CConstaterende datGoes
Koppel je AI →
Document · PDF

047. Antwoordnota ontwerpbestemmingsplan Wilhelminadorp-Zuid

Besluitvormende raad 19 september 2024, gemeente GoesBij agendapunt: Bestemmingsplan Wilhelminadorp-Zuid4.957 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ANTWOORDNOTA ONTWERPBESTEMMINGSPLAN ‘WILHELMINADORP-ZUID’ Inleiding Voorliggend document voorziet in de beantwoording van de ingediende zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan ‘Wilhelminadorp-Zuid’, dat van 29 december 2023 tot en met 8 februari 2024 zes weken ter inzage heeft gelegen. Ook is het ontwerpbestemmingsplan naar de zogenoemde vooroverlegpartners gestuurd, die advies geven over het bestemmingsplan. In de nota wordt aangegeven of er naar aanleiding van zienswijzen en/of reacties wijzigingen worden doorgevoerd in het bestemmingsplan, dat na vaststelling door de gemeenteraad van Goes wederom voor zes weken ter inzage ligt. Zienswijzen Over het ontwerpbestemmingsplan ‘Wilhelminadorp-Zuid’ zijn 14 zienswijzen binnengekomen.

Deze zijn afkomstig van: • Particulier, ingediend bij e-mail op 8 januari 2024; • Particulier, ingediend bij e-mail op 10 januari 2024; • Particulier, ingediend bij e-mail op 10 januari 2024; • Particulier, ingediend bij e-mail op 11 januari 2024; • Particulier, ingediend bij e-mail op 16 januari 2024; • Particulier, ingediend bij e-mail op 20 januari 2024; • Particulier, mondeling ingediend op 22 januari 2024; • Particulier, ingediend bij e-mail en post op 29 januari 2024; • Particulier, ingediend bij e-mail en post op 31 januari 2024; • Particulier, mondeling ingediend op 5 februari 2024; • Particulier, ingediend bij e-mail op 5 februari 2024; • Particulier, ingediend bij e-mail op 5 februari 2024; • Belangenvereniging Wilhelminadorp, ingediend bij e-mail op 2 februari 2024; • Particulier, ingediend bij e-mail op 7 februari 2024. Beantwoording zienswijzen Gezien de hoeveelheid reacties en de overlap aan onderwerpen in de verschillende brieven zijn de reacties te thematiseren en samen te vatten. We hebben met grote zorg de reacties doorgenomen, de benoemde punten eruit gehaald en deze vervolgens in een samenvatting in deze nota opgenomen. De volledige zienswijzen zijn opgenomen in de bijlage.

Bezwaren ontsluiting op bestaande wegen Verschillende betrokkenen hebben in hun zienswijze een reactie gegeven op de wijze van ontsluiten van het plangebied Wilhelminadorp-Zuid op de bestaande wegen, of die inhoudelijk betrekking hebben op deze ontsluiting. Die opmerkingen zijn hieronder weergegeven en beantwoord. Ontsluiting omliggende straten/woonerf Betrokkenen geven aan dat het onwenselijk is de nieuw te realiseren wijk op de Lindenberghstraat en de I.G.J. van den Boschstraat te ontsluiten en stellen dat in de motivatie van het bestemmingsplan onvoldoende stil is gestaan bij het feit dat het zuidelijk deel van de I.G.J. van den Boschstraat en Lindenberghstraat erven zijn. Deze straten staan namelijk te boek als woonerf, een gebied waar kinderen veilig kunnen spelen en waar stapvoets gereden wordt. Dit gebied heeft geen functie voor doorgaand gemotoriseerd verkeer en het is kenmerkend voor het gebied dat het een lage intensiteit kent. In het bestemmingsplan is er dan ook ten onrechte van uitgegaan dat dit een 30 km/uur gebied

1

is, terwijl je hier 15 km/uur mag rijden. Het kan niet zo zijn dat door de ontwikkeling van de woningen, het gebied dat als woonerf is ingericht wordt omgezet naar een 30 km/uur gebied. Ook wordt gesteld dat de oostelijke ontsluitingen van het plangebied, die uitkomen op het zuidelijke deel van de I.G.J. van den Boschstraat, te smal zijn om als volledige ontsluiting te fungeren. Daarnaast is er op de kruispunten beperkt zicht door de aanwezige erfafscheidingen en levert dit gevaarlijke situaties op voor het vele fietsverkeer dat via deze weg van/naar Goes rijdt. Betrokkenen geven aan dat de oostelijke ontsluitingen beter dienst kunnen doen als langzaam verkeer verbinding. Niet alleen het zuidelijk deel van de I.G.J. van den Boschstraat, maar ook de overige omliggende straten zijn van een vrij smalle opzet. Hier kunnen met moeite twee auto’s langs elkaar rijden. Daarbij staan vaak auto’s op de weg geparkeerd waardoor het nog smaller wordt. De wijze van ontsluiten van de nieuw te realiseren wijk laat in dat opzicht te wensen over. Beantwoording Het gebied rondom de ontwikkeling Wilhelminadorp-Zuid is aangeduid als woonerf.

