006. Antwoordnota ontwerp wijzigingsplan Ketelhaven Noord Goes
Tekst van het document
ANTWOORDNOTA ONTWERP WIJZIGING OMGEVINGSPLAN ‘Ketelhaven – Noord’ Beantwoording van de ingediende zienswijzen over de ontwerp wijziging omgevingsplan Ketelhaven-Noord Goes, dat van 29 augustus 2025 tot 10 oktober 2025 zes weken ter inzage heeft gelegen. Zienswijzen Over de ontwerp wijziging omgevingsplan Ketelhaven-Noord Goes zijn de volgende zienswijzen binnengekomen. Deze is afkomstig van: 1. Rassers Advocaten, namens Haringman Betonwaren B.V., Betoncentrale Haringsman B.V., De Houtkaai B.V. en Megamix Zeeland B.V., ingediend op 9 oktober 2025; 2. Rassers Advocaten, namens Holding Faasse B.V. en Zandhandel Faasse B.V., ingediend op 9 oktober 2025; 3. AGP Partner V.O.F., namens JLD-Service, ingediend op 26 september 2025; 4. Miltact Marine B.V., Boatimport B.V., HR Consultancy B.V., Particulier, M.N. Poot Holding B.V., RoHa, JLD-Service, Houthandel Katsman, A.J. Bromfiets Partners B.V. en ALVElektro B.V., ingediend op 6 oktober 2025. Beantwoording zienswijzen Zienswijze 1 Rassers Advocaten, namens Haringman Betonwaren B.V., Betoncentrale Haringsman B.V., De Houtkaai B.V. en Megamix Zeeland B.V. Samenvatting Geluid a. Het is niet duidelijk hoe met het aspect ‘geluid’ is omgegaan in het omgevingsplan. Het ontwerpplan lijkt op twee gedachten te hinken. Enerzijds lijkt een beroep te zijn gedaan op overgangsrecht, maar anderzijds worden geluidwaarden uit het Bkl gehanteerd. b.
Geluidproductieplafonds lijken met het (ontwerp)omgevingsplan niet te zijn vastgesteld. Ook is niet duidelijk of het overgangsrecht, zoals opgenomen in de artikelen 3.5 en 3.6 Aanvullingswet geluid Omgevingswet, van toepassing is. c. Onduidelijk is of en, zo ja hoe het geluidaandachtsgebied is bepaald. d. Gevraagd wordt of artikel 12.7, derde lid van het Bkl van toepassing is. Dit wreekt zich nu de standaardwaarde, bedoeld in tabel 3.34 Bkl niet overeenkomt met de waarde in artikel 23.8 van het (ontwerp)omgevingsplan. De toegestane geluidsbelasting op de woningen neemt hiermee met 5 dB(A) toe in ieder periode. e. Nergens blijkt uit dat hogere waarden zijn aangevraagd en/of verleend. Hoe verhoudt zich dit tot het overgangsrecht van artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder c, onder 2°, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet? Ook is een geluidluwe gevel per woning niet geborgd in de regels. f. Niet duidelijk is waarom in de movering naar de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ wordt verwezen, aangezien met geen mogelijkheid aan de richtafstand kan worden voldaan. g. In het akoestisch onderzoek wordt gesproken van 198 woningen. Het omgevingsplan staat echter 200 woningen toe. Er wordt vanuit gegaan dan dit een omissie is. Mocht dat niet zo zijn, dan dient artikel 23.6 te worden aangepast. 1
h. De berekeningen in het akoestisch onderzoek zijn gebaseerd op gedateerde en achterhaalde bedrijfssituaties. De vergunde situatie is anders dan opgenomen in het akoestisch onderzoek van 18 april 1997. In het onderzoek had de juridisch/planologisch maximaal toegestane situatie als uitgangspunt genomen moeten worden. Onduidelijk is of dat is gebeurd. i. Onduidelijk is of in het onderzoek ook het (gezamenlijke) geluid van alle omliggende bedrijven binnen het plan ‘Havengebied Goes’ is meegenomen in de berekeningen. j. Gevraagd wordt waarom het model van de zonebeheerder van het industrieterrein niet is gebruikt. Nu is een nieuw model gemaakt, waarbij geen inzicht is in de invoergegevens. k. In paragraaf 2.4 van het akoestisch onderzoek wordt gesteld dat de geluidnormering op grond van de Wgh nog van toepassing is. Dit betekent dat voor de nieuwbouw getoetst wordt aan een standaardwaarde van 50 dB(A). Het gecumuleerde geluid is echter getoetst aan de standaardwaarden van tabel 7.78t Bkl. Gevraagd wordt waarom dit niet getoetst is aan de Wgh. l. Aan de hand van het akoestisch onderzoek kan geen goede afweging worden gemaakt in het kader van de Wet geluidhinder. Daarmee is niet gegarandeerd dat het plan voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. m.
