CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

047. Bijlage 1 Lindenberghstraat Wilhelminadorp VO VWO SMA 23200021 200317

Besluitvormende raad 19 september 2024, gemeente GoesBij agendapunt: Bestemmingsplan Wilhelminadorp-Zuid26.741 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.) Project 23200021 17 maart 2020

Opdrachtgever:

Gemeente Goes Postbus 2118 4460 MC GOES

Opgesteld door:

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Auteur:

ir. B. Boomstra

Autorisatie:

dhr. H. Seffelaar Interim-manager SMA Zeeland B.V.

2001, 2002, 2003

Inhoudsopgave SAMENVATTING ......................................................................................................................................... 1 CONCLUSIES ......................................................................................................................................... 1 TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESES ............................................................................................ 2 AANBEVELINGEN .................................................................................................................................. 3 1. INLEIDING................................................................................................................................................ 4 1.1. AANLEIDING EN DOEL ................................................................................................................... 4 1.2. REFERENTIEKADER ....................................................................................................................... 4 1.3. BETROUWBAARHEID ..................................................................................................................... 5 2. VOORONDERZOEK ................................................................................................................................ 8 2.1.

ALGEMENE BODEM- EN LOCATIEGEGEVENS ............................................................................ 8 2.2. HISTORISCHE KAARTEN, LUCHTFOTO’S EN OVERIG BEELDMATERIAAL ............................. 11 2.3. RELEVANTE BODEMDOCUMENTEN EN VERGUNNINGEN ....................................................... 12 2.4. REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .............................................................. 13 2.5. INTERPRETATIE VERWACHTE MILIEUHYGIËNISCHE BODEMKWALITEIT ............................. 13 2.6. HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................. 17 3. VELDWERK ........................................................................................................................................... 21 3.1. VERKENNEND LANDBODEMONDERZOEK ................................................................................. 21 3.2. VERKENNEND WATERBODEMONDERZOEK ............................................................................. 22 4. ANALYTISCH ONDERZOEK ................................................................................................................. 23 4.1. VERKENNEND LANDBODEMONDERZOEK NAAR CHEMISCHE PARAMETERS ...................... 23 4.2. VERKENNEND WATERBODEMONDERZOEK NAAR CHEMISCHE PARAMETERS .................. 26 5.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................... 28 5.1. CONCLUSIES ................................................................................................................................ 28 5.2. TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESES ................................................................................... 28 5.3. AANBEVELINGEN.......................................................................................................................... 30 ACHTERGRONDDOCUMENTEN .............................................................................................................. 31 BIJLAGE 1 OVERZICHTSKAART LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE BIJLAGE 2 SITUATIETEKENING BIJLAGE 3 BOORBESCHRIJVINGEN EN -PROFIELEN BIJLAGE 4 TOETSINGSTABELLEN BIJLAGE 5 ANALYSERESULTATEN BIJLAGE 6 HISTORISCHE KAARTEN EN LUCHTFOTO’S BIJLAGE 7 FOTO’S

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

Samenvatting Door de gemeente Goes is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een landen waterbodemonderzoek op een locatie gelegen aan de Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.). De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen aankoop van de betreffende locatie. Het doel van dit onderzoek is inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de land- en waterbodem. Conclusies De onderzoekslocatie betreft momenteel een akker met omliggende sloten en groenvoorzieningen. Het terrein is in het verleden gebruikt als proefstation voor fruitteelt. Op de locatie is een gedempte sloot aanwezig. De bovenlagen van de grond betreffen hoofdzakelijk klei, vanaf gemiddeld 0,8 m-mv gevolgd door zandlagen en vanaf 1,9 m-mv soms weer kleilagen tot de maximale boordiepte van 3 m-mv. Sporadisch worden bijmengingen van baksteen en houtskool aangetroffen. De dempingslaag van de sloot was niet eenduidig als zodanig herkenbaar. De grondwaterstijghoogte is tijdens het veldwerk bepaald op 1 tot 1,2 m-mv. Landbodem algemeen terreindeel In de bovengrond zijn overschrijdingen van de (tijdelijke) achtergrondwaarden aangetoond voor het bestrijdingsmiddel DDD en voor PFOA en PFOS. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters, waaronder PFAS, aangetroffen.

In het grondwater zijn streefwaarde-overschrijdingen voor chroom en tetrachlooretheen aangetoond. Voor wat betreft chroom is naar alle waarschijnlijkheid sprake van een natuurlijke oorzaak. Gedempte sloot tracé west-oost De dempingslaag van de sloot is in het veld niet eenduidig als zodanig te herkennen. Mogelijk betrof het een ondiepe greppel. In de meest verdachte grondlaag zijn geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters aangetroffen. Sloten rondom akker Er zijn vanwege het stand still-principe, ook vanuit de Nota Waterbodembeheer Scheldestromen, geen belemmeringen geconstateerd voor het verspreiden van het slib op de aangrenzende oevers. Het slib is echter niet elders in oppervlaktewater verspreidbaar vanwege een verhoogd gehalte PFAS.

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

1

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

Toetsing onderzoekshypotheses In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte veldwerken analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is aangegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen kunnen worden op basis van de overige onderzoeksresultaten. Eventuele gevolgen voor het vervolgtraject zijn hieronder in Aanbevelingen aangegeven. Landbodem gehele locatie Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses: 

Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen uit het standaard grondpakket NEN 5740 aangevuld met OCB en PFAS. Deze hypothese dient te worden aangenomen.

Ondergrond: onverdacht voor bodemverontreiniging. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten worden aangenomen.

Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging maar mogelijk met van nature verhoogde concentraties arseen, barium, chroom en/of molybdeen. De hypothese van een onverdachte locatie dient vanwege de verhoogde concentratie tetrachlooretheen te worden verworpen.

Voor het onderzoek naar asbest is uitgegaan van de hypothese(s): 

Bovengrond/ondergrond: onverdacht voor verontreiniging met asbest. Er is daarom geen gericht veld- of analytisch onderzoek naar asbest uitgevoerd. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten vooralsnog worden aangenomen.

Gedempte sloot tracé west-oost Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses: 

Dempingslaag / voormalige waterbodem: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen uit het standaard grondpakket NEN 5740 aangevuld met OCB. De voormalige waterbodem is niet als zodanig herkenbaar aanwezig. Voor de vermoedelijke dempingslaag dient deze hypothese te worden

aangenomen

vanwege

een

overlap

met

PFAS-verontreiniging

in

de

bovengrond/bouwvoor. Voor het onderzoek naar asbest is uitgegaan van de hypothese(s): 

Dempingslaag / voormalige waterbodem: onverdacht voor verontreiniging met asbest. Er is daarom geen gericht veld- of analytisch onderzoek naar asbest uitgevoerd. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten vooralsnog worden aangenomen.

Waterbodem sloten rond akker Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses: 

Waterbodems: diffuus belast met parameters uit het standaard waterbodempakket NEN 5720 aangevuld met OCB en PFAS. Deze hypothese dient te worden aangenomen.

