Verslag Commissie Middelen - 26 september 2022
Tekst van het document
Verslag naar aanleiding van de openbare vergadering van de raadscommissie Middelen, gehouden op maandag 26 september 2022 voorzitter: griffier: leden:
tevens aanwezig:
mevrouw A. Krol mevrouw S. van Dijk de heren M. van Beijsterveldt, R. Bousché-Leeflang, B. van Enschot, T. van Gageldonk, M. van Haperen, mevrouw M. van der Meer, de heren A. van Mook, H. van Nistelrooij, H. Rops, F. Sarton, G. Sterenborg, W. van Trier, G. van Vugt, J. Wouters de heer D. Alssema (portefeuillehouder)
1. Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering om 19.30 uur en heet alle aanwezigen en kijkers welkom. Het wordt een vrij korte vergadering. Aansluitend aan deze commissievergadering zal de vergadering van de commissie Ruimte starten. Daarvoor zal dan een voorzitterswisseling plaatsvinden en ook een wisseling van commissieleden. Er zijn geen mededelingen. 2. Inventarisatie spreekrecht Er hebben zich geen insprekers gemeld. 3. Vaststellen definitieve agenda De heer Van Haperen vraagt om zo nodig meer spreektijd bij agendapunt 5, de RIB evaluatie verkiezingen. De voorzitter constateert dat de andere commissieleden hiermee kunnen instemmen. Een eventueel wat langere spreektijd is akkoord. De agenda wordt verder ongewijzigd vastgesteld. 4. Verslag vergadering raadscommissie Middelen d.d. 4 juli 2022 + actielijst De voorzitter stelt vast dat er geen opmerkingen over de notulen zijn. De notulen worden ongewijzigd vastgesteld. Dan de actielijst. De heer Van Vugt merkt op dat er over actie 47/7 een memo is ontvangen. Een vorige keer heeft wethouder Scheifes aangegeven dat de komende rapportage plaatsvindt op basis van het kwaliteitshandvest. Wat moet men daaronder verstaan? De voorzitter meldt dat de vraag doorgestuurd zal worden naar wethouder Scheifes. Er zijn geen verdere opmerkingen of vragen over de actielijst zijn. Daarmee is die vastgesteld.
Voordat de voorzitter naar het volgende agendapunt gaat een opmerking over de vergaderorde. De behandeling van de agendapunten vindt plaats in twee termijnen. In de eerste termijn kunnen fracties een (voorlopig) standpunt innemen en vragen stellen aan de portefeuillehouder. Interrupties zijn niet toegestaan en er geldt een spreektijd van 1,5 minuut. Bij de beantwoording van de vragen door de portefeuillehouder kunnen de commissieleden verduidelijkingsvragen stellen of korte interrupties plegen. In de tweede termijn kunnen de fracties het onderlinge debat voeren. Daarbij zijn interrupties toegestaan. De antwoorden op de technische vragen kunnen bij de behandeling van de agendapunten worden betrokken. 5. RIB evaluatie verkiezingen De voorzitter start met de eerste termijn. Het punt is geagendeerd door Gemeentebelang.
1
De heer Van Haperen merkt op dat vrije democratische verkiezingen niet vanzelfsprekend zijn. Dat ziet men dagelijks elders in de wereld. Het is dus belangrijk om gehouden verkiezingen te evalueren en om daarover een discussie te voeren. Zevenentwintig inwoners die voor het eerst mochten stemmen hebben geen stempas ontvangen. Men heeft signalen ontvangen dat jongeren gebeld hebben, maar dat contact moeilijk te leggen was. Dat de jongeren soms verkeerde informatie kregen. Waren de problemen met de stempassen eerder bekend? Kan de portefeuillehouder aangeven dat niemand binnen de gemeentelijke organisatie op enig moment voor de verkiezingen geweten heeft dan wel vraagtekens geplaatst heeft dat er mogelijk aan de betreffende jongeren geen stempassen zijn verstrekt? Waarom is de termijn om een vervangende stempas aan te vragen verlengd van 11 tot 16 maart 2022? In de evaluatie wordt vooral over verbeteracties gesproken. Er zijn ook bij onder andere Burgerzaken fouten gemaakt. Kan men toezeggen om de relevante afdelingen te betrekken bij het verbeterplan? Naast de telefoontjes was het proces-verbaal aanleiding om verder te kijken. Tot nu toe ziet de gemeente het proces-verbaal als een mededeling. Dat is niet goed genoeg.
