019. Raadsvoorstel Beleidsplan Openbare Verlichting
Tekst van het document
Raadsvoorstel Datum vergadering Agendapunt Zaaknummer Onderwerp
: : : :
11 juni 2026
Portefeuillehouder Programma Opgesteld door: Afdeling
: :
S. Meulblok Ruimte en economie Bart Suijkerbuijk Openbare Ruimte
:
Z24.181031 / D26.1620421 Beleidsplan openbare verlichting
Gevraagd besluit 1. Het Beleidsplan Openbare Verlichting 2026–2035 vast te stellen; 2. Kennis te nemen van de participatierapportage en de verwerking van de participatie-uitkomsten in het beleidsplan; Juridische grondslag De gemeente heeft op basis van haar zorgplicht verantwoordelijkheid voor een veilige inrichting van de openbare ruimte. Het beleidsplan sluit aan op geldende wet- en regelgeving, waaronder richtlijnen voor verkeersveiligheid, duurzaamheid en openbare verlichting. Aanleiding De openbare verlichting binnen de Gemeente Goes draagt bij aan verkeersveiligheid, sociale veiligheid, leefbaarheid en de kwaliteit van de openbare ruimte. De onderwerpen zoals duurzaamheidsdoelstellingen, energiebesparing en technologische ontwikkelingen vragen om een actualisatie van het huidige beleid. Om deze redenen is het “Beleidsplan Openbare Verlichting 2026–2035 duurzaam en bewust” opgesteld. Het beleidsplan biedt een toekomstbestendig kader voor beheer, onderhoud, vervanging en verduurzaming van de openbare verlichting binnen de gemeente. Bij de voorbereiding van het beleidsplan is een uitgebreid participatietraject doorlopen met inwoners, en andere belanghebbenden. De resultaten hiervan zijn verwerkt in een participatierapportage en meegenomen in het uiteindelijke beleidsplan.
Verhouding tot de Omgevingswet Gedurende het opstellen van dit beleid is de vraag ontstaan hoe dit beleid zich verhoudt tot de Omgevingswet, en of het wellicht als omgevingsprogramma kan worden ingericht. Het handboek omgevingsprogramma’s met daarin duidelijke kaders en richtlijnen voor de inzet van het instrument omgevingsprogramma’s is nog in ontwikkeling. Daarom is er een maatwerk afweging gedaan voor dit beleid. Daarbij is er uiteindelijk voor gekozen dit beleid niet als omgevingsprogramma in te richten, maar in de vorm van een beleidsplan vast te stellen. Dit komt onder andere door het operationele karakter van het beleid en de beperkte mate van complexiteit en keuzes die van strategisch belang zijn in het kader van de omgevingsvisie. Ook als opzichzelfstaand beleidsplan is aansluiting bij de kerninstrumenten van de Omgevingswet mogelijk en wenselijk. Bij de eerstvolgende herijking van de omgevingsvisie zullen de hoofdlijnen uit dit beleid waar van toepassing worden geïntegreerd in de visie. Juridische eisen kunnen worden geborgd bij de transitie van het omgevingsplan. Ook is het waardevol te onderzoeken of de maatregelen uit dit beleidsplan op een later moment geborgd kunnen worden in een toekomstig programma ‘gezonde en veilige leefomgeving’ of andere programma’s met mogelijke raakvlakken.
Resultaat Met het nieuwe beleidsplan beoogt de gemeente: • Veilige en goed functionerende openbare verlichting, • Verlaging van energieverbruik en CO₂-uitstoot. • Toekomstbestendig beheer van de openbare verlichtingsinstallaties;
Agendapunt Pagina 2
• • • • • •
Verbetering van de leefbaarheid en sociale veiligheid; Voorkomen van lichthinder; Aandacht voor groen en de biodiversiteit; Meer uniformiteit en kwaliteit in de openbare ruimte; Inzet van duurzame en innovatieve technieken; Een transparante en participatieve werkwijze richting inwoners en stakeholders.
Argumenten 1. Actualisatie van beleid is noodzakelijk Het bestaande beleid is verouderd en sluit onvoldoende aan op actuele wet- en regelgeving, duurzaamheidsdoelstellingen en technische ontwikkelingen. Door actualisatie ontstaat een helder beleidskader voor de komende jaren. 2. Het beleidsplan draagt bij aan gemeentelijke duurzaamheidsdoelen Door toepassing van energiezuinige LED-verlichting, dimregimes en slimme technologieën wordt het energieverbruik aanzienlijk verminderd. Hiermee levert het beleidsplan een bijdrage aan de klimaatdoelstellingen van de gemeente. 3. Het beleidsplan zorgt voor doelmatig beheer en onderhoud Door planmatige vervanging en uniformering van installaties kunnen beheer- en onderhoudskosten beter worden beheerst en wordt de betrouwbaarheid van de openbare verlichting vergroot. 4. Participatie is zorgvuldig uitgevoerd De opgehaalde aandachtspunten hebben geleid tot aanscherpingen binnen het beleidsplan, onder andere op het gebied van sociale veiligheid, lichtbeleving en maatwerk in woongebieden. 5. Vaststelling door de gemeenteraad is passend Het beleidsplan bevat strategische beleidsuitgangspunten voor de langere termijn.. Kanttekeningen De uitvoering van het beleidsplan vindt gefaseerd plaats en is afhankelijk van beschikbare budgetten.