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

2

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

Aanbevelingen Grondverzet Op basis van de uit dit milieuhygiënisch onderzoek verkregen gegevens zal in geval van nuttig herbestemmen van grond alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit (partijkeuring grond) nodig zijn. Wij zien momenteel namelijk geen mogelijkheden voor hergebruik van grond onder de Nota bodembeheer Goes op basis van haar bodemkwaliteitskaart en dit bodemonderzoek. Dit vanwege de ligging in een verdachte uitzonderingslocatie (door het voormalige langdurige gebruik van het terrein als proefstation voor de fruitteelt bestaat de mogelijkheid dat als gevolg van bespuitingsproeven de bovengrond van de locatie sterk heterogeen verontreinigd is met bestrijdingsmiddelen, plaatselijk sterker en heterogener dan een “normale” boomgaard), plaatselijk aangetroffen bodemvreemde bijmengingen en de aanwezigheid van PFAS in gehalten boven de tijdelijke achtergrondwaarden. Voor PFAS is d.d. februari 2020 nog geen gebiedsspecifiek beleid opgesteld waardoor moet worden aangesloten op het landelijk

Geactualiseerd

Tijdelijk

Handelingskader.

De

eventuele

mogelijkheden

voor

nuttige

herbestemming van bovengrond op ontvangende gronden met een hoger PFAS-gehalte binnen Goes (dubbele toets) zijn verder niet onderzocht omdat er bij SMA Zeeland BV geen potentieel ontvangende gronden bekend zijn.

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

3

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doel Door de gemeente Goes is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een landen waterbodemonderzoek op een locatie gelegen aan de Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.). De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen aankoop van de betreffende locatie. Het doel van dit onderzoek is inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de land- en waterbodem. 1.2. Referentiekader Onderzoeksopzet De onderzoeksopzet is door de gemeente Goes aangegeven. Het onderzoek bestaat uit: vooronderzoek, veldonderzoek, chemische analyses, interpretatie en toetsing. Toetsingskader verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters (NEN 5740) De voor de standaardbodem (lutum 25% en organische stof 10%) gecorrigeerde analyseresultaten van de grond worden conform de Wet bodembescherming getoetst aan de achtergrondwaarden (AW2000) en interventiewaarden. De analyseresultaten van het grondwater worden getoetst aan de streefwaarden en interventiewaarden. De

analyseresultaten

worden

landbodemfunctieklassen

uit

aanvullend de

getoetst

Regeling

aan

de

bodemkwaliteit,

Maximale Waarden aan

het

voor

diverse

Geactualiseerd

Tijdelijk

Handelingskader PFAS (GTHK PFAS) en de Nota bodembeheer Goes. De achtergrondwaarden hebben betrekking op achtergrondgehalten van stoffen die van nature voorkomen, of op detectiegrenzen bij stoffen die niet van nature voorkomen. In principe is sprake van een onbeïnvloede bodemkwaliteit. De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem. De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem) verontreiniging. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde

gemeten

concentratie

van

minimaal

25

m

3

bodemvolume

in

het

geval

van

3

grondverontreiniging, of 100 m bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

4

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

dan de interventiewaarde. In enkele specifieke situaties kan bij gehalten onder de interventiewaarden ook sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Dit geldt voor de zogenaamde gevoelige functies: -

moestuin/volkstuin,

-

plaatsen waar vluchtige verbindingen aanwezig zijn in het grondwater in combinatie met hoge grondwaterstanden en/of in de onverzadigde bodem onder bebouwing.

Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. De achtergrond-, streef- en interventiewaarden worden in het vervolg, samenvattend, toetsingswaarden genoemd. De norm voor barium in grond is tijdelijk ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds (interventiewaarde barium voor een standaardbodem). Toetsingskader verkennend waterbodemonderzoek naar chemische parameters (NEN 5720) De analyseresultaten van de waterbodem worden getoetst aan de samenstellingswaarden uit de Regeling Bodemkwaliteit. Hierbij wordt getoetst aan de samenstellingswaarden voor: Toepassing in oppervlaktewater (T3); Verspreiding op een aangrenzend perceel (T5); Verspreiding in zoet oppervlaktewater (T6). De resultaten worden aanvullend getoetst aan het Geactualiseerd Tijdelijk Handelingskader PFAS (GTHK PFAS) en de Nota Waterbodembeheer Scheldestromen. 1.3.

Betrouwbaarheid Het hier gerapporteerde bodemonderzoek is uitgevoerd op zorgvuldige wijze, in overeenstemming met de geldende richtlijnen en de gebruikelijke inzichten en methoden. SMA Zeeland B.V. beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem (NEN-EN-ISO 9001: 2015) en veiligheidsmanagementsysteem (VGM Checklist Aannemers) waarbinnen de kwaliteit van de werkzaamheden dusdanig wordt beheerst en gewaarborgd dat haar diensten zo goed mogelijk aan de eisen en doelstellingen van de opdrachtgever voldoen. Het veldwerk is uitgevoerd door SMA Zeeland B.V. en Sialtech BV, certificaatnummer VB-059/6. Het milieukundige veldwerk ten behoeve van het grond- en grondwateronderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen van de BRL SIKB 2000 en conform de hierbij van toepassing zijnde protocollen. De uitvoerende partij beschikt hiertoe over het procescertificaat “Veldwerk voor milieuhygiënisch

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

5

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

bodemonderzoek” op basis van de Beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002, 2003, 2018. Dit procescertificaat is uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundige veldwerk, beginnend bij de acceptatie van het veldwerk, en eindigend bij de overdracht van de veldwerkgegevens en monsters. Eventueel onderzoek aan asfaltverharding, halfverhardingen en funderingsmaterialen valt niet onder de scope van de BRL SIKB 2000. De bemonstering van grond en waterbodem is tevens uitgevoerd met inachtneming van het veldwerkprotocol PFAS zoals geadviseerd door het Experticecentrum PFAS. In het kader van de waarborging van de onafhankelijkheid verklaart SMA Zeeland B.V. dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de in dit kader gestelde eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen. De laboratoriumanalyses van dit onderzoek zijn uitgevoerd door een daartoe door de Raad van Accreditatie geaccrediteerd laboratorium. Een bodemonderzoek is erop gericht met beperkte middelen vast te stellen of er bodemverontreiniging aanwezig is. Dit impliceert dat de conclusies van het bodemonderzoek slechts een beperkte reikwijdte hebben. Door beperkt aantal boringen, proefgaten, proefsleuven en analyses, betekent dit concreet dat een mogelijk aanwezige verontreiniging over het hoofd gezien kan worden.

Het bodemonderzoek garandeert derhalve nooit dat de onderzochte locatie geheel schoon is of anderszins, dat met het bodemonderzoek alle eventueel aanwezige verontreinigingen worden gedetecteerd. Verder geldt dat de resultaten van het onderhavige onderzoek een momentopname vormen van de bodemkwaliteit. Na de uitvoering en rapportage van dit onderzoek zouden activiteiten kunnen plaatsvinden die de milieuhygiënische kwaliteit van grond en grondwater op de onderzoekslocatie kunnen beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn het bouwrijp maken van de locatie of het aanvoeren van grond van elders. Een andere factor kan bijvoorbeeld zijn het transport van verontreinigende stoffen via het grondwater van buiten

de

onderzoekslocatie.

Gezien

deze

overwegingen,

dienen

de

hier

gerapporteerde

onderzoeksresultaten met meer voorzichtigheid gebruikt en geïnterpreteerd te worden naarmate de tijd toeneemt die verlopen is na de uitvoering van het onderzoek. Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan geen uitspraak worden gedaan over de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van asbest en/of het gehalte aan asbest in lagen waarop geen specifiek veld- en analytisch onderzoek is verricht. Dit betreft met name als “onverdacht voor verontreiniging met asbest” aangemerkte lagen. Hiervoor kan (aanvullend) onderzoek plaatsvinden conform de NEN 5707 (Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) en/of de NEN 5897 (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat).