Onduidelijk is waarom op pagina 25 van het akoestisch onderzoek een afbeelding is opgenomen van het plangebied met ook een stedenbouwkundige invulling van het zuidwestelijke deel dat buiten het plangebied valt. n. Zorgen worden geuit over de ingetekende brug. Gevraagd wordt wat dit voor gevolgen heeft voor de bevoorradingsschepen van en naar het bedrijfsperceel. Stikstof o. In de stikstofberekening is aangegeven dat in de gebruiksfase de stikstofdepositie 0,01 mol/ha/jaar bedraagt. Aangegeven is dat dit aspect nader worden onderzocht. Het ontwerp-plan ontbeert hiermee een deugdelijke onderbouwing en motivering. p. In de onderbouwing is niet aangegeven waarom de warmte-inhoud van de koude starts zijn aangepast naar 0,000 MV, terwijl deze standaard op 0,01 MV staat. q. Er is geen rekening gehouden met het stationair draaien van wegverkeer. r. De stikstofemissies als gevolg van de gedeeltelijke ingebruikname van functies tijdens de realisatiefase ontbreken. s. De rijlijn van het bouwverkeer tijdens de realisatiefase is aanzienlijk langer dan de rijlijn van de gebruiksfase. Op basis van de stikstofberekening is het niet duidelijk wat het aantal verkeersbewegingen is tijdens de gebruiksfase. t. Het (ontwerp)omgevingsplan is in strijd met een goede ruimtelijke ordening en bevat niet de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Daarmee is het plan in strijd met artikel 4.2 Ow. u. Een woonwijk binnen de geluidzone van de betonfabriek en op korte afstand van de activiteiten die daar plaatsvinden, zijn uit oogpunt van gezondheid niet wenselijk. In de motivering wordt hier niet op ingegaan. Beantwoording a. Conform de bepaling in artikel 32.2 ‘geluidszone – industrie – 2’ uit het bestemmingsplan Havengebied Goes (tijdelijk deel omgevingsplan) is onderzocht of de geluidbelasting vanwege het industrieterrein op de gevels van de nieuwe geluidgevoelige bebouwing niet hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde. Uit dit onderzoek blijkt, dat er een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) is. De geluidsbelasting bedraagt namelijk ten hoogste 54 dB(A). Doordat rekening gehouden wordt met een eventuele kleine wijziging in de bedrijfsvoering van Haringman, wordt echter uitgegaan van een waarde van ten hoogste 55 dB(A). Daarom is nu in het omgevingsplan bepaald, dat het 2
langtijdgemiddelde beoordelingsniveau niet meer mag bedragen dan 55 dB(A) in de dagperiode. Volgens artikel 3.6 eerste lid aanhef en onder a Aanvullingswet geluid Omgevingswet (hierna: Awg) blijft de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing voor industrieterreinen zolang daarvoor nog geen geluidproductieplafonds (hierna: gpp’s) zijn vastgesteld. De Wgh verplicht daarnaast het gecumuleerde geluid te beoordelen (artikel 110f Wgh). In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is een meeromvattende beoordeling van de cumulatieve geluidsbelasting noodzakelijk. Hierdoor is ook gekeken naar andere relevante geluidbronnen in de omgeving die van invloed kunnen zijn. Dit is niet het geval. b. In het omgevingsplan zijn geen gpp’s vastgesteld. Dit is op basis van het overgangsrecht (artikel 3.6, eerste lid aanhef en onder a van de Aanvullingswet geluid (Awg) niet noodzakelijk. Het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet (in dit geval de Wet geluidhinder) blijft immers van toepassing. De gemeenteraad heeft geen omgevingswaarden als geluidproductieplafonds vastgesteld. De toegestane geluidsbelasting op de woningen zal inderdaad met 5 dB(A) toenemen. Dit heeft geen gevolgen voor de bedrijfsvoering van de betonfabriek, nu ook een hogerewaardenbesluit is genomen.
Daarnaast is door het nemen van maatregelen op het gebied van geluidwering van de uitwendige gevelconstructie van de woningen, er sprake van een aanvaardbaar geluid in de woningen en aldus een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. c. Op grond van artikel 12.7 derde lid Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is, totdat er toepassing is gegeven aan artikel 3.6, tweede lid Awg, het geluidaandachtsgebied van een industrieterrein de krachtens artikel 40 Wgh vastgestelde geluidzone. De begrenzing van de geluidzone (geluidzone – industrie 2), zoals deze was opgenomen in het bestemmingsplan ‘Havengebied Goes’ en ‘Havengebied Goes 1e herziening’ is één op één overgenomen in de wijziging van het omgevingsplan.
d. Paragraaf 3.5.4 Bkl waar artikel 3.34 deel van uitmaakt ziet op de vaststelling van geluidproductieplafonds als omgevingswaarden. Dit is hier niet aan de orde, gelet op het feit dat toepassing wordt gegeven aan het overgangsrecht uit de Aanvullingswet geluid (artikel 3.6 van de Awg). Artikel 3.34 Bkl is daarom niet van toepassing op de wijziging van het omgevingsplan. e. Artikel 110 c, eerste lid Wgh in combinatie met artikel 3.6 eerste lid, aanhef en onder a, onder 1° is op de voorbereiding van een hogere waardebesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde procedure van toepassing. Hierin valt ook terug te lezen, dat het ontwerp van het hogere waardenbesluit tegelijkertijd met het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan ter inzage moet worden gelegd. Het is 3
niet noodzakelijk om maatregelen voor de geluidwering van de gevel in het omgevingsplan vast te leggen. Ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpomgevingsplan waar onderhavige zienswijze op ziet, is per abuis het ontwerphogerewaardenbesluit niet tegelijk met het ontwerp-omgevingsplan ter inzage gelegd. Inmiddels is dit gebrek hersteld. Er is alsnog een ontwerp-hogerewaardenbesluit ter inzage gelegd en belanghebbenden zijn hierbij in de gelegenheid gesteld om hun zienswijzen in te dienen. Tevens is het hogerewaardenbesluit toegezonden aan de indieners van de zienswijzen tegen het onderhavige ontwerp-omgevingsplan. Deze indieners zijn dus expliciet in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze tegen het ontwerp-hogerewaardenbesluit naar voren te brengen, voordat de raad beslist over vaststelling van het voorliggende omgevingsplan. Tegen deze achtergrond concluderen wij dat er niemand benadeeld is door het geconstateerde gebrek. Om die reden betreft het gestelde gebrek een passeerbaar gebrek (zie o.a. AbRS 23 september 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ8304, r.o. 2.6 e.v.). Het is niet noodzakelijk om maatregelen voor de geluidwering van de gevel in het omgevingsplan vast te leggen. Dit is geregeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Op het moment van vergunningverlening zal hieraan getoetst worden. Dit is geregeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Op het moment van vergunningverlening zal hieraan getoetst worden. f. In paragraaf 4.5.3 zijn alle omliggende bedrijven beschouwd op basis van de VNGbrochure “Bedrijven en milieuzonering”, ongeacht of de bedrijven op het gezoneerde industrieterrein zijn gevestigd. De richtafstanden zijn niet van toepassing op de bedrijfsactiviteiten op het gezoneerde industrieterrein. In de motivering is daarom aangegeven, dat voor de betonwarenfabriek en betonmortelcentrale een geluidzonering geldt. Vervolgens is ook ingegaan op het uitgevoerde akoestisch onderzoek. In de motivering is niet aangegeven of de verwachting gewekt, dat de betonfabriek en betonmortelcentrale moeten voldoen aan de richtafstand. g. Het maximaal aantal toegestane woningen bedraagt 200 woningen. In het stedenbouwkundig plan waren 198 woningen opgenomen. Hierop is het akoestisch onderzoek gebaseerd, maar planologisch worden er 200 woningen mogelijk gemaakt. Het akoestisch onderzoek zal hierop worden aangepast, zodat de aantallen met elkaar overeen komen. h. In het meeste recente bestemmingsplan is een geluidszone opgenomen van 50 dB(A). Dit is de maximaal toegestane planologische situatie. Dit zal in het akoestisch onderzoek aangepast worden. i. Het gezamenlijk geluid is berekend in het akoestisch onderzoek. Dit is beschreven in paragraaf 2.6 en 4.3.2 van het akoestisch onderzoek.
