030. RUD - VERTROUWELIJK Collegebesluit RUD Zeeland, jaarstukken 2024 en begroting 2025
Tekst van het document
Besluit B&W
Zaakkenmerk / Documentkenmerk Onderwerp
Z25.239173 / D25.1347544 RUD Zeeland, Jaarstukken 2024 en begroting 2026
Afdeling
Dienstverlening
Steller
Schroevers, Arie
Portefeuillehouder Besloten in de vergadering van
J. Veldhuizen College van B&W d.d. 13 mei 2025
Toelichting besluit Voorstel
Wij stellen voor: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening en de resultaatbestemming 2024 van de RUD; 2. Kennis te nemen van de ontwerpbegroting 2026 RUD; 3. Kennis te nemen van het voorstel Overdracht VTH archieftaken van de RUD. 4. De gemeenteraad via het gezamenlijke raadsvoorstel voor te stellen een positieve zienswijze naar voren te brengen voor wat betreft de resultaatbestemming 2024 van de RUD, hetgeen inhoudt dat Goes € 195.719,-- terugkrijgt; 5. De gemeenteraad via het gezamenlijke raadsvoorstel voor te stellen een positieve zienswijze naar voren te brengen voor wat betreft de ontwerpbegroting 2026 van de RUD; 6. De gemeenteraad via het gezamenlijke raadsvoorstel voor te stellen een positieve zienswijze naar voren te brengen voor wat betreft het voorstel Overdracht VTH archieftaken van de RUD. 7. Het financieel neutrale effect van €25.960 (structureel) voor het overbrengen van de archieftaken bij de RUD te verwerken via de 22e begrotingswijziging 2025 Verzamelvoorstel GR-en. 8. De negatieve effecten van de ontwerpbegroting 2026 van € 464.518 (2026), € 483.583 (2027), € 486.630 (2028) en € 495.417 (2029) te verwerken in de Kadernota 2026.
Besluit
Het college besluit: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening en de resultaatbestemming 2024 van de RUD; 2. Kennis te nemen van de ontwerpbegroting 2026 RUD; 3. Kennis te nemen van het voorstel Overdracht VTH archieftaken van de RUD. 4. De gemeenteraad via het gezamenlijke raadsvoorstel voor te stellen een positieve zienswijze naar voren te brengen voor wat betreft de resultaatbestemming 2024 van de RUD, hetgeen inhoudt dat Goes € 195.719,-- terugkrijgt; 5. De gemeenteraad via het gezamenlijke raadsvoorstel voor te stellen een positieve zienswijze naar voren te brengen voor wat betreft de ontwerpbegroting 2026 van de RUD; 6. De gemeenteraad via het gezamenlijke raadsvoorstel voor te stellen een positieve zienswijze naar voren te brengen voor wat betreft het voorstel Overdracht VTH archieftaken van de RUD. 7. Het financieel neutrale effect van €25.960 (structureel) voor het overbrengen van de archieftaken bij de RUD te verwerken via de 22e begrotingswijziging 2025 Verzamelvoorstel GR-en. 8. De negatieve effecten van de ontwerpbegroting 2026 van € 464.518 (2026), € 483.583 (2027), € 486.630 (2028) en € 495.417 (2029) te verwerken in de Kadernota 2026.
Inleiding
De gemeenteraad kan vooraf een zienswijze naar voren brengen over de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2024, eventuele begrotingswijzigingen over het lopende jaar en over de ontwerpbegroting voor het komende jaar. In dit voorstel wordt geadviseerd welk advies hierover aan de gemeenteraad wordt voorgelegd door het college. Wettelijk kader Iedere gemeenschappelijke regeling die ingesteld is als een openbaar lichaam, moet op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen voor 30 april de (voorlopige) jaarrekening van het afgelopen jaar, eventuele begrotingswijzigingen over het lopende jaar en de ontwerpbegroting voor het komende jaar naar de raden zenden voor een zienswijze. Toezending moet plaatsvinden 12 weken voordat het Algemeen Bestuur de begroting vaststelt. In deze periode kunnen de raden een zienswijze naar voren brengen over deze stukken. Inhoud In dit voorstel worden de ingediende financiële stukken van de RUD Zeeland behandeld. Eerst worden de jaarrekening en de resultaatbestemming 2024 behandeld. Vervolgens de ontwerpbegroting 2026. Tenslotte wordt het voorstel voor de overdracht van de VTH archieftaken van de RUD behandeld.