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

6

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan in principe geen uitspraak gedaan worden over de toepassingsmogelijkheden van eventueel van de locatie af te voeren grond. Hiervoor dient onderzoek plaats te vinden conform het Besluit bodemkwaliteit. SMA Zeeland B.V. kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade of anderszins voor eventuele gevolgen die voortkomen uit het gebruik en de interpretatie van de in dit rapport gepresenteerde onderzoeksgegevens. Dit rapport mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd, tenzij met uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van SMA Zeeland B.V.

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

7

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

2. Vooronderzoek In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. In NEN 5725:2017 zijn zeven mogelijke aanleidingen voor vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. In onderhavig onderzoek is of zijn de volgende generieke aanleiding(en) van toepassing: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. In NEN 5717:2017 zijn vier stappen in het vooronderzoek naar waterbodems geformuleerd. Het doorlopen van deze stappen zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. Dit hoofdstuk vormt de rapportage als bedoeld in de vierde stap van NEN 5717:2017. 2.1. Algemene bodem- en locatiegegevens De algemene locatiegegevens en algemene gegevens met betrekking tot de bodem worden als volgt samengevat: Tabel 2.1. Overzicht algemene aspecten van de onderzoekslocatie Algemene onderzoeksaspecten

Bron(houder)

Locatiegegevens en ligging landbodem, waterbodem Adres en plaats

Lindenberghstraat te Wilhelminadorp

Kadaster

Burgerlijke gemeente

Goes

Kadaster

Kadastrale gemeente

Goes

Kadaster

Sectie(s)

AC

Kadaster

Nummer(s)

613 en 763 ged.

Kadaster

Oppervlakte (ha)

2

Opdrachtgever

glooiend van +1,2 aan westzijde tot +0,6

AHN

1

Gemiddelde hoogte (m t.o.v. NAP)

centraal op akker Sloten tot -0,7 Ligging op kaart

zie bijlagen 1 en 2

Kadaster, SMA Zeeland B.V.

volledige sliblaag tot vaste

Opdrachtgever

Locatietypering, waterbodem Verticaal onderzoekstraject

waterbodembodem Waterbeheerder

Waterschap Scheldestromen

Waterschap Scheldestromen

Indeling oppervlaktewater

klein, regionaal oppervlaktewater

Waterbeheerder

Indeling watertype

Lintvormig water

SMA Zeeland B.V.

Voormalige bebouwing,

Onbekend, vermoedelijk geen

Waterbeheerder

kunstwerken, oeverbescherming

bebouwing of kunstwerken.

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

8

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

Algemene onderzoeksaspecten

Bron(houder)

Huidige bebouwing, kunstwerken,

Dam met onbekende opbouw aan

oeverbescherming

zuidoostzijde.

Waterbeheerder

Oostelijke sloot begroeiingsmatten en stroomafwaarts houten beschoeiing. Sedimentatiepatroon

Geen of dikte invers aan

Waterbeheerder

stromingsrichting. Eerder baggerwerk bekend

2016

Waterbeheerder

Lengte baggercyclus (jaren)

8

Waterbeheerder

Beoogde werkzaamheden

Onbekend

Waterbeheerder

Verhardingen

Onverhard

Opdrachtgever

Antropogene lagen

Niet bekend

Opdrachtgever

Dempingen

Ja, voormalige sloten

Provincie Zeeland (Geoloket of

Bodemopbouw

SMA Zeeland B.V.

Bodem Informatie Systeem, BIS) Kadaster Grondwaterbeheersplan

Niet gezoneerd

Waterschap Scheldestromen

Geohydrologie

zie § 2.4

DINOloket

Grensvlak chloridegehalte 1 g/L

3,7 – 5,2 m-mv

FRESHEM

Verwachting t.a.v. de landbodemkwaliteit Zonering bodemkwaliteitskaart

1 Buitengebied en naoorlogse

Nota bodembeheer

(BKK)

bebouwing+boomgaarden t/m 1980

gemeente Goes

BKK klasse bovengrond

Achtergrondwaarde (NEN 5740

Nota bodembeheer

standaardparameters) Industrie (OCB) BKK klasse ondergrond

Achtergrondwaarde

Nota bodembeheer

BKK functieklasse

Wonen (AC763)

Nota bodembeheer

Natuur/landbouw/overig (AC613) Boomgaardenkaart (periode)

’t Zeeuws bodemvenster (Provincie

1930 & 1960

Zeeland) Aandachtsgebied lood

Nee

’t Zeeuws bodemvenster

Aandachtsgebied arseen in

Niet beschikbaar januari 2020

Provincie Zeeland (Geoloket)

Asbestkansenkaart

Niet gezoneerd

Provincie Zeeland (BIS)

Voormalig stortplaats bekend

Nee

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)

Opslagtanks bekend

Nee

Gemeente (BIS)

Geval van ernstige

Nee

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)

Wbb-beschikkingen bekend

Nee

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

grondwater

bodemverontreiniging bekend

9

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

Algemene onderzoeksaspecten Bodemdocumenten bekend

Bron(houder) Ja, zie hierna

Gemeente (BIS) Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)

Gebruik en beïnvloeding van de locatie Voormalig gebruik

Agrarisch, proeftuin fruitteelt

SMA Zeeland BV

Huidig gebruik

Agrarisch

Opdrachtgever SMA Zeeland B.V.

Toekomstig gebruik

Woningbouw

Opdrachtgever

Geplande werkzaamheden

Bouw woningen, aanleg tuinen.

Opdrachtgever

Maximale werkdiepte vermoedelijk 2 m-mv ten behoeve van riolering Aard bebouwing

Onbebouwd

Kadaster, BAG

Periode bebouwing

N.v.t.

Kadaster, BAG

Bedrijventerrein

Nee

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)

Calamiteiten bekend

Nee

Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)

Bodembedreigende activiteiten

Nee

Gemeente (BIS)

bekend (anders dan bovenstaand) Relevante vergunningen

RUD Zeeland (BIS) Nee

Gemeente (BIS)

beschikbaar Toepassing asbestverdachte

RUD Zeeland Onbekend

Gemeente (BIS)

materialen

RUD Zeeland (BIS)

Verwachting t.a.v. de waterbodemkwaliteit Zonering bodemkwaliteitskaart

Verspreidbaar op aangrenzend perceel

Nota Waterbodembeheer

Eerder milieuhygiënisch

Nee. Laatste baggerwerk 2016,

Waterbeheerder

(voor)onderzoek bekend, incl.

verspreiding op kant. Geen concrete

historische of bestaande

waterbodemkwaliteitsgegevens

(waterbodem)kwaliteitsgegevens

geleverd.

Aanwijzing overschrijding

–worst case- mogelijk huidige sloten met

interventiewaarde

west-oosttracé vanwege bestaan ten

(BKK)

SMA Zeeland B.V.

tijde van gebruik OCB’s in aangrenzende boomgaarden Puntbronnen aanwezig

Nee

Opdrachtgever

Relevante vergunningen

Nee

Opdrachtgever

Nee

Opdrachtgever

Nee

Opdrachtgever

beschikbaar Ongewone voorvallen of calamiteiten bekend Regelmatige beroeps of pleziermotorvaart

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

10

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

Algemene onderzoeksaspecten Verkeersintensieve omgeving

Bron(houder) Nee

Opdrachtgever

Nee

Opdrachtgever

Nee

Opdrachtgever

Nee

Opdrachtgever

Nee

Opdrachtgever

Nee

Opdrachtgever

Akker toegankelijk via strook ten zuiden

SMA Zeeland B.V.