Woonerven worden op basis van de CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, dit is een onafhankelijk kenniscentrum dat geraadpleegd wordt voor verkeerskundige vraagstukken) functioneel gelijk gezien aan 30km/uur zones. Beiden zijn een verblijfsgebied, waarvan zowel fietsers als gemotoriseerd verkeer een gepaste snelheid en verhoogd attentieniveau wordt verlangd. Dergelijk gedrag kan worden afgedwongen door hierop in te spelen met de inrichting van deze gebieden, om de verkeersveiligheid te bevorderen. Dit is voor Wilhelminadorp gedaan door de wegen in dit gebied bewust smal uit te voeren. We hebben niet het voornemen de woonerfstatus op te heffen in dit gebied. Het omvormen van de ontsluitingen op de I.G.J. van den Boschstraat en Lindenberghstraat naar fiets- en voetgangersverbinding is nader te overwegen. Dit vraagt nader onderzoek dat op moment van schrijven van voorliggende antwoordnota wordt uitgevoerd. Hierbij zullen de voors en tegens goed tegen elkaar moeten worden afgezet (bijvoorbeeld risico’s door autowerende palen en beperkte mogelijkheid om te handhaven). Dit valt echter niet in het bestemmingsplan (de regels en plankaart) te regelen, omdat een bestemmingsplan kader stellend is. Het bestemmingsplan kan hier dus niet op worden aangepast.

Wel zal het voorstel als uitgangspunt meegenomen worden bij de planvorming voor de inrichting van de wegenstructuur. Het CROW ziet 4,8 meter als voldoende breedte voor een woonerf. Hier wordt aan voldaan. Met deze breedte kunnen twee voertuigen elkaar passeren, mits er geen auto’s op de weg staan geparkeerd. Parkeren in de woonerven is enkel toegestaan in de parkeervakken en op eventueel aanwezige parkeertegels, dus niet op de weg. Het is dus niet de bedoeling dat er op de weg wordt geparkeerd, aangezien dit het verkeer hindert. Verkeersstromen door dorp Betrokkenen stellen dat door de beoogde ontsluiting, ook de ontsluitingswegen van het dorp onder druk komen te staan. Het extra verkeer dat de woningbouwontwikkeling zal genereren, zal het dorp uitrijden via de Saartje Arnoldistraat en de Westhavendijk. Deze wegen zijn al druk en daar zal het alleen nog maar drukker worden als gevolg van de extra woningen. Ook het kruispunt Westhavendijk – Wilhelminapolderweg zal drukker worden. Een deel van het verkeer zal via de I.G.J. van den Boschstraat, langs de Stamperiusschool het dorp in-/uitrijden. Dit levert gevaarlijke situaties op voor de kinderen en fietsers. Dit tezamen zorgt voor negatieve effecten op de leefbaarheid en identiteit van het dorp.

Beantwoording In verblijfsgebieden (30 km/uur of woonerf) wordt landelijk een etmaalintensiteit van 5.000 á 6.000 motorvoertuigen geaccepteerd. Dit is op basis van gegevens van het CROW, dat geraadpleegd wordt bij verkeerskundige vraagstukken zoals het bepalen van het aantal parkeerplaatsen of het aantal motorvoertuigbewegingen per etmaal dat in een woningbouwprogramma wordt gegenereerd. Beleidsmatig houden we in Goes een lager aantal aan en zelfs maximaal 2.500 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etm) in de kleine kernen, zoals Wilhelminadorp. Dit vanwege de leefbaarheid en verkeersveiligheid. Dit aantal ligt dus ruim onder de landelijke normen. Hoewel de verkeersintensiteit zal toenemen door de ontwikkelingen wordt de extra verlaagde grenswaarde van 2.500 mvt/etm ook na deze ontwikkeling niet overschreden. Dit is onderbouwd in paragraaf 3.4.8 van het bestemmingsplan.

2

Aan de zuidzijde van het plangebied wordt een tijdelijke bouwweg aangelegd, die na realisatie van de ontwikkeling ook als (tijdelijke) ontsluiting van het plangebied zal dienen. Deze weg wordt ontsloten op de Wilhelminapolderweg. Op deze wijze kan het verkeer dat de ontwikkeling genereert ook via de Wilhelminapolderweg het dorp in/uitrijden. Tijdens de planvorming van de woningbouwontwikkeling Wilhelminadorp-West zal worden onderzocht hoe het plangebied Wilhelminadorp-Zuid via deelgebied West kan worden ontsloten. De ontsluiting op de Wilhelminapolderweg zal dan komen te vervallen.