Argum enten
Jaarrekening 2024 en verrekening resultaatbestemming 2024 Inleiding Het DB van de RUD heeft ingestemd met de concept jaarstukken van de RUD 2024 en het concept voorstel resultaatbestemming 2024. De concept jaarstukken (jaarverslag en jaarrekening) zijn ter informatie. Een zienswijzeprocedure is niet van toepassing. Het resultaat van 2024 bedraagt € 661.026,-- negatief. Het verrekenen van het resultaat is conform de Bijdrageverordening (herzien in 2021). Hierop is wel een zienswijzeprocedure van toepassing. Advies begeleidingscommissie. De begeleidingscommissie adviseert positief over het voorstel resultaatbestemming 2024. Met de voorgestelde verrekening blijft de algemene reserve van de RUD binnen de VZG-norm van 5%. Financiële consequenties. Na besluitvorming door het algemeen bestuur op 8 september 2025 worden de deelnemers voor hun aandeel in het totaal te verrekenen bedrag van € 661.026 gefactureerd. Concreet betekent dit dat de deelnemers een extra bijdrage betalen om het negatieve resultaat over 2024 te dekken. Het aandeel dat Goes moet betalen is € 33.952,--. Omdat de RUD niet alle taken voor Goes heeft uitgevoerd krijgt Goes nog € 229.671,-- terug. De netto teruggaaf voor Goes bedraagt derhalve € 229.671 – € 33.952 = € 195.719,--. Zie voor het financieel overzicht tabel 1 van bijlage 1, Overzicht financiële tabellen.
Zienswijze De gemeenteraad wordt in de gelegenheid gesteld om over het voorstel Verrekening resultaatbestemming 2024 een zienswijze in te dienen. Voorgesteld wordt een positieve zienswijze naar voren te brengen.
Ontwerpbegroting 2026 De RUD voert milieutaken voor Goes uit op het gebied van Vergunningverlening, toezicht en handhaving. De totale begrote deelnemersbijdrage voor 2026 bedraagt € 22.815.000,-. De gemeentelijke bijdrage van Goes aan de RUD in 2026 bedraagt € 1.374.400,-. Overwegingen. De ontwerpbegroting van de RUD is beleidsarm, wat betekent dat alleen de bestaande afspraken in de ontwerpbegroting worden gecontinueerd en veranderingen in bestaand beleid en wettelijke wijzigingen worden meegenomen conform de afspraken binnen de VZG. De ontwerpbegroting 2026 borduurt voort op de begroting van 2025 na 1e wijziging, aangevuld met de extra middelen op basis van het niet toegekende deel van de jaarschijf 2025 (maximering in de eerste begrotingswijziging 2025) en de jaarschijf 2026 (en verdere jaren) zoals die zijn opgenomen in het ingroeimodel behorend bij het plan ‘Samen naar een robuuste RUD Zeeland”. Daarnaast zijn de extra benodigde middelen voor de nieuwe dienstverlening en huisvesting vanaf 1 januari 2026 opgenomen, gebaseerd op het AB-voorstel “dienstverlening en huisvesting RUD Zeeland per 1 januari 2026” waar op 24 maart 2025 mee is ingestemd door het Algemeen Bestuur.
Tot slot is de warme overdracht bodem (verschuiving bevoegd gezag van provincie naar gemeenten) en de overheveling van de bedrijven die na de invoering van de omgevingswet onder de basistaken vallen en die nog niet waren overgedragen aan de RUD verwerkt in de ontwerpbegroting 2026.