(>500 voertuigen/dag) Berm(sloten) op > 15 m1 van verkeersintensieve omgeving, géén lozing van wegriolering Asbesthoudende materialen in kunstwerken, oeverbescherming of overig bodemvreemd materiaal Gecreosoteerde oeverbeschoeiing of steigers Niet-natuurlijke materialen of bouwstoffen in kunstwerken, oeverbescherming en/of taluds Bodemvreemd materiaal in oeverbestortingen en/of elders op/nabij onderzoekslocatie Terreinverkenning Bijzonderheden

van I.G.J. van den Boschstraat. Drainage niet zichtbaar in het veld behoudens buis west-oostrichting in zuidoosthoek. Dam in de zuidoosthoek lijkt grond. De zuidelijke sloot ligt ca. 0,5 m1 hoger dan de oostelijke.

2.2. Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal Uit historische kaarten (bronhouder: Kadaster) en luchtfoto’s (bronhouder: Provincie Zeeland (Geoloket)) kan worden opgemaakt dat de locatie reeds begin vorige eeuw gelegen was in agrarisch gebied even buiten Wilhelminadorp. Het terrein is in de loop der jaren meermaals verkaveld en tot in de jaren 60 e

gebruikt voor fruitteelt. Tot halverwege de 20 eeuw doorsneed een sloot de locatie in oost-westrichting, ter hoogte van de huidige I.G.J. van den Boschstraat 30-32. De oostelijke sloot langs de locatie is vermoedelijk pas aangelegd bij de woningbouw aan I.G.J. van den Boschstraat in het begin van de 21

e

eeuw, het uiterst noordoostelijk deel van de sloot aan de noordwestzijde van de locatie vermoedelijk rond 2015-2016. Aan de westgrens lag tot in de jaren 90 een (halfverharde) weg. Zie verder Bijlage 6.

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

11

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

2.3. Relevante bodemdocumenten en vergunningen Voor de huidige onderzoekslocatie zijn de onderstaande bodemrapporten beschikbaar. Indicatief onderzoek I.G.J. van den Boschstraat Wilhelminadorp, DHV Raadgevend Ingenieursbureau BV, kenmerk: D-0478-76-003, d.d. juni 1989 Aanvullend onderzoek I.G.J. van den Boschstraat Wilhelminadorp, DHV Raadgevend Ingenieursbureau BV, kenmerk: D-0478-76-003, d.d. 4 december 1989 Het bodemonderzoek werd uitgevoerd ten noordoosten van de huidige locatie. De grond bestond tot ca. 2 m-mv uit lemig zand gevolgd door een zandige kleilaag. In de bovengrond tot 1 m-mv werden analytisch aantoonbare gehalten EOX aangetroffen en in het grondwater streefwaarde-overschrijdingen voor enkele vluchtige aromaten en diesel. Aanvullend bodemonderzoek naar de diesel- en EOX-verontreinigingen werd aanbevolen. Deze verontreinigingen konden in het er op volgende aanvullend onderzoek niet worden gereproduceerd. e

Bodemonderzoek 1 fase locatie I.G.J. van den Boschstraat te Wilhelminadorp, Grontmij, kenmerk: 49240, d.d. 10 februari 1995 Verkennend bodemonderzoek I.G.J. van den Boschstraat te Wilhelminadorp, Grontmij, kenmerk: ON33.7512.1, d.d. 19 september 1997 Het bodemonderzoek werd uitgevoerd ten noorden van de huidige locatie. De bodemopbouw was sterk variabel. Op het noordelijk deel van de onderzoekslocatie van destijds werden in de bovengrond licht verhoogde gehalten koper aangetroffen. In het grondwater werden licht verhoogde concentraties chroom en zink aangetoond. Er werden geen belemmeringen geconstateerd voor het gebruik als bouwterrein voor woningen. Verkennend bodemonderzoek toekomstige sloot nabij Lindenberghstraat te Wilhelminadorp, Antea Group, kenmerk: 260930-73, d.d. 28 mei 2015 De aanleiding tot het onderzoek was de realisatie van een sloot op de onderzoekslocatie. De beoogde sloot had een lengte van circa 180 meter en een breedte van circa 7,70 meter. De strategie voor een onverdachte locatie (ONV) is aangehouden, waarbij de bovengrond aanvullend op bestrijdingsmiddelen werd onderzocht. Uit de profielbeschrijvingen bleek dat de bodem tot gemiddeld 0,8 m-mv uit zwak zandige klei bestaat. Vervolgens bestond de bodem tot de maximale boordiepte van 1,5 m-mv uit matig fijn zand. De bovengrond was licht verontreinigd met DDE.

De gemeten gehalten aan de overige onderzochte stoffen waren lager dan de betreffende achtergrondwaarde en/of detectiegrenzen. In de ondergrond werden geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters aangetroffen. Verder werden met betrekking tot de huidige onderzoekslocatie en zijn directe omgeving geen relevante bodemdocumenten aangetroffen.

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

12

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

2.4. Regionale bodemopbouw en geohydrologie Op basis van in de nabijheid van de onderzoekslocatie gelegen boringen en daarvan afgeleid kaartmateriaal, afkomstig van onder andere TNO en de voormalige RGD (bronhouder: DINOloket), is het in onderstaande tabel vereenvoudigde bodemmodel geformuleerd door SMA Zeeland B.V. De werkelijke bodemopbouw en grondwaterstand ter plaatse van de onderzoekslocatie kan hiervan afwijken. De grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket zal voornamelijk zuidwestelijk gericht zijn. Tabel 2.2. Geohydrologisch overzicht ter plaatse van de onderzoekslocatie Typering

Diepte (m-mv)

Lithologie

Formatie(s)

Deklaag

0-10

Zandige klei

Naaldwijk, Nieuwkoop

1e watervoerend pakket

10-35

Zand

Boxtel, (Eem), Waalre

Scheidende laag

35-40

Klei

Waalre, (Maassluis)

2 watervoerend pakket

40-80

Zand

Maassluis, Oosterhout, Breda

Hydrologische basis

80-

Boomse Klei

Rupel

e

2.5. Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit In NEN 5725:2017 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen: Landbodem A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? 

De horizontale begrenzingen van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in Bijlage 2. Het grondonderzoek beperkt zich tot een maximale diepte van 2,0 m-mv. Het grondwateronderzoek beperkt zich tot een diepte van 1,5 m- de grondwaterstand die tijdens het veldwerk zal worden aangetroffen.

Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? 

Vermoedelijk is in het verleden in de (voormalige) boomgaarden gebruik gemaakt van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). OCB werden gebruikt in de jaren 40-70, enkele tot eind jaren 90, met een hoogtepunt in de jaren 50. Deze OCB zijn persistent en kunnen in de bovengrond binnen tientallen meters rondom de boomgaarden worden aangetroffen. Er vindt zelden verspreiding naar de ondergrond en zeer zelden naar het grondwater plaats.

