029. Raadsvoorstel ontwerpverordening Jeugdhulp Gemeente Goes 2026
Tekst van het document
Raadsvoorstel Datum vergadering Agendapunt Zaaknummer Onderwerp
: : : :
Portefeuillehouder Programma Opgesteld door: Afdeling
: : :
Z25.230444 / D25.1349314 Raadsvoorstel ontwerpverordening Jeugdhulp Gemeente Goes 2026 A. van der Reest Sociaal domein Evelina Goetheer Samenleving
Gevraagd besluit Kennis te nemen van de ontwerpverordening Jeugdhulp Gemeente Goes 2026 en een positieve zienswijze in te dienen. Juridische grondslag Op grond van de Jeugdwet moeten we als gemeente een aantal zaken in een verordening regelen, de zogenaamde Verordening jeugdhulp. De huidige verordening dateert uit 2021. Aanleiding Eind 2023 hebben alle dertien Zeeuwse gemeenteraden de regiovisie jeugdhulp Zeeland 2023-2028 vastgesteld. Op basis van de regiovisie is een uitvoeringsagenda opgesteld. Die is onderdeel van het meerjarig uitvoeringsprogramma Zeeuwse Samenwerking Sociaal Domein (ZSSD). In februari 2025 bent u hierover geïnformeerd met een brief en digitale informatiebijeenkomst. Een van de speerpunten in het uitvoeringsprogramma is een integraal en dekkend (jeugd)hulpaanbod, efficiënt georganiseerd. Een bijbehorende actie is het afbakenen van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht. Na het portefeuillehoudersoverleg Jeugd van 19 september 2024 hebben de dertien Zeeuwse colleges de bestuursopdracht ‘Afbakening jeugdhulp’ vastgesteld. Op 13, 14 en 15 januari 2025 hebben fysieke consultatiesessies plaatsgevonden voor de raden van respectievelijk de Oosterschelderegio, Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen.
Daarnaast hebben sessies plaatsgevonden met jeugdhulpaanbieders, medewerkers van de toegang(sorganisatie)/het lokale team, beleidsmedewerkers Jeugd, cliëntvertegenwoordigers/ervaringsdeskundigen en Wmoadviesraden/adviesraden sociaal domein. Op basis van de gegeven input in bovengenoemde sessies, het landelijke document ‘Verkenning afbakening jeugdhulpplicht’ en de modelverordeningen jeugdhulp van Schulinck en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) is er een ontwerpverordening voor de Zeeuwse gemeenten opgesteld. Voor Goes is deze vervolgens omgezet in de ontwerpverordening jeugdhulp gemeente Goes 2026 (bijlage 1). Resultaat We willen dat jeugdhulp in de toekomst beschikbaar blijft voor de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen, of jeugdigen en gezinnen in de meest kwetsbare situaties. Met het afbakenen van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht in de verordening dragen we bij aan een inhoudelijk en financieel toekomstbestendig jeugdhulplandschap in Zeeland. Het gezamenlijk optrekken in het aanpassen van de verordening is een actie in de uitvoeringsagenda bij de regiovisie jeugdhulp Zeeland 2023-2028. Argumenten 1.1 Met zienswijzen kunnen de colleges de ontwerpverordening aanpassen.
Naar aanleiding van uw zienswijze en die van andere raden kan het portefeuillehoudersoverleg Jeugd de colleges voorstellen de [ontwerpverordening jeugdhulp Gemeente Goes 2026 aan te passen voordat ze deze ter vaststelling aan u voorleggen.
Agendapunt Pagina 2
U kunt reageren op de ontwerpverordening en de bijbehorende toelichting (bijlage 2). Het college neemt uw reactie mee naar het portefeuillehoudersoverleg Jeugd. Het college legt de ontwerpverordening en de bijbehorende toelichting gedurende zes weken ter inzage. Belanghebbenden (zoals jeugdigen en/of ouders en jeugdhulpaanbieders) kunnen zo ook hun zienswijze naar voren brengen. Waar zitten de verschillen? De afbakening van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht komt met name terug in: -
Artikel 9 – Criteria individuele voorzieningen • Het vierde lid schrijft voor dat, waar beschikbaar en passend, er wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie. Het vijfde lid bevat een toelichting. • In het zesde lid staat dat, in situaties waarbij de ouder(s) begeleiding, behandeling of ondersteuning nodig hebben door maatschappelijke of eigen psychische of relationele problemen en er geen sprake is van een hulpvraag voor de jeugdige, de jeugdige en/of ouder(s) niet in aanmerking komen voor individuele voorziening. Het zevende lid bevat een uitzondering. • Het achtste lid schrijft voor dat een individuele voorziening niet met terugwerkende kracht wordt verstrekt. Behalve als sprake was of is van een crisissituatie en voor zover we de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kunnen beoordelen.
-
Artikel 10 – Beoordeling (boven)gebruikelijke hulp en eigen kracht • In dit artikel is een uitgebreide definitie opgenomen van (boven)gebruikelijke hulp en eigen kracht. Dit is een van de adviezen in het landelijke document ‘Verkenning afbakening jeugdhulpplicht’.
-
Artikel 11 – Vervoer • Dit artikel stelt aanvullende eisen aan vervoer van de jeugdige naar en van de jeugdhulpaanbieder.