Ontwikkelingen De extra benodigde middelen voor de nieuwe dienstverlening en huisvesting vanaf 1 januari 2026 zijn opgenomen, gebaseerd op het AB-voorstel ‘dienstverlening en huisvesting RUD Zeeland per 1 januari 2026’ waar op 24 maart 2025 mee is ingestemd door het Algemeen Bestuur. Deze extra benodigde middelen zijn opgenomen in de ontwerpbegroting 2026 aangezien er sprake is van een wijziging van bestaand “beleid”, namelijk hogere overheadkosten. In tabel 2 van bijlage 1, Overzicht extra benodigde middelen PIOFACH, is een overzicht opgenomen van de extra benodigde middelen die, zowel structureel als incidenteel, hiermee gemoeid zijn. Daarnaast is er een implementatieplan opgesteld om de doorontwikkeling naar een robuuste RUD te realiseren. Dit implementatieplan is gebaseerd op het plan ‘Samen naar een robuuste RUD Zeeland” zoals dat door het algemeen bestuur is vastgesteld op 9 september 2024. Hiermee is er in de ontwerpbegroting 2026 sprake is van een financiële ‘inhaalslag’ met betrekking tot de middelen die nodig zijn voor de jaarschijf 2025. Immers is de eerste begrotingswijziging 2025 niet gebaseerd op het totaal benodigde bedrag voor de jaarschijf 2025, maar gemaximeerd op een bedrag van € 17.767.000 (dit is het gemaximeerde bedrag van € 16,5 miljoen op basis van het prijspeil 2023 geïndexeerd naar het prijspeil 2025, inclusief de aanpassing van de cao 2024 2025).
Hierdoor is er in de eerste begrotingswijziging 2025 een bedrag van € 456.800 (prijspeil 2023) niet opgenomen. In de ontwerpbegroting 2026 zijn de extra middelen op basis van het niet toegekende deel van de jaarschijf 2025 (maximering in de eerste begrotingswijziging 2025) alsnog meegenomen. Hierdoor is er sprake van een verhoging ten opzichte van de eerste begrotingswijziging 2025 van circa € 1,9 miljoen (prijspeil 2025). Zie tabel 3 van het Overzicht financiële tabellen. De beide ontwikkelingen hebben een flinke impact op de ontwerpbegroting 2026 doordat de aanvullende middelen voor de dienstverlening en huisvesting vanaf 1 januari 2026 en de extra middelen op basis van het niet toegekende deel van de jaarschijf 2025 (maximering in de eerste begrotingswijziging 2025) en de jaarschijf 2026 zoals die zijn opgenomen in het ingroeimodel behorend bij het plan ‘Samen naar een robuuste RUD Zeeland” zijn opgenomen. In 2025 (en verder) worden de besturen, raden en staten meegenomen in de besluitvorming en begrotingswijzigingen over onderwerpen die nu al op de agenda staan en kunnen leiden tot wijzigingen voor de begroting 2025 en verder, zoals: ▪ Voor de uitwerking in de ontwerpbegroting 2026 is dus het destijds opgestelde ingroeimodel als basis genomen. Dit ingroeimodel is onlangs geactualiseerd op basis van de prioriteiten die nu al plaats hebben gevonden.
