis van de houtwal voor deze soorten. Op basis van de resultaten van dit nader onderzoek kan worden vastgesteld of een ontheffing van de Wnb nodig is en of mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn.

Indien de houtwallen gespaard blijven, blijven (mogelijk aanwezige) verblijfplaatsen van konijn, haas en kleine marterachtigen behouden. Omdat de houtwallen aan meerdere 1 Op grond van door het voormalige ministerie van LNV verstrekte handreikingen worden nesten van de volgende soorten als jaarrond beschermde nestplaatsen beschouwd: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief, zwarte wouw.

Notitie quickscan beschermde soorten en gebieden woningbouwontwikkeling, Wilhelminadorp

11

zijden aansluiting blijven houden op buitengebied, zullen ze geschikt blijven als leefgebied met wezenlijke betekenis voor deze soorten. Van belang is dan in de aanleg- en gebruiksfase de houtwallen niet te belichten en niet te betreden. Vleermuizen Indien vleermuizen in de beplanting in de houtwallen verblijven, kan de kap van de beplanting leiden tot het vernielen van verblijfplaatsen van vleermuizen en mogelijk het doden van dieren. Ook kunnen vliegroutes verloren gaan en foerageergebied met wezenlijke betekenis verdwijnen. Om uitsluitsel te kunnen geven over de huidige betekenis (welke functie) van de beplanting voor vleermuizen (welke soorten) is nader onderzoek nodig. Op basis van de resultaten van dit nader onderzoek kan worden vastgesteld of een ontheffing van de Wnb nodig is en of mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn. Indien de houtwallen gespaard blijven, kunnen de aanwezige bomen met holten betekenis houden als verblijfplaats en foerageergebied. Het is dan van belang de bomen met holten in de aanleg- en gebruiksfase niet te verlichten. Vogels De kap van beplanting in het broedseizoen kan er toe leiden dat nesten van vogelsoorten die in gebruik zijn beschadigd raken of verlaten worden door de oudervogels als gevolg van verstoring. Effecten van de voorgenomen ingreep op soorten met een jaarrond beschermd nest zijn uitgesloten.

Voor deze soorten hebben de beplantingen namelijk geen betekenis. Andere soorten Negatieve effecten op andere beschermde soorten als gevolg van de voorgenomen ingreep zijn uitgesloten. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied namelijk geen betekenis. Beoordeling Wet natuurbescherming- onderdeel soortenbescherming • Het vernietigen of aantasten van verblijfplaatsen van konijn, haas, wezel en hermelijn in de houtwallen is een overtreding van de Wnb artikel 3.10. Voor deze soorten geldt geen vrijstelling en moet een ontheffing worden aangevraagd op het belang van ‘ruimtelijke ingrepen en ontwikkeling’ indien de houtwallen gekapt worden. • Voor het vernietigen van nesten in de houtwallen die in gebruik zijn en het verstoren van in gebruik zijnde nesten van vogels zodanig dat broedsels mislukken is geen ontheffing mogelijk. Het vernietigen en verstoren van in gebruik zijnde nesten moet worden voorkomen (zie randvoorwaarden hieronder). • Het vernietigen of aantasten van verblijfplaatsen van vleermuizen door de houtwallen te kappen, is een overtreding van de Wnb artikel 3.5 lid 1 en 4. Indien de houtwallen gekapt worden, is het nodig nader onderzoek uit te voeren. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat vleermuizen aanwezig zijn en schade aan verblijfplaatsen niet te voorkomen is, is een ontheffing van de Wnb nodig.

Om een ontheffing aan te kunnen vragen moet tevens het wettelijk belang van de ingreep worden onderbouwd en moeten alternatieven zijn onderzocht.

Notitie quickscan beschermde soorten en gebieden woningbouwontwikkeling, Wilhelminadorp

12

Randvoorwaarden voor werkzaamheden in het kader van de voorgenomen ingreep Het verstoren en vernietigen van vogelnesten die in gebruik zijn moet voorkomen worden om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen. Dit kan door de houtwallen te sparen of deze beplanting buiten het broedseizoen te kappen. Voor het broedseizoen wordt in het kader van de Wnb geen standaard periode gehanteerd. De lengte en de aanvang van het broedseizoen verschilt per soort. Globaal moet voor het broedseizoen rekening gehouden worden met de periode half maart tot half augustus. Nader onderzoek Indien de houtwallen gekapt worden, is nader onderzoek nodig naar het voorkomen van kleine marterachtigen, haas, konijn en vleermuizen. Om als basis te kunnen dienen voor een ontheffingsaanvraag van de Wet natuurbescherming dient dienen deze onderzoeken te worden uitgevoerd volgens de daarvoor geldende protocollen.

Literatuur Krijgsveld, K.L., B. Klaassen & J. van der Winden, 2022. Verstoring van vogels door recreatie. Literatuurstudie van verstoringsgevoeligheid en overzicht van maatregelen. Deel 1 hoofdrapport & deel 2 soortbesprekingen. Uitgave Vogelbescherming Nederland, Zeist.

Notitie quickscan beschermde soorten en gebieden woningbouwontwikkeling, Wilhelminadorp

13

Voor vragen over deze notitie kunt u contact opnemen met drs. ing. I. Hille Ris Lambers. Akkoord voor uitgave:

Kwaliteitszorg Bureau Waardenburg bv drs. D. Emond

Paraaf:

Bureau Waardenburg bv is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Bureau Waardenburg bv; opdrachtgever vrijwaart Bureau Waardenburg bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Bureau Waardenburg bv / Gemeente Goes Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Bureau Waardenburg bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg bv is gecertificeerd door EIK Certificering overeenkomstig ISO 9001:2015. Bureau Waardenburg bv hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.

Bureau Waardenburg, Varkensmarkt 9 4101 CK Culemborg, 0345 51 27 10, info@buwa.nl, www.buwa.nl

Notitie quickscan beschermde soorten en gebieden woningbouwontwikkeling, Wilhelminadorp

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14419903/1