23200021

Naast OCB kan ook koper in verhoogde gehalten voorkomen. Koperverbindingen werden en

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

13

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

worden eveneens gebruikt als pesticide. In eerder onderzoek ten noorden van de locatie werd ook een verhoogd gehalte koper aangetroffen. Vanwege het voormalige gebruik van het terrein als proefstation voor o.a. bestrijdingsmiddelenproeven is het voor zowel koper als OCB zeer waarschijnlijk dat er een diffuse bodembelasting met sterk heterogene verspreiding op schaal van monsterneming (en op schaal van de toekomstige woonkavels) heeft plaatsgevonden. 

Mogelijk is sprake van een demping van de voormalige sloot of sloten met verontreinigd materiaal of was de voormalige waterbodem verontreinigd. De risicoparameters zijn niet nader te bepalen. Daarom wordt uitgegaan van de standaard stoffen voor milieuhygiënisch landbodemonderzoek en OCB (in geval van demping met gebiedseigen bovengrond).

Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn stoffen die al vele decennia worden gebruikt in vele processen en producten. Deze stoffen behoren tot de Zeer Zorgwekkende (ZZS) en de Potentieel Zeer Zorgwekkende Stoffen (PZZS). Deze stoffen worden niet enkel lokaal bij puntbronnen (b.v. teflonproducende en -verwerkende bedrijven, galvanisatiebedrijven) aangetroffen, maar zijn inmiddels ook als diffuse verontreiniging in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetroffen. Voor deze stoffen is een tijdelijk handelingskader opgesteld en op 8 juli 2019 gepubliceerd en op 1 december 2019 geactualiseerd. Er is nog geen definitieve normstelling voor deze stoffen en er is nog relatief weinig bekend over de lokale verspreiding en gehalten in de bodem. Daarom dient bij toepassing van grond uitgegaan te worden van het voorzorgbeginsel. De locatie is vanwege de ligging op een industrieterrein tussen bekende PFAS-verwerkende industrieën in de regio’s Antwerpen en Dordrecht, verdacht op het voorkomen van PFAS. Aangenomen wordt dat deze stoffen hoofdzakelijk voorkomen in de onverharde toplagen (vanwege depositie) en rond de grondwaterstand (vanwege de redelijke wateroplosbaarheid).

GenX is als optioneel opgenomen in de advieslijst van Bodem+ d.d. 12 juli 2019 met te analyseren PFAS-verbindingen. Hoewel Zeeland tussen meerdere puntbronnen en lozingen van en calamiteiten met GenX met regionale impact zit (Terneuzen, Bath, Antwerpen, Dordrecht) en deze stof al enkele malen is aangetroffen in de Zeeuwse bodem, is er door de Zeeuwse bevoegd gezagen Besluit bodemkwaliteit tot op heden nog geen eenduidig standpunt geformuleerd over het hanteren van een verdenking van Zeeuwse bovengrond voor verontreiniging met GenX. In de loop van 2020 worden wel bodemkwaliteitskaarten PFAS verwacht die inzicht geven in de regionale achtergrondwaarden voor GenX. Op verzoek van de opdrachtgever wordt GenX daarom niet verder opgenomen dit bodemonderzoek.

Is de bodem asbestverdacht? 

De bodem is op voorhand niet asbestverdacht. Indien tijdens de veldwerkzaamheden asbestverdachte materialen of asbestverdachte bijmengingen (puin, beton of afval) in de bodem worden aangetroffen, dient wel te worden uitgegaan van een locatie verdacht voor bodemverontreiniging met asbest.

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

14

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

Wat is de bodemopbouw en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? 

De bodemopbouw kan op voorhand niet met zekerheid worden bepaald. In Zeeland worden zand en klei doorgaans in afwisselende mate en opbouw in de deklaag gevonden, waarbij vanaf 1,5 mmv soms ook veenlagen worden aangetroffen. Dit is sterk afhankelijk van de precieze onderzoekslocatie en historische, natuurlijke en antropogene processen welke de huidige Zeeuwse Delta hebben gecreëerd. Vermoedelijk is er wel een verschil in milieuhygiënische kwaliteit tussen de boven- en ondergrond als gevolg van (vaak historische) antropogene activiteiten.

Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving op de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? 

Als gevolg van natuurlijke bodemprocessen worden arseen, barium, chroom en molybdeen in Zeeland regelmatig in van nature verhoogde concentraties aangetroffen in het freatische grondwater. In de grond zijn dan niet altijd verhoogde gehalten aantoonbaar en concentraties kunnen fluctueren. Voor barium en chroom geldt dat de natuurlijke achtergrondconcentraties in brak grondwater doorgaans wat hoger zijn dan in zoet grondwater (RIVM briefrapport 20170125).

De in eerdere bodemonderzoeken aangetoonde verontreinigingen zijn doorgaans immobiel en hebben waarschijnlijk geen invloed op de bodemkwaliteit op de huidige locatie. Wel geven ze een indicatie van de mogelijke verontreinigingsparameters, zie hierboven.

Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord. 

Veld- en analytisch onderzoek is noodzakelijk. De beschikbare gegevens geven te weinig concrete informatie over de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (bovengrond, ondergrond en grondwater) op de locatie.

Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)? 

Zie § 2.6.

Waterbodem Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? 

Het waterbodemonderzoek beperkt zich tot het volledige slibtraject in de sloot. De onderliggende vaste waterbodem valt verder buiten de scope van onderhavig bodemonderzoek; deze is op basis van het voorgaande reeds toepasbaar voor uitspreiding op de aangrenzende oevers.

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

15

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

Wat zijn de potentiële bronnen van waterbodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? 

Vermoedelijk is in het verleden in de (voormalige) boomgaarden gebruik gemaakt van OCB.

Naast OCB kan ook koper in verhoogde gehalten voorkomen.

Bovenstaande risicoparameters zijn met name relevant voor de sloten met tracés in westoostrichting. Door verwaaiing of onzorgvuldig versproeiien kunnen deze noord- en zuidelijke sloten direct zijn belast met bestrijdingsmiddelen.

Omdat de oostelijke sloot met tracé in noord-zuidrichting <25 jaar geleden is uitgegraven, is het minder waarschijnlijk dat het slib hierin verontreinigd is geraakt door directe belasting met bestrijdingsmiddelen. Wel kan dit slib verontreinigd zijn geraakt door inspoelende bovengrond.

Mogelijk zijn ook in de waterbodem PFAS aanwezig.

Is de waterbodem asbestverdacht? 

De bodem is niet asbestverdacht.

Wat is de waterbodemopbouw en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? 

De dikte van de sliblaag is op voorhand niet bekend. De vaste waterbodem betreft vermoedelijk zand. Vermoedelijk is in algemene zin de kwaliteit van het slib verschillend tussen de verschillende tracés. Binnen een tracédeel kan een kleinere variatie in slibkwaliteit voorkomen, die vermoedelijk niet nader in kaart te brengen is.

Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving op de waterbodemkwaliteit? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? 

Als gevolg van (historische) activiteiten kan de waterbodem in negatieve zin belast zijn met diverse stoffen zoals hierboven benoemd.

Is de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem afdoende bekend of is waterbodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord. 

Veld- en analytisch onderzoek is niet noodzakelijk voor uitspreiding van bagger op de aangrenzende oevers. Voor andersoortig toepassing is dat wel noodzakelijk.

Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)? 

23200021

Zie § 2.6.