Het gezamenlijk geluid bedraagt ten hoogste 55 dB. Het klopt, dat de verwijzing naar bijlage V niet juist is, echter zijn de rekenresultaten wel toegevoegd, maar lastig leesbaar. Het rapport zal hierop worden aangepast. j. In het akoestisch onderzoek is gebruik gemaakt van het geluidsmodel ten behoeve van zonebeheer, het zonebeheermodel. In de tekst is dit per abuis foutief opgenomen. Het rapportage wordt op dit punt aangepast. De resultaten en conclusies van het onderzoek blijven onveranderd. k. Er zijn geen geluidproductieplafonds vastgesteld. Dit is ook niet noodzakelijk voor de wijziging van het omgevingsplan. Daarmee zijn op basis van artikel 3.6, eerste lid aanhef en onder a Awg de geluidnormen uit de Wet geluidhinder nog van toepassing. De tekst zoals opgenomen in paragraaf 2.4 van het akoestisch onderzoek is daarmee in lijn met de Awg. Het gecumuleerde geluid dient daarmee aan de Wet geluidhinder te worden getoetst. Het rapport van het akoestisch onderzoek zal hierop worden aangepast. l. Het uitgevoerde akoestisch onderzoek zal op onderdelen worden aangepast of aangevuld. Overigens is de verwachting dat dit geen invloed heeft op de conclusie van het onderzoek en blijft er sprake van een evenwichtige toedeling van locaties. 4
m. De afbeelding komt voort uit de Gebiedsvisie Goese Schans. Deze gebiedsvisie is ook in te zien op de website goespraatmee.nl/toekomst-goese-schans. Daarbij is aangegeven dat het stedenbouwkundig plan nog verwerkt uitgewerkt wordt en nog kan wijzigen. De gebiedsvisie omvat een groter gebied dan waarop de wijziging van het omgevingsplan ziet. Het akoestisch onderzoek ziet uitsluitend op het deelgebied Ketelhaven Noord, zoals opgenomen in de wijziging van het omgevingsplan en in de modellering die deel uitmaakt van het akoestisch onderzoek. Om eventuele misverstanden te voorkomen zal het plangebied duidelijk gemaakt worden in het akoestisch onderzoek. n. De brug ligt buiten het plangebied van de wijziging van het omgevingsplan. Dit deel van de zienswijze ziet daarmee niet op de inhoud of de procedure van de wijziging van het omgevingsplan Ketelhaven Noord. Daarom wordt in deze beantwoording dit deel van de zienswijze buiten beschouwing gelaten. Stikstof o. Naar aanleiding van de uitkomst van de stikstofberekening is een voortoets uitgevoerd. Deze voortoets is als bijlage 7a aan de motivering toegevoegd. Uit de voortoets blijkt, dat de geringe bijdrage aan de stikstofdepositie geen meetbare gevolgen voor de samenstelling, structuur en functie van vegetatietypen heeft die behoren tot de betreffende habitattypen.
De ontwikkeling leidt daarmee niet tot significante gevolgen voor het Natura2000-gebied Oosterschelde. De voortoets is ook goedgekeurd door het bevoegd gezag. Daarom delen wij niet de mening dat er geen sprake is van een deugdelijke motivering. Door omstandigheden was het niet mogelijk om de motivering nog voor de terinzagelegging aan te vullen, maar de voortoets geeft onzes inziens voldoende inzicht in de gevolgen van het project. De motivering zal op dit punt nog worden aangevuld. p. Met de actualisatie van de AERIUS Calculator 2024 staat de warmte-inhoud standaard op 0,0 MW. Conform het RIVM-briefrapport 2024-0078 ‘Actualisatie AERIUS Calculator 2024’ blijkt uit onderzoek van TNO dat de warmte-inhoud bij een koude start verwaarloosbaar klein is. Daarom wordt met een warmte-inhoud van 0 MW gerekend. q. Als wegvoertuigen die actief zijn op het bouwterrein en in de berekening zijn meegenomen op basis van een middelzwaar utiliteitsvoertuig of zwaar utiliteitsvoertuig, dan is daarin onder andere al rekening gehouden met stationair draaien. Alle mobiele werktuigen die in de berekening zijn ingevoerd vallen hieronder. Conform de handreiking is het aanvullend toevoegen van stationair draaiende vrachtvoertuigen dan niet nodig. r. Het is juist dat de woningen gefaseerd gerealiseerd gaan worden.
Het is op dit moment nog niet bekend hoeveel woningen er exact per fase gerealiseerd gaan worden en in hoeveel fasen. Dit is mede afhankelijk van de vraag naar woningen op dat moment. Om toch inzicht te verkrijgen in de realisatiefase in combinatie met de gebruiksfase is voor het jaar 2030 de gebruiksfase toegevoegd op basis van gebruik van de helft van het aantal woningen. s. De rijlijn voor bouwverkeer is langer, omdat het bouwverkeer grotendeels uit zwaar vrachtverkeer bestaat. Daarbij duurt het langer voordat dit verkeer opgaat in het heersend verkeersbeeld op basis van intensiteiten zwaar vrachtverkeer. In de gebruiksfase bestaat het verkeer voornamelijk uit lichtverkeer. Dit verkeer gaat sneller op in het heersend verkeersbeeld. In de stikstofberekening is abusievelijk de verkeerde bijlage bijgevoegd van de gebruiksfase waarin het rijdend verkeer niet is meegenomen. Echter is de voortoets wel gebaseerd op de juiste stikstofberekening (inclusief rijdend verkeer). Voor het rijdend verkeer is het aantal motorvoertuigen opgenomen, zoals weergeven in hoofdstuk 4 van de notitie. De conclusie blijft daarmee onveranderd. De stikstofberekening zal vervangen worden. t. Zoals ook in paragraaf 5.1 van de motivering is weergegeven, zijn alle omgevingsaspecten onderzocht en/of afgewogen. Waar nodig zijn onderzoeken 5
uitgevoerd. Uit de afweging blijkt, dat aan alle aspecten voldaan wordt, of kan worden. Met de uitgevoerde voortoets wordt ook voldaan aan het aspect gebiedsbescherming. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Wij delen daarom niet de opvatting dat de wijziging van het omgevingsplan vanuit een oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (voorheen goede ruimtelijke ordening) onaanvaardbaar is. u. Het maatgevende omgevingsaspect van de betonfabriek is geluid. Hiernaar is akoestisch onderzoek uitgevoerd waaruit is gebleken dat de geluidsbelasting onder de ontheffingswaarde blijft. Door het treffen van maatregelen aan de uitwendige gevelconstructie kan wel voldaan worden aan de binnenwaarde en is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie De zienswijze leidt tot de volgende aanpassingen: Akoestisch onderzoek: - Het akoestisch onderzoek moet worden aangepast op 200 woningen ipv 198. - In het akoestisch onderzoek is gebruik gemaakt van het geluidsmodel ten behoeve v an zonebeheer (het zonebeheermodel). Dit komt niet goed naar voren in het rapport. - In het meeste recente bestemmingsplan is een geluidszone opgenomen van 50 dB(A). Dit is de maximaal toegestane planologische situatie. Dit zal in het akoestisch onderzoek aangepast worden.