Tot slot begrijpen we de aandacht voor de school. Voor wegen langs scholen gelden geen andere eisen wat betreft geaccepteerde verkeersintensiteiten en op basis van de cijfers kunnen we concluderen dat er geen overschrijding van de grenswaarde voor het aantal motorvoertuigbewegingen plaatsvindt. Mogelijkerwijs kan er in het kader van de Dorpsvisie gekeken worden naar maatregelen om de verkeersveiligheid rondom de school te bevorderen (borden o.i.d.). Calamiteiten Met betrekking tot (grote) calamiteiten stelt de indiener dat er vraagtekens zijn bij de bereikbaarheid van de nieuwbouwwijk. Hulpverlenersdiensten moeten door krappe, bochtige straten in de woonerven, terwijl bewoners op datzelfde moment de wijk willen/moeten verlaten via dezelfde straten. Beantwoording Voor hulpdiensten is het hebben van meer dan één ontsluiting van het gebied gewenst. Het plan voorziet in vier ontsluitingen (twee op de I.G.J. van den Boschstraat, één op de Lindenberghstraat en één op de Wilhelminapolderweg). De bereikbaarheid van het plangebied van hulpdiensten is daarmee voldoende geborgd. Zelfs als één van de ontsluitingen wordt ingericht als langzaam verkeer verbinding. Voorgestelde varianten ontsluiting Verschillende betrokkenen hebben een aantal varianten voorgesteld voor een ontsluiting van de nieuwbouw ontwikkeling Wilhelminadorp-Zuid. Deze worden hieronder uiteengezet en beantwoord.

Ontsluiting I.G.J. van den Boschstraat Betrokkenen stellen dat de twee oostelijke ontsluitingen van het plangebied, die uitkomen op het zuidelijke deel van de I.G.J. van den Boschstraat, onoverzichtelijk zijn door de erfafscheidingen van de omliggende woningen en de smalle opzet van de straat. Daarbij is er veel fietsverkeer dat vanuit Goes via het zuidelijke deel van de I.G.J. van den Boschstraat Wilhelminadorp inrijdt. Doordat hier op straat geparkeerd wordt, is de ruimte voor fietsers beperkt. Dit resulteert volgens de indiener meermaals tot botsingen tussen fietsers en geparkeerde auto’s. Om de situatie veilig/overzichtelijk te houden wordt door betrokkenen voorgesteld om de zuidelijkste ontsluiting, die uitkomt op de I.G.J. van de Boschstraat, een langzaamverkeersontsluiting te maken. Of beide oostelijke ontsluitingen eenrichtingsverkeer te maken.

3

Beantwoording Het omvormen van de zuidelijke ontsluiting naar fiets- en voetgangersverbinding is nader te overwegen. Het instellen van éénrichtingsverkeer zien we niet als onmogelijk. Wel vraagt het nader onderzoek dat op moment van schrijven van deze antwoordnota wordt uitgevoerd. Hierbij zal onder meer worden onderzocht hoe de voordelen zich verhoudt tot de nadelen (bijvoorbeeld risico’s door autowerende palen en beperkte mogelijkheid om te handhaven). Bovengenoemde maatregelen vallen echter niet in het bestemmingsplan te regelen (de regels en plankaart). Dit omdat het bestemmingsplan kaderstellend is. Het bestemmingsplan kan hier dus niet op worden aangepast. Wel zal het voorstel als uitgangspunt meegenomen worden bij de planvorming voor de definitieve inrichting van de wegenstructuur. Bouwweg en ontsluiting zuidzijde Indieners stellen dat een voor de hand liggende, doelmatige en ook simpele oplossing voor de ontsluiting van Wilhelminadorp-Zuid (en op termijn Wilhelminadorp-West) is om van de tijdelijke weg die bedoeld is voor het bouwverkeer, met een ontsluiting op de Wilhelminapolderweg een definitieve verbinding te maken en zo het dorp te ontlasten.