-
Artikel 13 – Vaktherapie • Dit artikel stelt aanvullende eisen aan vaktherapie.
-
Artikel 14 – Kinderopvang en buitenschoolse opvang • Dit artikel schrijft voor in welke situaties jeugdhulp kan worden ingezet in de kinderopvang en buitenschoolse opvang
Kanttekeningen 1. Kamervragen met betrekking tot ontwerpverordening Zoals gezegd is een van de opgaven in de landelijke Hervormingsagenda jeugd om jeugdhulp in de toekomst beschikbaar te houden voor de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen, of jeugdigen en gezinnen in de meest kwetsbare situaties. Dit willen we onder andere bereiken door met ouders het gesprek aan te gaan over hun draagkracht, draaglast, eigen kracht en probleemoplossend vermogen. Eind maart zijn er kamervragen gesteld aan de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport over de verordening jeugdhulp van gemeente Haarlem, die vergelijkbaar is met de ontwerpverordening jeugdhulp gemeente Goes 2026. Deze vragen gaan vooral over het artikel waarin staat dat het college verwacht dat ouders het belang van hun kind boven het belang van hun (werk)carrière stellen (zie artikel 11 lid 11 verordening jeugdhulp gemeente Goes 2026). De staatssecretaris benadrukt in zijn antwoord meermaals dat niet van ouders wordt gevraagd dat zij minder of niet meer gaan werken, maar dat het voorop stellen van het belang van het kind (en het gesprek daarover aangaan) conform internationale verdragen en uitspraken van de Centrale Raad van Beroep is. Niet iedere hulpvraag heeft een zorgantwoord nodig. Er moet altijd, samen met ouders, gekeken worden naar de eigen kracht en het eigen probleemoplossend vermogen van ouders.
Agendapunt Pagina 3
We gaan dus niet als gemeente de vraag stellen om minder of niet meer te werken, als ouders een jeugdhulpvraag hebben. Wel gaat de gemeente het gesprek met ouders aan over hun draagkracht en draaglast, hun eigen kracht en hun probleemoplossend vermogen. 2. De Jeugdwet schrijft voor te doen wat nodig is voor de jeugdige en/of ouder(s). Eerder heeft de VNG-commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs kritiek geuit op de afbakening van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht. Dit omdat het college volgens de Jeugdwet moet doen wat nodig is opdat de jeugdige gezond en veilig opgroeit, naar zelfstandigheid groeit, voldoende zelfredzaam is en maatschappelijk participeert, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau. Dat maatwerk sluit niet aan op het afbakenen van voorzieningen. Toch is het goed om de toegangs(organisatie) meer handvatten te geven om de hulpvraag van de jeugdige en/of ouder(s) te onderzoeken. Want een individuele voorziening is niet altijd het beste antwoord. Jeugdigen en/of ouders hebben – eventueel samen met hun sociale netwerk – soms meer eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen dan ze in eerste instantie denken. 3. Het stellen van strengere eisen kan leiden tot meer bezwaren. Elke afbakening van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht kan leiden tot meer bezwaren van een jeugdige en/of ouder(s). Dat is geen reden om niet af te bakenen.
Maar gemeenten moeten zich wel bewust zijn van – en waar nodig voorbereiden op – een mogelijke toename van bezwaren. 4. Beschikbaarheid van algemene voorzieningen. Belangrijk is dat de algemene voorzieningen welke genoemd zijn in de verordening onder lid 2 ook beschikbaar zijn en blijven binnen onze gemeente. Gebruik hiervan draagt bij aan normaliseren, maar ook tijdig signaleren. Financiën Er zijn geen directe financiële gevolgen. Voor de gemeenten zelf is het aanpassen van de verordening niet zozeer een besparingsmaatregel, maar moet het vooral gezien worden als een normalisatiemaatregel. Duurzaamheid Niet van toepassing Communicatie & Participatie Er hebben reeds diverse consultatiesessies plaats gevonden. De concepten zijn tevens doorgesproken met het CJG Goes. Gevraagd wordt nu aan raden en belanghebbenden om hun zienswijzen naar voren te brengen. Hoe wordt aan participatie uitvoering gegeven? Door de terinzagelegging van de ontwerpverordening voor zienswijzen kunnen belanghebbenden (zoals jeugdigen en/of ouder(s) en jeugdhulpaanbieders) hun zienswijze hierop naar voren brengen. Onze gemeente heeft geen WMO adviesraad of Adviesraad Sociaal Domein. In de gemeenten waar dit wel het geval is, zal de verordening eveneens voor zienswijzen aan de adviesraden worden voorgelegd. Ze zijn Zeeuws breed ook meegenomen in de consultatiesessies.
Uitvoering Het college neemt uw zienswijze mee naar het portefeuillehoudersoverleg Jeugd. Daar bespreken de Zeeuwse portefeuillehouders Jeugd de binnengekomen zienswijzen. Niet alleen die van de raden, maar ook die van andere belanghebbenden. En de adviezen van de Wmo-adviesraden/adviesraden sociaal domein. De portefeuillehouders Jeugd stemmen af of de zienswijzen en adviezen leiden tot een aanpassing in de ontwerpverordening en waarom (niet).
Hoogachtend,
Agendapunt Pagina 4
Burgemeester en Wethouders van Goes,
mr. H.E. Schild Secretaris
C.H. van den Bos Burgemeester