- Het gezamenlijk geluid is berekend in paragraaf 2.6 en 4.3.2 van het akoestisch onderzoek. De verwijzing naar bijlage V niet juist is, echter zijn de rekenresultaten wel toegevoegd, maar lastig leesbaar. Het rapport zal hierop worden aangepast. - Het gecumuleerde geluid dient aan de Wet geluidhinder te worden getoetst. Het rapport van het akoestisch onderzoek zal hierop worden aangepast. - Het plangebied zal duidelijker opgenomen worden in het akoestisch onderzoek. Stikstof - De motivering van het wijziging omgevingsplan aanpassen op de uitkomsten van de voortoets Stikstof. - Het stationair draaien van het bouwverkeer zal worden toegevoegd in de stikstofberekening. - Het jaar 2030 aan de gebruiksfase toevoegen op basis van gebruik van de helft van het aantal woningen. - De stikstofberekening zal vervangen worden met een bijlage van de gebruiksfase waarin het rijdend verkeer wel in is meegenomen.
6
Zienswijze 2 Rassers Advocaten, namens Holding Faasse B.V. en Zandhandel Faasse B.V. Samenvatting Geluid a. Het is niet duidelijk hoe met het aspect ‘geluid’ is omgegaan in het omgevingsplan. Het ontwerpplan lijkt op twee gedachten te hinken. Enerzijds lijkt een beroep te zijn gedaan op overgangsrecht, maar anderzijds worden geluidwaarden uit het Bkl gehanteerd. b. Geluidproductieplafonds lijken met het (ontwerp)omgevingsplan niet te zijn vastgesteld. Ook is niet duidelijk of het overgangsrecht, zoals opgenomen in de artikelen 3.5 en 3.6 Aanvullingswet geluid Omgevingswet, van toepassing is. c. Onduidelijk is of en, zo ja hoe het geluidaandachtsgebied is bepaald. d. Gevraagd wordt of artikel 12.7, derde lid van het Bkl van toepassing is. Dit wreekt zich nu de standaardwaarde, bedoeld in tabel 3.34 Bkl niet overeenkomt met de waarde in artikel 23.8 van het (ontwerp)omgevingsplan. De toegestane geluidsbelasting op de woningen neemt hiermee met 5 dB(A) toe in ieder periode. e. Nergens blijkt uit dat hogere waarden zijn aangevraagd en/of verleend. Hoe verhoudt zich dit tot het overgangsrecht van artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder c, onder 2°, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet? Ook is een geluidluwe gevel per woning niet geborgd in de regels. f. Niet duidelijk is waarom in de movering naar de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ wordt verwezen? g.
In het akoestisch onderzoek wordt gesproken van 198 woningen. Het omgevingsplan staat echter 200 woningen toe. Er wordt vanuit gegaan dan dit een omissie is. Mocht dat niet zo zijn, dan dient artikel 23.6 te worden aangepast. h. De berekeningen in het akoestisch onderzoek lijken enkel gebaseerd te zijn op het rapport van Haringman Betonwaren van 18 april 1997. In het akoestisch onderzoek had de juridisch/planologisch maximaal toegestane situatie als uitgangspunt genomen moeten worden. i. Onduidelijk is of in het onderzoek ook het (gezamenlijke) geluid van alle omliggende bedrijven binnen het plan ‘Havengebied Goes’ is meegenomen in de berekeningen. j. Gevraagd wordt waarom het model van de zonebeheerder van het industrieterrein niet is gebruikt. Nu is een nieuw model gemaakt, waarbij geen inzicht is in de invoergegevens. k. In paragraaf 2.4 van het akoestisch onderzoek wordt gesteld dat de geluidnormering op grond van de Wgh nog van toepassing is. Dit betekent dat voor de nieuwbouw getoetst wordt aan een standaardwaarde van 50 dB(A). Het gecumuleerde geluid is echter getoetst aan de standaardwaarden van tabel 7.78t Bkl. Gevraagd wordt waarom dit niet getoetst is aan de Wgh. l. Aan de hand van het akoestisch onderzoek kan geen goede afweging worden gemaakt in het kader van de Wet geluidhinder.
Daarmee is niet gegarandeerd dat het plan voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. m. Onduidelijk is waarom op pagina 25 van het akoestisch onderzoek een afbeelding is opgenomen van het plangebied met ook een stedenbouwkundige invulling van het zuidwestelijke deel dat buiten het plangebied valt. n. Zorgen worden geuit over de ingetekende brug. Gevraagd wordt wat dit voor gevolgen heeft voor de bevoorradingsschepen van en naar het bedrijfsperceel. Stikstof o. In de stikstofberekening is aangegeven dat in de gebruiksfase de stikstofdepositie 0,01 mol/ha/jaar bedraagt. Aangegeven is dat dit aspect nader worden onderzocht. Het ontwerp-plan ontbeert hiermee een deugdelijke onderbouwing en motivering. 7
p. In de onderbouwing is niet aangegeven waarom de warmte-inhoud van de koude starts zijn aangepast naar 0,000 MV, terwijl deze standaard op 0,01 MV staat. q. Er is geen rekening gehouden met het stationair draaien van wegverkeer. r. De stikstofemissies als gevolg van de gedeeltelijke ingebruikname van functies tijdens de realisatiefase ontbreken. s. De rijlijn van het bouwverkeer tijdens de realisatiefase is aanzienlijk langer dan de rijlijn van de gebruiksfase. Op basis van de stikstofberekening is het niet duidelijk wat het aantal verkeersbewegingen is tijdens de gebruiksfase. t. Het (ontwerp)omgevingsplan is in strijd met een goede ruimtelijke ordening en bevat niet de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarmee is het plan in strijd met artikel 4.2 Ow. u. Een woonwijk binnen de geluidzone van de betonfabriek en op korte afstand van de activiteiten die daar plaatsvinden, zijn uit oogpunt van gezondheid niet wenselijk. In de motivering wordt hier niet op ingegaan. Beantwoording v.