Nieuwe technologische ontwikkelingen kunnen aanleiding geven tot tussentijdse actualisatie van onderdelen van het beleid. Verwachtingen vanuit inwoners over lichtniveaus en sociale veiligheid kunnen waardoor maatwerk noodzakelijk blijft. Financiën Wat kost het? Uitvoering van dit beleidsplan kost geen extra financiële middelen. Hoe worden de kosten gedekt? De kosten worden gedekt uit de huidige middelen die beschikbaar zijn voor de openbare verlichting. Deze zijn de exploitatie €475.000 voor beheer en onderhoud van het bestaand areaal, krediet € 220.000 voor uitbreiding en grootschalige vernieuwing en vanuit de civiele projecten voor alle aanpassingen aan de installatie bij deze projecten. Zijn er grote gevolgen voor het weerstandvermogen? Geen gevolgen voor het weerstandsvermogen. Duurzaamheid Het nieuwe Beleidsplan Openbare Verlichting 2026–2035 heeft als titel: duurzaam en bewust Dit beleidsplan is gebaseerd op tien uitgangspunten. Deze lopen als een rode draad door alle hoofdstukken van het beleidsplan heen. 1. Licht vraagt om een bewuste afweging 2. Niet overal hoeft licht te branden 3. Energiezuinig en met oog voor lichtvervuiling 4. 70% verlichtingssterkte, 100% gelijkmatigheid (bij nieuw of te vernieuwen areaal) 5. Extra dimmen biedt kansen (bij bestaand areaal) 6. Slimme verlichting alleen waar dit duidelijk meerwaarde heeft 7. Integraal werken = noodzaak
Agendapunt Pagina 3
8. Circulair denken en doen 9. Overige verlichting: ook hier bewust kiezen 10. Informeren en participeren Deze uitgangspunten geven meer inhoud aan duurzaamheid dan alleen energiebesparing. De reductie van CO₂-uitstoot, de toepassing van circulaire principes, beperking van lichthinder en aandacht voor biodiversiteit zijn hierin sterk vertegenwoordigd. Communicatie & Participatie Dit beleidsplan is opgesteld met behulp van Bureau Licht en Donker. Zij zijn specialisten in adviseren en opstellen van beleidsplannen over openbare verlichting in de breedste zin. Met behulp van dit bureau is er eerst een interne studie geweest wat er voor de diverse afdelingen en personen belangrijk is wat er in dit beleidsplan moet komen. Bureau Licht en Donker heeft ook het participatietraject voorbereid, begeleid en de uitkomst hiervan verwerkt in een rapportage. De uitkomst hiervan is direct verwerkt in het beleidsplan. Hoe wordt aan participatie uitvoering gegeven? Voor de totstandkoming van het beleidsplan is een uitgebreid participatietraject georganiseerd. Deze is aangekondigd door een groot artikel hierover in het Goes Magazine. Aan inwoners en andere belanghebbenden is via Goespraatmee.nl gevraagd om te reageren op het concept beleidsplan. Men kon dit doen door een vragenlijst in te vullen.
Deze bevatte tien meerkeuzevragen en één open tekstvak, waar men ter afsluiting nog iets mee kon geven aan de gemeente. Wie dit wilde kon het concept beleidsplan downloaden, maar de vragen konden ook beantwoord word en zonder het conceptbeleid te kennen. De vragenlijst stond open van 8 december 2025 t/m 15 januari 2026 en werd 549 keer ingevuld. De belangrijkste uitkomsten uit het participatieproces zijn vastgelegd in een afzonderlijke Participatierapportage en gedeeld via Goes Praat Mee. Deze resultaten hebben geleid tot aanvullende beleidsuitgangspunten en uitvoeringsaccenten in het definitieve beleidsplan.
Uitvoering Na vaststelling door de gemeenteraad wordt gestart met de gefaseerde uitvoering van het beleidsplan. Hierbij wordt prioriteit gegeven aan: - installaties die het einde van de levensduur bereiken; - locaties met veiligheidsknelpunten; - verduurzamingsmaatregelen met het hoogste rendement. De uitvoering vindt plaats binnen de beschikbare budgetten en volgens de meerjarige jaarplannen. Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Goes,
mr. F.E.W. van Dijk Waarnemend secretaris
C.H. van den Bos Burgemeester