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

16

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

2.6. Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende (gestandaardiseerde) onderzoekshypotheses geformuleerd waarbij in voorkomende gevallen onderscheid is gemaakt tussen separaat te onderzoeken deellocaties. Er wordt tevens onderscheid gemaakt tussen de verwachte bodemverontreinigingssituatie met betrekking tot chemische parameters en de verwachte verontreinigingssituatie met betrekking tot asbest.

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

17

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

Landbodem Tabel 2.3. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar chemische parameters Bodemcompartiment /

Hypothese (NEN 5725)

Analyseparameters

traject

Strategie (NEN 5740)

Gehele locatie Bovengrond

verdachte locatie, diffuse

pakket A, OCB

bodembelasting en heterogene verdeling

ONV-GR-NL*

op schaal van monsterneming Grond tot

verdachte locatie, diffuse

grondwaterstand

bodembelasting en homogene verdeling

PFAS (28+2) VED-HO-NL

op schaal van monsterneming Ondergrond

onverdachte, grootschalige locatie

pakket A

ONV-GR-NL

Grondwater

onverdachte, grootschalige locatie maar

standaard parameters voor

ONV-GR-NL

mogelijk met van nature verhoogde

grondwater (pakket B), As,

concentraties arseen, barium, chroom

Cr

en/of molybdeen. Gedempte sloot tracé west-oost Dempingslaag /

verdachte locatie, diffuse

voormalige waterbodem

bodembelasting en heterogene verdeling

pakket A, OCB

maatwerk**

op schaal van monsterneming

Afkortingen analyseparameters pakket A:

standaardpakket onderzoek landbodem: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, PCB 7, PAK10 (VROM), minerale olie (GC), percentages lutum en organische stof;

Pakket B:

standaardpakket grondwater: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, vluchtige aromaten (BTEXSN), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl), minerale olie;

OCB:

organochloorbestrijdingsmiddelen;

As, Cr:

arseen, chroom;

PFAS:

poly- en perfluoralkylstoffen (28+2 uit advieslijst Bodem+ d.d. 12 juli 2019).

Afkortingen onderzoeksstrategieën ONV-GR-NL:

onderzoeksstrategie voor een grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie;

VED-HO-NL:

onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming;

Overige opmerkingen *De bovengrond, met name de bouwvoor, dient te worden beschouwd als zijnde verdacht voor diffuse bodembelasting met heterogene verspreiding op schaal van monsterneming. Door het voormalige langdurige gebruik van het terrein als proefstation voor de fruitteelt bestaat de mogelijkheid dat als gevolg van bespuitingsproeven de bovengrond van de locatie sterk heterogeen verontreinigd is met bestrijdingsmiddelen, plaatselijk sterker en heterogener dan een “normale” boomgaard. Dit voor in ieder geval de parameters OCB en koper. Er is op verzoek van de opdrachtgever echter in

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

18

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

afwijking op de NEN 5725 een vervolgstrategie met een boor- en analyse-intensiteit voor een grootschalig onverdachte onderzoeksstrategie gehanteerd. **Het bodemonderzoek wordt uitgevoerd op basis van maatwerk middels conventionele methoden ter afperking van een immobiele verontreiniging (kwaliteitsborging veldwerk onder BRL 2000, analytisch onderzoek onder AS 3000) en inzichten. Dwars op het tracé worden enkele boringen verricht om een dwarsprofiel van de gedempte sloot te kunnen bepalen. Grondmonsters van de meest verdachte of aangrenzende lagen worden geanalyseerd op de risicoparameters.

Tabel 2.4. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar asbest Bodemcompartiment /

Hypothese (NEN 5725)

Strategie*

traject

(NEN 5707 cq. 5897)

Gehele locatie Bovengrond

onverdachte, grootschalige locatie

geen

Ondergrond

onverdachte, grootschalige locatie

geen

Toegangsdam zuidoosthoek Dammateriaal

onbekende bodembelasting

bepalen damopbouw, bijstellen hypothese

*op basis van NEN 5707 is er in geval van een voor bodemverontreiniging met asbest onverdachte locatie geen verplichting tot vervolgonderzoek in de vorm van veld- en analytisch onderzoek, tenzij op basis van voortschrijdend inzicht de hypothese van een asbest-onverdachte locatie dient te worden gewijzigd. Ook een vervolgonderzoek naar asbest in niet-vormgegeven bouwstoffen volgens NEN 5897 in de vorm van veld- en analytisch onderzoek is niet van toepassing in geval van (op basis van NEN 5725) asbest-onverdachte, nietvormgegeven bouwstoffen.

Waterbodem Tabel 2.5. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar chemische parameters Bodemcompartiment /

Hypothese (NEN 5717)

Analyseparameters

traject

Strategie (NEN 5720)

Noordelijke sloot tracé west-oost Sliblaag Belasting door type bron,

Diffuus belast, landelijk

horizontale dimensie Belasting door type bron,

OCB, koper, PFAS (28+2), overig Diffuus belast, landelijk

pakket A

LN*

verticale dimensie Zuidelijke sloot tracé west-oost Sliblaag Belasting door type bron,

Diffuus belast, landelijk

horizontale dimensie Belasting door type bron,

Diffuus belast, landelijk

idem

LN*

verticale dimensie

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

19

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

Bodemcompartiment /

Hypothese (NEN 5717)

Analyseparameters

traject

Strategie (NEN 5720)

Oostelijke sloot tracé noord-zuid Sliblaag Belasting door type bron,

Diffuus belast, landelijk

horizontale dimensie Belasting door type bron,

idem, vermoedelijk wel lagere Diffuus belast, landelijk

gehalten bestrijdingsmiddelen

LN*

verticale dimensie

Afkortingen onderzoeksstrategieën LN:

onderzoeksstrategie voor een lintvormig water, normale onderzoeksinspanning.

Opmerkingen *De sliblagen in de verschillende tracés dienen conform NEN 5717 te worden beschouwd als zijnde verdacht voor diffuse bodembelasting met verschil in gehalten tussen de verschillende tracés. Dit voor in ieder geval de parameters OCB en koper. Hiervoor is per tracédeel de onderzoeksstrategie LN gepast om de kwaliteit van het slib aan te tonen. Op verzoek van de opdrachtgever worden de verschillende tracés worden gezien als één mengmonstervak.

Een beschrijving van de veldwerkzaamheden en de resultaten daarvan, volgt in hoofdstuk 3.

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

20

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

3. Veldwerk In dit hoofdstuk worden de uitvoering en de resultaten van het veldwerk besproken. 3.1. Verkennend landbodemonderzoek Het veldwerk is op 5 en 6 februari 2020 uitgevoerd door de erkende veldwerkers de heren M. Kwast (SMA Zeeland BV) en R.P. Kole (Sialtech BV) conform de in paragraaf 2.6 vermelde onderzoeksstrategie. Er zijn in totaal 30 boringen geplaatst, zoals hieronder weergegeven: Algemeen terreindeel Boringen 01 t/m 24 

17 boringen tot ca. 0,5 m-mv;

4 boringen tot ca. 2,0 m-mv;

3 boringen tot in het freatische grondwater afgewerkt met peilbuis.

Gedempte sloot tracé west-oost Boringen 101 t/m 106 

6 boringen tot ca. 2,0 m-mv.