Conform de bepaling in artikel 32.2 ‘geluidszone – industrie – 2’ uit het bestemmingsplan Havengebied Goes (tijdelijk deel omgevingsplan) is onderzocht of de geluidbelasting vanwege het industrieterrein op de gevels van de nieuwe geluidgevoelige bebouwing niet hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde. Uit dit onderzoek blijkt, dat er een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) is. De geluidsbelasting bedraagt namelijk ten hoogste 54 dB(A). Doordat rekening gehouden wordt met een eventuele kleine wijziging in de bedrijfsvoering van Haringman, wordt echter uitgegaan van een waarde van ten hoogste 55 dB(A). Daarom is nu in het omgevingsplan bepaald, dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau niet meer mag bedragen dan 55 dB(A) in de dagperiode. Volgens artikel 3.6 eerste lid aanhef en onder a Aanvullingswet geluid Omgevingswet (hierna: Awg) blijft de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing voor industrieterreinen zolang daarvoor nog geen geluidproductieplafonds (hierna: gpp’s) zijn vastgesteld. De Wgh verplicht daarnaast het gecumuleerde geluid te beoordelen (artikel 110f Wgh). In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is een meeromvattende beoordeling van de cumulatieve geluidsbelasting noodzakelijk.
Hierdoor is ook gekeken naar andere relevante geluidbronnen in de omgeving die van invloed kunnen zijn. Dit is niet het geval. w. In het omgevingsplan zijn geen gpp’s vastgesteld. Dit is op basis van het overgangsrecht (artikel 3.6, eerste lid aanhef en onder a van de Aanvullingswet geluid (Awg) niet noodzakelijk. Het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet (in dit geval de Wet geluidhinder) blijft immers van toepassing. De gemeenteraad heeft geen omgevingswaarden als geluidproductieplafonds vastgesteld. De toegestane geluidsbelasting op de woningen zal inderdaad met 5 dB(A) toenemen. Dit heeft geen gevolgen voor de bedrijfsvoering van de betonfabriek, nu ook een hogerewaardenbesluit is genomen. Daarnaast is door het nemen van maatregelen op het gebied van geluidwering van de uitwendige gevelconstructie van de woningen, er sprake van een aanvaardbaar geluid in de woningen en aldus een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. x. Op grond van artikel 12.7 derde lid Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is, totdat er toepassing is gegeven aan artikel 3.6, tweede lid Awg, het geluidaandachtsgebied van een industrieterrein de krachtens artikel 40 Wgh vastgestelde geluidzone.
De begrenzing van de geluidzone (geluidzone – industrie 2), zoals deze was opgenomen in het bestemmingsplan ‘Havengebied Goes’ en ‘Havengebied Goes 1e herziening’ is één op één overgenomen in de wijziging van het omgevingsplan. 8
y. Paragraaf 3.5.4 Bkl waar artikel 3.34 deel van uitmaakt ziet op de vaststelling van geluidproductieplafonds als omgevingswaarden. Dit is hier niet aan de orde, gelet op het feit dat toepassing wordt gegeven aan het overgangsrecht uit de Aanvullingswet geluid (artikel 3.6 van de Awg). Artikel 3.34 Bkl is daarom niet van toepassing op de wijziging van het omgevingsplan. z. Artikel 110 c, eerste lid Wgh in combinatie met artikel 3.6 eerste lid, aanhef en onder a, onder 1° is op de voorbereiding van een hogere waardebesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde procedure van toepassing. Hierin valt ook terug te lezen, dat het ontwerp van het hogere waardenbesluit tegelijkertijd met het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan ter inzage moet worden gelegd. Het is niet noodzakelijk om maatregelen voor de geluidwering van de gevel in het omgevingsplan vast te leggen. Ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpomgevingsplan waar onderhavige zienswijze op ziet, is per abuis het ontwerphogerewaardenbesluit niet tegelijk met het ontwerp-omgevingsplan ter inzage gelegd. Inmiddels is dit gebrek hersteld. Er is alsnog een ontwerp-hogerewaardenbesluit ter inzage gelegd en belanghebbenden zijn hierbij in de gelegenheid gesteld om hun zienswijzen in te dienen.
Tevens is het hogerewaardenbesluit toegezonden aan de indieners van de zienswijzen tegen het onderhavige ontwerp-omgevingsplan. Deze indieners zijn dus expliciet in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze tegen het ontwerp-hogerewaardenbesluit naar voren te brengen, voordat de raad beslist over vaststelling van het voorliggende omgevingsplan. Tegen deze achtergrond concluderen wij dat er niemand benadeeld is door het geconstateerde gebrek. Om die reden betreft het gestelde gebrek een passeerbaar gebrek (zie o.a. AbRS 23 september 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ8304, r.o. 2.6 e.v.). Het is niet noodzakelijk om maatregelen voor de geluidwering van de gevel in het omgevingsplan vast te leggen. Dit is geregeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Op het moment van vergunningverlening zal hieraan getoetst worden. Dit is geregeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Op het moment van vergunningverlening zal hieraan getoetst worden. aa. In paragraaf 4.5.3 zijn alle omliggende bedrijven beschouwd op basis van de VNGbrochure “Bedrijven en milieuzonering”, ongeacht of de bedrijven op het gezoneerde industrieterrein zijn gevestigd. De richtafstanden zijn niet van toepassing op de bedrijfsactiviteiten op het gezoneerde industrieterrein. In de motivering is daarom aangegeven, dat voor de betonwarenfabriek en betonmortelcentrale een geluidzonering geldt.
Vervolgens is ook ingegaan op het uitgevoerde akoestisch onderzoek. In de motivering is niet aangegeven of de verwachting gewekt, dat de betonfabriek en betonmortelcentrale moeten voldoen aan de richtafstand. 9
bb. Het maximaal aantal toegestane woningen bedraagt 200 woningen. In het stedenbouwkundig plan waren 198 woningen opgenomen. Hierop is het akoestisch onderzoek gebaseerd, maar planologisch worden er 200 woningen mogelijk gemaakt. Het akoestisch onderzoek zal hierop worden aangepast, zodat de aantallen met elkaar overeen komen. cc. In het meeste recente bestemmingsplan is een geluidszone opgenomen van 50 dB(A). Dit is de maximaal toegestane planologische situatie. Dit zal in het akoestisch onderzoek aangepast worden. dd. Het gezamenlijk geluid is berekend in het akoestisch onderzoek. Dit is beschreven in paragraaf 2.6 en 4.3.2 van het akoestisch onderzoek. Het gezamenlijk geluid bedraagt ten hoogste 55 dB. Het klopt, dat de verwijzing naar bijlage V niet juist is, echter zijn de rekenresultaten wel toegevoegd, maar lastig leesbaar. Het rapport zal hierop worden aangepast. ee. In het akoestisch onderzoek is gebruik gemaakt van het geluidsmodel ten behoeve van zonebeheer, het zonebeheermodel. In de tekst is dit per abuis foutief opgenomen. Het rapportage wordt op dit punt aangepast. De resultaten en conclusies van het onderzoek blijven onveranderd. ff. Er zijn geen geluidproductieplafonds vastgesteld. Dit is ook niet noodzakelijk voor de wijziging van het omgevingsplan.