Waarom heeft niemand actie ondernomen op basis van het proces-verbaal? Kan het college toezeggen om in de toekomst daadkrachtiger met de processenverbaal om te gaan? De heer Rops kan zich goed vinden in de twee voorgestelde verbeteringen bij de voorbereiding van de verkiezingen in de RIB. Het blijft echter wel mensenwerk, waardoor er altijd een mogelijkheid is dat er een foutje wordt gemaakt. Daar moet men vervolgens wel lering uit trekken. De heer Van Trier vindt de fout met de stempassen een menselijke fout. Wel spijtig, vooral omdat het jongeren betreft die voor de eerste keer konden stemmen. De communicatie met de jongeren was prima. Hoe was de reactie van hen op de aansluitende brief? Begrepen is dat er één reactie was, die beloond is. De heer Van Vugt vindt de stempasfout vervelend. Had men dit niet als een apart probleem bij de verkiezingen kunnen voorzien? Wat betreft de voorgestelde verbeteringen: de presentatie is prima, maar wat betreft de tijdelijke extra fte heeft spreker twijfel over de noodzaak. Begrepen is dat er een probleem was bij de formatie als gevolg van ziekte, maar dat is eenmalig. Graag een toelichting? De heer Van Gageldonk vindt de fout met de stempassen betreurenswaardig. Echter, na vaststelling van zoiets moet het herstelbaar zijn. Men moet erop sturen dat het een volgende keer niet meer gebeurt. De verbeterpunten zijn prima.
De heer Van Mook betreurt hoe het voor een aantal 18-jarigen zo is verlopen. Volgens de stukken is dit eenmalig geweest. Men verwacht dat dit in de toekomst niet meer voorkomt gezien de maatregelen. De heer Van Nistelrooij stelt dat de evaluatie tekortkomingen heeft vastgesteld met betrekking tot de stempassen voor 18-jarigen. Men gaat er vanuit dat de leerpunten uit de evaluatie bij de volgende verkiezingen worden toegepast. Volgend jaar al bij de provinciale verkiezingen. Opmerkingen/beantwoording vragen Men kan niet aangeven dat er niemand van de organisatie op de hoogte was dat er iets fout was bij het verstrekken van de stempassen bij de 18-jarigen. Er zijn 380 medewerkers. De problemen die uit de evaluatie naar voren zijn gekomen, zijn met iedereen die daarmee te maken had besproken. Er is geen reden om de evaluatie met andere afdelingen te bespreken. Belangrijk is wel dat men bij een volgende verkiezing de medewerkers uitgebreid brieft met deze leerpunten in het hoofd. Als laatste de daadkracht bij de aanpak van het probleem. De heer Van Haperen geeft aan dat na enig aandringen de daadkracht aanwezig was. Het ging erom dat de bezwaren al op de processen-verbaal stonden en dat het college die alleen maar gezien heeft
2
als een mededeling. Geen reden om extra actie te ondernemen. Terwijl die processen-verbaal wel een duidelijk signaal afgaven dat er mogelijk iets mis was. De burgemeester antwoordt. De reactie was gebaseerd op de ene mededeling. Het college had geen aanwijzingen dat er sprake was van een breder structureel probleem. De jongere die gereageerd heeft op de uitnodiging heeft een raadsvergadering bijgewoond. Meerdere raadsleden hebben met de persoon gesproken. De reactie op wat er was gebeurd was van de kant van de persoon vrij nuchter. De burgemeester heeft namens de gemeente excuses aangeboden. De vraag over de formatie in relatie tot de tijdelijke extra fte kan spreker op dit moment niet beantwoorden. Er speelt iets met extra tijdelijke inhuur, die niet voldeed. Men gaat het na. De heer Van Haperen herhaalt zijn vraag over de verlenging van de termijn voor het aanvragen van een vervangende stempas. Daarnaast de vraag of de portefeuillehouder navraag heeft gedaan in verband met de verlenging of er iets niet goed gegaan is bij de verzending van de stempassen? Er waren toch signalen dat er iets mis was. Hebben medewerkers voldoende ruimte dit soort signalen naar voren te brengen? De burgemeester antwoordt. Bij elke verkiezing gebeurt het dat er in een of meer processen-verbaal opmerkingen staan over de procedure.