De nadere uitwerking van het overige deel van het ingroeimodel zal tijdens het implementatietraject om te komen tot een robuuste RUD in 2025 plaatsvinden. Hierbij bestaat de mogelijkheid dat de prioriteiten die destijds zijn gesteld anders komen te liggen en tot een nieuwe prioritering zullen leiden. Dit heeft geen gevolgen voor de totale uitkomst van en benodigde middelen voor het ingroeimodel, maar kan wel effect hebben op de bijdrage per deelnemer. De reden hiervan is dat de mogelijke verschuivingen in prioritering ook een verschuiving op de verdeling over de directe kosten, generieke kosten en overhead tot gevolg kunnen hebben en daarmee, doordat er sprake is van verschillende verdeelsleutels, op de verdeling over de deelnemers. En dus op de uiteindelijke deelnemersbijdrage per deelnemer, maar dus niet op de totale deelnemersbijdrage. ▪ De gevolgen van invoering Omgevingswet (bijvoorbeeld aanpassing kentallen); ▪ De herijking van de financieringssystematiek; ▪ Een mogelijke herwaardering van een of meerdere functies, als gevolg van collectief ingediende bezwaren tegen de huidige functiewaardering in relatie tot de waardering bij andere omgevingsdiensten. Financiële consequenties
Personele lasten In 2026 zijn de personele lasten t.o.v. het voorgaande jaar flink gestegen doordat het niet toegekende deel van de jaarschijf 2025 (maximering in de eerste begrotingswijziging 2025) en de jaarschijf 2026 uit het ingroeimodel is opgenomen in de ontwerpbegroting 2026. Deze jaarschijf bestaat voor het overgrote deel uit een toename van het aantal Fte’s en daarmee dus uit personele lasten. Deelnemersbijdrage Voor het berekenen van de bijdrage 2026 van de deelnemers is uitgegaan van: ▪ Het inrichtingenbestand (peildatum 1-4-2024), en ▪ De kentallen uit het rapport P*Q zoals deze zijn vastgesteld door het algemeen bestuur op 20 maart 2017 en de aanpassing van de kentallen aan de hand van de evaluatie P*Q (AB besluit op 30 november 2020), en ▪ De VZG-norm voor inflatie en bezuiniging: Per brief d.d. 14 november 2024 heeft de VZG bekend gemaakt de indexatierichtlijn voor 2026 vast te stellen op 0,0%, bestaande uit 0,0% voor de loongevoelige component en 0,0% voor de prijsgevoelige component. Daarnaast heeft de VZG in dezelfde brief aangegeven dat er sprake is van een bezuinigingsrichtlijn van -/- 2,2%. Omdat de verhouding tussen de loongevoelige en prijsgevoelige kosten bij de RUD afwijken van de door de VZG gehanteerde verhouding van 2/3 : 1/3 wijkt per saldo de toegepaste index (3/4 : 1/4) af van de samengestelde VZG-index.
Aangezien er binnen de RUD sprake is van het traject van Robuust worden waarbij voldaan moet worden aan 6 KPI’s is er sprake van een aparte situatie. De KPI met betrekking tot de omvang van het regionaal werkprogramma (basis- en milieu gerelateerde plustaken) gaat uit van een ondergrens die gekoppeld is aan het prijspeil van het betreffende begrotingsjaar. Om die reden is er voor gekozen om, in afwijking van de VZG-richtlijn 2026, toch indexering toe te passen. In de ontwerpbegroting 2026 is de indexering als volgt verwerkt:
Daarnaast is in de voorlopige VZG-richtlijn 2026 een voorlopige “VZG-bezuinigingsrichtlijn” voor 2026 opgenomen van -/- 2,2%. Aangezien er binnen de RUD sprake is van het traject van Robuust worden waarbij voldaan moet worden aan 6 KPI’s is er sprake van een aparte situatie. De KPI met betrekking tot de omvang van het regionaal werkprogramma (basis- en milieu gerelateerde plustaken) geeft aanleiding om voor 2026 geen bezuiniging door te voeren in het streven om een robuuste RUD te realiseren. In de ontwerpbegroting 2026 is de bezuinigingsrichtlijn als volgt verwerkt: De begrote deelnemersbijdrage voor 2026 bedraagt € 22,8 miljoen. Dit is ten opzichte van de begroting 2025 na eerste wijziging een stijging van € 5,5 miljoen. In tabel 4 is aangegeven waardoor deze stijging voornamelijk wordt veroorzaakt. De bijdrage voor Goes in 2026 is begroot op € 1.374.400,--. Dat is een toename met € 389.828,-ten opzichte van 2025. Relatie met de 1e begrotingswijziging 2025
Begin 2025 heeft de gemeenteraad de 1e begrotingswijziging 2025 RUD Zeeland behandeld. De 1e begrotingswijziging 2025 omvatte twee onderwerpen. De verwerking van de CAO-effecten in de begroting 2025 en de extra kosten voor de gedeeltelijke invoering plan van aanpak Robuuste RUD. Voor de CAO-effecten is een positieve zienswijze naar voren gebracht. Door het ontbreken van dekking €105.000,-- in de gemeentelijke begroting is voor de gedeeltelijke invoering plan van aanpak Robuuste RUD een negatieve zienswijze naar voren gebracht. Het algemeen bestuur (AB) heeft op 24 maart 2025 besloten de gedeeltelijke invoering plan van aanpak Robuuste RUD door te voeren. Voor Goes betekent dit voor dit onderdeel in de begroting 2026 een extra bijdrage van €105.000,--. PIOFACH Taken Het College van B&W heeft in haar vergadering van 20 maart 2025 besloten om de volgende bedragen voor de PIOFACH taken te verwerken in de Kadernota 2026: € 143.000 (2026), € 121.900 (2027), € 115.800 (2028) en € 108.300 (2029). De PIOFACH taken zijn nu onderdeel van de ontwerpbegroting 2026 van de RUD en maakt zodoende onderdeel uit van het totale financiële effect. Begeleidingscommissie.