Daarmee zijn op basis van artikel 3.6, eerste lid aanhef en onder a Awg de geluidnormen uit de Wet geluidhinder nog van toepassing. De tekst zoals opgenomen in paragraaf 2.4 van het akoestisch onderzoek is daarmee in lijn met de Awg. Het gecumuleerde geluid dient daarmee aan de Wet geluidhinder te worden getoetst. Het rapport van het akoestisch onderzoek zal hierop worden aangepast. gg. Het uitgevoerde akoestisch onderzoek zal op onderdelen worden aangepast of aangevuld. Overigens is de verwachting dat dit geen invloed heeft op de conclusie van het onderzoek en blijft er sprake van een evenwichtige toedeling van locaties. hh. De afbeelding komt voort uit de Gebiedsvisie Goese Schans. Deze gebiedsvisie is ook in te zien op de website goespraatmee.nl/toekomst-goese-schans. Daarbij is aangegeven dat het stedenbouwkundig plan nog verwerkt uitgewerkt wordt en nog kan wijzigen. De gebiedsvisie omvat een groter gebied dan waarop de wijziging van het omgevingsplan ziet. Het akoestisch onderzoek ziet uitsluitend op het deelgebied Ketelhaven Noord, zoals opgenomen in de wijziging van het omgevingsplan en in de modellering die deel uitmaakt van het akoestisch onderzoek. Om eventuele misverstanden te voorkomen zal het plangebied duidelijk gemaakt worden in het akoestisch onderzoek. ii. De brug ligt buiten het plangebied van de wijziging van het omgevingsplan.
Dit deel van de zienswijze ziet daarmee niet op de inhoud of de procedure van de wijziging van het omgevingsplan Ketelhaven Noord. Daarom wordt in deze beantwoording dit deel van de zienswijze buiten beschouwing gelaten. Stikstof jj. Naar aanleiding van de uitkomst van de stikstofberekening is een voortoets uitgevoerd. Deze voortoets is als bijlage 7a aan de motivering toegevoegd. Uit de voortoets blijkt, dat de geringe bijdrage aan de stikstofdepositie geen meetbare gevolgen voor de samenstelling, structuur en functie van vegetatietypen heeft die behoren tot de betreffende habitattypen. De ontwikkeling leidt daarmee niet tot significante gevolgen voor het Natura2000-gebied Oosterschelde. De voortoets is ook goedgekeurd door het bevoegd gezag. Daarom delen wij niet de mening dat er geen sprake is van een deugdelijke motivering. Door omstandigheden was het niet mogelijk om de motivering nog voor de terinzagelegging aan te vullen, maar de voortoets geeft onzes inziens voldoende inzicht in de gevolgen van het project. De motivering zal op dit punt nog worden aangevuld. 10
kk. Met de actualisatie van de AERIUS Calculator 2024 staat de warmte-inhoud standaard op 0,0 MW. Conform het RIVM-briefrapport 2024-0078 ‘Actualisatie AERIUS Calculator 2024’ blijkt uit onderzoek van TNO dat de warmte-inhoud bij een koude start verwaarloosbaar klein is. Daarom wordt met een warmte-inhoud van 0 MW gerekend. ll. Als wegvoertuigen die actief zijn op het bouwterrein en in de berekening zijn meegenomen op basis van een middelzwaar utiliteitsvoertuig of zwaar utiliteitsvoertuig, dan is daarin onder andere al rekening gehouden met stationair draaien. Alle mobiele werktuigen die in de berekening zijn ingevoerd vallen hieronder. Conform de handreiking is het aanvullend toevoegen van stationair draaiende vrachtvoertuigen dan niet nodig. mm. Het is juist dat de woningen gefaseerd gerealiseerd gaan worden. Het is op dit moment nog niet bekend hoeveel woningen er exact per fase gerealiseerd gaan worden en in hoeveel fasen. Dit is mede afhankelijk van de vraag naar woningen op dat moment. Om toch inzicht te verkrijgen in de realisatiefase in combinatie met de gebruiksfase is voor het jaar 2030 de gebruiksfase toegevoegd op basis van gebruik van de helft van het aantal woningen. nn. De rijlijn voor bouwverkeer is langer, omdat het bouwverkeer grotendeels uit zwaar vrachtverkeer bestaat.
Daarbij duurt het langer voordat dit verkeer opgaat in het heersend verkeersbeeld op basis van intensiteiten zwaar vrachtverkeer. In de gebruiksfase bestaat het verkeer voornamelijk uit lichtverkeer. Dit verkeer gaat sneller op in het heersend verkeersbeeld. In de stikstofberekening is abusievelijk de verkeerde bijlage bijgevoegd van de gebruiksfase waarin het rijdend verkeer niet is meegenomen. Echter is de voortoets wel gebaseerd op de juiste stikstofberekening (inclusief rijdend verkeer). Voor het rijdend verkeer is het aantal motorvoertuigen opgenomen, zoals weergeven in hoofdstuk 4 van de notitie. De conclusie blijft daarmee onveranderd. De stikstofberekening zal vervangen worden. oo. Zoals ook in paragraaf 5.1 van de motivering is weergegeven, zijn alle omgevingsaspecten onderzocht en/of afgewogen. Waar nodig zijn onderzoeken uitgevoerd. Uit de afweging blijkt, dat aan alle aspecten voldaan wordt, of kan worden. Met de uitgevoerde voortoets wordt ook voldaan aan het aspect gebiedsbescherming. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Wij delen daarom niet de opvatting dat de wijziging van het omgevingsplan vanuit een oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (voorheen goede ruimtelijke ordening) onaanvaardbaar is. pp. Het maatgevende omgevingsaspect van de betonfabriek is geluid.
Hiernaar is akoestisch onderzoek uitgevoerd waaruit is gebleken dat de geluidsbelasting onder de ontheffingswaarde blijft. Door het treffen van maatregelen aan de uitwendige gevelconstructie kan wel voldaan worden aan de binnenwaarde en is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie De zienswijze leidt tot de volgende aanpassingen: Akoestisch onderzoek: - Het akoestisch onderzoek moet worden aangepast op 200 woningen ipv 198. - In het akoestisch onderzoek is gebruik gemaakt van het geluidsmodel ten behoeve v an zonebeheer (het zonebeheermodel). Dit komt niet goed naar voren in het rapport. - In het meeste recente bestemmingsplan is een geluidszone opgenomen van 50 dB(A). Dit is de maximaal toegestane planologische situatie. Dit zal in het akoestisch onderzoek aangepast worden. - Het gezamenlijk geluid is berekend in paragraaf 2.6 en 4.3.2 van het akoestisch onderzoek. De verwijzing naar bijlage V niet juist is, echter zijn de rekenresultaten wel toegevoegd, maar lastig leesbaar. Het rapport zal hierop worden aangepast. 11
-
Het gecumuleerde geluid dient aan de Wet geluidhinder te worden getoetst. Het rapport van het akoestisch onderzoek zal hierop worden aangepast. Het plangebied zal duidelijker opgenomen worden in het akoestisch onderzoek.