Wanneer die opmerking geen symptoom is van een onderliggende structurele fout of probleem waardoor er iets mis gaat, heeft men de zaak bekeken. Wanneer men het idee zou hebben dat er iets misgegaan zou zijn, dan had men het zeker uitgezocht. Echter, bij elke verkiezing gaat er een aantal zaken niet goed. Meestal gaat het om een incident. De heer Van Haperen is benieuwd of de vraag is gesteld dat op enig moment iemand het idee had dat er iets niet klopte. De burgemeester antwoordt. Toen bleek dat er echt iets aan de hand was, is het afdelingshoofd gevraagd of er signalen vanuit de bewoners waren gekomen over wat er is misgegaan. De uitkomst daarvan staat in de evaluatie. Tweede termijn De heer Van Haperen stelt dat het college de verkiezingen organiseert, maar dat de raad eindverantwoordelijk blijft. Dit soort fouten, hoe menselijk ook, mogen dus niet gebeuren. Er is een twintigtal mensen hun stemrecht ontnomen. Hoe denken andere partijen hierover? Gemeentebelang heeft na de verkiezingen als enige partij hiervoor excuses aangeboden. Een oproep aan de andere partijen dit alsnog te doen. De heer Van Nistelrooij vindt de opmerking ‘het stemrecht ontnomen’ nogal zwaar gezien de evaluatie. Het is jammer dat de fout gemaakt is, maar dat is niet bewust gedaan. De heer Rops onderschrijft de opmerking van de vorige spreker. Het is belangrijk dat men er lering uit trekt.
De heer Van Vugt onderschrijft dat de gang van zaken kwalijk is geweest. Men kan het niet meer corrigeren. Het college heeft de excuses al aangeboden. De raad moet erop toezien dat zoiets niet weer gebeurt.
3
De heer Van Haperen is van mening dat er te gemakkelijk omgegaan wordt met wat er is gebeurd. Het gaat wel ergens over. Ook voor jongeren die geprobeerd hebben om de fout te herstellen, is het nog eens moeilijk gemaakt. De raad reageert te gemakkelijk. De heer Rops heeft begrepen dat degenen die gereclameerd hebben alsnog een stempas hebben ontvangen. De heer Van Haperen meldt dat het maar om enkele jongeren gaat die het gelukt is. Eén is het niet gelukt. Ook bij andere situaties heeft men gehoord dat het verkrijgen van een nieuwe stempas niet eenvoudig is geweest. De heer Rops constateert dat er fouten zijn gemaakt. Eerst de stempas niet uitgereikt en vervolgens niet correcte informatie verstrekt. De heer Van Enschot constateert de gemaakte fouten. Het is dus zaak de volgende keer de medewerkers goed te instrueren om dergelijke fouten te voorkomen. De heer Van Haperen constateert dat, terwijl het vertrouwen van de burger in de overheid afneemt, er wel makkelijk in de commissie over het onderwerp gepraat wordt. Daarbij wordt ook het schijnreferendum in Oost-Europa betrokken. De heer Van Vugt vindt het betrekken van het schijnreferendum in Oost-Europa bij de voorliggende problematiek overtrokken. Er is een menselijke fout gemaakt, maar de vergelijking is niet gepast. De heer Van Haperen merkt op dat hij niet gezegd heeft dat er opzettelijke fouten zijn gemaakt.
Het gaat ook niet direct om de vergelijking. De voorzitter rond de discussie over het agendapunt af. 6. RIB 2e kwartaalrapportage AZC 2022 De voorzitter geeft de heer Van Vugt namens de fractie van D66, die het punt heeft geagendeerd, het woord. De heer Van Vugt meldt dat het gaat om meer informatie dan de notitie verstrekt. Uit het antwoord op de technische vraag blijkt dat de raad te zijner tijd zal worden geïnformeerd over de officierswoningen. Tijdens de laatste kwartaalrapportage, januari 2022, is een aantal acties in het vooruitzicht gesteld. Waaronder het principeverzoek om aan te geven wat er met die woningen gaat gebeuren. Daar moet toch nu iets over te vertellen zijn. Gaat dit onderwerp wel door ondanks dat er sprake is van capaciteitsgebrek? Kan de raad daarover op korte termijn daarover geïnformeerd worden, mondeling of via een memo? Het tweede aspect is het punt veiligheid, inclusief de kinderveiligheid. Daarover zijn ook vragen gesteld aan de staatssecretarissen namens vijf gemeenten. Is er al een reactie hierop ontvangen? De heer Van Gageldonk merkt op dat de oplegnotitie meerder invalshoeken laat zien. Ten eerste meer informatie over het AZC. Echter, het AZC is een eigen rechtspersoon waarover de raad niet uitentreuren geïnformeerd hoeft te worden. Wat betreft de officierswoningen heeft spreker begrepen dat daarover een principeverzoek is ingediend.