Op deze wijze wordt de verkeersintensiteit evenredig verdeeld, wordt de bekende veiligheidsproblematiek niet verder vergroot, de veiligheid rond basisschool niet extra belast, de woonerven doen hun functie eer aan en de snelheid wordt uit de Wilhelminapolderweg gehaald, wat de veiligheid weer bevordert. Beantwoording Tijdens het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan heeft een onafhankelijk adviesbureau, gespecialiseerd in complexe verkeerskundige vraagstukken, een varianten-studie uitgevoerd voor de ontsluiting van Wilhelminadorp-Zuid. Bij dit onderzoek is onder andere gekeken naar de afstand tot het volgende kruispunt, de concurrentiepositie van de fiets ten opzichte van de auto (we willen via maatregelen het gebruik van de fiets bevorderen ten opzichte van de auto) en routekeuze van gemotoriseerd verkeer. Aanvullend heeft meegewogen dat we de rijsnelheid op de Wilhelminapolderweg willen beperken. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de meest optimale locatie voor een ontsluiting, aan de westzijde van de Wilhelminapolderweg is. Voor de bouwfase van Wilhelminadorp-Zuid is het niet ideaal de bouwweg op de westzijde van de Wilhelminapolderweg te ontsluiten. De bouwweg wordt daarmee lang en doorsnijdt bestaande percelen.

Bovendien is op moment van schrijven van voorliggende antwoordnota de ontwikkeling van Wilhelminadorp-West nog niet gestart waardoor de aanleg van de tijdelijke bouwweg niet afgestemd kan worden op toekomstige ontwikkelingen. Hierdoor wordt voor de realisatie van WilhelminadorpZuid niet voorgesorteerd op een eventuele definitieve ontsluiting op de westzijde van de Wilhelminapolderweg. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen wordt het plan aangepast dat Wilhelminadorp-Zuid via een (tijdelijke) weg aan de zuidzijde van het plangebied wordt ontsloten. Zodra er zicht is op de invulling van Wilhelminadorp-West, zal ook een definitieve ontsluiting van het deelgebied Wilhelminadorp-Zuid vormkrijgen. De zuidelijke ontsluiting op de Wilhelminapolderweg komt dan te vervallen. Relatie Wilhelminadorp-West Betrokkene stelt dat er beter gekeken kan worden naar een ontsluiting die meteen op de Wilhelminapolderweg uitkomt, waar ook oog is voor de ontwikkeling op het deelgebied Wilhelminadorp-West. Dit kan door beide ontwikkelingen met twee rotondes op de Wilhelminapolderweg te ontsluiten. Op deze wijze wordt er meteen een goede ontsluiting gemaakt. Beantwoording Gelet op de te verwachten omvang van Wilhelminadorp-West is één hoofdaansluiting voldoende om het verkeer af te wikkelen. Een extra ontsluiting realiseren op de rondweg heeft daarom veel nadelen.

Zo zijn de aanlegkosten van een rotonde hoog en het vergt de nodige ruimte. Daarnaast zouden we dan op korte afstand van de bestaande kruising richting de Westhavendijk een kruispunt creëren . Dit werkt risico-verhogend, omdat er meer zogenoemde conflictpunten (twee of meer verkeersstromen die elkaar op dezelfde plek kruisen of ontmoeten) op korte afstand ontstaan die kunnen leiden tot

4

ongevallen. Het realiseren van meer dan één aansluiting op de wijk zien we daarom niet als een goede oplossing. Verkeersstudie Indiener geeft aan dat geen van de op de voorlichtingsavond genoemde mogelijkheden en gewekte verwachtingen over een alternatieve verkeersontsluiting is opgenomen in het bestemmingsplan. Deze alternatieven dienen ook vermeld te worden in het bestemmingsplan. Beantwoording De resultaten uit de verkeersstudie gaan over de visie voor zowel Wilhelminadorp-Zuid als Wilhelminadorp-West. We kunnen deze visie niet opnemen in het huidige bestemmingsplan, omdat de uitwerking van Wilhelminadorp-West op moment van schrijven van voorliggende antwoordnota nog in niet gestart is. Daarbij liggen de ontsluitingen die zijn onderzocht buiten het plangebied van Wilhelminadorp-Zuid, wat betekent dat in het bestemmingsplan niets kan worden opgenomen over eventuele rotondes op de Wilhelminapolderweg. Dit wordt geregeld in een andere ruimtelijke procedure. Desondanks zijn we voornemens de verkeersvisie te realiseren en wordt dit meegenomen in de nog op te stellen dorpsvisie. Alternatieve voorstellen Betrokkene stelt dat er een nieuwe weg kan worden aangelegd achterlangs de bestaande woningen aan de Lindenberghstraat. Deze komt uit op het verlengde van de Brugstraat, tussen de begraafplaats en het dorp (Proefstation).