De begeleidingscommissie concludeert het volgende: De RUD Zeeland staat samen met de deelnemers voor de grote uitdaging het plan van aanpak robuuste RUD uit te voeren, de verhuizing in goede banen te leiden en de organisatie gereed te maken opdat de RUD de taken op adequaat niveau kan uitvoeren. Een aantal gemeenten heeft in 2026 aanzienlijke financiële uitdagingen. De bezuinigingsnorm van de VZG is in dat licht te begrijpen. Daar staat echter tegenover dat de deelnemende gemeenten en de provincie ook de plicht hebben de RUD Zeeland te laten voldoen aan de landelijk opgelegde eisen voor omgevingsdiensten. Het voorstel voor de ontwerpbegroting 2026 is met in achtneming van het bovenstaande door de begeleidingscommissie akkoord bevonden. De begeleidingscommissie geeft daarom een positief advies aan het DB om het voorstel, na de tekstuele aanpassing, door te geleiden naar de deelnemers voor de zienswijzeprocedure Overzicht Is de begroti ng voor een zienswi jze aangeb oden RUD Zeel Ja and
Zijn de doelstell ingen duidelijk en meetba ar
Is er nieuw beleid en is dit afzonde rlijk opgeno men?
Zijn risico’s benoe md? Welke maatre gelen genom en?
Vold oet dit aan de VZG richtl ijn?
Wat is het advies van de BC. Is dit opgev olgd?
Welke bijdra ge staat voor Goes in hun begrot ing?
Welke bedra g staat in onze eigen begrot ing?
Ja
Geen nieuw beleid
ja
Nee
Positie f, ja
€ € 1.374. 909.8 400 82
Wat Hoe is het wordt dit versc gedekt? hil?
€ 464. 518
Begroting ssaldo
Zienswijze Gelet op het positieve advies van de begeleidingscommissie en de noodzakelijkheid om het Plan van aanpak Robuuste RUD adequaat uit te voeren, wordt voorgesteld om de gemeenteraad voor te stellen een positieve zienswijze naar voren te brengen.
Overdracht VTH archieftaken Aanleiding De colleges (B&W en GS) zijn verantwoordelijk voor de archivering en het beheer van de VTH dossiers die bij de RUD Zeeland gevormd worden. Sinds de oprichting van de GR RUD Zeeland in 2014 hebben de colleges van B&W en GS de VTH-taken aan de RUD gemandateerd. Dit betekent dat de RUD de VTH-taken uitvoert uit naam van de deelnemers. Dit geldt echter niet voor de archieftaken. De archieftaken zijn destijds niet gemandateerd aan de RUD en er zijn in de praktijk onvoldoende afspraken gemaakt over de archivering van de VTH-informatie. Het vervullen van de verplichtingen uit de Archiefwet is voor de VTH-dossiers nog niet goed ingericht. Daarmee wordt een risico gelopen. Nu ligt er een gedragen advies om tot een goede werkwijze te komen, zodat de verplichtingen in de toekomst wel worden nagekomen. Het advies is om de archieftaken te mandateren aan de RUD Zeeland. Dit advies is opgezet door informatiedeskundigen van alle deelnemers en in nauwe samenspraak met het Zeeuws Archief. Door de taken uit te laten voeren door de RUD zijn er de minste overdrachtsmomenten en wordt informatie direct aan de bron dusdanig verrijkt dat archiveren de minste moeite kost. Als iedere deelnemer individueel de taken op zich neemt en gaat uitvoeren ontstaat geen uniforme werkwijze, wat de verwerking van informatie en dossiers bij de RUD verwarrend kan maken.