Een dergelijk verzoek heeft zijn eigen procedure. Men kan zich voorstellen dat men daarover meer informatie wil hebben. De PvdA vindt de bestaande informatievoorziening voldoende. De heer Van Beijsterveldt is het eens met D66 dat de rapportage summier van opzet is. Eerst wacht men de reactie van de burgemeester af. De heer Van Nistelrooij beperkt zich tot de vragen die in de oplegnotitie zijn gesteld. Men is tevreden met de mate van detail in de kwartaalrapportage. Die kan tot hoofdlijnen beperkt blijven. Wel wil men graag in verband met de vluchtelingencrisis dat voorlopig de rapportage per kwartaal gehandhaafd blijft. Graag een reactie hierop van de portefeuillehouder. De heer Van Haperen sluit zich aan bij de vorige spreker. De heer Rops is het eens met D66 dat de kwartaalrapportage summier van opzet is. Men wil daarin zien wat de actuele plannen zijn wat betreft de officierswoningen. Men wil ook graag geïnformeerd worden over de ontwikkelingen met betrekking tot jeugdzorg mede naar aanleiding van de brief naar VWS.
4
De heer Sarton is het wat betreft de oplegnotitie niet eens met D66. Men hoeft niet extra waakzaam te zijn. Die waakzaamheid moet ook niet primair bij de raad liggen. Die ligt bij de COA en de veiligheidsdriehoek. In geval van blijvende spanning of bijzondere ontwikkelingen wil spreker dat uiteraard wel weten. Daar is deze rapportage voor. Opmerkingen/beantwoording vragen In het algemeen heeft het college een informatieplicht naar de raad voor zaken die de rol van de raad raken. In zulke gevallen zal het college de raad ook informeren. Het AZC is een belangrijk instituut binnen de gemeente waarover men goed moet communiceren wat daar zoal speelt. Er is op dit moment nog geen antwoord op de brief naar VWS. Er is geen nieuws over het principeverzoek betreffende de officierswoningen. Er is geen nieuws over de vergunning verlening of over de verbouwing. De afkomst van de mensen die in het AZC verblijven, wijzigt soms per dag. Informatie daarover verstrekken is bijna ondoenlijk. Men moet geen nieuwsbrief vullen om te melden dat er geen nieuws is. Zeker niet met een beperkte personele capaciteit. Het voorgaande is de reden dat de tweede kwartaalrapportage summier is. Zodra er iets voorvalt, dan komt er een nieuwsbrief. Dat kan morgen zijn, maar ook over vijf maanden. Laat nieuws leidend zijn voor een nieuwsbrief en niet de frequentie van verschijnen.
De heer Van Nistelrooij heeft wat gemengde gevoelens. Men mag rekenen op de invulling van de algemene informatieplicht. Begrijpelijk. Echter, gezien het belang van het AZC en de projecten die daar lopen, vindt spreker het niet overdreven om de raad eens per kwartaal te informeren over de stand van zaken. Dat kan soms heel kort zijn. De heer Van Vugt sluit zich aan bij de vorige spreker. Hoewel er niet gemeld wordt over de officierswoningen, neemt spreker aan dat het principeverzoek wel in behandeling is. Toevallig heeft de staatssecretaris onlangs de gemeente bezocht. Men mag toch aannemen dat de portefeuillehouder met hem gesproken heeft over de brief. Zo ja, heeft dat iets opgeleverd over iets dat voor de raad relevant is. De burgemeester reageert. Het college wil de ambtelijke capaciteit inzetten om nieuws met de raad te delen op het moment dat er nieuws is. Geen nieuws betekent dus geen nieuwsbrief. Er zijn zorgen over de ambtelijke capaciteit in relatie tot nieuwsbrieven waar niets in staat. Dat getuigt ook niet van respect voor de raad. Op de brief is nog geen reactie gekomen, noch mondeling noch schriftelijk. De heer Van Nistelrooij ervaart het niet als minder respectvol wanneer de raad te horen krijgt dat er geen nieuws is. De heer Van Vugt verwacht nog een antwoord op zijn vraag of het principeverzoek wel of niet daadwerkelijk in behandeling is.
De burgemeester antwoordt. Op dit moment speelt het punt niet. De COA heeft indertijd een vraag gesteld waarop de gemeente geantwoord heeft. Op dit moment is er geen huiswerk meer voor het principeverzoek. De heer Van Vugt vindt dit vreemd. In de voorgaande informatie staat dat het COA een principeverzoek heeft ingediend en dat het college bereid was om daar aan mee te werken. Daar stond ook aangegeven wat de gemeente daarvoor moet doen.