Op deze wijze hoeven er geen rotondes aan te worden gelegd en kan deze nieuwe weg gebruikt worden voor de aanvoer van materiaal voor zowel Wilhelminadorp-Zuid en Wilhelminadorp-West. Ook wordt door een betrokkene voorgesteld om Wilhelminadorp-Zuid op de Wilhelminapolderweg te ontsluiten en tevens (al dan niet de Wilhelminapolderweg bij de bebouwde kom te betrekken) om de snelheidslimiet te verlagen. Beantwoording Een ontsluitingsweg voor het deelgebied Wilhelminadorp-Zuid op de Brugstraat overstijgt de plangrenzen, dus daar kan in het bestemmingsplan Wilhelminadorp-Zuid niets over worden opgenomen. Echter, gezien de situering direct achter de woningen aan de Lindenberghstraat, wordt de voorgestelde ontsluiting ook als onwenselijk geacht. Dat zou namelijk meer overlast geven bij woningen die nu, aan de betrokken zijde, nog niet worden begrensd door een weg. Het verlagen van de snelheidslimiet van de Wilhelminapolderweg van 60 km/uur naar 50 km/uur (binnen bebouwde kom) achten wij niet doelmatig. Wel zijn we voornemens aan de westzijde een rotonde te realiseren met als doel de rijsnelheid te beperken.

Verkeersbewegingen Betrokkenen geven aan het onterecht te vinden dat op basis van generieke normen voor het aantal motorvoertuigen per etmaal (zoals opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan) is geconcludeerd dat de verkeersontsluiting van de nieuwe wijk, dwars door het dorp kan plaatsvinden. Er dient per specifieke situatie en in samenspraak met bewoners te worden bepaald of en zo ja hoeveel (extra) verkeersbewegingen mogelijk zijn. Ook wordt aangegeven dat er in de motivatie van het bestemmingsplan onvoldoende rekening is gehouden met bijvoorbeeld pakketbezorgers. Deze zorgen ook voor extra verkeersbewegingen. Betrokkenen stellen dat gezien de huidige situatie en het behoud van het dorpse karakter van Wilhelminadorp, het gerechtvaardigd is dat bij het opnemen van een norm waarbij een toename is van circa 1/6 van het aantal woningen, dan ten hoogste een toename van 1/6 van het totaal aantal huidige verkeersbewegingen wordt toegepast. Tot slot wordt gesteld dat in figuur 3.1 van het bestemmingsplan onjuistheden staan opgenomen. De pijl, die links op de afbeelding is weergegeven, staat verkeerd. Hier kan geen verkeer rijden door de

5

aanwezigheid van paaltjes in de Lindenberghstraat. Aangegeven wordt om onderstaand figuur in de toelichting van het bestemmingsplan op te nemen (gemaakt door indiener). Deze toont met rode pijlen aan dat de afwikkeling van de verkeersstromen van het nieuwbouwplan door het dorp gaan, langs de dorpsschool. Beantwoording Voor de normeringen die in het bestemmingsplan worden gebruikt om het aantal motorvoertuigbewegingen per etmaal (mvt/etm) te bepalen, worden kencijfers van het CROW gebruikt. In deze normeringen zijn incidentele verkeersbewegingen, zoals van pakketbezorgers en bezoekers, meegenomen. In de berekening wordt dus rekening gehouden met dergelijke bewegingen waardoor wij geen aanleiding zien deze opnieuw op te stellen. De kencijfers zijn ook gedetailleerd voor het type woning bepaald en dienen als basis voor het berekenen van het aantal mvt/etm. Landelijk gezien wordt een normering van 5.000 à 6.000 mtv/etm gehanteerd bij straten binnen de bebouwde kom. Als gemeente hebben wij aangepast beleid hiervoor en voor de kleine dorpen in onze gemeente strengere eisen gesteld, namelijk slechts 2.500 mvt/etmaal. Dit om het dorpse karakter te waarborgen. Wij begrijpen dat het voor omwonenden vervelend is als er sprake is van een toename van verkeersbewegingen. Om die reden hanteren wij dan ook een veel lagere norm van dan volgens de richtlijnen nodig zou zijn.

Hiermee wordt de leefbaarheid beter gewaarborgd. Uit de berekening, zoals opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan (zie paragraaf 3.4.8) blijkt dat de mvt/etmaal na de realisatie van de ontwikkeling zelfs nog ruim onder de zeer verlaagde norm zit (namelijk 1.000 mvt/etm). Op basis van deze cijfers is er geen reden om af te wijken van de normeringen gesteld door het CROW en het beleid daarover in Goes. Wij denken in dit geval een goede oplossing te hebben gevonden door ervoor te zorgen dat de verkeersstromen vanwege de nieuwe ontwikkeling ruim onder de extra verlaagde norm vallen. Wel kan in het kader van de Dorpsvisie worden gekeken naar knelpunten binnen het dorp waar overlast wordt ervaren door drukte. Bijvoorbeeld door verkeersremmende maatregelen toe te passen. Dit is echter een ander traject. Figuur 3.1, zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan Wilhelminadorp-Zuid, is onduidelijk. De figuur wordt overeenkomstig de opmerkingen van de indiener gewijzigd en ingevoegd. Ook zal de extra ontsluiting op de Wilhelminapolderweg op de figuur worden weergegeven.