Stikstof - De motivering van het wijziging omgevingsplan aanpassen op de uitkomsten van de voortoets Stikstof. - Het stationair draaien van het bouwverkeer zal worden toegevoegd in de stikstofberekening. - Het jaar 2030 aan de gebruiksfase toevoegen op basis van gebruik van de helft van het aantal woningen. - De stikstofberekening zal vervangen worden met een bijlage van de gebruiksfase waarin het rijdend verkeer wel in is meegenomen.
12
Zienswijze 3 AGP Partner V.O.F., namens JLD-Service Samenvatting a. In de wijziging van het ontwerp Ketelhaven-Noord wordt de Courtinestraat onttrokken aan het voor JLD-Service van essentieel belang zijnde doorgaande verkeer voor gemotoriseerd verkeer. Doordat het gaat om een automobielbedrijf wordt JLD-Service benadeeld/in zijn voortbestaan bedreigd. b. In het ontwerp wordt aan de oostzijde van de Courtinestraat een school, een medisch centrum plus daarboven een aantal appartementen voorzien. De ingetekende hoeveel parkeerplaatsen zijn 29 stuks. Dit is onvoldoende voor de schoolfunctie en hierdoor zal het (privé)terrein van JLD-Service dienst gaan doen als manoeuvreerruimte c.q. tijdelijk parkeerplaats. Er zal een noodzaak ontstaan hekwerken of elektrische slagbomen te plaatsen. c. De ‘smoel’ van het bedrijf (hoofdingang, kantoor en receptie) wordt door het voornemen 90 graden verkeerd gesitueerd. Reclame-uitingen zullen dus verplaats worden. Daarbij zou transformatie van JLD-Service zijnde een bedrijf met een aanblik van ruim 38 meter, getransformeerd worden tot een ‘bedrijfje’ van slechts 20 meter. Dit levert financieel nadeel op. d. Binnen 5 jaar na aankoop van de kavel veranderd de gemeente Goes de bestemming rigoureus.
Dit wordt aangemerkt als onbehoorlijk bestuur richting koper, mede omdat het onttrekken van het gedeelte Courtinestraat aan het doorgaande verkeer beslist geen noodzaak is. Beantwoording a. Voorlopig blijft het westelijke deel van de Courtinestraat in functie als route in twee richtingen. In het kader van het bouwrijp maken van het gebied wordt de weg wel vernieuwd en op een hoger peil aangelegd. In samenhang met de invulling van de maatschappelijke kavel (en de herontwikkeling van Ketelhaven Zuidwest) zal later een nieuwe afweging worden gemaakt over de definitieve inrichting van het westelijk deel van de Courtinestraat (twee richtingen handhaven, versmallen tot eenrichting straat of omvormen tot een doodlopende straat). Dit kan er ook toe leiden dat het karakter van andere verbindingen/wegen in het woongebied wordt heroverwogen. Het inrichtingsplan voor de uiteindelijke situatie zoals nu in de motivering bij het wijzigingsplan is opgenomen zal overeenkomstig worden gewijzigd (zie onderstaande afbeelding). Indien in een later stadium alsnog een wijziging in de verkeersfunctie van het westelijke deel van de Courtinestraat wordt overwogen wordt de omgeving daarbij betrokken. Voor een wijziging van de verkeersfunctie is een verkeersbesluit nodig waartegen bezwaar mogelijk is.
13
b. De keuze voor de invulling van de maatschappelijke kavel is nog niet gemaakt. Een school zou voor de levendigheid in de wijk mooi zijn. Maar het kan ook een andere (kleinere) maatschappelijke (of commerciële) functie zijn of wellicht toch alleen woningbouw. Binnen het plangebied wordt voorzien in voldoende (openbare) parkeergelegenheid. Enkel de noordelijke blokken krijgen een eigen parkeerplaats toegewezen. De overige woningen zullen de auto’s moeten parkeren op openbare plekken. De parkeerbehoefte is berekend op basis van het maximum aantal woningen en typologie, en op basis van het maximum aantal vierkante meters bruto vloeroppervlakte voor de beoogde Maatschappelijke functie en de CROW normeringen. Wij zijn niet van mening dat er een parkeerprobleem zal optreden, of dermate hinder voor de omliggende bedrijven zal optreden dat er vergaande maatregelen moeten worden getroffen om het eigen terrein af te sluiten. c. In het argument over de zichtbaarheid wordt betoogd dat het bedrijf op de lange zijde van de kavel is georiënteerd en door de voorgenomen afwaardering van de weg langs die zijde sterk benadeeld wordt. Dit argument wordt onevenredig zwaar aangezet. Het gebouw oriënteert zich nadrukkelijk naar de hoek met zowel een inrit naar de korte als naar de lange zijde van de kavel.
De zichtbaarheid van het bedrijf wordt naar onze mening niet minder in de nieuwe opzet (zie onderstaande afbeelding). Daarbij blijft de Courtissenstraat gebruikt worden als ontsluitingsweg voor gemotoriseerd verkeer (zie ook onder a), waardoor ook langs die zijde het verkeer richting het autobedrijf kan rijden.
14
d. Voorafgaand aan de wijziging van het omgevingsplan van Ketelhaven Noord heeft de gemeente Goes in juni 2024 de visie ‘Goese Schans’ vastgesteld, waarin ook het deelgebied Ketelhaven-Noord is opgenomen ten behoeve van woningbouw. Voorafgaand aan de vaststelling is er een intensief participatietraject opgestart om omwonenden en belanghebbenden bij het opstellen te betrekken en te vragen om input. De gemeente Goes kent opgaven en heeft ook de bevoegdheid gebieden te transformeren tot bijvoorbeeld woningbouwlocaties. Door het betrekken van omwonenden, zowel in de visievorming als bij het tot stand komen van het wijziging omgevingsplan, is er in onze optiek geen sprake van onbehoorlijk bestuur. Conclusie De zienswijze leidt tot de volgende aanpassingen: - Het inrichtingsplan wordt aangepast. De Courtissenstraat zal vooralsnog in beide richtingen gebruikt kunnen worden voor gemotoriseerd verkeer. De inrichting van het Maatschappelijk kavel en de ontsluiting hiervan wordt ook opnieuw bekeken.