5
De burgemeester reageert. Men kan het vreemd vinden, maar er valt op dit moment geen nieuws hierover te melden. Wel kan het college er nog een keer naar kijken. De voorzitter stelt vast dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Daarmee is de behandeling van dit agendapunt gesloten. 7. RIB eerste conclusies 213a onderzoek boa’s De voorzitter meldt dat D66 dit punt geagendeerd heeft. Daarom krijgt deze fractie als eerste het woord. De heer Bousché vindt leefbaarheid en veiligheid van groot belang voor de samenleving. Daar zorgen politie en handhaving voor samen met hun ketenpartners. Daarvoor is een daadkrachtige leiding en een goed georganiseerde organisatie van groot belang. Men heeft dan ook met verbazing het rapport over de handhaving gelezen. Daaruit blijkt dat er sprake is van weinig sturing en controle. De conclusies in het rapport zijn hard en glashelder. Er is door het management niet goed gestuurd op het bereiken van de doelen waardoor geen uitspraak kan worden gedaan in hoeverre er op dit punt resultaten zijn behaald. Een ernstige zaak. Daardoor weet men ook niet of de boa’s wel doelmatig en effectief werken. Wat vindt de portefeuillehouder van de conclusies van dit rapport? Het memo van 15 juli is een stap in de goede richting, maar nog te weinig concreet. Voor de vragen aan de portefeuillehouder verwijst spreker naar de oplegnotitie.
De datum van 1 oktober voor een plan van aanpak wordt niet gehaald. Bij de beantwoording van de technische vragen wordt gesproken over 10 november. Spreker ziet graag ruim voor de raadsvergadering van 17 oktober een gedegen plan van aanpak, inclusief kostenraming. De heer Van Gageldonk onderschrijft de conclusies en de aanbevelingen in het rapport. Men wenst het college en de ambtenaren succes bij het opvolgen van de aanbevelingen. Het gevaar dat men ziet in de woorden van D66 dat er een te grote overhead ontstaat om te sturen en te controleren. De heer Van Mook had verwacht dat het rapport een antwoord zou geven op de vraag hoeveel boa’s er nodig zouden zijn. Dat aantal wordt niet genoemd, maar wel staat er dat het aantal boa’s ontoereikend is. Is die vraag over het aantal wel duidelijk aan het onderzoekbureau gesteld? Om door te pakken dient er vervolgonderzoek plaats te vinden. Extra kosten en vertraging, terwijl het punt direct meegenomen had kunnen worden. Wat gaat nu de opdracht worden aan het onderzoekbureau om de juiste antwoorden te krijgen en op welke termijn mag men de resultaten verwachten? De heer Van Nistelrooij kan zich wel vinden in de opmerkingen van D66 over de conclusies. Die zijn teleurstellend, maar niet verrassend.
Tijdens de discussies in de raad over de handhaving kwam telkens naar voren dat iets niet binnen de prioriteiten viel dan wel dat het geen prioriteit kon krijgen. Het rapport constateert dar er te weinig boa’s zijn zonder aan te geven hoeveel te weinig. Op basis van bijlage 5 schat spreker dat ABG tussen de tien en twaalf nodig heeft. Een verdubbeling van het huidige aantal is zeker reëel. Daar is geen aanvullend onderzoek voor nodig. Men steunt de suggesties uit de oplegnotitie. Met de toevoeging dat er aanzienlijk meer boa’s nodig zijn en die dan niet ingezet moeten worden voor administratieve werkzaamheden. Graag hiervoor een voorstel bij de begroting van 2023. De heer Van Haperen is het eens met wat er gezegd is. De heer Rops vindt het rapport helder en duidelijk. Men was verrast door het opschuiven van het tijdstip van het opleveren van de concretisering van conclusies en aanbevelingen. Men wacht ze af en men verwacht dat daarbij aandacht zal worden besteed aan het helder formuleren van de te behalen doelstellingen met de prioriteiten die daarbij worden gesteld. Dit laatste in relatie tot het aantal boa’s dat daarvoor nodig is. De heer Van Trier merkt op dat er in de oplegnotitie geen vragen staan aan de andere fracties. Dan het rapport. Duidelijk. Veel opmerkingen over zaken die beter kunnen en die volgens spreker ook beter moeten.