Parkeren Indiener maakt kenbaar dat door het realiseren van de ontsluitingen, zoals opgenomen in het bestemmingsplan, parkeerruimte wordt opgeofferd in de bestaande wijk. Indiener attendeert erop dat er zeer regelmatig al een tekort is aan parkeerplaatsen waardoor auto’s in de straat op het woonerfgedeelte worden geparkeerd. Verzocht wordt om te kijken naar mogelijkheden om minimaal hetzelfde aantal parkeerplaatsen te behouden. Beantwoording Parkeren op straat in een woonerf is in principe niet toegestaan, mits binnen een daarvoor aangewezen parkeervak. Door de realisatie van de ontsluiting op de Lindenberghstraat verdwijnt er dan ook geen parkeerplaats. In het nieuwe plangebied is echter enige overcapaciteit van het aantal benodigde parkeerplaatsen opgenomen, waardoor dus extra parkeerruimte in de omgeving wordt gecreëerd. Eventuele parkeerproblematiek in de Lindenberghstraat kan daarmee in de nieuw te realiseren wijk worden opgevangen.

6

Milieuaspecten Indieners geven aan dat het extra verkeer dat door het dorp zal rijden als gevolg van de ontwikkeling Wilhelminadorp-Zuid zal leiden tot een toename van het geluidsoverlast en luchtvervuiling. Dit staat haaks op de inspanningen die worden geleverd om het dorp duurzamer en milieuvriendelijker te maken. Daarnaast wordt gesteld dat de gehanteerde uitgangspunten bij het onderzoek naar geluid niet overeenkomstig zijn met de werkelijke situatie. Deze dienen opnieuw te worden onderzocht en te worden aangepast aan de daadwerkelijke situatie op de Wilhelminapolderweg. Beantwoording De toelichting van het bestemmingsplan bevat een onderbouwing voor zowel het aspect Luchtkwaliteit als het aspect Geluid. Voor het aspect luchtkwaliteit is gerekend met de NIBM tool (Niet In Betekende Mate), die uitsluit of er sprake is van luchtvervuiling als gevolg van een ontwikkeling. Dit wordt berekend door in deze NIBM tool het aantal motorvoertuigbewegingen in te voeren die deze ontwikkeling genereert. Dit is uitgevoerd. De conclusie hieruit was dat de toename van het verkeer niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Ook is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd waaruit blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (voorkeurswaarde voor omgevingsgeluiden op basis van de Wet geluidhinder voor rijkswegen) op de woningen in het plangebied niet wordt overschreden als gevolg van verkeer op de Langeweg, Brugstraat, Wilhelminapolderweg, Westhavendijk en overige straten in het dorp. Hierbij wordt gerekend met de maximaal toegestane snelheid van deze wegen. We zien geen aanleiding af te wijken van de geluidsnorm die de Wilhelminapolderweg op basis van de Wet geluidhinder is gesteld. De geluidsbelasting op de nieuwe woningen voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Bezonning Betrokkene is aangrenzend bewoner aan het nieuwbouwplan Wilhelminadorp-Zuid (I.G.J. van den Boschstraat). Grenzend aan het perceel van de betrokkene worden patiowoningen gerealiseerd. Betrokkene geeft aan dat door de maximale bouw- en goothoogte van 6 meter, in combinatie met de geringe afstand tot het perceel van de betrokkene, verlies van zonlicht zal optreden. Dit is tegen te gaan als de bouwhoogte wordt bijgesteld naar drie meter. Beantwoording Er is bewust gekozen voor een lagere bouwhoogte (6 meter) aan de oostzijde van het plangebied, ten opzichte van de overige bebouwing in het plangebied (10 meter). In het bestemmingsplan is een bouwvlak opgenomen, waarbinnen de patiowoning moet worden gerealiseerd.

De afstand van dit bouwvlak tot de dichtstbijzijnde perceelsgrens van de woningen aan de I.G.J. van den Boschstraat bedraagt circa 13 meter. Door de maximaal toegestane bouwhoogte, in combinatie met de ruime afstand tot de perceelsgrens van de aangrenzende woningen, is het niet aannemelijk dat er overdag schaduwwerking optreedt op de percelen aan de I.G.J. van den Boschstraat. Bij een ondergaande zon zal dat wel gebeuren, maar daar heeft de bouwhoogte weinig effect dus dit is zeer beperkt (door de zakkende zon). Hoewel er dus enig effect optreedt, worden de bewoners niet onevenredig in hun belangen aangetast op het gebied van schaduwwerking. Privacy Indiener stelt dat zowel in het bestemmingsplan als op de plankaart voor het type ‘patiowoningen’ geen richtlijnen zijn opgenomen voor de bebouwing c.q. afscherming op de erfgrens aan de achterzijde van de percelen. Indiener geeft aan dat het van belang is dat er duidelijke richtlijnen worden opgenomen, om de privacy van omwonenden te waarborgen, verwijzend naar de definitie volgens de Vereniging Nederlandse Gemeenten (‘een woning met een geheel of gedeeltelijk omsloten binnenplaats of binnentuin gevormd door de gevels van belendende dan wel op het eigen bouwperceel aanwezige bebouwing’). Daarnaast wordt door de indiener een eenduidige uitstraling van de erfafscheiding van groot belang geacht. Beantwoording