De boorlocaties zijn weergegeven in de situatietekening in Bijlage 2. De boringen zijn gelijkmatig over de locatie verdeeld geplaatst. Van het opgeboorde bodemmateriaal is per halve meter en/of per (zintuiglijk afwijkende) bodemlaag een monster genomen. Voor gedetailleerde informatie met betrekking tot de bodemopbouw en de eventuele aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen wordt verwezen naar de veldwerkgegevens in Bijlage 3. De algemene bevindingen zijn: Uit veldwaarnemingen blijkt dat de bodem bestaat uit een bouwvoor van hoofdzakelijk siltige klei, vanaf gemiddeld 0,8 m-mv gevolgd door zandlagen en vanaf 1,9 m-mv soms weer kleilagen tot de maximale boordiepte van 3 m-mv. Sporadisch worden bijmengingen van baksteen en houtskool aangetroffen. De grondwaterstand is tijdens het veldwerk bepaald op 1,3 tot 1,5 m -mv. Het grondwater is bemonsterd op 12 februari 2020 door de hiertoe erkende veldwerker de heer R.P. Kole (Sialtech BV). Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn geen afwijkingen geconstateerd. De bepalingen van de grondwaterstijghoogte, zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid van het grondwater (zie Bijlage 4C) geven geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen.

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

21

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

3.2. Verkennend waterbodemonderzoek Het veldwerk is op 5 en 6 februari 2020 uitgevoerd door de erkende veldwerkers de heren M. Kwast (SMA Zeeland BV) en R.P. Kole (Sialtech BV) conform de in paragraaf 2.6 vermelde onderzoeksstrategie. Er zijn in totaal 10 boringen geplaatst, zoals hieronder weergegeven: De waterbodemdiepte is bepaald met behulp van een peilstok met voet. Per boring zijn monsters genomen van de gehele te baggeren laag. 1

De boorlocaties zijn ingemeten met dGPS (nauwkeurigheid <0,02 m ). De bemonstering is handmatig uitgevoerd met behulp van een zuigerboor. Het onderzoeksgebied is in één vak verdeeld. In totaal zijn er 10 boringen uitgevoerd tot een diepte van maximaal ca. 0,7 m-waterspiegel. In boring W102 en enkele meters hieromheen werd geen slib aangetroffen. Boring W309 is gestaakt op vermoedelijk een grote boomwortel. Tijdens het veldwerk is het opgeboorde bodemmateriaal zintuiglijk beoordeeld. Voor gedetailleerde informatie met betrekking tot de bodemopbouw en de eventuele aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen wordt verwezen naar de veldwerkgegevens in bijlage 3. De algemene bevindingen zijn: 1

De gemiddelde waterdiepte in alle sloten is ca. 0,1 tot 0,15 m . Uit veldwaarnemingen blijkt dat de waterbodem in alle sloten is opgebouwd uit een laag slib gevolgd door zand. De dikte van het slib varieert 1

1

van 0 m aan de westzijde van de noordelijke sloot tot maximaal 0,25 m in de westelijke sloot.

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

22

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

4. Analytisch onderzoek In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de keuze van de geanalyseerde monsters en de parameters waarop deze zijn geanalyseerd. Vervolgens worden de analyseresultaten gepresenteerd evenals de eventuele overschrijdingen van de toetsingswaarden. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in Bijlage 5. 4.1. Verkennend landbodemonderzoek naar chemische parameters Analysestrategie Hieronder is tabelgewijs weergegeven welke monsters ter analyse zijn ingezet. Ook is weergegeven op welke parameters geanalyseerd is. Tabel 4.1 Inzet grond(meng)monsters ter analyse (Meng)

Boring + traject

Grond Reden analyse

Analyse

monsters

(m-mv)

soort

(parameters)

Gehele locatie 1.MM01

14, 16, 22, 23 (0,00 - 0,30)

Klei

kwaliteitsbepaling bovengrond

pakket A, OCB

1.MM02

02 (0,00 - 0,50)

Klei

kwaliteitsbepaling bovengrond

pakket A, OCB

Zand

kwaliteitsbepaling ondergrond

pakket A

Zand

kwaliteitsbepaling ondergrond

pakket A

Klei

meest verdachte laag, mogelijke dempingslaag

pakket A, OCB

Klei

kwaliteitsbepaling bovengrond

PFAS (28+2)

Klei

zwak houtskoolhoudend, kwaliteitsbepaling

PFAS (28+2)

08, 09, 11 (0,00 - 0,30) 1.MM03

03 (1,50 - 2,00) 06 (0,40 - 0,90) 106 (0,50 - 1,00) 16 (0,70 - 1,20)

1.MM04

13 (0,90 - 1,40) 18 (0,50 - 1,00) 23 (1,70 - 2,20) 24 (1,00 - 1,50)

Gedempte sloot tracé west-oost 2.MM01

102, 103, 106 (0,00 - 0,30) 105 (0,00 - 0,50)

PFAS 3.MM01

01, 04 (0,00 - 0,50) 07, 10 (0,00 - 0,30)

3.MM02

13, 20 (0,00 - 0,30) 21 (0,00 - 0,25)

bovengrond

24 (0,00 - 0,50) 3.MM03

104, 105 (0,50 - 1,00)

Zand

kwaliteitsbepaling bovengrond

PFAS (28+2)

23 (0,30 - 0,70)

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

23

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

Tabel 4.2 Inzet grondwatermonsters ter analyse (Meng)

Peilbuis

monsters

Filterdiepte

Reden analyse

Analyse

(m -mv)

(parameters)

03-1-1

03

2,00 - 3,00

kwaliteitsbepaling grondwater

pakket B, As, Cr

13-1-1

13

1,80 - 2,80

kwaliteitsbepaling grondwater

pakket B, As, Cr

23-1-1

23

1,80 - 2,80

kwaliteitsbepaling grondwater

pakket B, As, Cr

Analyseresultaten De resultaten van de toetsing van de analyseresultaten aan de toetsingskaders uit de Wet bodembescherming, de Regeling bodemkwaliteit en het Geactualiseerd Tijdelijk Handelingskader (GTHK PFAS) zijn weergegeven in de onderstaande tabel(len). Hierin wordt per stof of stofgroep een index tussen haakjes weergegeven. Wanneer in het monster geen gehalten groter dan de toetsingswaarde zijn gevonden, wordt een streepje “-“ getoond. De index tussen haakjes geeft het volgende aan: 

index (-): gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar index ≤ 0,01;

index ≤ 0,00: gehalte onder de generieke achtergrond-/streefwaarde;

index > 0,00 en ≤ 1,00: gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar kleiner dan de interventiewaarde;

index > 1,00: gehalte groter de interventiewaarde.