Wel moet men daarbij rekening houden met de waan van de dag waar men niet 6
altijd invloed op heeft. Opmerkingen/beantwoording vragen Geconstateerd wordt dat de oplegnotitie vooral voorstelt om te komen tot een plan van aanpak. Daar heeft het college zich nog niet op voorbereid. Men kijkt eerst uit naar het debat met de raad over de inhoud van het rapport. Dat komt bij de begrotingsbehandeling. Wat betreft het proces houdt het college vast aan het proces dat in de RIB beschreven is. Voor de behandeling tijdens de begrotingsbehandeling zijn de suggesties vanuit het college bekend inclusief de bijbehorende begroting. Aan het te ambitieuze voorstel van D66 dat uit de oplegnotitie naar voren komt, kan het college niet voldoen. Over de andere vragen gaat men graag in debat tijdens de begrotingsbehandeling wanneer de plannen gereed zijn. De heer Rops is benieuwd of in de plannen ook duidelijk de doelstellingen en de prioritering aan bod komen. De burgemeester antwoordt. Dat is niet het geval. Prioritering volgt uit het veiligheidsbeleid. In de plannen bij de begroting laat het college zien hoe men vanuit de conclusies uit het rapport de formatie zo goed mogelijk wil laten aansluiten bij de prioriteiten die men stelt. De heer Rops vindt de reactie verwarrend. Wie bepaalt de prioriteiten, het college of het veiligheidsbeleid? De portefeuillehouder geeft zojuist aan dat op basis van de prioriteiten de formatie wordt bepaald.
In de RB wordt aangegeven dat men voor de vergadering van 17 oktober het college komt met een concretisering van de conclusies en de aanbevelingen. Dat houdt in dat er doelstellingen helder geformuleerd moeten worden en dat er prioriteiten gesteld moeten worden. Komt er voor de raad van 17 oktober een plan van aanpak met heldere doelstellingen en prioriteiten? De burgemeester reageert. Het antwoord op de vraag is nee. Op pagina 1 van de RIB is aangegeven op welke wijze de aanbevelingen worden opgepakt. Een van de aanbevelingen is om de inzet van boa’s beter te laten aansluiten bij de gestelde prioriteiten. Dan gaat het over de prioriteiten op basis van het veiligheidsbeleid. Bij de begrotingsbehandeling komt er ook een voorstel hoe men de inzet van de boa’s beter wil laten aansluiten bij de prioriteiten. Dan gaat het niet over de prioriteiten zelf. De boa-formatie moet beter aansluiten bij de prioriteiten. De heer Rops merkt op dat de doelstellingen die de boa’s moeten behalen ook meer helder geformuleerd moeten worden. Dat komt wel terug in het plan van aanpak? De burgemeester antwoordt. Het gaat om een andere manier van het inzetten van het boa-team op de beleidsuitgangspunten en de prioriteiten. Het gaat niet om het stellen van andere beleidsuitgangspunten.
Het gaat erom welke formatie past bij het voorgaande om ervoor te zorgen dat men naast de meldingen die men krijgt goed kan werken aan de beleidsprioriteiten. Er moet dus een team staan die beide zaken kan doen. De heer Van Nistelrooij heeft ook wat problemen met het gebruik van prioriteiten in dit verband. Voor een deel komen ze uit het veiligheidsbeleid. Dat is maar voor een deel. Er is ook nog andere
7
input die de capaciteit van het boa-team bepaalt. Die zijn ook van belang voor het aangeven van prioriteiten. De burgemeester reageert. Er zijn twee soorten prioriteiten, vanuit het beleid en vanuit de meldingen. Beide zaken moeten worden uitgevoerd op een manier die past bij het soort gemeente die men wil zijn. Het soort team dat daarbij past, komt terug in het voorstel bij de begroting. De heer Bousché is meer geïnteresseerd in de sturing en de leiding van het managementniveau van de handhaving. Op basis van het rapport heeft men daar zorgen over. Wat betreft het aantal boa’s is het duidelijk dat er te weinig zijn. Dat moet ongeveer gelijk zijn aan het aantal wijkagenten. In de RIB wordt gesproken over de komende raadsvergadering. Dat is 17 oktober en niet de vergadering in november. Waarom kan de raad niet al op 17 oktober geïnformeerd worden? De burgemeester antwoordt. Het is simpel. De ingrepen gaan geld kosten. Dat komt terug in de begroting en daar wil men goed over nadenken. Daarom niet op 17 oktober behandelen, maar bij de begroting. De heer Van Mook vraagt of het goed begrepen is dat en men eerst de antwoorden vanuit het veiligheidsbeleid afwachten voordat men verder gaat met dit onderzoek. De burgemeester reageert. Het antwoord op de vraag is nee.