De werkgroepleden zijn informatiedeskundigen en zij geven aan dat de werkzaamheden centraal beleggen efficiënter is. De berekende capaciteit van 3 fte zou bij gelijke verdeling per deelnemer uitkomen op 1 dag per week per deelnemer (3 fte / 14 deelnemers = 0,21 fte). Het uitvoeren van de archieftaken is een nieuwe taak voor de RUD en hiervoor moeten mensen geworven of opgeleid worden. Na overdracht naar de archiefbewaarplaats (het Zeeuws Archief) kunnen de deelnemers daar zelf hun dossiers inzien en zijn ze niet afhankelijk van RUD Zeeland. De volledig adviesbrief is als bijlage toegevoegd evenals andere onderliggende documenten. Financiële consequenties. De totale structurele kosten bedragen € 414.693,--. Voor Goes betekent dit dat de jaarlijkse structurele kosten zullen stijgen met € 25.960,--. De uitvoering van de archieftaak werd nu door Goes zelf gedaan. Hiervoor was budget beschikbaar binnen de gemeentelijke begroting. Met het besluit om de taken onder te brengen bij de RUD, wordt ook het budget ondergebracht bij de RUD. Per saldo zorgt dit niet voor een financieel effect binnen de Goese begroting. Zie voor een compleet overzicht tabel 6 van de bijlage 1 “Overzicht financiële tabellen”. Advies Begeleidingscommissie.
De begeleidingscommissie geeft een positief advies onder voorwaarde dat de deelnemers collectief de eigen taak hiervoor mandateren aan de RUD en hiervoor de benodigde financiële middelen ter beschikking stellen. Indienen zienswijze De gemeenteraad wordt in de gelegenheid gesteld om over het voorstel Overdracht VTH archieftaken een zienswijze in te dienen. Voorgesteld wordt een positieve zienswijze naar voren te brengen.
Communicatie
Alle direct betrokkenen zijn op de hoogte.
Deze informatie wordt gepubliceerd op overheid.nl. Het advies is om het besluit niet actief toe te lichten tijdens het persoverleg. Het betreft een jaarlijkse behandeling van de jaarstukken van de RUD.
Samenvatting voor publicatie
Financiën
De Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Zeeland heeft haar financiële stukken (jaarrekening en resultaatbestemming 2024 en begroting 2026) aangeboden aan de Zeeuwse gemeenten. Het college van Goes stemt in met deze jaarstukken en stuurt deze met een positief advies door naar de gemeenteraad. De gemeenteraad neemt hierover later een besluit.
Zie Argumenten
Mogelijke risico’s
Wijze van tot stand komen
Participatie
Vervolg
Dit collegevoorstel is tot stand gekomen in overleg met Wilco Lievense van de afdeling Dienstverlening, Rik de Brouwer van de afdeling facilitaire zaken, Erik Goetheer en Annique Elenbaas van de afdeling Concern. Tevens is het voorstel afgestemd met de portefeuillehouders, Joan Veldhuizen en Stan Meulblok.
nvt
De verdere planning ziet er volgt uit: 25 juli: Sluitingsdatum indiening zienswijzen 18 augustus: Behandeling in het dagelijks bestuur: Instemmen met ontwerpbegroting met inachtneming van daarop ingediende zienswijzen 28 augustus: Behandeling in het Deelnemersoverleg 8 september: Behandeling in algemeen bestuur: vaststellen ontwerpbegroting, vaststelling resultaatbestemming 2024 en de overdracht van de VTH archieftaken 15 september: Uiterlijke verzenddatum aan ministerie van binnenlandse zaken (begroting)