15
Zienswijze 4 Miltact Marine B.V., Boatimport B.V., HR Consultancy B.V., Particulier, M.N. Poot Holding B.V., RoHa, JLD-Service, Houthandel Katsman, A.J. Bromfiets Partners B.V. en ALV-Elektro B.V. Samenvatting a. Hoofdstuk 2.1 van het document ‘Wijziging Omgevingsplan Goes, Ketelhaven-Noord’, gedateerd 18 april 2025 schetst een totaal verkeerd beeld van de huidige situatie. Gedateerde afbeeldingen en ook de beschrijving met betrekking tot het aantal bedrijven is onjuist. De Courtinestraat is aan de zuid- en westzijde volgebouwd met bedrijven. Ook de Oostschans, aansluitend aan de Courtinestraat is volgebouwd met bedrijven en enkele bedrijfswoningen. Het gaat in totaal om minstens 40 bedrijven. b. Bij alle bedrijven gevestigd aan de Courtinestraat en de Oostschans is bedrijvigheid en dat genereerd transportbewegingen met grote vrachtauto’s. In het plan is niet duidelijk hoe het vrachtverkeer de bedrijven aan de Courtinestraat westzijde en de Oostschans moet bereiken. De nieuw aan te leggen weg, loodrecht op de Houtkade in het verlengde van de Oostschans is benoemd tot ‘woonstraat’. Hierdoor is de weg niet begaanbaar voor vrachtverkeer. Vanwege de bewuste keuze voor een krappe parkeernorm, zal de weg gebruikt gaan worden als parkeerplaats. De route Courtinestraat naar de Oostschans bevat een school en een huisartsenpost.
Daarbij kruist deze route een fietspad en de uitrit van garagebedrijf JLD is op een groenstrook ingetekend. Dit zijn onverantwoorde keuzes. Afgaande op bovenstaande wordt voorgesteld om de huidige Courtinestraat als aanrijroute te blijven gebruiken voor het vrachtverkeer naar de bedrijven aan de Oostschans, met een ruim opgezette weginrichting. De toegangsweg naar de school en huisartsenpraktijk kan vanaf de Houtkade op een fietsvriendelijke wijze ingericht worden. Beantwoording a. De beschrijving in de motivering ziet toe op het plangebied ‘Ketelhaven-Noord’. Daar is alle bedrijvigheid vertrokken en ligt het terrein braak. De beschrijving ziet niet toe op de directe omgeving, waar inderdaad nog bedrijvigheid is gevestigd. De aangehaalde afbeelding is gedateerd en zal worden aangepast b. Zoals in de beantwoording op zienswijze 3, onder a, al is aangegeven, zal een nieuwe afweging worden gemaakt over de definitieve inrichting van het westelijk deel van de Courtinestraat (twee richtingen handhaven, versmallen tot eenrichting straat of omvormen tot een doodlopende straat). Dit kan er ook toe leiden dat het karakter van andere verbindingen/wegen in het woongebied wordt heroverwogen. Ook de inrichting en invulling van de maatschappelijke kavel en aansluitende infra zal opnieuw worden bekeken.
Hierbij zal ook input worden gebruikt uit de metingen die uitgevoerd zullen worden van het huidige vrachtverkeer dat van en naar de gevestigde bedrijven rijdt. Wellicht hebben we dat aan de lage kant ingeschat. Voorlopig blijft het westelijke deel van de Courtinestraat in functie als route in twee richtingen. In het kader van het bouwrijpmaken van het gebied wordt de weg wel vernieuwd en op een hoger peil aangelegd. De bedrijven worden geïnformeerd als er plannen zijn met de weg. Ze worden gewezen op het feit dat er een verkeersbesluit nodig is om de huidige status van de weg te veranderen en dat er tegen dat besluit bezwaar gemaakt kan worden. Conclusie De zienswijze leidt tot de volgende aanpassingen: - In de motivering van de wijziging van het omgevingsplan zal onder hoofdstuk 2.1 de weergave van de huidige situatie worden gewijzigd. - Het inrichtingsplan wordt aangepast. De Courtinestraat zal vooralsnog in beide richtingen gebruikt kunnen worden voor gemotoriseerd verkeer. De inrichting van het Maatschappelijk kavel en de ontsluiting hiervan wordt ook opnieuw bekeken. 16
Vooroverlegreacties Het ontwerp wijziging omgevingsplan is tevens verzonden naar de vooroverlegpartners: 1. Provincie Zeeland 2. Waterschap Scheldestromen 3. Veiligheidsregio Zeeland 4. Gasunie 5. Stedin 6. Evides 7. GGD Van de Provincie Zeeland hebben we een vooroverlegreactie ontvangen op het ontwerp omgevingsplan. De beantwoording van deze reactie volgt hieronder. Beantwoording vooroverlegreactie 1. Provincie Zeeland Samenvatting De Provincie Zeeland deelt mee dat er geen zienswijze wordt ingebracht. Wel wordt er aandacht gevraagd voor de motivering rondom Stikstof. In de toelichting staan de conclusies nog op PM. In de bijlage is een voortoets opgenomen, die door de Provincie Zeeland reeds als positief is beoordeeld, waardoor in de toelichting deze conclusie kan worden opgenomen. Daarbij dient de meest actuele versie van AERIUS gebruikt te worden. Dit houdt in dat de berekening geactualiseerd dient te worden. Tot slot uit de Provincie Zeeland twijfels over de borging van de betaalbaarheid van het wonen in dit plan. Beantwoording De Stikstofberekening zal worden geactualiseerd conform de nieuwste AERIUS rekensystematiek. De uitkomsten worden opgenomen in de motivering van het omgevingsplan. De conclusies zullen hierop worden aangepast. De grondexploitatie van de gemeente gaat uit van een woningbouwprogramma met 30 procent sociale woningen en 40 procent betaalbare woningen.
De gemeente is grondeigenaar en kan bij de levering van gronden voor woningbouw in het plangebied aan ontwikkelaar(s) en corporaties deze verdeling verankeren. Conclusie Het plan zal op het volgende onderdeel aangepast worden: - De stikstofberekening zal worden geactualiseerd en de uitkomsten zullen in de motivering van het wijzigingsplan Ketelhaven-Noord worden opgenomen. Ambtelijke wijzigingen Het ontwerp omgevingsplan zal op de volgende onderdelen worden aangepast. De wijzigingen zijn ondergeschikt aan het plan en worden derhalve gezien als ambtshalve wijzigingen: - De toetsing aan kaders binnen het beleidsthema Wonen zal worden aangepast conform huidig beleid; - De regelset, behorende bij de wijziging van het Omgevingsplan Goes voor Ketelhaven Noord, zal op onderdelen worden aangescherpt. Het Omgevingsplan voor Ketelhaven Noord is aangemerkt als pilotplan en biedt daardoor ruimte voor nieuwe inzichten in het opstellen van een omgevingsplan; - De situering van de bouwaanduidingen en bouwhoogten aan de zuidkant van het plangebied worden beperkt aangepast als gevolg van de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan.
17