Wat men nu vooral doet is intern de conclusies verwerken en om te zetten in een voorstel naar de raad en om de managementinrichting, waaronder aansturing, te bekijken. De voorzitter constateert dat alle vragen beantwoord zijn en dat er geen behoefte aan een tweede termijn bestaat. Daarmee is de discussie gesloten. 8. Brief inzake wijziging wettelijke procedures rondom geheimhouding De voorzitter geeft aan dat D66, die het punt geagendeerd heeft, als eerste het woord krijgt. De heer Van Vugt begint met de vraag om een kleine clementie met de spreektijd in verband met het feit dat er gesproken wordt over het onderzoeksrapport en de brief over de toekomst. De voorzitter constateert dat de commissieleden daar geen bezwaar tegen hebben. De heer Van Vugt merkt op dat de openbaarheid van bestuur een belangrijk democratisch beginsel is. Alleen in specifieke gevallen is er sprake van geheimhouding, bijvoorbeeld bij documenten die in geval van openbaarheid de belangen van de gemeente zouden kunnen schaden. Daar zijn specifieke procedures voor en voorwaarden aan de mogelijke toepassing. In de afgelopen twee jaar zijn er voorbeelden dat het college de raad geheimhouding heeft opgelegd, die niet correct was. Zie het onderzoeksrapport. Dat was te voorkomen geweest wanneer men de Gemeentewet zorgvuldiger had gelezen.
Uit de drie casussen in het rapport komen al zeventien tekortkomingen naar voren. Onthutsend. Net als de RIB van februari waarin het college de fout niet toegeeft. Men heeft toen aangegeven er lessen uit te trekken. Welke, dat is tot op heden niet bekend. Vandaar alsnog vragen aan het college. Worden de conclusies van de onderzoekers van de drie casussen onderschreven? Wat heeft het college daarvan geleerd? Waarom worden er dan weer fouten gemaakt met betrekking tot de Spoorzone? Aan de collega’s de vraag hoe zij de geheimhoudingspraktijken tot op heden hebben ervaren. De heer Van Gageldonk constateert dat er fouten zijn gemaakt. Dat laat het rapport zien. Er is echter geen sprake van opzet. Met het verbetertraject kan men een aanzet geven om de geheimhoudingspraktijk te verbeteren. Een van de leerervaringen uit het rapport moet kennisverbetering zijn, zowel bij college als ambtelijk apparaat. De heer Van Beijsterveldt het onderzoek Opleggen van geheimhouding en de presentatie daarvan 8
door professor Munneke waren duidelijk. De vraag is nu of het college er wat van heeft geleerd. De geheimhouding die bij het Spoorzonetraject is opgelegd voldoet wederom niet aan de wettelijke uitgangspunten. Volgens de nieuwe wetgeving moet geheimhouding van voldoende argumenten worden voorzien. In geval van de Spoorzone zouden alleen enkele financiële bedragen onder geheimhouding vallen. Het antwoord op de technische vragen gaat voorbij aan het punt dat gemaakt wordt in het rapport. Is het rapport wel voldoende begrepen? Voor spreker is het duidelijk dat van nu af aan de juridische procedures correct gevolgd moeten worden. Het onderzoek geeft er voldoende aanwijzingen voor. De heer Van Nistelrooij stelt dat er al een uitgebreide inleiding is geweest van het onderwerp. Daarom de beperking tot de vraag wat de ervaringen van de fractie zijn met de toepassing van geheimhouding tot op heden. Wat zijn de leerervaringen? Uit het onderzoek blijkt dat het college in het verleden te gemakkelijk geheimhouding heeft opgelegd. Men moet terughoudender zijn in het opleggen van geheimhouding. Waar geheimhouding wordt opgelegd, moet de motivatie explicieter en duidelijker zijn. De raad kan zelf ook besluiten om onderwerpen onder geheimhouding te behandelen. De heer Van Haperen vindt openbaarheid een groot goed. Spreker heeft een beperkte ervaring met geheimhouding.