De toetsingstabellen, waarin de getoetste analyseresultaten zijn opgenomen, zijn vermeld in Bijlage 4. Tabel 4.3 Toetsing analyseresultaten grond(meng)monsters aan Wet bodembescherming (Meng)

Boring + traject

monsters (m-mv)

> Achtergrondwaarde

> Interventiewaarde

Ind. kwaliteitsklasse

(0 < index <= 1,0)

(index > 1)

(Rbk cq. GHTK PFAS)

DDD (som) (-)

-

Altijd toepasbaar

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

Altijd toepasbaar

Gehele locatie 1.MM01

14, 16, 22, 23 (0,00 - 0,30)

1.MM02

02 (0,00 - 0,50) 08, 09, 11 (0,00 - 0,30)

1.MM03

03 (1,50 - 2,00) 06 (0,40 - 0,90) 106 (0,50 - 1,00) 16 (0,70 - 1,20)

1.MM04

13 (0,90 - 1,40) 18 (0,50 - 1,00) 23 (1,70 - 2,20) 24 (1,00 - 1,50)

Gedempte sloot tracé west-oost 2.MM01

102, 103, 106 (0,00 - 0,30) 105 (0,00 - 0,50)

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

24

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

(Meng)

Boring + traject

monsters (m-mv)

> Achtergrondwaarde

> Interventiewaarde

Ind. kwaliteitsklasse

(0 < index <= 1,0)

(index > 1)

(Rbk cq. GHTK PFAS)

-

-

<Tijdelijke

PFAS 3.MM01

01, 04 (0,00 - 0,50) 07, 10 (0,00 - 0,30)

3.MM02

achtergrondwaarde

13, 20 (0,00 - 0,30)

PFOA

21 (0,00 - 0,25)

PFOS

-

Wonen/Industrie

-

<Tijdelijke

24 (0,00 - 0,50) 3.MM03

104, 105 (0,50 - 1,00)

-

23 (0,30 - 0,70)

achtergrondwaarde

Tabel 4.4 Toetsing analyseresultaten grondwatermonsters aan Wet bodembescherming Monster

Peilbuis

Filterdiepte

> Streefwaarde

> Interventiewaarde

(m -mv)

(0 < index <= 1,0)

(index > 1)

03-1-1

03

2,00 - 3,00

-

-

13-1-1

13

1,80 - 2,80

Tetrachlooretheen (Per) (0,01)

-

23-1-1

23

1,80 - 2,80

Chroom (0,01)

-

Tabel 4.5 Toetsing analyseresultaten grond(meng)monsters aan Nota bodembeheer (Meng) monsters

Overschrijding LMW Goes

>5% V/V bodemvr. mat. (>sporen of >1 type sporen)

Min. olie zonder humuscorrectie

1.MM01

-

-

-

1.MM02

-

-

-

1.MM03

-

-

-

1.MM04

-

-

-

1

Uitzonderingslocatie1

Ja, verdachte locatie Ja, verdachte locatie Ja, verdachte locatie Ja, verdachte locatie

Kwaliteit wijkt af van BKK2

BKK i.c.m. dit bodemonderzoek valide milieuhygiënische verklaring?3

-

Nee

-

Nee

-

Nee

-

Nee

Betreft dit grond van een verdachte locatie of zintuiglijk afwijkende grond (§ 5.1; 5.2.1 en 5.2.3 Nota bodembeheer

Goes) of is deze in ruimtelijk opzicht met de bodemonderzoeksgegevens (nog) niet te onderscheiden van aangrenzende afwijkende grond? (Voormalige) boomgaarden vallen niet expliciet onder uitzonderingslocaties in Goes, maar wel onder Provinciale uitzonderingslocaties

(https://www.zeeuwsbodemvenster.nl/uitzonderingslocaties-bkk).

Omdat hier echter geen sprake was van een “normale” boomgaard voor fruitteelt maar van een proefstation voor landbouwproeven met o.a. bestrijdingsmiddelen wordt dit voormalig grondgebruik wél beschouwd als verdachte activiteit. Door het voormalige langdurige gebruik van het terrein als proefstation voor de fruitteelt bestaat de mogelijkheid dat als gevolg van bespuitingsproeven de bovengrond van de locatie sterk heterogeen verontreinigd is met bestrijdingsmiddelen. 2

Locatiespecifieke toetsing, afwijking bedoeld in negatieve zin (Art. 4.3.5.6b Regeling bodemkwaliteit). De gehalten van

één of meer stoffen zijn hoger dan het P80-percentiel van de bodemkwaliteitszone. 3

PFAS is vooralsnog niet opgenomen in de Nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaarten van Goes. In de loop van

2020 wordt een bodemkwaliteitskaart PFAS verwacht.

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

25

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

(Meng) monsters

Overschrijding LMW Goes

>5% V/V bodemvr. mat. (>sporen of >1 type sporen)

Min. olie zonder humuscorrectie

2.MM01

-

-

-

3.MM01

-

-

-

3.MM02

-

ja (houtskool)

-

3.MM03

-

-

-

LMW:

lokale maximale waarden;

BKK:

bodemkwaliteitskaart.

Uitzonderings1 locatie

Ja, verdachte locatie Ja, verdachte locatie Ja, bodemvr. bijmengingen Ja, verdachte locatie

Kwaliteit wijkt 2 af van BKK

BKK i.c.m. dit bodemonderzoek valide milieuhygiënische 3 verklaring?

-

Nee

Ja (PFAS)

Nee 3

-

Nee Nee

Interpretatie resultaten Algemeen terreindeel inclusief PFAS In de bovengrond zijn overschrijdingen van de (tijdelijke) achtergrondwaarden aangetroffen voor het bestrijdingsmiddel DDD (tevens afbraakproduct van DDT, 1.MM01) en PFOA en PFOS (3.MM02). In de ondergrond (1.MM03, 1.MM04 en 3.MM03) zijn geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters, waaronder PFAS, aangetroffen. In het grondwater zijn streefwaarde-overschrijdingen voor tetrachlooretheen (per) en chroom aangetroffen. Voor chroom is waarschijnlijk sprake van een natuurlijk verhoogde achtergrondconcentratie. De oorzaak voor de streefwaarde-overschrijding voor per is menselijk. Wellicht is in het verleden in het veld gebruik gemaakt

van

een

per-houdend

reinigingsmiddel

op

materieel

of

zijn

besmette

gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. De oorzaak kan niet eenduidig worden vastgesteld. Gedempte sloot tracé west-oost De dempingslaag van de sloot is in het veld niet eenduidig als zodanig te herkennen. Mogelijk betrof het een ondiepe greppel. In de meest verdachte grondlaag zijn geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters aangetroffen. 4.2. Verkennend waterbodemonderzoek naar chemische parameters Analysestrategie Hieronder is tabelgewijs weergegeven welke monsters ter analyse zijn ingezet. Ook is weergegeven op welke parameters geanalyseerd is.

23200021

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

26

Eindrapport land- en waterbodemonderzoek Lindenberghstraat te Wilhelminadorp (kadastrale percelen Goes AC 613 en AC 763 ged.)

Tabel 4.5 Inzet waterbodem(meng)monsters ter analyse (Meng)

Boring + traject

Grond

monsters

(m-mv)

soort

4.MM01

W105, W310 (0,10 - 0,20) Slib

Reden analyse

Analyse (parameters)

kwaliteitsbepaling slib

W108, W305 (0,15 - 0,25)

pakket A, OCB, PFAS (28+2)

W202, W204 (0,15 - 0,40) W206, W208 (0,15 - 0,35) W309 (0,05 - 0,20)

Analyseresultaten De resultaten van de toetsing van de analyseresultaten aan de samenstellingswaarden uit de Regeling Bodemkwaliteit zijn weergegeven in de onderstaande tabel(len). De toetsingstabellen, waarin de getoetste analyseresultaten zijn opgenomen, zijn vermeld in Bijlage 4. Tabel 4.6 Toetsing analyseresultaten aan Regeling bodemkwaliteit voor toepassing op of in: Monster-

Voor toepassen in

Aangrenzende percelen (T5)

nummer

oppervlaktewater (T3)

4.MM01

Niet verspreidbaar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14419918/1