In het bestemmingsplan zijn bepalingen opgenomen omtrent erfafscheidingen op het (achter)erfgebied. Een erfafscheiding aan de achterzijde mag maximaal twee meter hoog zijn. Deze mag tot 2 meter vergunningsvrij worden gerealiseerd. Het beeldkwaliteitsplan doet uitspraken over de uitstraling van de toekomstige erfafscheidingen. Aan de zijkanten en achterkanten richting het

7

openbaar gebied worden bij voorkeur hagen toegepast (tot 2 meter hoog), eventueel in combinatie met een lage muur en een transparant hekwerk. We voegen naar aanleiding van de zienswijze over de definitie van patiowoningen, een begripsbepaling aan het bestemmingsplan toe waarin patiowoningen worden gedefinieerd. Deze is in het ontwerpbestemmingsplan niet opgenomen. Dit zal bij de vastgestelde versie worden hersteld. De volgende definitiebepaling wordt in het bestemmingsplan opgenomen: Patiowoning: woning met een al dan niet omheinde binnenplaats of -tuin, die geheel of nagenoeg geheel is omsloten door de bouwmassa van de betreffende woning, de aangrenzende woning(en) en/of muren; Bestemmingsplan Betrokkene geeft aan dat de verbeelding zoals opgenomen in het bestemmingsplan te veel ruimte voor interpretatie geeft. Er worden geen weergave van details van de werkelijke en toekomstige situatie en locatie gegeven, maar slechts schetsen. Een dergelijke verbeelding omvat samen met de regels het feitelijke bestemmingsplan en volgens de indiener schiet het bestemmingsplan daarin te kort. Er wordt verzocht een verbeelding op te nemen die geen ruimte voor onduidelijkheid overlaat. Beantwoording De verbeelding van een bestemmingsplan is een plankaart. Dit is de visuele vertaling van de regels van het bestemmingsplan. Hierop is te zien waar en wat gebouwd mag worden en hoe hoog.

Ook is hierop te zien welke bestemmingen de gronden hebben, dus welk gebruik is toegestaan. De regels van het bestemmingsplan (die dus gekoppeld zijn aan de verbeelding) zijn kaders waar een bouwplan aan moet voldoen. Bijvoorbeeld de bouwhoogte, deze is in het bestemmingsplan Wilhelminadorp-Zuid voor patiowoningen gesteld op maximaal 6 meter. De ontwikkelaar heeft dus de keuze om tot 6 meter hoog te bouwen, maar zou ook lager mogen bouwen. Binnen deze kaders kan de ontwikkelaar het plan verder ontwikkelen tot een definitief bouwplan. Dit zal ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen bekend zijn. Wat betreft de opmerking over de schetsen. Ten tijde van het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan was alleen een inrichtingsschets van het bouwplan beschikbaar. Inmiddels is het bouwplan verder uitgewerkt. In de toelichting van het bestemmingsplan worden nieuwe afbeeldingen ingevoegd. Deze waren onder meer te zien op de informatieavond van 9 januari 2024. Ook is er een beeldkwaliteitsplan opgesteld waarin uitspraken gedaan worden over de verschijningsvorm van de bebouwing. Dit is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Uitvoering Indiener stelt dat er geen enkele norm of maatregel in het bestemmingsplan is opgenomen om overlast tijdens de bouwfase tot een minimum in te perken. Er wordt verzocht (organisatorische) maatregelen in het bestemmingsplan op te nemen.

Beantwoording Voordat van start kan worden gegaan met de bouw, moet er een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Bij deze aanvraag moet een zogenoemd BLVC plan worden bijgevoegd. BLVC staat voor Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie. In dit plan staat een toelichting op het project, een omschrijving van de omgeving, een risicoanalyse met oplossingsrichtingen, een faseringsplan en maatregelen omtrent bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie. Dit heeft als doel dat de initiatiefnemer nadenkt hoe eventuele overlast voor de (directe) omgeving zoveel mogelijk wordt ingeperkt. Dit zit hem in de bereikbaar (dus bouwweg), maar bijvoorbeeld ook maatregelen om bestaand groen te beschermen. Omdat het BLVC plan een onderdeel is van de vergunningsprocedure, worden er in het bestemmingsplan geen maatregelen opgenomen die betrekking hebben op de inhoud van een dergelijk plan.