Bij beide ervaringen wordt getwijfeld of het wel helemaal volgens het boekje is gegaan. De heer Rops brengt als ervaring naar voren dat men zich zeer bewust moet zijn van het belang om op de juiste wijze om te gaan met openbaarheid en geheimhouding. Dat vraagt de inzet van een ieder van het gemeentebestuur en het ambtelijk apparaat. De raad moet kritisch zijn wanneer iets wordt gedeeld onder geheimhouding. Men moet ook kritisch zijn ten opzichte van de termijn van geheimhouding. De heer Sarton merkt op dat het rapport duidelijk de punten aangeeft waarop de geheimhouding in het verleden niet altijd goed is gegaan. De raad heeft echter de plicht om daar scherp op te zijn. Hopelijk helpt de training op dit punt de raad hierbij. Opmerkingen/beantwoording vragen Het college heeft niet voor niets de opdracht voor het onderzoek gegeven. Men had niet het comfortabele gevoel dat altijd alles op dit punt goed ging. Veel fracties hebben aangegeven dat het belangrijk is om zo openbaar als mogelijk als openbaar bestuur te functioneren. Dat geldt ook voor B&W. De uitkomsten van het onderzoek zijn niet helemaal verrassend. Het is wel pijnlijk. Het college onderschrijft de conclusies. Daarom zijn alle stukken naar de raad toegestuurd en is de interactieve sessie georganiseerd. De sheets met geleerde lessen worden niet voorgelezen.
De belangrijkste geleerde les is dat juridisch procedures voor geheimhouding overzichtelijk lijken, maar dat men bij de toepassing ervan goed moet kijken naar de argumenten en de motivatie. Om vervolgens een en ander goed uit te leggen. Twee fracties hebben gevraagd waarom er wederom fouten worden gemaakt. Dat valt buiten de orde van het rapport. Daarom de vraag aan de voorzitter wat men ermee wil doen. De voorzitter denkt dat het op dit moment wel een goed moment is om op die vraag in te gaan. De burgemeester vervolgt de beantwoording. Er is iets mis gegaan bij het doorsturen van de stukken waarin de motiveringsgronden staan. Wanneer men op korte termijn de stukken ontvangt, dan leest men daarin de motivering van het college op welke onderdelen men geheimhouding heeft opgelegd uit het rapport Second Opinion. In de RIB bij het onderdeel bijlage staat dat op het gehele rapport geheimhouding is opgelegd. Dat is geen actuele tekst. De portefeuillehouder zorgt ervoor dan de raad snel het raadsvoorstel
9
krijgt. Daarin staan uitgebreid de motiveringsgronden om delen van het rapport geheim te verklaren. De toepassing van het juridisch kader is goed gedaan, maar het raadsvoorstel is niet op tijd doorgestuurd. Dat het rapport bij de griffie is neergelegd en niet met zwart gelakte passages is door is doorgestuurd, is gebeurd op pragmatische gronden. Ter inzage leggen bij de griffie was qua werkdruk beter dan iemand de verschillende passages in al de rapporten zwart te laten lakken. Wil de raad het rapport alsnog hebben, dan komt het met zwart gelakte passages.
De heer Van Haperen is van mening dat het beter is dat het rapport met zwart gelakte passages openbaar beschikbaar is. De heer Van Vugt ondersteunt het voorstel van vorige spreker. Wanneer dat stuk niet geheim is, mag het door meer mensen gelezen worden. Een les voor de volgende keer. Morgenavond staat het punt als RIB op de agenda. Goed te horen dat de motiveringen er zijn. Voor elk cijfer moet wel gekeken worden of de motivering daarop van toepassing is. Een en ander betekent wel dat er twee versies van het rapport zijn. De burgemeester reageert. Heeft de opdracht die aan het college is gegeven begrepen. Tweede termijn De heer Van Vugt is blij met de opmerking van de collega’s. Het is ook een leerervaring voor de raad. Men moet allemaal meer alert zijn op de gang van zaken rond geheimhouding. De heer Van Beijsterveldt sluit zich aan bij de woorden van de heer Van Vugt. Men moet zeer spaarzaam gebruikmaken van het instrument geheimhouding. En dan alleen nog op basis van de wettelijke kaders. De heer Van Haperen roept de fracties op om via het presidium te bespreken en te bepalen welke stukken openbaar of (gedeeltelijk) geheim zouden moeten zijn. Het presidium moet er ook voor zorgen dat de aanbevelingen geïmplementeerd worden. De voorzitter sluit de discussie over het agendapunt. 9. Rondvraag en sluiting De voorzitter constateert dat er geen vragen voor de rondvraag zijn.
Niets meer aan de orde zijnde, sluit de voorzitter na alle aanwezigen bedankt te hebben voor hun inbreng de vergadering om 21.00 uur.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering Middelen van 31 oktober 2022. , voorzitter , griffier
10