8

Vooroverlegreacties Het bestemmingsplan is op moment van de ter inzagelegging verzonden naar de vooroverlegpartners: • Provincie Zeeland • Waterschap Scheldestromen • Veiligheidsregio Zeeland • Gasunie • Stedin • Evides • Beveland Wonen Er zijn twee inhoudelijke reacties ingediend op het bestemmingsplan. Deze zijn afkomstig van Beveland Wonen en de Provincie Zeeland. Beveland Wonen Beveland Wonen heeft in een reactie op het ontwerpbestemmingsplan het volgende opgemerkt. De bouw en goothoogte van de appartementen was oorspronkelijk 10 meter, waardoor het appartementengebouw met een plat dak zou worden uitgevoerd. Door opmerkingen vanuit de omgeving hebben we deze aangepast naar 10 meter bouwhoogte en 6 meter goothoogte. Hierdoor krijgt het bouwplan een kap. Beveland Wonen geeft aan dat het realiseren van een kap op de derde bouwlaag de woningen duurder worden en dat er een kleiner en afwijkend woonprogramma ten opzichte van de onderliggende woningen ontstaat. Ook heeft Beveland Wonen aangegeven de rijtjeswoningen graag anders gepositioneerd te willen hebben om financiële, logistieke en organisatorische redenen. Dit betekent dat de rijtjeswoningen in plaats van een blok van zes woningen en een blok van vier woningen, dan in twee blokken van vijf woningen wordt uitgevoerd waarvan Beveland Wonen er één zal ontwikkelen.

Naar aanleiding van de reactie van Beveland Wonen is er met hen overleg gevoerd en hebben we kenbaar gemaakt dat we voor wat betreft de aanpassing van de goothoogte niet meegaan met hun voorstel. De reden hiervan ligt in het feit dat ook binnen de huidige afmetingen een appartement gerealiseerd kan worden, zoals Beveland Wonen zelf ook aangeeft. Dit zal wel iets duurder zijn dan binnen standaardafmetingen. Het is ook niet dat deze afmetingen structureel in het bestemmingsplan worden opgenomen, maar dat in dit geval, vanwege de opmerkingen vanuit de omgeving, daar wel gebruik van gemaakt worden. De situering van de rijtjeswoning passen we aan in het bestemmingsplan. Dit hebben we ook in de antwoordnota opgenomen. Dit maakt het organisatorisch, logistiek en financieel beter voor Beveland Wonen, aangezien zij vijftien appartementen en vijf woningen zouden ontwikkelen. Stedenbouwkundig is hier niets op tegen. De toelichting en plankaart zal naar aanleiding van de opmerkingen van Beveland Wonen worden aangepast. Provincie Zeeland De provincie Zeeland heeft een opmerking gemaakt over de verouderde AERIUS-berekening (rekenmethode om de stikstofuitstoot te bepalen) die in het ontwerpbestemmingsplan was opgenomen. De berekening is opnieuw uitgevoerd, afgestemd met de provincie Zeeland en na goedkeuring door de Provincie in de toelichting van het bestemmingsplan verwerkt.

9

Wijzigingen Als gevolg van de opmerkingen van Beveland Wonen en de Provincie Zeeland zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: • In de toelichting van het bestemmingsplan is de beschrijving van de toekomstige situatie aangepast, In plaats van een rij van zes woningen en een rij van vier woningen zullen er nu twee blokjes van vijf woningen worden gerealiseerd. • De verouderde AERIUS-berekening is vervangen voor een nieuwe berekening. Deze wijzigingen zijn zowel in de toelichting als in de bijlage doorgevoerd. Daarnaast zijn er nog wat ambtshalve wijzigingen doorgevoerd: • Toevoegen bijlage Geluidsonderzoek. • In de regels van het bestemmingsplan en in de toelichting van het bestemmingsplan is de bestemmingsomschrijving Groen aangepast. • In de regels van het bestemmingsplan en in de toelichting van het bestemmingsplan is de bestemmingsomschrijving Water aangepast. • Op de verbeelding is het aantal woningen dat wordt ontwikkeld aangegeven middels een maatvoeringsaanduiding. • Aanpassing NIBM berekening. Rekenwaarden aanpassen conform uitkomsten motivatie verkeersparagraaf toelichting bestemmingsplan. • Bijvoegen beeldkwaliteitsplan. • Redactionele wijzigingen.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14419902/1